Afbakening Jeugdhulp - voorbereiding commissie Sociaal 26.10.pdf
Tekst van het document
Commissie Sociale Leefomgeving 26/10/2021 Onderwerp: Afbakening jeugdhulp o.l.v. Bianca den Outer van JB Lorenz Achtergrond Een nadere precisering van wat jeugdhulp is, is zowel in de Omdenknotitie als het Governance onderzoek van AEF als belangrijk actiepunt aangehaald. Voor de decentralisatie hebben gemeenten gezamenlijk een verordening opgesteld en laten vaststellen. Eenduidigheid in beleid als ook in regelgeving was, en ook is, nodig om het jeugdhulpstelsel in ZHZ goed te laten functioneren. Na de decentralisatie in 2015 zijn nieuwe inzichten ontstaan uit de praktijk en hebben zich beleidsontwikkelingen voorgedaan die vragen om het begrip 'jeugdhulp' nader te preciseren. Ouders/jeugdigen vragen om vormen van jeugdhulp, en jeugdzorginstellingen bieden soms hulp aan, waarbij het de vraag is of die hulp wel is wat de Jeugdwet en de gemeenten voor ogen hebben. De vraag om jeugdhulp groeit dusdanig dat gemeenten zich moeten beraden of de toegang tot en het aanbod zelf niet moet worden aangepast. In 2020 is met uitvoerders, gemeenteraden, cliëntvertegenwoordigers en ambtenaren gediscussieerd over de rafels van de huidige regels. De inzichten die daar zij opgehaald, vragen om verdere uitwerking. Duidelijkheid over waar uiteindelijk aanspraak vanuit de Jeugdwet op kan worden gemaakt is zowel voor de uitvoerders als de aanvragers wenselijk.
Daarnaast zijn de gemeenten samen met de SOJ op dit moment bezig om vanaf 1 januari 2022 de inkoop van de jeugdhulp in de regio op een andere manier vorm te geven. Borgen van deze nieuwe inkoop met daarbij behorende (nieuwe) producten vraagt ook om aanpassing van de verordening. Omdat gemeenten aan de lat staan om koers en richting te geven aan de invulling van de jeugdhulpplicht, is er in gezamenlijkheid een projectleider aangesteld. Deze projectleider, Bianca den Outer, heeft een heldere opdracht die hieronder beschreven is Op te leveren resultaat Een concept-verordening Jeugdhulp waarin duidelijk is verwoord wat onder jeugdhulp wordt verstaan en die past binnen de kaders van de nieuwe inkoop jeugdhulp vanaf 1 januari 2022 én leidraad is voor het handelen binnen de hele keten. Hierbij dienen er een aantal verschillende pakketten aangeboden worden (bijv. A, B en C) waarbij lokaal keuzes gemaakt kunnen worden over de afbakening van jeugdhulp, zodat deze aansluit bij de lokale situatie. Doel van deze werksessie De projectleider wil graag in gesprek over de bijgevoegde vragen zoals die verwoord zijn in de rapportage van het advies- en meldpunt Dordrecht. Voorafgaand daaraan zal zij een korte presentatie verzorgen en vragen beantwoorden. De input die opgehaald wordt, is belangrijke voeding bij het schrijven van de concept-verordening.
Bijlage Vragen om met elkaar te bespreken 1. Voor welke jeugdhulp en ondersteuning bij opvoeding kunnen gezinnen en jeugdigen, vanuit de Jeugdwet, eigenlijk terecht bij de gemeente Dordrecht? Willen wij als gemeente streven naar een integrale aanpak, met bijvoorbeeld een gezinsvolgend budget? Of willen wij juist een strengere afbakening van zorg die eigenlijk uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Participatiewet, de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz) of de Samenwerkingsverbanden (Swv) zou moeten worden gefinancierd. 2. Welke professionele vrijheid gunnen wij onze Dordtse toegang en hulpverleners? 3. Welke keuzevrijheid gunnen wij onze Dordtse gezinnen en jeugdigen? 4. Moet ouderlijke boven gebruikelijke zorg in Dordrecht gratis worden verleend of koesteren we het persoonsgebonden budget (pgb) informeel? Sinds de afschaffing van de zogenaamde ‘inkomenstoets’ heeft het begrip gebruikelijke zorg een extremum bereikt. Op dit moment hangt er een (juridische)'oplossing' in de lucht in de vorm van de roep om een 'toetsingskader' bij het begrip '(boven)gebruikelijke' zorg zoals dat onder de voormalige AWBZ werd gebruikt. Dit zal de problemen op de werkvloer en in de gezinnen niet op lossen.
De angel is namelijk dat de discussie, over het al dan niet vergoeden van ouderlijke boven gebruikelijke zorg of het verplichten tot het verlenen van gratis boven gebruikelijke ouderlijke zorg, niet politiek wordt gevoerd. 5. Is het begeleiden van gescheiden ouders, ouders die hoog in hun conflict blijven, eigenlijk wel jeugdhulp? Ouders die elkaar niet vertrouwen, ouders die ruzie maken waar je bij staat, ouders die elkaar beschuldigen van slecht ouderschap, hebben een enorme impact op mensen. Ook hulpverleners raken gemakkelijk gevangen in deze problematiek. Het VN-Kinderrechtenverdrag is een opdracht aan iedereen in de samenleving. Niet alleen aan overheden, maar ook aan ouders, onderwijzers, jeugd-hulpverleners, rechters, politie, advocaten en aan kinderen en jongeren zelf. Vanuit die visie moet elk kind zich in vrijheid kunnen verbinden met beide ouders. Wellicht zijn handhaving, ondersteuning vanuit het sociaal domein breed en/of behandeling van ouder(s) op kosten van de Zorgverzekeringswet efficiëntere en effectievere instrumenten? 6.
Hoe verhoudt de meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling zich tot de uitgevoerde kinderbeschermingsmaatregelen en tot het verbruikte jeugdhulpbudget? Vinden wij dat in Dordrecht acceptabel? Professionals die werken in het onderwijs, de kinderopvang, de jeugdzorg, de zorg, welzijn en justitie, kortom iedereen die met kinderen en volwassenen werkt moet bij een vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld handelen volgens de stappen van de meldcode. De invoering van deze code heeft tot veel drang en dwangmaatregelen in onze Dordtse gezinnen geleid. Met inachtneming van het beroepsgeheim, de meldcodes, het meldrecht en de meldplicht is het mogelijk ter voorkoming van ‘conflictering van plichten’ af te wijken van de regels.