Beantwoording Technische vragen fractie GL.pdf
Tekst van het document
Technische vragen fractie GL 1. de wijkgerichte aanpak is praktisch en uit het oogpunt van maatschappelijke kosten en baten logisch, maar de gekozen oplossing hoeft voor individuele eigenaren/bewoners niet de meest aantrekkelijke te zijn. In welke mate is er keuzevrijheid?
Zoals opgenomen in de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) zijn woning- en gebouweigenaren niet verplicht om aan te sluiten op een collectief alternatief voor aardgas dat de gemeente kiest in een wijk of buurt. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) worden hiervoor instructieregels opgenomen als de gemeente besluit het omgevingsplan aan te passen en het transport van aardgas te stoppen. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat een eigenaar, vooruitlopend op de wijkgerichte aanpak, al gekozen heeft voor een oplossing. Of dat een eigenaar op het moment dat de keuze voor de wijk of buurt duidelijk is, besluit om een andere oplossing te realiseren. Met andere woorden, alle gebouweigenaren hebben de mogelijkheid om te kiezen voor een andere voorziening dan de gemeente aanbiedt, maar het transport van aardgas zal worden beëindigd. Een hybride-oplossing is daarmee dus geen alternatief. Een gebouweigenaar die een alternatief wil realiseren, moet de gemeente hierover informeren. De termijn daarvoor legt de gemeente vast in het omgevingsplan. De gebouweigenaar moet de gemeente ook informeren als het alternatief in gebruik is genomen. Het alternatief moet voldoen aan de energieprestatie-eisen die gesteld worden in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dit is wel een scherpere eis dan de generieke energieprestatie-eisen in het Bbl.
Keuzevrijheid is één van de uitgangspunten in het Warmteprogramma. 2. De aanpak in Dordt West staat duidelijk op de kaart. In welke mate wordt voor de rest van de stad het perspectief concreter dan in de vorige Warmtevisie?
Een ander uitgangspunt in het Warmteprogramma is dat de overstap betaalbaar moet zijn. Anders starten we niet met een wijkuitvoeringsplan dat gericht is op het stoppen van het transport van aardgas. In het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw, in ontwerp gereed) zijn hiervoor instructieregels opgenomen. De eerste toetsregel bepaalt dat de betaalbaarheid voor eindgebruikers binnen het gebied dat aardgasvrij wordt ('warmtetransitiegebied') gewaarborgd moet worden door de gemeente door in acht te nemen dat de kosten en de baten van de verduurzamingsmaatregelen over de looptijd van de investering voor het overgrote deel van de bewoners van de wijk (i.c. 70% van de bewoners) in verhouding zijn. Een tweede toetsregel is dat de gemeente rekening houdt met de financiële haalbaarheid van de verduurzamingsmaatregelen voor de bewoners van de wijk. De gemeente moet rekening houden met a) de mate waarin bewoners, in het bijzonder kwetsbare afnemers, de gevolgen voor de maandlasten kunnen dragen en b) de mogelijkheden voor bewoners om de verduurzamingsmaatregelen te financieren. In een nog vast te stellen ministeriële regeling wordt dit verder ingevuld.
Voor Crabbehof lijken we, door de inzet van de middelen uit het Volkshuisvestingsfonds voor verduurzaming, de al aanwezige infrastructuur van het warmtenet en de relatief homogene bebouwing, een aantrekkelijke businesscase te hebben en daarmee te kunnen voldoen aan
deze toetsregels. Voor de andere buurten waar het warmtenet is voorzien pakken we kansen als die zich voordoen, maar gaan we voorlopig niet aan de slag met een wijkuitvoeringsplan. Via een postcodetool, dat zal een update worden van de bestaande tool, kunnen eigenaren zien, welk alternatief er bij hen in de buurt de voorkeur heeft en hoe zij zich daar op voor kunnen bereiden. 3. Het moment waarop (individuele) eigenaren ondersteuning en advies nodig hebben, is heel gevarieerd, bijv. afhankelijk van wanneer zij hun verwarmingssysteem moeten vervangen of wanneer zij hun huis verkopen/kopen. Kan de gemeente daar flexibel met advies en ondersteuning op inspelen?
Welke maatregelen woningeigenaren treffen is inderdaad afhankelijk van hoever ze al zijn met verduurzamen en in welke fase ze zitten. Zoals hierboven beschreven kunnen woningeigenaren via een postcodetool zien welk alternatief er bij hen in de buurt de voorkeur heeft en welke maatregelen er getroffen kunnen worden ter voorbereiding. Zij kunnen hun eigen keuze maken. Voor sommige woningeigenaren, afhankelijk van de WOZ-waarde en of iemand in een VvE woont, zijn er specifieke subsidiemogelijkheden via Dordt Isoleert. De gemeente ondersteunt hierin met advies en in de uitvoering. Dit staat dus qua timing los van de route naar aardgasvrij. Voor woningeigenaren in een wijk waar het omgevingsplan wordt aangepast waardoor het transport van aardgas stopt, geldt dat de gemeente rekening moet houden met de tijd die woningeigenaren nodig hebben om zich voor te bereiden op het duurzame alternatief. In het Bgiw is hiervoor een redelijke termijn opgenomen. Er wordt een termijn van minimaal 8 jaar gegeven tussen het besluit van de gemeenteraad om het omgevingsplan aan te passen en het daadwerkelijk beëindigen van het transport van aardgas. Binnen die termijn, maar zeker ook al daarvoor, ondersteunt de gemeente woningeigenaren hierbij.