77463 - statw St v Openbaar Onderwijs in Ddt 25-11-2021 met arcering.pdf
Tekst van het document
CONCEPT
Statutenwijziging Stichting voor Openbaar Onderwijs in Dordrecht 77463/ARU/mp Concept d.d. 25 november 2021 Heden, * tweeduizend een en twintig verscheen voor mij, *, notaris te Dordrecht: *, werkzaam ten kantore van mij notaris, 3311 JG Dordrecht, Burgemeester de Raadtsingel 31, te dezen handelend als schriftelijk gemachtigde van het bestuur van de stichting: STICHTING VOOR OPENBAAR ONDERWIJS IN DORDRECHT, statutair gevestigd te Dordrecht, kantoorhoudende te 3318 AN Dordrecht, Overkampweg 125, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 24349808, hierna te noemen: ‘de Stichting’. De verschenen persoon heeft mij, notaris, het volgende verklaard: INLEIDING 1. De Stichting is opgericht bij notariële akte op twee en twintig mei tweeduizend drie voor mr. J.H. Jochems, destijds notaris te Dordrecht verleden. 2. De statuten van de Stichting zijn voor het laatst gewijzigd bij notariële akte op tien augustus tweeduizend twaalf verleden voor mij, notaris. 3. Het bestuur van de Stichting heeft op * tweeduizend een en twintig besloten de statuten te wijzigen. *De verschenen persoon is door het bestuur gemachtigd om deze statutenwijziging bij notariële akte vast te leggen.* Het stuk waaruit dit blijkt, is aan deze akte vastgemaakt. 4. Het bestuur heeft voor het besluit tot wijziging van de statuten de goedkeuring verkregen van de raad van toezicht.
Het stuk waaruit dit blijkt, is aan deze akte vastgemaakt. 5. Het bestuur heeft voor het besluit tot wijziging van de statuten de goedkeuring verkregen van de gemeenteraad van de gemeente Dordrecht. Het stuk waaruit dit blijkt, is aan deze akte vastgemaakt. STATUTENWIJZIGING Als gevolg van het besluit tot statutenwijziging luiden de statuten met onmiddellijke ingang als volgt: STATUTEN Begripsbepalingen Artikel 1 In deze statuten wordt verstaan onder: a. de gemeenteraad: de raad van de gemeente Dordrecht; b. het college van burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dordrecht; c. de stichting:de stichting als bepaald in artikel 2 van deze statuten; Blad 1 van 14
CONCEPT
d.
raad van toezicht: de door de gemeenteraad benoemde raad van toezicht als bepaald in artikel 10 van deze statuten; e. college van bestuur: het door de raad van toezicht benoemde bestuur als bepaald in artikel 6 van deze statuten; f. algemene directie: het orgaan bestaande uit de locatiedirecteuren van de school, dat onder voorzitterschap staat van de voorzitter van het college van bestuur; g. school: het Stedelijk Dalton Lyceum, openbare scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs te Dordrecht; h. WVO: de Wet op het voortgezet onderwijs; i. medezeggenschapsraad: de medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 3 van de Wet medezeggenschap op scholen; Naam, zetel en duur Artikel 2 1. De stichting draagt de naam: Stichting voor Openbaar Onderwijs in Dordrecht. 2. De stichting heeft een openbaar karakter en heeft haar zetel in de gemeente Dordrecht. Doel Artikel 3 De stichting heeft ten doel het doen geven van openbaar voortgezet onderwijs aan de school/scholen die onder haar gezag vallen, zoals aangegeven in artikel 42 van de WVO. De stichting is een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) en heeft geen winstoogmerk. Middelen Artikel 4 De stichting tracht haar doel te verwezenlijken door: a. het in stand houden van scholen voor openbaar voortgezet onderwijs; b.
het samenwerken met andere scholen, overheden, organisaties en/of personen die eenzelfde dan wel aanverwant doel nastreven; c. het gebruik van alle wettige middelen die bevorderlijk kunnen zijn voor het doel van de stichting. Vermogen Artikel 5 Het vermogen van de stichting bestaat uit: a. rijksbijdragen en andere subsidies; b. ouder- en andere bijdragen; c. inkomsten uit cursussen; d. schenkingen, erfstellingen en legaten. Erfstellingen kunnen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving; e. alle andere baten. COLLEGE VAN BESTUUR. Blad 2 van 14
CONCEPT
Artikel 6 1. De stichting wordt bestuurd door een college van bestuur, bestaande uit een door de raad van toezicht te bepalen aantal van ten hoogste twee natuurlijke personen. 2. De leden van het college van bestuur worden benoemd door de raad van toezicht. De raad van toezicht benoemt de voorzitter van het college van bestuur. 3. Het college van bestuur kan onderling vaststellen welk lid met welke taak meer in het bijzonder zal zijn belast. Een zodanige taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden van het college van bestuur voor het gehele bestuur onverlet. 4. Bij de samenstelling van het college van bestuur wordt, onverminderd het in de volgende leden bepaalde, gelet op diverse facetten die de aandacht van het college van bestuur vragen waarbij het college van bestuur in ieder geval wordt samengesteld op basis van algemene bestuurlijke kwaliteiten, affiniteit met de doelstelling van de stichting en met een spreiding van deskundigheden en achtergronden. De aandachtspunten met betrekking tot de van een lid van het college van bestuur gevraagde deskundigheid en achtergrond worden in algemene zin vastgesteld door de raad van toezicht in een profielschets.
De raad van toezicht kan - indien overgegaan moet worden tot de vervulling van een vacature - besluiten tot een aanvulling dan wel een nadere detaillering van de vereiste kwaliteiten en eigenschappen voor de betreffende zetel in het college van bestuur. 5. Een lid van het college van bestuur kan worden geschorst en ontslagen door de raad van toezicht. De bepalingen van de van toepassing zijnde CAO worden hierbij in acht genomen. 6. Een lid van het college van bestuur defungeert: a. door zijn overlijden; b. door en verstrijken van de duur van zijn aanstelling; c. door zijn ontslag verleend door de raad van toezicht krachtens de op het lid van toepassing zijnde CAO; en d. door zijn ontslag door de rechtbank. 7. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallig college van bestuur behoudt zijn bevoegdheden. Bij belet of ontstentenis van een of meer leden van het college van bestuur zijn de overige leden van het college van bestuur, of is het enige overgebleven lid van het college van bestuur, tijdelijk met het bestuur belast. Bij belet of ontstentenis van alle leden van het college van bestuur is een door de raad van toezicht daartoe voor onbepaalde tijd aan te wijzen persoon tijdelijk met het bestuur belast. Onder belet wordt in elk geval verstaan schorsing en het geval waarin om welke reden ook gedurende een aaneengesloten periode van minimaal Blad 3 van 14
CONCEPT
tweeënzeventig uur door de stichting, de raad van toezicht of een medebestuurder geen contact met een lid van het college van bestuur kan worden verkregen, met dien verstande dat de raad van toezicht kan besluiten dat een andere periode van toepassing is. 8. De raad van toezicht is belast met het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden, bezoldiging en kostenvergoedingen van de leden van het college van bestuur, voor zover dit niet is geregeld in de van toepassing zijnde CAO. College van bestuur; taak en bevoegdheden Artikel 7 1. Het college van bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van zijn taak richt het college van bestuur zich naar het belang van de stichting, het belang van de scholen die door de stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving. 2. Het college van bestuur heeft al die taken en bevoegdheden die niet bij of krachtens deze statuten aan anderen zijn toegekend. 3. De gemeenteraad besluit op voorstel van het college van bestuur en gehoord hebbende de Raad van Toezicht, dan wel het college van bestuur en de Raad van Toezicht gehoord, over opheffing van scholen die door de stichting in stand worden gehouden. 4.
Het college van bestuur stelt een managementstatuut vast waarin is vastgelegd welke taken en bevoegdheden ten aanzien van de door de stichting in stand gehouden school/scholen zijn toebedeeld aan de algemene directie. 5. Het college van bestuur maakt jaarlijks, in overleg met de raad van toezicht, een begroting op. Na de voorafgaande goedkeuring door de raad van toezicht wordt de begroting vervolgens vastgesteld door het college van bestuur en toegezonden aan de gemeenteraad op de wijze als hierna bedoeld in artikel 13. 6. Het college van bestuur formuleert concrete doelstellingen van de school/scholen die door de stichting in stand worden gehouden, daarbij rekening houdend met de belangen van hen die bij die scholen zijn betrokken en rekening houdend met de eisen die de samenleving aan onderwijs stelt. Het college van bestuur legt in het jaarverslag verantwoording af over de mate waarin de vastgestelde doelstellingen worden gehaald. 7. Het college van bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen, daaronder met name ook begrepen het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 76q WVO.
De besluiten zoals bedoeld in de eerste volzin van dit lid, alsmede de besluiten tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt zijn onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht.
Blad 4 van 14
CONCEPT
8.
Voorts heeft het college van bestuur voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a. het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de raad van toezicht vastgesteld en aan het college van bestuur meegedeeld bedrag; b. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek; c. ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de stichting; d. een aanvraag tot faillissement of van surséance van betaling; e. (het doen van een voorstel tot) opheffing of afsplitsing van (een deel van) de door de stichting in stand gehouden scholen; f. het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de stichting of de in stand te houden scholen; g. het vaststellen of wijzigen van het strategisch meerjarenplan. 9. Het functioneren van het college van bestuur wordt periodiek door de raad van toezicht beoordeeld. College van bestuur; werkwijze Artikel 8 1. In de vergaderingen van het college van bestuur heeft ieder lid van het college van bestuur één stem.
Alle besluiten van het college van bestuur worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. 2. In het geval de stemmen staken brengt het college van bestuur de raad van toezicht hiervan onverwijld schriftelijk op de hoogte. Binnen drie weken na ontvangst van deze schriftelijke mededeling overlegt de voorzitter van de raad van toezicht met het college van bestuur over het voorgenomen besluit. Na dit overleg neemt het college van bestuur alsnog een besluit. Indien dan alsnog de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. 3. Het college van bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden van het college van bestuur in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden van het college van bestuur zich vóór het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 4. Elk lid van het college van bestuur, alsmede elk lid van de raad van toezicht, is bevoegd een vergadering van het college van bestuur bijeen te roepen.
Blad 5 van 14
CONCEPT
5.
De vergaderingen van het college van bestuur zijn openbaar voor zover het college van bestuur niet - gemotiveerd per agendapunt - beslist dat openbaarheid tegen het belang van de stichting is of een ontoelaatbare inbreuk op de privacy van personen oplevert. 6. Van het verhandelde in de vergaderingen van het college van bestuur worden notulen gehouden door een daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering en door de voorzitter van de vergadering ondertekend. 7. Bij huishoudelijk reglement kan het college van bestuur aanvullende regels stellen omtrent de werkwijze. Het huishoudelijk reglement mag geen bepalingen bevatten in strijd met deze statuten. 8. Een lid van het college van bestuur neemt niet deel aan de beraadslagingen en de besluitvorming als hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie ongeacht of dat tegenstrijdig belang reeds aanwezig is of in potentie aanwezig is. Als hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, dan wordt het besluit of het onderdeel daarvan genomen door de raad van toezicht. Een lid van het college van bestuur dient een mogelijke conflictsituatie tijdig te melden. Vertegenwoordiging Artikel 9 1.
Het college van bestuur alsmede ieder lid van het college van bestuur afzonderlijk vertegenwoordigt de stichting, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. 2. Tevens wordt de stichting door bij het college van bestuur verleend mandaat of verleende volmacht vertegenwoordigd door de algemene directie. Deze bevoegdheid is aan beperkingen onderhevig welke zijn neergelegd in het managementstatuut. Door of tegen derden kan op deze beperkingen geen beroep worden gedaan. 3. Het college van bestuur kan besluiten tot de verlening van volmacht aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. RAAD VAN TOEZICHT Artikel 10 1. Onverminderd het bepaalde ten aanzien van de gemeenteraad in deze statuten en de WVO is het toezicht op het bestuur door het college van bestuur en op de algemene gang van zaken binnen de stichting opgedragen aan een raad van toezicht. De raad van toezicht bestaat uit ten minste drie en ten hoogste zeven natuurlijke personen. De raad van toezicht bepaalt uit hoeveel leden de raad van toezicht bestaat.
Blad 6 van 14
CONCEPT
2.
3. 4.
5.
6.
7.
De leden van de raad van toezicht worden benoemd, geschorst en ontslagen door de gemeenteraad. Benoeming geschiedt met inachtneming van een door de raad van toezicht opgestelde en openbaar gemaakte profielschets waarin de noodzakelijke competenties van de raad van toezicht en de afzonderlijke leden van de raad van toezicht worden beschreven. Schorsing of ontslag geschiedt op de wijze als hierna voorzien in de leden 15 tot en met 19. De raad van toezicht doet aan de gemeenteraad een voordracht voor de benoeming van de leden van de raad van toezicht. De oudergeleding van de medezeggenschapsraad wordt door de raad van toezicht uitgenodigd om voor één zetel in de raad van toezicht – in het geval de raad van toezicht uit drie leden bestaat – een bindende voordracht te doen. Bestaat de raad van toezicht uit vier, vijf of zes leden dan doet de oudergeleding van de medezeggenschapsraad een bindende voordracht voor twee leden. Bestaat de raad van toezicht uit zeven leden dan doet de oudergeleding van de medezeggenschapsraad een bindende voordracht voor drie leden. Daarnaast wordt de medezeggenschapsraad door de raad van toezicht uitgenodigd om voor één zetel in de raad van toezicht een bindende voordracht te doen. De in de leden 3 en 4 van dit artikel genoemde voordrachten worden voorbereid door een commissie van voordracht.
In deze commissie hebben in elk geval twee leden van de medezeggenschapsraad, waaronder begrepen ten minste een lid van de oudergeleding van de medezeggenschapsraad, zitting. De werkwijze van deze commissie van voordracht kan in een door de raad van toezicht vast te stellen reglement nader worden uitgewerkt. De voordracht wordt opgemaakt met inachtneming van het profiel bedoeld in het tweede lid van dit artikel. Een op voordracht van de (oudergeleding van de) medezeggenschapsraad benoemd lid van de raad van toezicht vervult zijn taak zonder mandaat en onafhankelijk van bij de stichting dan wel haar instellingen betrokken deelbelangen. Voor de zetels in de raad van toezicht waarvoor de oudergeleding van de medezeggenschapsraad en de medezeggenschapsraad geen voordrachtsrecht hebben of ten aanzien waarvan zij het aan hen toekomend voordrachtsrecht niet hebben uitgeoefend binnen twee maanden na daartoe door de raad van toezicht te zijn uitgenodigd, heeft de raad van toezicht een voordrachtsrecht. De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaar. Aftreden geschiedt volgens een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar. Herbenoeming is slechts eenmaal mogelijk.
De in een tussentijdse vacature benoemde neemt op het rooster de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd. Het lidmaatschap van de raad van toezicht is uitgesloten voor die personen die:
Blad 7 van 14
CONCEPT
a.
lid zijn van de Gemeenteraad of het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Dordrecht; b. lid zijn van het bestuur of directie van een school voor basis- en voortgezet onderwijs in Dordrecht dan wel binnen een afstand van vijftien kilometer rond deze gemeente; c. ouder of verzorger zijn van een leerling van de school; d. een dienstbetrekking hebben bij de stichting; e. lid zijn van de medezeggenschapsraad van een school die onder het bestuur valt of lid zijn van de gemeenschappelijke zeggenschapsraad; f. echtgenoot of een geregistreerd partner is van een werknemer, die in dienst is van de stichting. 8. De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter aan. 9. Eventuele bezoldiging van leden van de raad van toezicht en onkostenvergoedingen aan leden van de raad van toezicht geschieden op basis van een door de raad van toezicht vastgesteld - en op hoofdlijnen in het jaarverslag openbaar gemaakt - reglement. Jaarlijks wordt door het college van bestuur uitdrukkelijk in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van deze regeling zijn uitgegeven. 10. Het college van bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de raad alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de stichting die deze mocht verlangen.
De raad van toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de stichting. Een door de raad van toezicht aangewezen lid van de raad heeft te allen tijde toegang tot alle bij de stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen. 11. De raad van toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. 12. Een lid van de raad van toezicht defungeert: a. door zijn overlijden; b. door zijn vrijwillig aftreden; c. door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden; d. door zijn ontslag verleend door de rechtbank; e. door zijn ontslag door de gemeenteraad, als hierna bedoeld in de leden 15 en 19; f. door zijn ontslag na schorsing, als hierna bedoeld de leden 16 en 19. 13. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht houdt zijn bevoegdheden. Bij belet of ontstentenis van een of meer leden van de raad van toezicht zijn de overige leden van de raad van toezicht, of is het enige overgebleven lid van de raad van toezicht, tijdelijk met het toezicht op het college van bestuur belast. Bij belet of ontstentenis van alle leden van de raad van toezicht is een door de Blad 8 van 14
CONCEPT
raad van toezicht daartoe voor onbepaalde tijd aan te wijzen persoon tijdelijk met het toezicht op het college van bestuur belast. Onder belet wordt in elk geval verstaan schorsing en het geval waarin om welke reden ook gedurende een aaneengesloten periode van minimaal tweeënzeventig uur door de stichting, het college van bestuur of een ander lid van de raad van toezicht geen contact met een lid van de raad van toezicht kan worden verkregen, met dien verstande dat de raad van toezicht kan besluiten dat een andere periode van toepassing is. 14. Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting, het belang van de school/scholen die door de stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving. 15. De gemeenteraad kan -op voorstel van de raad van toezicht- een lid van de raad van toezicht dat in ernstige mate door handelen of nalaten afbreuk doet aan het functioneren van de raad van toezicht, ontslaan. 16. De raad van toezicht kan om reden als bedoeld in het vorige lid, een lid van de raad van toezicht voor maximaal vier maanden schorsen, mits daartoe wordt besloten met een twee/derde meerderheid van stemmen. Een te schorsen lid wordt niet meegerekend bij het bepalen van het aantal zitting hebbende leden van de raad van toezicht.
In geval van schorsing meldt de raad van toezicht in haar besluit tevens de gevolgen van de schorsing van het desbetreffende lid van de raad van toezicht. Indien de schorsing van een lid van de raad van toezicht niet binnen vier maanden worden gevolgd door diens ontslag, eindigt de schorsing en herleven alle bevoegdheden van het desbetreffende lid van de raad van toezicht. 17. De raad van toezicht onderwerpt het besluit als genoemd in het zestiende lid van dit artikel onmiddellijk aan het oordeel van de gemeenteraad, die zo spoedig mogelijk - doch uiterlijk binnen een maand na de oorspronkelijke schorsingsdatum - beslist of zij de schorsing al dan niet bevestigt. Het schorsingsbesluit heeft dan te gelden als een besluit van de gemeenteraad. De schorsing eindigt indien de gemeenteraad besluit de schorsing niet te bevestigen, alsmede indien het besluit tot schorsing niet binnen de in de vorige zin bedoelde termijn door de gemeenteraad wordt bevestigd. 18. Wanneer de gemeenteraad de schorsing als bedoeld in het voorgaande lid bevestigt, wordt de schorsingstermijn geacht te zijn ingegaan op het moment van het besluit van de raad van toezicht daartoe. 19.
Onverminderd het bepaalde in het vijftiende lid kan de gemeenteraad -anders dan op voorstel van de raad van toezicht en na consultatie van de raad van toezicht- een lid van de raad van toezicht dat in ernstige mate door handelen of nalaten afbreuk doet aan het functioneren van de raad van toezicht, schorsen en ontslaan. Alvorens hiertoe te besluiten wordt het betreffende lid alsmede de overige leden van de raad van toezicht onder opgaaf van redenen schriftelijk in kennis gesteld en bevraagd. Blad 9 van 14
CONCEPT
Raad van toezicht; werkwijze Artikel 11 1. In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid één stem. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. 2. De raad van toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden zich vóór het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 3. Elk lid van de raad van toezicht is bevoegd een vergadering van de raad van toezicht bijeen te roepen. 4. De bijeenroeping van de vergaderingen van de raad van toezicht geschiedt schriftelijk op een termijn van ten minste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig uur. De vergaderingen worden gehouden ter plaatse binnen Nederland, bij voorkeur in de gemeente Dordrecht, te bepalen door degene die de vergadering bijeenroept, dan wel doet bijeenroepen.
Indien wordt gehandeld in strijd met het hiervoor in dit lid bepaalde, kan de raad van toezicht niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de ter vergadering afwezige leden vóór het tijdstip van de vergadering hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten. 5. Een lid van de raad van toezicht kan zich door een ander lid van de raad van toezicht ter vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen. Eén lid van de raad van toezicht kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen. 6. De voorzitter leidt de vergaderingen van de raad van toezicht. Bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding. 7. De voorzitter bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden, met dien verstande, dat indien één of meer leden zulks verlangen, stemmingen over personen schriftelijk geschieden. 8. Het door de voorzitter ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. 9. Van het verhandelde in de vergaderingen van de raad van toezicht worden notulen gehouden door een daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering en door de voorzitter van die vergadering ondertekend.
Blad 10 van 14
CONCEPT
10. De raad van toezicht kan een auditcommissie instellen. De taken, samenstelling en werkwijze van de auditcommissie worden geregeld in een door de raad van toezicht vast te stellen reglement. 11. De raad van toezicht stelt een bestuursreglement vast waarin nadere regels worden gesteld omtrent de taken en werkwijze van de raad van toezicht en de relatie tussen de raad van toezicht en het college van bestuur. 12. De raad van toezicht brengt jaarlijks aan de gemeenteraad verslag uit over de werkzaamheden als bedoeld in onderdeel f van het twaalfde lid juncto het achtste lid van artikel 42b WVO, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt openbaar gemaakt. Onverminderd het vorenstaande kunnen de gemeenteraad en/of het college van burgemeester en wethouders de raad van toezicht tussentijds verzoeken om hetzij in persoon, hetzij schriftelijk, inlichtingen te verstrekken. 13. De gemeenteraad is ingeval van ernstige taakverwaarlozing door de raad van toezicht of functioneren in strijd met de wet bevoegd zelf te voorzien in het toezicht als bedoeld in het eerste lid van artikel 10. 14.
Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de beraadslagingen en de besluitvorming als hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie ongeacht of dat tegenstrijdig belang reeds aanwezig is of in potentie aanwezig is. Wanneer de raad van toezicht hierdoor geen besluit kan nemen, is het betreffende lid van de raad van toezicht toch bevoegd om deel te nemen aan de beraadslagingen en de besluitvorming en is de raad van toezicht bevoegd om het besluit of het onderdeel daarvan op deze wijze te nemen. De raad van toezicht legt dan schriftelijk vast welke overwegingen aan het besluit ten grondslag liggen. Een lid van de raad van toezicht dient een mogelijke conflictsituatie tijdig te melden. Boekjaar, jaarstukken Artikel 12 1. Het boekjaar van de stichting is het kalenderjaar. 2. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de stichting, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste vijf maanden door de raad van toezicht op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het college van bestuur een jaarrekening en een jaarverslag op over dat boekjaar. Bij het opmaken van het jaarverslag houdt het college van bestuur rekening met bepaalde in artikel 7.6 (doelstellingen).
Bij het opmaken van de jaarrekening houdt het college van bestuur rekening met het bepaalde in artikel 6.10 en 10.7 (bezoldiging en onkostenvergoeding college van bestuur en leden raad van toezicht). In het jaarverslag wordt daarnaast door de raad van toezicht Blad 11 van 14
CONCEPT
verantwoording afgelegd over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid van artikel 24e1 onderdeel e van de WVO. Na de voorafgaande goedkeuring door de raad van toezicht worden de jaarrekening en het jaarverslag vastgesteld door het college van bestuur en toegezonden aan de gemeenteraad op de wijze als hierna bedoeld in artikel 13. 3. De jaarrekening wordt ondertekend door ieder lid van het college van bestuur en ieder lid van de raad van toezicht. Indien de ondertekening van één of meer van hen ontbreekt, wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt. 4. De raad van toezicht draagt het college van bestuur op de jaarrekening te doen onderzoeken door een door de raad van toezicht aangewezen accountant. Verantwoording aan gemeente (College van Bestuur) Artikel 13 1. Het college van bestuur stuurt de jaarrekening en de begroting binnen een maand na vaststelling hiervan aan de gemeenteraad. 2. Het college van bestuur licht de begroting en de jaarrekening, wanneer gewenst, ten behoeve van het afleggen van maatschappelijke verantwoording, toe aan de gemeenteraad. 3. Het college van bestuur brengt jaarlijks aan de gemeenteraad verslag uit over de werkzaamheden als bedoeld in het achtste lid van artikel 42b WVO, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs.
Het verslag wordt openbaar gemaakt. 4. Onverminderd het bepaalde in het tweede en derde lid informeert het college van bestuur de gemeenteraad onmiddellijk over zaken en aangelegenheden die van belang zijn voor de positie van de gemeente Dordrecht. 5. Onverminderd het bepaalde in de vorige leden, komen het college van bestuur en een vertegenwoordiging van de gemeenteraad en/of het college van burgemeester en wethouders bijeen indien daarom onder opgaaf van reden door de gemeenteraad en/of het college van burgemeester en wethouders wordt verzocht. Statutenwijziging Artikel 14 1. Het college van bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot statutenwijziging is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad. 2. Het besluit van het college van bestuur tot statutenwijziging wordt genomen in een voltallige vergadering van het college van bestuur. Is de vergadering van het college van bestuur waarin een besluit tot statuten wijziging aan de orde is niet voltallig, dan zal een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de bedoelde vergadering, waarin het besluit kan worden genomen, ongeacht het aantal aanwezigen. Blad 12 van 14
CONCEPT
3.
Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken. 4. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Elk lid van het college van bestuur is bevoegd deze akte te doen verlijden. Ontbinding en vereffening Artikel 15 1. Het college van bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot ontbinding is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad. Het bepaalde in artikel 14 lid 2 is van overeenkomstige toepassing op een besluit van het college van bestuur tot ontbinding van de stichting. 2. Voorts is de gemeenteraad, in geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur of functioneren in strijd met de WVO als bedoeld in artikel 42b, lid 11 van de WVO, bevoegd zo nodig de stichting te ontbinden. 3. Tenzij de raad van toezicht anders besluit, is het college van bestuur met de vereffening belast. 4.
De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 5. De raad van toezicht stelt de bestemming van het batig liquidatiesaldo vast. Het batig saldo wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling met een soortgelijke doelstelling. 6. Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie". 7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het in lid 4 vermelde register. Juridische fusie en juridische splitsing Artikel 16 1. Het college van bestuur is bevoegd te besluiten tot juridische fusie en juridische splitsing van de stichting. Een dergelijk besluit is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en de gemeenteraad. Blad 13 van 14
CONCEPT
2.
Het bepaalde in artikel 14 lid 2 is van overeenkomstige toepassing op besluiten van het college van bestuur tot fusie en splitsing. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 17 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 10, derde lid worden de leden van de eerste raad van toezicht - met inachtneming van het bepaalde in het vierde lid van artikel 10 - benoemd op voordracht van het bestuur van de Stichting openbaar onderwijs Dordrecht. De oudergeleding van de medezeggenschapsraad en de medezeggenschapsraad zenden daartoe - met inachtneming van het bepaalde in het vierde lid van artikel 11 - een bindende voordracht voor respectievelijk één of twee leden en een lid van de raad van toezicht aan het bestuur van de Stichting openbaar onderwijs Dordrecht. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 10, vijfde lid eindigt de zittingstermijn van de in artikel 10, vierde lid genoemde leden van de eerste raad van toezicht na twee jaar. 3. In alle gevallen waarin de bepalingen van deze statuten in strijd blijken te zijn met de WVO, prevaleert de WVO. 4. In alle gevallen de stichting betreffende waarin deze statuten niet voorzien, beslist de raad van toezicht. BIJLAGEN Aan deze akte zijn de volgende stukken vastgemaakt: notulen vergadering bestuur; goedkeurend besluit raad van toezicht; goedkeurend besluit gemeenteraad gemeente Dordrecht. SLOT De verschenen persoon is mij, notaris, bekend.
De zakelijke inhoud van deze akte is aan de verschenen persoon opgegeven en toegelicht. Ook is gewezen op de gevolgen die voor de verschenen persoon uit de inhoud van deze akte voortvloeien. De verschenen persoon heeft verklaard op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen, tijdig voor het verlijden van deze akte het ontwerp van deze akte te hebben ontvangen, van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen en met de inhoud daarvan in te stemmen. Onmiddellijk na beperkte voorlezing is deze akte te Dordrecht op de datum in het hoofd van deze akte vermeld door de verschenen persoon en vervolgens door mij, notaris, ondertekend.
Blad 14 van 14