Antwoordbrief artikel 40-vragen VVD Verheldering reactie college op Rekenkameronderzoek Armoede is (niet) niks.pdf
Tekst van het document
Retouradres: Postbus 8 3300 AA DORDRECHT
Gemeente Dordrecht Spuiboulevard 300
Aan
3311 GR DORDRECHT
de heer L.G.P. van Ballegooijen
T 14078
van fractie VVD
www.dordrecht.nl
p/a raadsgriffie@dordrecht.nl Contactpersoon L.A. Dekkers-Kamp T (078) 770 4738 E la.dekkers-kamp@dordrecht.nl Datum
11 juni 2024
Ons kenmerk
2024-0051184
Betreft
Beantwoorden artikel 40-vragen inzake verheldering reactie college op Rekenkameronderzoek "Armoede is (niet) niks"
Geachte heer Van Ballegooijen, Bij ongedateerde brief, bij ons ingekomen op 21 maart 2024, heeft u op grond van artikel 40 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad namens fractie VVD vragen gesteld inzake verheldering reactie college op Rekenkameronderzoek "Armoede is (niet) niks". De agendacommissie heeft de beantwoording terug in handen van ons college gesteld. U heeft op 25 april 2024 een aanvulling gegeven op de gestelde vragen. Wij beantwoorden uw vragen als volgt. Vraag 1.
Het college heeft aangegeven aanbeveling 1a van het rapport over te nemen in de eerstvolgende raadsinformatiebrief over de voortgang van het programma Samen tegen Armoede. Betekent dit dat er bij deze raadsinformatiebrief een oplegger zal worden aangeboden waarin duidelijke (SMART) doelen zijn opgenomen die aansluiten bij het beleid en ook het volledige beleid dekken?
Antwoord Nee, we bieden geen oplegger aan. In deze raadsinformatiebrief rapporteren wij over de resultaten van het eerste jaar (2023) van het programma 'Vervolg Samen tegen armoede'. Aanvulling
Geef aan of er "duidelijke (SMART) doelen zijn opgenomen die aansluiten bij het beleid en ook het volledige beleid dekken" zullen worden opgesteld.
Antwoord Er zijn, in overleg met uw raad, al een aantal Kritische Prestatie Indicatoren (KPI's) geformuleerd waarmee wij inzicht in de doeltreffendheid van het armoedebeleid geven. Hiermee bedoelen we de mate waarin we in staat zijn de gewenste prestaties en het beoogde maatschappelijke effect ook daadwerkelijk te behalen. Conform afspraak werken we op dit moment aan een nulmeting op de geformuleerde KPI's, zodat we een ambitie of doel kunnen formuleren. Jaarlijks wordt gerapporteerd op de voortgang van deze doelen in de raadsinformatiebrief van het programma Samen tegen armoede.
Pagina 1/5
DOSSIER Afschrift:
- raadsgriffier t.b.v. raads(commissie)leden
Datum
11 juni 2024
Ons kenmerk
2024-0051184
Vraag 2.
Hoe is het college van plan de doelmatigheid en doeltreffendheid van het armoedebeleid en zijn individuele onderdelen aan te tonen, wanneer de aanbevelingen 1a, 1b en 1c niet (volledig) worden overgenomen zoals gesteld in het rapport?
Antwoord Wij hebben vorig jaar een set met KPI's aan de raad aangeboden. In de komende raadsinformatiebrief leest u de resultaten over 2023. Momenteel voert het Nibud de Minima Effect Rapportage (MER) uit. Daarin wordt onderzocht in hoeverre huishoudens in Dordrecht met de landelijke en lokale inkomensondersteuning rond kunnen komen. Aanvulling
Er wordt aangegeven dat er een Minima Effect Rapportage wordt uitgevoerd waarin wordt onderzocht in hoeverre huishoudens in Dordrecht met de landelijke en lokale inkomensondersteuning rond kunnen komen. Er wordt niet op ingegaan of dit ook de weg is die het college voorstelt om doelmatigheid en doeltreffendheid aan te tonen, tenzij het college suggereert dat dit automatisch is aangetoond wanneer alle huishoudens kunnen rondkomen. Dit is in ieder geval niet duidelijk.
Antwoord De Minima Effect Rapportage (MER) toont de doeltreffendheid en doelmatigheid van het minimabeleid (de minimaregelingen) aan. Als alle typen huishoudens in Dordrecht kunnen rondkomen, dan is het minimabeleid doelmatig en doeltreffend. Naast het minimabeleid voeren we met het programma Samen tegen armoede een breder beleid uit, dat zich vooral richt op vroegtijdige signaleren en hulp bij beginnende geldzorgen. De doeltreffendheid van het programma Samen tegen armoede wordt gemonitord met behulp van de KPI's en de nog te formuleren ambities daarop. Vraag 3.
Klopt het dat de doelstellingen van de preventiemaatregelen binnen het programma Samen tegen Armoede gericht zijn op het voorkomen dat mensen in armoede of schulden geraken?
Antwoord We richten ons met het programma erop om inwoners zo vroeg mogelijk toe te leiden naar hulp. Hieronder verstaan we: het vroegtijdig opsporen van inwoners met een verhoogd risico op armoede en schuldenproblematiek. Hiermee willen we voorkomen dat geldzorgen leiden tot grotere problemen zoals baanverlies, huisuitzetting of een (groter) beroep op (jeugd)zorg.
Pagina 2/5
Datum
11 juni 2024
Ons kenmerk
2024-0051184
Aanvulling
De beantwoording gaat over vroegsignalering, wat bij mijn weten maar een deel van de preventiemaatregelen op lokaal niveau zijn (zoals ook genoemd in het rekenkamer rapport). De vraag gaat over de doelstellingen van preventiemaatregelen. Zelfs bij vroegsignalering zou ik verwachten dat de doelstelling dan is om tot een vermindering te komen van zware schuldproblematiek, of om curatietrajecten in te korten bijvoorbeeld. Vroegsignalering kan beteken dat we meer mensen vinden met schuldproblematiek (al gaat het daar meer om maatregelen om bereik te vergroten), maar het gaat natuurlijk ook om het eerder vinden van mensen met schuldproblematiek (wat dan ook weer een preventiekarakter heeft).
Antwoord Het doel van de preventiemaatregelen is om positieve effecten te bereiken op het gebied van gezondheid en participatie. We weten dat inwoners die leven met geldzorgen, schulden of armoede vaker chronische stress hebben, een ongezonde leefstijl of chronische ziekten zoals diabetes en hart- en vaatziekten. Ook psychosociale problemen of opvoedproblemen komen vaker voor. Uit onderzoek blijkt dat mensen in armoede gemiddeld acht jaar eerder overlijden en vijfentwintig jaar in minder goede gezondheid leven. Investeren in armoede en schulden leidt tot besparing in het sociaal en medisch domein én tot betere kwaliteit van leven voor inwoners. Preventie binnen het programma Samen tegen armoede gaat over het vroegtijdig signaleren van problematiek. Wij zetten verschillende activiteiten en interventies in maar zij hebben allen hetzelfde doel: inwoners in staat te stellen om financiële problemen aan te pakken voordat ze onbeheersbaar worden en daarmee chronische stress en gezondheidsverschillen voorkomen. Preventiemaatregelen op schulden moeten op termijn leiden tot minder schuldhulpverleningstrajecten, omdat inwoners hun schulden eerder aanpakken. Bij schuldhulpverlening meten we de gemiddelde schuld bij aanvang van een schuldhulpverleningstraject.
Tegelijk merken we op dat landelijk het gesprek gevoerd moet worden om de oorzaak van schulden aan te pakken, zoals de 'schuldenindustrie', het online gokken en 'buy now pay later' bij online winkelen. Om te voorkomen dat inwoners onder de armoedegrens leven, zetten we in op het tegengaan van niet-gebruik van armoederegelingen. De lokale en landelijke regelingen zijn nodig om het inkomen aan te vullen tot een basis waarmee verschillende huishoudtypen kunnen rondkomen. Het bereik van voorzieningen vergroten is geen doel op zich, maar een middel om te zorgen dat inwoners rond kunnen en dat de chronische stress afneemt. Vraag 4.
Indien het antwoord op de vorige vraag ja is: klopt het dat een bijkomend verwacht effect van succesvolle preventiemaatregelen een afname van de vraag naar curatie zou zijn op de lange termijn?
Antwoord Onder curatie binnen de context van het programma Samen tegen armoede vallen twee onderdelen: schuldhulpverlening en het
Pagina 3/5
Datum
11 juni 2024
Ons kenmerk
2024-0051184
minimabeleid. Onze belangrijkste doelstellingen zijn om juist meer mensen te bereiken die gebruik maken van deze ondersteuning, en niet minder. Afname van de vraag zal alleen worden gerealiseerd als het rijksbeleid en de economische ontwikkeling voorzien in voldoende inkomen voor alle huishoudensgroepen. Aanvulling
Gaat over de verwachte effecten van preventiemaatregelen. Wederom wordt er aangegeven dat men het net breder probeert uit te werpen en een grotere groep probeert te bereiken. De vraag gaat alleen over de preventiemaatregelen, niet over de maatregelen om bereik te vergroten.
Antwoord Het bereik van minimaregelingen vergroten is de krachtigste manier om te voorkomen dat inwoners in armoede leven. Dat zou op de lange termijn minder curatietrajecten kunnen opleveren. Vraag 5.
Hoe is het college van plan de raad een keuze voor te leggen tussen inzet op preventie en nazorg versus curatie, waarbij de raad goed in positie is, wanneer onduidelijk is wat de precieze resultaten zijn van het preventie- en nazorgbeleid ten opzichte van de investering? Dit gezien het college aanbeveling 3 van het rapport niet lijkt over te nemen.
Antwoord Wij voeren het door de raad vastgestelde programma "Vervolg Samen tegen armoede' uit. Het programma loopt van 2023 tot en met 2026. Op dit moment is er geen aanleiding om het programma te herijken. Na de presentatie van het rekenkamerrapport heeft de commissie besloten het rapport te betrekken bij de uitkomsten van de MER. De MER wordt in juni naar de raad gestuurd. Aanvulling
Het antwoord op vraag 5 is dat er nu geen aanleiding is om het programma te herijken. Maar dat is ook niet de vraag. De vraag is hoe het college van plan is om de raad goed te informeren als het moment daar is om de keuze te maken. Het antwoord neemt aan dat er om een onmiddellijke herijking wordt gevraagd, terwijl er gevraagd wordt naar de manier waarop het college van plan is naar de toekomst toe de raad in positie te brengen. Deze vraag is dus niet beantwoord wat mij betreft.
Antwoord Wanneer er nieuwe keuzes gemaakt moeten worden dan wordt het huidige programma Samen tegen armoede geëvalueerd aan de hand van de gestelde doelen en kritische prestatie indicatoren. Wij geven inzicht in de geleerde lessen, de resultaten en vragen de raad opnieuw om kaders mee te geven voor nieuw te vormen armoedebeleid.
Pagina 4/5
Datum
11 juni 2024
Ons kenmerk
2024-0051184
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Het college van Burgemeester en Wethouders
C.H.W.M. Post secretaris
Pagina 5/5
A.W. Kolff burgemeester