Antwoordbrief artikel 39-vragen GewoonDordt Borging stedenbouwkundige bepalingen.pdf
Tekst van het document
Retouradres: Postbus 8 3300 AA DORDRECHT
Gemeente Dordrecht Spuiboulevard 300
Aan
3311 GR DORDRECHT
de heer R.P. van der Klaauw, de heer G.J. Kleinpaste en mevrouw I. Koene
T 14078
van de fractie GewoonDordt
www.dordrecht.nl
p/a raadsgriffie@dordrecht.nl Contactpersoon C.A.E. van Nes T (078) 770 4908 E cae.van.nes@dordrecht.nl Datum
15 juni 2021
Ons kenmerk
2021-0079787
Betreft
Beantwoorden artikel 39-vragen (inlichtingen) inzake borging stedenbouwkundige bepalingen
DOSSIER Afschrift: - VBO/OB, EG Imthorn
SK Dordrecht 704
Geachte heer Van der Klaauw, heer Kleinpaste en mevrouw Koene, Bij brief van 1 juni 2021, bij ons ingekomen op 2 juni 2021, heeft u op grond van artikel 39 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad namens de fractie GewoonDordt een verzoek om inlichtingen gedaan (twee vragen) inzake borging stedenbouwkundige bepalingen. Wij beantwoorden uw vragen als volgt. Vraag 1.
Waar zijn vanaf 1 juli 2018 de stedenbouwkundige bepalingen geborgd zodat ze bij ontwikkelingen in onze stad van kracht zijn?
Antwoord Stedenbouwkundige bepalingen, zoals bouwvlak, rooilijnen, bouwgrenzen, bouwhoogte en bouwmassa staan in bestemmingsplannen (straks omgevingsplan). Deze worden vastgesteld door de gemeenteraad. In aanvulling of vooruitlopend op bestemmingsplannen kunnen beeldkwaliteit plannen worden gemaakt. Deze worden vastgesteld door de Gemeenteraad, als onderdeel van de welstandsnota en gelden vervolgens als kader voor de beoordeling van bouwplannen (bv. Beeldkwaliteitplan Binnenstad). Voorafgaand aan de bestemmingsplannen kan ook een ruimtelijke/stedenbouwkundige visie worden vastgesteld (recent voorbeeld de Spoorzone). Deze visies worden in een later stadium uitgewerkt in een stedenbouwkundig plan of raamwerk, dat meestal weer de basis vormt voor het bestemmingsplan. Voor sommige locaties (voornamelijk locaties waar de gemeente zelf grondeigenaar is) worden zogenaamde bouwenveloppen of kavelpaspoorten gemaakt. Dit zijn specifieke stedenbouwkundige en architectonische kaders voor die locatie. Deze worden vastgesteld door de gemeenteraad. Dit is bijvoorbeeld gedaan voor een aantal locaties voor zelfbouw, Daarnaast kan gekozen worden om deze zelfbouwkavels verder welstandsvrij te maken. In de Welstandsnota staat per gebied welke toetsingskaders er gelden. Als er sprake is van een geheel nieuwe ontwikkeling, of een heel erg Pagina 1/3
- raadsgriffier t.b.v. raads- en burgerraadsleden
Datum
15 juni 2021
Ons kenmerk
2021-0079787
van het gebied afwijkend bouwplan, dat de gemeente wel wil laten doorgaan, gelden de basiscriteria, terug te vinden op pagina 27 en 28 van de Welstandsnota. In het bestemmingsplan voor de historische binnenstad geldt dat het college van burgemeester en wethouders nadere eisen kan stellen: "Nadere eisen op grond van artikel 15.3 van het BESTEMMINGSPLAN Binnen het beschermd stadsgezicht geldt, aanvullend op de planregels uit het bestemmingsplan Historische Binnenstad, dat ter plaatse van de structuurbepalende lijn vervanging of verandering van de bestaande bebouwing en toevoeging van nieuwe bebouwing slechts toelaatbaar is met behoud en zo nodig verbetering van de structuur van de gevelwand. Dit op zodanige wijze, dat voor wat betreft schaal, gevelgeleding, hoogte differentiatie, kapvorm, silhouetvorming en rooilijn, aansluiting wordt gevonden bij de bestaande omgeving.
Burgemeester en wethouders zijn op grond van artikel 15.3 bevoegd: - nadere eisen te stellen ten aanzien van het bepaalde in het bovenstaande indien dat nodig is voor een juiste aansluiting op de bestaande omgeving, nadat de Welstands- en monumentencommissie om advies is gevraagd; - ontheffing te verlenen van het bepaalde in het bovenstaande indien en voor zover geen onevenredige schade wordt toegebracht aan dan wel herstel verzekerd is van het historisch en ruimtelijk karakter van het beschermd stadsgezicht en nadat de Welstands- en monumentencommissie om advies is gevraagd." Deze nadere eisen worden vervolgens, na advisering door de Welstands- en Monumentencommissie, vastgesteld in het bouwplanoverleg met de wethouder ruimtelijke ordening en gelden als toetsingskader voor bouwplannen voor de betreffende locatie. Verder geldt in de beschermde stadsgezichten dat pas tot sloop van bebouwing mag worden overgegaan, als er een vergund nieuwbouwplan ligt. Dit om de structuur van het beschermde stadsgezicht in tact te houden en bijvoorbeeld te voorkomen dat er langdurig grote gaten vallen in gesloten gevelwanden.…… Vraag 2.
Als deze bepalingen niet zijn geborgd, hoe gaat u dit per direct oplossen?
Antwoord Deze bepalingen zijn geborgd. Achtergrondinformatie Op 29 november 2014 is de zogenaamde 'Reparatiewet BZK 2014' in werking getreden (Stb. 2014, 458). De Reparatiewet nam onder meer de wettelijke grondslag weg voor de stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening (artikel 8, lid 5, 9 en 10 Woningwet en artikel 8.17 onder B IWro zijn komen te vervallen). De Reparatiewet BZK 2014 regelde verder dat gemeenten de stedenbouwkundige bepalingen uit hun bouwverordening voor 1 juli 2018 moeten hebben opgenomen in bestemmingsplannen of beheers verordeningen (artikel 133
Pagina 2/3
Datum
15 juni 2021
Ons kenmerk
2021-0079787
Woningwet werd toegevoegd). Dit betekent dat de stedenbouwkundige voorschriften uit de bouwverordening geleidelijk via overgangsrecht zullen 'uitsterven'. Het laten vervallen van de stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening is steeds de bedoeling van de wetgever geweest. Beoogd was om met de invoering van de Wet ruimtelijk ordening (Wro) in 2008 de stedenbouwkundige voorschriften uit de bouwverordening, inclusief de regeling betreffende het parkeren, geleidelijk zijn werkingskracht te laten verliezen. Met de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening (IWro) werd aanvankelijk de mogelijkheid om stedenbouwkundige bepalingen op te nemen in de bouwverordening geschrapt. Uiteindelijk werd hiervan afgezien omdat te veel vragen bestonden of en over de wijze waarop het parkeren in het bestemmingsplan zou kunnen worden geregeld. De betreffende bepaling is nooit inwerking getreden. De Reparatiewet 2014 regelde dit dus alsnog op een iets andere manier. Wij vertrouwen er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Het college van Burgemeester en Wethouders
C.H.W.M. Post secretaris
Pagina 3/3
P.H. Sleeking loco-burgemeester