Beantwoording Technische vragen fractie PRO eerste burap en brief provincie over begroting DGJ.pdf
Tekst van het document
Hierbij ontvangt u de tijdens de Agendacommissie van 22 september de door de heer Visser (PRO Dordrecht) gestelde technische vragen. Op pagina 22-24 wordt benoemd dat Veilig Thuis de doorlooptijden niet haalt vanwege toenemende vraag vanuit de samenleving, te weinig personeel door uitval, en meer uitval door te hoge werk druk. Dit vinden wij een zorgelijk ontwikkeling, want de inwoners die zich al in een kwetsbare positie bevinden moeten wel kunnen rekenen op deze voorziening. Daarom hebben we de volgende technische vraag: 1) Wat doet het college om de te hoge werkdruk en het uitval te verminderen? Veilig Thuis neemt maatregelen om waar mogelijk de hoge werkdruk en uitval te verminderen. Casuïstiek wordt sneller overgedragen aan onze lokale teams. Hiermee heeft het Algemeen Bestuur, waarin wethouder Veldman en wethouder Oldenwening zitting nemen, Veilig Thuis meer ruimte gegeven om de dienstverlening te beperken tot de wettelijke taken. Daarnaast voert de Dienst Gezondheid & Jeugd samen met Q-support een formatiescan uit om te onderzoeken of er maatregelen nodig zijn. Eventuele financiële gevolgen betrekken we bij de Perspectiefnota 2028. Tegelijkertijd is de krapte op de arbeidsmarkt een uitdaging. Hierdoor zijn vacatures niet altijd snel in te vullen, wat de druk op bestaande medewerkers verhoogt.
Daarom zijn naast organisatorische verbeteringen ook voldoende beschikbare professionals nodig om de werkdruk duurzaam te verlagen. In combinatie met agendapunt 14 - de brief van PZH - hadden wij ook nog een vraag. In de brief van PZH staat dat er een beoogde besparing in de meerjarenraming is verwerkt door middel van een ingroeipad. PZH zegt echter dat een concrete onderbouwing niet aanwezig is en verzoekt voortaan niet op besparingen vooruit te lopen die nog niet zijn voorzien van een onderbouwing of uitgewerkt projectplan. Daarom de volgende technische vragen: 2) Welke bezuiniging betreft het hier, welke omvang qua geld? De GR DG&J heeft in het kader van de verlenging van de huidige inkoop jeugdhulp (2026 en 2027) een verplicht kostprijsonderzoek uitgevoerd om vast te stellen dat deze voldoen aan de richtlijnen van AMvB reële tarieven. Wettelijk zijn gemeenten verplicht een reële kostprijs te betalen aan jeugdhulpaanbieders. In deze kostprijs (uurtarieven of etmaaltarieven, afhankelijk van het product) zitten diverse parameters rondom de bedrijfsvoering bij aanbieders. Daarbij kunt u denken aan ziekteverzuim, (duurdere) inhuur, overheadkosten, functiemix (niveau medewerkers, bijv. WO/HBO/MBO) per productgroep etc.
Omdat de tariefstijging voor meerdere producten fors was, heeft het Algemeen Bestuur van de GR Dienst Gezondheid & Jeugd in december 2025 besloten om aan de herijking van de tarieven een ontwikkelopdracht te koppelen. De gemeenteraad is hierover via de reguliere zienswijzeprocedure op 27 mei 2025 geïnformeerd en heeft ingestemd met de zienswijze op de begroting 2026 van de GR Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid. Deze ontwikkelopdracht is erop gericht dat aanbieders onder andere actief werken aan het naar beneden brengen van hun ziekteverzuim en PNIL (personeel niet in loondienst), naast andere parameters. Deze is als inspanningsverplichting opgelegd met als doel de tarieven op een later moment naar beneden bij te kunnen stellen om zo op regionaal niveau € 3,2 miljoen kostenreductie te realiseren die in tranches in een aantal jaar wordt bereikt. Voor Dordrecht loopt deze besparing op van € 256.000 in 2027 naar € 971.000 vanaf 2029. 3) Waarom is deze bezuiniging verwerkt in de begroting zonder onderbouwing of uitgewerkt projectplan? (zie antwoord vraag 4) 4) Werkt het college aan een onderbouwing of projectplan? Zo ja, wanneer wordt de raad hierover geïnformeerd? Met ingang van 1 juli 2026 is vanuit de GR DG&J een projectleider gestart met de verdere uitwerking van de ontwikkelopdracht.
In dat kader wordt met aanbieders gesproken over mogelijkheden om de beoogde kostenreductie te realiseren. Indien de GR DG&J kan onderbouwen dat de parameters ziekteverzuim en PNIL of overhead lager zijn dan in de eerdere herijking, kan een nieuwe kostprijsberekening worden uitgevoerd en kunnen tarieven worden herzien. Ook aanpassing van de dienstomschrijving kan aanleiding geven tot een bijstelling van de tarieven. NB: in de dienstomschrijving jeugdhulp is vastgelegd welke soorten jeugdhulp geleverd mogen worden, wat de inhoud van die hulp is, voor welke doelgroep deze bedoeld is en onder welke voorwaarden aanbieders deze mogen declareren. De bezuiniging is in de begroting verwerkt vanuit de verwachting dat de ontwikkelopdracht zal leiden tot een verlaging van de kosten. De uitwerking van de ontwikkelopdracht vindt momenteel plaats. De raad wordt over de voortgang en de uitkomsten van deze uitwerking geïnformeerd via de stukken van de GR DG&J die voor zienswijze worden aangeboden, als ook via de lokale P&C-producten waarin wordt gerapporteerd over de realisatie van de begroting en eventuele benodigde bijstellingen.