Artikel 40 vragen RvO fractie VVD inzake schade- en letselverhaal op daders.pdf
Tekst van het document
Dordrecht, 30-12-2021
Schade- en letselverhaal op daders Schriftelijke vragen (ex. art. 40 Reglement van Orde) Geacht college van Burgemeesters en Wethouders, In Dordt Centraal lazen we dat op 27 december twee handhavers zijn aangevallen door een bekende overlastgever. Ze zouden klappen, schoppen en zelfs een kopstoot hebben gehad.
Geweld tegen hulpverleners neemt toe, en ook de schade
Al jaren roept iedereen dat dit niet meer kan en schreeuwen om hogere straffen. Dat dit (nog) niet (voldoende) werkt zien we aan het toenemend excessief geweld tegen handhavers, politie, brandweer en andere hulpverleners. Met angst en beven zien we uit naar de nacht van oud op nieuw. Elke keer zien we dat het nog erger kan. Maar wij gaan niet over hogere straffen.
Wij gaan niet over straffen van dader, wel over onze schade
Wij gaan wel over het verhalen van onze schade. Daarom heeft de Dordtse VVD er al vaker voor gepleit om de schade en letsel tot de laatste cent bij de daders te verhalen. Dit betreft niet alleen eventuele materiele schade maar ook immateriële, zorgkosten en gevolgschade zoals bijvoorbeeld ziekteverzuim. Argumenten als ‘we dragen het over op de verzekering’ en ‘van een kale kip valt niet te plukken’ willen wij niet meer horen. Bovendien maakt de verzekering een andere zakelijke kosten-baten overweging dan wij zouden doen. Ze keren de schade, verhalen de schade vaak niet uit kostenoverwegingen en kunnen de premies verhogen.
Veiligheid is onbetaalbaar
De veiligheid staat onder druk. Het aanhoudend en toenemend geweld gaat ten koste van de algehele veiligheid, het veiligheidsgevoel, het vertrouwen in de overheid en de rechtsstaat. Hoelang komen de daders nog weg zonder echt voor de schade op te draaien? Hoelang blijf je nog mensen vinden die voor de politie, de brandweer, de ambulancedienst en in de zorg willen werken? Veiligheid is zeer waardevol en onbetaalbaar.
Schade veroorzaken is niet gratis; wij steunen onze mensen
De kosten moeten daarom zoveel als mogelijk worden verhaald op de dader. Wij maken een andere afweging dan een verzekeringsmaatschappij. De dader moet namelijk vanuit maatschappelijk oogpunt weten dat “schade veroorzaken niet gratis is”. De slachtoffers zoals politiemensen, handhavers, zorgverleners, brandweermensen moeten weten: “Wij laten jou niet in de kou staan en verhalen ook jouw restschade tot de laatste cent.”
Schadeverhalen mag geld kosten
Schade en andere kosten als gevolg van geweld tegen mensen en goederen kan worden vergoed met een betalingsregeling en/of door voor de gemeenschap je handen uit de mouwen te steken. En ook aan die kale kip groeit soms weer een veertje; kwestie van goed blijven volgen en elk veertje weer plukken. Ook die kale kip kan de handen uit de mouwen steken. En dat kost allemaal geld, maar dat hebben wij ervoor over. Het gaat erom dat de dader er niet mee weg komt en het besef indaalt dat schade veroorzaken zo is gedaan, maar dat je dat nog jaren kan achtervolgen en je al die jaren geen luxe leven hebt.
Samenwerken om de schade te verhalen
Wij kunnen ons voorstellen dat de verschillende organisaties zoals politie, brandweer, ambulancedienst en gemeente de handen ineenslaan en gezamenlijk een organisatie met professionals en specialisten inricht of inhuurt die dit gaat uitvoeren. Dat zou de kosten kunnen besparen.
Duidelijk en krachtig preventief
Wij denken dat je opdraait voor de schade en het letsel dat je veroorzaakt, je dit consequent toepast dit zeer preventief kan werken. De vragen: 1.
Hoe is het met de handhavers die zijn aangevallen?
2.
Hoeveel schade aan gemeentelijke eigendommen en gemeentelijk personeel is er in 2021 veroorzaakt, hoeveel verdachten zijn daarvoor aangehouden en veroordeeld en tot wat en hoeveel procent van de door hen veroorzaakte schade hebben deze daders vergoed?
Dordrecht, 30-12-2021
3.
Bent u het met ons eens dat de dader voor alle door hem veroorzaakte (im)materiele schade moet opdraaien? Zo neen, waarom niet?
4.
Neemt de gemeente de (im)materiele restschade van haar werknemers over die haar bij de uitoefening van hun werk door geweld etcetera hebben opgelopen en bijvoorbeeld niet of gedeeltelijk door zijn/haar verzekering wordt vergoed? Zo neen, waarom niet?
5.
In het geval het antwoord op vraag 4 met ‘Neen’ wordt beantwoord; bent u het dan met ons eens dat de gemeente haar medewerkers tot het maximale moet bijstaan voor het verhalen van de (im)materiele schade die zij bij de uitoefening van hun werk hebben opgelopen? Zo neen, waarom niet?
6.
Bent u bereid om met de politie, brandweer, ambulancedienst en ziekenhuis en wellicht bureau HALT de mogelijkheden in kaart te brengen of er een gezamenlijk organisatie is in te richten of in te huren die dit schadeverhaal voor haar rekening neemt en wat de kosten daarvan zijn? Zo neen, waarom niet?
7.
Bent u bereid om de mogelijkheden in kaart te brengen hoe de daders ook op een andere, maatschappelijk nuttige manier, zich in kunnen zetten om de schade te vergoeden aan de gemeenschap c.q. de betreffende organisatie? Zo neen, waarom niet?
8.
Bent u bereid door een onafhankelijke deskundige te laten adviseren wat een redelijke termijn is waarbinnen de schade moet worden verhaald?
Ik zie uw antwoorden gaarne tegemoed. Hoogachtend, Marc Merx