CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

3.7 Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving 14 september 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 12 oktober 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Vaststellen van de notulen van de Commissies Bestuur en Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving van 8 en 14 september, de Auditcommissie van 14 september en de Raadsvergadering van 21 september 202122.724 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

En wij denken als je dus ook de ruimtelijke adviescommissie vorm zou willen geven met de gedachte dat je de overbrugging wil maken naar de omgevingsplannen, zou je niet willen overwegen om te kijken of je een aantal bewogen bewoners dan wel ondernemers in deze commissie plaats te laten nemen? Eenvoudigweg doordat zij, wij Dordtenaren zijn natuurlijk heel koppig en eigenwijst, er zijn 120 duizend of 119 duizend appricieurs van het college. Zou je daar niet een aantal kritische burgers voor warm willen maken of kunnen maken die de professionals in zo’n commissie versterken met hun eigen visie over de ontwikkeling van de ruimtelijke ontwikkeling van de stad? Dat is iets concreets wat we aan het college willen voorleggen. En we zien uiteraard ook de reactie van de portefeuillehouder. De voorzitter: ik zie hier allemaal interrupties voorbij komen, maar het is geen debat wat we hier hebben. De heer Gündogdu: Ik kan vragen beantwoorden hoor, geen enkel probleem. De voorzitter: Nou, oké. Maar ik wil geen lijst met interrupties, want het is gewoon een kwestie van: iedere fractie mag zijn ideeën meegeven aan de wethouder die dat gaat verwerken. Dus mijnheer Kleinpaste en mijnheer Oostenrijk mogen u een korte vraag stellen. Maar verder gaan we niet. De heer Kleinpaste: Laat ik het maar een vraag noemen dan, voorzitter.

Nee, het riep wat onduidelijkheid bij me op, dus het is ook wel een vraag. Want ik proef een hybride vorm tussen participatie en het bewaken van stedenbouwkundige kwaliteit. En ik ben een beetje op zoek naar hoe die hybride situatie precies moet zien. En of dan dat bewaken van die stedenbouwkundige kwaliteit niet ten onder gaat in die participatie. De heer Gündogdu: Dat denken wij niet, voorzitter. Juist die hybride vorm maakt dus ook mogelijk dat de professionals hebben een bepaalde blik op de stad en de bewoners die dagelijks in hun omgeving meemaken hoe de stad wordt beleefd, zij leven in die omgeving. Die kunnen dus juist samen met zo’n groep van professionals optrekken om

41

kritisch te kijken naar de omgeving. En dat is denken wij een juiste vorm ook om niet alleen maar professionals over de ruimtelijke kwaliteit te laten gaan. De voorzitter: Ja. Ik wil toch ernstig stipuleren dat het geen debat is. Dus ik vind het heel netjes dat u antwoord geeft, maar dit ga je richting een debat trekken op een gegeven moment. En iedereen mag zijn mening geven, iedereen kan hem aan de wethouder meegeven. En mijnheer Oostenrijk, ik hoop dat u daar rekening mee houdt, want het is geen debat waar we hier mee bezig zijn. Maar u mag zeggen wat u wilde zeggen. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter. Mijnheer Gündogdu stipt de hybride vorm aan. Ja, daar moet ik toch op reageren. Want het meest slechte is om het een hybride vorm aan te gaan geven. Deze adviescommissie beoordeelt wat ze voorgelegd krijgen met deskundigheid geschikt voor de stad. En dat moeten we niet verwarren met allerlei vormen van participatie. In de huidige welstandscommissie zit ook een burgerlid. Ik laat het graag aan de wethouder over om wat dat betreft zijn nadere ei te gaan leggen. Maar ik zou ervoor pleiten dat de commissie onafhankelijke positie krijgt. De voorzitter: Ja, maar dat is niet aan u of aan u of aan u om dat te bepalen. Want wij maken dat verhaal niet. Iedereen mag zijn mening meegeven aan de wethouder.

En ik vind het heel vreemd als dus fracties die bij elkaar in een commissie zitten elkaar dan gaan bevragen en dingen gaan zeggen van: ik vind jouw mening niet goed. Dan denk ik: dat kan niet, dat is niet aan de fracties op dit moment in dit stadium. Het wordt later absoluut nog besproken, maar ik sta verder geen interrupties meer toe. Ik ga gewoon aan de wethouder vragen heeft of hij nog vragen heeft aan iemand en of hij daar nog iets over wil zeggen. En daar blijven we even bij voor dit moment. Mijnheer Sleeking, wil u hier nog op reageren? De heer Sleeking: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, een debat over dit thema dat is natuurlijk altijd prikkelend. Ik kan me voorstellen dat hier nog wel meerdere debatten over gevoerd gaan worden, want het is nog niet zover, de invoering van de omgevingswet is sowieso ook met een halfjaar vertraagd. Dus er is nog tijd om dit ook op een goede manier in te gaan regelen. Op een paar punten wil ik wil concreet reageren. Er is ook vanavond in een andere commissie gevraagd om de openbaarheid van de vergadering van de welstandscommissie, die vergaderingen zijn overigens openbaar, niet iedereen heeft altijd natuurlijk gelegenheid om die te bezoeken, maar om die ook live te gaan uitzenden of terug te kunnen kijken.

En die suggestie heb ik al eerder vanavond toegezegd, die ga ik zeker overbrengen naar de organisatie en ook naar de huidige welstandscommissie om dat te volgen. Dus soms is sprake van vooroverleg met initiatiefnemers. Die vinden niet altijd in openbaarheid plaats, soms ook omdat daar gewoon strategische belangen aan verbonden zijn, waarbij initiatiefnemers denk ik ook liever niet hebben dat dat meteen allemaal in openbaarheid komt. Maar de kwalificaties van de huidige welstandscommissie, zoals ik die vanavond heb gehoord, ben ik het grotendeels niet eens. Ik denk dat heel veel projecten in onze stad kwalitatief verbeterd zijn juist door de advisering van de onafhankelijke welstandscommissie die wij de afgelopen jaren hebben gehad. Ik denk dat we er ook in de toekomst voor moeten waken, we hebben nu inderdaad een burgerlid woonachtig in Dordrecht, maar dat je wel

42

echt een onafhankelijke commissie zal moeten blijven houden om dat te toetsen. Misschien met een wat bredere deskundigheid, maar je moet ook echt oppassen dat het niet leidt tot belangenverstrengeling. Vandaar ook dat als er architecten bij betrokken zijn bij zo’n welstandscommissie, dat dat of mensen van buitenaf moeten zijn die dat ook onafhankelijk kunnen beoordelen. En dat natuurlijk een eigen slager nooit zijn eigen vlees kan gaan keuren. Verder zijn er verschillende richtingen aangegeven, aangeduid, om straks tot deze commissie te komen. Waardevolle suggesties denk ik, dat is ook een verplichting dat er zo’n adviescommissie wordt ingesteld. Ik denk ook dat het goed is, zeker op het gebied van monumentenzorg en architectuur, dat Dordrecht ook zo’n adviescommissie behoudt. Ongetwijfeld zal de discussie rondom een mogelijke stadsbouwmeester opnieuw aan de orde komen. Dat is misschien ook iets dat hier en daar in verkiezingsprogramma’s ongetwijfeld wat ruimte gaat krijgen, dus daar zal later wel over besloten worden. Ook over het al dan niet meer welstandsvrij verlenen. Tot nu toe loopt dat denk ik goed. Er kunnen ook bepaalde straten of delen kunnen zelf verzoeken indienen om welstandsvrij te bouwen. Als daar meer behoefte aan is, dan kan daar natuurlijk altijd naar gekeken worden of dat ook gehonoreerd kan worden.

Het is niet altijd zo dat welstandsvrij ook meteen leidt tot mindere kwaliteit. Integendeel, mensen hebben dan ook vaak zelf de inzet om tot kwalitatieve goede gebouwen te komen. En dat leidt hier en daar tot mooie resultaten. Kijk maar naar de Hazelaarlaan, dat heeft een grote variëteit aan kwaliteit opgeleverd. Dat is een wijk die welstandsvrij gebouwd is. Dus nou ja, dan krijg je dit soort voorbeelden. Dus voorzitter, als er wordt gewezen naar een wat bredere taak voor die adviescommissie, dan ben ik het daar ook mee eens. Dus die zal denk ik ook wat breder opgetuigd gaan worden. Er komt natuurlijk in toenemende mate nu al bij de toetsing als het gaat om natuurinclusiviteit en duurzaamheid, dat zijn natuurlijk ook allemaal aspecten waar nu ook al sowieso wettelijk gezien al naar gekeken wordt en getoetst wordt. Dus ik hoop dat er straks in de loop van volgend jaar, de huidige commissie die heeft een aanstelling tot, even kijken uit mijn hoofd, 1 mei 2023 dacht ik. Dus je hebt nog in een overgangsperiode ook wel echt nog ruimte om dit op een goede manier in te gaan bouwen. En dan zal de gemeenteraad daar vanzelfsprekend ook een rol in hebben. Die gaat ook de nieuwe verordening vaststellen, dus dat debat zal ongetwijfeld dan opnieuw gevoerd gaan worden. En ik wens u daar alvast veel succes bij, want dit was ongeveer mijn laatste ei, voorzitter. Om in uw woorden te spreken.

Dat ik hierbij heb gelegd. De voorzitter: ik wilde u nog net even danken voor alle eieren die u in deze commissie gelegd heeft. De heer Sleeking: Nou, kijk eens aan. De voorzitter: Dank u wel. We zien u volgende week nog. De heer Sleeking: Zeker. De voorzitter: Oké, dank u. En dan wil ik de commissie nog even zeggen dat deze notitie gaat dus niet naar de raad. Er wordt ook op dit moment verder niet over gediscussieerd. Het college neemt de input van de commissie mee in de nog op te stellen verordening voor de nieuwe adviescommissie. En deze wordt later ter besluitvorming aan de raad

43

voorgelegd. Zo gaat het. Dank u. Dan was het volgende agendapunt actualiseren van de bestuurlijke planner, maar die is afgevoerd. Sluiting 27.Rondvraag De voorzitter: Dan rest ons alleen nog de rondvraag. Heeft er iemand iets voor de rondvraag? De heer Jansen: Voorzitter. De voorzitter: Wie is dit? O, mijnheer Jansen, gaat uw gang. De heer Jansen: ik kon niet zo snel typen, vandaar dat ik even riep. De voorzitter: Dat geeft niet. De heer Jansen: Even eigenlijk voor de griffie, voor de verslaglegging. Aan het begin van de vergadering heeft u ongetwijfeld alle partijen opgenoemd die aanwezig waren. Ik kwam echter door technische problemen 5 minuten te laat binnen, waardoor de PvdA in dat lijstje ontbreekt. Dus dat moet alsnog in dat lijstje worden opgenomen. De voorzitter: Oké, alsnog rechtgezet. Prima. 28.Sluiting De voorzitter: Als dat het was, dan rest ons niets anders dan deze, ik denk waarschijnlijk voorlopig laatste, digitale vergadering te sluiten. Ik wens u verder een prettige avond en tot ziens.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 12 oktober 2021. De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

A.W. Kolff

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/347/documents/12959