Antwoordbrief artikel 40-vragen GroenLinks Stopzetten ontwikkeling windmolen Krabbegors.pdf
Tekst van het document
Retouradres: Postbus 8
3300 AA DORDRECHT
Gemeente Dordrecht Spuiboulevard 300
Aan
3311 GR DORDRECHT
de heer F.B.L. van der Meer
T 14078
van de fractie GroenLinks
www.dordrecht.nl
p/a raadsgriffie@dordrecht.nl Contactpersoon R. Kooman T (078) 770 4842 Datum
22 maart 2022
Ons kenmerk
2022-0040444
Betreft
Beantwoorden artikel 40-vragen inzake stopzetten ontwikkeling windmolen Krabbegors
E r.kooman@dordrecht.nl DOSSIER Afschrift: - VBO/BO, EG Imthorn
SK Dordrecht 704
Geachte heer Van der Meer, Bij brief van 23 februari 2022, bij ons ingekomen op 24 februari 2022 en een aanvulling bij ons ingekomen op 28 februari 2022, heeft u op grond van artikel 40 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad namens de fractie GroenLinks vragen gesteld met betrekking tot stopzetten ontwikkeling windmolen Krabbegors. Wij beantwoorden uw vraag als volgt. Vraag 1.
De vertraging lijkt geen gevolg van gebrek aan voortvarendheid bij de gemeente of de ECD. Klopt dat? Zo ja, kan dan niet aan de subsidieverlener worden gevraagd om in de gegeven situatie niet aan de betreffende deadline vast te houden? Zo ja, is dat gebeurd? Met welk resultaat of waarom niet?
Antwoord Het project heeft veel vertraging opgelopen. Na het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning eind 2016 is de vergunning derde kwartaal 2018, na het verlenen van een verklaring van geen bezwaar van de raad van Dordrecht in mei 2018, verstrekt. Vervolgens zijn een aantal bezwaarden in beroep gegaan bij de rechtbank. Deze procedure heeft, nadat de op de zittingsdag bleek dat de rechtbank een deel van de Bezwaarden niet uitgenodigd en vervolgens een tweede zitting "vergat" te plannend iets meer dan een jaar geduurd. In deze procedure hebben de bezwaarden het beroep verloren. Een deel van hen is in hoger beroep gegaan bij de Raad van State (RVS). Vanwege corona heeft de RVS in 2020 geen zitting gepland. Om een (voorlopige) uitspraak van de RVS te forceren heeft de ECD na de zomer van 2020, door te stellen dat zij ging bouwen, bezwaarden verleid tot het indienen van een voorlopige voorziening. De behandeling van deze voorlopige voorziening heeft in april 2021 plaatsgevonden. Vanwege het Nevele arrest is hier geen uitspraak uit voortgekomen. Tot op vandaag heeft de rechter van de Raad van State geen uitspraak gedaan in dit beroep. De verwachting is dat momenteel een zitting niet voor juni 2022 gepland zal gaan worden. Aan het verkrijgen van de SDE subsidie zijn voorwaarden verbonden.
In loop der tijd heeft de ECD meerdere malen aan de subsidieverstrekker uitstel voor de bouw gevraagd en gekregen. Een belangrijke voorwaarde is dat de windmolen binnen vier jaar na het verkrijgen van de subsidie in bedrijf moet zijn. Dat betekent dat de
Pagina 1/4
- raadsgriffier t.b.v. raads- en burgerraadsleden
Datum
22 maart 2022
Ons kenmerk
2022-0040444
windmolen uiterlijk 4 maart 2023 in gebruik moet zijn. Met de huidige stand van zaken zou feitelijke ingebruikname pas ruim na die tijd plaatsvinden met als gevolg dat een deel van de SDE subsidie niet wordt uitgekeerd. Dit is niet de enige reden voor het stopzetten van het project. Vijf jaar na het indienen van de vergunningaanvraag, hebben de ontwikkelingen rondom windturbines niet stilgestaan. De in de aanvraag opgenomen windturbine was in 2016 het standaard productiemodel. Nu is deze turbine vrijwel uit gefaseerd (vanaf eind 2022 niet meer leverbaar), hierdoor lopen de productiekosten sterk op. Het is een combinatie van het voorgaande, flinke prijsstijgingen in de bouw, renteontwikkelingen en het gegeven dat dit type windmolen vanaf eind 2022 uit productie gaat. De kostenstijgingen hebben een zodanige negatieve impact op de businesscase dat een rendabele exploitatie niet mogelijk is. Daarbij komt dat de combinatie van het beëindigen van de productie van de turbine en het ontbreken van en het geen zicht hebben op een uitspraak van de RVS, het vrijwel onmogelijk maakt om de turbine op tijd te bestellen en te realiseren. Het opnieuw aanvragen van een verlenging van uitstel aan de subsidieverstrekker is derhalve niet zinvol. Vraag 2.
Als alternatief wordt een zonnepark gesuggereerd. Maar daar lijkt nog geen definitief plan voor. Klopt dat? Hoe zeker is het dat een dergelijk plan er wel komt en wanneer?
Antwoord Er wordt op deze locatie geen zonnepark ontwikkeld. Er waren reeds plannen voor het ontwikkelen van een distributiecentrum op deze locatie inclusief de windmolen. Met de ontwikkelaar is gesproken over het stopzetten van de ontwikkeling van de windmolen waarop de ontwikkelaar heeft aangegeven de maximale capaciteit aan zon op dak te willen realiseren. De bouwplannen zijn momenteel in voorbereiding. Vraag 3.
Kunt u inzicht geven in de business case voor de geplande windmolen zonder subsidie en de business case voor een zonnepark met dezelfde energieopbrengst? Hoe verhouden beide business cases zich tot elkaar?
Antwoord Zoals aangegeven in antwoord op de vorige vraag wordt er geen zonnepark aangelegd maar vindt maximalisatie van zon op dak plaats. Wij hebben geen inzage in de businesscases van particuliere ontwikkelaars. De in het antwoord op vraag 1 genoemde omstandigheden zorgen er voor dat de nu, voor financiering noodzakelijke, opgestelde businesscase met een rendement van 0,19% zeer slecht uitpakt. Deze businesscase is gebaseerd op de afgegeven SDE+ beschikking van € 73,- per geproduceerde MWh. Een businesscase zonder deze subsidie zal het risicoprofiel alleen nog meer onzekerder maken. De SDE+ subsidie wordt namelijk voor een periode van 15 jaar door de overheid gegarandeerd. De huidige businesscase is onder de huidige omstandigheden niet financierbaar. Een businesscase zonder subsidie zal dit alleen maar verslechteren.
Pagina 2/4
Datum
22 maart 2022
Ons kenmerk
2022-0040444
Over het algemeen is de kostprijs per kWh van wind lager dan die van een zonnepark. Dit is ook te zien in de SDE++ subsidie systematiek van RVO waarbij wind per kWh minder subsidie nodig heeft dan voor een zonnepark. Vraag 4.
Een zonnepark in plaats van een windmolen zou een nog groter accent leggen op opwekking van duurzame energie door zon, hetgeen tot minder stabiliteit van energieaanbod leidt dan een evenwichtige combinatie van zon en wind. Hoe beoordeelt u deze verschuiving en welke complicaties voor netcapaciteit en energieopslag brengt dat met zich mee?
Antwoord Dat we op deze locatie geen windmolen kunnen realiseren is inderdaad minder gunstig voor de beoogde energie-mix. Bij een eenzijdige oriëntatie op de opwek van zonne-energie wordt de beschikbare netcapaciteit, niet optimaal benut. Immers op een zonnige dag "loopt het net vol" en op een bewolkte dag is er capaciteit over. Zon en wind hebben aanvullend productieprofiel waardoor er, bij de combinatie van zon en wind, met dezelfde infrastructuur meer duurzame energie op het net kan worden gezet. Voor de maximum capaciteit van het net maakt het niet uit. De combinatie van zon en wind kan, net als bij alleen zon of wind, leiden tot capaciteitsproblemen op het net. Capaciteitstekort op het net kan bij alle combinaties leiden tot de behoefte aan opslagcapaciteit. Vraag 5.
Welke implicaties heeft het afblazen van deze windmolen voor de realisatie van de RES? Is het aanleiding om elders of opnieuw een initiatief tot een of meer windmolens te nemen?
Antwoord Het is een tegenvaller in de realisatie van het Dordtse deel van het regionale bod uit de RES voor opwek in 2030 maar we zien nog voldoende ruimte om deze tegenvaller lokaal en mogelijk ook regionaal te kunnen compenseren daarbij zullen we ook bezien welke mogelijkheden de huidige structuurvisie Wind daarbij nog biedt. Daarnaast zijn we ons bewust dat er na 2030 nog veel meer hernieuwbare energie nodig is om de doelstelling van energieneutraliteit in 2050 te realiseren. Vraag 6.
Is of wordt er met andere partijen overlegd over mogelijkheden om toch een windmolen op Krabbegors te realiseren?
Antwoord De vergunning die is afgegeven is voor een bepaald type windmolen. Dit type is inmiddels al verouderd en zal, zoals aangeven in de beantwoording van vraag 1, dit jaar uit productie worden genomen. De businesscase voor dit type windmolen op deze plek is onder de huidige omstandigheden niet rendabel en dus risicovol gebleken. Het realiseren van een ander type (groter) molen vraagt om een nieuwe vergunning en zal daarmee leiden tot een nieuwproces van bezwaren en rechtsgang met alle onzekerheid die dit met zich meebrengt. Wij zien dus geen mogelijkheden om op een verantwoorde en rendabele manier hier nog een windmolen te realiseren.
Pagina 3/4
Datum
22 maart 2022
Ons kenmerk
2022-0040444
Vraag 7.
In de eigendomsbepalingen van het perceel is vastgelegd dat er een nutsvoorziening (lees windmolen) kan worden gerealiseerd. Is, nu de rol van de ECD wijzigt, ook sprake van een wijziging in het zakelijk recht en de bestemmings/gebruikbepalingen voor het vestigen van een windmolen op het perceel? Zo ja, zijn er mogelijkheden om de vestiging van een windmolen open te houden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wil het college daar gebruik van maken?
Antwoord N.V. HVC heeft namens de ECD op 30 november 2016 een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het oprichten van een windturbine op het Duivelseiland (Krabbegors). Omdat de bouw van deze windturbine op grond van het bestemmingsplan Zeehavens niet is toegestaan, is ook een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan gevraagd en verleend. De ECD had een privaatrechtelijke overeenkomst met HVC die het voor de ECD mogelijk maakte om op het terrein van HVC een windturbine te bouwen en te exploiteren. HVC was al geruime tijd voornemens om hun perceel op het Duivelseiland te verkopen. De windturbine is onderdeel geweest van dit verkoop proces. Om de bouw en exploitatie van de windturbine mogelijk te maken moest HVC/ECD een zakelijk recht vestigen op een deel van het perceel van de koper. Het koop contract voorzag in deze mogelijkheid. Nu de ECD afziet van de bouw zal zij, mede vanwege de kosten die hiermee gemoeid zijn, geen zakelijk recht vestigen op de voor de windturbine benodigde gronden. De omgevingsvergunning blijft, ondanks dat de windturbine niet wordt gebouwd, in stand. De nieuwe eigenaar van het perceel is rechtverkrijgende. Binnen de voorwaarden van de vergunning is het mogelijk een windturbine te realiseren. Het initiatief voor de bouw kan genomen worden door de eigenaar/gebruiker van het terrein of een andere partij.
Voor het laatste is een privaatrechtelijke overeenkomst tussen eigenaar/gebruiker en initiatiefnemer vereist. Wij zien voor onszelf hierin geen rol weggelegd. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Het college van Burgemeester en Wethouders
C.H.W.M. Post secretaris
Pagina 4/4
A.W. Kolff burgemeester