CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording raadsvragen over Subsidieregelingen Sport en Cultuur (002).pdf

Gemeenteraad Dordrecht 26 januari 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 11: Raadsvoorstel Extra middelen beleidsregel en 2 subsidieregelingen voor de gevolgen van de coronacrisis - Raadsvoorstel1.166 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording raadsvragen over Subsidieregelingen Sport en Cultuur Technische vragen raadsvoorstel extra middelen beleidsregel en 2 subsidieregelingen voor de gevolgen van de coronacrisis 1. Vraag 1. Het gaat om 2 regelingen (cultuur en sport) voor verenigingen die nu geen subsidie van de gemeente krijgen. Voor elk is € 200.000 beschikbaar. Verder zit er bij de stukken een regeling voor verenigingen die al wel subsidie krijgen. Neem aan alleen ter kennisname, want we hoeven er geen besluit over te nemen. Als deze verenigingen een aanvraag indienen en in aanmerking komen voor een hogere subsidie dan ze normaal zouden krijgen, moet daar dan geen extra budget voor beschikbaar worden gesteld? Zo nee, uit welk bestaand budget wordt dit dan betaald? Geldt voor deze groep geen totaalplafond aan uit te keren subsidie, zo ja welk bedrag en zo nee, waarom niet? Waarom kunnen deze verenigingen in tegenstelling tot de andere 2 regelingen de aanvraag op elk moment indienen en is er geen termijn geregeld waarbinnen het college een beslissing moet nemen? Antwoord: 1. A. Het college is door de raad geautoriseerd om binnen het desbetreffende begrotingsprogramma uitgaven te verrichten. Daarbinnen vindt afweging door het college plaats op welke wijze het budget wordt besteed. Dat kan ook gelden voor aanvullende subsidies.

Het klopt dat bij een ontoereikend budget de raad wordt voorgesteld om een aanvullend budget beschikbaar te stellen. B. Het is vrijwel onmogelijk om in deze crisis van tevoren zicht te hebben op het aantal verzoeken om aanvullende middelen van bestaande subsidierelaties, laat staan de omvang van de verzoeken. Daarvoor is de diversiteit te groot. Daarnaast hebben wij van veel gesubsidieerde instellingen weinig zicht op hun financiële positie.; instellingen met subsidies onder de € 20.000 behoeven geen jaarstukken te overleggen bijvoorbeeld. C. De beleidsregel is primair opgesteld om subsidies te kunnen continueren ook als activiteiten niet of slechts gedeeltelijk kunnen worden uitgevoerd, dan wel resultaten of prestaties gerealiseerd. Dit is minder aan een bepaald moment gebonden. Daarnaast geldt dat het moment waarop de crisis invloed krijgt op de financiële positie van een instelling, heel verschillend kan zijn. Dit hangt sterk af van de financiële positie, maar ook van de activiteiten en de daarbij behorende kosten en inkomsten. Daarom is er bij de beleidsregel voor gekozen geen moment in deze beleidsregel op te nemen, waarvoor een aanvraag moet zijn ingediend. De beleidsregel geldt wel voor 1 jaar. Vraag 2. Voor cultuur moeten de aanvragen voor 1 juli 2021 en 31 december 2021 worden aangevraagd.

Vervolgens krijgen ze binnen 13 weken te horen of en zo ja welk bedrag ze krijgen. Dit betekent dat verenigingen die nu al financiële problemen hebben pas rond 1 oktober 2021 weten of ze door de gemeente worden geholpen. Daarmee help je vereniging in acute problemen niet. Voor sport waarbij er sprake is van een afwijkend boekjaar wordt 31 maart genoemd als datum voor het indienen van een aanvraag. Dus aanvragen ontstaan na 31 maart 2021 worden pas na 31 maart 2022 (met een termijn van 13 weken) beoordeeld. Klopt dit? Waarom geen regeling waarbij verenigingen die hun financiële problemen kenbaar maken meteen, bijv binnen 6 weken na aanvraag, worden geholpen? Is er bij (gedeeltelijke) afwijzing een mogelijkheid voor bezwaar en beroep en moeten alle verenigingen bij een bezwaarschrift dan wachten hoe deze procedure afloopt? De uitspraak kan immers invloed hebben op het totaal uit te keren bedrag dat de € 200.000 niet mag

overschrijden. Antwoord: 2. A. De subsidieregelingen voor sport en cultuur zijn opgesteld voor verenigingen en instellingen waarvan wij weinig beeld hebben van hun financiële positie. Dat maakt het heel moeilijk om van te voren een reële inschatting te maken van de omvang van de verzoeken. Om het budgettaire beslag te maximeren, vormt het subsidieplafond een belangrijk instrument. We hebben er wel voor gekozen om alle aanvragen binnen een tijdvak tegelijkertijd te beoordelen. Daarmee wordt bevorderd dat alle instellingen (zo mogelijk naar rato) een subsidie ontvangen. Bij directe beoordeling van aanvragen bij binnenkomst zou het kunnen betekenen dat het plafond snel is bereikt en verzoeken van verenigingen en instellingen moeten worden geweigerd wegens bereiken van het plafond. Dat wordt hiermee voorkomen. Bovendien kunnen bij gelijktijdige beoordeling de aanvragen beter met elkaar worden vergeleken hetgeen de kwaliteit van de besluitvorming bevordert. Bij sportverenigingen is ervoor gekozen om achteraf te subsidiëren. Dat betekent dat de werkelijke cijfers zoveel mogelijk bekend moeten zijn. Daarom is gekozen voor 31 maart als uiterlijke datum van indiening van de aanvragen. We verwachten overigens dat verenigingen voor 31 maart 2021 zullen aanvragen.

Bij culturele instellingen spelen incidentele activiteiten een grotere rol en daarom is er voor twee momenten in het jaar gekozen om inderdaad een overbruggingsperiode te beperken. Voor acute gevallen bestaat de mogelijkheid om vooruit lopend op de beslissing een voorschot te verlenen als er redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een subsidie zal worden verstrekt. Artikel 4:95 van de Awb biedt deze mogelijkheid. B. Ja, bezwaar en beroep is mogelijk. Verenigingen die een subsidie toegewezen hebben gekregen zullen deze direct ontvangen en zijn niet afhankelijk van de uitkomst op bezwaren, omdat dit een te lange periode in beslag kan nemen. Mocht er zijn beschikt tot het plafond dan bestaat het risico dat een positieve uitspraak van een rechter op bezwaar/beroep tot een overschrijding van het plafond leidt. In dat geval zullen we terug moeten naar de raad (die dan wel voor een voldongen feit staat) of nog ergens anders dekking moeten vinden, al dan niet via nieuw ontvangen rijksmiddelen. Een dergelijk risico is overigens inherent aan elke subsidie met een subsidieplafond. Vraag 3. Voor zowel cultuur als sport geldt een plafond van € 200.000. Dit betekent dat als alle te honoreren aanvragen voor cultuur (en ook sport) meer bedragen dan € 200.000 men maar een deel van het aangevraagde bedrag krijgt.

Bij een kleine overschrijding misschien nog geen probleem, maar wat als alle aanvragen het bedrag van € 200.000 ruim overschrijdt dan worden de betreffende verenigingen maar voor een klein deel geholpen. Is er dan niet de mogelijkheid van een nieuw verzoek aan de raad om het totaalbudget te verhogen? Zo nee, waarom niet? Antwoord: 3. Als blijkt dat de plafonds sterk worden overvraagd, kunnen we overwegen om een extra tranche in te voeren, zoals aangegeven in het raadsvoorstel. Omdat in deze gevallen het subsidieplafond gelijk is aan het budget, zult u in dat geval een raadsvoorstel tegemoet kunnen zien.

Vraag 4. Stel dat er bij cultuur een bedrag overblijft van de € 200.000 en er bij sport een overschrijding is, kan je dan het overschot bij cultuur niet inzetten bij sport zolang het totaal van € 400.000 niet wordt overschreden? Uiteraard geldt dit ook als er bij sport geld over is en bij sport een tekort. Antwoord: 4. Voor zover het gaat om de subsidieplafonds is onderlinge uitwisseling juridisch niet mogelijk, deze gelden per regeling. In dat geval zal een nieuwe tranche met een afzonderlijk plafond worden gestart. Financieel zou een onderlinge uitwisseling van bedragen wel éénvoudiger zijn, aangezien zowel sport als cultuur onder hetzelfde begrotingsprogramma vallen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/217/documents/6934