Afdoening Toezegging 210113-T8 Memo Vraag Kostendelersnorm Dordrecht, 17 maart 2021(2).pdf
Tekst van het document
Memo Datum
1-3-2021
Aan
raadsleden gemeente Dordrecht
Van
portefeuillehouder P.J. Heijkoop
Steller
Linda Vonk (sociale dienst Drechtsteden)
Onderwerp
Vraag m.b.t. relatie kostendelersnorm en dakloosheid jongeren
Op 13 januari is in de commissievergadering van de gemeente Dordrecht gesproken over het thema Maatschappelijke opvang. In deze commissievergadering is de volgende toezegging gedaan: "De portefeuillehouder zegt toe bij de commissie terug te komen op toepassing van individueel maatwerk voor wat betreft kostendelersnorm door de Sociale Dienst." Uit de landelijke monitor Dak- en thuisloze jongeren van Significant Public blijkt dat de kostendelersnorm voor ouders soms een reden is om hun kinderen op straat te zetten. In deze memo wordt de vraag besproken in welke mate de kostendelersnorm in de Drechtsteden leidt tot dak- of thuisloosheid van de jongeren en op welke manieren maatwerk wordt geboden bij de toepassing van de kostendelersnorm. Wat is de kostendelersnorm? Om de vraag te kunnen beantwoorden op welke manier maatwerk is geboden bij toepassing van de kostendelersnorm, is belangrijk om eerst toe te lichten wat deze kostendelersnorm precies inhoudt. De kostendelersnorm1 betekent dat de bijstandsuitkering wordt aangepast aan het aantal kostendelende volwassenen dat in een woning woont. De reden daarvoor is dat de woonlasten per persoon lager zijn naarmate je met meerdere volwassenen in een huis woont. Je kunt de kosten immers delen. Belangrijk hierbij is wel dat het totale uitkeringsbedrag van alle personen bij elkaar stijgt, maar het bedrag per persoon daalt.
Niet alle volwassenen in huis worden meegeteld voor de kostendelersnorm. Bijvoorbeeld jongeren onder de 21 jaar en studenten zijn uitgezonderd van de kostendelersnorm. 2 De hoofdregel is dat de kostendelersnorm wordt toegepast, maar indien nodig kan maatwerk geleverd worden en kan afgeweken worden van deze hoofdregel. Aantal dak- en thuisloze jongeren Om de situatie van de dak- en thuisloze jongeren in kaart te brengen hebben we eerst gekeken naar de beschikbare cijfers. Zoals aangegeven in de raadsinformatiebrief "Voortgang pilot landelijk Actieprogramma dak- en thuisloze jongeren voor Dordrecht" is het precieze aantal dak- en thuisloze jongeren moeilijk in kaart te brengen3. Het landelijke aantal dak- en thuisloze jongeren wordt geschat op 9400 jongeren (1 januari 2018)4. Uit een onderzoek van de gemeente Dordrecht blijkt dat naar schatting 65 dak- en thuisloze jongeren in Dordrecht verbleven in de periode januari 2019 tot en met november 2019. De sociale dienst kent niet alle dak- en thuisloze jongeren, maar alleen de jongeren met een uitkering. 1 Artikel 22a Participatiewet 2 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bijstand/vraag-en-antwoord/wat-is-de-kostendelersnorm-in-de-bijstand 3 Het is moeilijk in kaart te brengen omdat niet alle thuisloze jongeren bekend zijn bij hulpverleningsinstanties.
Bovendien gaan de verschillende onderzoeken (Significant, onderzoek gemeente Dordrecht en peilmoment sociale dienst) uit van verschillende perioden en peildata. Daardoor zijn de cijfers ook slecht vergelijkbaar. 4 Monitor dak- en thuisloze jongeren, Significant Public, 4 juni 2020
Eind januari 2021 zijn in totaal 534 jongeren met een uitkering bekend bij de jongerenregisseurs Participatiewet. Daarnaast zijn er 165 jongere statushouders met een uitkering. Van deze totale doelgroep zijn slechts 20 jongeren dak- of thuisloos5. Dit zijn 6 dakloze en 14 thuisloze jongeren. Vijf thuisloze jongeren zijn recent verhuisd naar een zelfstandige woning. Het aantal jongeren met een uitkering dat uiteindelijk dak- of thuisloos wordt, is dus relatief klein. Praktijkverhalen Naast een cijfermatige analyse hebben we ingezoomd op de situaties van deze jongeren. Uit een dossieronderzoek bij deze jongeren blijkt dat geen van deze jongeren op straat is gezet vanwege het enkele feit van de kostendelersnorm. In alle gevallen was er sprake van multiproblematiek. In meerdere gevallen was er sprake van psychische problematiek bij jongeren, soms agressie, jeugdzorgverleden. In die gevallen gaan de jongeren of zelf het huis uit of worden uit onmacht door ouders uit huis gezet omdat de situatie onhoudbaar is. Jongeren met een jeugdzorgverleden zijn soms ook 'zorgmoe' en willen dan na hun 18e jaar geen professionele hulp accepteren, waardoor de situatie escaleert.
Een zoon van 21 jaar woont nog bij moeder en vanaf het moment dat de zoon 21 jaar is, wordt de uitkering van moeder verlaagd volgens de systematiek van de kostendelersnorm. Er ontstaan problemen in het gezin en de regisseur heeft een drie-gesprek met moeder en zoon. Via een machtiging wordt geregeld dat de zoon een deel van de uitkering naar moeder betaalt, waardoor moeder de oorspronkelijke uitkeringsnorm behoudt, en de zoon bijdraagt in de kosten.
Een jongere komt vanuit detentie weer bij zijn ouders. Zijn ouders ontvangen hem met open armen en laten hem weer thuis wonen. De jongen heeft veel psychische problemen en na een paar maanden escaleert de situatie en belandt hij op straat. Deze jongere verblijft nu in de maatschappelijke opvang waar hij begeleiding krijgt voor zijn psychische problemen.
In sommige gevallen is niet de problematiek van de jongere de aanleiding voor de dak- of thuisloosheid maar de problematiek van ouders. Hierbij is mishandeling of een verstoorde relatie de oorzaak dat jongeren thuis weglopen.
We zien in de praktijk dat de kostendelersnorm in sommige gezinnen ook angst en verwarring op. Daarom is goede communicatie naar deze gezinnen belangrijk. Zoals gezegd zijn jongeren onder de 21 jaar en studerende jongeren uitgezonderd van de kostendelersnorm. Om misverstanden hierover te beperken voeren we vanuit de sociale dienst gesprekken met de klanten om de kostendelersnorm uit te leggen en te bespreken wat dit betekent in hun individuele situatie. In vrijwel alle gevallen leidt dit tot begrip en tot een goed overzicht van de financiële situatie. De kinderen leveren dan (vanuit hun uitkering of vanuit inkomen uit werk) een bijdrage in de kosten waardoor de financiële situatie stabiel kan blijven. Bij gezinnen waar dit tot problemen leidt, wordt bekeken of maatwerk moet worden toegepast.
5 Dit is alleen het aantal dak- en thuisloze jongeren met een uitkering. Het totale aantal thuisloze jongeren is hoger, maar het precieze aantal is op dit moment niet bekend. Deze aantallen worden jaarlijks in beeld gebracht door het sociaal wijkteam voor de landelijke monitor. Pagina 2 van 4
Maatwerk mogelijk Als problemen ontstaan bij toepassing van de kostendelersnorm kan op verschillende manieren maatwerk worden toegepast. Bijvoorbeeld door tijdelijk de kostendelersnorm te negeren als het gaat om een crisissituatie. Of door tijdelijk een briefadres toe te kennen, zodat de jongere niet is ingeschreven op het adres waar hij verblijft. Belangrijk om op te merken dat dit moet gaan om tijdelijke uitzonderingen in crisissituaties. De hoofdregel is dat de kostendelersnorm wordt toegepast en dat binnen deze regels de oplossing wordt gevonden.
Jongen van 21 jaar woont met broertje en moeder in een woning. Jongen heeft veel psychische klachten, gaat niet naar school, heeft veel ruzie met moeder. Moeder stond al op het punt om haar zoon het huis uit te sturen. Toen kwam de kostendelersnorm in beeld en wilde ze hem acuut op straat zetten. Op grond van artikel 18 Pwet is een tijdelijke uitzondering gemaakt, en is de kostendelersnorm niet toegepast. Tegelijk is samen met de begeleiding vanuit sociaal wijkteam ingezet op het vinden van een woning. Uiteindelijk kon deze jongen bij een vriend terecht. Daar woont hij nu (buiten de Drechtsteden).
Dé oplossing? Er zijn verschillende oorzaken waardoor de jongeren dak- of thuisloos worden. De kostendelersnorm is hier slechts een heel klein puzzelstukje en dus is maatwerk met betrekking tot de kostendelersnorm maar in heel weinig gevallen dé oplossing om dakloosheid te voorkomen. Bovendien leidt het negeren van de kostendelersnorm in sommige gevallen weer tot nieuwe problemen, met name op het gebied van de huurtoeslag.
Voor de huurtoeslag kijkt de belastingdienst achteraf naar het totale inkomen om het definitieve recht op huurtoeslag vast te stellen. De belastingdienst telt het inkomen van de thuiswonende kinderen mee bij het berekenen van de huurtoeslag. Voor kinderen onder de 23 jaar kent de belastingdienst een vrijstelling van €5044,- per jaar (in 2021). Uit de proefberekeningen blijkt dat het financiële effect minimaal is voor kinderen onder de 23 jaar die inkomen hebben. Echter, zodra de thuiswonende kinderen 23 jaar worden, kan het verschil oplopen tot ruim €850 per jaar6. Als ouders vergeten het inkomen van hun 23 jarige kinderen door te geven leidt dit bij de definitieve vaststelling van de huurtoeslag tot een terugbetaling. Acties voor verbetering Hoewel op basis van de cijfers en het dossieronderzoek niet blijkt dat de kostendelersnorm de oorzaak is van dak- of thuisloosheid, is er altijd ruimte voor verbetering. We noemen een aantal ontwikkelingen. Een bekend aandachtspunt voor deze jongeren is de moeite met het vinden van beschikbare huisvesting. Zoals gezegd is het mogelijk maatwerk te bieden bij toepassing van de kostendelersnorm door het verhogen van de norm of het verstrekken van een briefadres. Deze uitzonderingen hebben altijd een tijdelijk karakter.
Gelijktijdig met deze uitzondering wordt een oplossing gezocht om de jongere bijvoorbeeld naar een zelfstandige woonruimte te begeleiden. Het vinden van deze woonruimte blijft een belangrijk aandachtspunt. Hoewel er veel meer woningen beschikbaar zijn gekomen voor jongeren de afgelopen jaren, zijn deze jongeren soms
Een jongere heeft tijdelijk een uitkering gekregen van de sociale dienst, maar is uitgestroomd naar werk. Moeder ontvangt nog wel een uitkering vanuit de sociale dienst. Moeder dreigt de zoon uit huis te zetten en wil dat hij stopt met werken. Zij is bang dat het gevolgen heeft voor haar uitkering. Zoon heeft nu tijdelijk een briefadres en wil graag op zichzelf wonen, zodat hij kan blijven werken. Zolang de jongere een briefadres heeft, heeft het geen gevolgen voor moeders uitkering, maar het is een wankel evenwicht. Snelle huisvesting zou voor deze jongen een welkome uitweg zijn.
6 Op basis van een proefberekening met rekenhulp Toeslagen, uitkeringsbedragen 2021 en een fictieve huur van €600,Pagina 3 van 4
gedwongen langer thuis te blijven wonen dan wenselijk is. Voor jongeren die vanwege problematische thuissituaties weglopen levert snelle huisvesting een belangrijke bijdrage aan het voorkomen dak- en thuisloosheid. Een ander aandachtspunt is informatievoorziening naar ouders met een uitkering. Op dit moment wordt een informatieflyer ontwikkeld voor ouders met een uitkering. Ouders ontvangen deze flyer vlak voordat hun kind 18 jaar wordt. Zij worden geïnformeerd dat het inwonende 18-jarige kind geen effect heeft op hun uitkering. Als het inwonende kind 20 jaar is, wordt een informatiegesprek gepland met ouders, kind en regisseur. In dit gesprek wordt de financiële situatie in kaart gebracht en wordt uitgelegd wat de financiële consequenties zijn op het moment dat het kind 21 jaar wordt. De hoofdregel hierbij is dat de kostendelersnorm van kracht wordt als het kind 21 jaar wordt en niet studeert. In individuele (schrijnende) gevallen zal worden gezocht naar een maatwerkoplossing. Tenslotte is een integrale brede aanpak belangrijk voor deze jongeren. Deze jongeren vormen een kwetsbare doelgroep, zeker omdat er vaak sprake is van multiproblematiek. Daarom is dit een van de doelgroepen die bijzondere aandacht heeft, ook bij de sociale dienst.
Naast het actieprogramma dak- en thuisloze jongeren is er vanuit de sociale dienst en de service organisatie jeugd aandacht voor de overgang van 18- naar 18+. Zowel op het gebied van zorg en ondersteuning als op het gebied van inkomen en schulden. Door deze aanpak wordt gestreefd naar doorlopende ondersteuning om te voorkomen dat jongeren uitvallen als ze 18 jaar worden. Conclusie Het aantal jongeren met een bijstandsuitkering die dak- of thuisloos zijn in de regio is niet groot, maar de problemen die zij ervaren zijn dat zeker wel. De praktijkverhalen van deze jongeren benadrukken het belang om maatwerk te leveren in het sociaal domein waar het gaat om het voorkomen van dak- en thuisloosheid. Maatwerk is zeker mogelijk en vanuit de sociale dienst rekken we de mogelijkheden maximaal op als we daar aanleiding toe zien. Tegelijk achten we een meer structurele oplossing wenselijk, namelijk een categorale uitsluiting van jongeren tot 27 jaar als het gaat om toepassing van de kostendelersnorm. Hiervoor is wijziging van de landelijke wetgeving vereist. Echter, wat we ook zien is dat de kostendelersnorm zeker niet het enige aspect is waardoor jongeren dak- of thuisloos raken. In vrijwel alle gevallen is sprake van multiproblematiek, die vaak al ruim voor het 21e levensjaar van de jongere bekend is.
Het streven is daarom om maatwerk te bieden op alle levensgebieden van de jongeren om dak- en thuisloosheid zoveel als mogelijk te voorkomen. Mocht een jongere toch dak- of thuisloos zijn dan wordt vanuit maatwerk en een integrale aanpak gezocht naar een goede en duurzame oplossing voor de jongere.
Pagina 4 van 4