Beantwoording technische vragen diverse fracties n.a.v. beeldvormende sessies 6 en 13 mei 2025.pdf
Tekst van het document
Technische beantwoording n.a.v. vragen tijdens beeldvormende sessie 6 mei 2025
1. Wordt de Vergroeningskaart van PlanTerra (sheet 14 van 43) ook benoemd in de omgevingsvisie 2.0? (vraag van mevrouw van Herwijnen, Partij voor de Dieren) Antwoord: Deze Vergroeningskaart van PlanTerra komt voort uit het document ‘Wat is goede vergroening in de binnenstad van Dordrecht?’. Een bewerking van het kaartmateriaal dat in dit document is opgenomen. In de omgevingsvisie 2.0 wordt dit document aangehaald als ‘Aanpak vergroenen Binnenstad’ (pg. 79). 2. Kunnen de gemeentebrede 3-30-300-kaarten gedeeld worden? Antwoord: De OZHZ heeft data met betrekking tot de 3-30-300-regel beschikbaar. Deze data is omgezet in kaartlagen ten behoeve van een gemeentelijke viewer. Pdf-uitdraaien van deze kaartlagen zijn bijgevoegd. 3. Ligt het warmtenet ook in de binnenstad? (vraag van de heer Gündogdu, Op Ons Eiland) Antwoord: Nee.
Figuur 1 - Warmtenet Dordrecht dd. 2021
4. Waarom is het OER-zoekgebied op de spoorbrug over het Hollandsch Diep niet opgenomen op de doelkaart van het doel ‘Duurzaam en klimaatneutraal 2040’? (vraag van mevrouw van Herwijnen, Partij voor de Dieren) Antwoord: Het 'OER-zoekgebied' ter hoogte van de aanlanding van de spoorbrug over het Hollands Diep, betreft een zoekgebied voor zonne-energie op gronden in eigendom van de Rijksoverheid. Deze locatie is naar voren gekomen in het kader van het programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER) van de Rijksoverheid. Duurzame
energieopwek op dergelijke gronden telt óók mee voor de gemeentelijke opwekdoelstelling. Derhalve is het voorstelbaar dat deze locatie óók op de doelkaart 'Dordrecht is in 2040 een duurzame en klimaatneutrale stad' wordt opgenomen. In dit kader stellen we voor dat u de omgevingsvisie 2.0 amendeert, zodanig dat het OERzoekgebied ter hoogte van de aanlanding van de spoorbrug over het Hollands Diep ook wordt weergeven op de doelkaart 'Dordrecht is in 2040 een duurzame en klimaatneutrale stad'. 5. Kan een tijdsindicatie worden gegeven voor acties/ maatregelen in het kader van voetgangersverkeer? (vraag van de heer Damen, PvdA) Antwoord: De wijkuitwerkingen van het Mobiliteitsplan Dordrecht 2040 worden voorzien van een uitvoeringsagenda. Het uitgangspunt hierbij is om werk met werk te maken. Dat betekent dat, waar mogelijk, werkzaamheden worden gecombineerd. Voor projecten die zich daarvoor lenen (in de periode tussen de vaststelling van de wijkuitwerking en 2040), geldt dat de weg binnen het projectgebied moet worden heringericht volgens het STOMPprincipe.
Technische beantwoording n.a.v. nagezonden vragen beeldvormende sessie 6 mei 2025
1. Klimaatadaptatie (vragen van de heer van der Meer, GroenLinks). a. We spraken vooral over hittestress in het centrum. Daarbij werd van ambtelijke zijde aangegeven dat er nog bijgestelde gegevens komen waarbij ook de impact (kroonvolume) van bomen op particulier terrein worden meegenomen. Kunt u toelichten hoe en in welke mate die bijdragen aan verminderen van hittestress in de openbare ruimte? Antwoord: We zijn een pilot voor de werkgroep Regionale Monitor Klimaatadaptatie. Met deze werkgroep kijken we welke indicatoren die zicht geven op de effecten van adaptatiemaatregelen zinvol zijn om te monitoren. Vanuit deze pilot is de behoefte geïdentificeerd om twee indicatoren te monitoren: 1) de boomkroonbedekkingsgraad en 2) de hoeveelheid beschikbare schaduw in het stedelijke gebied. Voor het monitoren van deze indicatoren maken we gebruik van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN), door de tijd. We verwachten dat de gegevens (kaarten) over boomkroonbedekking in het najaar van 2025 beschikbaar komen. Er is aantoonbaar verband tussen de boomkroonbedekkingsgraad en de verkoeling van de omgeving. Op deze wijze dragen bomen op particulier terrein ook bij aan de vermindering van hittestress in de openbare ruimte. b. We zien de toegezegde hittestresskaarten van de overige wijken graag tegemoet.
Geldt daarbij wat u betreft ook dat 30% schaduw van boomkronen daar een inspanningsverplichting en geen resultaatverplichting is (zoals werd gesteld voor het centrum)? Worden in de andere wijken bomen op particulier terrein wel of niet meegeteld? Antwoord: De kaarten over boomkroonbedekking komen in het najaar 2025 beschikbaar. Deze kaarten worden opgenomen in monitoringsdashboard voor Dordrecht, waarin ook de overige wijken staan. Dit dashboard zullen we u toesturen en/of toelichten met een presentatie. De 30% boomkroon-bedekking heeft betrekking op de som van het particuliere en openbare terrein. De 30% betreft een vuistregel, namelijk de 3-30-300 regel. Op dit moment werken we groenblauwe regels uit voor het Omgevingsplan, waarin we een inspanningsverplichting stellen voor het vergroenen van de openbare ruimte. Hierover hebben we u eerder via een RIB geïnformeerd. 2. Duurzame energieopwekking (vraag van de heer van der Meer, GroenLinks). De laatste jaren zijn windturbines voor boven op hoge gebouwen ontwikkeld en toegepast. In hoeverre zou deze technologie in Dordrecht kunnen bijdragen aan de doelstelling van duurzame energieopwekking en van energieneutrale gebouwen? Antwoord: Met een mini- of dakturbine kan een huishouden of een VvE, net als met zonnepanelen, zelf duurzame energie opwekken.
Er is nog veel onduidelijk over de opbrengst in de gebouwde omgeving, omdat deze erg locatieafhankelijk is. Uw raad heeft in 2024 de motie Wind op dak aangenomen. Naar aanleiding van deze motie is er beleid voor mini- of dakturbines opgesteld. In uw vergadering van 24 augustus 2024 heeft u
ingestemd met een pilot van 3 jaar. Na deze 3 jaar evalueren we naast de ruimtelijke impact ook de opbrengsten en het effect op de energielasten.
Technische beantwoording n.a.v. vragen tijdens beeldvormende sessie 13 mei 2025
1. Zijn er tussen de Merwedestraat en de rivier nog meer locaties die in eigendom van de gemeente zijn? (vraag van de heer Laban, CU/SGP) Antwoord: Zie onderstaande figuur met het gemeentelijk grondeigendom (blauw) ronde de 1e Merwedehaven (tussen Merwedestraat, Beneden Merwede en N3).
Figuur 2 - Overzicht grondeigendom gemeente Dordrecht (blauw) rondom de 1e Merwedehaven.
2. Is er in de Omgevingsvisie iets opgenomen over het voormalige Peute-terrein; aan wat voor invulling wordt gedacht? (vraag van de heer Stolk, VSP) Antwoord: Het Peute-terrein bevindt zich rond de Tweede Merwedehaven. Over deze Tweede Merwedehaven zeggen we in de Omgevingsvisie 2.0: “Het uitgangspunt is dat we de Eerste, Tweede én Derde Merwedehaven zoveel mogelijk gebruiken voor watergebonden bedrijvigheid. Voor het gebied van de Eerste en Tweede Merwedehaven richten we ons op het versterken van het maritiem cluster. […]” Op 27 mei as. wordt een voorstel voor ‘Vaststellen Uitgifte en financiële dekking Tweede Merwedehaven’ voorgelegd aan de raad. Hierin is aangegeven dat de gronden van het Peute-terrein via een openbare inschrijvingsprocedure worden uitgegeven. Geïnteresseerde marktpartijen kunnen aan de hand van het uitgifteprofiel een ontwikkelplan indienen. Dit plan moet voldoen aan de eisen die in het profiel aan het eindgebruik van het terrein zijn gesteld. U treft het profiel aan als bijlage bij het voorstel. 3. Wat zijn voldoende zwaarwegende redenen om de Omgevingsvisie in de toekomst te wijzigen? En wanneer zet de gemeenteraad zichzelf klem (bijvoorbeeld door zaken waarover nog geen duidelijkheid bestaat nu wel of niet in de Omgevingsvisie op te nemen)? (vraag van de heer Van Dam-Timmers, CDA) Antwoord: De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden.
Bij het ontwerp van dit nieuwe stelsel is de beleidscyclus gebruikt om te beoordelen welke verschillende instrumenten nodig zijn in de diverse fasen van deze cyclus. Deze beleidscyclus ziet er als volgt uit.
Figuur 3 - Beleidscyclus Omgevingswet
De omgevingsvisie is een instrument voor beleidsontwikkeling, het eerste kwadrant. Hiermee stelt de gemeenteraad de kaders voor het dagelijks bestuur bij besluiten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Een omgevingsvisie is een dynamisch document. Als gemeente kan je de visie op onderdelen aanpassen, waardoor zij meebeweegt met veranderende inzichten, actualiteiten en omstandigheden. Terugkoppeling (het vierde kwadrant uit de beleidscyclus) kan aanleiding geven voor het op onderdelen aanpassen van de visie. Bij de hele beleidscyclus is uiteraard het algemene beginsel van behoorlijk bestuur van toepassing. Zo ook voor het al dan niet op onderdelen aanpassen van de omgevingsvisie. Dit houdt in dat een overheidsbesluit of andere rechtshandeling altijd een heldere motivering moet hebben. Er moet zijn onderbouwd waarom het besluit wordt genomen en hoe zich dat verhoudt tot eerder genomen besluiten. De overheid moet consistent zijn en navolgbare keuzes maken. Dit is vastgelegd in artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Technische beantwoording n.a.v. nagezonden vragen beeldvormende sessie 13 mei 2025
1. Het opnemen van de bouwlocaties in de omgevingsvisie heeft naast het hebben van een visie ook juridische gevolgen .In de omgevingsvisie staan doel 5 Dordrecht is in 2040 een klimaatneutrale stad en doel 6 Dordrecht is in 2040 een duurzame en klimaatneutrale stad opgenomen. Heeft het opnemen van deze doelen ook juridische gevolgen? Kunnen bewoners of belangenorganisaties zoals Extintion Rebellion de gemeente juridisch ter verantwoording roepen als blijkt dat we dit doel financieel of technisch niet halen? (vraag van mevrouw Boom, VVD) Antwoord: De omgevingsvisie is een instrument voor beleidsontwikkeling. Dit instrument is alleen zelfbindend. Hiermee stelt de gemeenteraad de kaders voor het dagelijks bestuur bij besluiten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Beleidsdoorwerking gebeurt via omgevingswaarden, (instructie)regels, instructies en beoordelingsregels voor omgevingsvergunningen. Een omgevingsplan, met regels voor de fysieke leefomgeving en bijbehorende kaart, is juridisch bindend. De in de omgevingsvisie 2.0 opgenomen doelen 'Dordrecht is in 2040 een klimaatbestendige stad' en 'Dordrecht is in 2040 een duurzame en klimaatneutrale stad' betreffen beleidsambitie voor de fysieke leefomgeving. De gemeente kan de gewenste kwaliteiten van de fysieke leefomgeving of onderdelen daarvan concreter maken door die ook stevig juridisch vast te leggen.
Dat kan bijvoorbeeld door eisen vast te leggen in omgevingswaarden, of door een programma vast te stellen. Het dagelijks bestuur mag in beginsel niet afwijken van de omgevingsvisie bij besluiten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Doet zij dat wel, dan kunnen daartegen door derden rechtsmiddelen worden ingezet met een beroep op het motiveringsbeginsel. Dit algemene beginsel van behoorlijk bestuur houdt in dat een overheidsbesluit of andere rechtshandeling altijd een heldere motivering moet hebben. Er moet zijn onderbouwd waarom het besluit wordt genomen en hoe zich dat verhoudt tot eerder genomen besluiten. De overheid moet consistent zijn en navolgbare keuzes maken. Dit is vastgelegd in artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit wil niet zeggen dat afwijking van de omgevingsvisie in het geheel niet is toegestaan. Mits deugdelijk gemotiveerd, mag het dagelijks bestuur van Dordrecht – na advies door de gemeenteraad – tot andere keuzes komen dan volgens de omgevingsvisie het geval zou moeten zijn. Zo is het adviesrecht in onze gemeente ook opgebouwd. Hetzelfde gaat op voor het algemeen bestuur.
Mocht blijken dat Dordrecht haar gestelde doelen 'Dordrecht is in 2040 een klimaatbestendige stad' en 'Dordrecht is in 2040 een duurzame en klimaatneutrale stad' niet gaat- of kan behalen, kan zij met een deugdelijke motivering deze doelen bijstellen in de omgevingsvisie. Hiervoor is een expliciet raadsbesluit nodig, waarbij ze aankondigt de visie bij een volgende aanpassingsronde op dit punt te aan te passen. Wanneer de gemeente 'juridisch ter verantwoording wordt geroepen' over het niet bereiken en/of wijzigingen van deze doelen, zal de rechter in dat geval toetsen of de gemeenteraad het bestreden besluit in redelijkheid, gelet op de daarbij betrokken belangen, had mogen nemen. De rechter oordeelt niet over de inhoud van het besluit zelf, maar kijkt alleen of het besluit op de juiste manier tot stand is gekomen.
Omdat de gestelde doelen beleidsambitie betreffen - en geen omgevingswaarden - is de gemeente ook niet verplicht om bij een (dreigende) overschrijding van het doel een programma op te stellen met maatregelen, waardoor ze wel kan voldoen aan het doel. Een situatie die zich wel voordoet in het geval van een gestelde omgevingswaarde. 2. Kunt u de tijdens de presentatie op een kaartje getoonde globale plekken van verdichtingslocaties nader concretiseren en daarbij aangeven aan welke aantallen per locatie wordt gedacht, en wat de impact is voor ruimte voor groen, parkeren, spelen en ontmoeten (vraag van de heer van der Meer, GroenLinks). Antwoord: De op doelkaart 1: 'Dordrecht is een aantrekkelijke stad' aangegeven verdichtingslocaties volgen uit de wijkoverstijgende verdichtingsprincipes, in het bijzonder: verdichten rondom stations (<1.200 m) en rondom wijkcentra (<400 m). Op dit moment kan nog geen uitspraak worden gedaan over aantallen per locatie en eventuele impact op ruimte voor groen, parkeren, spelen en ontmoeten, omdat dit nog niet is uitgewerkt. Wanneer de verdichtingslocaties verder zijn uitgewerkt, zal dit beschikbaar komen. Daarbij is kwalitatief verdichten ten alle tijden het streven. Daarnaast zijn buiten de globaal aangeduide verdichtinglocaties op doelkaart 1, ook de andere verdichtingsprincipes van toepassing in de stad. Zie figuur hieronder.
Omdat we alleen willen verdichten als dit de straat, buurt of wijk sterker maakt, zijn niet alle verdichtingsprincipes in iedere wijk op dezelfde manier toepasbaar.
Figuur 4 – De 9 verdichtingsprincipes uit Voorstel startnotitie verdichtingsplannen april 2024
3. Wordt overwogen om de minimumgrootte van 70 m2 daarbij los te laten om ruimte te sparen en tot meer betaalbare woningen te kunnen komen? Zo nee waarom niet, gezien de toenemende behoefte aan betaalbare en het toenemende aantal één- en tweepersoonshuishoudens? (vraag van de heer van der Meer, GroenLinks) Antwoord: Bij de bespreking van de uitgangspunten voor de huisvestingsverordening in
2024 is in de raad gesproken over de grens van 70m2. Daaruit is naar voren gekomen om het principe wel te handhaven. Dit geldt voor bestaande woningen en dan voor de binnenstad (minus het kernwinkelgebied), 19e eeuwse schil, Reeland en Krispijn. Het hoofddoel van de Omgevingsvisie is kwaliteit en het hanteren van een minimum oppervlakte van woningen speelt een rol in kwaliteitsbewaking. We houden 70m2 aan als minimale oppervlakte als de woning bedoeld is voor een huishouden met meerdere personen (geschikt voor een gezin). Niet alle woningen hoeven hier dus aan te voldoen. Er zijn tal van situaties waarin het nu al is toegestaan: 1) Nieuwbouw. In de doelgroepenverordening is de mogelijkheid voor kleinere woningen opgenomen: Doelgroepenverordening woningbouw Dordrecht | Lokale wet- en regelgeving. Voorgesteld is dit te laten gelden voor nieuwbouw op het Maasterras. Dat geldt dan met name voor eenpersoonshuishoudens. 2) Woningvorming. In de meeste wijken is het toegestaan om kleinere woningen te vormen. In het centrum wordt erop gestuurd om ook woningen voor gezinnen te behouden. Een uitzondering is dat in bepaalde winkelstraten boven winkels kleinere woningen mogen worden gevormd. Momenteel ligt er een voorstel voor (huisvestingsverordening) om het vormen van een woning van 45m2 toe te staan als de eigenaar van de woning er zelf ook blijft wonen.
Het klopt dat de behoefte aan betaalbare woningen groot is, maar dat wil niet zeggen dat dit dan woningen onder de 70m2 zouden moeten worden. De behoefte aan kleine woningen (minder dan drie kamers ofwel kleiner dan 70m2) is beperkt. Daarnaast is het nog steeds goed mogelijk om een fatsoenlijke woning te realiseren onder de betaalbaarheidsgrens én zetten we in op doorstroming - door het faciliteren van de bouw voor verschillende doelgroepen - om betaalbare woningen vrij te spelen. 4. Hoe verhoudt het aantal op die locaties te realiseren grondgebonden sociale huur-, sociale koop- en betaalbare koopwoningen zich tot de behoefte? (vraag van de heer van der Meer, GroenLinks) Antwoord: De woningbouwopgave bestaat voor een deel uit behoefte van onze eigen inwoners. Daarbovenop willen we als stad groeien en de sociaal-economische positie verbeteren. Uit deze gecombineerde doelstelling is een woningbouwprogramma opgesteld en vastgelegd door de raad. Periodiek wordt onderzocht hoe de behoefte zich ontwikkelt. In een recente raadsinformatiebrief is een analyse gegeven hoe de behoefte zich verhoudt tot de programmering. ONGETEKENDE-RIB-WoningmarktanalyseDrechtsteden.pdf 5.
Kan globaal worden aangegeven wat de prijs van een grondgebonden woning en van een appartement van 70 m2 is op de verdichtingslocaties en op een locatie aan of net over de rand van de huidige stadscontour? (vraag van de heer van der Meer, GroenLinks) Antwoord: Het is niet precies te zeggen en hangt van veel factoren af. Wel is een globale indicatie te geven. Woningbouwprijzen worden bepaald door de marktwaarde op een bepaalde locatie en het aantal m2 van de woning. Het is in Dordrecht sterk afhankelijk van de locatie (binnenstedelijk) wat de woningprijzen zijn. Deze liggen bijvoorbeeld hoog op Stadswerven en in het centrum (5.000-6.500 euro per m2) en laag op de Staart en in Dordt West (3.000 euro per m2). Prijzen zijn hoger voor nieuwbouw dan voor bestaande bouw.
Net over de rand van de huidige stadscontour zijn geen gegevens van beschikbaar, omdat hier te beperkte data van beschikbaar is. Een schatting aan de hand van andere wijken zoals Wilgenwende en de Hoven is 5.000 per m2. Er is wel een verschil in de kosten om de woningen te ontwikkelen. Binnenstedelijk zijn de bouwkosten hoog omdat er vaak sprake is van bijvoorbeeld sloopkosten, milieu gerelateerde kosten (saneren, geluidsschermen etc.), vertraging door bezwaar en beroep. Dat betekent dat er vaak een financieel tekort is op projecten (negatieve GREX). Om die reden wordt gezegd dat binnenstedelijk ontwikkelen duur is. 6. Onder welke condities en met welke procedure kan de Omgevingsvisie na vaststelling worden gewijzigd? (vraag van de heer van der Meer, GroenLinks) Antwoord: De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. Bij het ontwerp van dit nieuwe stelsel is de beleidscyclus gebruikt om te beoordelen welke verschillende instrumenten nodig zijn in de diverse fasen van deze cyclus. Deze beleidscyclus ziet er als volgt uit.
Figuur 5 - Beleidscyclus Omgevingswet
De omgevingsvisie is een instrument voor beleidsontwikkeling, het eerste kwadrant. Hiermee stelt de gemeenteraad de kaders voor het dagelijks bestuur bij besluiten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Een omgevingsvisie is een dynamisch document. Als gemeente kan je de visie op onderdelen aanpassen, waardoor zij meebeweegt met veranderende inzichten,
actualiteiten en omstandigheden. Terugkoppeling (het vierde kwadrant uit de beleidscyclus) kan aanleiding geven voor het op onderdelen aanpassen van de visie. Bij de hele beleidscyclus is uiteraard het algemene beginsel van behoorlijk bestuur van toepassing. Zo ook voor het al dan niet op onderdelen aanpassen van de omgevingsvisie. Dit houdt in dat een overheidsbesluit of andere rechtshandeling altijd een heldere motivering moet hebben. Er moet zijn onderbouwd waarom het besluit wordt genomen en hoe zich dat verhoudt tot eerder genomen besluiten. De overheid moet consistent zijn en navolgbare keuzes maken. Dit is vastgelegd in artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 7. In Dordrecht hebben wij behoorlijk veel na-oorlogse woningen in diverse wijken. Deze woningen zijn over het algemeen niet duurzaam gebouwd en met de toekomstige opgave in onze stad (klimaatopgave, energietransitie, leefbaarheid/sociale cohesie, mobiliteit, etc) zou hierop een visie moeten zijn, juist in de omgevingsvisie. Daarnaast is het ook nog eens zo dat veel van deze woningen in particulier bezit is. Dat maakt de opgave misschien zelfs nog 'moeilijker'.
Concreet: Wat is de visie van het college voor de toekomst van dit soort woningen in de diverse wijken? Kan daar informatie over gegeven worden? (vraag van de heer Gündogdu, Op Ons Eiland) Antwoord: De centrale ambitie in de omgevingsvisie 2.0 is dat Dordrecht een eiland met kwaliteit wil zijn (A.2.2 De centrale ambitie). Een goede kwaliteit van leven en een goede kwaliteit van de leefomgeving. In het licht van de klimaatopgave is het uitgangspunt dat we de stad beter bestand maken tegen hitte en beschermen tegen hoog water en we verbeteren de biodiversiteit. De stad wordt hiermee in zijn geheel toekomstbestendiger. Nieuwbouw- en herstructureringslocaties hebben mogelijk ruimte om multifunctioneel groenblauw ruimtegebruik toe te passen, waar ook het omliggend bestaand gebied baat bij heeft. Zo zorgen we voor een betere leefbaarheid van de woonwijken. Daarnaast zetten we met de omgevingsvisie 2.0 in op een gevarieerd woningaanbod en sterkere wijken (A.2.3.1 De realisatie van 11.000 woningen). Daarvoor zijn ook ingrepen in de bestaande voorraad nodig. Een deel van de woningvoorraad voldoet niet meer aan de eisen van deze tijd (waaronder de energetische kwaliteit) en kan sloop tegemoet zien. Dit zijn vooral sociale huurwoningen in het bezit van woningcorporaties. Woningcorporaties bouwen de gesloopte aantallen sociale woningen vrijwel allemaal terug.
En omdat voor Dordrecht ‘verdichten’ het uitgangspunt is, komen er in principe per saldo altijd meer sociale woningen terug. Naast het toekomstbestendig maken van de woningvoorraad van woningcorporaties, is dit ook een opgave voor (een deel van de) woningvoorraad in bezit van particulieren. Hiervan voldoet een deel ook niet meer aan de eisen van deze tijd, waaronder de energetische kwaliteit. Op 18 juni 2024 heeft uw raad de Routekaart Klimaatneutraal 2040 vastgesteld. In de routekaart Gebouwde Omgeving staat welke aanpak we kiezen om de gebouwde omgeving klimaatneutraal te maken. De hoofdlijnen zijn opgenomen in de Omgevingsvisie onder doel 6: Dordrecht is in 2040 een duurzame en klimaatneutrale stad. We zetten in op voldoende isoleren van woningen in heel Dordrecht en het bieden van een betaalbaar alternatief voor aardgas. Voor verschillende groepen inwoners ontwikkelen we een ondersteuningsaanbod:
•
Route Gebouwde Omgeving […] - We helpen inwoners, organisaties en bedrijven om energie te besparen. Goed geïsoleerde woningen en gebouwen zijn comfortabel en isoleren is de eerste stap naar aardgasvrij. Het draagt breed bij aan de doelen van deze omgevingsvisie: een duurzame en klimaatneutrale stad (zie Doel 6), maar ook aan een aantrekkelijke en gezonde stad (zie Doel 1 en Doel 3). Het is ook van invloed op het sociale domein, door het tegengaan van energiearmoede. Met isoleren van de bestaande gebouwen in de stad is nog veel winst te behalen. We zorgen ervoor dat de aanpak per doelgroep aansluit bij de isolatieopgave. Voorbeelden zijn aanpakken voor inwoners die een slecht geïsoleerde woning en een lage WOZ-waarde hebben (aanpak Nationaal Isolatie Programma), maatwerkadviezen voor monumenteneigenaren of een branchegerichte aanpak voor publiek vastgoed als scholen en religieuze gebouwen. Maar ook ondersteuning van huishoudens met laagdrempelige kleine energiebesparende maatregelen hoort bij de aanpak. De woningcorporaties hebben de opgave om hun bezit te verduurzamen. Dat geldt ook voor particuliere verhuurders. Samen met de gemeente worden daar afspraken over gemaakt. -
We gaan stap voor stap over naar andere manieren van verwarmen van woningen en gebouwen Voor iedere wijk werken we aan een passend alternatief voor aardgas. De hoofdlijnen hebben we in beeld via de Transitievisie Warmte (vanaf 2025: Warmteprogramma), de uitwerking per wijk komt in zogenaamde wijkuitvoeringsplannen te staan. Die stellen we samen met de wijk of buurt op. We gaan voor het alternatief uit van de voorkeursvolgorde voor warmte: direct bruikbare warmte (warmtenet) – op te waarderen warmte (warmtepomp) – te maken warmte (duurzaam gas). Voor het grootste deel van Dordrecht geldt dat het warmtenet maatschappelijk gezien het beste alternatief is. We houden hiermee de extra opwek van duurzame elektriciteit op ons eigen grondgebied beperkt. Gebieden of individuele gebouwen waar het warmtenet niet het beste alternatief is, doorlopen een ander transitiepad. Veelal zal dit een all-electric of hybride-oplossing zijn. We organiseren collectieve ondersteuning op deze alternatieven.
-
Bij nieuwbouw zetten we in op klimaatneutraal groeien Er komen de komende jaren veel nieuwe woningen bij. Naast aantallen realiseren, willen we ook kwalitatief goede woningen neerzetten. Daar waar het kan, gaan we verder dan de landelijke regelgeving bij prestaties die in de praktijk haalbaar zijn, zoals energieneutraal en circulair bouwen. Ook hebben we aandacht voor de toenemende vraag naar koeling (vanwege steeds vaker voorkomende hittegolven), waarbij we verdere elektrificatie van de gebouwde omgeving proberen te voorkomen. We zijn aangesloten bij het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen.
Ook met betrekking tot funderingsproblematiek doen we uitspraken in de omgevingsvisie 2.0. Problemen met funderingen kunnen met name spelen bij woningen op houten palen of woningen ‘op staal’ (dit zijn niet-onderheide woningen). Bodemdaling zelf is niet tegen te gaan. Wel proberen we als gemeente de gevolgen te beperken door rekening te houden met de inrichting van de openbare ruimte en bij de uitvoering van
werkzaamheden. Onder het doel 5: Dordrecht is in 2040 een klimaatbestendige stad, is het volgende opgenomen: […] de funderingsproblematiek worden onderzocht en nieuwe aanpakken worden uitgeprobeerd. De ambitie rond funderingen ‘op staal’ (zonder palen) is om dicht bij de bewoners te gaan staan en hen waar mogelijk te ondersteunen. Om te beginnen met een website en Funderingsloket. 8. Als de raad beslist om pas in 2050 klimaatneutraal te willen worden ipv 2040; wat betekent dit voor deze omgevingsvisie? Welke opgaven zetten wij dan nu -tijdelijk- in de ijskast? Deze omgevingsvisie is opgesteld met de scope 2040. Kunnen wij hiervan concrete voorbeelden krijgen en wat dit stedenbouwkundig, sociaal en financieel kunnen betekenen omdat wij bepaalde investeringen op langere termijn uitspreiden. (vraag van de heer Gündogdu, Op Ons Eiland) Antwoord: Dordrecht zet in op een duurzame en klimaatneutrale stad in 2040. Dat heeft de gemeenteraad al eerder zo besloten met het vaststellen van de Routekaart Klimaatneutraal 2040 (18 juni 2024). Dat betekent dat we geen uitstoot meer van broeikasgassen in 2040 hebben of dat die uitstoot wordt gecompenseerd, bijvoorbeeld door meer groen in de stad aan te leggen.
Er ligt dan ook een relatie met andere doelen in de omgevingsvisie, zoals doel 3 (Dordrecht is een gezonde stad), doel 5 (Dordrecht is een klimaatadaptieve stad) en doel 7 (Dordrecht is een biodiverse stad). De doelen, opgaven en aanpak voor klimaatneutraal staan gegeven in de Routekaart Klimaatneutraal 2040. Hierin zijn routekaarten ontwikkeld voor Mobiliteit, Economie, Gebouwde Omgeving en Energie. In de omgevingsvisie 2.0 zijn de hoofdlijnen voor de routekaart Mobiliteit opgenomen bij Doel 2: Dordrecht is een bereikbare stad en voor de routekaart Economie bij Doel 4: Dordrecht heeft een toekomstbestendige economie. Voor de routekaarten Gebouwde Omgeving en Energie staan de hoofdlijnen beschreven bij doel 6: ‘Dordrecht is in 2040 een duurzame en klimaatneutrale stad’. Monitoring in het kader van de Routekaart Klimaatneutraal 2040 geeft op dit moment geen aanleiding om het eerder gestelde doel (klimaatneutraal in 2040) aan te passen.