Antwoordbrief artikel 40-vragen GroenLinks Keti Koti.pdf
Tekst van het document
Retouradres: Postbus 8 3300 AA DORDRECHT
Gemeente Dordrecht Spuiboulevard 300
Aan
3311 GR DORDRECHT
de heer M.O. Burakçin
T 14078
van de fractie GroenLinks
www.dordrecht.nl
p/a raadsgriffie@dordrecht.nl Contactpersoon B.J. Visser T (078) 770 4122 Datum
13 juli 2021
Ons kenmerk
2021-0095860
Betreft
Beantwoorden artikel 40-vragen inzake "Keti Koti"
E bj.visser@dordrecht.nl
DOSSIER Afschrift: - VBO/OB, EG Imthorn
Geachte heer Burakçin, Bij brief van 1 juli 2021, bij ons ingekomen op 1 juli 2021, heeft u op grond van artikel 40 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad namens de fractie GroenLinks vragen gesteld over "Keti Koti". Wij beantwoorden uw vragen als volgt. Vraag 1.
Is het college op de hoogte van het slavernijverleden van onze stad Dordrecht en heeft het college kennis genomen van het bericht hierover op 30 juni op de nieuwssite Dordrecht.net onder de kop: "Ondanks prominente rol van Dordrecht in slavernij historie gaat herdenken aan de stad vooral voorbij"
Antwoord Wij hebben kennisgenomen van het bericht op de nieuwssite Dordrecht.net. We weten dat ook Dordrecht, net als veel andere steden in die tijd, een rol heeft gespeeld in de slavernij. Vraag 2.
Is het college bereid om het voorbeeld van andere steden te volgen om naar het slavernij verleden onderzoek te laten doen?
Antwoord Wij zijn van mening dat het verleden niet bedekt moet blijven, maar dat men hier open over moet zijn. Ook als het een pijnlijk verleden is. Over het slavernijverleden en de rol van Dordrecht hierin zijn dan ook al onderzoeken gedaan, bijvoorbeeld het onderzoek '300 jaar handel in suiker te Dordrecht 1695-1905' van H.W.G. van Blokland-Visser en ook de Canon van Dordrecht besteedt aan deze geschiedenis een venster met de naam 'Dordtse plantages in West-Indië'. Er wordt onderzocht welke onderzoeken hier al naar geweest zijn en of daar hiaten zijn. Vraag 3.
Is het college bereid om zich in te zetten voor meer bekendheid en zichtbaarheid van het Dordtse slavernijverleden? Bv tijdens de viering van 800 jaar stadsrechten, die ook staan voor vrijheid terwijl slavernij staat voor onvrijheid? Zo ja, graag een gemotiveerd antwoord welke concrete stappen het college denkt te gaan zetten om hier invulling aan te geven. Zo nee, waarom niet?
Antwoord Ja, daartoe zijn wij bereid. Tijdens de viering van de Eerste Vrije Statenvergadering in 2022 zal aan het Dordtse slavernijverleden aandacht worden besteed. Belangrijkste thema dan: vrijheid en verdraagzaamheid. Daarnaast is het Dordrechts Museum toegetreden tot het platform Musea Bekennen Kleur. Het doel van deze organisatie
Pagina 1/2
SK Dordrecht 704 - raadsgriffier t.b.v. raads- en burgerraadsleden
Datum
13 juli 2021
Ons kenmerk
2021-0095860
is om in gezamenlijkheid diversiteit en inclusie te verankeren in het DNA van de verschillende musea. Ook het Dordrechts Museum gaat zijn inspanningen verder versterken. Zo gaat de gehele collectie tegen het licht gehouden worden en zal daar waar nodig, zoals bijvoorbeeld bij de goudleerkamer in Huis van Gijn, het gehele verhaal worden verteld. Het museum zal ook in zijn programmering het slavernijverleden, meer dan nu, zichtbaar maken en aandacht geven. Vraag 4.
Is het college bereid om de mogelijkheid tot een Keti Koti monument in de gemeente Dordrecht te verkennen? Zo ja? is er ook een plek om Keti Koti volgend jaar in de maand van de herdenking en viering van de eerste vrije Statenvergadering in Dordrecht herdacht kan worden?
Antwoord Wij zijn van mening dat de wens voor een dergelijk monument vanuit de samenleving zelf moet komen. Is de roep vanuit de maatschappij dusdanig groot dan staan wij hier zeker voor open. En, zoals bij de beantwoording op vraag drie al is aangegeven, zal in 2022 tijdens de viering van de Eerste Vrije Statenvergadering ook aandacht worden besteed aan het Dordtse slavernijverleden. Vraag 5.
Is het college bereid om net als de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht het kabinet op te roepen om van Keti Koti een nationale feestdag te maken om landelijk aandacht te schenken aan het Nederlandse slavernijverleden? Zo nee waarom niet?
Antwoord Ook hiervoor geldt dat wij vinden dat een dergelijke roep vanuit de samenleving zelf moet komen. Wij zullen het kabinet dan ook niet oproepen om van Keti Koti een nationale feestdag te maken. Wij vertrouwen er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Het college van Burgemeester en Wethouders
H. Kranendonk loco-secretaris
Pagina 2/2
A.W. Kolff burgemeester