6.2 Nota Waarderen Afschrijven 2026.pdf
Tekst van het document
Nota Waarderen en Afschrijven Vaste activa Gemeente Dordrecht 2026
1.
Inleiding
Voor u ligt de Nota Waarderen en afschrijven Vaste activa. In de Financiële Verordening (2026) is in artikel 24 vastgelegd dat de spelregels voor waarderen & afschrijven vaste activa zijn vastgelegd in een aparte nota. Deze nota wordt door het college ter vaststelling aangeboden aan de raad. De nota wordt om de vier jaar geactualiseerd als dat door de tijdsgeest of wijzigingen in wet- en regelgeving noodzakelijk is, waarbij geldt dat de aanpassingen van materieel belang zijn. Doel van deze actualisatie is: De Nota Waarderen en afschrijven Vaste activa is primair bedoeld als kaderstellend instrument voor de raad. De doelstellingen van deze nota zijn het formuleren van beleid en vastlegging van uniforme regels voor: de wijze waarop voorstellen voor investeringen worden aangeboden en geautoriseerd door de raad, in aanvulling op wat in deze verordening is vastgelegd; de afschrijvingsmethode en afschrijvingstermijn per categorie; het moment van starten met afschrijven; de gebruiksduur per categorie kapitaalgoederen ofwel de afschrijvingstermijn; de componentenbenadering; Restwaarde. Wettelijk kader De nota is een uitwerking van artikel 212 van de Gemeentewet, het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Financiële verordening gemeente Dordrecht 2025.
In de Notitie Waarderen en afschrijven vaste activa heeft de commissie BBV een aantal ‘stellige uitspraken’ opgenomen. Met deze stellige uitspraken geeft de commissie BBV een interpretatie van de regelgeving die in één lijn ligt met deze nota. Relatie met andere nota’s Naast de relatie met de Financiële Verordening 2026 heeft deze nota een relatie met onderstaande nota’s: Nota Grondbeleid Nota Onderhoud kapitaalgoederen Nota Reserves & voorzieningen
2
2.
Criteria voor het activeren van vaste activa
2.1 Soorten activa Vaste activa zijn investeringen in goederen of objecten die langer dan één jaar meegaan. Deze investeringen activeren we en worden verantwoord op de balans onder de post vaste activa. Onder deze post worden conform het BBV de volgende vaste activa onderscheiden: immateriële vaste activa materiële vaste activa. financiële vaste activa. 2.1.1 Immateriële vaste activa In overeenstemming met het BBV worden onder de immateriële vaste activa afzonderlijk opgenomen: kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief bijdragen aan activa in eigendom van derden. Uitgangspunten 1. Kosten voor het afsluiten van verstrekte geldleningen en het saldo van agio en disagio worden direct ten laste van de exploitatie gebracht en dus niet geactiveerd. 2. Kosten voor onderzoek en ontwikkeling worden niet geactiveerd. De grondexploitatie is een uitzondering hierop. Zie ook Nota Grondbeleid. 3. Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd, indien is voldaan aan de voorwaarden van het BBV.
2.1.2 Materiële vaste activa In overeenstemming met het BBV worden onder de Materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: investeringen met een economisch nut, deze zijn verhandelbaar (er is een markt voor) investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing wordt geheven bijvoorbeeld riool & afvalheffing investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut voorzien in een publieke behoefte en het bezit is vrij toegankelijk en/of vrij in gebruik. In het BBV is vastgelegd dat alle investeringsuitgaven moeten worden geactiveerd. In de Notitie Waarderen en afschrijven vaste activa is opgenomen dat uit oogpunt van het in de hand houden van de administratieve lasten, gemeenten kunnen aangeven welke ondergrens wordt gehanteerd voor het activeren van investeringen.
3
Uitgangspunten 4. De ondergrens voor het activeren van (enkelvoudige) investeringen met economisch nut wordt gesteld op € 25.000. De ondergrens voor het activeren van gelijksoortige investeringen met economisch nut die ook verzameld kunnen worden wordt gesteld op € 40.000. De ondergrens voor het activeren van investeringen met maatschappelijk nut wordt gesteld op € 100.000. 5. Investeringen in gronden en terreinen worden altijd geactiveerd, onafhankelijk van het bedrag. 6. Ambtelijke voorbereidingsuren en overige voorbereidingskosten kunnen worden geactiveerd.
2.1.3 Financiële vaste activa Onder Financiële vaste activa worden volgens het BBV verstaan: kapitaalverstrekkingen aan: deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen. leningen aan: openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden; woningcorporaties, deelnemingen, overige verbonden partijen. overige langlopende leningen. uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Voor financiële vaste activa worden de volgende uitgangspunten gehanteerd Ook hiermee wordt aangesloten bij de regelgeving uit het BBV. Uitgangspunten 7. Deelnemingen worden geactiveerd voor de verkrijgingsprijs; 8. Verstrekte leningen worden geactiveerd voor de nominale waarde, waarop zo nodig een voorziening voor verwachte wanbetaling wordt getroffen.
2.2.1 Groot onderhoud versus vervangingsinvesteringen Door de Commissie BBV wordt in het kader onderhoud van kapitaalgoederen uitgegaan van de volgende standpunten: klein onderhoud; keert jaarlijks terug: niet activeren groot onderhoud; het gaat om zaken die één keer in de zoveel jaar moeten gebeuren, bijvoorbeeld het (buiten)schilderwerk van een gebouw op grond van een periodiek geactualiseerd onderhoudsplan: niet activeren substantiële levensduurverlenging en kwaliteitsverbetering van het betreffende actief, zoals bijvoorbeeld het renoveren van een gebouw: activeren aanpassingen om te voldoen aan wet- en regelgeving (bijvoorbeeld investeringen in een gebouw om te voldoen aan veiligheidsvoorschriften): activeren
4
2.2.3 Software Door de Commissie BBV wordt in het kader van activeren van software uitgegaan van de volgende standpunten. -
3.
Software in eigendom: activeren Gebruikersrechten op software voor onbepaalde tijd die ineens in rekening worden gebracht: activeren Gebruikersrechten op software voor bepaalde tijd die ineens in rekening worden gebracht: niet activeren
Waardering activa
3.1 Waarderen De waarderingsgrondslag voor vaste activa wordt bepaald door de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen. Het BBV geeft een nadere omschrijving van kosten die geactiveerd mogen worden: Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs; de verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. de vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Dit zijn o.a. de direct aan een actief toe te rekenen salariskosten. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd. voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde. van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen.
3.2 Afwaarderen en Desinvesteren Het BBV geeft de voorschriften weer voor afwaardering van activa; naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde. op het moment dat een desinvestering (verkoop van het actief) plaatsvindt wordt de boekwinst of het boekverlies (via afwaardering op de activakaart) incidenteel ten gunste/laste van het resultaat van het betreffende jaar gebracht. De mogelijke boekwinst wordt niet in mindering gebracht op een nieuwe investering. Dat is niet toegestaan op grond van het BBV. 3.3 Restwaarde De geactiveerde vaste activa schrijven we in principe af tot nihil. Een uitzondering hierop betreft de parkeervoorzieningen. Hierbij hanteren we een restwaarde van maximaal 25%. We hanteren alleen een restwaarde bij een actief waar de restwaarde expliciet is opgenomen in het raadsvoorstel door middel van een beslispunt. Hierbij is een onderbouwing van de geschatte restwaarde conform BBV-voorwaarden verplicht (bijvoorbeeld een taxatierapport).
5
3.4 Sloopkosten Conform BBV kunnen de kosten van de sloop van een gebouw kunnen als eenmalige kosten in de exploitatie worden genomen of mogen worden geactiveerd als onderdeel van het nieuwe materiele actief, indien op dezelfde locatie een nieuw gemeentelijk gebouw wordt gerealiseerd. Tenzij anders aangegeven in het raadsvoorstel kiest de gemeente Dordrecht er voor om sloop te activeren bij nieuwbouw op dezelfde locatie. In het in geval van nieuwbouw voor primair onderwijs worden sloopkosten niet geactiveerd. 3.5 Componentenbenadering De componentenmethode houdt in dat een kapitaalgoed dat is samengesteld uit afzonderlijke delen, wordt afgeschreven met als basis die afzonderlijke delen en hun waarde verloop. Hierbij moet gedacht worden aan bijvoorbeeld een gebouw dat uit de volgende delen kan bestaan: grond, gebouw, installaties. De verschillende delen kennen ieder hun eigen afschrijvingstermijn en worden afzonderlijk geactiveerd. De componentenbenadering wordt gebruikt als die van toepassing is. Indien hier van wordt afgeweken wordt dit expliciet opgenomen in het raadsvoorstel door middel van een beslispunt.
4. Kapitaallasten In het vorige hoofdstuk is aangegeven welke investeringen (kunnen) worden geactiveerd. In dit hoofdstuk komen de lasten van de investeringen die geactiveerd worden aan bod. 4.1 Afschrijvingstermijnen Het BBV kent geen regels waaraan afschrijvingen moeten voldoen, wel zijn kaders gesteld. De belangrijkste zijn: - de methoden volgens welke de afschrijvingen zijn berekend worden in de toelichting op de balans uiteengezet. - afschrijvingen vinden plaats onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar - op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. - De afschrijving start vanaf het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed in gebruik wordt genomen. 4.2 Methoden van afschrijven Er zijn verschillende methoden om op basis van de afschrijvingsduur te komen tot de afschrijving per periode waarvan de lasten worden toegerekend. De belangrijkste methoden zijn: - vast percentage van de aanschafwaarde (lineaire afschrijvingsmethode). - vast percentage van de boekwaarde. - jaarlijks oplopende afschrijvingslasten (progressieve afschrijvingsmethode). - jaarlijks gelijkblijvende kapitaallasten (annuïtaire afschrijvingsmethode).
In geval van een annuïteit wordt deze berekend op het moment van ingebruikname. Wanneer de rente wordt bijgesteld gedurende de afschrijvingsduur wordt enkel de rentecomponent van de kapitaallasten (= rente en afschrijvingslasten) bijgesteld. De afschrijvingscomponent blijft gelijk. Hierna is er feitelijk geen sprake meer van een zuivere annuïteit. Moment van initiële goedkeuring investering is bepalend voor het afschrijvingsschema. Bij uitbreiding aan bestaande gebouwen wordt een afschrijvingsduur voor de uitbreiding gehanteerd, die in lijn is met (het aflopen van de afschrijvingstermijn van) het bestaande gebouw.
6
Uitgangspunten 9. De afschrijvingstermijnen hanteren zoals opgenomen in bijlage 1. Deze termijnen zijn richtinggevend en niet bindend. 10. De methoden van afschrijven hanteren zoals opgenomen in bijlage 1. Deze termijnen zijn richtinggevend en niet bindend. 11. Wanneer wordt afgeweken van aangegeven afschrijvingstermijnen of methode van afschrijving dient dit bij de kredietaanvraag te worden gemotiveerd. 12. Op gronden, terreinen en effecten wordt niet afgeschreven 13. Bij wijziging van omslagrente worden de kapitaallasten van de initieel annuïtair afgeschreven activa voor de rentecomponent aangepast, de afschrijving blijft ongewijzigd.
4.3 Rente De rente die wordt toegerekend aan activiteiten is gelijk aan de in de begroting opgenomen omslagrente. De omslagrente wordt jaarlijks bij de begroting vastgesteld o.b.v. het ingevulde renteschema. Het te gebruiken rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen wordt jaarlijks door de raad bij de begroting vastgesteld. In de begroting wordt de berekening opgenomen, voorzien van een toelichting. De voor gecalculeerde renteomslag wordt alleen gecorrigeerd indien dit volgens de BBV verplicht is gesteld.
5. Procedures 5.1 Aanvragen, autoriseren, onderbouwing Conform Artikel 3, 4 en 5 in de Financiële verordening 2025
7
6. Bijlage 1 Soort investering / activa
termijn
E/M
L / A/ P
looptijd lening
E
L
5 jaar
E
A
Afschrijvingstermijn derden
E/M
A/L
-
E
A
Immateriële vaste activa (Dis) agio Kosten van onderzoek en ontwikkeling Bijdragen in activa in eigendom van derden Materiële vaste activa Gronden en terreinen: Gronden Beschoeiing
20 jaar
M
A
Aanpassing / aanleg infrastructuur
20-30 jaar
M
A
Sportcomplexen (kunstgras)
5-40 jaar
E
A
40 jaar
M
A
40 jaar
E
A
20-50 jaar
E
A
Woonwagens
20 jaar
E
A
Woonchalets
20 jaar
E
A
Kantoorgebouwen
40 jaar
E
P
Bedrijfsgebouwen (algemeen)
40 jaar
E
A
Schoolgebouwen (nieuwbouw)
40 jaar
E
A
Parkeervoorzieningen
50 jaar
E
A
20-40 jaar
E
A
Reconstructie / aanleg asfaltwegen
20 jaar
M
A
Reconstructie / aanleg riolen
60 jaar
E
A
Herinrichting/aanleg begraafplaats
Woonruimten: (Geëxploiteerde) woningen Verbouwing / renovatie woning
Maatschappelijk vastgoed:
Verbouwing / renovatie van gebouw
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken:
8
Reconstructie / aanleg (voetgangers)brug
20 jaar
M
A
Reconstructie / aanleg wegen met elementenverharding - algemeen
30 jaar
M
A
Reconstructie / aanleg wegen met elementenverharding - busrouters
20 jaar
M
A
Reconstructie / aanleg wegen met elementenverharding - zettingsgevoelige gebieden
15 jaar
M
A
Reconstructies aan kademuren en keermuren
50 jaar
M
A
Reconstructie stalen en composiet damwanden
50 jaar
M
A
Reconstructie houten damwanden
25 jaar
M
A
Reconstructie / aanleg betonnen, stalen en composiet bruggen
50 jaar
M
A
Reconstructie / aanleg houten bruggen
25 jaar
M
A
Reconstructie / aanleg groenvoorzieningen
30 jaar
M
A
Rioolgemaal
60 jaar
E
A
Drukriolering
30 jaar
E
A
Mechanisatie
10 jaar
M
A
30 jaar
E
A
Soort investering / activa
termijn
E/M
L / A/ P
Openbare verlichting: lichtmasten, armaturen, kabelnet en voeding
25 jaar
M
A
Constructieve duikers
50 jaar
M
A
Steigers
25 jaar
M
A
Aanleg keldergraven
60 jaar
E
A
Urnenmuur
20 jaar
E
A
Ruimingen graven
15 jaar
E
A
Spoorwegverbinding
40 jaar
M
A
Personenauto
5 jaar
E
A
Bestelbus
7 jaar
E
A
Tractoren en overige tractiemiddelen
10 jaar
E
A
Aanbouwwerktuigen
7 jaar
E
A
Aanhangwagen
10 jaar
E
A
Grasmaaimachines
5 jaar
E
A
Boten
20 jaar
E
A
10-20 jaar
E
A
Antennemast
25 jaar
E
A
Verkeersregelinstallaties constructie
30 jaar
M
A
Verkeersregelinsallaties apparatuur
15 jaar
M
A
Verlichtingsinstallaties
15 jaar
M
A
Lektriever
15 jaar
E
A
Drainage (grondwater openbare ruimte)
Vervoermiddelen:
Machines, apparaten en installaties: Technische installaties (algemeen)
(Hulpverlenings)gereedschappen / apparatuur
5-10 jaar
E
A
Speelvoorzieningen
10-15 jaar
M
A
Telefooninstallatie en –toestellen
10 jaar
E
A
Snij- en bindmachines
5 jaar
E
A
Kopieermachines
5 jaar
E
A
Foto- en video
5 jaar
E
A
Meubilair e.d.
5-15 jaar
E
A
9
Hardware
3-5 jaar
E
A
Software
3-5 jaar
E
A
Noodstroomvoorziening
10 jaar
E
A
Netwerk apparatuur
10 jaar
E
A
Gereedschappen
5 jaar
E
A
E= Economisch nut M = Maatschappelijk nut L = Lineair A = Annuïtair P = Progressief
10