CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

9.SWNL0261469 Rapp Nader asbestonderz Maasstraat Stadswerven deelgebied G ver 2.0 ANON.pdf

Commissie Fysieke Leefomgeving Dordrecht 29 juni 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 19: Wethoudersbericht: onderzoek asbestvervuiling landtong Stadswerven19.255 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Rapport Projectnummer: 371808 Referentienummer: SWNL0261469 Datum: 26-05-2020

Nader asbestonderzoek Maasstraat te Dordrecht (Stadswerven deelgebied G)

Definitief

Opdrachtgever: Gemeente Dordrecht P/a OZHZ de heer W. Smits Postbus 8 3300AA DORDRECHT

Sweco Zernikestraat 17 5612 HZ Eindhoven Postbus 1265 5602 BG Eindhoven Nederland

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Lisa Knops Adviseur bodem T +31 88 811 51 52 M +31 6 53 72 46 55

Verantwoording Titel

Nader asbestonderzoek

Subtitel

Maasstraat te Dordrecht (Stadswerven deelgebied G)

Projectnummer

371808

Referentienummer

SWNL0261469

Revisie

D01

Datum

26-05-2020

Auteur

Lisa Knops

E-mailadres

lisa.knops@sweco.nl

Gecontroleerd door

Rob van der Aa

Paraaf gecontroleerd Goedgekeurd door

Jeroen van Rooij

Paraaf goedgekeurd

Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. voldoet aan verschillende eisen en normen. Een algemeen overzicht hiervan is opgenomen in de laatste bijlage. Sweco Nederland B.V. verklaart hierbij dat zij en haar onderaannemers geen belang hebben bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Het onderzoek is derhalve volgens de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit onafhankelijk uitgevoerd. Volgens het Besluit bodemkwaliteit dient onderzoek uitgevoerd te worden volgens, door de SIKB, vastgestelde beoordelingsrichtlijnen. In de rapportage wordt, indien van toepassing, expliciet vermeld welke werkzaamheden niet zijn uitgevoerd onder de beoordelingsrichtlijnen en onderliggende protocollen, inclusief de consequenties hiervan.

2 (34)

Inhoudsopgave 1

Inleiding .................................................................................................................. 5

1.1

Algemeen ................................................................................................................. 5

1.2

Aanleiding en doelstelling ........................................................................................ 5

1.3

Opbouw van het rapport .......................................................................................... 5

2

Vooronderzoek....................................................................................................... 6

2.1

Algemeen ................................................................................................................. 6

2.2

Onderzoekslocatie ................................................................................................... 6

2.3

Bevindingen eerder bodemonderzoek .................................................................... 7

2.4

Onderzoeksstrategie ............................................................................................. 10

3

Veldonderzoek ..................................................................................................... 12

3.1

Algemeen ............................................................................................................... 12

3.2

Maaiveldinspectie .................................................................................................. 12

3.3

Uitvoering ............................................................................................................... 12

4

Laboratoriumonderzoek ..................................................................................... 14

5

Resultaten bodemonderzoek ............................................................................. 19

5.1

Toetsingskaders en resultaten .............................................................................. 19

5.1.1

Toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb). ................................................................ 19

5.1.2

Toetsingskader Besluit bodemkwaliteit (Bbk)...................................................................... 19

5.1.3

Resultaten toetsing grond Wet bodembescherming en Besluit bodemkwaliteit ..................20

5.1.4

Toetsingskader en resultaten PFAS en GenX .................................................................... 20

5.1.5

Indicatief onderzoek hergebruik niet vormgegeven bouwstoffen ........................................ 22

5.1.6

Civieltechnische kwaliteit zand............................................................................................ 22

6

Resultaten bodemonderzoek asbest ................................................................. 23

6.1

Berekening asbestgehalte ..................................................................................... 23

6.2

Resultaten asbest .................................................................................................. 23

6.3

Toetsing saneringscriterium .................................................................................. 26

6.4

Veiligheidsklasse ................................................................................................... 28

7

Samenvatting, conclusie en advies ................................................................... 30

7.1

Algemeen ............................................................................................................... 30

7.2

Samenvatting onderzoeksresultaten ..................................................................... 30

7.3

Conclusie asbest ................................................................................................... 31

7.4

Advies .................................................................................................................... 33

3 (34)

Bijlage 1

Topografische ligging onderzoekslocatie

Bijlage 2

Situering locatie met monsterpunten

Bijlage 3

Vooronderzoek (tekeningen)

Bijlage 4

Veldonderzoek

Bijlage 5

Analysecertificaten

Bijlage 6

Toetsing analyseresultaten

Bijlage 7

Toetsingskader bodemkwaliteit

Bijlage 8

Kwaliteitsborging

4 (34)

1

Inleiding

1.1 Algemeen In opdracht van gemeente Dordrecht heeft Sweco Nederland B.V. een nader asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Maasstraat te Dordrecht (locatie Stadswerven deelgebied G). Voor het nader asbestonderzoek is gebruik gemaakt van de volgende onderzoeksnormen: NEN 5725:2017 nl – bodem – Landbodem – strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek; NEN 5707+C2:2017 nl – Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. De regionale ligging van de onderzoekslocatie is aangegeven in bijlage 1. Een overzicht van de locatie is weergegeven in bijlage 2. 1.2 Aanleiding en doelstelling Aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling van de locatie en de resultaten uit eerder onderzoek. Op de gehele locatie zal een nader onderzoek asbest in grond worden uitgevoerd. De halfverharding op de locatie wordt daarbij als aparte locatie onderzocht. Bij eerder onderzoek zijn met name op het westelijk deel van de landtong respirabele vezels aangetoond. Hier wordt, met name in de toplaag, specifiek onderzoek naar gedaan. Doel van de onderzoekswerkzaamheden is het bepalen van de aard en omvang van de asbestverontreiniging op de onderzoekslocatie en het bepalen van eventuele risico’s richting de omgeving.

Tevens is het doel om voldoende informatie te verzamelen ten aanzien van de toekomstige ontwikkelingen op de onderzoekslocatie. Zo breed mogelijk, aangezien de aard van de ontwikkelingen nog niet vaststaat. Doel van het onderzoek naar respirabele vezels is vast te stellen of sprake is van een spoedeisende sanering, zoals bedoeld in bijlage 3 van de circulaire bodemsanering 2013. Daarnaast wordt op basis van dit onderzoek vastgesteld welke voorlopige veiligheidsklassen gelden bij het werken in bodem. 1.3 Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: het vooronderzoek, de indeling in deellocaties en ruimtelijke eenheden en vaststelling onderzoekshypothese (hoofdstuk 2); het uitgevoerde veldonderzoek (hoofdstuk 3); het laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 4); de resultaten bodemonderzoek (hoofdstuk 5); de resultaten asbestonderzoek (hoofdstuk 6); samenvatting, conclusie en advies (hoofdstuk 7). De bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van deze rapportage.

5 (34)

2

Vooronderzoek

2.1 Algemeen Onderhavig onderzoek betreft een nader onderzoek. Om een goede onderzoeksstrategie te bepalen, zijn de eerdere onderzoeken van de onderzoekslocatie bestudeerd. Dit hoofdstuk presenteert een samenvatting van bevindingen van de vooronderzoeken conform de NEN 5725 en de resultaten van de voorgaande onderzoeken. Vervolgens wordt de onderzoeksmethode voor het nader onderzoek asbest omschreven. De gebruikte informatiebronnen voor het vooronderzoek zijn in paragraaf 2.3 weergegeven en zijn als voldoende betrouwbaar beschouwd om een goede onderzoeksstrategie te bepalen. Het vooronderzoek resulteert in gegevens over de aard en verdeling van de verontreinigingen in het onderzoeksgebied. Hiermee wordt de onderzoeksmethode bepaald. 2.2 Onderzoekslocatie De onderzoekslocatie is gelegen op de ‘landtong’ Stadwerven, zie onderstaande afbeelding. Kadastraal staat de locatie bekend als Gemeente Dordrecht, sectie I, perceelnummers 2676 (ged.) en 1765 (ged.). De oppervlakte van de gehele locatie bedraagt circa 6.300 m², waarvan 400 m² halfverharding. In tabel 2-1 zijn de locatiegegevens samengevat. Tabel 2-1

Overzicht locatiegegevens

Adres locatie Kadastrale gegevens locatie Eigenaar locatie Coördinaten Huidig gebruik Verhardingen

Maasstraat ong. te Dordrecht Dordrecht, I, 2676 (ged.) en 1765 (ged.) Gemeente Dordrecht Braakliggend Halfverharding (ca. 400 m²)

Afbeelding 1 Onderzoekslocatie is blauw omlijnd.

6 (34)

2.3 Bevindingen eerder bodemonderzoek In onderstaande tabel is zijn de resultaten van de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken samengevat. Onderstaande documenten zijn aangeleverd door Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid. Tabel 2-2

Samenvatting resultaten eerder uitgevoerde bodemonderzoeken

Omschrijving Historisch vooronderzoek Landtong Stadswerven (noord) inclusief toegangswegen aan de oost- en westzijde van de Biesboschhal (deelgebied G)

Auteur BK

Kenmerk

Datum

Samenvatting

FRST/144256.01 /INAB

13-1-2015

Ter plaatse van de landtong hebben voor zover bekend twee romneyloodsen/-hutten gestaan (gebaseerd op hinderwettekening nr 90205, blad 13, d.d. aug. 1960). In 1947 is een akkoord verklaring afgegeven voor het ophogen van de landtong (onderhavige onderzoekslocatie). De dikte van de ophoging alsmede het gebruikte materiaal is onbekend. Op basis van eerder bodemonderzoek blijkt veel bodemvreemd materiaal op de locatie aanwezig als puin, sintels, koolresten. In de bovengrond (0-0,5mmv) zijn overwegend matig tot sterk verhoogde gehalten aangetoond aan zware metalen en plaatselijk sterk verhoogde gehalten aan minerale olie en/of matig met PAK. In de ondergrond (1,7-3,0 m-mv) is een matig verhoogd gehalte aan PAK en licht verhoog gehalte aan zware metalen en minerale olie. Binnen de locatie is asbest aangetoond beneden de interventiewaarde. In het grondwater is in een peilbuis (PB27) een sterk verhoogde concentratie gemeten aan minerale olie. In de overige peilbuizen zijn maximaal licht verhoogde concentraties gemeten. De aangetroffen matige/sterke verontreinigingen met zware metalen en/of PAK zijn kenmerkend voor de locatie Stadswerven (noord). Voor het gehele plangebied Stadswerven (noord) is een raamsaneringsplan opgesteld (raamsaneringsplan Stadswerven, gebied Maasstraat/omgeving scheepswerf De Biesbosch, Bodembeheer BV, versie 2, januari 2005).

De minerale olie verontreinigingen zijn in 2006 verwijderd tot terugsaneerwaarde. Sanering is beschikt op 18 januari 2008 (kenmerk 2008001009/SDU)

Partijkeuring grond conform Besluit bodemkwaliteit Maasstraat te Dordrecht (landtong Stadswerven Noord) “Partij 1 (08-122014)”

BK

144256

13-1-2015

Ter plaatse van de landtong zijn twee voormalige ondergrondse opslagtanks geregistreerd. Tevens is op basis van een verkennend bodemonderzoek mogelijk sprake van een (voormalige) bovengrondse opslagtank. Nadere gegevens met betrekking tot deze tank zijn niet bekend. Op de locatie zijn tussen 1944 en 1955 twee gebouwen geplaatst waarin mogelijk asbestverdacht materiaal is verwerkt. Voor sloop van deze gebouwen in 1986 en 1987 is een sloopvergunning aangevraagd. Sloop is uitgevoerd in 1986 en 1992. Op het westelijke deel van de landtong lag een Depot. Herkomst van het depot is onbekend, tevens zijn er geen milieuhygiënische kwaliteitgegevens bekend. Depot is gekeurd op basis van de kwaliteitsklasse ‘niet toepasbaar’. De kritische parameters zijn koper, lood, nikkel, zink, PAK en minerale olie. Noot: de partij grond is na de partijkeuring van de locatie afgevoerd.

7 (34)

Omschrijving

Kenmerk

Datum

Samenvatting

Auteur BK

144256

13-1-2015

Verkennend bodemonderzoek Landtong (nabij Maasstraat 11) te Dordrecht locatie: perceel 2

BK

144256

13-1-2015

Verkennend bodemonderzoek Landtong (nabij Maasstraat 11) te Dordrecht locatie: perceel 3

BK

144256

13-1-2015

Tot 2,0 m-mv onderzocht; Grond: Metalen, PAK >T/I, metalen, PCB, olie, PAK > AW; Grondwater: Ba > I (natuurlijk), Cd > S; Geen PFOA onderzocht; Geen sterke asbestverontreiniging. Geen asbestanalyse fijne fractie uitgevoerd. Nader asbestonderzoek aanbevolen. Tot 2,0 m-mv onderzocht; Grond: metalen, PAK > T/I, metalen, PCB, olie en PAK > AW; 0,50-1,0 bijmenging met puin: niet onderzocht op asbest; Geen PFOA onderzocht; Geen asbestverontreiniging; Grondwater: Ba, Co, naftaleen > S. Tot 2,0 m-mv onderzocht; Grond: metalen, PAK, PCB > T/I, metalen, PCB, olie en PAK > AW; Geen PFOA onderzocht; Geen asbestverontreiniging; Grondwater: Ba, naftaleen, VOCL > S.

Verkennend bodemonderzoek Landtong (nabij Maasstraat 11) te Dordrecht locatie: perceel 4 Verkennend bodemonderzoek Landtong (nabij Maasstraat 11) te Dordrecht locatie: Westelijke en oostelijke toegangsweg Onderzoek vooroever deelgebied G

BK

144256

13-1-2015

BK

144256

13-1-2015

mhpoly

18163B1-RA01 versie 2.0

02-10-2019

Verkennend bodemonderzoek Landtong (nabij Maasstraat 11) te Dordrecht locatie: perceel 1

Tot 2,0 m-mv onderzocht; Grond: metalen > T/I, metalen, PCB, olie en PAK > AW; Geen PFOA onderzocht; Geen asbestverontreiniging; Grondwater: Ba > T (natuurlijk), Ba, Mo, VOCL > S. Tot 2,0 m-mv onderzocht; Grond: metalen > T/I, metalen, PCB, olie en PAK > AW; Geen PFOA onderzocht; Geen asbestverontreiniging; Grondwater: Ba > T (natuurlijk), Ba, Mo, VOCL > S.

De steenbestorting op de oever van de landtong bestaat uit een mengsel van diverse materialen (baksteenpuin, metselwerkpuin, betonpuin, gebroken natuursteen). Ter plaatse van de kop van de landtong is een afdekking met zetsteen aangebracht op een onderliggende laag van baksteen. Het materiaal is milieuhygiënisch en op asbest onderzocht. In het onderzoek is geconcludeerd dat alleen ter plaatse van de noordelijke vooroever asbest is de bodem is aangetroffen in de fijne fractie (3,5 mg/kg ds). Op twee plaatsen is in de ‘vaste materialen’ asbest aangetroffen. Dit betreft de locaties Vooroever noordzijde; greeplocatie 3, 11.000mg asbest (locatie asbestnest) en Damwand B greeplocatie 103; 9.000 mg asbest.

8 (34)

Omschrijving Actualiserend verkennend bodemonderzoek Maasstraat te Dordrecht (Stadswerven deelgebied G)

Auteur BK

Kenmerk

Datum

Samenvatting

184515

20-11-2019

Onderzocht tot 2,5 m-mv; Onderzoek op milieuhygiënische parameters incl. PFOA/PFOS en asbest; Op basis van het onderzoek blijkt dat: - De bodem tot geboorde einddiepte van 4,0 mmv hoofdzakelijk bestaat uit zand. Plaatselijk op verschillende dieptes kleilagen aanwezig zijn. Tot een diepte van circa 1,0 m-mv bijmeningen aanwezig zijn met puin, baksteen, menggranulaat, grind, slakken, kolen(gruis) en/of glas. Plaatselijk zijn bijmengingen aangetroffen tot 2,5 m-mv. Plaatselijk is tevens sprake van funderingslaag met repac of puin in de boven- en/of ondergrond; - In de voorgaande bodemonderzoeken is de bodem tot ca. 1,5 m-mv reeds analytisch onderzocht. De onderzochte grond is matig tot sterke verontreinigd met zware metalen en/of PAK zijn aangetoond. In het huidige bodemonderzoek zijn in de ondergrond (1,5-2,5 m-mv) plaatselijk matig tot sterk verhoogde gehalten aan koper en/of lood aangetoond; - Op de locatie is sprake van een geval met ernstige bodemverontreiniging met zware metalen en/of PAK tot een diepte variërende van ca. 1,0 à 1,5 tot plaatselijk 2,5 m-mv; - Op 8 plaatsen zijn gehalte aan minerale olie boven waarde hergebruik Stadwerven (Obv RSP 500 mg/kg ds); - Visueel is geen asbestverdacht materiaal op maaiveld waargenomen. In de grond van het oostelijke deel zijn geen of licht verhoogde asbestgehaltes aangetoond.

In de grond van het westelijke deel zijn respirabele vezels aangetoond met een gewogen concentratie van maximaal 93 mg/kg ds. De gewogen asbestconcentratie bedraagt maximaal 118 mg/kg ds. Derhalve dient NO asbest uitgevoerd te worden; - In de funderingslaag bestaande uit repac, gelegen in het westelijke deel is 55 mg/kg ds respirabele vezels aangetoond. Gewogen concentratie asbest is 58,1 mg/kg ds. Derhalve dient NO asbest uitgevoerd te worden.

Uit de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken blijkt: Dat op de onderzoekslocatie sprake is van matig tot sterk verhoogde gehalten aan PAK, zware metalen en minerale olie. Naar deze verontreinigingen wordt tijdens het huidige onderzoek geen verder onderzoek gedaan. Voor meer informatie wordt derhalve verwezen naar bovenstaande rapporten. Dat op de onderzoekslocatie sprake is van een sterke asbestverontreiniging (> interventiewaarde 100 mg/kg ds). Aangezien over de gehele locatie asbestverdachte bijmengingen worden aangetroffen, is de gehele locatie verdacht. Bijmengingen worden aangetroffen van 0 tot maximaal 2,5 m-mv. Op de onderzoekslocatie respirabele vezels (hoogst gemeten 93 mg/kg ds) zijn aangetoond. Zowel hechtgebonden als niet-hechtgebonden asbest te zijn aangetoond. De verdachte locaties zijn, op basis van eerdere onderzoeken, weergegeven in de tekeningen, opgenomen in bijlage 3. De tekeningen zijn als onderlegger gebruikt voor de

9 (34)

plaatsbepaling van de sleuven van het huidige onderzoek. Voor meer informatie wordt verwezen naar de onderzoeken zelf. 2.4 Onderzoeksstrategie De locatie is voor het onderzoek wordt verdeeld in ruimtelijke eenheden (RE) van maximaal 1.000 m². De halfverharding wordt hierbij gezien als een afzonderlijke ruimtelijke eenheid. In totaal zijn er binnen de onderzoekslcoatie zeven ruimtelijke eenheden. Per ruimtelijke eenheid worden met behulp van een graafmachine, vijf sleuven gegraven tot een maximale diepte van circa 2,5 m-mv. De sleuven worden minimaal gegraven tot in de zintuiglijke schone ondergrond. Het uitkomend materiaal wordt gezeefd over een maaswijdte van 2 cm. Hiervoor wordt een mechanische zeef gebruikt.

10 (34)

Afhankelijk van de waarnemingen worden materiaal- en grondmonsters genomen. Vooralsnog is voorzien in twee analyses asbest in grond per RE. In verband met de aanwezigheid van respirabele vezels is daarnaast voorzien in één SEM analyses per RE. Hiervoor wordt een mengmonster per RE gemaakt van de toplaag (bovenste twee centimeter). Indien sprake is van (asbestverdachte) puinlagen, dan zal het onderzoek worden ingestoken vanuit de NEN5897 ‘Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat’. Dit is sowieso het geval bij de halfverharding. De locaties van de sleuven zijn weergegeven in bijlage 2. De boorlocaties zijn bepaald aan de hand van de bevindingen van het eerdere onderzoek, het terreingebruik (ligging vml. kelder) en de maaiveldinspectie. In het veld zijn derhalve nog sleuven verplaatst. Op basis van de resultaten van het eerdere onderzoek is besloten de werkzaamheden uit te voeren onder veiligheidsklasse Zwart niet vluchtig, omdat gehalten boven het risiconiveau worden verwacht. Voor de werkzaamheden is een V&G-plan opgesteld en is een HVK-er op het werk aanwezig geweest bij opstart. De invulling van de onderzoeksmethode voor de onderzoekslocatie is weergegeven in tabel 2-3. Tabel 2-3

Invulling onderzoeksmethode

Locatie

Oppervlakte (m2)

Verdachte bodemlaag (m-mv)

Sleuven

Analyses

Gehele locatie

circa 6.000 m²

0-2,5

30 sleuven

12x asbest in grond 6x SEM (toplaag mm per RE) 2x RAW proef 2 en 11

Halfverharding

circa 400 m²

0-2,5

5 sleuven

1x asbest in puin (toplaag) 1x asbest in grond (onderliggende laag) 1x SEM (toplaag mm RE)

11 (34)

3

Veldonderzoek

3.1 Algemeen Het veldwerk voor het nader onderzoek asbest is uitgevoerd conform plan. Aanvullend zijn ter plaatse van het westelijk deel van de onderzoekslocatie een tweetal boringen doorgezet tot 6 m-mv, in verband mogelijke werkzaamheden tot in de diepere ondergrond op een deel van de landtong. Ter plaatse zijn aanvullend monsters genomen voor milieu-hygiënische analyses. Het veldwerk is uitgevoerd door SMV Milieukundig Veldwerk BV in de periode van 9 tot en met 25 maart 2020. Het veldwerk (vanaf acceptatie van de opdracht voor het veldwerk tot en met de overdracht van de veldgegevens, veldwerkrapportage en monsters aan Sweco Nederland B.V.) is verricht onder de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek) en het bijbehorende protocollen 2001 en 2018 (zie bijlage 9). Het veldwerk is uitgevoerd door persoonlijk gecertificeerde veldwerkers waarvan de naam vermeld is bij de profielen in bijlage 4. De graafwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Heeze. De HVK-er op het werk was de heer R. Pijnenburg van Pyramid Flexible Assistance. De locaties van de sleuven weergegeven in bijlage 2. 3.2

Maaiveldinspectie

Uitvoering Tijdens de maaiveldinspectie was het zonnig weer. Het zicht was meer dan 50 meter. De bodem was vochtig genoeg. Het maaiveld is geïnspecteerd door de RE’s in stroken van 1,5 m breed haaks op elkaar te belopen. Bij de uitvoering van het veldwerk is de maaiveldinspectie niet over de gehele locatie uitgevoerd kunnen worden conform protocol. Dit vanwege de aanwezige bedekking (vegetatie). De inspectie-efficiëntie ligt tussen de 20 en 50%. De bedekking van de vegetatie is 70 tot 100%. Vanwege het slechts gedeeltelijk uit kunnen voeren van de maaiveldinspectie, is geen volledig beeld gekregen van het aanwezige asbestverdachte materiaal op het maaiveld. Dit heeft verder geen invloed op de onderzoeksresultaten. Wel wordt geadviseerd om hiermee rekening te houden met het opstellen van een eventueel saneringsplan. Bij de maaiveldinspectie is ter plaatse van RE07 nabij sleuf 32 een plaatje aangetroffen. De vindplaats is aangegeven op de veldwerkschets, opgenomen in bijlage 4. De maaiveldinspectie heeft geen aanleiding gegeven tot herindeling van de RE’s. 3.3 Uitvoering Uitgevoerde werkzaamheden: Het onder milieukundige begeleiding met een kraan ontgraven van in totaal 35 sleuven. De gegraven sleuven hebben een breedte van circa 0,5 meter en een lengte van circa 2,25 meter.

De diepte van de sleuven varieert, afhankelijk van het aantreffen van de bijmenging, en zijn doorgezet tot in de zintuiglijk schone ondergrond. Het zeven van het ontgraven materiaal over een zeeffractie van 20 mm het inspecteren op asbestverdacht materiaal (> 2 cm). Het verzamelen van al het aanwezige asbestverdachte materiaal (> 2 cm) per te onderscheiden bodemlaag (maximaal 50 cm), per gegraven sleuf.

12 (34)

Het nemen van monsters van het bij de sleuven vrijkomende bodemmateriaal voor onderzoek in het laboratorium (mengmonsters zijn in overleg met de opdrachtgever niet in het veld maar pas in het laboratorium gemengd). Bij de uitvoering van het veldwerk zijn geen afwijkingen van de NEN 5707 opgetreden. Ter plaatse van een aantal sleuven is niet een zintuiglijk schone bodem bereikt, door bijvoorbeeld het instorten van de sleuf was zonder civieltechnische voorzieningen niet mogelijk dieper te graven. Aangezien wel bij andere sleuven binnen de RE een zintuigelijk schone bodem bereikt is, wordt dit niet als kritische afwijking gezien met het oog op de onderzoeksdoelstellingen. Zintuiglijke waarnemingen De resultaten van de visuele inspectie van de grond zijn opgenomen in de boorprofielen in bijlage 4. Opgemerkt wordt dat op de onderzoekslocatie veel meer puinlagen zijn aangetroffen dan voorafgaand verwacht.

13 (34)

4

Laboratoriumonderzoek

Op basis van de visuele inspectie zijn monsters geselecteerd voor verschillende analyses: Op verzoek van de opdrachtgever zijn een aantal mengmonsters van de onderzoekslocatie onderzocht op PFAS en GenX. Ter plaatse van het westelijk deel zijn van de diepere ondergrond analyses ingezet op het standaardpakket grond. Van de bouwstoffen over de gehele onderzoekslocatie zijn een aantal mengmonsters samengesteld en indicatief onderzocht op samenstelling en uitloging. Analyses voor het nader asbestonderzoek. Om de civieltechnische kwaliteit te bepalen van het zintuiglijk schone zand ,zijn zeefkrommes conform de RAW uitgevoerd. Deze analyses zijn deze uitgevoerd door FUGRO. De monsterselectie is opgenomen in tabel 4-1. Tabel 4-1 Monster

Monsterselectie Monstertraject (m -mv)

Deelmonsters

Analysepakket

Motivatie

Bepaling hergebruik zand Bepaling hergebruik zand Bepaling hergebruik zand Bepaling hergebruik kleilaag boven gws Analyse diepere ondergrond Analyses diepere ondergrond

Milieuhygiënisch onderzoek PFAS MM01 PFAS MM02 PFAS MM03 PFAS MM04

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,30 1,00 - 2,00

01, 03, 05, 09 11, 15, 16, 18 21, 22, 26, 30 02A, 08, 13, 32

PFAS advieslijst +GENX PFAS advieslijst +GENX PFAS advieslijst +GENX PFAS advieslijst +GENX

OG01

0,50 - 1,40

02A, 05A

Standaardpakket grond

OG02

2,00 - 6,00

02A, 05A

Standaardpakket grond

Samenstellingsonderzoek bouwstoffen RE02 F1

0,05 - 0,10

07

RE03 F2

0,05 - 0,30

11, 13, 14

RE06 F3

0,00 - 0,40

26, 27, 29, 30

RE07 F4

0,00 - 0,20

31, 33, 35

Samenstelling en uitloogonderzoek indicatief Samenstelling en uitloogonderzoek indicatief Samenstelling en uitloogonderzoek indicatief Samenstelling en uitloogonderzoek indicatief

Bepaling hergebruik bouwstof (Puin) Bepaling hergebruik bouwstof (Puin) Bepaling hergebruik bouwstof (Puin) Bepaling hergebruik bouwstof (Puin) Bepaling civieltechnische kwaliteit tpv rioolsleuf. Zand juist boven kleilaag. Bevat ook brokken klei Bepaling civieltechnische kwaliteit tpv rioolsleuf. Diepere zandlaag Bepaling civieltechnische kwaliteit overige bvm vrije terreindelen

Civieltechnisch onderzoek RAW1

0,50 - 1,20

8, 13

RAW proef 1,2,11,15,28

RAW2

1,80 - 2,50

13, 21

RAW proef 1,2,11,15,28

RAW4

0,70 - 1,25

03, 09

RAW proef 1,2,11,15,28

14 (34)

Monster

Deelmonsters

Analysepakket

Motivatie

RAW5

Monstertraject (m -mv) 0,40 - 1,40

02, 05, 06

RAW proef 1,2,11,15,28

RAW6

0,80 - 1,30

17, 18, 19

RAW proef 1,2,11,15,28

Bepaling civieltechnische kwaliteit overige bvm vrije terreindelen Bepaling civieltechnische kwaliteit overige bvm vrije terreindelen

MMRE01 SEM (grond)

0,00 - 0,02

Re1bodem

Asbest in grond + SEM

Risico naar omgeving (respirabele vezels)

RE01 MM01ASB (0-50)

0,00 - 0,50

01, 05

Asbest in grond

RE01 MM01ASM (0-50)

0,00 - 0,50

01, 05

Asbest verzamelmonster

Matig puinhoudend, zwak asbestverdacht. Ingezet vanwege risico naar omgeving en toekomstig graafwerk

RE01 MM02ASP (5-40)

0,05 - 0,40

01, 04

Asbest in puin

Volledig puinhoudende laag. Ingezet vanwege toekomstig graafwerk

RE01 MM03ASB (0-50)

0,00 - 0,50

02, 03

Asbest in grond

RE01 MM03ASM (0-50)

0,00 - 0,50

02, 03

Asbest verzamelmonster

Zwak puinhoudend, zwak asbestverdacht. Ingezet vanwege risico naar omgeving en toekomstig graafwerk

RE01 MM04ASB (25-90)

0,25 - 0,90

01, 04, 05

Asbest in grond

Matig puinhoudend. Ingezet vanwege voorgenomen graafwerkzaamheden tbv schone leeflaag

RE01 MM05ASB (40-105)

0,40 - 1,40

01, 02, 03, 04, 05

Asbest in grond

Ingezet voor analytisch/zint. schone afperking

MMRE02 SEM (grond)

0,00 - 0,04

RE2 bodem

Asbest in grond + SEM

Risico naar omgeving (respirabele vezels)

RE02 MM01ASB (0-50)

0,00 - 0,50

06, 10

Asbest in grond

RE02 MM01ASM (0-50)

0,00 - 0,50

06, 10

Asbest verzamelmonster

Matig puinhoudend, zwak asbestverdacht. Ingezet vanwege risico naar omgeving en toekomstig graafwerk

RE02 MM02ASB (0-70)

0,00 - 0,70

07, 08, 09, 10

Asbest in grond

Matig puinhoudend. Ingezet vanwege voorgenomen graafwerkzaamheden tbv schone leeflaag

RE02 MM03ASP (25-75)

0,25 - 0,75

09

Asbest in puin

Puinlaag aangegeven als geen bodem. Ingezet vanwege voorgenomen graafwerkzaamheden tbv schone leeflaag

Asbestonderzoek RE01

RE02

15 (34)

Monster

Monstertraject (m -mv)

Deelmonsters

Analysepakket

Motivatie

RE02 MM04ASP (5-25)

0,05 - 0,25

07, 08, 09, 10

Asbest in puin

Puinlaag. Ingezet vanwege voorgenomen graafwerkzaamheden tbv schone leeflaag

RE02 MM05ASB (50-125)

0,40 - 1,25

06, 07, 08, 09, 10

Asbest in grond

Ingezet voor analytisch/zint. schone afperking

MMRE03 SEM (grond)

0,00 - 0,04

RE3 bodem

Asbest in grond + SEM

Risico naar omgeving (respirabele vezels)

RE03 MM01ASB (0-65)

0,00 - 0,65

11, 12, 14

Asbest in grond

RE03 MM01ASM (0-65)

0,00 - 0,65

11, 12, 14

Asbest verzamelmonster

Zwak/matig puinhoudend en zwak asbestverdacht. Ingezet vanwege risico naar omgeving en toekomstig graafwerk

RE03 MM02ASM (5-35)

0,05 - 0,35

12

Asbest verzamelmonster

RE03 MM02ASP (5-35)

0,05 - 0,35

12

Asbest in puin

RE03 MM03ASP (5-30)

0,05 - 0,30

11, 13, 14

Asbest in puin

Volldig puin. Ingezet vanwege voorgenomen graafwerkzaamheden tbv schone leeflaag

RE03 MM04ASB (45-115)

0,45 - 1,15

11, 12, 14

Asbest in grond

Ingezet voor analytisch/zint. schone afperking

RE03 MM05ASB (25-50)

0,25 - 0,50

13

Asbest in grond

Ingezet voor analytisch/zint. schone afperking

MMRE04 SEM (grond)

0,00 - 0,04

RE4 bodem

Asbest in grond + SEM

Risico naar omgeving (respirabele vezels)

MMRE04 SEM (puin)

0,00 - 0,04

RE4 puin

Asbest in puin + SEM

Risico naar omgeving (respirabele vezels)

RE04 MM01ASM (0-50)

0,00 - 0,50

16, 17, 18

Asbest verzamelmonster

RE04 MM01ASP (0-50)

0,00 - 0,50

16, 17, 18

Asbest in puin

Volledig puin en zwak asbestverdacht. Ingezet vanwege risico naar omgeving en toekomstig graafwerk

RE04 MM02ASP (0-40)

0,00 - 0,40

19, 20

Asbest in puin

Volledig puin. Ingezet vanwege voorgenomen graafwerkzaamheden tbv schone leeflaag

RE04 MM03ASB (0-50)

0,00 - 0,50

16, 20

Asbest in grond

RE04 MM03ASM (0-50)

0,00 - 0,50

16, 20

Asbest verzamelmonster

Matig puin en zwak asbestverdacht. Ingezet vanwege risico naar omgeving en toekomstig graafwerk

RE03

Volledig puin en zwak asbestverdacht. Ingezet vanwege risico naar omgeving en toekomstig graafwerk

RE04

16 (34)

Monster

Monstertraject (m -mv)

Deelmonsters

Analysepakket

Motivatie

RE04 MM04ASB (50-100)

0,50 - 1,10

16, 17, 18, 19, 20

Asbest in grond

Ingezet voor analytisch/zint. schone afperking

MMRE05 SEM (grond)

0,00 - 0,05

MMRE 05

Asbest in grond + SEM

Risico naar omgeving (respirabele vezels)

RE05 MM01ASB (0-40)

0,05 - 0,40

24

Asbest in grond

RE05 MM01ASM (0-40)

0,05 - 0,40

24

Asbest verzamelmonster

Brokken puin, brokken asbest. Ingezet vanwege risico naar omgeving en toekomstig graafwerk

RE05 MM02ASB (0-40)

0,05 - 0,40

26_N (25)

Asbest in grond

Brokken baksteen, beton, resten asbestverdacht. Ingezet vanwege risico naar omgeving en toekomstig graafwerk

RE05 MM03ASB (40-60)

0,40 - 0,60

26_N (25)

Asbest in grond

Ingezet voor analytisch/zint. schone afperking

RE05 MM04ASB (80-130)

0,80 - 1,30

21

Asbest in grond

RE05 MM04ASM (80-130)

0,80 - 1,30

21

Asbest verzamelmonster

Matig puinhoudend, brokken asbestverdacht. Ingezet vanwege mogelijke graafwerkzaamheden

RE05 MM05ASB (70-230)

0,70 - 2,30

21, 22, 23, 24

Asbest in grond

Ingezet voor analytisch/zint. schone afperking

MMRE06 SEM (grond)

0,00 - 0,04

RE6 bodem

Asbest in grond + SEM

Risico naar omgeving (respirabele vezels)

MMRE06 SEM (puin)

0,00 - 0,04

RE6 puin

Asbest in puin + SEM

Risico naar omgeving (respirabele vezels)

RE06 MM01ASP (0-30)

0,00 - 0,40

26, 27, 29, 30

Asbest in puin

Volledig puin. Ingezet vanwege mogelijke graafwerkzaamheden tbv schone leeflaag

RE06 MM02ASB (25-100)

0,25 - 1,00

26, 28, 29

Asbest in grond

RE06 MM02ASM (25-100)

0,25 - 1,00

26, 28, 29

Asbest verzamelmonster

Matig puin en zwak asbestverdacht. Ingezet vanwege risico naar omgeving en toekomstig graafwerk

RE06 MM03ASB (60-170)

0,60 - 1,70

26, 27, 28, 29, 30

Asbest in grond

Ingezet voor analytisch/zint. schone afperking

MMRE07 SEM (puin)

0,00 - 0,04

Re7 puin

Asbest in puin + SEM

Risico naar omgeving (respirabele vezels)

RE07 MM01ASM (0-25)

0,00 - 0,25

32

Asbest verzamelmonster

Volledig puin en zwak asbestverdacht.

RE05

RE06

RE07

17 (34)

Monster

Monstertraject (m -mv)

Deelmonsters

Analysepakket

Motivatie

RE07 MM01ASP (0-25)

0,00 - 0,25

32

Asbest in puin

Onderzoek halfverharding ihkv Besluit asbestwegen

RE07 MM02ASP (0-30)

0,00 - 0,30

31, 33, 34, 35

Asbest in puin

Volledig puin. Onderzoek halfverharding ihkv Besluit asbestwegen

RE07 MM03ASB (15-170)

0,15 - 1,70

31, 33, 34

Asbest in grond

RE07 MM03ASM (15-170)

0,15 - 1,70

31, 33, 34

Asbest verzamelmonster

Matig puinhoudend en zwak asbestverdacht. Laag onder halfverharding.

RE07 MM04ASB (15-70)

0,20 - 0,70

31, 32, 34, 35

Asbest in grond

Matig puinhoudend. Ingezet vanwege mogelijke graafwerkzaamheden tbv schone leeflaag

RE07 MM05ASB (100-190)

1,00 - 1,90

32, 34

Asbest in grond

Ingezet voor analytisch/zint. schone afperking

De geselecteerde monsters zijn in het laboratorium van Synlab Analytics & Services B.V. geanalyseerd. De analyses zijn uitgevoerd conform de bijbehorende protocollen, vallend onder het accreditatieschema van de AS 3000 richtlijn. De analysecertificaten van Synlab met de resultaten van het laboratoriumonderzoek en een toelichting op de toegepaste analysemethoden zijn weergegeven in bijlage 5. Er zijn in bijlage 5 enkele afwijkingen vermeld, te weten: Het aangeleverde analysemonster voldoet niet aan de minimaal vereiste hoeveelheid volgens de eisen in NEN5898 (hoofdstuk 5). Dit geldt voor RE02 boring 09 puinlaag. Binnen de RE waren in de bovengrond in de andere boringen een gelijke puinlaag aangetroffen. Omdat dit een diepere bodemlaag betrof, is deze separaat onderzocht. Echter bleek hier maar een emmer (circa 14 kg) ervan aangeleverd bij het laboratorium te zijn. Derhalve is het resultaat indicatief. Gezien de resultaten van de overige puinlagen binnen de RE en de onderzoekslocatie, wordt geen andere eindconclusie verwacht; De periode tussen monsterneming en het in behandeling nemen in het laboratorium was groter dan de conserveringstermijn. Dit heeft mogelijk de representativiteit van het monster beïnvloed/conserveringstermijn monster is overschreden. Dit geldt voor alle funderingsmonsters voor de parameters PAK en minerale olie.

Deze monsters waren in eerste instantie genomen voor zeefkromme’s, aanvullend zijn ze later nog ingezet voor een indicatief samenstelling en uitloogonderzoek. Voor de parameter minerale olie in de OG01 en OG02 monsters was de conserveringstermijn overschreden. De resultaten voor deze parameters zijn derhalve indicatief. Het resultaat voor PCB 28 is mogelijk valspositief verhoogd door de aanwezigheid van PCB 31. Dit geldt voor een funderingsmonster en een grondmonster. Gezien de gehaltes maximaal licht verhoogd zijn, heeft dit geen invloed op de eindconclusie van het onderzoek. Er zijn componenten na C40 aangetroffen. Deze zijn niet van invloed op het gerapporteerde resultaat. Dit geldt voor funderingsmonsters.

18 (34)

5

Resultaten bodemonderzoek

5.1

Toetsingskaders en resultaten

5.1.1 Toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb). Voor de bepaling of en in welke mate bodemverontreiniging aanwezig is, zijn toetsingswaarden opgenomen in de Circulaire bodemsanering 2013. De analyseresultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden uit deze circulaire. Aanvullend op de Circulaire bodemsanering toetst Sweco ook aan de tussenwaarde, het gemiddelde van de achtergrond- en de interventiewaarde. Deze toetsing geeft een indicatie voor de noodzaak tot nader onderzoek. Bij de toetsing wordt tevens gebruikt gemaakt van de ’bodemindex’ (+index). Deze index geeft aan in welke mate er een overschrijding is of niet. Index < 0 : Toetsing onder S of AW; 0 < Index <= 0,5: Toetsing tussen S of AW en de voormalige tussenwaarde; 0,5 < Index <= 1: Toetsing tussen voormalige tussenwaarde en de interventiewaarde; Index > 1 : Toetsing overschrijdt de interventiewaarde. De toetsingsresultaten aan de Wbb van de grond zijn weergegeven in bijlage 6 en samengevat in tabel 5-1. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 7 bij dit rapport. De toetsingsmogelijkheden zijn als volgt:

grond

Niet verhoogd

Licht verhoogd

Matig verhoogd

Sterk verhoogd

5.1.2 Toetsingskader Besluit bodemkwaliteit (Bbk) Voor de toepassing van grond gelden de toetsingswaarden in de Regeling bodemkwaliteit, behorend bij het Besluit Bodemkwaliteit. De hergebruiksklasse kan bepaald worden middels een partijkeuring. Echter op basis van onderhavig onderzoek kan enkel een indicatieve toetsing gedaan worden. De toetsingsresultaten aan de Bbk van de grond zijn weergegeven in bijlage 6 en samengevat in tabel 5-1. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 7 bij dit rapport. De hergebruiksklassen zijn als volgt:

Bijmengingen Toepasbaar op landbodem Niet direct toepasbaar op landbodem

19 (34)

Chemische kwaliteit

Altijd

klasse Wonen

klasse industrie

Niet toepasbaar

Nooit toepasbaar

toepasbaar In grootschalige bodemtoepassing

5.1.3

Resultaten toetsing grond Wet bodembescherming en Besluit bodemkwaliteit

Tabel 5-1

Resultaat grond toetsing Wet bodembescherming en Besluit bodemkwaliteit

Monster

Monstertraject (m -mv)

Boringnummers

> AW (+index)

>T

>I

BBK monsterconclusie

OG01

0,50 - 1,40

02A (0,50 - 1,00) 05A (0,90 - 1,40)

-

-

Klasse industrie

OG02

2,00 - 6,00

02A (2,00 - 2,50) 02A (5,50 - 6,00) 05A (2,30 - 2,80) 05A (4,30 - 4,80)

Zink (0,02) Kwik (-) Lood (0,1) PAK 10 VROM (0,21) PCB (som 7) (0,02) Kobalt (0,05) Nikkel (0,28) Koper (0,07) Zink (0,37) Cadmium (0,01) Kwik (0,01) Lood (0,33) PAK 10 VROM (0,05) Minerale olie (totaal) (-)

-

-

Klasse industrie

5.1.4 Toetsingskader en resultaten PFAS en GenX Voor de kritische parameters PFOA en het hergebruik van PFOA-houdende grond zijn de toetsingswaarden gehanteerd van het RIVM, opgenomen in Herziene handreiking toepassing van PFOA-houdende grond Zuid-Holland Zuid (nr. Z-18-330610, d.d. 13-06-2018) en Nader toelichting onderzoeksplicht (nr Z-18-330610, d.d. 20-09-2018). Tevens zijn de analyseresultaten van deellocatie 6 getoetst aan de landelijk tijdelijk handelingskader voor hergebruik PFAS (d.d. 29 november 2019).

20 (34)

Vanuit de handreikingen zijn de volgende toetsingen uitgevoerd: PFOA in grond (volgens RIVM, 2018). De analyseresultaten voor PFOA in grond zijn getoetst aan de humane risicogrens: scenario ‘wonen met moestuin’, 86 g/kg; scenario ‘wonen met tuin’, 900 g/kg. De hergebruiksnorm (zoals genoemd in de handreiking) voor toepassingszone A is 2,5 g/kg en voor toepassingszone B is 10 g/kg. PFOS in grond (volgens RIVM, 2018) De analyseresultaten voor PFOS in grond zijn getoetst aan een voorlopig achtergrondniveau van 2,5 g/kg. Bij dit niveau is vooralsnog geen sprake van humane of ecologische risico's. PFAS en GenX (conform landelijk tijdelijk handelingskader, d.d. 29 november 2019) Vanwege het publiceren van het landelijk tijdelijk handelingskader PFAS is de grond onderzocht op het landelijk pakket PFAS en GenX. De gehalten zijn getoetst aan de toepassingsnormen uit tabel 1 en 2 uit het Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. De resultaten van de toetsing ter bepaling van de hergebruiksklasse zijn samengevat in tabel 5-2. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 6. De hergebruiksklassen van het landelijk handelingskader zijn als volgt:

PFAS

Altijd

klasse wonen en industrie

Nooit toepasbaar

toepasbaar

Tabel 5-2

Indicatieve toetsing hergebruiksklasse op basis van PFAS

Monster

Monstertrajec t (m -mv)

Boringnummers

PFAS MM01

0,00 - 0,50

01, 03, 05, 09

PFAS MM02

0,00 - 0,50

11, 15, 16, 18

PFAS MM03

0,00 - 0,30

21, 22, 26, 30

PFAS MM04

1,00 - 2,00

02A, 08, 13, 32

Mate van verontreiniging µg/kg ds PFOS PFOA Overige Toetsing toepassing som som PFAS (µg/kg) (µg/kg) en GenX* 0,96 0,63 0,14 Dordrecht: toepasbaar in zone A en B Landelijk: Klasse Wonen en Industrie 0,84 1,2 0,15 Dordrecht: toepasbaar in zone A en B Landelijk: Klasse Wonen en Industrie 0,38 <0,1 <0,1 Dordrecht: toepasbaar in zone A en B Landelijk: landbouw en natuur/ altijd toepasbaar <0,1 2,9 <0,1 Dordrecht: toepasbaar in zone B Landelijk: wonen en industrie

* Hoogste gehalte

21 (34)

5.1.5 Indicatief onderzoek hergebruik niet vormgegeven bouwstoffen Van de aanwezige niet vormgegeven bouwstoffen (volledig puin) op de onderzoekslocatie zijn een aantal (meng)monsters samengesteld en indicatief onderzocht middels een samenstelling en uitloogonderzoek. De toetsingsresultaten zijn opgenomen in bijlage 6, de hergebruiksklasse is samengevat in tabel 5-3. Tabel 5-3 Monster

Indicatieve toetsing hergebruiksklasse niet vormgegeven bouwstoffen Boringnummers

Herbruikbaar als niet vormgegeven bouwstof

RE02 F1

Monstertraject (m -mv) 0,05 - 0,10

07

Herbruikbaar

RE03 F2

0,05 - 0,30

11, 13, 14

Herbruikbaar

RE06 F3

0,00 - 0,40

26, 27, 29, 30

Herbruikbaar

RE07 F4

0,00 - 0,20

31, 33, 35

Herbruikbaar

5.1.6 Civieltechnische kwaliteit zand Op een aantal zand(meng)monsters zijn RAW-proeven uitgevoerd om de civieltechnische kwaliteit van het zand te bepalen. De toetsingsresultaten zijn opgenomen in bijlage 5 (op analysecertificaat) en zijn weergegeven in tabel 5-4. Tabel 5-4

Civieltechnische kwaliteit zand

Categorie

[% van de minerale delen (<2 mm)

[%]

Toetsing

< 2 µm

<20 µm

<63 µm

>250 µm

Gloeiverlies

Voldoet

RAW1 (8,13 0,50-1,20 m-mv) RAW2 (13,21 1,80-2,50 m-mv) RAW4 (03,09 0,70-1,25 m-mv) RAW5 (02,05,06 0,40-1,40 m-mv) RAW6 (17,18,19 0,80-1,30 m-mv)

6,7 7,5 4,5 0,5 0,5

4,1 -

25,5 32,9 24,6 13,1 1,1

32,5 46,6 25,0 43,3 61,7

0,8 2,1 1,4 0,9 0,2

2 2 2 2 1/2/3

1 Draineerzand 2 Zand in aanvulling of ophoging 3 Zand in zandbed

-

-

5 50 15

-

8 -

3

50

3 3

22 (34)

6

Resultaten bodemonderzoek asbest

6.1 Berekening asbestgehalte Om het asbestgehalte in de bodem te kunnen toetsen, zijn eerst de volgende stappen nodig: Omrekenen van het asbestgehalte in de aangetroffen asbestverdachte materialen naar een gehalte per kilogram grond. Voor het asbest op het maaiveld is hiervoor een fictieve bodemlaag van 0,02 m dikte gebruikt. Sommeren van het gehalte uit de materialen en het gemeten gehalte in de grond. Berekenen van het gewogen gehalte (gg), zijnde de concentratie serpentijn asbest vermeerderd met tien keer de concentratie amfibool asbest. De berekeningen van de asbestgehalten zijn opgenomen in bijlage 6. 6.2 Resultaten asbest Voor de bepaling of en in welke mate bodemverontreiniging aanwezig is, is de interventiewaarde asbest vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013. Daarnaast zijn grenswaarden voor hechtgebonden en niet-hechtgebonden asbest vastgelegd. De toetsingsmogelijkheden voor nader bodemonderzoek asbest zijn als volgt:

Asbest in grond

Niet

en puin

Verhoogd

verhoogd

Matig verhoogd

Sterk verhoogd

Sterk verhoogd (in tabel ***)

(in tabel: **)

(in tabel: ***)

Respirabele vezels bepalen

Een uitgebreide toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 7. De berekende asbestgehalten en de toetsing zijn per bodemlaag opgenomen in tabel 6-1. Tabel 6-1

Resultaat asbest

Sleuf/Mengmonster

Gehalte in fractie >20 mm Cmateriaal

Gehalte in fractie <20 mm Canalyse

totaal gehalte Cgg

toetsing

Respirabele vezels

toetsing indicatief stap 3

(ongewogen gehalte) (mg/kg ds)

(ongewogen gehalte) (mg/kg ds)

(gewogen gehalte) (mg/kg ds gg)

RE01 MM01ASB (0-50)

54

0,1

160

***

-

MM02ASP (5-40)

0

2,6

2,6

*

-

-

MM03ASB (0-50)

18

3,5

21

*

-

-

MM04ASB (25-90)

0

1,4

1,7

*

-

-

MM05ASB (40-140)

0,0

0,2

0,2

*

-

-

(gewogen gehalte) (mg/kg ds) -

23 (34)

Sleuf/Mengmonster

Gehalte in fractie >20 mm Cmateriaal

Gehalte in fractie <20 mm Canalyse

totaal gehalte Cgg

toetsing

Respirabele vezels

toetsing indicatief stap 3

(ongewogen gehalte) (mg/kg ds)

(ongewogen gehalte) (mg/kg ds)

(gewogen gehalte) (mg/kg ds gg)

RE02 MM01ASB (0-50)

69

1,4

71

**

-

-

MM02ASB (0-70)

0

2,9

2,9

*

-

-

MM03ASP (25-75)

0

1,5

8,9

*

-

-

MM04ASP (5-25)

0

0,9

0,9

*

-

-

MM05ASB (50-125)

0

0

0

-

-

-

RE03 MM01ASB (0-65)

180

11

330

***

-

-

MM02ASP (5-35)

6,5

0,3

9,9

*

64

MM03ASP (5-30)

0

2,2

3,1

*

52

MM04ASB (45-115)

0

0,9

0,9

*

-

onaanvaardbare risico’ bij graafwerkzaamheden onaanvaardbare risico’ bij graafwerkzaamheden -

MM05ASB (25-50)

0

2,2

2,2

*

60

onaanvaardbare risico’ bij graafwerkzaamheden

RE04 MM01ASP (0-50)

33

14

72

**

-

-

MM02ASP (0-40)

0

2,1

2,8

*

-

-

MM03ASB (0-50)

34

18

87

**

-

-

MM04ASB (50-100)

0

1,7

1,7

*

-

-

RE05 MM01ASB (0-40)

5,1

2,3

7,8

*

-

-

MM02ASB (0-40)

0

0,8

1,0

*

170

MM03ASB (40-60)

0

0

0

-

-

onaanvaardbare risico’ bij graafwerkzaamheden -

MM04ASB (80-130)

16

1,2

17

*

-

-

MM05ASB (70-230)

0

1,8

1,8

*

-

-

(gewogen gehalte) (mg/kg ds)

RE06 MM01ASP (0-30)

0

0,6

0,6

*

-

-

MM02ASB (25-100)

110

0,2

110

***

-

-

MM03ASB (60-170)

0

4,5

6,7

*

10

onaanvaardbare risico’ bij graafwerkzaamheden

RE07 MM01ASP (0-25)

2,2

1,1

3,2

*

-

-

MM02ASP (0-30)

0

1,8

1,8

*

-

-

MM03ASB (15-170)

140

6

1200

***

-

-

MM04ASB (20-70)

0

7,3

7,3

*

-

-

MM05ASB (100-190)

0

0

0

-

-

-

24 (34)

Tabel 6-2

Resultaat respirabele vezels toplaag

Sleuf/Mengmonster

Asbest aangetoond in monster

Respirabele vezels

Respirabele vezels

(gemeten gehalte) (mg/kg ds)

(gewogen gehalte) (mg/kg ds)

toetsing stap 3

RE01 grond

asbest aangetoond

9,3

93

Onaanvaardbare risico buiten

RE02 grond

Asbest aangetoond

1,8

18

Onaanvaardbare risico buiten

RE03 grond

Asbest aangetoond

0,1

1,2

Geen locatie-specifieke risico’s

RE04 grond

Asbest aangetoond

0,7

7,3

Geen locatie-specifieke risico’s

RE04 puin

-

0

0

Geen locatie-specifieke risico’s

RE05 grond

Asbest aangetoond

0

0

Geen locatie-specifieke risico’s

RE06 grond

Asbest aangetoond

0

0

Geen locatie-specifieke risico’s

RE06 puin

-

0

0

Geen locatie-specifieke risico’s

RE07 puin

Asbest aangetoond

0,8

8,2

Geen locatie-specifieke risico’s

Op de locatie zijn inmiddels diverse onderzoeken verricht. Op basis van eerder uitgevoerde onderzoeken is de locatie als asbestverdacht aangeduid. Op de locatie zijn in het verleden interventiewaarde overschrijdingen aan asbest gemeten en tevens respirabele vezels aangetoond. Tijdens onderhavig nader asbestonderzoek zijn over de gehele locatie verspreid asbesthoudende materialen aangetoond in de sleuven, zowel in de puinlagen als de bodem. Op basis van bovenstaande analyses zijn in vier van de zeven RE’s gehalten aangetoond boven de interventiewaarde. De hoogste concentraties worden gemeten in de bovengrond. Naarmate het dieper in de bodem is, zijn de gemeten concentraties lager. In een aantal zintuiglijk schone grondmengmonsters wordt nog asbest aangetoond. Wel ligt de gemeten concentratie ver beneden de interventiewaarde. In de volledige puinlagen (geen bodem) ligt de gemeten concentratie ook lager. Hier zijn geen overschrijdingen van boven de 100 mg/kg ds in aangetoond. Wel zijn plaatselijk concentraties boven 50 mg/kg d.s. gemeten. Op basis van de huidige onderzoeksresultaten is geen sprake van een asbestweg. Van de toplaag zijn voor het meten van respirabele vezels in de contactlaag mengmonster per RE en bodem/puin samengesteld op SEM-analyses. Op basis hiervan zijn in vijf RE’s respirabele vezels aangetoond. De vezels zijn aangetoond in zowel puin- als bodemmonsters.

Het hoogste gehalte is aangetoond in RE01 (93 mg/kg d.s.). In RE02 wordt ook het voorgeschreven gehalte van 10 mg/kg d.s. (gewogen) overschreden. Aanvullend zijn SEM-analyses uitgevoerd voor een aantal mengmonsters van diepere lagen onder de toplaag van RE03, RE05 en RE06 vanwege het aantreffen van respirabele vezels in de (meng)monsters. Deze lagen zijn indicatief getoetst aan het voorgeschreven gehalte van 10 mg/kg d.s. (gewogen) in verband met de voorgenomen graafwerkzaamheden. In RE03 en RE05 wordt dit gehalte overschreden. In RE06 is het gehalte 10 mg/kg d.s. (gewogen). Het hoogst gemeten gehalte is gemeten in RE05 in de ondergrond 170 mg/kg d.s.

25 (34)

Op basis van bovenstaande gegevens wordt gesteld dat: Het asbestmateriaal heterogeen aanwezig is in zowel de bodem- als de puinlagen op de locatie tot in de ondergrond (maximale diepte 2,3 m-mv). De hoogste concentraties (overschrijdingen interventiewaarde) zijn gemeten in de bovengrond. In de volledige puinlagen zijn geen gehalten aangetoond boven de 100 mg/kg ds. Tevens neemt het gehalte aan asbest in de diepte af. Niet voor de gehele onderzoekslocatie is een onderafperking (asbest < detectiegrens) bereikt. Asbest boven detectiegrens wordt aangetoond zelfs in de zintuigelijk schone grondlagen. Wel ligt het gehalte hier ver beneden de interventiewaarde (hoogste gehalte 6,7 mg/kg ds). Het aangetoonde asbest op de locatie zowel hechtgebonden en niet-hechtgebonden betreft. In alle RE’s respirabele vezels zijn aangetoond. In RE01, RE02 wordt in de toplaag het voorgeschreven gehalte van 10 mg/kg d.s. (gewogen) overschreden, waardoor er sprake is van onaanvaardbare risico’s buiten. Ter plaatse van RE03 en RE05 wordt tevens het gehalte aan 10 mg/kg ds overschreden. Hier zijn risico’s bij eventuele graafwerkzaamheden. Inschatting omvang sterke verontreinigingen per RE: Uitgangspunten zijn dat de sleuven een gelijk oppervlakte hebben binnen de RE, dus als het oppervlakte van de RE 1000 m² bedraagt, is het verontreinigde oppervlakte circa 200 m².

Tevens is het uitgangspunt dat de sterke verontreiningen gelijk zijn voor alle monsters binnen het mengmonster, de omvang wordt bepaald op basis van de diepte van het monster per sleuf. Vervolgens is de omvang voor de gehele RE bepaald. In RE01 is in twee sleuven een sterk verhoogd gehalte aangetoond: 01 van 0-20 cm-mv en 05 0-50 cm-mv. Per sleuf circa 200 m². Omvang bedraagt circa 140 m³. In RE03 is in drie sleuven een sterk verhoogd gehalte aangetoond: 11 van 0-20 cm-mv, 35-65 cm-mv en 14 van 0-10 cm-mv. Per sleuf circa 200 m². Omvang bedraagt circa 120 m³. In RE06 is in drie sleuven een sterk verhoogd gehalte aangetoond: 26 van 25-75 cm-mv, 28 van 50-100 cm-mv en 29 van 30-80 cm-mv. Per sleuf circa 200 m². Omvang bedraagt circa 300 m³. In RE07 is in drie sleuven een sterk verhoogd gehalte aangetoond: 31 van 120170 cm-mv, 33 van 15-65 cm-mv en 34 van 90-140 cm-mv. Per sleuf circa 80 m². Omvang bedraagt circa 120 m³. In totaal is de omvang op de gehele onderzoekslocatie van de sterk verontreinigde grond met asbest circa 680 m³. De overige grond is matig tot niet verhoogd met asbest. Vanwege bovenstaande conclusies is in de volgende paragraaf een toetsing saneringscriterium uitgevoerd. 6.3 Toetsing saneringscriterium De risico’s en de noodzaak tot het treffen van sanerings- of beheersmaatregelen zijn beoordeeld volgens de stappen 1 en 2 uit het Protocol Asbest.

Het beoordelingsschema is opgenomen in bijlage 6. Daar asbest heel specifieke chemische en fysische eigenschappen heeft, is voor asbest separaat het ‘Milieuhygiënisch saneringscriterium, protocol asbest’ ontwikkeld (zie bijlage 3 van de circulaire bodemsanering 2013). Het protocol asbest bestaat eveneens uit drie stappen, maar de systematiek voor het uitvoeren van de stappen 2 en 3 is anders dan bij de overige stoffen.

26 (34)

In het geval van een bodemverontreiniging met asbest is het namelijk niet altijd mogelijk om op basis van de resultaten van stap 2 een uitspraak te doen over de risico’s. In een dergelijk geval is het nodig om stap 3 uit te voeren, om op basis van de resultaten daarvan wel een uitspraak over de risico’s te kunnen doen. Voor asbest geldt dat zodra er grond aanwezig is met gewogen gehalten aan asbest boven de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.), onafhankelijk van het volume, er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Op basis van het protocol asbest (zie bijlage 3 van de circulaire bodemsanering 2013) dient dan te worden bepaald of er sprake is van onaanvaardbare risico’s ten gevolge van de bodemverontreiniging met asbest. Het is onbekend wanneer de verontreiniging met asbest is ontstaan. Indien de verontreiniging is ontstaan voor 1 juli 1993, dan betreft het een historisch geval. Is de verontreiniging ontstaan na deze datum, dan is sprake van de ‘zorgplicht’. Het genoemde protocol voor de bepaling van het saneringscriterium is alleen van toepassing bij historische gevallen. Ongeacht de ontstaansgeschiedenis en de spoedige ontwikkeling (en daarmee sanering van de verontreinig) is toch het saneringscriterium doorlopen om de humane risico’s in te schatten.

Stap 1: vaststellen geval van ernstige bodemverontreiniging (volumecriterium niet van toepassing), als binnen een ruimtelijk eenheid de gemiddelde concentratie boven de 100 mg/kg ds ligt. Stap 2: standaard risico beoordeling, er wordt op basis van de contactmogelijkheden met asbestvezels vastgesteld of de aanwezigheid van onaanvaardbare risico’s kan worden weerlegd op basis van de volgende elementen: De situering onder bebouwing of duurzaam en aaneengesloten bedekking. Onder ‘duurzame en aaneengesloten bedekking’ wordt bijvoorbeeld verstaan: asfalt of bestrating. Afdekfolie valt hier niet onder. Niet van toepassing/ De diepte waarop asbest zich bevindt. Als de bodemverontreiniging zich dieper dan 0,5 m beneden maaiveld bevindt (of dieper dan 1,0 m beneden maaiveld bij veel contactmogelijkheden) en er vinden op de locatie geen graafwerkzaamheden plaats tot in de asbesthoudende laag, is er géén sprake van onaanvaardbare risico’s. Er is asbest aangetoond vanaf het maaiveld tot in de ondergrond (2,3 m-mv), in zowel bodem- als puinlagen. Tevens is asbesthoudend materiaal aangetroffen in de bodem. In de nabije toekomst wordt de locatie opnieuw bebouwd, hierbij zullen grondwerkzaamheden plaatsvinden).

27 (34)

De bedekking van de bodem met vegetatie. Als een locatie permanent en volledig bedekt is met gras of vergelijkbare dichte vegetatie en de locatie wordt niet bewerkt of betreden, dan kan er geen verwaaiing plaats vinden en is er géén sprake van onaanvaardbare risico’s. De locatie is grotendeels bedekt met vegetatie. Op basis van de maaiveldinspectie 70 tot 100 % bedekt. Zie ook de foto’s opgenomen in bijlage 4. Gezien de ligging langs het water, geen bebouwing enz. vindt mogelijk verwaaiing plaats. Stap 3: Op de locatie is hecht- en niet hechtgebonden asbest aangetoond, derhalve zijn respirabele vezels bepaald van zowel de toplaag als van een aantal waarin vezels zijn aangetoond. Op basis van deze analyses is in alle RE’s sprake van respirabele vezels. In de RE’s 01 en 02 (toplaag) en 03 en 05 (bovengrond/ondergrond) wordt een gehalte aan respirabele vezels boven de 10 mg/kg d.s. (gewogen) aangetoond. Op basis van deze gegevens is op de onderzoekslocatie sprake van een onaanvaardbaar risico ter plaatse van RE01 t/m RE02 en dient verspreiding tegengegaan te worden. Dit is tevens het advies voor de overige RE’s waar respirabele vezels zijn aangetoond in de toplaag/bovengrond. Ter plaatse van RE03 en 05 is de toetsing indicatief. Hier is sprake van een onaanvaardbaar risico bij eventuele graafwerkzaamheden.

De locatie dient ontoegankelijk te worden gemaakt voor de omgeving (bijvoorbeeld middels bouwhekken). Tevens dienen waarschuwingsborden te worden geplaatst. Aangezien de begroeiing niet volledig is, wordt geadviseerd na te gaan of afdekken (folie/zand) en/of aanvullend inzaaien mogelijk is om eventuele verwaaiing te voorkomen. 6.4 Veiligheidsklasse De veiligheidsaspecten voor werken in of met asbest verontreinigde grond worden beoordeeld op basis van de CROW 400. Een toelichting op de veiligheidsklassen en de maatregelen zijn opgenomen in bijlage 6. De berekende resultaten, zoals weergegeven in de vorige paragraaf, zijn getoetst aan de veiligheidsnormen. Voor de toetsing zijn zowel het gewogen totaalgehalte bovengrens als het totaalgehalte gebruikt. De toetsingsmogelijkheden zijn als volgt:

Asbest in grond

Geen veiligheidsklasse

Beheersmaatregelen: voorkom

Veiligheidsklasse

stofvorming en verslepen bouwstoffen

zwart niet vluchtig

Voor het werken in en met de grond is voor asbest de veiligheidsklasse Zwart niet-vluchtig van toepassing.

28 (34)

De definitieve veiligheidsmaatregelen dienen tevens gebaseerd te worden op chemische parameters, zie daarvoor de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, zoals beschreven in hoofdstuk 2.

29 (34)

7

Samenvatting, conclusie en advies

7.1 Algemeen In opdracht van gemeente Dordrecht heeft Sweco Nederland B.V. een nader asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Maasstraat te Dordrecht (locatie Stadswerven deelgebied G). Aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling van de locatie en de resultaten uit eerder onderzoek. Op de gehele locatie zal een nader onderzoek asbest in grond worden uitgevoerd. De halfverharding op de locatie wordt daarbij als aparte locatie onderzocht. Bij eerder onderzoek zijn met name op het westelijk deel van de landtong respirabele vezels aangetoond. Hier wordt, met name in de toplaag, specifiek onderzoek naar gedaan. Doel van de onderzoekswerkzaamheden is het bepalen van de aard en omvang van de asbestverontreiniging op de onderzoekslocatie en het bepalen van eventuele risico’s richting de omgeving. Tevens is het doel om voldoende informatie te verzamelen ten aanzien van de toekomstige ontwikkelingen op de onderzoekslocatie. Zo breed mogelijk, aangezien de aard van de ontwikkelingen nog niet vaststaat. Doel van het onderzoek naar respirabele vezels is vast te stellen of sprake is van een spoedeisende sanering, zoals bedoeld in bijlage 3 van de circulaire bodemsanering 2013. Daarnaast wordt op basis van dit onderzoek vastgesteld welke voorlopige veiligheidsklassen gelden bij het werken in bodem. 7.2

Samenvatting onderzoeksresultaten

Milieuhygiënisch Van de ondergrond zijn ter plaatse van de (RE01) vanwege mogelijke graafwerkzaamheden een tweetal mengmonsters onderzocht op het standaard pakket grond. In het monster van 0,5-1,4 m-mv (OG01) zijn licht verhoogde gehalten aangetoond aan zink, kwik, lood en PAK. In het monster van 2,0-6,0 m-mv (OG02) zijn licht verhoogde gehalten aangetoond aan PCB, PAK, minerale olie en diverse zware metalen. Indicatief zijn de monsters getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit. Op basis hiervan voldoen beide monsters aan ‘klasse industrie’. PFAS en GenX Voor het PFAS- en GenX-onderzoek zijn een drietal mengmonsters samengesteld van de bovengrond (zand) en een mengmonsters van de ondergrond (kleilaag boven de grondwaterstand). Op basis hiervan zijn alle bovengrondmonsters toepasbaar binnen Zone A en B en zijn herbruikbaar op basis van het landelijk handelingskader binnen klasse ‘wonen/ industrie’ en het zand van monster 03 binnen klasse ‘landbouw/natuur (altijd toepasbaar)’. Het mengmonster van de ondergrond (klei) is toepasbaar binnen zone B en is herbruikbaar op basis van het landelijk handelingskader binnen klasse ‘wonen/industrie’. Niet vormgegeven bouwstoffen Het onderzocht volledige puinmateriaal op de onderzoekslocatie is op basis van het indicatieve samenstelling- en uitloogonderzoek herbruikbaar als niet vormgegeven bouwstof.

30 (34)

Civieltechnische kwaliteit zand Het zand op de onderzoekslocatie voldoet aan de eisen voor zand in aanvulling en/of ophoging. Een monster (RAW6) voldoet tevens aan de eisen voor drainagezand en zand voor zandbed. Asbest Op de locatie zijn inmiddels diverse onderzoeken verricht. Op basis van eerder uitgevoerde onderzoeken is de locatie als asbestverdacht aangeduid. Op de locatie zijn in het verleden interventiewaarde overschrijdingen aan asbest gemeten en tevens respirabele vezels aangetoond. Tijdens onderhavig nader asbestonderzoek zijn over de gehele locatie verspreid asbesthoudende materialen aangetoond in de sleuven, zowel in de puinlagen als de bodem. Op basis van bovenstaande analyses zijn in vier van de zeven RE’s gehalten aangetoond boven de interventiewaarde. De hoogste concentraties worden gemeten in de bovengrond. Naarmate het dieper in de bodem is, zijn de gemeten concentraties lager. In een aantal zintuiglijk schone grondmengmonsters wordt nog asbest aangetoond. Wel ligt de gemeten concentratie ver beneden de interventiewaarde. In de volledige puinlagen (geen bodem) ligt de gemeten concentratie ook lager. Hier zijn geen overschrijdingen van boven de 100 mg/kg ds in aangetoond. Wel zijn plaatselijk concentraties boven 50 mg/kg d.s. gemeten. RE7 RE7 is apart onderzocht om na te gaan of sprake is van een asbest weg (Besluit asbestwegen).

In de puin-/ halfverharding is ligt de concentratie asbest beneden de restconcentratienorm Op basis van deze onderzoeksresultaten is geen sprake van een asbestweg. De onderliggende bodem bevat overigens plaatselijk wel asbest boven de interventiewaarde Van de toplaag zijn voor het meten van respirabele vezels in de contactlaag mengmonster per RE en bodem/puin samengesteld op SEM-analyses. Op basis hiervan zijn in vijf RE’s respirabele vezels aangetoond. De vezels zijn aangetoond in zowel puin- als bodemmonsters. Het hoogste gehalte is aangetoond in RE01 (93 mg/kg d.s.). In RE02 wordt ook het voorgeschreven gehalte van 10 mg/kg d.s. (gewogen) overschreden. Aanvullend zijn SEM-analyses uitgevoerd voor een aantal mengmonsters van diepere lagen onder de toplaag van RE03, RE05 en RE06 vanwege het aantreffen van respirabele vezels in de (meng)monsters. Deze lagen zijn indicatief getoetst aan het voorgeschreven gehalte van 10 mg/kg d.s. (gewogen) in verband met de voorgenomen graafwerkzaamheden. In RE03 en RE05 wordt dit gehalte overschreden. In RE06 is het gehalte 10 mg/kg d.s. (gewogen). Het hoogst gemeten gehalte is gemeten in RE05 in de ondergrond 170 mg/kg d.s. 7.3 Conclusie asbest Op basis van bovenstaande gegevens wordt gesteld dat: Het asbestmateriaal heterogeen aanwezig is in zowel de bodem- als de puinlagen op de locatie tot in de ondergrond (maximale diepte 2,3 m-mv).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/290/documents/10793