Antwoordbrief artikel 40-vragen VVD Huisvesting statushouders.pdf
Tekst van het document
Retouradres: Postbus 8
3300 AA DORDRECHT
Gemeente Dordrecht Spuiboulevard 300
Aan
3311 GR DORDRECHT
de heer J.C. van der Net en de heer R. Noldus
T 14078
van de fractie VVD
www.dordrecht.nl
p/a raadsgriffie@dordrecht.nl Contactpersoon S. Kaarsgaren T (078) 770 2809 Datum
18 mei 2021
Ons kenmerk
2021-0065675
Bijlage(n)
2
Betreft
Beantwoorden artikel 40-vragen inzake Huisvesting statushouders
E s.kaarsgaren@dordrecht.nl
DOSSIER Afschrift: - VBO/OB, EG Imthorn
SK Dordrecht 704
Geachte heer Van der Net en heer Noldus,
- raadsgriffier t.b.v. raads- en burgerraadsleden
Bij brief van 12 april 2021, bij ons ingekomen op 13 april 2021, heeft u op grond van artikel 40 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad namens de fractie VVD 6 vragen gesteld inzake huisvesting statushouders. Wij beantwoorden uw vragen als volgt.
Vraag 1.
Hoeveel statushouders moet Dordrecht dit jaar gaan huisvesten? En hoe verhoudt dit zich tot de aantallen van de afgelopen periode?
Antwoord De taakstelling voor het eerste halfjaar van 2021 bedraagt 92 vergunninghouders. De taakstelling voor het tweede halfjaar van 2021 bedraagt 75 vergunninghouders. Dit is een verdubbeling ten opzichte van 2019 en 2020 waarin de taakstelling respectievelijk 82 en 81 per jaar betrof.
Vraag 2.
Hoeveel woningen moet Dordrecht vinden voor deze doelgroep?
Antwoord Het is vooraf niet bekend hoe de huishoudenssamenstelling van de vergunninghouders eruit ziet. Pas op moment dat vergunninghouders 'gekoppeld' worden aan een gemeente weten gemeenten om hoeveel huishoudens het gaat. In de periode 1 januari tot 19 april heeft Dordrecht 43 vergunninghouders gehuisvest. Het betrof 24 huishoudens en dus ook 24 woningen.
Vraag 3.
In welke categorie sociale huurwoningen bevinden deze woningen zich?
Antwoord In vrijwel alle gevallen gaat het om woningen met een huur tot de aftoppingsgrens.
Vraag 4.
Heeft het College al nagedacht over alternatieve huisvestiging?
Antwoord Ja, wij denken na over en staat open voor alternatieve vormen van huisvesting. Echter, ook bij het aanbieden van niet-corporatiewoningen blijft een feit dat vergunninghouders zijn aangewezen op betaalbare huurwoningen. Buiten het woningaanbod van de woningcorporaties is het aanbod aan betaalbare huurwoningen in Dordrecht beperkt. Daarnaast is het aanbod versnipperd over een groot aantal verschillende eigenaren, waardoor het niet voor de hand ligt deze woningen in te zetten voor de huisvesting van vergunninghouders. Een andere alternatief is de realisatie van tijdelijke woonruimte voor deze doelgroep in de vorm van 'flexwoningen'. Als college zetten we in op
Pagina 1/2
Datum
18 mei 2021
Ons kenmerk
2021-0065675
een grotere flexibele schil aan woningen voor urgent woningzoekenden, waaronder vergunninghouders.
Vraag 5.
Welke mogelijkheden ziet het College voor het passend aanbieden van woningen, waarbij de impact voor Dordtenaren die al zo lang op een sociale huurwoning wachten worden geminimaliseerd?
Antwoord Samen met partners, waaronder de woningcorporaties, zoeken we naar manieren en locaties om de flexibele schil aan woningaanbod uit te breiden. Hierbij wordt gekeken naar de transformatie van vastgoed, de tijdelijk inzet van woningen die op termijn gesloopt gaan worden en het plaatsen van flexibele wooneenheden. Deze flexibele schil geeft mensen snel een dak boven het hoofd. Zij kunnen vervolgens zelf de vervolgstap maken naar een meer permanente vorm van huisvesting.
Vraag 6.
Welke partijen en organisaties heeft de gemeente nodig, om deze uitdaging op een goede wijze met voldoende draagvlak het hoofd te kunnen bieden?
Antwoord De gemeente is bij de uitvoering van de taakstelling huisvesting vergunninghouders afhankelijk van rijks- en provinciaal beleid. De woningmarktregio's in Zuid-Holland hebben eind 2020 een brief gestuurd aan minister Ollongren waarin het signaal is afgegeven dat de huisvesting van grote aantallen vergunninghouders in een krappe woningmarkt leidt tot verminderd maatschappelijk draagvlak voor het huisvesten van deze en andere kwetsbare groepen. Daarbij is een aantal maatregelen voorgesteld, waaronder een andere wijze van verdeling van de taakstelling over gemeenten en het verbeteren van het maatschappelijk draagvlak. Het Rijk is als eerste aan zet om zijn verantwoordelijkheid te nemen en het beleid aan te passen. Op 9 april heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een antwoord gestuurd op deze brief. Beide brieven zijn ter informatie als bijlage bijgevoegd. De provincie is toezichthouder op dit dossier en met hen vindt regelmatig overleg plaats over de voortgang, waarbij ook de knelpunten en uitdagingen worden besproken. Daarbij is in de meeste gevallen ook het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) betrokken. Lokale partners zijn de woningcorporaties en Vluchtelingenwerk Nederland. Met hen wordt constructief samengewerkt en vindt doorlopend (regionaal) overleg plaats op dit dossier.
Wij vertrouwen er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Het college van Burgemeester en Wethouders
C.H.W.M. Post secretaris
Pagina 2/2
A.W. Kolff burgemeester