Antwoordbrief artikel 40-vragen CDA Sportbedrijf en verdelingsvraagstukken.pdf
Tekst van het document
Retouradres: Postbus 8
3300 AA DORDRECHT
Gemeente Dordrecht Spuiboulevard 300
Aan
3311 GR DORDRECHT
de heer C.J. van Dam Timmers
T 14078
van de fractie CDA
www.dordrecht.nl
p/a raadsgriffie@dordrecht.nl Contactpersoon A.S. Verkerk T (078) 770 4365 Datum
20 april 2021
Ons kenmerk
InProces BBV: 2021-0052449
Betreft
Beantwoorden artikel 40-vragen inzake het sportbedrijf en verdelingsvraagstukken
E as.verkerk@dordrecht.nl
DOSSIER Afschrift: - VBO/OB, EG Imthorn
Geachte heer Van Dam Timmers,
SK Dordrecht 704 - raadsgriffier t.b.v.
raads- en burgerraadsleden Bij brief van 8 februari 2021, bij ons ingekomen op 9 februari 2021, heeft u op grond van artikel 40 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad namens de fractie CDA vragen gesteld inzake het sportbedrijf en verdelingsvraagstukken. Wij beantwoorden uw vragen als volgt.
Het college is van mening dat vragen over het eventuele functioneren van de organisatie niet via artikel 40 vragen moeten worden gesteld. Wij willen u dan ook uitnodigen voor een persoonlijk gesprek om de problematiek nader toe te lichten en aan te geven welke verenigingen signalen hebben afgegeven. Dit omdat bij het college geen enkel signaal bekend is en deze vragen meer dan schadelijk zijn voor medewerkers. Daarnaast is na de reorganisatie in 2018 het Sportbedrijf opgehouden te bestaan. Er heeft een opsplitsing in twee teams plaatsgevonden, te weten Team Sport (cluster Stad) en Team Sportaccommodaties (cluster Publieksaccommodaties).
Vraag 1.
Als CDA-fractie krijgen wij signalen over de ontevredenheid die er is over het sportbedrijf. Herkent het college deze signalen? Zo ja, welke signalen krijgt het college precies?
Antwoord Nee het college herkent deze signalen niet.
Vraag 2.
Is het college op de hoogte van de signalen dat er meer verenigingen niet meer willen praten met het sportbedrijf o.a. vanwege de door hen gehanteerde omgangsvormen?
Antwoord Nee het college is niet op de hoogte van signalen.
Vraag 3.
Kent het college het conflict dat DVO gehad heeft met het sportbedrijf over een forse rekening voor het kortdurend gebruik van een al betaald (maar op dat moment niet in gebruik) sportveld van OranjeWit? Wat vind u ervan dat daar een rekening voor is gestuurd?
Antwoord Ja het conflict is bekend. Er is gehandeld binnen de vastgestelde kaders. Hoofdhuurders van sportaccommodaties zijn niet bevoegd om velden (gratis) onder te verhuren aan andere verenigingen. Afspraken kunnen alleen met team Sportaccommodaties gemaakt worden. Ook andere (tijdelijke) gebruikers hebben gewoon moeten betalen voor het gebruik.
Pagina 1/2
Datum
20 april 2021
Ons kenmerk
InProces BBV: 2021-0052449
Vraag 4.
Het CDA Dordrecht vind dat verenigingen in gelijke gevallen gelijk behandeld dienen te worden en wij begrijpen in het geval van DVO dat zij zich achtergesteld voelen als het gaat om gemeentelijke steun. Het achtergesteld voelen komt in onze gesprekken met verenigingen vaker terug. Hoe kijkt het college naar de (eigen) uitgangspunten voor de behandeling van verenigingen?
Antwoord Alle verenigingen in Dordrecht krijgen op basis van de geldende regels en afspraken eenduidige steun.
Vraag 5.
Op basis waarvan besluit het college subsidies te verstrekken? Welk kader en/of beleid wordt gehanteerd, en hoe zien wij het gelijkheidsbeginsel 'gelijke monniken, gelijke kappen' hierin terug?
Antwoord Voor de gemeentelijke subsidies, zie de website van de gemeente Dordrecht (https://cms.dordrecht.nl/Inwoners/Overzicht_Inwoners/Subsidie/Subs idie_algemeen)
Vraag 6.
Houdt het college bij de verstrekking van subsidie aan verenigingen rekening met de kosten die een individuele sporter draagt binnen een vereniging?
Antwoord Nee bij bovengenoemde subsidies wordt geen rekening gehouden met de kosten die een individuele sporter draagt binnen een vereniging.
Vraag 7.
Kan het college voor het verkrijgen van inzicht een overzicht geven van de verstrekte subsidie per sport met daaraan gekoppeld de hoeveelheid sporters die de sport vertegenwoordigd?
Antwoord Nee zie antwoord 5 en de website. Wij vertrouwen er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Het college van Burgemeester en Wethouders
C.H.W.M. Post secretaris
Pagina 2/2
A.W. Kolff burgemeester