Antwoordbrief artikel 39-vragen PvdA+GL Wantijbad.pdf
Tekst van het document
Retouradres: Postbus 8
3300 AA DORDRECHT
Gemeente Dordrecht Spuiboulevard 300
Aan de heer C.A. van Verk en mevrouw C.C. Benschop van respectievelijk de fracties PvdA en GroenLinks
p/a raadsgriffie@dordrecht.nl
3311 GR DORDRECHT T 14078 www.dordrecht.nl
Contactpersoon J.J. van Gogh Datum
27 oktober 2020
Ons kenmerk
InProces BBV: 2020-0141001
Betreft
Beantwoorden artikel 39-vragen inzake Wantijbad
T (078) 770 4629 E jj.van.gogh@dordrecht.nl DOSSIER Afschrift:
Geachte heer Van Verk en mevrouw Benschop, Bij brief van 19 oktober 2020, bij ons ingekomen op 19 oktober 2020, heeft u op grond van artikel 39 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad namens de fracties PvdA en GroenLinks vragen gesteld inzake het Wantijbad. Wij beantwoorden uw vragen als volgt.
- VBO/OB, EG Imthorn
SK Dordrecht 704 - raadsgriffier t.b.v. raads- en burgerraadsleden
Naar aanleiding van het krantenbericht: Vraag 1. Volgens dagblad AD/deDordtenaar waren de geldproblemen zo acuut dat het groot onderhoud aan de machinekamer moest worden stilgelegd. Het bad zou niet geopend kunnen worden wanneer deze klus niet zou worden afgerond. Dat is, volgens dit dagblad, de reden waarom het college met geld over de brug kwam. Klopt deze weergave van de gang van zaken? Antwoord Het klopt dat de geplande openingsdatum medio juli niet was gehaald als er geen oplossing voor de geldproblemen was geweest. Vraag 2.
Wanneer bovenstaande gang van zaken klopt, dan leiden wij hieruit af dat het geld ruim voor 1 juli beschikbaar is gesteld aan stichting het Wantijbad. Klopt deze aanname, zo ja wanneer is dit geld beschikbaar gesteld door B&W? Was dit ook de datum dat het geld is overgemaakt?
Antwoord Nee, dat is onjuist. Wij hebben de lening op 7 juli jl. beschikbaar gesteld. In het proces van dit voorstel richting het college waren de betrokken wethouders positief over het verstrekken van een tijdelijk krediet om het Wantijbad bij te staan. Met deze kennis heeft Stichting Wantijbad de aannemer kunnen overtuigen om de werkzaamheden af te maken en hem later uit te betalen. Het proces om over te gaan tot betaling van de geldlening kostte meer tijd, waardoor de geldlening op een later moment (7 augustus 2020) is uitgekeerd. Vraag 3.
De krant vermeldt dat deze procedure normaal verloopt via de gemeenteraad, waarom is daar van afgeweken? De stelling dat de raad pas in september weer bijeen kwam, achten wij niet geloofwaardig gezien onze conclusie dat het geld voor 1 juli beschikbaar moet zijn geweest. Immers de raad heeft eind juni en halverwege juli nog twee keer vergaderd.
Antwoord Deze opmerking heeft betrekking op het afsluiten van de geldlening. De gemeente heeft de beleidslijn dat leningen alleen in uitzonderlijke
Pagina 1/3
Datum
27 oktober 2020
Ons kenmerk
InProces BBV: 2020-0141001
gevallen worden verstrekt, op basis van een specifiek raadsbesluit. De aanlevertermijn voor de laatste raadsvergadering was op 7 juli 2020 echter ruimschoots verstreken. Als de normale procedure was gevolgd, dan was er pas na het zomerreces en het zwemseizoen een oplossing voor de geldproblemen geweest. Dat vonden wij voor alle partijen ongewenst, ook gezien de beperkte risico's die de lening met zich meebrengt. Het was nog wel mogelijk om voor het zomerreces een melding van deze geldlening te maken naar de raad via de BURAP. Op andere punten is niet van de normale procedure afgeweken. Naar aanleiding van het raadsvoorstel: Vraag 4. In de krant staat dat het e.e.a. te maken heeft met het veranderde BTW-regime waaronder het zwembad zou vallen. Hierdoor zou een belastingteruggave later tot stand komen. In het voorstel wordt gemeld dat het zou gaan om de BOSA-regeling en niets gemeld over de BTW. Kunt u precies uitleggen wat er nu werkelijk aan de hand is en welke gevolgen dit heeft voor de exploitatie van het zwembad? Antwoord Het Wantijbad en de Belastingdienst hebben een verschil van mening over het belastingregime waaronder de stichting valt. Stichting Wantijbad is van mening dat ze een BTW-belaste recreatieve voorziening exploiteert. De stichting heeft de BTW tot op heden daarom altijd op aangifte teruggevraagd.
De Belastingdienst is van mening dat het Wantijbad in hoofdzaak een voorziening is voor sport en lichamelijke opvoeding waarbij geen recht op teruggaaf van BTW bestaat. De Belastingdienst zal de verleende teruggaven daarom naheffen. Dit geeft een nadeel van ongeveer € 84.000,-. Het liquiditeitsprobleem dat hierdoor ontstaat heeft ervoor gezorgd dat de stichting de grootonderhoudswerkzaamheden stil heeft moeten leggen. De BTW correcties hoeven echter niet per definitie een nadeel te zijn. Nu de stichting als sportvoorziening kwalificeert, kan de stichting namelijk een beroep doen op BOSA subsidie (Stimulering bouw en onderhoud van sportaccommodaties) voor de investeringen, aanschaffingen beheer en onderhoud van het zwembad. Deze BOSA subsidie moet echter eerst worden aangevraagd en beoordeeld. Ter overbrugging tot het moment dat de subsidie tot uitkering komt heeft de stichting gevraagd om een tijdelijke lening. Voorafgaand aan de verstrekking van deze lening is getoetst in hoeverre deze subsidie reëel is. Op basis hiervan is de verwachting dat een BOSA aanvraag het gat wat is ontstaan door de gewijzigde BTW regelgeving grotendeels kan opvangen. Vraag 5.
Wat is de actuele stand van zaken met betrekking tot de BOSAregeling? Wat zijn de gevolgen wanneer deze regeling onverhoopt is uitgeput? De gevolgen voor het zwembad en voor de gemeente?
Antwoord Het Wantijbad heeft op dit moment twee BOSA aanvragen ingediend: De eerste aanvraag heeft een behandeltermijn tot eind december 2020 en bedraagt circa € 47.000,-. Over deze aanvraag is contact geweest tussen de stichting en de BOSA subsidie dienst, deze aanvraag lijkt goed te verlopen. De tweede aanvraag heeft een behandeltermijn tot medio februari 2021 en bedraagt circa € 72.000,-. Als de regeling volledig is uitgeput ontstaat een financieel knelpunt bij de stichting. Wij gaan dan Pagina 2/3
Datum
27 oktober 2020
Ons kenmerk
InProces BBV: 2020-0141001
met de stichting in overleg om de gevolgen van dit knelpunt in beeld te krijgen. Er is op dit moment geen aanleiding dat de subsidies niet uitbetaald zullen worden. Vraag 6.
Hoe kan het zijn dat er voor 1 juli een krediet is verstrekt en dat het raadsvoorstel gedateerd is op 6 oktober 2020? Waarom zijn er ruim drie maanden verstreken tussen lening en raadsvoorstel? Kunt u aangeven wat er allemaal niet klopt in deze procedure?
Antwoord Waar afgeweken is van de procedure en waarom hebben we beantwoord in het antwoord op vraag 3. Er was een acute noodzaak en het normale proces tot verschaffing van een lening was hierin niet snel genoeg. Om de raad wel tijdig te informeren was het nog mogelijk deze kwestie mee te nemen in de BURAP van juli jl. waarin de liquiditeitsproblemen van het Wantijbad en de keuze tot het verschaffen van een tijdelijke liquiditeit worden benoemd. Vraag 7.
Tot slot, dit is minimaal de derde keer dit jaar dat raad geconfronteerd wordt met voldongen feiten in de portefeuille Sport. De eerste keer betrof het het verlenen van extra krediet bij de Sportboulevard voor de komende 10 jaar; de tweede keer betrof het een extra uitgave voor het renoveren van waterleidingen in de Sportboulevard in het kader van legionella bestrijding en dit is inmiddels de derde keer. Kan het College ons verzekeren dat er vanaf nu geen voorstellen meer komen die een goedkeuring achteraf inhouden?
Antwoord Zoals we bij de antwoorden op de vragen 3 en 6 al hebben onderstreept, hadden we in dit geval te maken met druk op de besluitvorming. Een raadsbesluit was via de reguliere weg niet tijdig haalbaar. De informatievoorziening kon nog wel meegenomen worden in de laatst gepresenteerde BURAP zoals eerder benoemd. Uiteraard zullen wij in de toekomst aandacht blijven besteden aan het tijdig informeren van de raad. Wij vertrouwen er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Het college van Burgemeester en Wethouders
J. Scholten secretaris
Pagina 3/3
A.W. Kolff burgemeester