CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Advies Juridisch KennisCentrum nov 2025 (geanonimiseerd).pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 10 februari 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 5: Raadsinformatiebrief over Reactie op brief naar aanleiding van Verbeterprogramma Betaalbare en Beschikbare Jeugdhulp - Raadsinformatiebrief1.790 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO

Servicegemeente Dordrecht

Van

Contactpersoon

Aan

Telefoon

Datum

18-11-2025

Mobiel nummer

Betreft

Beoordeling besluitvorming Verbeterprogramma Jeugdhulp ZHZ en de reactie van het Ouderplatform

E-mail

1. Aanleiding

Op 7 oktober 2025 heeft het Ouderplatform Zuid-Holland Zuid ingesproken in de raadscommissie van Dordrecht over het Verbeterprogramma Beschikbare en Betaalbare Jeugdhulp en het regionale Raamwerk Jeugdhulpverordening. Op 31 oktober 2025 heeft het Ouderplatform tevens een schriftelijke reactie gestuurd, waarin onder meer wordt gesteld dat: ? in de besluitvorming binnen DG&J en colleges kaderstellende elementen zitten; ? mogelijk sprake s van str jd met ar . 2.9 en 2.10 Jeugdwet; ? mogelijk sprake s van verboden delegatie; ? de verordening in strijd zou zijn met internationale verdragen.

Het college zal deze brief beantwoorden via een Raadsinformatiebrief (RIB). Hiervoor is gevraagd om een juridische beoordeling van: 1. procesgang en bevoegdheidsverdeling; 2. juridische basis besluiten; 3. vraag of sprake is van verboden delegatie; 4. inhoudelijke duiding van de opmerkingen van het Ouderplatform. 2. Vraagstelling De centrale vragen die beantwoord moeten worden zijn: 1. Zijn de besluiten van DG&J en de colleges rondom het Verbeterprogramma en de 2. 3.

4.

contractaanpassingen juridisch rechtmatig genomen? Heeft het college, al dan niet via DG&J/SO, kaderstellende bevoegdheden uitgeoefend die uitsluitend aan de gemeenteraad toekomen (verboden delegatie)? Hoe verhouden de opmerkingen van het Ouderplatform zich tot de Jeugdwet en het regionale Raamwerk Jeugdhulpverordening? Welke conclusies moeten in de RIB met vertrouwen aan de raad worden meegegeven?

3. Juridische analyse

3.1 Delegatie, mandaat en bevoegdheidsverdeling: raad/college/DG&J De Raad De gemeenteraad heeft op grond van artikelen 2.9 en 2.10 Jeugdwet de exclusieve bevoegdheid om bij verordening regels vast te stellen over: 1. Voorwaarden voor toekenning van individuele en overige jeugdhulpvoorzieningen; 2. De wijze van beoordeling en de afwegingsfactoren die het college moet hanteren; 3. De wijze van afstemming met andere domeinen (onderwijs, Wmo, zorg, werk & nkomen);

Postadres Postbus 8, 3300 AA Dordrecht

T (078) 770 8000 E servicegemeente@dordrecht.nl I servicegemeentedordrecht.nl

4. 5. 6.

De wijze waarop PGB-tarieven worden vastgesteld; Regels ter voorkoming van misbruik, inclusief terugvordering; De wijze waarop jeugdigen, ouders en vertegenwoordigers worden betrokken bij beleid en besluitvorming (art. 2.1.3 lid 3 Wmo 2015). Deze normstellende bevoegdheden kunnen niet worden gedelegeerd of gemandateerd. Vaststelling van de Jeugdverordening is daarmee een exclusieve raadsbevoegdheid.

Het College Het college is, binnen de door de raad vastgestelde verordening, bevoegd tot: • uitvoering van de verordening en beoordeling van individuele aanvragen; • contractmanagement en privaatrechtelijke besluiten (art. 160 Gemeentewet); • inkoop van jeugdhulp binnen regionale kaders; • uitvoering van bestaande beleids- en verordeningskaders; • het nemen van technische of uitvoeringsgerichte besluiten; • mandatering van collegebevoegdheden aan DG&J/SOJ. Het college mag géén normstelling toevoegen of wijzigen: daarvoor is altijd een raadsbesluit vereist.

DG&J / SOJ (gedelegeerde en gemandateerde taken - geen normstelling) Uit de Gemeenschappelijke Regeling DG&J volgt dat DG&J twee soorten bevoegdheden uitoefent: a. Gedelegeerde taken (DG&J is zelfstandig bevoegd) De colleges hebben op grond van art. 5 lid 3 GR DG&J bepaalde taken gedelegeerd, waaronder: • regionale inkoop van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen; • contractbeheer en organisatie van crisiszorg, JB/JR en gesloten jeugdhulp; • inrichting van bezwaaradviescommissies; • uitvoering van regionale contractcyclus en monitoring. Bij delegatie oefent DG&J de bevoegdheid zelfstandig uit en niet namens de colleges. b. Gemandateerde taken (DG&J handelt namens de colleges) Op basis van het Mandaatbesluit voeren DG&J/SOJ namens de colleges onder meer uit: • collegebevoegdheden uit de hoofdstukken 1, 2, 6, 7, 8 en 10 Jeugdwet; • bevoegdheden uit de lokale Jeugdverordeningen; • proceshandelingen en vertegenwoordiging in bezwaar- en beroepsprocedures. Bij mandaat blijft de bevoegdheid bij het college; DG&J voert slechts namens hen uit. Cruciaal onderscheid • DG&J heeft géén bevoegdheid om Jeugdverordeningen vast te stellen of inhoudelijke normen (criteria, toegang, draagkracht) te creëren. • Deze bevoegdheid is niet gedelegeerd en niet gemandateerd en blijft volledig bij de gemeenteraad.

DG&J/ SOJ voert dus alleen uitvoeringstaken uit, al dan niet zelfstandig (delegatie) of namens de colleges (mandaat), maar geen normstelling.

3.2 Besluiten van 19 j'uni 2025 - aard en reikwijdte Deze beoordeling is gebaseerd op de conceptnotulen van het Algemeen Bestuur (AB) van 19 juni 2025, het concept van de Raadsinformatiebrief, en de overige beschikbare ambtelijke stukken. Indien de definitieve besluittekst inhoudelijk afwijkt, kan dat aanleiding zijn voor nadere precisering. Vooralsnog wijkt de conceptversie niet af van de bestuurlijke toelichting op de besluiten.

Volgens de stukken heeft het AB van DG&J ingestemd met: • verlenging van de inkoopcontracten tot 31 december 2027; • herindeling van segment 5 (crisiszorg) binnen de bestaande segmentstructuur; • aanscherping van KPI’s en resultaatsafspraken met aanbieders; • voorbereidingen voor technische contractaanpassingen per 1 januari 2026;

MEMO

• communicatie hierover aan aanbieders. Deze besluiten hebben betrekking op gedelegeerde taken (inkoop, contractbeheer) en op gemandateerde uitvoeringstaken vanuit de colleges. Zij vallen daarmee binnen de bevoegdheden die: • door de colleges aan DG&J zijn gedelegeerd (regionale inkoop, contractcyclus, segmentstructuur), en • door de colleges aan DG&J/SOJ zijn gemandateerd (uitvoering Jeugdwet en lokale verordeningen). De besluiten van het AB betreffen: a. uitvoering van bestaande Jeugdverordeningen, b. uitvoering van eerder door de raden vastgestelde beleidskaders, c. uitvoering van de regionale inkoopstrategie en inkoopkaders, d. technische wijzigingen binnen de contractrelatie met aanbieders. Deze besluiten wijzigen niet: • de toegangsnormen, • de definities van voorzieningen, • de beoordelingscriteria of afwegingsfactoren, • de inhoud van de Jeugdverordening, • of andere essentialia die uitsluitend door de gemeenteraad mogen worden vastgesteld op grond van art. 2.9 en 2.10 Jeugdwet.

Er is geen aanwijzing dat DG&J of de colleges vooruitlopend op democratische normstelling besluiten hebben genomen die de toegang tot jeugdhulp of het beoordelingskader wijzigen. Conclusie De besluiten van 19 juni 2025 betreffen uitvoeringsbesluiten binnen de bestaande wettelijke en contractuele kaders, en geen vorm van normstelling zoals bedoeld in art. 2.9 en 2.10 Jeugdwet. De bevoegdheid van de gemeenteraad is daarmee niet doorkruist, en er is geen sprake van verboden delegatie.

3.3 Gebruik van het Raamwerk Jeugdhulpverordening Het Ouderplatform veronderstelt dat het regionale Raamwerk Jeugdhulpverordening reeds wordt gebruikt als beleidskader in de uitvoering. Dat is onjuist. Het Raamwerk is: • een conceptdocument, opgesteld door DG&J en gemeentelijke beleidsadviseurs, • een ambtelijke voorbereiding voor de nieuwe Jeugdverordeningen, • géén vastgesteld document, niet door colleges en niet door raden, • géén juridisch uitvoeringskader, omdat normstelling pas ontstaat na vaststelling door de gemeenteraad.

Belangrijk: Het Raamwerk bevat uitsluitend voorstellen voor normstelling, die vervolgens door iedere gemeenteraad moeten worden vastgesteld. DG&J heeft deze normstelling niet vastgesteld, niet toegepast en deze kan dat op grond van de Gemeenschappelijke Regeling ook niet. Totdat de gemeenteraad de lokale Jeugdverordening vaststelt (gepland begin 2026): • blijft uitsluitend de huidige Jeugdverordening 2020/2021 van kracht, • kan het college alléén die bestaande verordeningsnormen uitvoeren, • kan DG&J uitsluitend gedelegeerde of gemandateerde uitvoeringstaken uitvoeren binnen die bestaande kaders. Conclusie: Het Raamwerk speelt op dit moment uitsluitend een voorbereidende en ondersteunende rol richting de gemeenteraad en wordt niet gebruikt voor normstelling of uitvoering. De bevoegdheid van de raad blijft volledig gewaarborgd.

MEMO

3.4 Beoordeling van de claim “ mogelijke verboden delegatie” De door het Ouderplatform aangehaalde uitspraken van de Centrale Raad van Beroep uit 2024 en 2025 gaan over situaties waarin: ? essentiële normen en beoordelingscriteria ontbraken in de gemeentelijke verordening, en ? gemeenten deze normen vervolgens toch toepasten via beleidsregels, werkinstructies of uitvoeringspraktijk, waardoor sprake was van verboden delegatie van normstelling (art. 2.9 en 2.10 Jeugdwet). Deze jurisprudentie is niet van toepassing op de situatie in Zuid-Holland Zuid: ? De voorgestelde normen (zoals draagkracht, toegang, afwegingsfactoren, beoordelingscriteria) zijn opgenomen in het concept-Raamwerk en zijn uitsluitend bedoeld voor besluitvorming door de

?

gemeenteraden. Deze essentialia zijn niet vastgesteld, niet toegepast en niet vooruitlopend gebruikt door colleges of

?

DG&J. DG&J voert uitsluitend gedelegeerde en gemandateerde uitvoeringstaken uit binnen de bestaande

? ?

DG&J bezit geen verordenende bevoegdheid, en heeft deze ook niet geclaimd of eitelijk uitgeoefend. Het college voert uitsluitend bestaande verordeningen en eerder vastgestelde beleidskaders uit.

Jeugdverordeningen.

Er is geen enkele aanwijzing dat uitvoering of contractmanagement is gebaseerd op (nog) niet vastgestelde

normstelling. Conclusie: Er is geen sprake van verboden delegatie. De exclusieve normstellende bevoegdheid van de gemeenteraad blijft volledig in stand, aangezien de inhoudelijke kaders pas via de nieuwe Jeugdverordeningen door de raden worden vastgesteld.

3.5 Inhoudelijke kritiekpunten van Ouderplatform (op basis van mede advies) heeft eerder juridisch beoordeeld dat de kritiek op de verordening berust op onjuiste of te vergaande interpretat es. De belangrijkste punten: a) Draagkracht / draaglast (art. 10 verordening) Het Ouderplatform stelt dat ouders geen bestaanszekerheid zouden mogen behouden. ? In werkelijkheid stelt de verordening expliciet dat het college hulp inzet zodra draagkracht tekortschiet. ? Het recht op hulp blijft voor jeugdigen te allen tijde bestaan. b) Kindperspectief (art. 5 en 8) Het Ouderplatform stelt dat kinderen slechts ‘ een keer worden gezien?. ? De verordening verplicht juist actieve betrokkenheid, begrijpelijke uitleg en verificatie of de jeugdige dit begrijpt. c) Cliëntondersteuning Volgens het Ouderplatform te vrijblijvend. ? De verordening verplicht het college altijd om te wijzen op onafhankelijke cliëntondersteuning en vertrouwenspersonen. d) NJi-criterium (art. 9 lid 3) Het Ouderplatform vreest "uitsluiting ? Het NJ -document fungeert als hulpmiddel; beoordeling blijft individueel en maatwerk. e) PGB-voorwaarden Ouderplatform: te streng. ? De artikelen 16-21 bevatten juist kwaliteits- en veiligheidswaarborgen en laten hulp in natura open als pgb niet passend is. f) 18+ transitie Ouderplatform stelt dat dit onvoldoende is geborgd.

MEMO

De verordening verplicht het college tot een perspectiefplan en continuïteit van zorg (artikel 28 lid 5 tot en met 7) g) Vervoer (art. 11) Ouderplatform: te beperkend. • De regels zijn conform Jeugdwet en subsidiariteitsbeginsel; bij onevenwichtigheid in draagkracht wordt alsnog vervoer ingezet. •

Samenvattend: De verordening bevat juist sterke waarborgen voor kindrechten, non-discriminatie en continuïteit van zorg.

4. Conclusie Op basis van de beschikbare documenten en de juridische beoordeling kan worden geconcludeerd dat de besluiten van DG&J en de betrokken colleges binnen het geldende mandaat en de gedelegeerde/gemandateerde bevoegdheden vallen, en daarmee rechtmatig zijn genomen. Uit de onderzochte stukken blijkt niet dat DG&J of de colleges normstelling of andere essentialia zoals bedoeld in de artikelen 2.9 en 2.10 Jeugdwet hebben vastgesteld, gewijzigd of vooruitlopend toegepast. De inhoudelijke normen, beoordelingscriteria en afwegingsfactoren worden uitsluitend door de gemeenteraad vastgesteld in de nieuwe Jeugdverordening. Daarmee is geen sprake van verboden delegatie.

Het regionale concept-Raamwerk Jeugdhulpverordening bevat voorts duidelijke en juridisch correcte waarborgen voor de rechten van jeugdigen en ouders. De opgenomen bepalingen sluiten aan op de Jeugdwet, recente jurisprudentie en relevante internationale verdragen. De kritiek van het Ouderplatform berust daarom grotendeels op een te strikte, en op onderdelen feitelijk onjuiste of onvolledige interpretatie van de verordeningsartikelen, de besluitvorming en de regionale rolverdeling. De positie van de gemeenteraad blijft volledig gewaarborgd: de vaststelling van de nieuwe Jeugdverordening ( inclusief toegangsnormen, afwegingscriteria, definities, PGB-bepalingen en overige normstelling) is en blijft een exclusieve bevoegdheid van de raad.

MEMO

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1067/documents/46213