Actualisatie bovenregionaal plan JZ+.pdf
Tekst van het document
Bovenregionaal plan Jeugdhulpplus Zuidwest 2e actualisatie
Holland Rijnland Haaglanden Zuid-Holland-Zuid Midden-Holland Rijnmond
Colofon Opdrachtgever:
Coördinerend gemeente Rotterdam namens 5 jeugdhulpregio’s d.d. 27 November 2023
copyright © 4advies, 2023 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op welke wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van 4advies, Arnhemseweg 10, Amersfoort.
Inhoud 1
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3
Opdrachtomschrijving Zuidwest Proces, werkwijze en besluitvorming Bovenregionaal plan Jeugdhulpplus (SPUK)
4 5 6
2
Doorontwikkeling Zuidwest: opbrengst – maart/oktober ‘23
7
2.1 2.2 2.3 2.4
Regio’s aan zet Scenario's en locatiekeuze Samenhang actualisaties en Herstel-Continuïteitsplannen Financieel kader
7 8 9 9
3
Ambities Zuidwest
11
4
Uitwerking thema’s doorontwikkeling
13
4.1 4.2 4.3 4.4
Intensieve zorgbehoefte Weging & triage Regionale alternatieven Residentieel onderwijs
13 16 17 19
5
Ontwikkelopdrachten
23
5.1 5.2 5.3 5.4
Werkwijze Weging & triage Regionale alternatieven Strategisch locatieplan
23 23 23 24
6
Onderwerpen voor landelijke afstemming
26
Bijlagen b1
DOS definitie hybride groepen, vastgesteld 29 juni 2023
b2
Subsidie Plan van aanpak coalitie landsdeel Zuidwest af- en ombouw residentieel onderwijs JeugdzorgPlus oktober 2023
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
3
1
Inleiding In opdracht van de VNG en het ministerie van VWS dienen alle landsdelen hun bovenregionale plannen ‘af- en ombouw gesloten jeugdhulp’ halfjaarlijks te actualiseren zodat op basis van relevante ontwikkelingen een update kan plaatsvinden. Gemeente Rotterdam is als coördinerende gemeente verantwoordelijk voor de actualisatie in landsdeel Zuidwest. Na de 1e actualisatie (voorjaar 2023) wordt met deze rapportage nu de 2e actualisatie opgeleverd. Na het inleidende hoofdstuk gaat deze rapportage achtereenvolgens in op de opbrengst van de doorontwikkeling in het afgelopen half jaar (hoofdstuk 2) en herbevestiging van de ambities van het landsdeel en de behoefte aan meer sturing door regio’s (hoofdstuk 3). Hoofdstuk 4 geeft uitwerking aan de thema’s intensieve zorgbehoefte, weging & triage, regionale alternatieven en het residentieel onderwijs die vervolgens in hoofdstuk 5 vertaald zijn in concrete ontwikkelopdrachten. Afsluitend worden landelijke aandachtspunten opgesomd die in elk geval vanuit Zuidwest van belang voor de verdere doortonwikkeling van de jeugdhulp.
1.1
Opdrachtomschrijving Zuidwest De regio’s hebben de volgende opdrachtomschrijving meegekregen: Actualiseer het bovenregionaal plan met in acht neming van onderstaande: • Analyseer als regio’s gezamenlijk de uitgangspunten en fasering van de om- en afbouw Jeugdhulpplus uit de 1e actualisatie in het licht van de ontwikkelingen maart-heden. • Betrek hierbij tenminste de onderwerpen ‘Weging & Triage’, ‘Regionale alternatieven’ en de ‘doorontwikkeling residentieel onderwijs’. • Laat de huidige ambities leidend zijn: o álle kinderen een plek in de regio; o voor 12- hoog intensieve zorg zonder vrijheidsbeperkende maatregelen (VBM) • Stel op basis van deze analyse gezamenlijk uitgangspunten, fasering en eindbeeld bij. Sluit qua looptijd aan op de periode van de Hervormingsagenda en de SPUK-frictiemiddelen tot 1-1-2028. • Stem het resultaat af met zorgaanbieders iHUB en Schakenbosch. De actualisatie betreft dezelfde doelgroep als het oorspronkelijke plan, namelijk de gesloten jeugdzorg. De financiële impact valt buiten de scope van de opdracht. Doel Het doel is tweeledig: 1. Tussentijdse evaluatie en monitoring van de voortgang van de onderdelen van het Bovenregionaal plan. 2. Herijking1 van de uitgangspunten en fasering uit het bovenregionaal plan om te komen tot een (meer) realistisch eindbeeld, zodanig dat de actualisatie het doorontwikkelingsproces van aanbieders stuurt.
1 Herijken: Herzien, aanscherpen of vasthouden
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
4
Resultaat De actualisatie beschrijft het bijgestelde, gezamenlijke beeld van ambities en uitgangspunten, door vertaald naar een eindbeeld van het zorgaanbod in Zuidwest en bijpassende fasering van maatregelen (tot 2028).
1.2
Proces, werkwijze en besluitvorming Iteratief proces De jeugdhulpplus in Zuidwest is volop in ontwikkeling. Terwijl wordt gewerkt aan de doorontwikkeling van het zorgaanbod en alternatieven lopen gelijktijdig trajecten waarbij het Ministerie van VWS en de Jeugdautoriteit betrokken zijn. Als onderdeel daarvan leveren beide zorgaanbieders medio 2023 een continuïteitsplan op waaruit blijkt hoe zij de continuïteit van cruciale jeugdhulp+ in het landsdeel borgen. Elk half jaar dient het bovenregionaal plan opnieuw geactualiseerd te worden. De basis voor deze 2e actualisatie zijn de Herstel- en continuïteitsplannen zoals deze najaar 2023 zijn opgeleverd en de uitwerking daarin van de ambities en uitgangspunten zoals vastgesteld in het bovenregionaal plan. Figuur: samenhang en iteratief proces actualisatie en transitieopgave
Werkwijze De gezamenlijke regie bij het opstellen van de actualisatie ligt bij de 5 jeugdhulpregio’s, dit is in lijn met de aanbeveling van AEF (rapport december 2023) en de werkwijze bij de 1 e actualisatie. De werkgroep, bestaande uit de jeugdhulpregio’s, heeft daarbij externe partners geconsulteerd op de onderwerpen Onderwijs, Weging & Triage (kerncoalitie onderwijs, Gecertificeerde Instellingen (GI), Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en afstemming gezocht met beide aanbieders. Processtappen die zijn gevolgd: ▪ Plenaire startbijeenkomst regio’s (september) ▪ Vaststellen opdrachtomschrijving in Directeuren-overleg ▪ Inhoudelijke themasessies met externe partners (4x) ▪ Afstemming met zorgaanbieders, concept op hoofdlijnen (eind oktober) ▪ Periodieke afstemming via reguliere Algemene Werkgroep incl. bespreking concept rapportage (5 jeugdhulpregio’s) ▪ Afstemming in Directeurenoverleg, ter voorbereiding op besluitvorming door Stuurgroep Doorontwikkeling JHP van landsdeel ZW (21 november ‘23).
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
5
Besluitvorming Het bovenregionale plan wordt onder regie van coördinerende gemeente Rotterdam ontwikkeld en vastgesteld in de Stuurgroep Doorontwikkeling. De regio’s bekrachtigen per regio het besluit van de Stuurgroep op de daarvoor passende wijze. Processtappen • Voorbereiding besluitvorming via het Directeurenoverleg naar de Stuurgroep Doorontwikkeling JHP • Vaststellen actualisatie door de coördinerend gemeente Rotterdam op advies van 5 jeugdhulpregio’s • Bestuurlijke besluitvorming in regio’s via de regionale governance
1.3
Bovenregionaal plan Jeugdhulpplus (SPUK) Het bovenregionaal plan2 over de doorontwikkeling van de jeugdhulpplus in Zuidwest stamt uit 2021. De vijf jeugdhulpregio’s, de aanbieders Horizon (iHUB) en Schakenbosch en gecertificeerde instellingen (GI) hebben gezamenlijk via dit plan invulling gegeven aan de ambities van Zuidwest: • afbouw van de gesloten bedden naar 100 in 2024 • ontwikkeling van verschillende alternatieven om geslotenheid te voorkomen • meer kleinschaliger voorzieningen Leidend hierbij zijn geweest de houtskoolschets en het Ambitiedocument voor de doorontwikkeling van de Jeugdzorg. De continuïteit van zorg en gecontroleerde afbouw van capaciteit staat in het bovenregionaal plan voorop. Voor de transitie naar meer kleinschalige woonvormen heeft het Rijk middelen beschikbaar gesteld die, op basis van het bovenregionaal plan, kunnen worden ingezet. Twee jaar na vaststelling van het bovenregionale plan hebben gemeenten en aanbieders veel kennis en ervaring opgedaan. Tevens heeft de afbouw van de gesloten jeugdhulp in de praktijk inzichten opgeleverd die destijds niet of onvoldoende in beeld waren. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het tempo van de afbouw in relatie tot de opbouw van alternatieven in de regio’s en het aansluiten op de overige ambities op gebied van onderwijs en zorg.
In deze actualisatie beschrijven de regio’s welke kaders worden meegegeven om verdere stappen te zetten.
2
Bovenregionaal plan Zuidwest d.d. 24 juni 2021, vastgesteld door Stuurgroep doorontwikkeling eind juni 2021
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
6
2
Doorontwikkeling Zuidwest: opbrengst – maart/oktober ‘23 Een uitgebreide beschrijving van de stand van zaken rondom de transitieopgave in Zuidwest en het traject met het Ministerie van VWS en de Jeugdautoriteit laten wij hier achterwege en wordt bekend verondersteld. Waar nodig wordt hier kortheidshalve naar verwezen.
2.1
Regio’s aan zet In aanloop naar de eerste actualisatie zijn gemeenten - vanuit zowel Rijk als de aanbieders – gevraagd een richting te kiezen en regie te pakken in het proces van de af- en ombouw Jeugdhulpplus: gemeenten moesten keuzes maken over het te ontwikkelen alternatieve aanbod, hoe zij invulling willen geven aan het aanbod dat een gesloten karakter zal blijven kennen en de manier waarop zij van de huidige naar de beoogde situatie willen bewegen. Zodanig dat aanbieders een duidelijke opdracht krijgen om verder uitwerking aan te geven. De jeugdhulpregio’s hebben daartoe in februari het onderzoek van AEF naar de toekomst van de Jeugdhulp in Zuidwest (december 2022) vertaald naar een aantal uitgangspunten. In samenhang met de ambities uit het Bovenregionaal plan (2021) en het Normenkader Zuidwest (2022) heeft dit geresulteerd in de 1e actualisatie, maart 2023. De kern van de gekozen richting is drieledig: • het meer centraal stellen van de intensieve zorgbehoefte in plaats van het zorglandschap inrichten rondom doelgroepen. Door het zorgaanbod niet langer op doelgroep te organiseren maar te organiseren op zorgbehoefte (AEF) zijn er 2 groepen te specificeren o.b.v. ernst van de problematiek: intensieve zorgbehoefte mét en zonder vrijheidsbeperkende maatregelen • Onderwijs als leidend principe.
Omdat de toegang tot onderwijs/ dagbesteding in aansluiting op de zorg die jeugdigen ontvangen een cruciale pijler is in het kunnen bieden van een toekomstperspectief. • Meer tinten in intensieve zorg door hybride3 (schakelen in maatregelen opengesloten) en flexibel (geslotenheid als onderdeel integraal traject) te werken. De uitgangspunten van het in maart geactualiseerde bovenregionale plan vormden de contouren voor de continuïteitsplannen van de zorgaanbieders gesloten jeugdhulp die hierna zijn opgesteld. Capaciteit Het meer centraal stellen van de intensieve zorgbehoefte heeft geleid tot onderstaande ambities over de capaciteit 2024-2025: • Het aantal jongeren4 met herkomst Zuidwest in JeugdzorgPlus instelling op 1-12023 (135) is uitgangspunt voor de opbouw van toekomstscenario’s van locaties en capaciteit (aantal bedden). •
3
Ambitie voor 2024 maximale capaciteit 90 gesloten bedden. Aanname totale hybride capaciteit 2024 is verschil tussen huidige capaciteit gesloten (135) en
Na opleveren van de actualisatie is een definitie van hybride vastgesteld (juni 2023)
4 Rapportage PC Zuidwest, peildatum 1-1-2023
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
7
maximale gesloten capaciteit 90. Dit betekent voor 2024 ambitie van 45 hybride bedden. •
•
Ambitie voor 2025 maximale capaciteit 54 5 gesloten bedden. Aanname totale hybride capaciteit 2025 is 45 hybride bedden. Bij de volgende actualisatie zal dit worden herijkt Specifiek 12- gesloten naar 0 (omvorming 12- naar volledig ‘open’ in 2023)
Voor wat betreft de jeugdigen die landelijk specialistisch aanbod nodig hebben is het beeld ongewijzigd sinds maart. Verdere uitwerking van aanbod binnen het landsdeel is nodig voor jongeren met specifieke kenmerken zoals hoog forensisch profiel en jongeren op de grens van GGZ-LVB en gedragsproblematiek. [Behoefteanalysespecialistisch-alternatief-gesloten-jeugdhulp AEF, december 2022]’
2.2
Scenario's en locatiekeuze De 1e actualisatie ging uit van 2 mogelijke toekomstscenario’s: één centrale locatie of 2 locaties in Zuidwest. Om meer richting te geven aan aanbieders voor het opstellen van de Herstel-Continuïteitsplannen zijn, na vaststelling van de eerste actualisatie, aanbieders en regio’s met elkaar in gesprek gegaan onder leiding van AEF. De gesprekspartners spraken over de scenario’s die op tafel lagen, stelden een afwegingskader op met criteria en een onderlinge weging daarvan en wogen de opties af aan het afwegingskader6. Op basis daarvan trokken de aanbieders en regio’s de gezamenlijke conclusie dat twee locaties in het landsdeel (scenario 2) het best passend was om de transformatiedoelstelling verder te brengen. Ook werd gesteld dat de ambitie van het landsdeel onderschreven wordt om geen kinderen meer buiten het landsdeel te plaatsen; dit heeft grote consequenties voor de locatie Harreveld. En: dat het tijd en goede planvorming vergt om de gewenste transformatie te bereiken. In het landsdeel is Schakenbosch aangemerkt als meest kansrijk om deze expertise op te bouwen. Voor locatie Harreveld zijn inmiddels processtappen afgesproken voor landelijke regie op deze locatie door VWS/VNG. Dit volgt een apart traject. Als belangrijke randvoorwaarde om scenario 2 succesvol te maken is genoemd het in praktijk mogen brengen van hybride groepen.
Om een goede definitie van hybride op te stellen is een traject gelopen met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), GI en het ministerie van VWS. Dit heeft geresulteerd in een “Toelichting toezicht Ombouw JeugdzorgPlus (gesloten jeugdhulp)” van mei 2023 waarin uiteen wordt gezet hoe de IGJ aankijkt tegen hybride groepen. Deze toelichting is de basis voor de uitwerking van hybride in deze actualisatie. We houden vast aan het gekozen scenario voor 2 locaties Jeugdhulpplus in Zuidwest (Schakenbosch en Rijnhove) voor de komende 2 jaar, totdat de afbouw is gerealiseerd. Schakenbosch wordt de locatie binnen het landsdeel waar alle expertise 5 6
Vanwege groepsgrootte van maximaal 6 gaan we hier uit van 54 18 april 2023 Uitkomst bijeenkomsten locaties landsdeel Zuid West, AEF
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
8
gebundeld is om jongeren met een gesloten machtiging te kunnen behandelen. Hierbij moet wel aandacht blijven voor de (geografische) spreiding (dader-slachtoffer, scheiden rivaliserende groepen). Ongewis is het tempo van de opbouw van alternatieven en de gevolgen voor jeugdhulp+. Deze onzekerheid verlangt van iHUB de nodige flexibiliteit rond locatie Rijnhove tot de totale afbouwambities zijn gerealiseerd. Dit is onderdeel van een Ontwikkelopdracht.
2.3
Samenhang actualisaties en Herstel-Continuïteitsplannen Als onderdeel van de transitieopgave is het nodig dat de beide aanbieders in 2023 een continuïteitsplan opleveren waaruit blijkt hoe zij invulling geven aan de toekomstige jeugdhulp in Zuidwest. De scope van deze plannen is echter breder en meer financieel en bedrijfsmatig georiënteerd dan het beleidsmatige karakter van het bovenregionaal plan. Ook de verantwoordelijkheid voor deze plannen en het bovenregionale plan ligt elders: de continuïteitsplannen vallen onder de verantwoordelijkheid van resp. de accounthoudende gemeente Den Haag en BovenContinuïteits accounthoudende regio GRJR. Ze volgen regionaal -plannen dus een andere route, maar lopen wel plan gelijktijdig op. Scope Bovenregionaal plan en continuïteitsplannen
De beleidsmatige samenhang tussen actualisatie en continuïteitsplannen komt met name bij elkaar in de uitwerking van de hybride groepen. Een concrete uitkomst van het proces rondom de continuïteitsplannen is de gezamenlijk opgestelde definitie van de hybride groepen. Regio’s zien op basis van de continuïteitsplannen geen nieuwe inzichten die het bijstellen van de eerder afgesproken maximale capaciteit onderbouwen. Ook voor het bijstellen van het beeld over de toekomstige behoefte op basis van validatie van huidige dossiers is het nog te vroeg. Dat betekent dat de ambitie voor de afbouw van Jeugdhulpplus in het landsdeel tot maximaal 54 bedden overeind blijft. Omdat regio’s wel zien dat de voorwaarden voor de afbouw nog niet gerealiseerd zijn (ic. regionale en landelijke alternatieven) wordt de termijn voor realisatie van de afbouw verlengd en tijdelijk extra capaciteit mogelijk. In hoofdstuk 4.1 is deze lijn verder uitgewerkt.
2.4
Financieel kader Financiële opgave In alle gemeenten is een toename van de kosten voor jeugdhulp te zien. Deze kostenstijging past in een landelijke trend, maar de grens is bereikt van wat maatschappelijk verantwoord is. Er ligt een gezamenlijke opdracht voor regio’s en aanbieders om de totale kosten omlaag te brengen. Voor de incidentele kosten stelt het rijk SPUK’s beschikbaar. Voor de transformatiekosten is BREN een logische partner en voor de frictiekosten de nieuwe SPUK Frictiepot. De structurele kosten hangen af van de reële tarieven.
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
9
Een efficiënte bedrijfsvoering is essentieel. Sturing op efficiënte bedrijfsvoering is nodig om de tarieven te drukken, waarbij de regio’s en de aanbieders werken op basis van de uitgangspunten van de in voorbereiding zijnde algemene maatregel van bestuur (AMvB) ‘Reële prijzen Jeugdwet’ aan afspraken over passende tarieven Financieel kader Gezien de financiële mogelijkheden die de SPUK’s zullen bieden, kunnen er bestuurlijke afspraken gemaakt worden binnen het landsdeel over de incidentele kosten die voortvloeien uit de transformatie. Zolang er geen incidentele kosten worden doorberekend aan de regio’s is het effectiever om de aansturing van de bedrijfsvoering neer te leggen bij de accounthoudende gemeente Den Haag voor Schakenbosch en voor iHUB bij de GRJR. Den Haag en de GRJR zullen dan prudent handelen in onderlinge afstemming binnen dit financiële kader voor transformatie- en frictiekosten.
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
10
3
Ambities Zuidwest Met de vaststelling van het Bovenregionale plan in 2021 en de actualisatie begin 2023 hebben de jeugdhulpregio’s in Zuid-Holland samen met zorgaanbieders flinke stappen gezet om de hulp aan kwetsbare kinderen en gezinnen verder te versterken. Er gaan veel zaken goed of zijn in ontwikkeling. Er is echter een aantal onderdelen waar het beter kan en beter moet. De eerder geformuleerde ambities blijven overeind, maar gemeenten hebben behoefte aan meer sturing op de kwaliteit en kosten. Kostenstijging In alle gemeenten is een toename van de kosten voor jeugdhulp te zien. Deze kostenstijging past in een landelijke trend, maar de grens is bereikt van wat maatschappelijk verantwoord is. Wij onderschrijven de in de Hervormingsagenda Jeugd geschetste beweging en de residentiële opgave ligt in lijn met onze visie. Deze hervormingsagenda benoemt de gewenste beweging naar passende kleinschalige zorg die zo thuis mogelijk wordt geleverd. Op de korte en middellange termijn is echter geen besparing te verwachten door de hogere, reële tarieven. Er ligt een gezamenlijke opdracht voor regio’s en aanbieders om de totale kosten omlaag te brengen. Kwaliteitsimpuls De toename van kosten gaat gepaard met het gevoel van gemeenten dat de maatschappelijke effecten van de transformatie nog onvoldoende tot uiting komen.
Zo leiden de verkleinde groepen tot een significante verbetering van het leefklimaat op de groepen, maar niet tot een kortere ligduur. Het uitgangspunt is om de behandeling in jeugdhulp plus (inclusief hybride) binnen maximaal 6 maanden af te ronden. Voor deze meest kwetsbare kinderen is een andere inzet nodig. Er wordt veel 1-op-1 begeleiding ingezet die niet alleen kostbaar is, maar op de langere duur nadelig is voor de zelfregulatie van een kind. Vaak zijn deze kinderen fors getraumatiseerd. Gemeenten zien kansen in een steviger integrale benadering binnen een kleinschalig werkende locatie waarbij naast een gezinsgerichte systemische aanpak vanuit de jeugd- en opvoedhulp stevig wordt ingezet op zorg vanuit de GGZ en LVB-sector. Onderwijs speelt eveneens een cruciale rol. We willen graag toewerken naar kortere hoogintensieve trajecten in combinatie met thuis en het onderwijs om de kwaliteit te verhogen en de kosten omlaag te brengen. AEF spreekt van geslotenheid meer als onderdeel van een integraal traject ontwikkelen. Verblijf kan een onderdeel uitmaken van een intensief ambulant traject zoals bijvoorbeeld Thuisbest van Almata/De Viersprong. Dit betekent dat we deze kinderen zo dicht mogelijk bij het gezin, in de school en in de omgeving van een kind of gezin willen behandelen. We willen onderzoeken hoe kleinschalige woonvoorzieningen hier een rol in kunnen spelen.
Daarnaast is er een groep kinderen die aangewezen blijft op langdurig intensieve zorg. De bescherming van een terreinvoorziening kan daarbij een belangrijke factor zijn. Een gesloten opname als kortdurende interventie is voor deze jeugdigen niet effectief, maar ze hebben wel baat bij de context van de jeugdhulp+. Voor deze groep is een doorontwikkeling van het behandelaanbod nodig, al dan niet in combinatie met betere doorstroom naar de Wlz. Gemeenten zien kansen in een functionaris die samen
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
11
met aanbieders en verwijzers deze doelgroep helpt bij het zoeken naar passend aanbod. Gemeenten zetten in op jeugdhulp die zo nabij en zo kleinschalig (en huiselijk) mogelijk is waarbij nabijheid van het netwerk en de hulpverlening cruciaal is, school zoveel mogelijk door kan gaan en er perspectief is voor de langere termijn. Wij willen dan ook dat kinderen binnen het landsdeel behandeld worden. In uitzonderingssituaties kan het noodzakelijk zijn dat er geografische afstand nodig is vanuit een zorginhoudelijk perspectief. Hiervoor is het nodig dat er landelijk schuifruimte ontstaat. Minder vrijheidsbeperkende maatregelen De gedeelde ambitie is om jeugdhulp passend in te zetten en, als dat mogelijk is, zwaardere gesloten hulp af te bouwen. We streven naar de afname van de inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen voor jongeren en werken voor kinderen jonger dan 12 jaar niet langer met gesloten zorg. De ontwikkeling van hybride groepen is een eerste stap in de transformatie. Informatievoorziening Regio’s en aanbieders hebben behoefte aan completere informatie om een brede analyse te maken van het functioneren van de residentiële zorg en de complexiteit in dat stelsel. De samenhang tussen ontwikkelingen in het regionale zorglandschap en bovenregionale zorg zijn onmiskenbaar en vragen sturing en monitoring op het bovenregionale niveau.
In deze actualisatie zijn in hoofdstuk 5 door de regio’s ontwikkelopdrachten geformuleerd aan (beide) aanbieders en andere betrokkenen om vanaf 2024 de ambities concreet uit te werken, inclusief bijbehorende planning en procesvoorstel.
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
12
4
Uitwerking thema’s doorontwikkeling
4.1
Intensieve zorgbehoefte Jongeren met intensieve zorgvraag zijn te onderscheiden in 2 groepen. Groep intensieve zorgvraag zonder machtiging: Dit betreft de groep open-intensief die nu niet goed wordt bediend en waarvoor de oplossing zowel ambulant als open intensief als hybride zou kunnen zijn. Op basis van de actuele verwijsdata lijkt dit een beperkte groep; de grote vraag naar hoog intensief in de HC-plannen wordt door de regio’s niet herkend (zie hoofdstuk 2). Het is echter moeilijk een precieze inschatting te maken omdat ook andere (open) aanbieders deze jongeren met intensieve zorgbehoefte in huis hebben. Passend zorgaanbod voor deze groep zal onder meer ontwikkeld moeten worden via de alternatieven in samenwerking met zowel open als gesloten aanbieders (zie 4.3). Vanuit deze groep is hybride plaatsing mogelijk via opschaling (zie 4.2). Groep intensieve zorgvraag met machtiging: De groep jongeren met intensieve zorgbehoefte met machtiging heeft ook doorontwikkeling nodig, zoals de groep met specifieke kenmerken zoals jongeren op de grens van GGZ-LVB en gedragsproblematiek (integrale benadering). De komende maanden werken de regio's hier samen met de aanbieders verder aan. In deze actualisatie (najaar 2023) gaan we in op wat we met hybride bedoelen, een van de genoemde grijstinten. In volgende actualisaties werken we o.a.
intensief ambulant, kleinschalige woonvormen en andere grijstinten en doorontwikkelingen uit.
4.1.1
Grijstint: hybride groepen In mei 2023 heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd haar “Toelichting toezicht Ombouw JeugdzorgPlus (gesloten Jeugdhulp)” gepubliceerd. Daarin geeft zij aan dat op grond van de huidige wetgeving hybride voorzieningen al mogelijk zijn. Dat jeugdigen zonder machtiging geen getuige mogen zijn van ingrijpende vrijheidsbeperkende maatregelen laat de inspectie los als harde bodemeis. Dit doet de inspectie gezien de ontwikkelingen naar minder repressief handelen en het terugdringen van vrijheidsbeperkende maatregelen in een gesloten setting (conform de Veldnormen). De inspectie verwacht daarbij wel dat de instelling afweegt of de hulp die een jeugdige zonder machtiging ontvangt passend is en of het verblijf in de gesloten setting geen afbreuk doet aan de effectiviteit van de behandeling van de jeugdige. Op 29 juni 2023 heeft het Bovenregionaal Directeurenoverleg Landsdeel Zuidwest ingestemd met de definitie/ productomschrijving hybride groepen (bijlage 1). Deze definitie geeft de noodzakelijke richting aan de term hybride die wordt gebezigd in de eerste actualisatie van het bovenregionale plan (april 2023). Met de introductie van hybride groepen wordt mede vormgegeven aan de transformatie van de jeugdhulp Plus. Een hybride groep is een groep waarin jongeren geplaatst kunnen worden met en zonder een Machtiging Gesloten Jeugdhulp (MGJ).
Deze groep wordt gekenmerkt door een open leefklimaat. Een hybride groep kan alleen worden vormgegeven op
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
13
locaties waar een MGJ uitgevoerd mag worden. Vrijheidsbeperkende maatregelen worden alléén toegepast bij jongeren met een MGJ en worden zo min mogelijk toegepast, conform de veldnormen Terugdringen Vrijheidsbeperkende Maatregelen. De gebruikte definitie in Zuidwest voor hybride is in lijn met de toelichting “Toezicht op ombouw JeugdzorgPlus” van de IGJ van mei 2023. Voor meer toelichting zie bijlage 1. Zodra een jongere geen vrijheidsbeperkende maatregelen meer nodig heeft en de MGJ is komen te vervallen, kan de jongere op dezelfde groep de behandeling voortzetten. Aanbieders die hybride groepen hebben ingericht zijn verplicht zich maximaal in te spannen jongeren zonder MGJ te plaatsen als uit de triage blijkt dat dit de geëigende zorgvorm is voor de betreffende jongere. In Zuidwest is gekozen om te starten met het hybride plaatsen van jongeren die via afschalen vanuit geslotenheid komen. Bij het proces van hybride plaatsingen zullen we de geleerde lessen en aanbevelingen uit de evaluatie van de pilot ‘Hybride groepen’ van Pluryn gebruiken. Naar de volgende actualisatie toe onderzoeken we hoe het proces van opschaling vorm te geven en op welk moment met opschaling te starten, op zo’n manier dat geen opwaartse druk ontstaat noch uitbreiding van het aantal bedden. In 4.2 Weging en Triage gaan we hier verder op in. 4.1.2
Hybride groepen (capaciteit) De regio’s zien een grote inzet van 1-op-1 binnen de groep intensieve zorgbehoefte met verschillende oorzaken, ook buiten de zorgvraag om (o.a. thuiszitters, veiligheid, personeelstekort, hulp bij opstaan, beveiliging). Onduidelijk is welk deel intensieve zorgvraag heeft. Hier zijn bovendien ook andere dan jeugdzorgplusaanbieders bij betrokken dus dit vraagstuk reikt verder. De regio’s hebben hiervoor aanvullend bovenregionale afspraken nodig. Op basis van de vastgestelde definitie hybride aanbod, de grote discrepantie tussen de vraag naar hybride (inschatting regio’s) en toekomstig aanbod (HC-Plannen) en de opdracht die de regio’s hebben om aantallen en voorwaarden te benoemen zijn de regio’s gezamenlijk tot onderstaande aantallen gekomen: Periode tot 1-1-2028 Vasthouden aan de in het bovenregionaal plan vastgestelde capaciteit van 54 in combinatie met een verschuiving van de realisatietermijn van 2025 naar 2028. Voor de langere termijn houden we vast aan 54 bedden voor intensieve zorgbehoefte, zowel JHP als hybride (geen oormerk). Hierbinnen zal afbouw van vrijheidsbeperkende maatregelen moeten blijven plaatsvinden. Monitoring en tussentijdse evaluatie is nodig voor het inzichtelijk maken van de voortgang op deze afbouw.
Voorstel is om bij monitoring zoveel als mogelijk gebruik te maken van al bestaande monitorinstrumenten (bv Academische Werkplaats). Er wordt gedacht aan de volgende monitorelementen: • Afname inzet VBM • Verkorte inzet VBM • Tijdige uitstroom (< 6mnd) • Verblijfsduur • Effect samen plaatsen MGJ en zonder machtiging • Concrete afbouwdoelen (%)
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
14
Beide aanbieders komen met een gezamenlijk voorstel voor monitoring. Periode t/m 2025: tijdelijke uitbreiding Een tijdelijke uitbreiding van de capaciteit voor intensieve zorgvraag zonder machtiging voor een beperkte, korte periode van in totaal 45. Het bovenregionaal plan van maart ging uit van een totale capaciteit van 90JHP + 45 hybride (135) per 2024 terwijl op dit moment de huidige capaciteit van 135 100% bezet is voor JHP, dus zonder hybride. Tegelijkertijd neemt het aantal jongeren met intensieve zorgbehoefte zonder machtiging, voor wie niet duidelijk is welke plek de juiste is, steeds verder toe. Dit komt overeen met de conclusie van het onderzoek van AEF uit 2022. Omdat deze jongeren ook bij andere, regionaal gecontracteerde aanbieders verblijven, en dus niet alleen bij de jeugdhulpplusaanbieders, is hier bovenregionaal geen eenduidig beeld van. De verwijsdata die beschikbaar zijn via de Plaatsingscoördinator geven een ander beeld dan het (grote) aantal hybride bedden in de herstel- continuïteitsplannen. Dat maakt dat het voor de regio’s inhoudelijk niet te verklaren is waarom de behoefte groter is dan het totaalbeeld van de regionale inschattingen dat rond de ca. 20-30 uitkomt.
Gezien de uiteenlopende inschattingen en de onduidelijkheid rondom de daadwerkelijke behoefte zijn de regio’s van mening dat ter overbrugging een tijdelijke uitbreiding van de capaciteit van maximaal 45 voor hybride groepen voor de looptijd van de HC-plannen (t/m 2025), recht doet aan de huidige situatie en deze fase van de doorontwikkeling. Voorwaardelijk hierbij is monitoring van de af- en ombouw beweging. Deze tijdelijke capaciteit is, na afloop van overbruggingsperiode 2024-2025, per 1-1-2026 ondergebracht in het totaal aantal van 135. Bovenstaande leidt tot een maximale gesloten capaciteit van 135 per 2026 om vervolgens verder af te bouwen naar maximaal 54 per 2028: Jaar
Bovenregionaal plan maart ‘23
Bovenregionaal plan november ‘23
2024
90 + 45 hybride = 135 (per 1-1-2024)
2024/2025: 135 + 45 hybride
2025
54 + 45 hybride = 99 (per 1-1-2025)
2026
135 (per 1-1-2026)
2027 2028
54 (per 1-1-2028)
Tabel: Ambitie capaciteitsontwikkeling 2024-2028. Genoemde capaciteit betreft alleen gesloten/hybride aanbod en doet geen uitspraak over open capaciteit.
Bijbehorende ontwikkelopdracht(en) zijn onderdeel van hoofdstuk 5.
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
15
4.2
Weging & triage De ontwikkeling naar hybride groepen heeft afgelopen half jaar onder meer geleid tot een definitie van de hybride groep inclusief een set aan voorwaarden. Om inzicht te krijgen in het proces van toeleiding naar deze nieuwe zorgvorm, en wat de daarbij helpende elementen zijn, heeft een themasessie ‘weging & triage’7 plaatsgevonden. Dit heeft geleid tot een procesbeschrijving (concept) uitgaande van 2 te onderscheiden groepen met intensieve zorgbehoefte die beiden vanuit een andere route hybride geplaatst kunnen worden: A. Met machtiging/JHP > hybride (afschalen) Jongere stroomt door vanuit gesloten plaatsing; machtiging niet langer nodig B. Zonder machtiging > hybride (opschalen) Jongere stroomt in via GI/Wijkteam; Coördinator en onafhankelijke toetsing nodig om oneigenlijke instroom te voorkomen Ook is een aantal nog te ontwikkelen elementen benoemd die verder dienen te worden uitgewerkt door professionals: • Triagecriteria voor hybride plaatsing met als doel eenduidig kader voor toeleiding en voorkomen van plaatsing te lichte casuïstiek (naar voorbeeld van kader van de Raad) en dichtslibben van de plekken. Helpende elementen: gronden voor gesloten plaatsing (crisis- onveiligheid- onbereikbaar zijn voor open jeugdhulp) en trajectaanpak met open aanbieders.
• Onafhankelijk toetsmiddel: Instemmingsverklaring of voorwaardelijke machtiging • Validatie dossiers (groep B) • Langdurig intensieve zorg/ WLZ functionaris
+ Acceptatieplicht
Deze procesbeschrijving voor triage is een aanzet en dient nader te worden uitgewerkt door GI's in afstemming met o.m. aanbieders, PC, Raad voor de Kinderbescherming, kinderrechters en ervaringsdeskundigen. Bij alle betrokkenen is overeenstemming over de directe meerwaarde van het zo snel mogelijk opstarten van afschaling vanuit geslotenheid (groep A). Voorgesteld wordt de toeleiding naar hybride groepen in fasen uit te (laten) werken: Fase 1a: start met hybride groepen via afschaling (groep A) zodra aan alle voorwaarden wordt voldaan. Fase 1b: Tegelijkertijd uitwerken criteria en instrumenten t.b.v. toeleiding van groep B (opschaling vanuit open) inclusief aanpak validatie van dossiers richting volgende actualisatie. Tevens overeenstemming bereiken over gezamenlijke voorwaarden waarbinnen met opschalen kan worden gestart. 7 Met o.a. GI’s, Raad voor de kinderbescherming en regio’s
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
16
Fase 2: start met hybride groepen via opschaling (groep B). Voor de uitwerking van 1b vragen we nadere uitwerking door GI's in afstemming met betrokken partijen. Bijvoorbeeld over de inzet van een instemmingsverklaring door een gedragswetenschapper danwel een voorwaardelijke machtiging als onafhankelijk toetsmiddel. En door ervaring en expertise van aanbieders en de impact op plaatsing in een nieuwe groep nadrukkelijk mee te nemen in de uitwerking. In de uitwerking dienen de ambities aan concrete doelen en tijdpad gekoppeld te worden zodat bij volgende actualisatie getoetst kan worden of bijstelling nodig/gewenst is o.b.v. voortgang en nieuwe inzichten. Bijbehorende ontwikkelopdracht(en) zijn onderdeel van hoofdstuk 5.
4.3
Regionale alternatieven De ambitie van gemeenten is om (nog) meer kinderen zo thuis mogelijk te laten opgroeien. In samenwerking met de regionale zorgaanbieders, verwijzers en het onderwijs werken we hard om jeugdigen en gezinnen die dit nodig hebben zo goed mogelijk te ondersteunen. Veel gaat al goed, maar we hebben ook geconstateerd dat er voor een kwetsbare jeugdigen die niet meer thuis kunnen wonen, verbeteringen noodzakelijk zijn. In sommige gevallen wordt de zorg en ondersteuning te laat ingezet, zijn er wachtlijsten of is er geen passende plek. Het gevolg is ook dat er veel 1 op 1 begeleiding wordt ingezet om jeugdigen op een open bed te kunnen houden. Het liefst blijven jeugdigen thuis wonen met adequate begeleiding of behandeling. Maar lukt dit tijdelijk niet, dan moet er een verblijfsplek worden gevonden die zo goed mogelijk aansluit bij de hulpvraag. Voor deze complexe jeugdigen is het nodig dat er effectieve alternatieven worden ontwikkeld. Er wordt daarnaast zorggedragen voor doorlopend onderwijs zodat de jeugdige geen achterstand oploopt en zoveel als mogelijk in zijn vertrouwde omgeving onderwijs kan blijven volgen. Elke regio heeft afgelopen half jaar een eigen plan van aanpak opgesteld om alternatieven voor gesloten jeugdhulp te ontwikkelen.
Hierin werken de jeugdhulpregio’s samen met aanbieders, verwijzers en andere stakeholders in het regionale zorglandschap. Dit is nodig om de beweging te maken naar verdere afbouw richting 2028 in combinatie met de opbouw van alternatieven. In de periode na de eerste actualisatie zijn de regionale plannen van aanpak opgesteld en is met de uitwerking gestart. Gemeentes zullen een rode dradenanalyse opstellen met een overkoepelend beeld van de regionale plannen. Er ontbreekt echter nog steeds een integraal beeld van hoe het alternatieve aanbod in Zuidwest eruit zou moeten zien en ook een gedeeld beeld over het type aanbod dat nodig is, is er nog niet. Ondanks de zichtbaar behaalde resultaten zijn de alternatieven landsdeelbreed nog onvoldoende op gang gekomen. Gemeenten verwachten van zorgaanbieders meer tempo in de ontwikkeling hiervan. Duidelijk is ook dat de haalbaarheid van de ambities voor 2030 valt of staat met de ontwikkeling van juist deze regionale (en landelijke) alternatieve zorgvormen. Resultaat themasessie Voor de ontwikkeling van de alternatieven wordt nadrukkelijk de verbinding gelegd met het Bovenregionaal Expertise Netwerk Zuidwest (BREN). Het BREN heeft als netwerk
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
17
een verbindende rol in het landsdeel op het gebied van consultatie & advies, het inzetten en organiseren van hulp en een kennis- en ontwikkelfunctie bij de doorontwikkeling van de jeugdhulp voor jongeren met complexe problematiek. Ook kan BREN bijdragen aan het financieren van projecten en nieuwe initiatieven. Om de alternatieven verder door te ontwikkelen is het volgende nodig: 1. Kennisdelen en –vergroten Het is belangrijk om kennis en lessen van behaalde resultaten te bundelen in het landsdeel. Via evaluatie van nieuwe initiatieven (bv CAT, Kompas) en lessons-learned van bestaande alternatieven (bv MyPlace). Kennisdelen betreft zowel de regio's onderling, als ook tussen de aanbieders voor jeugdhulpplus (ook niet-gecontracteerde aanbieders) en open aanbieders, zodat doorontwikkeld kan worden op behaalde resultaten in plaats van het naast elkaar ontwikkelen van nieuw aanbod. Ook is het nodig te investeren in het vergroten van kennis/bekendheid over het nieuwe aanbod, te beginnen bij verwijzers. 2. Bovenregionale aanpak voor bovenregionale vraagstukken Daar waar onderwerpen meerdere of alle regio's betreffen is behoefte aan een bovenregionale aanpak. Zo spelen in alle regionale plannen de verschillende GGZpartners een belangrijke rol, een meer centrale aanpak ligt daarom voor de hand.
De jeugdhulpplus-aanbieders geven aan grote behoefte aan centralere aanpak van de regionale plannen zodat meer gestructureerde en efficiëntere inzet mogelijk wordt. Beide aanbieders zijn betrokken bij meerdere regionale plannen van aanpak. De urgentie van de opgave wordt gedeeld maar zij geven aan tegen de grenzen van hun beschikbare capaciteit aan te lopen. De werkwijze van de werkgroep in Rijnmond is een voorbeeld van samenwerking met open en gesloten aanbieders met de kanttekening dat hierin de niet-gecontracteerde partners nog ontbreken, 3. Bovenregionale monitoring Er is behoefte aan periodieke, centrale monitoring op de ontwikkeling van alternatieven bij zowel regio’s als aanbieders, om meer grip te krijgen op de voortgang in relatie tot de om-/afbouw ambities in Zuidwest. De randvoorwaarden en criteria zijn ten dele al bekend maar nadere uitwerking is nodig. Op verschillende plekken vindt nu al monitoring plaats, onder andere bij aanbieders, GI's en Plaatsingcoördinator (PC). Onderzocht moet worden hoe bestaande monitoring zo efficiënt mogelijk kan worden ingezet, indien nodig aangevuld met eventuele nieuw te ontwikkelen instrumenten/methodieken. Uitgangspunt hierbij is om zo veel als mogelijk aan te sluiten bij al beschikbare instrumenten, methodieken en rapportages.
Door gebruikmaking van data en duiding, via bijvoorbeeld de signalenrapportage en de Regionale Expertise teams (RET's), kunnen de regio's ook beter in staat gesteld worden deze ontwikkelingen te vertalen naar regionale behoefte en benodigd aanbod. Om te kunnen monitoren op voortgang is een bovenregionaal totaalbeeld nodig van de huidige situatie. Regio’s inventariseren daarvoor welk alternatief aanbod8 per regio
8 Met aanbod wordt hier bedoeld: scholing (nieuw) personeel, kleinschaligheid, integratie van kennis en expertisen
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
18
in 2023 is gestart, welk nieuw aanbod op korte termijn gerealiseerd is (Q1-Q2 2024) en welke alternatieven nog in planning zijn incl. verwachte realisatietermijn. Hierbij hoort ook de rodedradenanalyse van de regio’s. 4. Bovenregionale beleidscoördinatie en afstemming Bij regio's in het landsdeel en beide aanbieders bestaat de wens tot centrale, bovenregionale beleidscoördinatie en afstemming op het versterken van het bestaande open aanbod en de ontwikkeling en effectiviteit van de alternatieven in Zuidwest. Om meer samenhang te brengen in de ontwikkelingen in het regionale zorglandschap en bovenregionale zorg. Omdat naast de aanbieders voor gesloten jeugdhulp ook de open aanbieders partner zijn in het alternatieve aanbod, zijn hierover aanvullende bovenregionale afspraken noodzakelijk. Bijbehorende ontwikkelopdracht(en) zijn onderdeel van hoofdstuk 5.
4.4
Residentieel onderwijs Doorontwikkelingen onderwijs Het residentieel onderwijs is de afgelopen jaren samen met de zorg doorontwikkeld. Centraal hierbij staat het borgen van een doorlopende leerlijn. Onder meer door inzet van kleinschalige groepen en een doorlopend integraal dagprogramma (DiD) op de jeugdhulppluslocaties waarbinnen zorg en onderwijs intensief op maat samenwerken in een kleinschalige setting. Ook is ingezet op alternatieven als ambulantisering, gezinsopname, kleinschalige voorzieningen en programma's zoals School2Care. Daarbij gaat het met name over het bieden van de juiste begeleiding aan leerling en betrokken docenten via het reguliere onderwijs. Subsidieregeling Vanuit het ministerie van OCW is in maart 2023 de opdracht aan de samenwerkingsverbanden passend onderwijs gegeven om verantwoordelijkheid te nemen voor de kwaliteit van en passend onderwijs te bieden aan jongeren die tijdelijk verblijven in een gesloten residentiële jeugdzorginstelling (ook wel JeugdzorgPlus genoemd). Het ministerie wil waarborgen dat: •
•
alle jongeren een doorlopende, ononderbroken ontwikkeling doormaken. Na plaatsing in een residentiële jeugdzorginstelling blijft de school van herkomst verantwoordelijk en de jongere blijft daar ingeschreven. alle jongeren de kans krijgen om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen en te werken aan herstel om een plek in de samenleving te verwerven.
Op 11 juli is een subsidieregeling “onderwijscoalities af- en ombouw gesloten jeugdhulp” gepubliceerd9. Deze subsidie is een belangrijke stap om het onderwijs te ondersteunen bij af- en ombouw van de gesloten jeugdzorg. En heeft als doel om goed onderwijs en passende ondersteuning te kunnen blijven bieden aan jongeren van12-18 jaar in residentiële jeugdzorginstellingen. De leeftijdsgrens geldt niet voor de jeugdigen op Bergse Veldschool (Bergse Bos).
9
Subsidieregeling onderwijscoalities af- en ombouw gesloten jeugdhulp
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
19
Coalitie af- en ombouw residentieel onderwijs JeugdzorgPlus In landsdeel Zuidwest is één grote coalitie gevormd om gezamenlijk deze subsidie aan te vragen voor de drie JeugdzorgPlus locaties met een eigen onderwijsvoorziening (instellingsschool): 1. 2. 3.
Schakenbosch in Leidschendam-Voorburg met de instellingsschool Schakenbosch College; Rijnhove in Alphen a/d Rijn met de instellingsschool Rijnstroom College; Bergse Bos in Rotterdam met de instellingsschool Bergse Veld (voor 4-12 jarigen).
Alle samenwerkingsverbanden in landsdeel Zuidwest zijn aangesloten bij de coalitie die wordt vertegenwoordigd door een kerncoalitie10. Dit bevordert de bovenregionale samenwerking en zorgt voor meer uniformiteit richting de instellingsscholen en de doorlopende leerlijnen van de jongeren. Doelstelling coalitie De coalitie zet zich in om inclusief onderwijs te realiseren voor de groep leerlingen met zeer complexe problematiek op meerdere leefgebieden, verblijvend in een JeugdzorgPlus instelling (al dan niet kleinschalig) of gebruikmakend van een alternatief voor JeugdzorgPlus (open intensief aanbod). Dit is een noodzakelijk onderdeel en kan als motor dienen voor de ontwikkeling naar inclusief onderwijs zoals omschreven in de werkagenda “naar inclusief onderwijs in 2035” van OCW en de ondersteuningsplannen van de samenwerkingsverbanden. Voor de individuele leerling wil de coalitie een doorlopende leerlijn borgen door in te zetten op een integrale aanpak en een intensieve samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp.
De subsidie is gericht op: • Kwalitatief goed onderwijs bieden aan jeugdigen die verblijven in een JeugdzorgPlus instelling ten behoeve van een doorlopende leerlijn; • Het organiseren van onderwijs(ondersteuning) bij alternatieven voor JeugdzorgPlus (intensief open aanbod) • Zorgdragen voor een soepele overgang voor de leerling en een doorlopende leerlijn tijdens en na verblijf in een JeugdzorgPlus instelling; • Het vergroten van expertise en kennis bij scholen en samenwerkingsverbanden over de doelgroep die gebruik maakt van een JeugdzorgPlus instelling; • Het bevorderen van samenwerking tussen zorg- en onderwijspartijen en gemeenten Naast bovenstaande doelstellingen zal vanuit de instellingsscholen worden doorontwikkeld langs 2 sporen: 1. Vraaggerichter integraal individueel dagprogramma op maat (TOM= op maat) bij huidige residentiele instellingsscholen. Dit spoor is al ingezet en wordt verder doorontwikkeld (zie 1e actualisatie) 2. Verbinden van expertisen- DID- reguliere schoollocaties in combinatie met het borgen van expertise bij medewerkers (in plaats van per locatie).
10 Kerncoalitie: Koers VO, SWVMHR, PPO Rotterdam en SWVZHW, IHUB (aanbieder instellingsscholen), gemeente
Rotterdam (coördinerende gemeente).
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
20
Overige aandachtspunten: Instellingsscholen worden tijdelijke bovenregionale voorzieningen, gecombineerd met het verder ontwikkelen van de ambulante inzet op reguliere scholen (vliegende keep teams). De instellingsscholen blijven betrokken bij de leerling door overstapbegeleiding na verblijf om een succesvolle terugkeer in het onderwijs te vergroten. Stamschool behoudt zorgplicht voor leerlingen geplaatst in de JeugdzorgPlus. Dit is in gang gezet met een aankomende wetswijziging die de verantwoordelijkheid voor terugkeer naar de stamschool of een toekomstige beter passende vervolgplek bij de stamschool legt. Nu is nog de variawet van kracht (uitschrijving na 3 maanden) Onderwijsperspectief onderdeel maken van toeleiding en plaatsing (onderwijsconsulent) via proces van weging & triage. Voor het zorgdeel van iHUB wordt een herstel- en continuïteitsplan opgesteld. De subsidie voor residentieel onderwijs is niet voor dit zorgdeel bedoeld. Voor een complete beschrijving van het plan van aanpak zie bijlage 2. Themasessie In de themasessie ‘residentieel onderwijs’, met afvaardiging van de kerncoalitie en gemeenten, bleek wederzijdse behoefte aan en noodzaak tot het inhoudelijk zo integraal mogelijk opwerken van het bovenregionaal plan JHP en het plan voor het onderwijs. Zodanig dat de plannen elkaar kunnen versterken.
Voor het definitieve projectplan (oktober) is daarom aangesloten op het bovenregionaal plan voor de af- en ombouw voor JeugdzorgPlus. Belangrijk speerpunt vanuit de regio’s dat onderwijs leidend zou moeten zijn in het leven van kinderen en zorg gezien moet worden als een “tijdelijke interventie” wordt ook gedragen door de coalitie en als onderdeel van projectplan. OOGO Het OOGO speelt een belangrijke rol in het laten slagen van de beweging rondom de af- en ombouw van het residentieel onderwijs. Daarbij is commitment en hulp van de gemeenten en betrokken jeugdhulpregio's onmisbaar om op zoek te gaan naar passende alternatieven met een gezamenlijke visie op zorg en onderwijs. Het OOGO heeft een monitorende rol op de lokale samenwerking. Periodieke afstemming vindt bovenregionaal plaats in de kerncoalitie. Met de subsidieaanvraag wordt aangesloten bij het bovenregionaal plan, waarin strategisch wordt samengewerkt om inclusief onderwijs te bevorderen. Tijdens het OOGO kunnen concrete acties en doelen worden afgesproken, waarbij benadrukt wordt dat dit bestuurlijk overleg niet besluitvormend is. Hiervoor wordt vanuit de regio’s een handreiking opgewerkt. Tijdelijke financiering De subsidie wordt, na positieve beoordeling vanuit het ministerie, toegekend in december van dit jaar. Het SWVZHW zal als penvoerder optreden in deze coalitie.
De looptijd van de subsidie is augustus 2023 t/m dec 2024. Echter het opzetten en inregelen van activiteiten rondom de af- en ombouw van residentieel onderwijs vraagt veel tijd en afstemming met de coalitie- en netwerkpartners. Om alle inspanningen
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
21
vanaf 2025 te kunnen continueren en de doorontwikkeling te kunnen realiseren is doorloop van de subsidie of extra financiering vanuit het ministerie noodzakelijk. Bijbehorende ontwikkelopdracht(en) zijn onderdeel van hoofdstuk 5.
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
22
5
Ontwikkelopdrachten
5.1
Werkwijze Gemeenten willen gaan werken met ontwikkelopdrachten in samenwerking met de zorgaanbieders en andere betrokkenen. Een ontwikkelopdracht is een aanpak waarin met één of meerdere partijen gezamenlijk een specifieke dienst of product wordt ontwikkeld tot een oplossing voor een vraagstuk. In de voorgaande hoofdstukken zijn de gezamenlijke doelstellingen toegelicht. Met de ontwikkelopdrachten laten de aanbieders zien dat zij flinke ambities hebben om de (gesloten)jeugdhulp te verbeteren. De ontwikkelopdrachten moeten een bijdrage leveren aan het bereiken van de gezamenlijke doelstellingen. Hierna volgt een beschrijving van de ontwikkelopdrachten per thema. Residentieel onderwijs De kerncoalitie van samenwerkingsverbanden en onderwijsaanbieder IHUB geven invulling aan de doorontwikkeling van het residentieel onderwijs 2024/2025. Hier ligt vanuit het bovenregionaal plan geen specifieke ontwikkelopdracht maar wel een opdracht aan de regio’s om periodiek met de kerncoalitie en aanbieders afstemming te hebben over de voortgang van de uitvoering van het projectplan en eventuele knelpunten hierbij. De uitkomsten dienen te worden meegenomen in de locatieontwikkelopdrachten.
5.2
Weging & triage Stel op de kortst mogelijke termijn een proces op voor de toeleiding van de groep B (opschaling vanuit open jeugdzorg) waaronder triagecriteria en een afwegingskader. Voer als onderdeel hiervan validatie uit van dossiers van jongeren die op de rand gesloten-open zitten. Betrek hierbij beschikbare wetenschappelijke inzichten en ervaringsdeskundigheid. Maak het onderwijsperspectief onderdeel van dit proces van toeleiding en plaatsing (bv via onderwijsconsulent). Opdracht aan: GI's Uitwerking samen met: zorgaanbieders, PC, ervaringsdeskundigen, kinderrechters Gereed: Q1 2024
5.3
Regionale alternatieven Onderzoek samen (regio’s en BREN) hoe bovenregionale (kennis)ontwikkeling kan plaatsvinden door evaluatie van nieuwe initiatieven en lessons-learned van bestaande alternatieven, tussen regio's en open en gesloten aanbieders onderling. Betrek hierbij ook het vergroten van kennis/bekendheid over het nieuwe aanbod, te beginnen bij verwijzers. Opdracht aan: regio's en BREN Gereed: Q1-2 2024
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
23
Bovenregionale monitoring Inventariseer per regio welk alternatief aanbod11 in 2023 in de regio is gestart, welk nieuw aanbod op korte termijn gerealiseerd is (Q1-Q2 2024) en welke alternatieven nog in planning zijn incl. verwachte realisatietermijn. Hierbij hoort ook het opstellen van een rodedradenanalyse. Breng dit vervolgens samen voor een compleet bovenregionaal beeld. Opdracht aan: regio's Gereed: Q1 2024 Bovenregionale beleidscoördinatie en afstemming Op basis van de monitoringresultaten wordt verder invulling gegeven aan bovenregionale coördinatie en afstemming, zodat meer samenhang wordt bereikt tussen ontwikkelingen in het regionale zorglandschap en bovenregionale zorg. Hier worden aanbieders voor gesloten en open jeugdzorg bij betrokken. Opdracht aan: regio's Gereed: Q2 2024
5.4
Strategisch locatieplan Aanbieders stellen per locatie een strategisch (locatie)plan op met deze actualisatie als vertrekpunt. Deze plannen omvatten een nadere uitwerking van: • het beoogde aanbod voor de intensieve zorgbehoefte per locatie • de aansluiting op de ambities van het bovenregionaal plan ic. actualisatie • ingrepen (afstoten, verbouwen, vernieuwen) die per locatie nodig zijn • bijbehorende planning Opdracht aan: zorgaanbieders Uitwerking samen met: regio's Gereed: Q2 2024 Voorgesteld wordt dat de coördinerende gemeente zorgdraagt voor het opstellen van een strategisch locatieplan door aanbieders in lijn met het bovenregionaal plan ic. actualisatie. Daarbij wordt voorgesteld om hiervoor eenzelfde proces te volgen als eerder bij het opstellen van de strategische vastgoedplannen najaar 2021. Hierbij werken de aanbieders in afstemming met regio('s) waarin de aanbieder een JHPlocatie heeft, een concept plan uit. Dit wordt bovenregionaal vastgesteld. Het strategisch plan is de basis voor de eerstvolgende actualisatie. Beweging naar 2028 per locatie op basis van Bovenregionaal plan: Zie tabel volgende pagina
11 11
Met aanbod wordt hier bedoeld: scholing (nieuw) personeel, kleinschaligheid, integratie van kennis en expertisen
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
24
Beweging per locatie (2028) Schakenbosch
De beoogde JeugdhulpPlus-locatie max.54 bedden; aangevuld met Zikos / ZIB
Harreveld
Naar landelijk expertisecentrum onder regie van Rijk
Berge Bos
Hoog intensief open aanbod 12- en long-stay
Rijnhove
Afhankelijk van opbouw alternatieven
Tabel: Genoemde max. capaciteit betreft alleen gesloten/hybride aanbod en doet geen uitspraak over open capaciteit.
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
25
6
Onderwerpen voor landelijke afstemming De volgende inhoudelijke en financiële knelpunten overstijgen de gezamenlijke regio’s en vragen om landelijke afstemming, naast de regionale samenwerking en regie die al plaatsvindt: • Landelijke regie op afbouw. Het uitgangspunt van een maximale capaciteit in Zuidwest gaat uit van uitsluitend gebruik door jeugdigen afkomstig uit Zuidwest. Dit geldt ook in geval van verdere afname. Dit brengt een landelijk risico met zich mee voor een dekkend zorglandschap indien andere landsdelen die nu gebruik maken van deze bedden bij iHUB en Schakenbosch hiervoor geen alternatief hebben. Er is schuifruimte nodig tussen de landsdelen en landelijke regie op landelijke functies zoals Harreveld (VWS/VNG). • Landelijke sturing op kwalitatieve aspecten bij de doorontwikkeling. Regio’s gaan niet over implementatie en kwaliteit, maar ervaren wel de effecten bijvoorbeeld toetsing of aan bij de invoering van hybride groepen aan randvoorwaarden wordt voldaan. • Ethische discussie over de kostenstijging; wanneer is goed, goed genoeg? • Landelijk standpunt over toekomst Zikos in zorglandschap. • Borgen van samenhang tussen de af- en ombouw van gesloten jeugdhulp en de overige vormen van residentiële zorg. • Landelijk stimuleren van integraal aanbod van jeugd- en opvoedhulp, jeugdGGZ en LVB-zorg.
• Er zijn jeugdigen met WLZ in gesloten jeugdzorg omdat zorgverzekeraars hen geen passend aanbod kunnen bieden. Hiervoor moet zo snel mogelijk een oplossing komen. • De af- dan wel ombouw van de JeugdhulpPlus vindt in een hoger tempo plaats dan de doorontwikkeling van het residentieel onderwijs; borging aansluiting onderwijs-zorg en visie op residentieel onderwijs na 2024. • Het zorgvuldig af- en ombouwen van residentieel onderwijs vraagt veel tijd en afstemming met de coalitie- en netwerkpartners. Dit proces is niet gereed komend jaar maar loopt ook na de subsidieperiode nog door; voor de voortgang van dit ontwikkelproces is uitbreiding van de subsidie en subsidieperiode danwel extra financiering vanuit het ministerie OCW noodzakelijk. • De implicaties die sluiting van locatie(s)- als gevolg van de gewenste afbouw – heeft op personeelsverloop. • Arbeidsmarktsituatie en –ontwikkelingen (krapte) • Algehele financiering van transitie Jeugdzorg inclusief frictiekosten met terugwerkende kracht vanaf het eerste bovenregionale plan (kosten die gedragen zijn door de SPUK ten behoeve van de vastgoedtransitie van de gesloten jeugdhulp).
• Hoe verhoudt het resultaat van deze actualisatie zich tot de SPUK-middelen voor frictiekosten (afspraken in de hervormingsagenda jeugd, Frictiepot)? • Planning eerstvolgende halfjaarlijkse actualisatie: voor Zuidwest kan dit plaatsvinden na de strategische (vastgoed)plannen; planning Q2 2024
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
26
Bijlagen b1 DOS definitie hybride groepen, vastgesteld 29 juni 2023
Separaat aangeleverd
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
27
b2 Subsidie Plan van aanpak coalitie landsdeel Zuidwest af- en ombouw
residentieel onderwijs JeugdzorgPlus oktober 2023 Separaat aangeleverd
Actualisatie Bovenregionaal plan november 2023
28