CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoordbrief Aanvullende vragen WKD 5 met huurder BNM versie 0.3.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 15 september 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 5: Beantwoording door het college van aanvullende artikel 40-vragen RvO van de fractie Op Ons Eiland over Weeskinderendijk 5 te Dordrecht met huurder BNM Motoren - Antwoordbrief artikel 39/402.169 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Retouradres: Postbus 8 | 3300 AA DORDRECHT | Gemeente Dordrecht Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT Aan | T (078) 770 4111 de heer A. Gundogdu en de heer G. Tutupoly | www.dordrecht.nl van fractie Op Ons Eiland p/a raadsgriffie@dordrecht.nl | Behandelende dienst / opgave Team Maasterras DOSSIER Datum | 14 juli 2026 Ons kenmerk | 2026-0076251 Betreft | Beantwoorden artikel 40-vragen inzake Weeskinderendijk 5 te Dordrecht met huurder BNM Motoren. Geachte heren Gundogdu en Tutupoly, Bij brief van 15 juni  2026, ingekomen op 15 juni  2026, heeft u op grond van artikel 40 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad namens de fractie Op Ons Eiland vier aanvullende vragen gesteld inzake Weeskinderendijk 5 te Dordrecht met huurder BNM Motoren. Wij beantwoorden uw vragen als volgt. Vraag 1. | Mogen wij hieruit concluderen dat de gemeente Dordrecht ondanks toezeggingen om BNM te helpen, tot dat moment niets ondernomen heeft om actief invulling te geven aan het vinden van een nieuwe locatie, anders dan het met BNM te bespreken? Dit terwijl de plannen tot herontwikkeling van het “Maasterras” al langere tijd bekend waren bij de gemeente Dordrecht en de nood voor BNM hoog is en er in hetzelfde gebied ook al onrust was ontstaan bij omwonenden over een gedwongen verhuizing wat leidde tot discussies. Antwoord | Die conclusie is onjuist. Er is veelvuldig contact met BNM.

Er zijn verschillende locaties door de gemeente aangedragen, er zijn zoekvragen in de regio uitgezet, bedrijfsmakelaars zijn gevraagd mee te zoeken en door BNM aangedragen locaties zijn onderzocht. Vraag 2. | Welke actieve rol heeft de gemeente Dordrecht sindsdien aangenomen in het vinden van een passende locatie, anders dan slechts locaties in algemene zin te noemen waar een bedrijf met deze activiteiten zich zou mogen vestigen op basis van het geldende bestemmingsplan? Is er bijvoorbeeld contact geweest met vastgoed eigenaren waarmee de gemeente Dordrecht contacten onderhoud? Is er gesproken met makelaars waarmee de gemeente Dordrecht contacten onderhoud? Is er nog nagedacht over passende locaties na een eventuele bestemmingsplanwijziging? Antwoord | Zie voorgaand antwoord. Een eventuele bestemmingsplanwijziging is pas in beeld bij een concrete locatie. Het bestemmingsplan op voorhand wijzigen om locaties mogelijk te maken is niet aan de orde, omdat een aanpassing meestal niet generiek is en afhankelijk van de specifiek bedrijfsvoering. Pagina 1/6 Datum 14 juli 2026 Ons kenmerk 2026-0076251 Vraag 3.

Waarom neemt het college niet het initiatief tot een bestemmingsplan wijziging (kruimelgevallen regeling) als 1) de gemeente BNM daadwerkelijk wilt helpen in het vinden van een nieuwe locatie en 2) daarmee bedrijven, die op deze locatie (in strijd met het bestemmingsplan) gedoogd worden, legaliseert? Wat zijn daarvoor uw afwegingen geweest? Antwoord Zie voorgaand antwoord. Vraag 4. Als de gemeente Dordrecht wel op de hoogte is van de vestiging van dergelijke bedrijven, maar het nalaat te handhaven, bent u het er dan mee eens dat de gemeente Dordrecht die kans op handhaving aan zich voorbij heeft laten gaan en zich vervolgens hier niet meer op kan beroepen? Er is ten slotte sprake van opgewekt vertrouwen, waarbij sommige bedrijven wellicht niet eens op de hoogte zijn, dat zij zich daar niet mogen vestigen. Antwoord Uw eerdere vraag had betrekking op reeds gevestigde autobedrijven op de bedrijventerreinen Dordtse Kil I en II. Het bestemmingsplan Dordtse Kil van 2013 laat in principe geen nieuwe vestigingen van autobedrijven toe die als hoofdactiviteit (ook) detailhandel hebben. Op enkele specifieke locaties geldt een afwijkende aanduiding "detailhandel", zie artikel 4.4.10 bestemmingsplan Dordtse Kil, als overgangsbepaling voor de in 2013 aldaar reeds gevestigde detailhandel.

In andere gevallen kan er sprake zijn van autobedrijven die geen detailhandel als hoofdactiviteit hebben, bijvoorbeeld autoschadeherstelbedrijven, wat wel is toegestaan. In geval er toch sprake is van een vestiging van ná 2013 van een autobedrijf met als hoofdactiviteit detailhandel, dan kan de gemeente in principe handhaven. Bij de afweging tot handhaving kijkt de gemeente, naast het hiervoor genoemde overgangsrecht, per geval naar het mogelijke perspectief op toekomstige legalisatie. Van mogelijke legalisatie kan sprake zijn als er - op basis van de gebiedsprofielen zoals die in het gemeentelijk beleid zijn ontwikkeld - in het nieuwe omgevingsplan wellicht wél ruimte komt voor deze activiteiten. Voor detailhandel van auto's, motoren en dergelijke zal dit sowieso niet voor het gehele bedrijventerrein Dordtse Kil I en II het geval zijn, maar mogelijk wel in randzones. Dit wordt momenteel uitgewerkt ten behoeve van het nieuwe omgevingsplan en kan dus effect hebben op de weging van het al dan niet handhaven op bestaande gevallen. Dat neemt niet weg dat vestiging van detailhandel in auto's op basis van het nu nog geldende bestemmingsplan sowieso niet mogelijk is en dat de gemeente dus ook zeer terughoudend is met nieuwe aanvragen. Pagina 2/6 Datum 14 juli 2026 Ons kenmerk 2026-0076251 Vraag 5.

Onderdeel van onze vraag was tevens of de gemeente bereid is, om een bestemmingsplanwijziging in gang te zetten, waardoor het wel mogelijk is om zich op de aangedragen locatie te vestigen? Uw antwoord hierop is “Er is bij het college geen toezegging aan BNM bekend over een bestemmingsplanwijziging. Mogelijk doelt u op de toezegging aan BNM dat het college per aangedragen locatie zal kijken of het mogelijk is om vestiging mogelijk te maken, mits passend in het beleid en dus ook binnen de afwijkingsmogelijkheden die er zijn”. Hiermee is onze vraag onbeantwoord gebleven. We hebben het namelijk niet over een gedane toezegging, maar onze vraag was of de gemeente bereid is tot een bestemmingsplanwijziging op deze locatie. Dit zou BNM mogelijkheden bieden. Hiernaast ben je in één klap af van een bestaande gedoogsituatie van bedrijven die op deze locatie gevestigd zijn, in strijd met het geldende bestemmingsplan. Graag vernemen wij van u alsnog een reactie op onze vraag. Indien uw reactie is dat de gemeente hiertoe niet bereid is, dan verzoeken wij u aan te geven wat uw afwegingen hiervoor zijn? Antwoord De oorspronkelijke vraag betrof specifiek de locatie Nijverheidsstraat 11-17. Het college heeft deze locatie nogmaals besproken met BNM om de (on)mogelijkheden te bespreken. De conclusie van BNM was dat deze specifieke locatie te veel haken en ogen kende om dit verder te onderzoeken.

Vraag 6. Wij wensen hierbij de antwoorden op onze vragen 5 tot en met 8 uit onze brief gezamenlijk te behandelen. In onze brief (vraag 5) hebben wij u verzocht of de gemeente bereid is om de extra kosten voor verplaatsing van dit bedrijf te compenseren. Wij denken hierbij aan gedwongen verhuiskosten, herinrichtingskosten, tijdelijke dubbele huurkosten etc. Uw antwoord: “Nee, er zijn geen grondslagen om BNM te compenseren voor extra kosten. Het blijft een zakelijke overeenkomst tussen huurder en verhuurder, die tot beëindiging komt, waarbij in de regel geen compensatie wordt aangeboden”. In vraag 6 hebben wij u de vraag gesteld of de gemeente bereid is om BNM tegemoet te willen komen, om op de gehuurde locatie “antikraak” te laten zitten, dus zonder betaling van huur totdat zij nieuwe huisvesting heeft gevonden en die heeft kunnen betrekken? Uw antwoord: “Op dit moment is er sprake van een huurovereenkomst. Eventuele gesprekken over andere type overeenkomsten en voorwaarden zullen nog plaats vinden. In vraag 7 en 8 zijn wij nader ingegaan op het onderhoud en de gebreken die het verhuurde pand vertoont. Uw antwoord (kort samengevat): de status van het (achterstallige) onderhoud is bekend, maar u doet hier niets aan omdat het pand op de nominatie staat om gesloopt te worden en dat de huurder BNM ook graag snel wilt verhuizen.

Pagina 3/6 Datum 14 juli 2026 Ons kenmerk 2026-0076251 In reactie op uw antwoorden wensen we het volgende aan te geven. In uw reactie gaat u er aan voorbij dat BNM gedwongen dient te verhuizen, in verband met de geplande herontwikkeling. De gemeente Dordrecht heeft voor dit doel het verhuurde pand gekocht onder de regeling “Wet Voorkeursrecht Gemeenten”. Dit is dus een wat andere situatie dan dat een huurcontract expireert en beëindigd wordt. Wellicht zou het contract met de voormalige eigenaar wel verlengd zijn geweest. Dat dit juridisch misschien wel zo werkt is een andere kwestie, maar wij wilden dit toch nuanceren. Hiernaast zou er geen grondslag zijn voor compensatie, omdat de zakelijke overeenkomst tot beëindiging komt. We begrepen echter dat in het lopende huurcontract geen einddatum is opgenomen. Op basis waarvan is het huurcontract dan tot beëindiging gekomen? Hiernaast heeft de gemeente Dordrecht ook een dubbele pet op. Zij is er zowel voor de Dordtse inwoners als voor de Dordtse ondernemers en u treedt nu ook op als verhuurder. Naar onze mening laat u hierbij de Dordtse ondernemer in de kou staan. Dit Dordtse familiebedrijf dient namelijk verplicht te verhuizen, maar enige vorm van compensatie blijft uit. Dit is een andere situatie, dan wat u aangeeft namelijk dat BNM heeft aangegeven zo spoedig mogelijk te willen verhuizen.

Dat is namelijk onder dwang en in de hoop snel een nieuwe huisvesting te kunnen vinden. Dat de huurder onder deze omstandigheden snel wenst te verhuizen en het pand binnen een paar jaar gesloopt zal worden, ontslaat de gemeente Dordrecht er nog niet van om aan haar verplichtingen als goede verhuurder te voldoen. Eén van die verplichtingen is namelijk dat de verhuurder het (groot)onderhoud voor haar rekening neemt, waar de huurprijs op is afgestemd. Als u als verhuurder, rekening houdend met de toekomstige sloop, geen groot onderhoud wenst te verrichten dan zal u in overeenstemming met BNM, hen op een andere wijze dienen te compenseren. Het verblijven in de vorm van “antikraak”, zou een mogelijkheid zijn, zodat BNM met het besparen van de huur, haar toekomstige extra (verhuis)kosten zou kunnen financieren. Wij stellen u daarom nogmaals de vraag of u bereid om BNM “antikraak” te laten verblijven op hun huidige locatie, nu u het benodigde onderhoud niet wenst uit te voeren? Het naar de toekomst schuiven van deze discussie is geen reële optie. Deze tijd is er gewoon niet. Inmiddels vertrekt namelijk ook al personeel van BNM, vanwege de onzekere situatie. De situatie voor BNM wordt hierdoor nog nijpender. Antwoord Het college zal uw deelvragen stuk voor stuk beantwoorden.

“Op basis waarvan is het huurcontract dan tot beëindiging gekomen?” Op dit moment is er sprake van een lopende huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Aan BNM is het voorstel gedaan (zie volgende deelvraag) deze huurovereenkomst te beëindigen en een bruikleenovereenkomst aan te gaan. Het is aan BNM dit voorstel te Pagina 4/6 Datum 14 juli 2026 Ons kenmerk 2026-0076251 accepteren. Mocht BNM hier geen gebruik van willen maken, dan zal de lopende huurovereenkomst worden opgezegd. Wij stellen u daarom nogmaals de vraag of u bereid om BNM “antikraak” te laten verblijven op hun huidige locatie, nu u het benodigde onderhoud niet wenst uit te voeren? Op 12 mei 2026 is BNM een concept bruikleenovereenkomst (“antikraak”) aangeboden. De gesprekken hierover lopen nog. Vraag 7. In vraag 10 hebben wij u verzocht of het mogelijk is om BNM de zekerheid te geven dat zij op deze locatie mag blijven tot 2030, conform hun achterbuurman het “Eventcenter Dordrecht”. Uw antwoord: “Nee dat is niet aan de orde. Daarnaast heeft BNM zelf ook aangegeven z.s.m. naar een andere locatie te willen verhuizen”. Dat het op dit moment niet aan de orde is, begrijpen we. We hadden anders deze vraag niet hoeven stellen. Dat BNM zo snel mogelijk wilt verhuizen is, zoals eerder aangegeven, onder dwang en in de hoop nieuwe huisvesting te kunnen vinden.

Doordat de gemeente hier tot nu toe geen rol in heeft kunnen spelen, neemt ook de druk op dit bedrijf en de ondernemer toe. Het zou hen wat rust kunnen brengen, wat niet inhoudt dat hiermee de zoektocht naar het vinden van nieuwe huisvesting stil komt te liggen. Wederom de vraag aan u, of BNM op hun huidige locatie mag verblijven tot 2030? Antwoord Nee dat is niet mogelijk. De noodzaak van een bodemsanering is de reden dat het door BNM gehuurde perceel eerder vrij van gebruik moet zijn dan het door het Event Center gehuurde perceel. Dit vraagt extra tijd om er voor te zorgen dat beide percelen tegelijkertijd bouwrijp kunnen worden opgeleverd. Om die reden kan BNM niet tot 2030 op de huidige locatie verblijven. Vraag 8. Hiernaast vragen wij ons af, waarom u er voor kiest dat BNM in het huidige voorstel in 2028 dient te vertrekken in tegenstelling tot het Eventcenter? Wij begrepen namelijk dat in het bestaande huurcontract met BNM geen einddatum staat vermeld. Dus waarom dit verschil dan creëren? Graag vernemen wij uw afwegingen hiervoor. Antwoord Aan BNM is op 4 september 2025 medegedeeld dat de gemeente niet eerder dan de zomer van 2028 over het perceel dient te beschikken. Daarmee is op dat moment duidelijkheid gegeven aan BNM, zoals door hen in een eerder gesprek verzocht.

Dit is gebaseerd op de planning van Maasterras en is noodzakelijk om op tijd te kunnen beginnen met de bouw van de woningen en de nieuwe stadstraat. Pagina 5/6 Datum 14 juli 2026 Ons kenmerk 2026-0076251 Wij vertrouwen er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Het college van Burgemeester en Wethouders secretaris burgemeester Pagina 6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1183/documents/50333