Antwoorden op de 3 technische vragen bij de nieuwe Nota Risicosturing en Weerstandsvermogen.pdf
Tekst van het document
Hierbij de intern afgestemde antwoorden op de 3 technische vragen bij de nieuwe Nota Risicosturing en Weerstandsvermogen.
Vraag 1: Hoe wordt geborgd dat de gemeenteraad tijdig en volledig wordt geïnformeerd over de ontwikkeling van de weerstandsratio en de afwegingen rondom de inzet van een mogelijk surplus, zodat zij haar kaderstellende en controlerende rol goed kan vervullen? Antwoord: De raad wordt in ieder geval twee maal per jaar geïnformeerd over de hoogte en het verwachte verloop van de weerstandsratio: bij de jaarstukken en bij de begroting. Wanneer de weerstandsratio bij de perspectiefnota en/of bij de begroting de waarde 1,4 overschrijdt, dan volgt vanuit het college een voorstel hoe met het surplus kan worden omgegaan.
Vraag 2: Waarom is gekozen voor een weerstandsratio van 1,4 als grens voor het inzetten van een surplus, en op welke wijze wordt deze norm periodiek geëvalueerd in relatie tot de financiële positie en risico’s van de gemeente? Antwoord: Vanuit het BBV is geen normering voorgeschreven voor wat betreft de minimale of maximale hoogte van de weerstandsratio. Het Nederlands Adviescentrum voor Risicomanagement (NAR) hanteert een beoordelingstabel waarbij een weerstandsratio van 1,0 tot 1,4 wordt gezien als 'voldoende'. Alles boven de 1,4 duidt op mogelijke surplusruimte, wanneer de andere financiële indicatoren tegelijkertijd een positief beeld laten zien en de ruimte alternatief aangewend kan worden. Wij sluiten aan bij deze uitgangspunten ook de gezien de externe onzekerheden die altijd spelen.
In de vorige raadsperiode werd door oppositie en coalitie het weerstandsvermogen afgeroomd tot 1.0. Dit gaf ruimte aan alle politieke partijen om ideeën in te dienen voor onze Dordtenaren en dit incidenteel te betalen uit de afroming van het weerstandsvermogen. Vraag 3: Welke rol speelt de raad bij de beoordeling van het college over het inzetten van een surplus, en in hoeverre is het mogelijk om een vaste consultatieprocedure op te nemen, vergelijkbaar met de werkwijze rond het onverdeeld jaarresultaat (motie 17a)? Antwoord. De keuze om af te romen naar 1,0 was geen wetmatigheid. Ook in de nu nog geldende Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen is – net als in de nieuwe nota – opgenomen bij een ratio tussen de 1,0 en 1,4 de ruimte niet in te zetten en in de algemene reserve te behouden. Het staat de raad vrij om af te wijken van het kader dat zij het college heeft meegegeven. Besluitvorming over inzet van reserves is aan de raad. Een consultatieronde is mogelijk wanneer de ratio zich boven de 1,4 begeeft.