CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen Cultuurnota Dordrecht 2030 ter voorbereiding op oordeelsvormende vergadering d.d. 14 mei 2024.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 24 september 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 41: Vaststellen Cultuurnota Dordrecht 2030 - Raadsvoorstel4.299 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen over Cultuurnota Dordrecht 2030, 3-5-2004 Vragen SP Dordrecht / Raymond Hartmeijer 1. Wij zien een verhoging van middelen aan het Dordrechts Museum tot bijna een ton meer in 2028. Wat is de aard van deze verhoging? Het verloop op de begroting is te herleiden tot de mutaties op kapitaallasten (rente en afschrijving) en planmatig onderhoud die via het gemeentelijk vastgoedbedrijf lopen. Kapitaallasten wijzingen als gevolg van afloop of aanvang van afschrijving op investeringen. De uitgaven voor planmatig onderhoud volgen de (voorgeschreven) meerjarenonderhoudsplanning van vastgoed. Beide uitgavencategorieën worden verrekend met respectievelijk de reserve afschrijving en de onderhoudsvoorziening vastgoed en hebben geen invloed op de reguliere exploitatie van het museum. De budgetten van de reguliere exploitatie zijn niet aan wijziging onderhevig. 2. In het recente verleden werden er extra middelen vrijgemaakt om ten minste eenmaal per jaar een tentoonstelling met landelijke uitstraling te organiseren in het museum. Is dit voldoende gerealiseerd en wat is de verwachting hierin de komende jaren? In onze tentoonstellingsprogrammering op de locatie Dordrechts Museum programmeren we om het jaar een grote A-tentoonstelling, met nationale en soms zelfs internationale uitstraling.

De laatste A-tentoonstelling was "In het licht van Cuyp" in 2021/2022, dit najaar (2024) staat "Liberté – Ary Scheffer en de Franse Romantiek op de planning. Voor inzicht in de (economische) spin-off van de Cuyp-tentoonstelling naar de (binnen)stad: zie bijlage 1 voor de rapportage van het Onderzoekscentrum Drechtsteden. 3. Op welke manier zijn middelen verdeeld tussen de diverse dependances van Dordrechts Museum? Zijn deze gelabeld en zijn daar afspraken over gemaakt tussen de gemeente en het bestuur van het museum? Graag daar meer inzicht in. Als deze verdeling aan de voorkant plaatsvindt zouden wij daar graag een overzicht van willen ontvangen. Personeel van het cluster musea is vaak niet gebonden aan één locatie, maar werkt voor meerdere locaties. Daarnaast zijn er niet alleen de 3 publiekslocaties, maar ook een depot, subsidiegeld voor Beeldend Kunstenaars, en is het regionaal archief onderdeel van het cluster. Dus veel kosten zijn niet gelabeld aan één locatie. We kunnen wel inzicht geven in de begrote gebouwkosten per locatie (afschrijvingslasten en rentelasten van de in het verleden gedane investeringen, energiekosten, belastingen, schoonmaakkosten e.d.).

Dat zijn (ongeveer) de volgende totaalbedragen voor 2024:  Dordrechts Museum: € 1,7 mln  Hof van Nederland: € 1,1 mln  Huis Van Gijn: € 0,2 mln  Depot: € 0,6 mln Vragen Gewoon Dordt / Gertjan Kleinpaste, 18/4/2024 1. Ik zou graag willen weten hoe de criteria zijn toegepast en de afweging is gemaakt om Museum ‘40-‘45 wel in de basisinfrastructuur op te nemen en het Patriciërshuis niet. In de nota wordt voorgesteld de huidige basisinfrastructuur te behouden en in 2027/2028 deze te evalueren. Museum 40-45 maakte al onderdeel uit van de huidige basisinfrastructuur, Dordts Patriciershuis niet. In bijlage 5 zijn criteria die genoemd die van toepassing zijn op de huidige organisaties en uitgangspunt zullen zijn voor de komende periode. De keuze om de basisinfrastructuur niet te wijzigen kan in de oordeelsvormende vergadering nader worden toegelicht.

2. Hoe wordt de participatie in wijken gestimuleerd om cultuur beter in de wijk te verankeren? Is dat vraaggestuurd of aanbodgericht?  We vragen culturele organisaties om hun bereik in de wijk te vergroten en hier meer op te focussen. In overleg met deze organisaties bepalen we hoe we de activiteiten zo goed mogelijk kunnen verdelen over doelgroepen en de stadsdelen, waarbij we ook gebruik maken van het Culturele Doelgroepenmodel.  De gemeentelijke cultuurmakelaar en de cultuurverbinders van het SOC (Samen Ontwikkelen door Cultuur) spelen hier een verbindende rol in. De cultuurmakelaar legt stedelijke verbindingen tussen culturele organisaties, initiatieven en inwoners en ondersteunt bij het aanvragen van subsidies. De cultuurverbinders richten zich op het ontwikkelen en aanjagen van culturele activiteiten in een aantal wijken. Hun kennis van en contacten binnen het netwerk in de wijk bieden de mogelijkheid om nog meer de behoefte in de wijk op te halen, activiteiten te stimuleren en culturele interventies in het sociaal domein op te zetten.  Het uitgangspunt is dat de activiteiten dialooggestuurd tot stand komen, samen met de partners uit de wijk, inwoners en culturele partners. 3. Hoe verhoudt het ‘Dordtse DNA’ zich tot de tijdgeest? Het Dordtse DNA is tijdloos, verandert in principe niet: het is de essentie van Dordrecht, wat Dordrecht kenmerkt.

Het geeft aan waar Dordrecht voor staat, waar de stad in gelooft en wat het betekent voor bewoners, bezoekers, ondernemers en partners. Het wordt wel aangevuld en ingekleurd met nieuwe invalhoeken en initiatieven, zoals mijlpalen. 4. Maarten Wijk legde ooit fraai uit hoe de culturele infrastructuur gedijt op een humuslaag van vele grote en kleine kunstbeoefenaars, lokale initiatieven, culturele hotspots en rafelranden. Hoe houdt het college die zo belangrijke humuslaag gezond? Dit doen we op verschillende manieren (zie ook hoofdstuk 5 van de nota). Enkele voorbeelden: kerninstellingen krijgen de nadrukkelijker taak in het ondersteunen van kleinere organisaties en vrije makers en we stimuleren de onderlinge samenwerking binnen de sector, bijvoorbeeld via het Netwerk Amateurkunst en het Cultureel Platform. Ook willen we meer aandacht geven aan de connectie tussen beide netwerken, ook in combinatie met het Evenementenplatform en vrije makers, waar het gaat om thema's die voor hen interessant zijn, vb. kennisatelier rondom Toegankelijkheid en Inclusie. Een open netwerk kan leiden tot interessante kruisbestuivingen, multidisciplinaire initiatieven en een aantrekkelijk makersklimaat.

Vragen Partij voor de Dieren 1. In het voorstel vaststellen Cultuurnota 2019 ‘De Kracht van cultuur, voor en door iedere Dordtenaar’ staat op bladzij 3 vermeld welk participatieproces is doorlopen. In de presentatie van dinsdag 16 april 2024 staat vermeld dat in de periode april tot juni 2023 diverse participatiebijeenkomsten zijn gehouden. Welk participatieproces is doorlopen en welke organisaties hebben hieraan deelgenomen. Een overzicht van alle stappen in het participatieproces staat in bijlage 1 (pagina 37) van de nota. Zie bijlage 2 voor een overzicht van de organisaties die aanwezig waren bij de diverse bijeenkomsten. 2. De Dordtse basisinfrastructuur is al jaren ongewijzigd. In aanloop naar de periode 2029 – 2032 evalueren we opnieuw. Welke evaluatie heeft er in de periode 2019 – 2024 plaatsgevonden? Jaarlijks worden subsidies verantwoord, met een jaarverslag/-verantwoording. De vaststellingsbeschikkingen daarvan zijn geanalyseerd. Daarnaast hebben de huidige organisaties

op ons verzoek schetsplannen ingeleverd waarin zij aangaven hoe zij invulling willen geven aan de uitgangspunten voor de nieuwe nota (op basis van de startnotitie). Met de grote instellingen is daar in een aparte sessie nog over doorgepraat. 3. Culturele organisaties die niet onder de Dordtse basisinfrastructuur vallen kunnen gebruik maken van incidentele subsidies. Hoe moeten zij omgaan met structurele tekorten die alleen opgelost kunnen worden door structurele subsidies? Door te zoeken naar mogelijkheden voor (het verhogen van) andere inkomsten (bv uit horeca of sponsoring) en/of het beperken van lasten kunnen zij wellicht alsnog het verwachte tekort terugdringen. Daarnaast incidentele subsidieregelingen, externe fondsen, crowdfunding (vb. via Voordekunst, waarmee we als gemeente een samenwerking hebben 4. In 2027/2028 worden de gemaakte meerjarenafspraken en de basisinfrastructuur geëvalueerd. Daarvoor richten wij een open proces in waarbij alle organisaties die in ieder geval voldoen aan de voorwaarden en passen binnen het beleid kans maken. Wat is de reden dat dit open proces niet heeft plaatsgevonden terwijl al in 2019 is aangegeven naar verbreding te kijken? Zoals vermeld in de nota is de huidige samenstelling compleet en divers genoeg en een goede basis voor verdere bloei en vernieuwing van het culturele ecosysteem.

Uit de analyse van de prestaties van de huidige basisinfrastructuur (zie antwoord vraag 2) concluderen we dat de organisaties voldoen aan de gemaakte afspraken die passend zij bij onze doelstellingen. Er zijn geen bijzonderheden uit naar voren gekomen. Huidige partijen hebben afgelopen jaren goed hebben gepresteerd (waarbij we de coronajaren als niet-representatief beschouwen) en het beleid van organisaties voor de komende jaren sluit aan op onze uitgangspunten. Verder zagen we binnen de begroting voor cultuur geen ruimte voor uitbreiding van de basisinfrastructuur. Door te verbreden zou de basisinfrastructuur nu minder stabiel en gezond gehouden kunnen worden en dus een minder stevige basis kunnen zijn. Een proces van beoordeling en heroverweging van de samenstelling van de basisinfrastructuur vergt een stevig en zorgvuldig proces. Het is logischer om dit te doen na de discussie over en de keuzes ten aanzien van het 'ravijnjaar'. In de vorige nota (2019) is overigens niet aangegeven dat we gaan kijken naar verbreding van de basisinfrastructuur. Wel is de doelstelling verbreden publieksbereik daarin opgenomen, maar dat is daar niet (alleen) van afhankelijk. 5. In de cultuurnota 2030 staat dat duurzaamheid opgenomen wordt in de meerjarige subsidieafspraken met de instellingen in de Dordtse culturele basisinfrastructuur.

Over de culturele organisaties die niet in de Dordtse culturele basisinfrastructuur zijn opgenomen worden geen afspraken over duurzaamheid gemaakt, zeker niet als deze niet in gemeentelijk vastgoed gevestigd zijn. Incidentele subsidieaanvragen zijn hier niet voor bedoeld, is erover nagedacht hoe deze organisaties in aanmerking kunnen komen voor een duurzaamheidssubsidie? In onze incidentele subsidieregeling wordt wel gevraagd aan te geven hoe men invulling geeft aan duurzaamheid in het initiatief. Verder zijn er landelijke subsidieregelingen en fondsen voor duurzaamheid (zie bijvoorbeeld hier)

Vragen CDA Dordrecht, Albert Klerk De vragen betreffen vooral de relatie van de gemeente met het Dordrechts Museum (als gemeentelijke dienst).

1. Welke (ondersteunende) rol kan het Dordrechts Museum vervullen ten aanzien van andere musea/culturele instellingen in onze stad? Het Dordrechts Museum is onderdeel van het Cultureel Platform (waar alle professionele culturele organisaties deel van uit maken) en het Dordts Cultuur Team (DCT), waarin de grotere culturele instellingen in de stad verenigd zijn (Kunstmin, ToBe, Bibelot, Onderwijsmuseum en Dordrecht Marketing). In beide draagt het Dordrechts Museum bij door kennis- en informatiedeling en meewerken aan praktische uitwisseling, zoals bij de gezamenlijke cultuurcampagne die nu loopt. Daarnaast heeft het Dordrechts Museum vanuit het gebied Hofkwartier veel samenwerking en soms gezamenlijke (rand)programmering met de Kunstkerk en De Witt, die precies op de (kunstroute) tussen Dordrechts Museum en Hof van Nederland inliggen. Een ander voorbeeld is de samenwerking (en gezamenlijke tentoonstelling) met Pictura, die dit jaar haar 250 jarig bestaan viert. Een gezamenlijk ontwikkelde wandelroute, waarin ook het Patriciërshuis is meegenomen, is daar een onderdeel van. Ook maken het Dordrechts Museum af en toe (betaald) gebruik van vergaderruimtes die de Kunstkerk, De Witt en Patriciërshuis bieden.

Op het depot biedt het Dordrechts Museum opslagruimte voor (deel)collecties van het Onderwijsmuseum, en ook voor museum '40-45 biedt zij haar netwerk aan voor restauratie, presentatie, opslag. Nog een voorbeeld is dat ze met het Dordts Philharmonisch Orkest in overleg is of ze iets gezamenlijks kunnen doen met het gezamenlijke 100-jarig jubileum in 2025 (Huis van Gijn bestaat volgend jaar ook 100 jaar als museum!). 2. In welke steden zijn er nog musea die een gemeentelijke dienst vormen? Hoe worden deze musea financieel gesteund? Er is geen compleet overzicht te vinden van musea die nog een gemeentelijke dienst vormen. Het zal niet de meerderheid van de musea zijn. Musea waarvan wij weten dat zij nog onderdeel van de gemeentelijke dienst vormen zijn:  De Lakenhal in Leiden  Prinsenhof in Delft  Van Abbemuseum in Eindhoven  Westfries Museum in Hoorn  Stedelijk museum Kampen De kosten en opbrengsten van deze musea vormen dus, net als in Dordrecht, direct onderdeel van de gemeentelijke begroting. Er is geen sprake van een subsidie-relatie met een externe stichting. De laatste decennia worden steeds meer musea verzelfstandigd.

Veel gehoorde motieven voor verzelfstandiging van gemeentelijke musea zijn: • Een museum als gemeentelijke dienst is geen kerntaak van een gemeente; • Verzelfstandiging vergroot mogelijkheden voor cultureel ondernemerschap; • Een organisatie die bedrijfsmatiger en daardoor effectiever en efficiënter gaat werken. 3. In hoeverre geldt dit ten aanzien van het Dordrechts Museum? Of het museum als gemeentelijke dienst een kerntaak is van een gemeente is een keuze die het gemeentebestuur zelf kan maken. Het Dordrechts Museum is een publieke instelling met een maatschappelijke en inhoudelijke taak en dragen daarmee bij aan plezier, ontspanning en welzijn. Kunst en geschiedenis kunnen bijdragen aan een gevoel van ergens bij horen, ergens vandaan komen, maar ook vragen daarover stellen. In die zin dragen we bij aan verbinding tussen mensen (wijkprogrammering), aan informele educatie voor zowel kinderen als volwassenen, en met verbinding tussen geschiedenis, heden en toekomst: wat is onze identiteit als stad en bewoners?

Het Dordrechts Museum wordt als gemeentelijke dienst niet gehinderd in mogelijkheden voor cultureel ondernemerschap: ze zoekt actief naar bijdragen van externe fondsen en partijen om tentoonstellingen, verwervingen of activiteiten mogelijk te maken. Ook wordt geen belemmering ervaren in bedrijfsmatiger werken. 4. Wat zouden (in hoofdlijnen) de financiële consequenties zijn voor de gemeente Dordrecht van een dergelijke ontwikkeling? Het antwoord op deze vraag is niet zomaar te geven. Een belangrijke vraag hierbij is bijvoorbeeld of de gebouwen en (klimaat)installaties, die een groot deel van de kosten van de musea vormen, eigendom van het gemeentelijk vastgoedbedrijf zouden blijven of, "mee worden verzelfstandigd". De gemeentelijke CAO voor medewerkers in het cluster musea is per functie ongeveer gelijk aan de CAO van de Museumvereniging, dus qua salarislasten zal er een beperkt verschil optreden. Er zal dan sprake gaan zijn van een subsidierelatie, daar waar die op dit moment niet aanwezig is uiteraard. Andere financiële consequenties:  Een eigen zelfstandige bedrijfsvoering brengt extra structurele kosten voor het museum met zich mee (o.a. hr manager, controller, accountant, ict) die nu in de dienstverlening van de gemeente opgenomen zijn.

 Er zijn eenmalige frictiekosten te verwachten voor het overgaan naar een nieuwe cao (museumcao), voor afkoop pensioenfonds, voor ontvlechting en het realiseren van een weerstandsvermogen. Ook wordt nu gebruik gemaakt van de gemeentelijke ICT infrastructuur en de salarisadministratie. Die ontvlechting en het opzetten van een geheel nieuwe zelfstandige structuur zal een forse (éénmalige) investering vergen.  Er is meer risico bij financiële tekorten voor het museum, bijvoorbeeld exploitatierisico’s bij tegenvallende bezoekersaantallen en extra kosten bij ziekteverzuim. Een zelfstandige organisatie is in dat opzicht kwetsbaarder, maar ook kwetsbaarder voor uitval door ziekte of personele wisselingen Daarnaast spelen bij een verzelfstandiging (zeker niet uitputtend) nog een aantal belangrijke zaken:  Kunst in de Openbare Ruimte, Beeldend Kunst Subsidieloket en Archeologie zijn gemeentelijke taken, nu ook ondergebracht in het cluster musea.  De gemeente (cluster musea) bezit een grote en waardevolle collectie van schilderijen, tekeningen en kunstnijverheid (Huis van Gijn). Een deel van de collectie is niet in eigendom, maar in langdurig bruikleen aan de gemeente gegeven vanuit de vereniging Dordrechts Museum (ooit de "start" van de collectie en voorloper van het Dordrechts Museum).

Er is hierover overleg en een nieuwe overeenkomst nodig met VDM als het museum verzelfstandigd wordt.

Vragen Dordtse VVD, Jeanine Lammens We lezen in de cultuurnota dat de samenstelling van de Dordtse culturele basisinfrastructuur de komende jaren gelijk blijft aan die uit de vorige nota. Wat waren destijds de voorwaarden, graag een exacte uiteenzetting? En zijn de huidige voorwaarden van de samenstelling van de basisinfrastructuur in deze cultuurnota 100% gelijk aan die van de vorige of zijn er verschillen? Zo ja, welke? Er zijn voor de samenstelling van de basisinfrastructuur in de vorige nota geen voorwaarden opgesteld. In bijlage 5 staan voorwaarden die gelden voor de huidige organisaties en die we komende periode hanteren bij de meerjarensubsidieafspraken.

En zo neen, kan het college dan op een andere wijze nauwkeuriger onderbouwen hoe basisinfrastructuur samengesteld is? De samenstelling bestaat uit organisaties die nu begrotingssubsidie ontvangen. Deze samenstelling is historisch gegroeid. Kan het college bijvoorbeeld puntentoekenningen (of andere systematiek) delen die als basis dienen voor toetreding van basisinfrastructuur? Die is er nog niet. Gelden voor de huidige basisinfrastructuur dezelfde uitgangspunten zoals gesteld in de voorgenomen aanpassingen in Bijlage 5 (Subsidiesystematiek)? Zo neen, waarom niet? Ja Onder welke voorwaarden zou een tussentijdse aanspraak van een organisatie op de meerjarensubsidie mogelijk zijn, gezien de ruime termijn tot 2029? Op basis van het voorstel in de nota is het niet mogelijk tussentijds alsnog in aanmerking te komen voor meerjarensubsidie. Welk perspectief geeft het college naar organisaties die nu, om wat voor reden dan ook, buiten de boot vallen voor wat betreft de basisinfrastructuur en de subsidiesystematiek? Zijn er tussentijdse regelingen mogelijk (via hardheidsclausule of maatwerk)? Zie het antwoord op de vorige vraag. Gehorende de inspreekbijdrage van het Patriciershuis.

Kan het college aangeven aan welke voorwaarden of vereisten niet voldaan zijn om toe te treden tot de basisinfrastructuur, in de vorige en huidige nota? Nee, de keuze is gemaakt om de samenstelling van de basisinfrastructuur niet aan te passen. Dit is de reden waarom is dat niet aan te geven.

Vragen PVDA 1) MIJLPALEN Het programma Mijlpalen was tot en met 2020 een breed programma in het kader van de Levendige Binnenstad, met een ruim budget, daarna bij de herdenking van de St. Elisabethvloed in 2021 was het onderdeel van het programma Groen Blauw met een budget van 4 ton. - Wat zijn de resultaten van het programma Mijlpalen in de afgelopen jaren? Er zijn 4 mijlpalen gevierd met diverse activiteiten (Synode, Elisabethsvloed, 800 jaar Stad, Eerste vrije Statenvergadering). - Waarom is het op dit moment onderdeel geworden van het programma en de begroting Cultuur, met een karig budget van 1 ton? Het sluit aan bij de doelstellingen van de Cultuurnota. De middelen zijn ter beschikking gesteld op basis van het Coalitieakkoord en Verdeling resterende coronamiddelen. Deze middelen zijn bedoeld voor de mijlpalen water en Johan de Witt. - Wat is de reden om het programma Mijlpalen na 2025 niet te verlengen? We kijken naar een mogelijk structureel vervolg van het thema-evenement rond waterveiligheid binnen het evenementenbeleid. Voor meer mijlpalen zijn binnen het huidige financiële kader geen middelen. 2) PROVINCIE, RIJK, ROTTERDAM Er wordt in de Cultuurnota in het hoofdstuk Financiën gesproken over gelden van Rijk en Provincie, en over samenwerking met Rotterdam, maar dat wordt verder niet gespecificeerd.

- Wat wordt er bedoeld met een beroep doen op gelden bij Rijk en Provincie, welke regelingen worden bedoeld en wat levert dit op?

Voorbeelden zijn Nationaal Akkoord Amateurkunst, CMK (zie p. 35) en mogelijke verlenging Themafonds Cultuurparticipatie van de provincie. Deze regelingen bieden kansen voor realisatie van de ambities uit de nota. - Wat houdt de samenwerking met Rotterdam in en wat levert dit op voor de Dordtse culturele sector en de Dordtse bevolking? Op welke gebieden wil men samenwerken en waarom? We maken samen met Rotterdam deel uit van een Cultuurregio en verkennen op welke manieren we verder kunnen samenwerken. We denken bijvoorbeeld aan versterking van de keten popmuziek (talentontwikkeling). 3) FAIR PRACTICE CODE Het verplichten van de Fair Practice Code aan de organisaties en initiatieven geeft terecht een betere positie aan kunstenaars, maar heeft bij de - veelal - kleinere instellingen grote gevolgen voor hun aanbod en voortbestaan. Er zullen wellicht instellingen omvallen omdat er geen budget is om de Fair Practice Code uit te voeren. Dat activiteiten en instellingen om zullen vallen, geeft u ook aan in de Cultuurnota. Echter in de Cultuurnota wordt hiervoor geen extra geld vrijgemaakt. De gemeente Rotterdam bijvoorbeeld hecht een groot belang aan het uitvoeren van de Fair Practice Code in de culturele sector en aan het in standhouden van culturele instellingen.

Rotterdam heeft in 2020 een bedrag van 2,75 miljoen euro (boven op de 81,7 miljoen) beschikbaar gesteld voor de invoering de Fair Practice Code bij instellingen in het Cultuurplan 2021-2024. De middelen worden met name ingezet bij instellingen met de grootste beloningsachterstand. Zij zijn tot dit bedrag gekomen door onderzoek te laten doen naar de meerkosten van culturele instellingen. De meerkosten bestaan uit een compensatie voor tekortschietende beloningen ten opzichte van de CAo en/of de beloningsrichtlijn en een compensatie voor onbetaald structureel overwerk. ook de Rijksoverheid heeft onlangs 36,4 miljoen beschikbaar gesteld om culturele organisaties in de BIS (Basisinfrastructuur), bij de Rijkscultuurfondsen en de Erfgoedwet voor de Fair Practice Code te compenseren. En is in Dordrecht bij Evenementen - vanwege aangescherpte veiligheidseisen - 6,5 ton beschikbaar gesteld, zodat de sector aan deze eisen kan voldoen. - Waarom heeft u ook niet voor deze route gekozen bij onze Cultuurnota, omdat u weet dat de risico’s voor de kleine en middelgrote instellingen groot zijn? Binnen het huidige financiële kader is hiervoor geen ruimte. De keuze kan in de oordeelsvormende vergadering nader worden besproken. 4) HOF VAN NEDERLAND Het Hof van Nederland functioneert ons inziens vanaf het begin niet zoals werd gehoopt en ingeschat.

- Hoeveel bezoekers komen er jaarlijks naar het Hof van Nederland? Ongeveer 20.000 - Welk deel van deze bezoekers bestaat uit schoolklassen en hoe groot is het aantal toeristen dat van buiten Dordrecht komt? Ongeveer 10% van de bezoeken bestaat uit schoolklassen, voornamelijk uit Dordrecht en de Drechtsteden. Een zeer groot deel van de bezoekers (niet zijnde schoolkassen) komt van buiten Dordrecht; ruim 90%. Het zijn voornamelijk bezoekers uit de provincies Noord- en Zuid Holland, Utrecht en Brabant. Het percentage internationale toeristen is, net zoals op de andere locaties, nog beperkt (2-5%). Daarnaast geeft het Dordrechts Museum enkele keren per maand (gratis) rondleidingen voor nieuwkomers in de stad, vanuit Vluchtelingenwerk. - Hoe is de waardering van bezoekers voor het Hof van Nederland? De online waardering van de bezoekers is als volgt: Tripadvisor: 4/5 (134 reviews)

Google: 4,2/5 (422 reviews) Facebook: 4,3/5 (57 reviews) Gemiddeld dus een 4,2 van de 5. Is het denkbaar om andere functies toe te voegen aan het aanbod van Hof van Nederland? De locatie Hof van Nederland wordt op meerdere manieren gebruikt. Naast de museumfunctie (en de jaarlijks wisselende archieftentoonstelling "Dordtenaren", is ook de studiezaal van het regionaal Archief Drechtsteden er gevestigd, waarin bezoekers digitaal en, op aanvraag vanuit het depot, originele stukken kunnen inzien over de onderwerpen waarin zij geïnteresseerd zijn. De locatie wordt gebruikt voor evenementen zoals de jaarlijkse viering van de Eerste Vrije Statenvergadering, de Keti Koti dialoogtafel, Archeologiedagen en een aantal keer per jaar Hof Live!, waarin jongeren met elkaar en een panel/host in gesprek gaan over actuele maatschappelijke onderwerpen. Vanaf mei starten we met het maandelijkse concept Hof op Zondag, een dag vol activiteiten en workshops waarin bezoekers tegen een gereduceerd tarief kennis kunnen maken met de geschiedenis van vrijheid in Nederland. Tot slot zetten we ook in op zaalverhuur voor vergaderingen (Vrijplaats, Statenzaal) met horeca-mogelijkheid, en stimuleren we daarbij een (korte) museum rondleiding. 5) MAKERSKLIMAAT Meer Stadsmakers binnen de Cultuursector is goed voor de Dordtse samenleving.

In het Uitvoeringsprogramma van de Cultuurnota zetten we in op een vitaal makersklimaat, maar tot en met 2030 zijn we (blijkens de lichtgroene stippen in het Uitvoeringsprogramma) nog in onderzoek en voorbereiding en in afwachting op vervolg van uitvoering onder voorbehoud van evaluatie en financiering. - Hoe staat dit in verhouding tot de belofte van een vitaal makersklimaat? Dit lijken de acties die voldoende bijdragen aan een vitaal makersklimaat en die binnen het huidige financieel kader mogelijk zijn. Verder is vanwege het accent op de maatschappelijk en economische waarde gekozen om hier vooralsnog nog geen extra middelen voor te reserveren. Op basis van onderzoek en evaluatie zal gekeken worden welke middelen er op termijn voor nodig zijn. - Wat kunnen wij binnen deze periode nog verwachten van deze ontwikkeling? De genoemde acties zullen naar verwachting bijdragen aan een levendig en aantrekkelijk makersklimaat met ruimte voor nieuwe initiatieven en experiment. - Naar welke concrete mogelijkheden wordt gezocht wanneer we de positie van Stadsmakers willen verbeteren door hen te verbinden aan opdrachten uit andere sectoren? We denken bijvoorbeeld aan het stimuleren van contacten door het organiseren van bijeenkomsten met makers en organisaties uit het bedrijfsleven en/of uit het sociaal domein.

- Hoe wordt hierop ingezet en wanneer ontvangen we daar meer informatie over? De raad wordt minimaal 1 keer per jaar geïnformeerd over de voortgang, zoals aangegeven in het raadsvoorstel. 6) SUBSIDIEREGELINGEN De verschillende subsidieregelingen worden meer met elkaar verbonden en gebundeld. Maar het totale budget wordt kleiner. Zo is de regeling Producties van een ton na 2025 geschrapt. - Wat voor nut heeft het om voor 1 jaar nog regelingen samen te voegen? - Wat is het voordeel hiervan voor de Cultuursector? - Hoe profiteert het culturele veld hiervan? Het samenvoegen van de regelingen kan als voordelen hebben dat - crossovers hier beter in passen - mogelijkheden in bestaande regelingen voor beeldende kunst (ruimte, werkbeurzen en projecten) ook beschikbaar komen voor andere disciplines. - alle disciplines gelijke kansen krijgen. Mede op basis van evaluatie van de subsidieregeling Producties en onderzoek of we de huidige regelingen kunnen omvormen tot een brede makersregeling kijken we welke budget na 2025 nodig en beschikbaar is en doen daarvoor eventueel komend jaar een voorstel aan de raad.

7) MEERJARENBEGROTING In de Meerjarenbegroting daalt het budget voor de Basisinfrastructuur van 7.2 miljoen met zo’n 60.000 euro, deze daling zit geheel bij de specifieke organisaties, het budget voor de kerninstellingen blijft gelijk. - Waardoor komt deze daling? De subsidies voor de specifieke organisaties Nationaal Onderwijsmuseum (in 2024) en DJS (in 20242025) zijn incidenteel verhoogd als impuls. Dat leidt daarna tot een correctie. Het budget voor het Dordrecht Museum (8,6 miljoen) stijgt met zo’n 90.000 naar 8,7 miljoen. - Waar komt deze stijging vandaan en waar is die voor? Het verloop op de begroting is te herleiden tot de mutaties op kapitaallasten (rente en afschrijving) en planmatig onderhoud die via het gemeentelijk vastgoedbedrijf lopen. Kapitaallasten wijzingen als gevolg van afloop of aanvang van afschrijving op investeringen. De uitgaven voor planmatig onderhoud volgen de (voorgeschreven) meerjarenonderhoudsplanning van vastgoed. Beide uitgavencategorieën worden verrekend met respectievelijk de reserve afschrijving en de onderhoudsvoorziening vastgoed en hebben geen invloed op de reguliere exploitatie van het museum. De budgetten van de reguliere exploitatie zijn niet aan wijziging onderhevig.

8) CULTUURNOTA IN RELATIE TOT DE MEERJARENBEGROTING In het raadsvoorstel bij de Cultuurnota staat dat het cultuurbudget in 2024 met 2 ton gestegen is en in de jaren daarna met 3 ton stijgt. Dit blijkt niet uit de Meerjarenbegroting in het Uitvoeringsprogramma. - Moet deze 3 ton nog toegevoegd worden aan deze Begroting? Deze is opgenomen in de begroting - Waar komt die aan ten goede? Aan de versterking van de basisinfrastructuur, Dag van de amateurkunst en onderzoek naar publieksbereik.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/764/documents/34449