CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Achtergrondinformatie themacommissie Gecertificeerde Instellingen Jeugdbescherming en -reclassering .pdf

Commissie Sociale Leefomgeving Dordrecht 20 april 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 4: Themabespreking Gecertificeerde Instellingen Jeugdbescherming en -reclassering2.158 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ACHTERGRONDINFORMATIE GECERTIFICEERDE INSTELLINGEN Van

Stefan Oosterhof

Aan

Commissie Sociale Leefomgeving

Datum

14 april 2021

Betreft

Achtergrondinformatie themavergadering gecertificeerde instellingen

A anleiding Op 20 april organiseert u een themavergadering over gecertificeerde instellingen. Op 22 maart is een ambtelijk voorstel bij u aangeleverd met een suggestie voor de invulling van dit overleg. U heeft hierover op 30 maart met elkaar van gedachten gewisseld, met als uitkomst een gedeeld definitief beeld van de insteek. Hierover is op woensdag 7 april ambtelijk afgestemd met vier leden van uw commissie. Er is afgesproken om een korte beschrijving van de taken en verantwoordelijkheden aan te leveren, aangevuld met informatie en data over relevante ontwikkelingen. Onderstaand treft u deze informatie aan. Taken en verantwoordelijkheden gecertificeerde instellingen Gecertificeerde instellingen zijn instellingen die van overheidswege gecertificeerd zijn om kinderbeschermingsmaatregelen en maatregelen in het kader van de jeugdreclassering te mogen uitvoeren. Zonder certificaat mogen deze maatregelen niet door een instelling worden uitgevoerd, omdat de werkzaamheden diep ingrijpen op de persoonlijke levenssfeer van het kind en zijn gezin. Instellingen kunnen alleen een certificaat ontvangen als zij aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen die zijn uitgewerkt in een zogenaamd normenkader.

Dit betekent dat de gecertificeerde instelling moet voldoen aan de in de wet omschreven kwaliteitseisen en aan de normen die bij de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en de uitvoering van de jeugdreclassering worden gehanteerd, zoals branchecodes, methodes of bepaalde programma’s. Deze normen worden gezamenlijk opgesteld door rijk, gemeenten en uitvoerders van jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en cliëntvertegenwoordigers. Bij jeugdbescherming legt de rechter een kinderbeschermingsmaatregel (dwingend) op. Dit kan alleen na een verzoek van de raad voor de kinderbescherming. Dat gebeurt als de jeugdige in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en inzet van hulp zonder maatregel onvoldoende effect heeft gehad en/of ouders niet willen meewerken met vrijwillige hulp. De rechter kan de jeugdige dan onder toezicht stellen (al dan niet met een uithuisplaatsing van de jeugdige, maar de meeste jeugdigen blijven thuis wonen) of het ouderlijk gezag beëindigen. Het laatste komt minder vaak voor. De rechter draagt de maatregel rechtstreeks op aan een gecertificeerde instelling en volgt daarbij het advies van de Raad voor de Kinderbescherming.

Wij hebben als jeugdhulpregio afspraken gemaakt met de Raad voor de Kinderbescherming over dat het doelgroeponderscheid tussen de drie gecontracteerde gecertificeerde instellingen leidend is voor het advies van de Raad voor de Kinderbescherming. Jeugdreclassering is een combinatie van begeleiding en toezicht voor jeugdigen die veroordeeld zijn of verdacht worden van een strafbaar feit. Ook als een leerplichtambtenaar een procesverbaal opmaakt wegens schoolverzuim kan jeugdreclassering toegepast worden. Naar aanleiding van genoemde afstemming op 7 april ligt de focus hieronder uitsluitend op de jeugdbeschermingsmaatregelen. De gemeente heeft de wettelijke plicht om te voorzien in een toereikend aanbod van gecertificeerde instellingen om de kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering uit te voeren. Gemeenten kunnen de kwaliteit bewaken door aanvullende eisen te stellen aan de

1

Datum

14 april 2021

diensten die geleverd worden of door gebruik te maken van keurmerken, klachtenregistratie en klanttevredenheidsonderzoeken. Om hieraan te kunnen voldoen werken gemeenten bovenlokaal samen. In het geval van Dordrecht gebeurt dat op het niveau van Zuid-Holland Zuid. De Serviceorganisatie Jeugd ZHZ (SOJ) contracteert voor Dordrecht de gecertificeerde instellingen. Jeugdhulpregio's kopen over het algemeen enkele verschillende gecertificeerde instellingen in, om voldoende passend te kunnen inzetten op het werken met bepaalde doelgroepen. In Zuid-Holland Zuid zijn drie gecertificeerde instellingen gecontracteerd, namelijk Jeugdbescherming West, William Schrikker Stichting JB & JR en Leger Des Heils JB & JR. Net als de SOJ hebben alle drie deze partijen hun deelname aan uw vergadering op 20 april toegezegd. Typen jeugdbeschermingsmaatregelen Ondertoezichtstelling (ots) Bij de ondertoezichtstelling krijgt een kind een jeugdbeschermer van een Gecertificeerde Instelling voor de periode van maximaal een jaar. Een OTS kan jaarlijks worden verlengd met een termijn van maximaal 1 jaar. Soms gaat het om meer kinderen in een gezin; elk kind krijgt dan een eigen maatregel opgelegd. Een jeugdbeschermer is iemand die adviezen geeft over de opvoeding en specifieke hulp inzet. De jeugdbeschermer maakt hierover afspraken met de ouders.

De ouders houden het gezag over hun kind en blijven daarmee zelf verantwoordelijk voor het kind. Ze zijn echter verplicht mee te werken aan de adviezen en aanwijzingen van de jeugdbeschermer. De jeugdbeschermer gebruikt het rapport van de RvdK voor het begeleidingsplan en hij maakt afspraken met kinderen en ouders hoe de doelen te bereiken. Hij betrekt daarbij hoe zij zelf denken dat ze de problemen kunnen oplossen en welke hulp ze nodig hebben van hulpverleners. Belangrijke beslissingen over het kind nemen de ouders samen met de jeugdbeschermer. Als een kind onder toezicht wordt gesteld, dan blijft het kind meestal thuis wonen. Maar soms zijn de zorgen over het kind zo ernstig dat het beter is als het kind even ergens anders woont. Bij een ondertoezichtstelling moet dat met een machtiging uithuisplaatsing. De kinderrechter geeft de Gecertificeerde Instelling (GI) dan toestemming dat het kind voor een bepaalde periode in een ander gezin (netwerkgezin of pleeggezin) of een tehuis of instelling woont. Het kind mag dan contact houden met zijn ouders, behalve als de jeugdbeschermer vindt dat het beter is om even geen contact te hebben. Een machtiging uithuisplaatsing duurt maximaal 1 jaar. Het doel is altijd dat gewerkt wordt aan een oplossing om ervoor te zorgen dat het kind weer naar huis kan. Soms lukt dat eerder dan een jaar, soms is meer tijd nodig.

De jeugdbeschermer kan de kinderrechter vragen de uithuisplaatsing te verlengen als dat nog nodig is. Na twee jaar moet deze verlenging echter gepaard gaan met een advies van de RvdK aan de rechter hierover. Voorlopige ondertoezichtstelling (vots) Een voorlopige ondertoezichtstelling is een bijzondere vorm van ondertoezichtstelling. De RvdK vindt dan dat de situatie van een kind zodanig ernstig of bedreigend is dat direct moet worden ingegrepen zonder uitgebreid onderzoek. Daarvoor moet duidelijke informatie over de ernst beschikbaar zijn. Er wordt dan dezelfde dag een spoedmaatregel gevraagd. De raadsonderzoeker vraagt de kinderrechter om, in afwachting van een meer uitgebreid onderzoek, een voorlopige ondertoezichtstelling uit te spreken, met meestal ook een uithuisplaatsing. De raadsonderzoeker laat dit wel meteen weten aan de ouders en kinderen ouder dan 12 jaar en doet daarna uitgebreider onderzoek. Als de rechter diezelfde dag bepaalt dat een voorlopige ondertoezichtstelling nodig is, krijgt het kind meteen een jeugdbeschermer. Deze kijkt welke hulp direct nodig is, meestal is deze hulp ook een uithuisplaatsing. De voorlopige ondertoezichtstelling duurt maximaal 3 maanden. In die periode onderzoekt de raadsonderzoeker de situatie verder. Aan het eind van het onderzoek geeft de raadsonderzoeker een advies aan de rechter. Deze

2

Datum

14 april 2021

bepaalt dan of de voorlopige ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing kan stoppen of definitief moet worden uitgesproken. Gezagsbeëindigende maatregel (voogdij) Soms wordt duidelijk dat een kind niet meer thuis kan opgroeien. Hulpverlening heeft dan onvoldoende geholpen, en/of de verwachting is niet dat ouders op termijn de zorg voor het kind (weer) kunnen dragen. Een andere reden kan zijn het overlijden van ouders. De RvdK doet dan onderzoek naar een gezagsbeëindigende maatregel. Als de conclusie is dat het beter is voor het kind niet meer bij ouders op te groeien, zal de RvdK de rechter vragen om beëindiging van het ouderlijk gezag. Aan een gezagsbeëindiging gaat meestal een ondertoezichtstelling en een uithuisplaatsing vooraf, maar dit hoeft niet. Beëindiging van het ouderlijk gezag betekent dat de ouders geen beslissingen meer mogen nemen over hun kind, bijvoorbeeld over school, of een paspoort. Dat doet iemand anders. Het kind krijgt een voogd en wordt opgevoed bij een pleeggezin of in een tehuis. Een voogd werkt meestal bij de GI, maar soms wordt een pleegouder de voogd of iemand uit het netwerk (burgervoogdij). Kinderen en ouders houden rechten: recht op informatie en recht op contact, als dit veilig genoeg kan voor het kind. In de onderstaande tabel staat een overzicht van het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen in Dordrecht in de afgelopen vier jaar.

Overzicht aantal jeugdbeschermingsmaatregelen Dordrecht 2017-2020 (bron: SOJ)

ots voogdij vots

2017 118 121 144

2018 156 136 170

2019 156 117 136

2020 131 124 146

NB Er is sprake van een dubbeling tussen de verschillende soorten maatregelen. Een vots wordt vaak een ots en een ots kan weer worden omgezet in voogdij. De cijfers zijn dus niet optelbaar.

Inhoudelijke ontwikkelingen Tenslotte een kort overzicht van relevante ontwikkelingen en trajecten die op diverse niveaus spelen rondom de gecertificeerde instellingen. Uiteraard is er tijdens uw vergadering alle ruimte om hierover met betrokkenen verder in gesprek te gaan.

 Veilig Opgroeien is Teamwerk Gecertificeerde instellingen geven aan dat kinderen, ook in onze regio soms langer wachten op passende hulp. Een probleem hierbij is dat casuïstiek vaak te laat gemeld wordt waardoor gedwongen hulp onontkoombaar werd. Bovendien bleek het product preventieve jeugdbescherming dat in 2015 was geïntroduceerd, in de praktijk steeds minder een preventieve werking te hebben, mede als gevolg van capaciteitsproblemen en wachtlijsten in de gehele keten. Dit vraagstuk kan alleen worden opgelost met betrokkenheid van alle ketenpartners. Hierop is een werkwijze ontwikkeld die vanaf medio 2020 in alle tien de gemeenten in Zuid-Holland Zuid wordt geïmplementeerd: Veilig Opgroeien is Teamwerk. Het doel van de werkwijze is door eerder, sneller en in samenhang passende hulp te bieden aan gezinnen, te zorgen voor een blijvend veilige ontwikkeling van kinderen. In de werkwijze werken jeugdprofessionals van de lokale teams samen met medewerkers van Veilig Thuis, Gecertificeerde Instellingen en Raad voor de Kinderbescherming om vrijwillige ondersteuning te kunnen bieden aan gezinnen of samen te werken bij gedwongen hulp om afschaling te bevorderen. Inkoopstrategie 'droom segment 6 – gecertificeerde instellingen'

3

Datum

14 april 2021

In het kader van de voorbereidingen op de inkoop van de jeugdhulp voor 2022 en verder, hebben vertegenwoordigers van de Gecertificeerde Instellingen, Stichting Jeugdteams, cliëntvertegenwoordigers, gemeenten en Serviceorganisatie Jeugd, een gezamenlijke ontwikkelopgave in de vorm van een droom uitgewerkt. De droom bevat elementen als: het verminderen/voorkomen van het aantal uithuisplaatsingen, domeinoverstijgende hulpverlening met perspectief voor het gehele gezin en het voorkomen van escalatie bij vechtscheidingen en plaatsing in gesloten jeugdhulp. Het realiseren van de geformuleerde droom vraagt samenwerking van alle betrokken partijen. Dordrecht en Sliedrecht hebben aangegeven als pilotgemeente hierin het voortouw te willen nemen. Dit traject betekent ten opzichte van Veilig Opgroeien is Teamwerk een versnelling van de samenwerking tussen de wijkteams en de gecertificeerde instellingen, maar ook nadrukkelijk een verbreding naar het gehele sociale domein en het toevoegen van de benodigde jeugdhulp en zorg voor volwassenen aan de pilot. Naar verwachting starten we hiermee in Dordrecht in het tweede half jaar van 2021.

 Verbeterplan Inspectie 'Doorbraakaanpak' In het najaar van 2019 heeft de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd een voortgangsrapportage uitgebracht met betrekking tot het rapport ‘Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd’. Dit rapport heeft geleid tot een verbeterplan voor de gecertificeerde instellingen. Op 15 oktober 2020 verscheen de tussenrapportage. Voor de korte termijn zag de Inspectie als verbeterpunten dat jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel langer dan 3 maanden moeten wachten op passende hulp en dat jeugdigen niet tijdig (binnen 5 dagen) een (vaste) jeugdbeschermer krijgen toegewezen. De (op dat moment) 96 wachtende jeugdigen in onze regio ontvingen voor een groot gedeelte alternatieven vormen van hulp. De meest wenselijke vorm van hulp was niet beschikbaar, waardoor is uitgeweken naar een tweede of derde keuze. Vaak is er sprake van een wachttijd. Om hen alsnog toe te leiden naar passende jeugdhulp is, in opdracht van de Inspectie, de doorbraakaanpak ontwikkeld. De doorbraakaanpak die in onze jeugdhulpregio is opgezet, bestaat uit een werkwijze voor het anders organiseren van bestaande hulp en ondersteuning in complexe situaties. De doorbraak wordt niet geremd door bureaucratie en zoekt de grenzen op van wat mogelijk is.

Beoogd resultaat: de jeugdigen voorzien van passende hulp en parallel hieraan een stevige ontwikkelimpuls in het kader van de perspectiefbenadering voor alle betrokken professionals en organisaties. De doorbraakaanpak sluit aan bij de werkwijze van onze sociaal pontonnier, die ook is aangehaakt op dit traject.  Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming De minister van VWS en de minister voor Rechtsbescherming willen dat de jeugdbescherming effectiever en slimmer georganiseerd wordt. Daarom hebben zij een toekomstscenario voor de kind- en gezinsbescherming op laten stellen: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2021D11341&did=2021D11341. Op 30 maart 2021 is dit naar de Tweede Kamer gestuurd. Het betreft een nieuwe opzet van de kind- en gezinsbescherming. Structuuraanpassingen die meer ruimte maken voor een nieuwe manier van werken. Die nieuwe manier van werken moet samenhangende hulp en steun organiseren voor het hele gezin. Het gezin uitnodigen en motiveren om met professionals samen te werken en duurzame resultaten te boeken. Besluitvorming is aan het nieuwe kabinet en eventuele implementatie zal een meerjarig traject worden. De ontwikkeling van dit toekomstbeeld staat niet los van een bredere transformatie binnen het sociaal domein.

Het sluit aan bij de praktijk van diverse al lopende landelijke (interdepartementale) programma’s, zoals Zorg voor de Jeugd en Geweld hoort nergens thuis. Maar ook bij bovengenoemde lokale en regionale trajecten die zijn gericht op de samenwerking tussen de zorg- en veiligheidsketens, de aanpak van multiproblematiek en het vinden van duurzame oplossingen voor problemen in gezinnen.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/268/documents/8772