CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoordbrief vervolg artikel 40-vragen PvdA VSP GL SP PVV Rioolkast Hazelaarlaan -reeks 3-.pdf

Commissie Fysieke Leefomgeving Dordrecht 13 april 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 8: Antwoordbrief vervolg artikel 40-vragen PvdA VSP GL SP PVV Rioolkast Hazelaarlaan (reeks 3) - Antwoordbrief artikel 40/411.503 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Retouradres: Postbus 8 3300 AA DORDRECHT

Gemeente Dordrecht Spuiboulevard 300

Aan

3311 GR DORDRECHT

de heer C.A. van Verk, mevrouw M.G. Stolk, mevrouw K. Krüger, de heer R. Portier en de heer R. Helweg

T 14078

van respectievelijk de fracties PvdA, VSP, GroenLinks, SP en PVV

www.dordrecht.nl

p/a raadsgriffie@dordrecht.nl Contactpersoon I.S. van Rijnsoever T (078) 770 4969 E is.van.rijnsoever@dordrecht.nl Datum

6 april 2021

Ons kenmerk

InProces BBV: 2021-0047675

Bijlage(n)

4

Betreft

Beantwoorden vervolg artikel 40-vragen over rioolkast Hazelaarlaan (reeks 3)

DOSSIER Afschrift: - VBO/OB, EG Imthorn

SK Dordrecht 704

Geachte heer Van Verk, mevrouw Stolk, mevrouw Krüger, heer Portier en heer Helweg, Bij brief van 11 maart 2021, bij ons ingekomen op 12 maart 2021, heeft u op grond van artikel 40 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad namens respectievelijk de fracties PvdA, VSP, GroenLinks, SP en PVV vragen gesteld over rioolkast Hazelaarlaan (reeks 3). Wij beantwoorden uw vragen als volgt. Vraag 1.

A. Klopt het dat een dergelijk onderzoek inderdaad is uitgevoerd? En zo ja, wanneer is dit uitgevoerd? B. Klopt het dat dit onderzoek is uitgevoerd door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Zo ja, wanneer zijn hiervan de resultaten ontvangen?

Antwoord A. In de zomer 2020 klaagde bewoonster over stankoverlast. Op 15 september is door de firma Kwakernaak een zogeheten nevelinspectie uitgevoerd. Via overdruk wordt gekeken of de afdichtingen van de installatie in orde zijn, en of er daardoor sprake kan zijn van stank. Bij deze inspectie zijn enkele kieren geconstateerd, deze zijn daarna dichtgemaakt. Het onderzoek is daarna stopgezet omdat bewoonster niet mee wilde werken aan het onderzoek en er geen toegang tot de woning verleend is. Er kan daarom niet geconcludeerd worden of er sprake is van stankoverlast. Destijds was ook een trillingsonderzoek gepland en daarvoor moesten enkele sensoren in het huis geplaatst worden. Hier wilde de bewoonster ook niet aan meewerken. Dit onderzoek heeft toen niet plaatsgevonden. Hierna heeft de bewoonster opnieuw een klacht bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) ingediend over stanken geluidsoverlast. De OZHZ heeft als reactie hierop in twee fasen een geluidsonderzoek uitgevoerd. Het eerste onderzoek is uitgevoerd op 23 februari 2021 tussen 19:00 uur en 20:00 uur. Het tweede onderzoek is uitgevoerd op 2 maart 2021 tussen 22.26 uur en 22.45 uur.

Pagina 1/4

- raadsgriffier t.b.v. raads- en burgerraadsleden

Datum

6 april 2021

Ons kenmerk

InProces BBV: 2021-0047675

De conclusie van het onderzoek: Geluidsoverlast is niet geconstateerd'. Zie ook het antwoord op vraag 5. B. Ja dat klopt, het eindrapport is ontvangen op 15 maart 2021. Zoals de raad toegezegd is, is het onderzoek uitgevoerd voordat de regelkast verlaagd is. Vraag 2.

Klopt het dat de eerste resultaten inderdaad de mogelijkheid van stankoverlast niet uitsluiten?

Antwoord Dit klopt, zie hierover de toelichting bij vraag 1. Het rapport is toegevoegd als bijlage. Vraag 3.

A. Klopt het dat het betreffende onderzoek in handen is gesteld van de ambtelijke organisatie? B. Indien dit inderdaad het geval is, wanneer verwacht u dan te kunnen komen met een eindconclusie?

Antwoord A. Wij hebben het rapport op 15 maart jl. ontvangen. B. Zie hiervoor de bijlage. Vraag 4.

A. Is het correct dat de OZHZ ruim de tijd dient te nemen voor beantwoording van dit soort informatieve vragen? B. Wanneer denkt u dat de OZHZ de gestelde vragen wel schriftelijk kan beantwoorden? C. Waarom spreekt de OZHZ van een minigemaal, wanneer het IBD nadrukkelijk op de tekeningen heeft staan dat er sprake is van een hoofdgemaal? D. Is er sprake van een verschil in regelgeving met betrekking tot de plaatsing van een hoofdgemaal en een zogenaamd minigemaal? E. Kunt u zich voorstellen dat de bewoner, maar ook wij, niet erg overtuigd zijn van de onafhankelijke rol die OZHZ zegt te hebben in dit dossier? Een wantrouwen dat overigens nog versterkt wordt door het geschutter met verschillende termen voor het gemaal door de OZHZ zelf.

Antwoord A. De OZHZ heeft vragen ontvangen over de technische werking van een pompput en het verschil met een hoofdgemaal. Vanwege de complexe inhoud zijn er vanuit de OZHZ diverse pogingen gedaan om met bewoonster een afspraak in te plannen met een technisch onderlegde medewerker. Bewoonster heeft op al deze reacties van de OZHZ niet gereageerd. Op 15 maart jl. heeft de OZHZ daarom een afrondende brief gestuurd. In de brief is ingegaan op de vragen. B. De brief is verstuurd. C. De OZHZ spreekt over een minigemaal of pompput. Een aanduiding die gemeente breed gehanteerd wordt voor dit soort putten. Het Ingenieursbureau Drechtsteden (IBD) gebruikt op de technische tekening het woord 'hoofdgemaal'. Een correcte aanduiding had moeten zijn 'minigemaal' of 'pompput' conform gemeentelijk woordgebruik D. Ja, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten geeft bijvoorbeeld

een richtlijn van 30 meter aan voor rioolgemalen. Het gaat hier over gemalen die het afvalwater van woonwijken verwerken met gebruik van o.a. persriolen. Aan de Hazelaarlaan gaat over een pompput die Pagina 2/4

Datum

6 april 2021

Ons kenmerk

InProces BBV: 2021-0047675

het afvalwater van één straat weg pompt. Hier is de bovengenoemde richtlijn niet aan de orde. Daarnaast zijn hoofgemalen vaak ondergebracht in bouwwerken, daarvoor bestaat vergunningsplicht. Dit geldt niet voor pompputten. E. Wij kunnen niet voor de bewoonster spreken. Wij gaan er vanuit dat raadsleden de rol en positie van OZHZ kennen. Er is voor ons geen reden om aan de rol en onafhankelijkheid van de OZHZ in deze zaak te twijfelen. Vraag 5.

A. Kunt u aangeven welke geluidsbelasting aanvaardbaar is op een gevel in de nachtelijke uren? B. Voldoet het geplaatste gemaal aan deze normering? C. Indien het niet voldoet aan de normering: wat zijn dan de gevolgen?

Antwoord A. De grenswaarde is 45 dB(A) in de avondperiode en 40 dB(A) in de nachtperiode. B. Ja, de pompput is gemeten op 31 dB(A). Het directe omgevingsgeluid is gemeten op 35 dB(A). Het directe omgevingsgeluid is hoger dan het geluid dat de pompput maakt. C. Niet van toepassing. Vraag 6.

Kunt u dit enorme verschil verklaren aan de hand van een nadere specificatie?

Antwoord U heeft de prijsopbouw van onze raming opgesteld door het IBD, alsmede onze toelichtingen. Een verschil tussen deze raming en niet onderbouwde inschattingen van niet met name genoemde aannemers kunnen wij niet geven. Vraag 7.

Klopt het dat de reden vooral gelegen is het omzeilen van een vergunningsplicht voor het geplaatste gemaal?

Antwoord Als de pompput vergunningsplichtig was geweest, was er tijdig een vergunning aangevraagd. Vraag 8.

Bent u met ons van mening dat verdere werkzaamheden - van welke aard dan ook - in ieder geval dienen te worden opgeschort totdat er duidelijkheid is over dit onderzoek, alsmede over de mogelijke geluidshinder en/of trillingshinder die kan ontstaan? Wilt u alle betreffende onderzoeken met de gemeenteraad volledig delen, zodat wij ons een oordeel kunnen vormen?

Antwoord Aan de raad is toegezegd dat het stank- en trillingsonderzoek eerst uitgevoerd wordt voordat er werkzaamheden worden uitgevoerd. Nu het onderzoek aangeeft dat de pompput voldoet aan de gestelde normen is de kast verlaagd.

Pagina 3/4

Datum

6 april 2021

Ons kenmerk

InProces BBV: 2021-0047675

Vraag 9.

A. Vindt u dat het aangeboden bedrag van 25.000 euro (wat eveneens in het artikel wordt genoemd) in verhouding staat tot de veronderstelde materiële en immateriële? B. Kunt u het gegeven antwoord motiveren?

Antwoord Wij laten ons niet uit over bedragen voor schadevergoeding zolang daarover nog gesprekken dan wel juridische procedures lopen. Wij vragen u dat ook niet te doen. Vraag 10.

Verder willen wij vragen, zonder nu al een beroep te doen op de Wet Openbaarheid Bestuur, met ons alle stukken te delen die hebben geleid tot uw besluit om uw toezeggingen NIET na te komen?

Antwoord Deze hebben wij al met u gedeeld. Alle stukken zijn nogmaals toegevoegd. Vraag 11.

A. Wat zijn de geschatte kosten voor het voeren van een dergelijke procedure? B. Hoeveel procedures zijn er in deze periode al gevoerd door burgers tegen de gemeente? C. Wat zijn de gemiddelde kosten voor de gemeente om deze procedures te voeren?

Antwoord

A. U gaat van de vooronderstelling uit dat het vrijwel onvermijdelijk is

via een juridische procedure de schade te regelen. Dat standpunt delen wij niet. De kosten van zo'n procedure zijn sterk afhankelijk van het verloop. Vergoeding van kosten is uiteraard afhankelijk van de vraag hoe partijen verzekerd zijn. B. Met betrekking tot regelkasten voor de deur zijn er in de Drechtsteden geen eerdere procedures geweest. Tegen de rioolkast aan de Hazelaarlaan zijn tot dusver geen bezwaarschriften ingediend. Voor het aantal procedures tegen de gemeente in zijn algemeenheid verwijzen wij u naar de bestuurlijke rapportage hierover. Deze wordt gepubliceerd op de website van het jaarverslag (mei/juni). C. De gemiddelde kosten schatten wij tussen de € 10.000,- en € 15.000,-. Wij vertrouwen er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Het college van Burgemeester en Wethouders

C.H.W.M. Post secretaris

Pagina 4/4

A.W. Kolff burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/267/documents/8722