6. Participatieparagraaf.pdf
Tekst van het document
Participatieparagraaf Bij een collegevoorstel met RIB hoort een participatieparagraaf. In 2019 zijn twee informatieavonden voor omwonenden (in een ruimere omgeving) gehouden; een op 11 september 2019 en een op 12 december 2019. Tijdens deze avonden zijn vele reacties op de toen nog stedenbouwkundige schetsen kenbaar gemaakt. Grofweg ging het daarbij om de volgende onderwerpen: - de ligging van de entree tot het plangebied; - het verdwijnen van het huidige parkeerterrein; - de opname van sociale woningbouw binnen het plangebied - de situering van de sociale woningbouw, welke men liever zo ver mogelijk van de bestaande woningen af zou willen zien. Naar aanleiding van de gemaakte opmerkingen en ingediende reacties is bezien of een en ander kon leiden tot aanpassing van de plannen. Op enkele kleine wijzigingen na (onder meer een beperking van de hoogte van de sociale woningbouw) bleek dit niet mogelijk. Dit is ook gemotiveerd kenbaar gemaakt aan de bezoekers van de informatieavonden. In deze fase van de kaderontwikkeling ging het over de stedenbouwkundige, verkeerskundige en andere uitgangspunten die bij het opstellen van het latere ontwerpbestemmingsplan moeten worden gehanteerd. Inmiddels is een ontwerp voor de bestemmingsplanherziening gereed en kan daarvoor de planologische procedure starten.
In dat kader dient ook te worden bezien of een participatie- en/of inspraakprocedure noodzakelijk of gewenst is. In artikel 3 van de Participatie- en inspraakverordening van de gemeente Dordrecht wordt een afbakening van participatie en insprak gegeven:
1. Participatie en inspraak zijn in beginsel mogelijk op alle terreinen van gemeentelijk bestuur. 2. Inspraak wordt verleend als de wet daartoe verplicht of als specifieke overwegingen hiertoe aanleiding geven. 3. Cumulatie van participatie en inspraak wordt in beginsel vermeden.
In de Memorie van toelichting op de Participatie- en inspraakverordening staat omtrent het bovenstaande vermeld: Het derde lid bepaalt dat in beginsel niet eerst een participatietraject wordt doorlopen en vervolgens ook nog inspraak wordt verleend. Dit wordt niet zinvol geacht en leidt bovendien tot extra kosten. Zoals gezegd schrijft het tweede lid voor dat inspraak altijd wordt verleend indien een wettelijk voorschrift daartoe verplicht. Een niet verplichte inspraak heeft in aanvulling op een participatietraject over het algemeen geen toegevoegde waarde. Indien dat in een concrete situatie wel het geval is, kan er alsnog voor worden gekozen om wel cumulatie van participatie en inspraak te laten plaatsvinden. De bestemmingsplanprocedure kent een verplichte inspraakprocedure. In artikel 3.8, lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is bepaald dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing is. In artikel 3.8, lid 1 onder c is bepaald dat door een ieder zienswijzen omtrent het ontwerp bij de gemeenteraad naar voren kunnen worden gebracht. Afdeling 3.4 Awb bepaalt onder meer dat het ontwerpbesluit gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage wordt gelegd en dat gedurende die termijn zienswijzen kunnen worden ingediend. Deze inspraakprocedure is gevolgd.
Gezien het feit dat de bestemmingsplanprocedure een wettelijke inspraakverplichting kent, op het feit dat tijdens de in 2019 gehouden informatieavonden reacties door omwonenden/belanghebbenden kenbaar zijn gemaakt en waar mogelijk betrokken zijn bij de ontwikkeling van het ontwerpbestemmingsplan en gelet op artikel 3.3 van de Participatie- en inspraakverordening van de gemeente Dordrecht en de Memorie van toelichting daarop wordt afgezien van het volgen van een participatietraject.