CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

3 SPR Verplantbaarheidsonderzoek Stadspolderring Dordrecht 16 oktober 2020 Definitief.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 16 februari 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 15: Raadsinformatiebrief Revitalisering Stadspolderring - Raadsinformatiebrief7.122 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verplantbaarheidsonderzoek Platanen Stadspolderring Dordrecht

September 2020

Opdrachtgever:

Ingenieursbureau Drechtsteden T.a.v. Dhr. J. de Geus Spuiweg 5 3311 GT Dordrecht

Uitgevoerd door:

M. van Eersel J. van den Bergh G. Van Prooijen L. Martijn

Groen Gedaan Boomtechnisch advies Vlimmenhoefstraat 29 5021 GS Tilburg 06-13853109 info@groengedaan.nl

Datum conceptrapport:

20 september 2020

Verplantbaarheidsonderzoek Stadspolderring Dordrecht

September 2020

Inhoudsopgave 1

Inleiding .......................................................................................................................................

6

2

Onderzoeksresultaten..................................................................................................................

8

2.1

Resultaten bovengronds onderzoek ...............................................................................

8

2.2

Resultaten bodem- en bewortelingsonderzoek .............................................................

9

2.2.1 Algemeen ..............................................................................................................

9

2.2.2 Bodem en beworteling ..........................................................................................

10

2.2.3 Grondwater ...........................................................................................................

12

Toekomstverwachting ....................................................................................................

12

Verplantbaarheid .........................................................................................................................

13

3.1

Beoordelingsaspecten verplantbaarheid........................................................................

13

3.2

Beoordeling verplantbaarheid........................................................................................

14

Beoordeling plantlocaties ............................................................................................................

16

4.1

Onderzoeksresultaten ....................................................................................................

16

4.2

Beoordeling plantlocaties...............................................................................................

17

Conclusie en advies .....................................................................................................................

18

5.1

Samenvattende conclusie...............................................................................................

18

5.2

Advies met betrekking tot verplantbaarheid..................................................................

19

5.3

Advies met betrekking tot inrichting groeiplaatsen .......................................................

19

2.3 3

4

5

Groen Gedaan Boomtechnisch advies

5

Verplantbaarheidsonderzoek Stadspolderring Dordrecht

September 2020

Overzicht onderzoeksgebied ............................................................................................

Bijlage 1

Overzicht locatie bomen, proefsleuven en grondboringen...............................................

Bijlage 2

Boomgegevens .................................................................................................................

Bijlage 3

Resultaten bodem- en bewortelingsonderzoek ................................................................

Bijlage 4

Aangeleverde informatie profielkuilen kabels en leidingen ..............................................

Bijlage 5

Aangeleverde informatie grondwater ...............................................................................

Bijlage 6

KLIC-melding.....................................................................................................................

Bijlage 7

Overzicht kabels en leidingen plantlocaties ......................................................................

Bijlage 8

Tabel verplantbaarheid .....................................................................................................

Bijlage 9

Groen Gedaan Boomtechnisch advies

6

Verplantbaarheidsonderzoek Stadspolderring Dordrecht

1.

September 2020

Inleiding

In opdracht van Gemeente Dordrecht is een verplantbaarheidsonderzoek uitgevoerd bij 34 platanen aan een gedeelte van de Stadspolderring te Dordrecht. Het betreft het traject vanaf het viaduct nabij huisnummer 603 tot aan het Henriëtte Roland Holsterf, zie gele kader op het overzichtskaartje in bijlage 1. Aanleiding In het kader van de voorgenomen herinrichting (en maaiveldophoging) in dit gedeelte van de Stadspolderring, wil de gemeente acht bomen verplanten naar een andere locatie, zes bomen kappen en 26 bomen optillen en terugzetten op de zelfde locatie in verband met de maaiveldophoging. De bomen die worden gekapt, zijn niet in dit onderzoek meegenomen. Doel Het onderzoek moet antwoord geven op de volgende vragen: o Wat is de huidige conditie, kwaliteit en toekomstverwachting van de bomen? o Zijn de betreffende bomen verplantbaar/optilbaar? o Wat zijn de eventuele beperkende factoren ten aanzien van verplanten en zijn er maatregelen mogelijk om de beperkingen op te heffen? o Is de groeiplaats op de vier nieuwe locaties in verharding geschikt voor aanplant of spelen belemmerende factoren een rol? Mocht er sprake zijn van belemmerende factoren, kunnen er maatregelen worden toegepast om de belemmeringen op te heffen? De vijf nieuwe groeiplaatsen in het gazon zijn reeds onderzocht en zijn niet meegenomen in dit verplantbaarheidsonderzoek.

Werkwijze Om op bovenstaande vragen antwoord te krijgen is ter plekke onderzoek gedaan op 27 augustus, 31 augustus en 14 september 2020. Hierbij zijn de volgende onderzoeken uitgevoerd: Bovengronds onderzoek De 34 bomen zijn bovengronds visueel beoordeeld, waarbij per individuele boom de onderstaande aspecten zijn opgenomen: o boomsoort; o standplaats; o stamdiameter; o kroondiameter; o hoogte (ingedeeld in klassen); o aanwezigheid wortelopdruk; o conditie; o opvallende noemenswaardige gebreken die recent zijn ontstaan; o toekomstverwachting.

Groen Gedaan Boomtechnisch advies

7

Verplantbaarheidsonderzoek Stadspolderring Dordrecht

September 2020

Bodem- en bewortelingsonderzoek Vervolgens zijn er steekproefsgewijs proefsleuven gegraven om de bodemopbouw en beworteling in beeld te brengen. Als aanvulling op de proefsleuven zijn verschillende grondboringen uitgevoerd en is er een KLIC-melding gedaan. Bij het onderzoek zijn de volgende aspecten in beeld gebracht: o profielopbouw; o kwaliteit en verspreiding wortels; o eventuele aanwezigheid van kabels en leidingen; o grondwaterniveau. Rapportage In hoofdstuk 2 zijn de resultaten van het boven- en ondergrondse onderzoek bij de bomen beschreven. Hier is ook de toekomstverwachting in de huidige situatie aangegeven. Vervolgens staat in hoofdstuk 3 de beoordeling van de verplantbaarheid. Hoofdstuk 4 geeft de beoordeling van de plantlocaties in verharding weer. Tenslotte zijn de conclusies en het advies in hoofdstuk 5 beschreven.

Groen Gedaan Boomtechnisch advies

8

Verplantbaarheidsonderzoek Stadspolderring Dordrecht

2.

Onderzoeksresultaten

2.1

Resultaten bovengronds onderzoek

September 2020

Situering Het betreft in totaal 34 platanen (Platanus x hispanica). De bomen variëren qua diameter tussen de 40 en 68 cm, hebben een kroonafmeting tussen de 11 en 17 m en vallen grotendeels in de hoogteklasse 18 tot 24 m. Het merendeel van de bomen staat in een parkeerstrook, tussen de rijbaan en een beplantingsstrook in, zie afbeelding 1. Eén boom staat in een breed gedeelte van het trottoir (boom 11, zie afbeelding 10 op bladzijde 20). Daarnaast staan er verschillende bomen in gras, waarbij boom 26 t/m 30 op een grastalud staan (zie afbeelding 2). In de huidige situatie is er in het wegprofiel een verloop wat betreft maaiveldhoogte te zien. Hierbij vormt de rijbaan het laagste punt en loopt de hoogte van het maaiveld richting de huizen op. In bijlage 2 is de locatie van de bomen weergegeven, inclusief boomnummers. Hierop is een indicatie van de kroonprojectie op schaal weergegeven. De boomgegevens staan in een tabel in bijlage 3.

Afb. 1: Bomen in parkeerstrook langs beplanting

Afb. 2: Bomen in grastalud

Conditie Bij het beoordelen van de conditie is een indeling gemaakt in de klassen goed, redelijk, matig en slecht: o Bomen met een goede conditie vertonen een voor de soort en leeftijd optimale ontwikkeling, zoals scheutlengte ontwikkeling, knopbezetting, etc. o Bomen met een redelijke conditie vertonen een geremde scheutlengte ontwikkeling en verminderde knopbezetting, maar er is nog geen sprake van aftakeling. o Bomen met een matige conditie vertonen beginnende aftakeling. Dit uit zich in een sterk gereduceerde scheutlengte ontwikkeling en lichte scheutsterfte in de buitenkroon van de boom. o Bomen met een slechte conditie vertonen sterke aftakeling. Dit uit zich in aanzienlijke sterfte van zwaardere takken in de buitenkroon. De conditie van alle 34 bomen is redelijk.

Groen Gedaan Boomtechnisch advies

9

Verplantbaarheidsonderzoek Stadspolderring Dordrecht

September 2020

Wortelopdruk Bij alle bomen in verharding is in meer of mindere mate worteldruk aangetroffen. Er is met name wortelopdruk in de parkeerstrook aanwezig (zie afbeelding 3) en er is sprake van opdruk van de trottoirbanden tussen parkeerstrook en beplantingsstrook (zie afbeelding 4). Ook is op enkele plaatsten opdruk van verharding in het trottoir aangetroffen. Daarnaast is bij één boom in het gras (boom 30) wortelopdruk in het naastliggende trottoir aanwezig.

Afb. 3: Wortelopdruk parkeerstrook

Afb. 4: Opgedrukte trottoirband beplantingsstrook

Noemenswaardige gebreken/aantastingen Dergelijke gebreken zijn niet aangetroffen.

2.2

Resultaten bodem- en bewortelingsonderzoek

Om de bodemopbouw en de omvang, kwaliteit en spreiding van de beworteling in beeld te brengen, zijn er 17 proefsleuven gegraven en 8 grondboringen uitgevoerd. De proefsleuven en grondboringen zijn verdeeld over het onderzoeksgebied uitgevoerd bij zowel te verplanten bomen, te tillen bomen als bij de nieuwe plantplaatsen. Om de verplantbaarheid te beoordelen, is de beworteling op verschillende afstanden vanuit hart stam van de boom onderzocht. Hierbij zijn verplantkluiten aangehouden van 7 tot 10 x de stamdiameter (zie paragraaf 3.1). Verder is er een KLIC-melding gedaan om de ligging van kabels en leidingen in beeld te brengen en is gebruik gemaakt van de door de opdrachtgever aangeleverde grondwatergegevens en dwarsprofielgegevens uit het kabels- en leidingenonderzoek. Op de tekening in bijlage 2 is de locatie van de proefsleuven en grondboringen weergegeven. In bijlage 4 zijn de resultaten van het bodem- en bewortelingsonderzoek opgenomen. De aangeleverde dwarsprofielen (voor kabels en leidingen) en grondwatergegevens staan respectievelijk in bijlage 5 en 6 en de KLIC-melding is in bijlage 7 weergegeven. 2.2.1 Algemeen De oorspronkelijk bodem bestaat uit klei of klei op een veenlaag. De kleilaag vormt op veel plaatsen een storende laag en is over het algemeen volledig gereduceerd.

Bovenop de klei is grond aangebracht: uiterst humusarm zand en/of zavel al dan niet puinhoudend. Deze laag varieert binnen het onderzoekstraject over het algemeen qua dikte van circa 0,55 tot 1,5 m, waarbij het aan de noordzijde van het traject een relatief dunne laag betreft welke in zuidelijke richting dikker wordt. De opgebrachte laag was op het moment van onderzoek op het merendeel van de locaties erg droog.

Groen Gedaan Boomtechnisch advies

10

Verplantbaarheidsonderzoek Stadspolderring Dordrecht

September 2020

2.2.2 Bodem en beworteling Bodem Bomen in verharding Bij het bodem- en bewortelingsonderzoek is opgevallen dat het merendeel van de bomen in verharding ongunstige groeiplaatsomstandigheden hebben. De bodem onder de parkeerstrook bestaat voornamelijk uit uiterst humusarm, matig fijn zand en is verdicht, met op sommige plekken zwaar verdichte lagen zavel/puin/zand. De bodem in de aansluitende beplantingsstrook bestaat voor de bovenste 40 tot 65 cm uit zavel met daaronder uiterst humusarm, matig fijn zand. In dit zavelpakket kunnen de bomen nog enigszins profiteren van voeding. Boom 11 staat in het trottoir, waar de bodem uit uiterst humusarm, matig fijn zand bestaat. De boom heeft geen aansluiting op een beplantingsstrook, wat terug te zien is in de iets transparantere kroon en kleiner en lichter blad vergeleken met de andere bomen. Bomen in gras De bomen in gazon hebben ogenschijnlijk betere groeiplaatsomstandigheden (open grondsituatie). Hier bestaat de bovenste bodemlaag (ook) uit zavel. De dikte van deze laag varieert over het onderzoekstraject van 30 tot zeker 70 cm. De bodem is op veel plaatsen echter zwaar verdicht, waardoor de ontwikkeling van beworteling sterk wordt belemmerd. Onder de zavellaag bestaat de bodem uit uiterst humusarm, matig fijn zand.

Beworteling Bomen in verharding De beworteling van de bomen in verharding heeft zich eenzijdig ontwikkeld en bevindt zich voornamelijk in de aangrenzende beplantingsstroken. Dit betreft zowel fijne beworteling als meerdere zware (stabiliteits)wortels tot wel 22 cm ø, zie afbeelding 5. In de parkeerstrook is slechts oppervlakkig beworteling aangetroffen, zie afbeelding 6. Hier is relatief dunnere beworteling aanwezig, met uitzondering van enkele wortelplaten (zie proefsleuf 14 in bijlage 4). De oppervlakkige beworteling veroorzaakt op veel plekken opdruk van verharding.

Afb. 5: Meerdere zware wortels in de beplantingsstrook

Groen Gedaan Boomtechnisch advies

Afb. 6: Oppervlakkige beworteling parkeerstrook

11

Verplantbaarheidsonderzoek Stadspolderring Dordrecht

September 2020

De bomen hebben te weinig ondergrondse groeiruimte tot hun beschikking in relatie tot hun formaat. Hierdoor gaan wortels ‘’zoeken’’ naar voeding en vocht, met wortelopdruk als gevolg. Bomen in gazon Door zware verdichting van de bodem heeft de beworteling zich op veel plekken oppervlakkig en onregelmatig ontwikkeld. Hierdoor is er geen sprake van een homogeen bewortelingspatroon. Hier zijn ook op grotere afstand van de boom (10 x de stamdiameter) zware wortels aangetroffen (zoals in proefsleuf 11 in bijlage 4). Wortels in rioolput Tijdens het veldwerk zijn 2 rioolputten opengemaakt: een put nabij boom 10 en een put tussen boom 26 en 27. In beide putten zijn wortels aangetroffen, zie afbeelding 7. De kans is aanwezig dat er ook wortels in de rioolbuizen groeien, vanwege de volgende drie aspecten: o In de putten was, naast beworteling, Afb. 7: Fijne beworteling in rioolput tussen boom 26 en 27 stagnerend water zichtbaar (bovenkant van rioolbuis was niet zichtbaar). o Betreffende bomen zijn conditioneel gezien voldoende (status redelijk), ondanks de slechte groeiplaatsomstandigheden. o Bij de aanleg van het riool is door het graven van werksleuven de storende kleilaag doorbroken en mogelijk afgewerkt (verdicht) met zandig materiaal. Als dit het geval is kunnen in dit substraat makkelijk boomwortels doordringen.

Kabels en leidingen Op basis van de KLIC-melding is inzicht verkregen in de ter plekke aanwezige kabels en leidingen. Op de onderzoekslocatie is een groot aantal kabels en leidingen aangetroffen, met name in het voetpad en in een deel van de beplantingsstroken. Hieronder wordt een opsomming gegeven met de belangrijkste bevindingen: o Bij de bomen in verharding aan de westzijde van de straat ligt de riolering op circa 1 tot 1,5 m afstand t.o.v. hart stam van de bomen (zie afbeelding 8) en op ruim 1 m beneden maaiveld. Bij deze bomen ligt ook een hoge druk gasleiding in het beplantingsvak op circa 2,5 m vanaf hart stam. De gasleiding ligt volgens aangeleverde informatie op circa 1 m beneden maaiveld.

Afb. 8: Indicatie ligging riool boom 3 t/m 7

Groen Gedaan Boomtechnisch advies

Afb. 9: Indicatie ligging riool boom 27 t/m 30

12

Verplantbaarheidsonderzoek Stadspolderring Dordrecht

o o

September 2020

Bij de bomen in verharding aan de oostzijde van de straat ligt geen riolering dicht bij de stam. Hier liggen de kabels en leidingen op groter afstand van de bomen, in het voetpad en langs de rand van de beplantingsstrook. In het gras rondom boom 8 t/m 10 liggen veel kabels en leidingen. Bij boom 26 t/m 30 ligt een riool vlakbij de stam (zie afbeelding 9). Daarnaast liggen bij boom 30 datakabels op korte afstand.

In bijlage 7 staat een volledig overzicht met betrekking tot de ligging van de kabels en leidingen ten opzichte van de bomen.

2.2.3 Grondwater Tijdens het uitvoeren van het veldwerk, is ter hoogte van het Johannes Naber-erf 472 een grondwaterstand van 1,65 m beneden maaiveld beplantingsstrook geconstateerd. Bij boom 20 is het grondwater op 1,85 m beneden maaiveld uitstapstrook aangetroffen. Bij boom 25 is het grondwater op circa 2,5 m beneden maaiveld gazon aangetroffen. Volgens de peilbuisgegevens van gemeente Dordrecht varieert het grondwater nabij boom 30 in 2018 en begin 2019 tussen 1,32 en 1,7 m beneden maaiveld. De fluctuatie laat een natuurlijk verloop zien. Dit is echter gebaseerd op gegevens van 1 peilbuis en meetgegevens van 1 jaar, zie bijlage 6.

2.3

Toekomstverwachting

Bij het bepalen van de toekomstverwachting is onder meer gekeken naar de conditie en het herstelvermogen van de bomen, noemenswaardige gebreken en aantastingen en naar de ondergrondse groeiplaats. Het gaat om een momentopname, waarbij uitgegaan wordt van gelijkblijvende omstandigheden. De toekomstverwachting is in de volgende klassen ingedeeld: meer dan 10 jaar, 5 tot 10 jaar en 0 tot 5 jaar. Alle 34 bomen hebben een toekomstverwachting van meer dan 10 jaar.

Groen Gedaan Boomtechnisch advies

13

Verplantbaarheidsonderzoek Stadspolderring Dordrecht

3.

Verplantbaarheid

3.1

Beoordelingsaspecten verplantbaarheid

September 2020

Bij het beoordelen van de verplantbaarheid is gekeken naar de volgende factoren: o boomsoort; o conditie van de boom; o structuur van de boom; o aard van de wortelkluit; o omgevingsfactoren. Boomsoort Het is van belang dat een boom na verplanting weer in staat is om een gezonde groei en ontwikkeling tot stand te brengen. Dit is niet bij elke boom het geval. De ene boomsoort heeft een groter regeneratievermogen dan de andere. Ook de aard van het wortelgestel speelt hierbij een rol. Bomen met een fijn vertakt wortelstelsel hebben over het algemeen minder problemen met verplanting. Een uitzondering hierop vormen jonge bomen. In principe zijn alle bomen van jonge leeftijd goed verplantbaar, onafhankelijk welke soort het is. Conditie Bomen met een redelijke of goede conditie zullen zich doorgaans makkelijker herstellen van een verplantschok. Bij bomen met een slechte of matige conditie is een groot deel van hun reserves al verbruikt om te overleven. Het herstellingsvermogen is hierdoor sterk verminderd, waardoor het aanzienlijke wortelverlies onvoldoende kan worden gecompenseerd. Voor bomen met een matige of slechte conditie wordt het afgeraden ze te verplanten. Structuur Bij beoordeling van de structuur is gekeken naar de aanwezigheid van gebreken die de boom verzwakken. Hierbij is het van belang of de gebreken wel of geen invloed hebben op de resterende levensduur van de boom.

Daarnaast is gekeken naar de kroonopbouw/kroonstructuur. Aard van de verplantkluit Bij het beoordelen van de kwaliteit van de kluit is een aantal aspecten van belang. Deze worden hieronder beschreven: o Intensiteit beworteling Voor een succesvolle verplanting is het van belang dat de kluit een goede samenhang heeft en intensief is doorworteld. Verder is het belangrijk dat de beworteling zich voldoende diep uitstrekt. De wortelkluit dient tenminste 50 cm diep te zijn. o Dikte wortels rand kluit Daarnaast wordt gekeken naar de dikte van de wortels die aan de rand van de kluit aanwezig zijn. In principe kan bij verlies van wortels dikker dan 5 cm ø, een boom niet duurzaam worden behouden. De relatief grote wond, die ontstaat door het afzetten van dikke wortels, kan als invalspoort dienen voor secundaire ziekteverwekkers/aantasters met het risico op vroegtijdige uitval van de boom. Bij een plataan kan (onder meer door een goed regeneratievermogen) deze

Groen Gedaan Boomtechnisch advies

14

Verplantbaarheidsonderzoek Stadspolderring Dordrecht

o

September 2020

grens iets hoger liggen en hoeft het verlies van een enkele wortel tot 10 cm ø geen probleem te zijn. Grootte en vorm kluit Als vuistregel geldt dat de omvang van de kluit minimaal 7 tot 10 keer de diameter van de stam dient te zijn, afhankelijk van de diepte en omvang van de beworteling, de boomsoort, de conditie en de mogelijkheid tot voorbereiding van de kluit. Dit is om behoud van voldoende opnamecapaciteit en de stabiliteit te waarborgen.

Omgevingsfactoren Naast beoordeling van de boom moet ook gekeken worden naar eventuele belemmeringen in de omgeving van de boom, zoals kabels en leidingen. Hierbij zijn laagspanningskabels niet als knelpunt beoordeeld, omdat deze relatief makkelijk te verplaatsen zijn.

3.2

Beoordeling verplantbaarheid

De beoordeling van de verplantbaarheid is per aspect voor alle individuele bomen weergegeven in de tabel in bijlage 9. Op de eerste drie aspecten (boomsoort, conditie en structuur) zijn de bomen positief beoordeeld ten aanzien van verplantbaarheid: Platanen zijn als soort goed verplantbaar, de bomen hebben een redelijke conditie en er zijn geen noemenswaardige gebreken en/of aantastingen aangetroffen die invloed hebben op de toekomstverwachting. Echter, ten aanzien van de laatste twee aspecten (aard kluit en omgevingsfactoren) is er sprake van verschillende knelpunten. Hieronder worden deze per aspect beschreven. Aard kluit Er is, zowel bij de bomen in verharding als bij de bomen in gras, geen sprake van een mooi samenhangende en intensief doorwortelde kluit. Zo is er onder de verharding slechts oppervlakkige en over het algemeen relatief dunne beworteling aangetroffen (met uitzondering van enkele wortelplaten). In de beplantingsstrook is juist veel en ook zware beworteling aanwezig. Bij de bomen in het gras zijn door verdichting sommige plekken intensief doorworteld, andere plekken helemaal niet. Daarnaast moeten er bij het maken van een verplantkluit, ook bij de ruimste maat (10 x de stamdiameter, waarbij de afmeting van de kluit varieert tussen 4 bij 4 m tot bijna 7 bij 7 m) veel zware wortels tot 22 cm ø worden afgezet.

Dit zal op termijn een groot risico geven op aantasting door houtrotschimmels. De bomen kunnen niet op duurzame wijze worden verplant/opgetild. Ook vormt het verankeren van de bomen na verplanting een knelpunt, gezien de combinatie van de onevenwichtige kluit met de aanzienlijke hoogte van de bomen. Omgevingsfactoren Bij het merendeel van de bomen liggen kabels en leidingen dichtbij de bomen. Bij sommige kabels/leidingen geldt een zone rondom de kabels/leidingen, waarbinnen niet mag worden ontgraven. Volgens aangeleverde informatie is het uitgangspunt bij hoge druk gasleidingen een afstand van 1,5 uit hart leiding. Bij bijvoorbeeld gas lage druk geldt geen specifieke eis voor minimale afstand voor ontgraving.

Groen Gedaan Boomtechnisch advies

15

Verplantbaarheidsonderzoek Stadspolderring Dordrecht

September 2020

Bomen in verharding westzijde Aan de westzijde van de straat ligt een riool vlakbij de stam van de bomen (boom 1 t/m 7 en 11 t/m 22) en ligt er een hoge druk gasleiding in of vlakbij de rand van de verplantkluit. Dit vormt een knelpunt om de bomen te kunnen verplanten. Bomen in verharding oostzijde Kabels en leidingen vormen hier geen direct knelpunt (boom 31 t/m 34). Bomen in gras Bij het merendeel van de bomen (boom 8 t/m 10 en boom 26 t/m 30) vormen kabels en/of leidingen een belemmering voor de verplanting omdat deze in of vlakbij de verplantkluit liggen. Uitzondering hierop vormen boom 23 t/m 25. Kortom De bomen zijn niet op duurzame wijze verplantbaar/ op te tillen.

Groen Gedaan Boomtechnisch advies

16

Verplantbaarheidsonderzoek Stadspolderring Dordrecht

4.

September 2020

Beoordeling plantlocaties

Er zijn vier locaties in verharding waar conform de voorgenomen plannen bomen heen worden verplaatst/verplant (3 stuks) dan wel een nieuwe boom wordt geplant (1 stuks). Dit betreffen 2 locaties waarbij in de huidige situatie een boom staat (welke volgens plan worden gekapt). Daarnaast zijn er 2 locaties, waar in de huidige situatie geen boom staat (nieuwe plantlocatie). Bij alle vier de bovengenoemde locaties wordt volgens aangeleverde informatie in de herinrichting een plantvak van 5 bij 5 m ingericht, waarbij groeiplaatsverbetering wordt toegepast. Hierbij wordt tot 80 cm diep grond uitgewisseld. In de groenvakken wordt Dordtrechtse “bomenbaggergrond” ingevuld en onder de verharding wordt bomenzand aangebracht. In bijlage 2.zijn de betreffende locaties op kaart aangeven: A. Westzijde straat, op de hoek ter hoogte van Simon Vestdijk-erf 11 (ten zuidoosten van boom 2), nieuwe plantlocatie. B. Westzijde straat, ter hoogte van Stadspolderring 319 (ten zuidoosten van boom 7), locatie bestaande boom. C. Oostzijde straat, ter hoogte van Johanna Naber-erf 468, locatie bestaande boom, hier wordt een nieuwe boom geplant. D. Oostzijde straat, ter hoogte van Johanna Naber-erf 472, nieuwe plantlocatie.

4.1

Onderzoeksresultaten

Bodem Op elke locatie zijn 1 tot 2 grondboringen uitgevoerd om de bodemopbouw in beeld te brengen, zie grondboring 4 t/m 8 in bijlage 4. De bodem onder de huidige verharding bestaat voornamelijk uit uiterst humusarm zand. De bodem in de beplantingsstrook bestaat voor de bovenste 40-60 cm uit zavel. Onder de toplaag met zavel is uiterst humusarm zand aangetroffen (vastgesteld m.b.v. proefsleuven). Bij locatie A, C en D is op respectievelijk 55, 105 en 97 cm beneden maaiveld klei aangetroffen. Grondwater Het grondwater is in een peilbuis gemeten dichtbij plantlocatie D en is op 1,65 m beneden maaiveld aangetroffen (gemeten vanaf bovenkant maaiveld beplantingsstrook; grondwaterstand ten opzichte van maaiveld trottoir bedraagt circa 1,55 cm). Bij locatie A, C en D is op respectievelijk 60, 105 en 70 cm beneden maaiveld volledige reductie aangetroffen. De aangetroffen reductie bij locatie A en D is moeilijk te relateren aan een grondwaterstand van 1,65 m beneden maaiveld en wordt voornamelijk veroorzaakt door stagnerend hemelwater op de aanwezige kleilaag in de bodem. Kabels en leidingen Bij locatie A, B en D liggen kabels en leidingen binnen de toekomstige groeiplaats, zie bijlage 8. Bij locatie C ligt er op de rand van de huidige beplantingsstrook een lage druk gasleiding. Deze ligt net buiten het geplande plantvak.

Groen Gedaan Boomtechnisch advies

17

Verplantbaarheidsonderzoek Stadspolderring Dordrecht

4.2

September 2020

Beoordeling plantlocaties

Uit het onderzoek komt naar voren dat de huidige grondslag ongeschikt is voor bomen om zich zonder problemen (zoals groeibelemmering en/of wortelopdruk) te kunnen ontwikkelen, mede vanwege het gebrek aan voedingsstoffen en de sterke bodemverdichting op veel plaatsen. Ten behoeve van de bomen zullen er conform de voorgenomen plannen plantvakken worden ingericht, waarin per boom circa 20 m3 doorwortelbare ruimte wordt gerealiseerd. Deze hoeveelheid doorwortelbare ruimte biedt in principe ruimte voor de bomen om tot volwassen omvang te kunnen uitgroeien. Bij het inrichten van de groeiplaatsen is echter wel sprake van een aantal knelpunten/aandachtspunten: o

Bij locatie A en D is vrij ondiep (respectievelijk 60 cm en 70 cm beneden maaiveld) volledige reductie aangetroffen als gevolg van stagnerend hemelwater op de aanwezige (storende) kleilaag. De gemiddelde hoogste (schijn)grondwaterstand (GHG) die zich instelt, is door de afgelopen periode van langdurige droogte onvoldoende waarneembaar (roestvlekken) in de bodem. De daadwerkelijke (schijn)GHG kan dus in winter/voorjaar tamelijk ondiep voorkomen op deze locaties. Voldoende gegevens hierover ontbreken op dit moment (en kunnen door aanwezigheid storende laag ook lokaal variëren), maar zijn noodzakelijk om de uiteindelijke laagdikte van invulling te kunnen bepalen, zie paragraaf 5.3.

o

Wanneer een plantlocatie ingericht wordt tot in de storende kleilaag, wordt er een soort ‘’badkuipeffect’’ gecreëerd. Op de storende kleilaag stagnerend hemelwater, stroomt dan af in de plantlocatie alsof een ‘’badkuip vol loopt’’. Zeker bij plantlocatie A kan dit een rol spelen omdat hier klei ondiep aanwezig is (55 cm beneden maaiveld).

o

Bij locatie A, B en D liggen kabels en leidingen binnen de toekomstige groeiplaats, zie bijlage 8. Dit vormt een belemmering voor het inrichten van de nieuwe groeiplaats en kan problemen op langere termijn geven, bijvoorbeeld bij het vervangen van kabels en leidingen. Bij locatie C ligt een lage druk gasleiding net buiten de rand van de huidige beplantingsstrook. Ondanks dat deze net buiten het toekomstig plantvak ligt, moet hier voorzichtig worden gewerkt met het inrichten van het plantvak. Afhankelijk van de mate van ophoging vormen de ligging van kabels en leidingen in meer of mindere mate een probleem.

Groen Gedaan Boomtechnisch advies

18

Verplantbaarheidsonderzoek Stadspolderring Dordrecht

5.

Conclusie en advies

5.1

Samenvattende conclusie

September 2020

Kwaliteit bomen De platanen hebben een redelijke conditie en een toekomstverwachting van meer dan 10 jaar. Er zijn geen noemenswaardige gebreken en/of aantastingen aangetroffen. Bodem en beworteling Als gevolg van een beperkte groeiplaats (zowel qua beschikbare ondergrondse kubieke meters grond als wat betreft de kwaliteit hiervan) hebben de bomen op veel plaatsen oppervlakkige beworteling ontwikkeld, met wortelopdruk als gevolg. De bomen in verharding die langs de beplantingsstrook staan, hebben hun voornaamste beworteling aan deze zijde ontwikkeld. Hier is de beworteling dieper aangetroffen met wortels tot 22 cm ø. Bij veel bomen liggen kabels en leidingen op korte afstand van de stam. Verplantbaarheid De bomen hebben geen intensief doorwortelde kluit en homogeen bewortelingspatroon gevormd. Daarnaast zijn op de rand van de verplantkluit meerdere zware wortels aangetroffen. Het verlies van dermate zware wortels, zal op termijn een groot risico met zich meebrengen op aantasting door parasitaire houtrotschimmels. Daarbij komt dat er bij veel bomen kabels en leidingen in of dichtbij de verplantkluit liggen. Alle 34 bomen zijn niet duurzaam te verplanten/op te tillen. Beoordeling plantlocaties De vier aangegeven plantlocaties A t/m D zijn in de huidige situatie ongeschikt voor bomen om zich probleemloos te ontwikkelen.

Conform de voorgenomen plannen worden er ruime plantvakken voor de bomen ingericht. Hierbij is sprake van een aantal knelpunten: o Reductie op vrij korte afstand onder het maaiveld bij locatie A en D. Er zijn onvoldoende (schijn)grondwatergegevens beschikbaar om te bepalen tot hoe diep de plaantvakken kunnen worden ingevuld. o Storende kleilaag aanwezig op 55 cm beneden maaiveld bij locatie A met risico op creëren‘’badkuipeffect’’. o Kabels en leidingen binnen de toekomstige groeiplaats.

Groen Gedaan Boomtechnisch advies

19

Verplantbaarheidsonderzoek Stadspolderring Dordrecht

5.2

September 2020

Advies met betrekking tot verplantbaarheid

Het verplanten en/of optillen van de bomen is niet mogelijk, zoals beschreven in vorige hoofdstukken. Echter, er zijn wellicht mogelijkheden om de gewenste maaiveldhoogte te realiseren met behoud van bomen zonder dat deze verplant en/of opgetild hoeven te worden. In de huidige situatie is er in het wegprofiel een verloop wat betreft maaiveldhoogte te zien. Hierbij vormt de rijbaan het laagste punt en loopt de hoogte van het maaiveld richting de huizen op. De voorgenomen werkzaamheden bestaan uit het ophogen van het wegprofiel met maximaal 50 tot 60 cm en deze qua maaiveld hoogte te laten aansluiten op de dorpels van omliggende huizen. Hierbij zal ook ophoging van het maaiveld rondom de bomen plaatsvinden. Normaal gesproken geeft het ophogen van het maaiveld met meer dan 10 cm een verhoogd risico op problemen wat betreft de zuurstofhuishouding in de bodem. Een afname of gebrek aan zuurstof in de bodem heeft wortelsterfte als gevolg en uiteindelijk vroegtijdige uitval van bomen. In dit geval spelen echter een aantal factoren een rol waardoor de situatie wat genuanceerder ligt en waardoor ophoging niet per definitie zuurstofproblemen als gevolg zal hebben: o In de parkeerstrook, uitstapstrook en het trottoir bestaat de bodem uit uiterst humusarm zand. Dit is substraat wat in principe goed zuurstof doorlaat, waardoor ophoging niet direct tot zuurstofproblemen zal leiden.

Daarnaast bevat het zand geen organische stof (dus geen zuurstofverbruik door omzetting organische stof in de bodem). Ook de laag zavel in de beplantingsstroken en het gazon, bevat weinig organische stof. o De meeste bomen staan hoger ten opzichte van het huidige maaiveld van de rijbaan. Dat scheelt op sommige locaties circa 25 cm. Om tot de gewenste maaiveldhoogte te komen, is op deze plekken dus minder ophoging noodzakelijk. o De voornaamste (opname) beworteling zit in de beplantingsstroken. Deze liggen in de huidge situatie hoger dan de rijbaan en behoeven dus geen/minder ophoging. Op basis van bovengenoemde punten adviseren wij om een plan uit te (laten) werken op welke wijze ophoging van het maaiveld met behoud van de bomen kan plaatsvinden, bijvoorbeeld door slim om te gaan met maaiveldhoogtes, aanpassingen in het wegprofiel te maken en op te hogen met licht materiaal (zuurstof doorlatend). Zo kan bij de bomen in het gras mogelijk een groot deel van het maaiveld (nagenoeg) op het huidige niveau blijven. Het maaiveld kan dan vanaf de opgehoogde rijbaan geleidelijk aan richting de bomen aflopen, zodat ophoging minimaal blijft. Verder kan het risico op baststerfte door ophoging rond de stam op relatief eenvoudige wijze worden voorkomen door het plaatsen van een ruime (corten)stalen ring rondom de stam.

5.3

Advies met betrekking tot inrichting groeiplaatsen

Realiseren doorwortelbare ruimte voor bomen Geadviseerd wordt om bij het ophogen van het maaiveld extra kubieke meters doorwortelbare ruimte te realiseren, door bijvoorbeeld de ruimte onder de parkeerstrook in te richten voor de bomen. Zo kan onder de verharding bomenzand worden aangebracht met daarop een drukverdelende krattenlaag of kan er gebruik worden gemaakt van granulaten. Bij het inrichten van de nieuwe groeiplaatsen (nieuwe plantlocaties, ruimte onder de parkeerstrook, o.i.d.) zijn onderstaande aspecten van belang om rekening mee te houden:

Groen Gedaan Boomtechnisch advies

20

Verplantbaarheidsonderzoek Stadspolderring Dordrecht

o

o

o

September 2020

Het is van groot belang dat het ingevulde materiaal minimaal 10 cm boven de gemiddelde hoogste (schijn)grondwaterstand (GHG) wordt ingebracht. Wanneer organisch rijk materiaal toch tot in of aan de GHG wordt aangebracht, zal het onderste gedeelte van de groeiplaats zich verzadigen met water. Dit veroorzaakt een zuurstofloze situatie waarin wortels niet/slechts tijdelijk tot ontwikkeling kunnen komen. Om de exacte maximale invuldiepte te bepalen, zijn aanvullende gegevens nodig over de (schijn)grondwaterstand (GHG). Geadviseerd wordt om middels een aanvullend onderzoek deze gegevens te verkrijgen. Dit kan bijvoorbeeld door middel van het plaatsen van ondiepe peilbuizen en/of het (laten) uitvoeren van grondboringen in de natste periode (februari/maart). Op locaties waar de storende kleilaag ondiep aanwezig is en/of weinig maaiveldophoging noodzakelijk is, moet er op gelet worden dat het ingevulde materiaal niet tot op of in de kleilaag wordt ingevuld. Dit om het creëren van een ‘’badkuipeffect’’ te voorkomen. Door de geplande maaiveldophoging, wordt de drooglegging vergroot. Dit komt ten goede aan de mogelijkheid een voldoende diepe leeflaag (80 cm dik) in te vullen. Echter, de benodigde ophoging van het maaiveld is niet op alle plekken gelijk. Om te kunnen bepalen tot hoe diep de uiteindelijke leeflaag ingevuld kan worden, is er een exacte hoogtekaart (met hoogtes t.o.v.

N.A.P.) nodig van de huidige en toekomstige situatie.

Inrichten beplantingsvak boom 11 Rondom boom 11 is ogenschijnlijk overbodige verharding aangetroffen, zie afbeelding 10. Aanbevolen wordt om bij de herinrichting rondom de boom een ruim beplantingsvak in te richten. Daarnaast kan onder het trottoir ook extra doorwortelbare ruimte worden gerealiseerd, zie vorige alinea.

Afb. 10: Ogenschijnlijk overbodige verharding boom 11

Groen Gedaan Boomtechnisch advies

21

Bijlage 1. Overzicht onderzoeksgebied

Bijlage 2. Overzicht locatie bomen, proefsleuven en grondboringen

Bijlage 3. Boomgegevens

Bijlage 4. Resultaten bodem- en bewortelingsonderzoek

Proefsleuf 1 Cm - mv 0 8 8 25 25

80

-

80

2 tot 2,35 m uit hart stam boom 20 (parkeervak) Omschrijving Bevindingen Klinker Klinkers zijn opgedrukt. Cunetzand Intensieve beworteling tot 2,5 cm ø, met net onder de verharding 1 wortel van 8 cm ø en 1 wortel van 3,5 cm ø. Geroerde grond met uiterst humusarm, Geen beworteling met uitzondering van een klein deel van matig fijn zand, zavel en puin de proefsleuf (aan zijde trottoirband): tot 35 cm diepte intensieve beworteling tot 1 cm ø. Bodem is zwaar verdicht (handmatig vastgesteld). Funderingsrestanten

(Ps 2)

Ps 1

Bijlage 4. Resultaten bodem- en bewortelingsonderzoek

Proefsleuf 2 Cm - mv 0 5 5 - 105 105 185

-

220

Ps 2

2 tot 2,35 m uit hart stam boom 20 (uitstapstrook), plus aanvullende grondboring 1 Omschrijving Bevindingen Tegel Uiterst humusarm, matig fijn zand Tot 55 cm diepte intensieve beworteling tot 1,7 cm ø, met op 20 cm diepte 1 wortel van 3,5 cm ø. Klei Volledig gereduceerd. Grondwater

(Ps 1)

Bijlage 4. Resultaten bodem- en bewortelingsonderzoek

Proefsleuf 3 Cm - mv 0 40

40

-

75

1,5 tot 1,75 m uit hart stam boom 20 (beplanting) Omschrijving Bevindingen Zavel Tot 30 cm diepte extensieve beworteling tot 0,5 cm ø, met op 20 cm diepte 1 wortel van 5,5 cm ø. Van 30 tot 40 cm diepte intensieve beworteling tot 0,5 cm ø. Uiterst humusarm, matig fijn zand Intensieve beworteling tot 0,7 cm ø. Daarnaast diverse zware wortels: op 40 cm diepte 1 wortel van 16 cm ø, op 55 cm diepte 1 wortel van 22 cm ø en op 60 cm diepte 1 wortel van 10 cm ø.

Bijlage 4. Resultaten bodem- en bewortelingsonderzoek

Proefsleuf 4 Cm - mv 0 60

60

-

65

1,55 tot 1,8 m uit hart stam boom 13 (beplanting) Omschrijving Bevindingen Zavel Van 0 tot 25 cm diepte matig intensieve beworteling tot 1 cm ø. Van 25 tot 60 cm diepte intensieve beworteling tot 1 cm ø. Daarnaast diverse zware wortels: op 30 cm diepte 1 wortel van 9 cm ø en 1 van 6 cm ø, op 35 cm diepte 1 wortel van 16 cm ø, op 55 cm diepte 1 wortel van 10 cm ø en 1 van 3 cm ø en op 58 cm diepte 1 wortel van 7 cm ø. Uiterst humusarm, matig fijn zand Intensieve beworteling tot 0,5 cm ø.

Bijlage 4. Resultaten bodem- en bewortelingsonderzoek

Proefsleuf 5 Cm - mv 0 8 8 45

45 65

-

(Ps 6)

65 75

1,8 tot 2,05 m uit hart stam boom 13 (parkeervak) Omschrijving Bevindingen Klinker Uiterst humusarm, matig fijn zand Net onder de verharding wortelmat met fijne beworteling tot 0,5 cm ø. Intensieve beworteling tot 1,2 cm ø, met op 33 cm diepte 1 wortel van 2,5 cm ø. Zavel Bodem is zwaar verdicht (handmatig vastgesteld). Uiterst humusarm, matig fijn zand

Ps 5

Bijlage 4. Resultaten bodem- en bewortelingsonderzoek

Proefsleuf 6 Cm - mv 0 5 5 - 130

130

-

245

1,8 tot 2,2 m uit hart stam boom 13 (uitstapstrook), plus aanvullende grondboring 2 Omschrijving Bevindingen Tegel Tegels zijn opgedrukt. Uiterst humusarm, matig fijn zand Tot 65 cm diepte intensieve beworteling tot 0,8 cm ø, met op 34 cm diepte 1 wortel van 25 cm ø, welke zich splitst in 1 wortel van 16 cm ø en 1 van 10 cm ø, op 46 cm diepte 1 wortel van 4 cm ø. Vanaf 65 cm diepte grondboring uitgevoerd: beworteling tot circa 1 m diepte. Vanaf 1,05 cm diepte is de bodem gereduceerd. Volledig gereduceerd.

Klei

(Ps 5) Ps 6

Bijlage 4. Resultaten bodem- en bewortelingsonderzoek

Proefsleuf 7 Cm - mv 0 30

2,4 tot 2,65 m uit hart stam boom 8 (gras) Omschrijving Zavel

30

Uiterst humusarm, matig fijn zand

-

105

Bevindingen Matig extensieve tot intensieve beworteling tot 0,5 cm ø. Bodem is zwaar verdicht (handmatig vastgesteld). Vanaf 38 cm diepte intensieve beworteling tot 2,5 cm ø. Daarnaast op 65 cm diepte 1 wortel van 3 cm ø, op 70 cm diepte 1 wortel van 8 cm ø en 1 van 3 cm ø. Markeringslint van gasleiding op 1,03 m diepte.

Bijlage 4. Resultaten bodem- en bewortelingsonderzoek

Proefsleuf 8 Cm - mv 0 50

1,6 tot 1,85 m uit hart stam boom 10 (gras) Omschrijving Bevindingen Zavel In een deel van de proefsleuf: tot 25 cm diepte intensieve beworteling tot 2 cm ø. Van 25 tot 45 cm diepte matig extensieve beworteling tot 1 cm ø. In andere deel van de proefsleuf: extensieve beworteling tot 1 cm ø. Bodem is zwaar verdicht (handmatig vastgesteld).

Bijlage 4. Resultaten bodem- en bewortelingsonderzoek

Proefsleuf 9 Cm - mv 0 40

0,8 tot 1,8 m uit hart stam boom 10 (gras) Omschrijving Zavel

Bevindingen Matig extensieve beworteling tot 0,7 cm ø. Daarnaast diverse zware wortels: op 35 cm diepte 1 wortel van 16 cm ø, welke zich splitst in 1 wortel van 12 cm ø en 1 van 8 cm ø, op 30 cm diepte 1 wortel van 11,5 cm ø. Deze wortels lopen richting een gasleiding en zijn gevolgd tot zover mogelijk. Bodem is zwaar verdicht (handmatig vastgesteld).

Bijlage 4. Resultaten bodem- en bewortelingsonderzoek

Proefsleuf 10 Cm - mv 0 70

1,8 tot 2,1 m uit hart stam boom 30 (gras) Omschrijving Zavel, met puin en funderingsrestanten

Bevindingen Grotendeels extensieve beworteling tot 0,5 cm ø, met lokaal intensieve beworteling tot 1 cm ø. Daarnaast diverse zware wortels: op 10 cm diepte 1 wortel van 5 cm ø, op 12 cm diepte 1 wortel van 12 cm ø, op 15 cm diepte 1 wortel van 10 cm ø, op 17 cm diepte 1 wortel van 5 cm ø, op 24 cm diepte 1 wortel van 4,5 cm ø en op 42 cm diepte 1 wortel van 8 cm ø. Bodem is zwaar verdicht (handmatig vastgesteld).

Bijlage 4. Resultaten bodem- en bewortelingsonderzoek

Proefsleuf 11 Cm - mv 0 - 150

2,5 tot 2,8 m uit hart stam boom 25 (gras), plus aanvullende grondboring 3 Omschrijving Bevindingen Zavel Extensieve beworteling tot 1 cm ø. Daarnaast op 18 cm diepte 1 wortel van 2 cm ø. Op 30 cm diepte 1 wortel van 9 cm ø, welke zich splitst in 1 wortel van 7 cm ø, 1 van 3 cm ø en 1 van 1,5 cm ø. Op 45 cm diepte 1 wortel van 14 cm ø, welke zich splitst in 1 wortel van 9 cm ø en 1 van 4 cm ø. Bodem is zwaar verdicht (handmatig vastgesteld).

150

-

220

Uiterst humusarm, kleihoudend zand

220 280 250

-

280

Klei Veen Grondwater

Vanaf 75 cm diepte grondboring uitgevoerd: beworteling tot circa 1,5 m diepte. Roestvlekken vanaf 1,3 m diepte. Roest- en reductie vlekken en sporadisch een afgestorven haarwortel. Volledig gereduceerd.

Bijlage 4. Resultaten bodem- en bewortelingsonderzoek

Proefsleuf 12 Cm - mv 0 5 5 60

2 tot 2,6 m uit hart stam boom 11 (trottoir) Omschrijving Bevindingen Tegel Tegels zijn opgedrukt. Uiterst humusarm, matig fijn zand Tot 35 cm diepte intensieve beworteling tot 1 cm ø, met op 26 cm diepte 1 wortel van 9,5 cm ø, welke zich splitst in 1 wortel van 7,5 cm ø, 1 van 7 cm ø en 1 van 3 cm ø. Op 30 cm diepte 1 wortel van 10 cm ø, welke samengroeit met bovengenoemde wortel van 7,5 cm ø tot 1 wortel van 15 cm ø.

Bijlage 4. Resultaten bodem- en bewortelingsonderzoek

Proefsleuf 13 Cm - mv 0 65

65

-

90

2,2 tot 2,55 m uit hart stam boom 31 (beplanting) Omschrijving Bevindingen Zavel Tot 45 cm diepte intensieve beworteling tot 1 cm ø. Daarnaast op 25 cm diepte 1 wortel van 5 cm ø. Op 28 cm diepte 1 wortel van 7,5 cm ø en 1 van 11 cm ø. Op 40 cm diepte 1 wortel van 8 cm ø en 1 van 6 cm ø. De wortel van 11 cm ø en 8 cm ø zijn aan elkaar gegroeid. Uiterst humusarm, matig fijn zand

Bijlage 4. Resultaten bodem- en bewortelingsonderzoek

Proefsleuf 14 Cm - mv 0 8 8 70

1,7 tot 2,6 m uit hart stam boom 32 (parkeervak) Omschrijving Bevindingen Klinker Klinkers zijn opgedrukt. Uiterst humusarm, matig fijn zand Tot 25 cm diepte zeer intensieve beworteling met een wortelplaat en daarnaast een vergroeid wortelpakket tot 14 cm breed. Op 70 cm diepte 1 wortel van 2 cm ø.

Bijlage 4. Resultaten bodem- en bewortelingsonderzoek

Proefsleuf 15 Cm - mv 0 5 5 45

2,15 tot 2,7 m uit hart stam boom 32 (trottoir) Omschrijving Bevindingen Tegel Tegels zijn opgedrukt. Uiterst humusarm, matig fijn zand Tot 35 cm diepte intensieve beworteling tot 1 cm ø. Daarnaast op 15 cm diepte 1 wortel van 12 cm ø, welke zich splitst in 1 wortel van 8 cm ø en 1 van 4 cm ø. Op 15 cm diepte 1 afgezette wortel van 7 cm ø.

Bijlage 4. Resultaten bodem- en bewortelingsonderzoek

Proefsleuf 16 Cm - mv 0 8 8 20 20

-

40

1,95 tot 2,35 m uit hart stam boom 4 (parkeervak) Omschrijving Bevindingen Klinker Klinkers zijn opgedrukt. Uiterst humusarm, matig fijn zand Intensieve beworteling tot 1,5 cm ø. Daarnaast 1 vergroeid wortelpakket van 14 cm breed, met wortels tot 5 cm ø. Uiterst humusarm, puinhoudend, matig Bodem is zwaar verdicht (handmatig vastgesteld). grof zand

Bijlage 4. Resultaten bodem- en bewortelingsonderzoek

Proefsleuf 17 Cm - mv 0 40 40

-

60

2,4 tot 2,7 m uit hart stam boom 4 (beplanting) Omschrijving Bevindingen Zavel Matig extensieve beworteling tot 0,5 cm ø, met op 30 cm diepte 1 wortel van 1,5 cm ø. Uiterst humusarm, matig fijn zand Matig extensieve beworteling tot 3 mm ø, met lokaal 1 pluk intensieve beworteling tot 3 mm ø. Daarnaast op 40 cm diepte 1 wortel van 3 cm ø en op 50 cm diepte 1 wortel van 14 cm ø.

Bijlage 4. Resultaten bodem- en bewortelingsonderzoek

Grondboring 4 Cm - mv 0 5 5 55 55 - 120

Nieuw in te richten plantlocatie A (trottoir) Omschrijving Bevindingen Tegel Uiterst humusarm, matig fijn zand Klei Van 55 tot 60 roest- en reductievlekken. Vanaf 60 cm gereduceerd.

Grondboring 5 Cm - mv 0 45 45 - 100

Nieuw in te richten plantlocatie B (beplantingsvak) Omschrijving Bevindingen Zavel Uiterst humusarm, matig fijn zand Markeringslint gasleiding, niet verder geboord.

Grondboring 6 Cm - mv 0 - 105 105 - 120

Nieuw in te richten plantlocatie C (boomspiegel) Omschrijving Bevindingen Uiterst humusarm, matig fijn zand Klei Volledig gereduceerd.

Bijlage 4. Bodem en bewortelingsonderzoek

Grondboring 7 Cm - mv 0 8 8 20 20 70

Nieuw in te richten plantlocatie C (parkeervak) Omschrijving Bevindingen Klinker Uiterst humusarm, matig fijn zand Uiterst humusarm, puinhoudend, matig Door puin was het niet mogelijk dieper te boren. grof zand

Grondboring 8 Cm - mv 0 7 7 40 40 97

Nieuw in te richten plantlocatie D (trottoir) Omschrijving Bevindingen Tegel Uiterst humusarm, matig fijn zand Uiterst humusarm, puinhoudend, matig Vanaf 70 cm diepte gereduceerd. grof zand Klei Volledig gereduceerd.

97

-

Peilbuis Cm - mv 1,65

110

In beplantingsvak bij Johannes Naber-erf 472 Omschrijving Bevindingen Grondwater

Bijlage 5. Aangeleverde informatie profielkuilen kabels en leidingen

Bijlage 5. Aangeleverde informatie profielkuilen kabels en leidingen

Bijlage 5. Aangeleverde informatie profielkuilen kabels en leidingen

Bijlage 5. Aangeleverde informatie profielkuilen kabels en leidingen

Bijlage 5. Aangeleverde informatie profielkuilen kabels en leidingen

Bijlage 5. Aangeleverde informatie profielkuilen kabels en leidingen

Bijlage 5. Aangeleverde informatie profielkuilen kabels en leidingen

Bijlage 6. Aangeleverde informatie grondwater

Bijlage 7. KLIC-melding

Bijlage 8. Overzicht kabels en leidingen plantlocaties

A

B

Bijlage 8. Overzicht kabels en leidingen plantlocaties

C

D

Bijlage 9. Tabel verplantbaarheid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/218/documents/7596