CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

77920 - stat Johan de Witt-gym concept gearceerd.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 7 februari 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 15: Vaststellen statutenwijziging Johan de Witt-gymnasium - Raadsvoorstel5.828 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

27 alinea's met “toezicht”: 4 8 11 12 14 15 19 20 23 24 27 28 32 33 35 36 41 42 44 45 48 49 51 52 56 57 61

CONCEPT

Statutenwijziging Stichting Johan de Wittgymnasium te Dordrecht 77920/ARU/mp

Concept d.d. 19 januari 2023

Heden, * tweeduizend drieëntwintig verscheen voor mij, mr. ADRIAAN DE RUITER, notaris te Dordrecht: * handelend als schriftelijk gemachtigde van het bestuur van de stichting: STICHTING JOHAN DE WITT-GYMNASIUM TE DORDRECHT, statutair gevestigd te Gemeente Dordrecht, kantoorhoudende te 3311 LP Dordrecht, Oranjepark 11, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 24372923, hierna te noemen: ‘de Stichting’. De verschenen persoon heeft mij, notaris, het volgende verklaard: INLEIDING 1. De Stichting is opgericht bij notariële akte op zes en twintig januari tweeduizend vijf voor mr. J.H. Jochems, destijds notaris te Dordrecht verleden. 2. De statuten van de Stichting zijn voor het laatst gewijzigd bij notariële akte op negen en twintig augustus tweeduizend negentien verleden voor mij, notaris. 3. Het bestuur van de Stichting heeft op * besloten de statuten te wijzigen. De verschenen persoon is door het bestuur gemachtigd om deze statutenwijziging bij notariële akte vast te leggen. Het stuk waaruit dit blijkt, is aan deze akte vastgemaakt. 4. Het bestuur heeft voor het besluit tot wijziging van de statuten de goedkeuring verkregen van: de raad van toezicht; en de gemeenteraad van de gemeente Dordrecht. De stukken waaruit dit blijkt, zijn aan deze akte vastgemaakt.

STATUTENWIJZIGING Als gevolg van het besluit tot statutenwijziging luiden de statuten met onmiddellijke ingang als volgt: STATUTEN Begripsbepalingen. Artikel 1. In deze statuten wordt verstaan onder: a. gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Dordrecht; b. gemeente: de gemeente Dordrecht; c. stichting: de stichting als bepaald in artikel 2 van deze statuten; d. rector-bestuurder: de functionaris belast met het bestuur van de stichting; Blad 1 van 15

CONCEPT

e.

raad van toezicht: het orgaan van de stichting dat is belast met het interne toezicht f. de school: het Johan de Witt-gymnasium te Dordrecht; g. WVO: Wet op het Voortgezet Onderwijs; h. medezeggenschapsraad: de medezeggenschapsraad van het Johan de Wittgymnasium als bedoeld in artikel 3 van de Wet medezeggenschap op scholen. Naam, zetel en duur. Artikel 2. 1. De stichting draagt de naam: Stichting Johan de Witt-gymnasium te Dordrecht. 2. De stichting heeft een openbaar karakter en heeft haar zetel in de gemeente Dordrecht. 3. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. Doel. Artikel 3. De stichting heeft ten doel het geven en bevorderen van openbaar gymnasiaal onderwijs aan het Johan de Witt-gymnasium en draagt in dat kader bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden, zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden, zoals aangegeven in artikel 42 van de WVO. De stichting oefent met uitzondering van de besluitvorming over de opheffing van het Johan de Witt-gymnasium alle taken en bevoegdheden van het bevoegd gezag uit. Middelen. Artikel 4. De stichting tracht haar doel te verwezenlijken door: a. het in stand houden van het Johan de Witt-gymnasium; b.

het samenwerken met andere scholen, overheden, organisaties en/of personen die eenzelfde dan wel aanverwant doel nastreven; c. het gebruik van alle andere wettige middelen die bevorderlijk kunnen zijn voor het doel van de stichting. Financiële middelen. Artikel 5. Het vermogen van de stichting bestaat uit: a. het bij de oprichting voor het doel van de stichting bestemde bedrag en de opbrengsten daarvan; b. rijksbijdragen en andere subsidies; c. ouder- en andere bijdragen; d. inkomsten uit cursussen; e. schenkingen, erfstellingen en legaten. Erfstellingen kunnen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving; Blad 2 van 15

CONCEPT

f. alle andere baten. Organisatie van de stichting Artikel 6. De stichting kent als organen: a. de raad van toezicht; b. de rector-bestuurder. RAAD VAN TOEZICHT Samenstelling en benoeming Artikel 7. 1. De raad van toezicht bestaat uit vijf leden. Slechts natuurlijke personen kunnen lid zijn van de raad van toezicht. 2. De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de gemeenteraad. De gemeenteraad benoemt: a. twee leden op bindende voordracht van de oudergeleding van de medezeggenschapsraad; b. drie leden op bindende voordracht van de raad van toezicht. 3. De voorzitter wordt benoemd door de gemeenteraad. De raad van toezicht benoemt uit zijn midden een plaatsvervanger voor de voorzitter. 4. De voordrachten vinden plaats aan de hand van een door de raad van toezicht, na verkregen advies van de gemeenteraad, de medezeggenschapsraad en de rector-bestuurder, vast te stellen openbare werving- en selectieprocedure en profielschets. De profielschets van de raad van toezicht is zodanig dat de samenstelling van de raad van toezicht als geheel op basis van de profielschets bijdraagt aan de verankering van de stichting in de samenleving. 5. De gemeenteraad kan om zwaarwegende redenen de voordrachten genoemd in lid 2 afwijzen. Alsdan wordt degene die tot een voordracht is bevoegd, in de gelegenheid gesteld een nieuwe bindende voordracht te doen. 6.

De leden van de raad van toezicht onderschrijven de uitgangspunten en doelstellingen van het openbaar onderwijs. 7. De leden van de raad van toezicht worden voor vier jaar benoemd. De leden kunnen na afloop van hun eerste zittingsperiode terstond, maar ten hoogste éénmaal aansluitend voor vier jaar worden herbenoemd. Een lid van de raad van toezicht dat tussentijds is benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden. 8. Leden van de raad van toezicht ontvangen een vergoeding ter hoogte van tien procent (10%) en de voorzitter ter hoogte van vijftien procent (15%) van de maximumvergoeding die raadsleden van de gemeente Dordrecht op jaarbasis ontvangen op basis van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. De vergoeding wordt maandelijks aan de leden van de raad van toezicht betaalbaar gesteld. 9. Jaarlijks evalueert de raad van toezicht zijn eigen functioneren, het functioneren van de rector-bestuurder en de relatie tussen de raad van toezicht en de rectorBlad 3 van 15

CONCEPT

bestuurder. De wijze waarop de evaluatie plaatsvindt kan nader worden uitgewerkt in het reglement raad van toezicht. Taken en bevoegdheden Artikel 8. 1. De raad van toezicht heeft tot taak integraal toezicht te houden op de verwezenlijking van de doelstelling van de stichting, het beleid van de rectorbestuurder en op de algemene gang van zaken in de stichting en de school. De raad van toezicht staat de rector-bestuurder met raad terzijde, fungeert als klankbord en kan de rector-bestuurder gevraagd en ongevraagd adviseren. 2. Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting en de school, daaronder mede begrepen het belang van de gemeenteraad om te voorzien in voldoende openbaar onderwijs. 3. De taken en bevoegdheden van de raad van toezicht zijn zodanig dat de raad van toezicht een deugdelijk en onafhankelijk intern toezicht kan uitoefenen. De raad van toezicht houdt in ieder geval toezicht op het functioneren van de rector-bestuurder en het naleven door de rector-bestuurder van de voor de stichting wettelijke verplichtingen, de voor de sector geldende branchecode voor goed bestuur en eventuele afwijkingen van die code. 4. De raad van toezicht is voorts in elk geval belast met: a. het beslissen over goedkeuringsverzoeken van de rector-bestuurder als bedoeld in artikel 16 leden 4 en 5; b.

het aanwijzen van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die verslag uitbrengt aan de raad van toezicht; c. het jaarlijks, middels het jaarverslag, afleggen van verantwoording over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden van de raad van toezicht, bedoeld in de leden 1, 3, 4 en 5 van dit artikel; d. het nemen van de maatregelen die zij nodig acht om in de continuïteit van de rector-bestuurder te voorzien indien en zodra de rector-bestuurder zijn functie niet kan uitoefenen. 5. De raad van toezicht ziet toe op de rechtmatige verwerving en de doelmatige, efficiënte en rechtmatige bestemming en aanwending van financiële middelen van de stichting. 6. De raad van toezicht voert tenminste tweemaal per schooljaar een overleg met de medezeggenschapsraad. 7. De raad van toezicht kan zich in zijn vergaderingen door deskundigen met een adviserende stem laten bijstaan. De rector-bestuurder verstrekt de raad van toezicht gevraagd en ongevraagd alle informatie omtrent alle onderwerpen de stichting betreffende die voor een goed functioneren van de raad van toezicht naar het oordeel van de raad van toezicht nodig of dienstig zijn. De raad van toezicht kan ter zake nadere regels stellen.

Blad 4 van 15

CONCEPT

8.

De rector-bestuurder stelt ten minste een keer per jaar de raad van toezicht schriftelijk op de hoogte van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, van de algemene en financiële risico’s en van de gebruikte beheers- en controlesystemen. 9. De raad van toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de stichting; de raad van toezicht heeft te allen tijde toegang tot alle bij de stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen. Schorsing, ontslag, defungeren en ontstentenis Artikel 9. 1. De leden van de raad van toezicht kunnen op voordracht van de raad van toezicht door de gemeenteraad worden geschorst en ontslagen. Tevens kan een lid van de raad van toezicht worden geschorst door de raad van toezicht zelf. Een besluit tot het voordragen van een lid van de raad van toezicht voor ontslag of schorsing of tot schorsing door de raad van toezicht als bedoeld in de vorige volzin vindt plaats bij een besluit genomen door twee/derde van de stemgerechtigde leden. Het lid dat wordt voorgedragen voor ontslag of schorsing of ten aanzien waarvan de raad van toezicht het voornemen heeft tot schorsing over te gaan als bedoeld in de eerste volzin, is daarbij niet stemgerechtigd. 2. Een lid van de raad van toezicht kan slechts worden geschorst of ontslagen indien sprake is van: a.

verwaarlozing van zijn taak of onvoldoende functioneren; b. onverenigbaarheid van functies of belangen; c. wijziging van de omstandigheden of andere redenen op grond waarvan zijn handhaving als lid van de raad van toezicht redelijkerwijs niet van de stichting kan worden verlangd. 3. Indien een lid van de raad van toezicht is geschorst, dient binnen drie maanden na ingang van de schorsing te worden besloten tot ontslag van het lid van de raad van toezicht dan wel tot opheffing of verlenging van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing. Een besluit tot verlenging van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden verlengd voor drie maanden, ingaande op de dag waarop het besluit tot verlenging is genomen. 4. Een lid van de raad van toezicht dat is geschorst, wordt in de gelegenheid gesteld zich jegens de gemeenteraad te verantwoorden en zich daarbij door een raadsman te laten bijstaan. Een besluit tot ontslag wordt niet genomen dan nadat het lid van de raad van toezicht over wiens ontslag wordt besloten vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord. 5. Een lid van de raad van toezicht defungeert voorts: a. door het verlies van het vrije beheer of de vrije beschikking over zijn vermogen; Blad 5 van 15

CONCEPT

b. c.

door zijn vrijwillig of periodiek aftreden; door het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming; d. door zijn ontslag, daaronder begrepen het ontslag vanwege de constatering dat sprake is van een onverenigbaarheid als bedoeld in artikel 19; e. door zijn overlijden. 6. In geval van vacatures behoudt de raad van toezicht zijn bevoegdheden, onverminderd de verplichting om onverwijld maatregelen tot aanvulling van zijn ledental te nemen. 7. In geval van ontstentenis of belet van één of meer leden van de raad van toezicht nemen de overblijvende leden, of neemt het overblijvende lid, de volledige taken van de raad van toezicht waar. Een niet voltallige raad van toezicht blijft volledig bevoegd. Onder belet wordt in elk geval verstaan schorsing en het geval waarin om welke reden ook gedurende een aaneengesloten periode van minimaal tweeënzeventig uur door de stichting, de rector-bestuurder of een lid van de raad van toezicht geen contact met een lid van de raad van toezicht kan worden verkregen, met dien verstande dat de raad van toezicht kan besluiten dat een andere periode van toepassing is. 8.

In geval van ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht wordt door de Commissie Toezicht Openbaar Onderwijs een persoon aangewezen die tijdelijk met het toezicht op de stichting is belast, alsook gehouden is zorg te dragen voor het voordragen van personen tot benoeming als lid van de raad van toezicht aan de gemeenteraad, een en ander tot de gemeenteraad conform het bepaalde in artikel 7 lid 2 in benoeming van nieuwe leden van de raad van toezicht heeft voorzien. Vergaderfrequentie Artikel 10. 1. De raad van toezicht vergadert ten minste viermaal per jaar. De raad van toezicht vergadert voorts zo dikwijls als de voorzitter dit gewenst acht, dan wel ten minste twee leden van de raad van toezicht daarom verzoeken. Indien aan een dergelijk verzoek niet binnen veertien dagen is voldaan dan wel de vergadering naar verwachting niet binnen een redelijke termijn zal plaatsvinden, zijn de verzoekers zelf bevoegd een vergadering bijeen te roepen, die zo nodig zelf in haar leiding kan voorzien. De raad van toezicht vergadert bovendien op verzoek van de rector-bestuurder. 2. De oproeping geschiedt schriftelijk en wel op een termijn van ten minste vijf dagen, de dag van de vergadering en de dag van de oproeping niet meegerekend. In spoedeisende gevallen kan hiervan afgeweken worden, indien alle leden van de raad van toezicht hiermee instemmen.

De oproeping gaat vergezeld van een agenda waarop plaats, tijdstip en te behandelen onderwerpen van de vergadering vermeld zijn. Van de vergaderingen wordt een Blad 6 van 15

CONCEPT

verslag opgesteld. Vergaderingen van de raad van toezicht worden bijgewoond door de rectorbestuurder, tenzij de raad van toezicht anders besluit. De rector-bestuurder heeft in die vergadering een adviserende stem. De raad van toezicht vergadert tenminste éénmaal per jaar buiten de aanwezigheid van de rector-bestuurder. Vergaderingen ter bespreking van het eigen functioneren van de raad van toezicht, het functioneren van de rector-bestuurder, of de honorering van de rector-bestuurder, vinden in beginsel plaats buiten de aanwezigheid van de rector-bestuurder, tenzij de raad van toezicht anders besluit. 4. Ieder lid van het bestuur is bevoegd om ter vergadering voor te stellen een onderwerp aan de agenda toe te voegen. De raad van toezicht beslist of en zo ja in hoeverre, aan dit voorstel gevolg wordt gegeven. Quorum Artikel 11. 1. De vergadering van de raad van toezicht vindt geen doorgang indien niet ten minste de helft van het aantal in functie zijnde leden van de raad van toezicht aanwezig en/of vertegenwoordigd is. 2. In geval een vergadering op grond van het eerste lid geen doorgang kan vinden, belegt de voorzitter binnen veertien dagen een nieuwe vergadering. 3.

Indien wegens het ontbreken van het quorum op grond van het bepaalde in het tweede lid een nieuwe vergadering is belegd, beraadslagen en besluiten de aanwezige leden over de onderwerpen die voor de eerste vergadering aan de orde waren gesteld, ongeacht het aantal leden dat aanwezig is. 4. Een lid van de raad van toezicht kan aan een lid van de raad van toezicht schriftelijk volmacht verlenen om zich in de vergadering te laten vertegenwoordigen. Een elektronisch vastgelegde volmacht geldt als een schriftelijke volmacht. Een lid van de raad van toezicht kan niet meer dan één mede lid van de raad van toezicht in de vergadering vertegenwoordigen. Stemmen Artikel 12. 1. Tenzij de statuten anders bepalen, worden alle besluiten genomen bij gewone meerderheid van stemmen. Een blanco uitgebrachte stem geldt als een niet uitgebrachte stem. 2. Over personen wordt schriftelijk gestemd, over zaken mondeling. 3. Indien de stemmen staken bij een stemming, niet een benoeming betreffende, wordt het nemen van een besluit tot een volgende vergadering uitgesteld, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Indien bij herstemming de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. 4. Wordt bij stemming over personen, een benoeming betreffende, bij eerste stemming geen meerderheid verkregen, dan zal een nieuwe stemming plaats hebben.

Indien dan ook geen meerderheid verkregen wordt, zal bij een tussenstemming worden beslist tussen welke personen zal worden herstemd. 3.

Blad 7 van 15

CONCEPT

Staken bij een tussenstemming of herstemming de stemmen, dan beslist het lot. 5. De raad van toezicht is bevoegd zowel in als buiten vergadering besluiten te nemen. In het laatste geval is daartoe vereist, dat de leden van de raad van toezicht zoveel mogelijk in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk hun mening te uiten en dat alle in functie zijnde leden van de raad van toezicht zich ten gunste van het voorstel hebben uitgesproken. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden een verslag opgemaakt dat na ondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd. 6. Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de beraadslagingen en de besluitvorming als hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Wanneer de raad van toezicht hierdoor geen besluit kan nemen, is het betreffende lid van de raad van toezicht toch bevoegd om deel te nemen aan de beraadslagingen en de besluitvorming en is de raad van toezicht bevoegd om het besluit op deze wijze te nemen. De raad van toezicht legt dan schriftelijk vast welke overwegingen aan het besluit ten grondslag liggen. Openbaarheid van vergaderingen Artikel 13. De vergaderingen van de raad van toezicht zijn in beginsel niet openbaar, tenzij de wet daartoe verplicht.

Dit geldt op dezelfde wijze voor het verslag dat van de vergadering wordt gemaakt. Dit verslag wordt in beginsel niet openbaar gemaakt, tenzij de wet hiertoe verplicht of de raad van toezicht anders beslist. RECTOR -BESTUURDER Benoeming Artikel 14. 1. De rector-bestuurder wordt benoemd door de raad van toezicht. Benoeming vindt plaats aan de hand van een door de raad van toezicht, na verkregen advies van de medezeggenschapsraad, vast te stellen openbare werving- en selectieprocedure en profielschets. 2. De rector-bestuurder onderschrijft de uitgangspunten en doelstellingen van het openbaar onderwijs. 3. De rector-bestuurder wordt benoemd voor de duur van zijn arbeidsovereenkomst. De vaststelling van het salaris en de regeling van de overige arbeidsvoorwaarden van de rector-bestuurder geschiedt door de raad van toezicht. Bij de vaststelling van de bezoldiging en overige arbeidsvoorwaarden wordt aangesloten bij de voor bestuurders in de sector geldende normen. 4. De rector-bestuurder wordt periodiek beoordeeld door de raad van toezicht. De wijze waarop deze beoordeling plaatsvindt, kan nader worden uitgewerkt in het bestuursreglement als bedoeld in artikel 17. Blad 8 van 15

CONCEPT

Schorsing en ontslag; defungeren, belet en ontstentenis Artikel 15. 1. De raad van toezicht schorst en ontslaat de rector-bestuurder. Een besluit tot ontslag wordt slechts genomen na verkregen advies van de medezeggenschapsraad. 2. Indien de rector-bestuurder is geschorst, dient de raad van toezicht binnen drie maanden na ingang van de schorsing te besluiten tot ontslag dan wel tot opheffing of verlenging van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing. Een besluit tot verlenging van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden verlengd voor drie maanden, ingaande op de dag waarop de raad van toezicht het besluit tot verlenging heeft genomen. 3. De rector-bestuurder die is geschorst, wordt in de gelegenheid gesteld zich in de vergadering van de raad van toezicht te verantwoorden en zich daarbij door een raadsman te laten bijstaan. Een besluit tot ontslag wordt niet genomen dan nadat de rector-bestuurder over wiens ontslag wordt besloten vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord. 4. De rector-bestuurder defungeert voorts: a. door het verlies van het vrije beheer of de vrije beschikking over zijn vermogen; b. door zijn vrijwillig aftreden; c. door het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming; d.

door zijn ontslag door de rechtbank; e. door zijn overlijden. 5. Ingeval van ontstentenis of belet van de rector-bestuurder berust het bestuur tijdelijk bij één of meer door de raad van toezicht aan te wijzen personen, niet zijnde een lid van de raad van toezicht, onverminderd de verplichting voor de raad van toezicht zo spoedig mogelijk in het bestuur te voorzien. Taken en bevoegdheden Artikel 16. 1. De rector-bestuurder is belast met het besturen van de stichting, onder toezicht van de raad van toezicht. Aan de rector-bestuurder komen in de stichting alle taken en bevoegdheden toe, die tot het bevoegd gezag behoren en die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen. 2. Bij de vervulling van zijn taken en bevoegdheden richt de rector-bestuurder zich naar het doel en het belang van de stichting, de scholen en het belang van de samenleving, daaronder mede begrepen het belang van de gemeenteraad om te voorzien in voldoende openbaar onderwijs. 3. De rector-bestuurder neemt bij de vervulling van zijn taak de wettelijke verplichtingen als bedoeld in de WVO en de Wet medezeggenschap op scholen, alsmede de voor de sector geldende branchecode goed bestuur en de Blad 9 van 15

CONCEPT

4.

5.

6.

afwijkingen daarvan in acht. De rector-bestuurder heeft de voorafgaande goedkeuring nodig van de raad van toezicht voor het nemen van besluiten tot: a. de vaststelling van de begroting en het jaarverslag, het (strategisch) schoolplan met jaarplannen voor de uitvoering; b. het stichten, fuseren en overnemen van scholen en het ontbinden of fuseren van de stichting; c. eigen aangifte van faillissement of surseance van betaling; d. het aangaan of verbreken van duurzame strategische samenwerkingsrelaties met andere rechtspersonen of deelnemingen in andere rechtspersonen; e. het verkrijgen, wijzigen of beëindiging van een deelneming of zeggenschap in een andere rechtspersoon en het oprichten van een andere rechtspersoon, alsmede de vaststelling en wijziging van diens statuten; f. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek. g. het doorvoeren van een belangrijke wijziging in de organisatie van de schooldirectie; h. het aangaan van (financiële) verplichtingen en het doen van bestedingen en investeringen die niet zijn voorzien in de goedgekeurde begroting en die een in het bestuursreglement als bedoeld in artikel 17 te bepalen bedrag te boven gaan; i. de vaststelling en wijziging van de statuten, het bestuursreglement, managementstatuut, reglement medezeggenschapsraad en de klachtenregeling; j.

het verlenen van een volmacht als bedoeld in het tweede lid van artikel 18. De raad van toezicht is bevoegd ook andere besluiten aan zijn goedkeuring te onderwerpen. Die andere besluiten moeten duidelijk worden omschreven en schriftelijk aan de rector-bestuurder worden meegedeeld. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan tegen en door derden geen beroep worden gedaan. De rector-bestuurder heeft voorts de voorafgaande goedkeuring nodig van de raad van toezicht voor het nemen van besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en/of bezwaren van registergoederen/huisvesting, en/of huur dan wel lease van registergoederen/huisvesting en besluiten tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan tegen derden een beroep worden gedaan. Indien sprake is van een besluit waarbij de rector-bestuurder een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat mogelijk tegenstrijdig is met het belang van Blad 10 van 15

CONCEPT

de stichting en de met haar verbonden organisatie, wordt het besluit genomen door de raad van toezicht. Bestuursreglement Artikel 17. De rector-bestuurder stelt een bestuursreglement vast, zulks met inachtneming van het bepaalde in het vierde lid van artikel 16. In het bestuursreglement worden de zaken geregeld die relevant zijn voor de verhouding tussen de raad van toezicht en de rector-bestuurder. Het bestuursreglement mag geen bepalingen bevatten in strijd met deze statuten. Vertegenwoordiging Artikel 18. 1. De stichting wordt vertegenwoordigd door de rector-bestuurder. 2. Krachtens een besluit van de rector-bestuurder kan andere personen een volmacht worden verleend om de stichting te vertegenwoordigen, zulks met inachtneming van het bepaalde in het vierde lid van artikel 16. De gevolmachtigde vertegenwoordigt de stichting met inachtneming van de grenzen van zijn volmacht. 3. De in het eerste lid van dit artikel opgenomen bevoegdheid van de rectorbestuurder tot vertegenwoordiging van de stichting bestaat ook als tussen de stichting en de rector-bestuurder een tegenstrijdig belang bestaat. 4. Als een handeling wordt verricht in strijd met het bepaalde in artikel 16 lid 5 kan de stichting daarbij niet rechtsgeldig worden vertegenwoordigd. Onverenigbaarheden Artikel 19. 1. a.

Lid van de raad van toezicht kunnen niet zijn personen, hun levens- en/of liefdespartner en in principe hun bloedverwanten tot de tweede graad: 1) wiens kinderen zijn ingeschreven bij het Johan de Wit-gymnasium 2) die in dienst zijn van de stichting, of die regelmatig in of ten behoeve van de aan de stichting verbonden instellingen betaalde diensten verrichten; 3) die zitting hebben in een medezeggenschapsraad en/of klachtencommissie verbonden aan een van de instellingen van de stichting; 4) die als bestuurder verbonden zijn aan of in dienst zijn van een organisatie welke betrokken is bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de medewerkers; 5) die een zodanige andere functie bekleden dat het lidmaatschap van de raad van toezicht kan leiden tot onverenigbaarheid dan wel strijdigheid van deze functie met het belang van de stichting dan wel tot ongewenste vermenging van belangen. b. Leden van de raad van toezicht evenals hun levens- en/of liefdespartner en bloedverwanten tot de tweede graad mogen geen enkel rechtstreeks of zijdelings persoonlijk voordeel genieten uit leveringen aan of overeenkomsten met de stichting. Blad 11 van 15

CONCEPT

2.

De rector-bestuurder of een lid van de raad van toezicht mag niet: a. als advocaat, gemachtigde of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de stichting dan wel ten behoeve van de wederpartij van stichting; b. als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten met de stichting of in die hoedanigheid deelnemen aan het Decentraal Georganiseerd Overleg; c. als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van overeenkomsten met de stichting; d. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende: het aannemen van werk ten behoeve van de stichting en het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de stichting, zulks onverminderd de situatie dat de rectorbestuurder geen dienstbetrekking maar een overeenkomst tot opdracht heeft; het doen van leveranties aan de stichting; het verhuren van roerende zaken aan de stichting; het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de stichting; het van de stichting verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; het huren van de stichting. Geheimhouding van stukken Artikel 20. 1.

De rector-bestuurder en de raad van toezicht kunnen omtrent het in de vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan hem zijn of worden voorgelegd, geheimhouding opleggen. 2. De ingevolge het voorgaande lid opgelegde geheimhouding wordt zowel door degenen die bij de behandeling aanwezig waren, alsmede door degenen die op andere wijze van het behandelde en van de stukken kennis nemen, in acht genomen, totdat de rector-bestuurder respectievelijk de raad van toezicht de geheimhouding opheft. Reglementen Artikel 21. Zaken betreffende de interne aangelegenheden van de stichting kunnen door de rector-bestuurder geregeld worden in een reglement. Een reglement mag geen bepalingen bevatten in strijd met de wet, deze statuten of het bestuursreglement als bedoeld in artikel 17. Verantwoording Artikel 22. 1. De rector-bestuurder brengt jaarlijks aan de raad van toezicht en aan de gemeenteraad verslag uit omtrent zijn werkzaamheden. De rector-bestuurder besteedt daarbij in ieder geval aandacht aan de wezenskenmerken van het Blad 12 van 15

CONCEPT

openbaar onderwijs zoals aangegeven in artikel 42 van de WVO. De gemeenteraad oefent de taken uit welke haar zijn toegekend in onder andere de artikelen 42 a en 42 b van de WVO en in deze statuten. Met het oog op deze taken heeft de gemeenteraad een Verordening vaststelling begroting en jaarrekening vastgesteld, hierna te noemen: de Verordening, en een Commissie Toezicht op het Openbaar Onderwijs ingesteld, hierna te noemen: de CTOO. De werkwijze van de CTOO is vastgelegd in het Werkdocument Commissie van Toezicht op het Openbaar Onderwijs in de gemeente Dordrecht, hierna te noemen: het Werkdocument. Voor de wijze en frequentie van verslaglegging door de rector-bestuur aan de gemeenteraad of de CTOO, casu quo de wijze en frequentie van het afleggen van verantwoording door de rector-bestuur aan de gemeenteraad of de CTOO, alsmede de wijze en frequentie van overleg of informatie-uitwisseling tussen de gemeenteraad, de CTOO, de rector-bestuurder en de raad van toezicht, gelden de bepalingen die zijn vastgelegd in de Verordening en het Werkdocument, of de regelingen die daarvoor in de plaats komen. 3. De gemeenteraad is in geval van ernstige taakverwaarlozing door de rectorbestuurder of functioneren in strijd met de wet, bevoegd zelf te voorzien in het bestuur van de school en zo nodig de stichting te ontbinden.

De gemeenteraad biedt, alvorens zij overgaat tot het nemen van maatregelen als bedoeld in de vorige volzin, de raad van toezicht de gelegenheid in overleg te treden met de gemeenteraad om de mogelijkheden te verkennen en eventueel uit te voeren die noodzakelijk zijn om de gerezen bezwaren tegen het door de rectorbestuurder gevoerde beleid of functioneren op andere wijze weg te nemen. Begroting, jaarverslag en jaarrekening Artikel 23. 1. Het boekjaar van de stichting loopt van één januari tot en met eenendertig december. 2. De rector-bestuurder biedt jaarlijks vóór één november een ontwerp van de begroting met toelichting voor het komende jaar van de baten en de lasten van de activiteiten ter goedkeuring aan de raad van toezicht aan. Indien vóór één februari van het jaar waarvoor de begroting geldt de begroting niet is goedgekeurd, neemt de raad van toezicht de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijs aan de school te waarborgen. Een afschrift van de vastgestelde begroting wordt door de rector-bestuurder, ter voldoening aan het bepaalde in de Verordening vaststelling begroting en jaarrekening van de gemeente Dordrecht, toegezonden aan de gemeenteraad. 3. Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken van de stichting afgesloten.

Daaruit wordt door de rector-bestuurder een balans en een staat van baten en lasten over het afgelopen boekjaar opgemaakt welke jaarstukken vergezeld worden van een rapport van een accountant binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar. De accountant brengt gelijkelijk aan de rector-bestuurder en de 2.

Blad 13 van 15

CONCEPT

raad van toezicht verslag uit over zijn bevindingen. De jaarstukken worden binnen zes maanden na afloop van het boekjaar door de rector-bestuurder vastgesteld na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en ten blijke daarvan door de rector-bestuurder en alle leden van de raad van toezicht ondertekend. Ontbreekt de handtekening van één van deze personen, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gedaan. Het besluit tot goedkeuring van de jaarstukken strekt tot decharge. Een afschrift van de vastgestelde en ondertekende jaarstukken, met inbegrip van het rapport van de accountant, wordt door de rector-bestuurder, ter voldoening aan het bepaalde in de Verordening vaststelling begroting en jaarrekening van de gemeente Dordrecht, toegezonden aan de gemeenteraad. 5. De rector-bestuurder is verplicht de in de vorige twee leden van dit artikel bedoelde bescheiden ten minste zeven jaren lang te bewaren. Statutenwijziging en ontbinding Artikel 24. 1 De rector-bestuurder is slechts met goedkeuring van de raad van toezicht en de gemeenteraad bevoegd de statuten te wijzigen. 2. Een besluit van de raad van toezicht tot goedkeuring van het voorgenomen besluit tot wijziging van de statuten vereist een besluit van tenminste tweederde van de stemmen in een vergadering waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig zijn.

Indien in deze vergadering niet alle leden van de raad van toezicht aanwezig zijn, zal binnen één maand na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeengeroepen, waarin ongeacht het ter vergadering aanwezige aantal leden het besluit met tenminste tweederde van de stemmen over een zodanig voorstel kan worden genomen. 3. Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot (goedkeuring van de) statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste tien dagen. 4. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. De rector-bestuurder is bevoegd gemelde notariële akte te (doen) verlijden. De rector-bestuurder is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen bij het door de Kamers van Koophandel gehouden handelsregister. 5. Mutatis mutandis geldt het bepaalde in dit artikel voor het besluit tot (het aanvaarden van) een bestuursoverdracht, samenvoeging, splitsing, juridische fusie of juridische splitsing. Ontbinding en vereffening Artikel 25. 1.

Met betrekking tot het besluit tot ontbinding van de stichting is het bepaalde in het direct voorafgaande artikel van deze statuten van overeenkomstige 4.

Blad 14 van 15

CONCEPT

toepassing. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan, voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. 3. Bij ontbinding van de stichting is de rector-bestuurder met de vereffening belast, tenzij de raad van toezicht anders besluit. 4. Gedurende de vereffening blijven deze statuten van kracht voor zover dat met de vereffening verenigbaar is. De vereffenaars leggen rekening en verantwoording af aan de gemeenteraad. 5. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende zeven jaren berusten onder degene die daartoe door de vereffenaar(s) is aangewezen. Slotbepaling. Artikel 26. In alle gevallen de stichting betreffende waarin deze statuten niet voorzien, beslist de rector-bestuurder na daarover overleg te hebben gevoerd met de raad van toezicht. BIJLAGEN Aan deze akte zijn de volgende stukken vastgemaakt: notulen vergadering bestuur; goedkeurend besluit raad van toezicht; goedkeurend besluit gemeenteraad gemeente Dordrecht. SLOT De verschenen persoon is mij, notaris, bekend. De zakelijke inhoud van deze akte is aan de verschenen persoon opgegeven en toegelicht. Ook is gewezen op de gevolgen die voor de verschenen persoon uit de inhoud van deze akte voortvloeien.

De verschenen persoon heeft verklaard op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen, tijdig voor het verlijden van deze akte het ontwerp van deze akte te hebben ontvangen, van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen en met de inhoud daarvan in te stemmen. Onmiddellijk na beperkte voorlezing is deze akte te Dordrecht op de datum in het hoofd van deze akte vermeld door de verschenen persoon en vervolgens door mij, notaris, ondertekend. 2.

Blad 15 van 15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/553/documents/21735