A4 - Bestaande inrichtingen ontzien bij de herinvoering van de exploitatievergunningplicht - Ingetrokken.pdf
Tekst van het document
y Amendement 'Bestaande inrichtingen ontzien bij de herinvoering van de exploitatievergunningplicht' De gemeenteraad van Dordrecht, in vergadering bij n op 14 juli 2026, behandelend het agendapunt Vaststellen Herinvoering Exploitatievergunning Horeca, Constaterende dat: door de voorgenomen herinvoering van d exploitatievergunningplicht, bestaande ndernemingen worden geconfronteerd met een nieuwe vergynningplicht, die ertoe kan leiden dat zij de onderneming moe sluiten.n Overwegende dat: het verkrijgen van een vergunfing afhankelijk is van een ambtelijke beoordeling, waarbij het geyaar van beoordelingsfouten of willekeur niet kan worden uitgeslote/; « uit oogpunt van rechtszékerheid, reeds bestaande ondernemingen, veelal familiebedrijve waar het nodige kapitaal is in geinvesteerd, niet geconfronteerd ouden moeten worden met het risico dat zij geen vergqunning kfijgen: zulk risico niet voorzien was ten tijde van de door deze onderneminggn gepleegde investeringen en ook niet te verzekeren is; uit oogpunt van behoorlijk bestuur en een betrouwbare overheid, een toelating voor het exploiteren van een bedrijf zou moeten gelden voor nieuwe ondernemingen.
Besluit het volgende te wijzigen: In het door het college voorgestelde artikel 6: 5 A "Overgangsbepalingen exploitatievergunning horeca" voor opname in de APV, wordt in de plaats van lid 3 het volgende lid toegevoegd: Aan inrichtingen als bedoeld in art. 2:27, die op het moment van de inwerkingtreding van de 'Aigemene plaatselijke verordening Dordrecht, 26e wijziging' reeds werden geéxploiteerd en die als gevolg van deze wijzigingen over een exploitatievergunning moeten beschikken, wordt door de burgemeester ambtshalve een vergunning verstrekt. Toelichting: Met deze wijziging worden bestaande ondernemers ontzien. De vergunningsplicht geldt voor bestaande en nieuwe bedrijven, maar bestaande bedrijven krijgen de vergunning ambtshalve, zodat zij geen vrees hoeven te hebben over hun voortbestaan als gevolg van de vergunningplicht. Criminaliteitsbestrijding vindt uiteraard nog steeds plaats: bij bestaande bedrijven door het strafrecht en bij nieuwe bedrijven daarnaast door de preventieve werking van de vergunningsplicht. Getekend: J.O. van de Breevaart, Forum voor Democratie