Antwoorden op de technische vragen van de fractie GroenLinks-PvdA over Prognose Grondbedrijf 2026.pdf
Tekst van het document
Antwoorden op de technische vragen over de Prognose Grondbedrijf 2026 In de sessie werd aangegeven dat er veel vertraging is bij de uitgifte van de gronden en het ontwikkelen van de gronden. Wat zijn de oorzaken voor deze vertragingen? Wat zijn de effecten op de kosten en opbrengsten? De meestvoorkomende oorzaak is latere gronduitgifte, als gevolg van bijvoorbeeld extra of nieuwe beleidswensen, vergunningsvraagstukken of vertraging aan de zijde van de ontwikkelaar. Per project wordt dit in de toelichting uitgelegd, indien van toepassing. Vertraging heeft een financieel effect, maar op basis van de huidige rente en indexaties is dit effect in de praktijk beperkt. Bij wat langere vertraging is het effect groter, vooral omdat dan mogelijk extra ambtelijke inzet nodig is. In de sessie werd aangegeven dat looptijden van grondexploitaties regelmatig verlengd worden. Waarom gebeurt dat? Wat voor aanvullende risico's brengt dat met zich mee? Wat zijn de effecten van een dergelijke verlenging op de kosten en opbrengsten? Dit gebeurt meestal vanwege latere gronduitgifte dan verwacht. Bij gelijkblijvende kaders brengt dat over het algemeen geen extra risico’s met zich mee. Vaak is er al een overeenkomst met een ontwikkelaar -inclusief afspraken over indexatie- waardoor er veel zekerheid is. Voor de financiële effecten, zie vorige vraag.
Op pagina 8 van de Prognose Grondbedrijf 2026 staat geschreven over de woningen in de portefeuille van de grondexploitatie en de realisatie daarvan: "Het grootste deel wordt opgeleverd na 2030. Derdenontwikkelingen zijn niet in het overzicht opgenomen". Welke factoren dragen eraan bij dat het grootste deel pas na 2030 wordt opgeleverd? Het grootste deel van de woningen wordt gerealiseerd binnen het Maasterras en hier is uitgifte voor het grootste deel pas na 2030 gepland. Op pagina 13 staat geschreven: "Het totale saldo van de huidige Bouwgronden in Exploitatie (BIE) is met € 6,8 miljoen verslechterd van € 58,9 miljoen nadelig naar € 65,7 miljoen nadelig. Deze verslechtering wordt vooral veroorzaakt door de vaststelling van de grondexploitatie Maasterras, die een groot tekort kent." Wat zijn de oorzaken dat de grondexploitatie van het Maasterras een groot tekort kent? Maasterras is een langjarig en zeer complexe ontwikkeling. Hoge verwervingslasten, grootschalige grond- en infrastructurele werken, herinrichting van openbare ruimte, lange looptijd en bijbehorende plankosten leiden tot een groot voorzien tekort. Dit tekort in de voorziening is volledig afgedekt met subsidies en gemeentelijke middelen.
Heeft het grondbedrijf een financiële vergelijkingen gemaakt tussen een gemiddeld binnenstedelijke grondexploitatie en locaties aan de randen van de stad, qua verwerving, bouwrijp maken, infrastructuur, risico's en uiteindelijke opbrengsten? Zo ja, wat waren daar de uitkomsten van? Zo nee, waarom niet? De ‘gemiddelde grondexploitatie’ bestaat niet. De uitkomsten zijn van heel veel factoren afhankelijk, zoals grondeigendom, bodemverontreiniging, de (directe) omgeving en nog veel meer. Globaal is het zo dat binnenstedelijke grondexploitaties eerder en negatief projectsaldo kennen, maar dat bestaande infrastructuur, openbare ruimte en voorzieningen benut kunnen worden zonder grote extra investeringen. Daarbuiten is het plansaldo veelal gunstiger, maar dient goed bekeken te worden welke ingrepen en investeringen nodig zijn voor zo’n ontwikkeling, m.n. qua infrastructuur en voorzieningen. Kun u per gebied op de gebiedskaart aangeven wat het percentage sociale huur is in het aandeel woningen van de desbetreffende ontwikkellocaties? In de volgende grondexploitaties wordt sociale woningbouw gerealiseerd, programma zoals vastgesteld door gemeenteraad: Admiraalsplein: 51% Maasterras: 25% Middenzone: 34% Oudland: 33% Spuiboulevard: 15% Van den Broek-erf: 100%