CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

3.4 Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving 8 september 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 12 oktober 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Vaststellen van de notulen van de Commissies Bestuur en Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving van 8 en 14 september, de Auditcommissie van 14 september en de Raadsvergadering van 21 september 202119.385 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE SOCIALE LEEFOMGEVING DORDRECHT D.D. 8 SEPTEMBER 2021 Microsoft Teams Voorzitter: dhr. Van Verk Commissiegriffier: mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Boersma (ChristenUnie/SGP) Dhr. Bosman (ChristenUnie/SGP) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Mevr. Van Eck (Fractie Nijhof) Mevr. Van der Ham (CDA) Dhr. Kwaak (VVD) Dhr. Van der Net (VVD) Mevr. Nijhof (Fractie Nijhof) Mevr. Rutten-Alberts (PVV) Mevr. Stevens (PvdA) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Tiebosch (D66) Portefeuillehouders: wethouder R. van der Linden, wethouder P. Heijkoop Het begin van de beeld-/geluidsopname mist. De voorzitter: Ik zie … Hè? Ja, u heeft een vraag? Nou, ik denk het niet. De vraag is of wij nog een zienswijze willen indienen. Mijn voorstel zou zijn ja, en langs welke weg wij dat willen zouden doen, namelijk langs de route zoals we die de afgelopen tijd hebben gedaan dat wij zelf een zienswijze opstellen, of dat wij daar een ambtelijke zienswijze voor in ontvangst zouden willen nemen. Zou iemand daar geluid op kunnen geven? Want ik heb nog niets gehoord. De heer Tiebosch. De heer Tiebosch: Voorzitter, goedenavond. Wat mij betreft doen we het via de lijn zoals we dat de afgelopen tijd hebben gedaan, natuurlijk gewoon ook met de ambtelijke ondersteuning erbij.

Dan zou het goed zijn om te kijken wat we daar zelf als kaderstellend voor zienswijze bij hebben aangegeven om te kijken wat daar uiteindelijk door de Dienst Gezondheid & Jeugd van is gerealiseerd en daar dan onze zienswijze op geven. De voorzitter: Oké. Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: We sluiten ons aan bij de woorden van de heer Tiebosch en willen ook graag dat die zienswijze gemaakt wordt volgens de lijn die we altijd hebben afgesproken.

1

De voorzitter: Oké. Dat betekent dus als de lijn die we hebben afgesproken dat wij zelf een zienswijze opstellen, die uiteraard ambtelijk ook laten toetsen op allerlei eventuele onvolkomenheden en dat we die uiterlijk 12 oktober in de raad zouden moeten vaststellen. Dat zou betekenen dat we de week daarvoor, 5 oktober, 6 oktober is dat, die in de commissie hebben. Dan gaan we daarmee zo aan de slag. Ik zie dat daar meer mensen het daarmee eens zijn. Even kijken, mevrouw … Ik ben even je naam kwijt. De heer Tiebosch: Mevrouw Rutten, voorzitter. De voorzitter: Ah, dank u, mijnheer Tiebosch. Mevrouw Rutten heeft problemen bij het opstarten, maar ze is er nu in ieder geval bij. Goed. Iedereen kan daarmee instemmen? Daar gaan we daarmee aan de gang. 3. Vragen aan het College De voorzitter: Dan, vragen aan het college. Mevrouw Nijhof heeft een vraag aan wethouder Van der Linden. Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ja. Op dit moment is de GGD aan het afschalen met het toedienen van vaccinaties in onze stad, de priklocatie in de Oranje Wit-hal stopt binnenkort. We hebben vernomen dat er een prikbus van de GGD middelbare scholen gaat bezoeken om jeugd van 12 tot 18 jaar te vaccineren.

In de commissievergadering Sociaal van 31 augustus jongstleden is onder punt 23 een brief ingebracht, een brief over coronavaccinatiebeleid voor kinderen en mRNA-vaccins, waar wordt opgeroepen aan kinderen om zich niet te laten vaccineren. Deze brief is landelijk verspreid. Hoe verhoudt de brief zich tot het beleid in Dordrecht om de prikbus van de GGD langs de scholen te laten gaan, hoe staat het college hierin en in hoeverre neemt het college deze brief serieus? Dat was de vraag. De voorzitter: De heer Van der Linden. De heer Van der Linden: Ja, goedenavond, voorzitter. Dank voor de vraag. Het is niet zo dat … Het is wel zo dat we een prikbus hebben die af en toe op diverse plekken in de regio staat, waaronder ook een aantal dagen afgelopen tijd in Dordt is langs geweest, met goed resultaat. Het is niet zo dat we nu plannen om die langs middelbare scholen te sturen. Het is wel zo dat er overleg plaatsvindt met de gebruikers van het Leerpark, dus het Da Vinci College met name, om de daar aanwezige populatie van studenten – dat zijn allemaal 16-plussers natuurlijk – om te kijken of die kunnen worden geprikt. Of dat daadwerkelijk gaat gebeuren, weten we nog niet, maar er is wel overleg tussen de Dienst Gezondheid & Jeugd, de GGD en Da Vinci. De brief zelf, ik heb er kennis van genomen. Ja, er staat van alles in.

Ik denk dat we vooral het beleid onderschrijven om, nou ja, wat we ook wel zien aan de cijfers, dat vaccineren helpt om uit de pandemie te komen. Waarbij het wel zo is dat iedereen daar vrij in is natuurlijk. Dank. De voorzitter: Mevrouw Nijhof, is dat voldoende antwoord? Mevrouw Nijhof: Ja hoor, dat is voldoende. Dank u wel.

2

De voorzitter: Oké. 4. Voortgang programma Samen tegen Armoede - Raadsvoorstel De voorzitter: Dan gaan wij over naar de stukken ter bespreking en dan beginnen we bij het raadsvoorstel ‘Voortgang programma Samen tegen de Armoede’. De commissie heeft op 9 maart jongstleden naar aanleiding van de Drechtstedendinsdag van 2 maart het college gevraagd de lokale invulling van schuldhulpverlening en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening vanaf 1 januari 2021, in het bijzonder de vroegsignalering en nazorg, in een raadsvoorstel te verwerken. De politieke vraag die voorligt is: vinden wij het voorstel zoals dat er ligt voldoende een lokale vertaling van de Wet gemeenschappelijke schuldhulpverlening? De vraag is afkomstig van Beter Voor Dordt met steun van de fracties van D66, GroenLinks, ChristenUnie, SGP, CDA en VSP. De vraag is toentertijd ingediend door mevrouw Nijhof, dus ik wil haar de gelegenheid geven haar standpunt verder toe te lichten. Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Nou, we hebben de stukken die voorliggen gelezen en moeten we eerlijk zeggen dat hetgeen wat voorligt als het gaat om Vroeg Eropaf en dat soort zaken, dat dat er best goed uitziet, eerlijk gezegd.

We hebben wel een aantal aanvullingen die we missen en die we eigenlijk aan de wethouder zouden willen meegeven om het stukje preventie – want daar gaat het hier natuurlijk ook heel erg over, het gaat niet alleen over het uitvoeren van de wet, maar vooral over het ook denk ik voorkomen van schulden. Want we missen een aantal, laten we zeggen, groepen die in ieder geval niet beschreven worden dat ze bediend worden en we zouden dat graag aan de wethouder willen meegeven. Ons valt in ieder geval op dat – waar we eigenlijk al jaren als het gaat om het jeugddossier iets over roepen, als het gaat om 18-min, 18-plus bijvoorbeeld – valt ons op dat daar in ieder geval niets over beschreven is. Op het moment dat een kind uit een jeugdhulpvoorziening komt en dus met zijn zakje op straat staat en vervolgens geholpen moet worden waarschijnlijk om aan inkomen te komen – en misschien wel aan een dak boven zijn hoofd, maar in ieder geval aan een inkomen te komen – is er heel veel risico dat dat betreffende kind, of die jongvolwassene in de schulden terecht komt. Wij zouden graag willen weten van de wethouder hoe er specifiek op die groep wordt ingezet en ook hoe er wordt ingezet in samenwerking met de wethouder Jeugd, denk ik dan maar. Want zoals we al vele malen gezegd hebben, de Jeugdwet is tot 23 jaar.

Dus, nou ja, goed, ik zou ook graag de visie van de Jeugdwethouder hierover willen horen. Nou, dat is één groep. Verder valt ons op dat er ook geen aandacht besteed wordt specifiek aan … En daar werd ik op gewezen door mensen uit andere gemeentes die daarmee geconfronteerd zijn. Op het moment dat twee oudere mensen samenwonen en vervolgens overlijdt er iemand, een van de twee, dan is er in ieder geval heel vaak sprake van dat mensen een inkomensval maken. Mijn vraag is hoe de wethouder, als het gaat om het voorkomen van dat deze mensen schulden oplopen of in ernstige financiële problemen komen, hoe daarop ingezet wordt? Ik zie die groep niet terugkomen in de projecten die beschreven zijn. Nou, er wordt wel even aandacht besteed aan de mensen die slachtoffer zijn van de toeslagenaffaire. We weten ook dat wethouder Heijkoop natuurlijk, laten we zeggen, vele uren doorbrengt in Den Haag om toch te proberen om dat in goede banen te leiden. Dat is denken wij een aanzienlijke groep ook in Dordrecht die daardoor getroffen is en wij zouden ook graag van de

3

wethouder wat meer toelichting willen op deze groep – daar zit veel werk in, denken wij – hoe daarmee omgegaan wordt en of dat ook niet vraagt om vermeerdering van formatie bijvoorbeeld van degenen die zich hiermee bezighouden. Want er is de afgelopen periode ook door de toeslagenaffaire nogal veel, nou ja, laten we zeggen, aan zorg en aan mensen met schulden bij gekomen. Dus we zouden daar graag wat duiding op willen. We weten ook dat het Rijk daar eigenlijk in hoort te voorzien en zouden van de wethouder horen of daar inmiddels in voorzien is. Als dat niet zo is, of daardoor niet de andere groepen in gevaar komen. Als laatste valt ons op dat advies en informatie waar je precies moet zijn op het moment dat jij jezelf meldt, hoe is dat geregeld? Want we zien, dat hebben we ook al heel, heel vaak besproken natuurlijk, dat informatievoorziening heel belangrijk is, ook door het mensen zelf te laten doen uiteindelijk, zodat je misschien uiteindelijk naar een bewindvoerder moet, of naar een curator moet en nou ja, goed, eigenlijk aan de achterkant van het hele stukje terechtkomt. Verder vragen wij ons heel erg af, we zien het stukje bewindvoering en curatorschap ook terugkomen, in hoeverre dat een stuk is waar op het moment dat mensen door de gemeente verwezen worden naar die betreffende bewindvoerder en curatoren, of er dan op gemonitord wordt hoe dat loopt.

En op het moment dat de bewoner in de moeilijkheden raakt met de bewindvoerder, dus in conflict raakt met de bewindvoerder, of in ieder geval, dat het allemaal eigenlijk helemaal niet zo gaat lopen zoals het zou moeten, hoe actief de gemeente er dan in is om de bewoner bijvoorbeeld naar een andere bewindvoerder te helpen, of in ieder geval daarop te monitoren. Want we zien dat het nogal wat ontbreekt in klachtenprocedures wat dat betreft, waardoor mensen soms jarenlang bij een bewindvoerder ondergebracht worden die uiteindelijk, laten we zeggen, niet het werk doet wat die moet doen en dat daar dus onvoldoende op gemonitord wordt. Nou goed, daar zouden wij wat meer over willen weten hoe dat nu georganiseerd is. Verder vinden we wat er voorligt er goed uitzien. Dank u wel. De voorzitter: Dank u. Zijn er leden die hier verder iets over willen zeggen? Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter. Helaas heb ik het eerste stuk niet mee kunnen krijgen, omdat het geluid uitviel. Wat mevrouw Nijhof net aangaf, daar kan ik een gedeelte in meekomen. Maar ik zou eigenlijk nog een stap naar voren willen, want ik denk, als je echt preventief wil werken op het gebied van schuldhulpverlening, dan zou je ook nog meer naar de voorkant kunnen gaan. Een voorbeeldje is bijvoorbeeld dat je zeg maar bij een intakegesprek van de Wmo of van andere hier ook al over kan hebben.

We weten allemaal dat schuld schaamtegevoelens heeft en het heel lastig is om dat zelf bespreekbaar te maken, dus het zou wat mij aangaat ook wat meer standaard in intakegesprekken moeten komen bij sociale teams en anderen. Verder vind ik wat er voorligt gewoon een heel goed stuk. Tot zover. De voorzitter: Dank u. Mevrouw Van der Ham. O, mijn excuus, mijn excuus, er zijn hier nog twee voor. Mevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: Dank u wel, voorzitter. Ondanks de aanpak Vroeg Eropaf, preventie en vroegsignalering van armoede en schulden, zijn er nog veel werkende armen, vele gezinnen en ouderen die in de schulden komen. De Voedselbank heeft het drukker dan

4

ooit. Kunnen niet alle problemen vroeg gesignaleerd worden? En hoe zit het met de wet op de privacy, werkt dat niet tegen? We missen dan ook hierin ook weer de ouderen. Zoals mevrouw Nijhof zei, bij overlijden blijft één partner achter die soms grote problemen kan krijgen. Dit is ook voor vrouwen met kinderen na een scheiding. Dus hoe kunnen we met elkaar zonder dat de privacy in het geding komt mensen nog beter in het vizier krijgen? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u. De heer Tiebosch. De heer Tiebosch: Voorzitter, dank u wel. Wat er als commissie als politieke vraag is geformuleerd is volgens mij heel goed door de wethouder, het college in de stukken die geleverd zijn beantwoord. We hebben volgens mij ook daarna nog een goede presentatie gehad in de Drechtsteden over wat de SDD nu op dit onderwerp aan het doen is. Ook daarvoor de complimenten. Maar waar wel, en dan kom je wel op het punt: hoe zit dat dan wettelijk? We merken toch dat de nazorg op dit onderwerp nog niet zo goed geborgd is, zo goed geregeld is. Wat zou de wethouder dan meegeven aan deze raad, of aan een volgende raad, waarop eigenlijk misschien op dit punt en zeker nu ook met het nieuwe instellen van onze GRD, hoe we dat dan op een misschien nog betere manier kunnen regelen om daarmee veel ellende in Dordrecht te voorkomen. Voor de rest prima, voorzitter. De voorzitter: Dank u, mijnheer Tiebosch.

Mevrouw Van der Ham. Mevrouw Van der Ham: Voorzitter, dank u wel. De politieke vraag met betrekking tot het voorstel, of de Dordtse aanpak voldoende invulling geeft aan de Wet gemeenschappelijke schuldhulpverlening is een prettig smal geformuleerde vraag, waarvoor dank. In Dordt gaven we met het programma tegen armoede al voor de wijziging van deze wet in 2021 vorm aan vroegsignalering. Sterker nog, we zijn inmiddels al toe aan de eindevaluatie van de aanpak Vroeg Eropaf. Voor de beantwoording van de politieke vraag heb ik eigenlijk nog maar één vraag aan het college over en dat is: waarom ligt het percentage van de inwoners die gebruik maakt van de hulp lager dan verwacht, wat zijn daarvan de oorzaken en hoe zou dat misschien nog beter mogen of kunnen? Voor het overige zijn wij er als CDA van overtuigd dat de Dordtse aanpak werkt en dat die nog maar lang mag voortbestaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u. De heer Van der Net. De heer Van der Net: Ja, ik ben in beeld weer, voorzitter. Nou ja, goed, voorzitter, ik heb het al vaker gezegd ook in mijn woordvoering dat des te eerder je erbij bent als mensen in schulden raken, des te beter die preventie is wat dat betreft. Dat blijkt ook een zeer goede zaak om te voorkomen dat mensen inderdaad echt in problematische schulden terechtkomen.

Ik hoor net wat opmerkingen over dat er in gesprekken met de Wmo en dergelijke, dat daar wat eerder mensen dan bevraagd moeten worden. Ja, misschien wel, want het is wel opvallend in het stuk dat er met name nu mensen in beeld komen die bij de Sociale Dienst helemaal niet bekend zijn. Misschien is dat eigenlijk wel een goede zaak om dan te voorkomen dat die mensen uiteindelijk wel echt in beeld komen bij de Sociale Dienst, maar ik vraag me dan ook wel af hoe dat komt.

5

Misschien kan de wethouder daarop reflecteren. Even kijken, het is wel duidelijk ook vanuit de gegevens dat de zorg, de premiebetaling, dat dat de kanarie is eigenlijk in de mijn. Dat zodra mensen dat niet meer gaan doen, dat dan blijkt dat er echt ernstige problemen zijn. Wat mij ook wel opvalt is dat in het dashboard blijkt dat in Dordt twee keer zo vaak lukt om succesvol contact te krijgen met een inwoner. Dat is eigenlijk natuurlijk een hele goede zaak, want ja, landelijk is dat 32 procent, Dordrecht 59 procent. Ik zou daar ook wel mijn complimenten voor willen geven richting de wethouder, maar ik ben natuurlijk ook altijd wel geïnteresseerd in hoe dat komt. Wat ik wel mis is dat het project Vroeg Eropaf, daar wordt aardig wat cijfers en percentages gegeven. Ik zie bijvoorbeeld bij het project Schouders onder Stress geen data, bij een positieve prikkel wat genoemd wordt wat kan worden verstrekt, zie ik ook geen data. Dus misschien dat de wethouder daar ook al wat over kan zeggen, of anders dan misschien zijn het meer technische vragen, voorzitter, zal ik dat door middel van een brief met vragen dan verder oppakken. Dus in zijn algeheel ben ik wel tevreden over wat er in het stuk staat, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Mooi, dank u wel, mijnheer Van der Net. De heer Burakçin. De heer Burakçin: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, er is natuurlijk al een hoop gezegd.

Het hebben van problematische schulden, hoe klein dan ook, is natuurlijk verschrikkelijk en een enorme impact op de mensen. Dat de gemeente heeft gekozen voor een integrale aanpak om dit samen met het SDD op te pakken is heel goed te begrijpen. Dat is natuurlijk een gezamenlijke verantwoordelijkheid en de kennis van de consulenten van de SDD is uiteraard onmisbaar binnen dit thema. Maar daar hebben we toch wel een vraag over. Dit is overigens vaker aan de orde geweest. Worden deze SDD-consulenten bijvoorbeeld een vast onderdeel van het Wijkteam? Waar natuurlijk al een hoop gebeurt binnen dit thema. Er valt te lezen dat er dus mensen geschoold worden, maar het zou natuurlijk fijn zijn als bijvoorbeeld SDD-consulenten gewoon vaste medewerkers werden van het Wijkteam. Voorzitter, nog meer. Ja, de VVD had het er eigenlijk over, de heer Van der Net, mensen in beeld. Goed, ik heb een rapport gelezen van Rotterdam waarin dus staat dat zo’n 80 procent van de Rotterdammers dus met schulden niet in beeld is bij de schuldhulpverlening. Ja, ik heb niet de illusie om te denken dat het bij ons in Dordrecht anders is, dus daar is echt wel werk aan de winkel, lijkt mij, om in ieder geval die mensen te bereiken en er vroegtijdig bij te zijn.

Voorzitter, nog als laatste, de Rekeningkamercommissie heeft daar volgens mij ook iets over geroepen om inderdaad die mensen beter te bereiken en om daar aandacht aan te besteden. Nou lees ik dat het college dat gaat doen met mobiele spreekuren. Volgens mij is dat, ik weet niet of dat al aan de gang is om te staan op vaste of belangrijke vindplaatsen of ontmoetingsplekken. Mogelijk kan de wethouder daar iets meer over vertellen hoe dat in zijn werk gaat en wat voor effect het heeft als we dus daar al mee zijn gestart. Nou ja, voorzitter, dat waren voor zover mijn vragen. De voorzitter: Dank u. De heer Bosman, ChristenUnie. De heer Bosman: Dank u wel, voorzitter. Wat mij betreft is eigenlijk alles gezegd, zeg ik er maar gelijk bij, maar ik voel me wel even genoodzaakt om nog een reactie te geven, omdat wij die bespreking natuurlijk steunen. Dat hebben we gedaan in verband met het

6

belang van dit onderwerp. De reden was ook omdat je hoopt dat er nog op-/aanmerkingen zouden komen. Nou, daar ben ik niet in teleurgesteld. Daarom zeg ik, daarvan is alles wel gezegd. Ik heb één en ander voorbij horen komen en ben inderdaad ook benieuwd naar de reactie van de wethouder. Wat betreft de politieke vraag sluit ik me echt aan bij meerdere partijen. Prima politieke vraag en vanuit onze fractie een volmondig ‘ja’ dat het echt wel voldoet aan de vertalingen van de Wet gemeenschappelijke schuldhulpverlening. Dus dat is het antwoord op de politieke vraag. De voorzitter: Helder. Dank u, mijnheer Bosman. Mevrouw Nijhof heeft nog een aanvullende vraag. Mevrouw Nijhof: Ja. Bij de uitwerking van de 5 miljoen die toen is vrijgemaakt om laten we zeggen vernieuwend te innoveren, kan ik mij herinneren dat wij uiteindelijk erop uitgekomen zijn dat wij goedgekeurd hebben dat er waar jongeren onder toezicht staan, of in ieder geval te maken hebben met een jeugdhulpverleningsorganisatie, er een perspectiefplan gemaakt moet worden. Dat perspectief gaat naar de toekomst toe, nou ja, goed, dat was een van de gaten zeg maar die er waren met betrekking tot de overgang van 18-min, 18-plus. Mijn vraag is, de financiën zijn hier een heel belangrijk onderdeel van.

Kan de wethouder zeggen of dat inmiddels al wat oplevert, of hoe dat loopt? Of dat ook daadwerkelijk gebeurt, en nou ja, laten we zeggen, hoe dat eruitziet op dit moment? Want dat is voor die groep denk ik heel belangrijk en dat is een expliciete maatregel die wij toen ook genomen hebben om juist voor die doelgroep in ieder geval in de preventieve ook schuldhulpverlening en financiële problematiek te voorzien. Dat is mijn vraag. De voorzitter: Helder, dank u. Dan gaan wij nu over naar de heer Heijkoop om de vragen die gesteld zijn te beantwoorden. De heer Heijkoop: Dank u wel, voorzitter, dat zal ik doen. Dank in ieder geval ook voor de positieve woorden over het programma en natuurlijk nogmaals het belang onderstreept van dit programma en dat zal ik ook zeker doen toekomen aan de mensen die daar hard aan werken in de Wijkteams, op het Stadskantoor, bij de Sociale Dienst en ook zeker bij onze maatschappelijke partners in de stad. Want het thema armoede en schulden heeft wel een veel grotere betekenis gekregen in de afgelopen jaren, omdat u in 2018 bij een ambitieus programma heeft opgesteld, Samen tegen Armoede. Dat was eigenlijk het begin. Natuurlijk gebeurden er al ad hoc wat zaken, maar dat was het begin van het echt integraal, structureel, dichtbij de mensen aan de slag gaan met dit grote maatschappelijke vraagstuk.

Als dan een vraag langskomt wat ik ook nog mee zou willen geven naar de toekomst toe, wat de heer Tiebosch ook aangaf, richting een volgende raad, richting mijn opvolger, dan hoop ik van harte dat dit programma 20182022 wordt opgevolgd met het programma 2022-2026. Want er staat heel veel in de steigers en er loopt nu ook heel veel en heel veel loopt er ook goed en het is wel iets van de lange adem. Armoede is hardnekkig, de bestaanszekerheid van veel mensen staat onder druk. Veel landelijke wet- en regelgeving draagt daar ook in bepaalde mate aan bij, denk ook aan het hele fiscale stelsel. Dus het zal altijd een samenwerking moeten zijn tussen wat er landelijk gebeurt en lokaal gebeurt. Ik heb een redelijk beeld bij hoe we erbij staan en ook wat er misschien ook wel in Den Haag gaat gebeuren en ik

7

denk dat we in Dordrecht goed gesteld staan en in de Drechtsteden tot op zekere hoogte ook. Ik kan natuurlijk niet precies zien wat er in de lokale gemeenschappen in de Drechtsteden speelt, maar ook daar zie ik wel in de afgelopen jaren meer aandacht voor is gekomen. Dus dat is in ieder geval wat ik van harte hoop dat we hier ook mee doorgaan. U heeft ook om een evaluatie gevraagd en die evaluatie zal ook helpen om uiteindelijk misschien in de volgende periode nog iets meer focus aan te brengen bij welke interventies er goed werken en bij welke aanpak we misschien zeggen: nou, dat moeten we misschien wel een keer anders gaan inrichten. U heeft kennis kunnen nemen van alle stukken. We hebben inderdaad met Vroeg Eropaf, dat doen we gewoon goed, daar ben ik blij mee. De inzet vanuit de stad is heel positief, de samenwerking met de betrokken partijen, de corporaties, dat loopt goed. En waarom loopt dat ook goed, ook in relatie tot de rest van Nederland om het zo maar te zeggen, is omdat wij daar al wat langer mee bezig zijn. Wij zijn er dus ook al in 2018 liep dat bij ons en toen waren nog veel gemeenten daar niet mee bezig, dus dan zie je gewoon dat je veel baat hebt bij het feit dat je al goede samenwerking hebt en dat je al veel zaken op de rit hebt. Dat maakt gewoon dat gelukkig ons bereik ook goed is. Tegelijkertijd hoop je altijd dat je dat nog verder kan vergroten.

Het probleem daarbij is dat schulden en armoede is nog steeds een taboe in veel gezinnen en dat gaat hopelijk de komende jaren nog wel wat in toenemende mate van af, want mensen op het moment dat ze vroeg aan de bel trekken – en een aantal van u heeft dat ook terecht aangegeven – dan kan je ze beter helpen en ook tegen lagere kosten helpen en ook vaak duurzamer helpen met minder heftige impact op het gezin, dan op het moment dat de schulden al ongelooflijk groot zijn en niet meer te hanteren. Er zijn een aantal vragen gesteld over de jongeren, over de toeslaggedupeerden. Het ging ook nog even over een overlijden in een woning, wat dat dan ook doet met de ander van het gezin. Bewindvoering hebben we langs horen komen met ook nog meer naar de voorkant bewegen, wat we daaraan doen, over mobiele bespreekuren. Ik zal ze allemaal met u proberen te doorlopen en als ik niet volledig ben, dan zal ik daar vast wat over horen van u, voorzitter, of van een van de raadsleden. Allereerst de jongeren. Mevrouw Nijhof geeft heel terecht aan dat jongeren zijn een hele belangrijke groep waar we ons op moeten richten, omdat bij jongeren zie je, nog los overigens of ze een jeugdzorgachtergrond hebben, dat de overgang naar volwassenheid vaak gepaard gaat met struggles. Denk aan huisvesting, denk aan geld, denk aan eigen zorgverzekering, al dat soort dingen.

We zien wel dat bij jongeren die uit de jeugdzorg komen, dat op een of andere manier hebben we in dit land bedacht dat we die jongeren vaak nog eerder aan hun lot overlaten dan jongeren die geen zware rugzak mee hebben te torsen, dus dat is echt wel een hele belangrijke groep waar we ons ook rekenschap van moeten geven. We hebben een poosje terug al speciale uitgaven uitgebracht die alle jongeren krijgen op het moment dat ze 18 worden. Dat is een soort boekje van waar je rekening mee moet houden, dat proberen we ook wat online te doen, om ook wel enigszins aan te sluiten bij de leefwereld van jongeren, omdat dat echt wel een life event is. Wat we ook wel hebben gedaan is het jongerenwerk is aanvullend getraind, ook de Sociale Wijkteams, maar met name het jongerenwerk om ook schulden tijdig te signaleren en daarbij te kunnen helpen. We hebben ze daar ook extra middelen voor gegeven vanuit de coronamiddelen, omdat ook we wel zagen dat jongeren gewoon een veel grotere, veel kwetsbaarder waren ook door die coronacrisis doordat ze eerder hun baan verloren en ook bijbaantjes niet te vergeten. Dus daar is het jongerenwerk wel

8

echt wel goed mee aan de slag gegaan. En ook bij de Sociale Dienst hebben we een speciaal team dat zich ook op jongeren richt, omdat de vragen vanuit jongeren toch weer net van een andere aard zijn dan de reguliere schuldhulpverlening. Dus op die manier proberen we daar invulling aan te geven. Als ik ook nog een andere pet opzet vanuit andere verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld voor beschermd wonen en voor de maatschappelijke opvang en dergelijke hebben we natuurlijk ook een aantal trajecten ingezet om jongeren ook te beschermen tegen wat er allemaal op hun afkomt en de schulden die daarin mee kunnen komen. Denk dan ook bijvoorbeeld aan kamertrainingsinitiatieven. Er is er volgens mij recent ook één weer gestart – nou, dat weet ik wel zeker, maar ik weet niet wanneer precies, maar begin dit jaar – waarbij jongeren worden ondersteund om zelfstandig te gaan wonen. Dat helpt ook zeker bij jongeren die een problematische achtergrond hebben, zoals mevrouw Nijhof aangaf. De voorzitter: Mevrouw Nijhof heeft een vraag. Mevrouw Nijhof: Ja, mijn chat doet het soms niet goed, dus ik durf dat gewoon niet te doen, want dan is de tijd allang voorbij, ben ik bang. Zou u toch kunnen reageren op het laatste wat ik net probeerde te vragen aan u. We hebben toen in die 5 miljoen innovatieve … Nou, dat perspectiefplan, zeg maar.

Zijn daar al resultaten van? Want er zou toen nog ook onderhandeld worden met ook de gezinsvoogdijinstellingen bijvoorbeeld, om hun eigenlijk min of meer verplicht te stellen om dat perspectiefplan ook te maken met een jongere, zodat die dat mee kon nemen over zijn 18 e jaar en dus ook contacten zou kunnen hebben eventueel met, laten we zeggen, met mensen die verder zouden kunnen helpen om uit de schulden bijvoorbeeld te blijven. Want is daar al iets bekend over? Want we hebben daar natuurlijk ook extra geld in geïnvesteerd in dat stuk. De heer Heijkoop: Voorzitter, dat klopt. Hij stond onderaan mijn aantekeningen. Mevrouw Nijhof gaf dit nog mee in de herkansing. Maar jongeren, perspectiefplan, gesprekken met gezinsvoogdijinstellingen, ik heb het niet paraat, zeg ik gewoon heel eerlijk. Ik ga dat even voor u na en dat antwoord houdt u van ons tegoed. Ik ga naar een ander punt van u, mevrouw Nijhof, dat ging over de toeslaggedupeerden. U gaf aan dat ik vele uren in Den Haag doorbracht. Nou, dat klopt. Ik ben er vanmorgen ook weer een aantal uur geweest om hierover te spreken met enkele bewindslieden. Dat ging eigenlijk ook hier wel over. Het feit dat, we hebben toen wij startten met de ondersteuning van toeslaggedupeerden, dat kan ik me nog goed herinneren.

We zaten een jaar geleden ook toen bij het ministerie van Financiën en dat ging over afspraken die we moesten maken en die we wilden maken vanuit gemeenten, omdat het kabinet zei: ja, het zijn wat mensen, enkele honderden, misschien duizenden en dat kan wel mee in de reguliere dienstverlening. Toen heb ik namens de gemeente wel aangegeven: nee, best kabinet, dit kan ook over veel mensen gaan, maar het kan ook over hele zware vormen van ondersteuning gaan en wij willen daar wel voldoende toe in staat worden gesteld, we willen niet andere mensen moeten … met wachtlijsten moeten werken. Daar hebben we toen goede afspraken over gemaakt in de zin van: hoe meer gedupeerden er zijn, hoe meer middelen gemeenten krijgen om daar ook de ondersteuning te kunnen bieden. Nou, toen werd er rekening gehouden met 7000-8000, nou, heel misschien zouden het er wel eens 14.000-15.000 kunnen worden, want de

9

aanzuigende werking door die Catshuisregeling, u weet wel, de 30.000 euro. Vanmorgen hebben we het met elkaar besproken en het loopt richting de 50.000 mensen die zich hebben gemeld, dat zijn de laatste getallen. Dat betekent dat we in Dordrecht hadden we het aanvankelijk over 130 mensen, kan ik me nog herinneren, en dat gaat nu ook over vele honderden mensen. Want het ingewikkelde is, is dat wel een groot deel van die mensen zijn niet per se toeslaggedupeerden. Dat zijn soms wel mensen die gedupeerd zijn door bijvoorbeeld een andere vorm van handelen van de overheid, of mensen die gewoon in de ellende zitten. We hebben wel met elkaar besproken: we willen al die mensen helpen, maar dat kan niet allemaal op dezelfde manier, want al die regelingen voor die toeslaggedupeerden, dat zijn weer andere afspraken die je maakt voor mensen die op een andere manier in de problemen zijn gekomen. Wat we wel zien, in Dordrecht hebben we met alle mensen die gedupeerd zijn contact. Heel veel mensen zitten ook in hulpverlening, in ondersteuning. Dat gaat over schulden, gaat trouwens ook over huisvesting, het gaat ook vaak over psychosociale hulp, gezinnen die uit elkaar zijn gevallen, traumaverwerking. Dat is echt, echt heftig. En heel eerlijk, aan het begin dacht ik nog, toen we eind vorig jaar – of nee, al eerder – in ieder geval het meldpunt openden voor mensen: meld je.

Want toen was er ook nog problemen dat we de gegevens niet konden krijgen. Toen dacht ik nog: nou, dit is een extra instructie voor medewerkers om deze mensen goed te helpen. Inmiddels hebben we een volledig team staan, zeven man die gewoon dag in dag uit met mensen die gedupeerd zijn door de toeslagen te helpen. Dat is dus echt een forse capaciteitsuitbreiding geweest, omdat wij niet willen dat deze mensen tussen wal en schip belanden, maar we willen ook niet dat onze reguliere dienstverlening in de knel komt, laat staan nog met alle steunpakketten, de Tozo, de TONK, die we ook nog hebben uit moeten voeren. En dat kan ook, in die zin, we krijgen daar dus ook, er zijn mooie uitkeringen vanuit het Rijk die daar ook financieel dat volledig dekken. Dus daar lopen wij als gemeente geen risico’s, die afspraken hebben we goed gemaakt. Maar dat maakt dus wel dat het heel intensief is. Ik ben ook voornemens om u binnenkort daar een brief over te sturen om u even goed te informeren, omdat het echt wel substantie heeft en we komen daar ook heel veel tegen. Het is voor mij ook wel een enorme eyeopener geweest, als je die mensen ook spreekt, dat er heel veel mensen in Dordrecht ook wel heel lang onder de oppervlakte zijn gebleven die ook wel nu steeds meer gelukkig de weg naar de overheid en naar ons weten te vinden voor ondersteuning.

Want zeker in veel gevallen zijn er ook kleine kinderen bij betrokken, het is niet voor niets de toeslagenaffaire, en die willen we graag ondersteunen ook op andere terreinen. De voorzitter: Helder, wethouder. Ik zie dat mevrouw Stevens ook nog een vraag heeft en dan kom ik weer bij mevrouw Nijhof. Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter. Ik had die vraag aan mevrouw Nijhof gesteld, want ik had net bij het rijtje van opsomming over de voorlichtingen had ik ook zoiets: zijn de jeugdbeschermingsinstellingen daarin meegenomen? Want ik weet dat de Sociale Dienst daar een goed Jeugdteam heeft zitten en ik denk dat dat wel heel handig is om dat wel goed na te kijken. Maar die vraag had mevrouw Nijhof ook gesteld. De voorzitter: Oké. Mevrouw Nijhof, ik kom terug bij u. Uw microfoon. U bent niet hoorbaar. En nu verlaat u de vergadering. Wethouder, gaat u verder met de

10

beantwoording van de vragen. Ik neem aan dat mevrouw Nijhof zo direct weer aansluit en dan kan zij haar vraag alsnog stellen. U was bij de toeslagenaffaire … Daar is ze weer. Mevrouw Nijhof: Ben ik nu hoorbaar, of niet? De voorzitter: Ja. Mevrouw Nijhof: O, nou, sorry. Ik wilde wat vragen net over wat u zei over de kinderen, slachtoffers in de toeslagenaffaire. Want wordt daar ook in samengewerkt met de SO bijvoorbeeld, zou ik me kunnen voorstellen, met de Jeugdteams? Hoe verloopt dat, kunt u daar iets over zeggen, wethouder? De voorzitter: De wethouder. De heer Heijkoop: Voorzitter, ja, daar wordt heel breed samengewerkt, zeker als het ook gaat over jeugdzorgvragen en ook over gezinsondersteuning en dergelijke. Soms zijn de gezinnen ook al bekend, dus dan is het ook dat je soms de ondersteuning aan moet passen, maar bijvoorbeeld ook omdat er een enorm geldbedrag opeens op hun rekening komt, of omdat er huisvestingsproblemen zijn en dat heeft weer impact ook op de ondersteuning van de jeugdigen. Dus ja, dat contact is er en ik denk, ik zeg u ook toe om dit even mee te nemen ook in de brief hierover, om hier ook nog even expliciet aandacht aan te besteden. Want de positie van kinderen is wel een bijzondere. Het kabinet heeft net voor de zomer ook besloten om de kinderen daar een aparte regeling voor op te stellen. De Tweede Kamer heeft daar nog een flinke plus op gedaan.

Ook dat gaat veel impact hebben en misschien kan ik dat ook nog even meenemen in de brief, dat ik een beeld vanuit wat er allemaal speelt en ook, dat is denk ik het meest interessante, van hoe wij in Dordrecht daar inhoud aan geven, aan die ondersteuning van de gezinnen, maar ook zeker de kinderen. De voorzitter: Goed, daar komt u dus op terug. Gaat u verder, wethouder. De heer Heijkoop: Ja, even … Ik zal proberen een beetje vaart te maken. Overlijdens in wonen. Dat komt soms in het nieuws en dat is verdrietig, dat als er een van de twee, of de moeder of ouder wegvalt, dat er dan soms situaties optreden dat het gezin weg moet, of dat er problemen ontstaan financieel, omdat de kostwinner wegvalt en soms ook degene die de administratie beheert. Ja, dat is altijd verdrietig. Ik prijs me gelukkig met de corporaties in Dordrecht die heel mensgericht zijn. Kijk, natuurlijk gaan er altijd wel eens dingen mis, maar ze proberen echt coulance te betrachten, proberen echt wel de goede oplossing te bedenken. Dat betekent soms wel dat iemand niet kan blijven wonen in een woning, want u kunt zich voorstellen dat soms de woning ook gewoon niet meer passend is. Dus op die manier proberen ze daar wel goed mee om te gaan.

En dit is ook wel een voorbeeld, we hadden het net over het volwassen worden, overlijden is ook wel een soort van – dat is slecht Engels – een life event is, net als een scheiding. Dat zijn wel momenten waarop wij het belangrijk vinden om in beeld te komen bij mensen als het gaat over ondersteuning. Want het betekent nogal iets. Het hangt ervan af: wat voor overlijdensrisicoverzekering was er, was er bepaalde pensioenaanspraak en

11

dergelijke? Dus ja, dat is een belangrijk punt. We hopen ook dat we met mensen in contact komen op het moment dat dat gebeurt en zij die ondersteuning ook wenselijk vinden. Heel vaak is dat ook niet nodig, dan is er familie om hen heen die hen kan helpen, maar anders kunnen wij dat ook zeker doen. En ik moet zeggen, de heer Van der Net had het over de zorgverzekeringen, de kanarie in de mijn. Ja, dat is inderdaad een goede uitdrukking. We hebben nu wel door die vroegsignalering steeds meer problematische situaties al vroeger in beeld en dit komen we ook wel tegen. De voorzitter: Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Nou, is het ook zo … Want als er iemand in een gemeente overlijdt, dan wordt dat natuurlijk geregistreerd, hè, bij het GBA. Dan neem ik aan dat het overlijden, diegene komt in een systeem te staan dat die er niet meer is.

Want is er ook mogelijk dat er wat dat betreft in dat stadium al, op het moment dat het duidelijk is dat daar maar één iemand achterblijft, om daar een soort preventieve, een structurele boodschap naar uit te laten gaan: goh, mocht u hulp nodig hebben – dan wel in een vrijblijvende sfeer natuurlijk, want er zijn natuurlijk ook mensen die het heel goed zelf op kunnen lossen – maar is daar niet een, laten we zeggen, helemaal in het voorportaal gewoon een handreiking mogelijk om dan al te zeggen: als u problemen heeft met het inkomen, huisvesting, dat soort zaken, kunt u zich hier melden bijvoorbeeld. Dat is eigenlijk meer wat ik bedoel met de vraag die ik net stelde, want wat je toch ziet is dat het vaak laat aan de oppervlakte komt, omdat mensen zich niet realiseren – die zitten in de rouw, hè – vaak niet realiseren dat ze bijvoorbeeld in één keer eenverdiener geworden zijn, dan alles zelf moeten gaan betalen, niet weten dat er dan toeslagen gevraagd moeten worden en dat soort zaken allemaal meer. Ik vraag mij gewoon af of je niet veel makkelijker ergens centraal, als je die melding krijgt, een algemene boodschap kunt laten uitgaan, zodat het bij mensen bekend is dat ze zelf contact kunnen opnemen. Dat is eigenlijk wat ik bedoel. En daar is het Wijkteam bijvoorbeeld, wat mijnheer Van der Net … nee, mijnheer Burakçin net zei, volgens mij, dat is dan eigenlijk te laat.

Als de Wmo er al zit aan die keukentafel, de consulent, dan is er al een vraag om begeleiding. Dat is natuurlijk ook wel nodig om dat stukje uit te vragen, maar wat doe je nou als dat nog helemaal niet het geval is in zo’n omstandigheid? Want het is inderdaad precies wat u zegt, het is een life event. Maar goed, dat was eigenlijk mijn vraag, of daar niet iets op geregeld is, of zou kunnen worden. De voorzitter: Uw vraag is helder. De heer Heijkoop: U zegt terecht: voor zover mensen daar behoefte aan hebben. Er spelen nogal privacyaspecten mee. Ik meen dat wij wel binnen de gemeente het beleid hebben dat we bij life events dan een soort signaal afgeven, noem het maar even: we zijn er voor u. Dus als je volwassen wordt – nou, u had het al over het boekje – bij een echtscheiding en ook bij een overlijden, dan is er contact met de gemeente, dat is een natuurlijk moment. We hebben ook wel eens het gehad over het vernieuwen van paspoorten, dat je dan op dat soort momenten kan je iets meegeven, of kan je je hulp aanbieden. Dat is wel wat ook een rol van de gemeente kan zijn. Dat willen we trouwens in de toekomst met het nieuwe Stadskantoor in samenwerking met de bibliotheek willen we dat ook nog wat verder gaan uitbouwen, dat het heel laagdrempelig wordt en dat

12

mensen daar terecht kunnen. Het klopt verder ook dat we aan het begin van deze periode met MEE en Vivenz afspraken hebben gemaakt ook over de Wijkteams. Toen zijn medewerkers ook allemaal getraind om dit ook tijdig te kunnen signaleren, dat we kunnen zien: hé wacht, iemand komt voor bijvoorbeeld een voorziening vanuit de Wmo, maar dan wordt er ook wel gelijk gevraagd: kunt u uw rekeningen nog betalen, heeft u zorgen? Wel op een goede manier, die vragen stellen ze verstandiger dan hoe ik dat nu formuleer, want er zit wel een taboe op en sommige mensen zijn daar niet van gediend. Maar op die manier zo snel mogelijk met mensen in contact te komen. Ik kan me ook herinneren, een keer mocht ik iets vertellen bij Villa TrösT, dat is een mooi iets wat we in Dordrecht hebben waar mensen voor rouwverwerking terecht kunnen en als ze iemand hebben verloren. Toen heb ik dat ook wel met de hoogleraar die dat begeleidde, een heel mooi mens die dat met veel betrokkenheid deed, en toen heb ik ook wel aangegeven: als er ook soms hele materiële dingen misgaan, dan kan dat ook ontwrichtend werken bijvoorbeeld bij de rouwverwerking.

Zij hadden daar toen ook oog voor, dus op het moment dat er dan, zij zijn veel in contact ook met mensen die, uitvaartondernemers en dergelijke die zich rondom – het zit ook bij de Essenhof – rondom dood en het verlies van naasten bezig zijn, om daar dan ook even dat signaal af te geven. Maar het blijft, mevrouw Nijhof, en dat gaf u zelf ook al aan, heel delicaat, maar ik ben het van harte met u eens dat het juist wel een moment is waarop je eigenlijk wil voorkomen dat mensen vanuit die rouw in een nog moeilijkere situatie terechtkomen doordat er gewoon rekeningen niet betaald zijn of zijn blijven liggen. Ik ga met gezwinde spoed door, voorzitter, over de bewindvoering. Ja, dat is iets, daar heb ik een aantal jaren terug ook met u over gesproken, ook in regionaal verband. De aanleiding was toen dat er onder de bewindvoerders echt een paar bewindvoerders zaten, nou, ik noem het maar oneerbiedig, dat waren prutsers in het positieve geval, en ook wel die ter kwade wil waren. Het overgrote deel, zeg ik er gelijk bij, dat zijn gewoon integere, goede bewindvoerders, maar we zagen het ook echt wel eens misgaan. Ik voelde toen ook wel een grote mate van machteloosheid, omdat mensen mogen zelf bepalen wie hun bewindvoerder is, hoe zij zich op die manier laten ondersteunen. Ik moet zeggen, ik kon toen moeilijk met hen in contact komen om afspraken daarover te maken.

Ik heb toen wel een keer een gesprek gehad ook met een landelijk medium en toen heb ik daar ook wat over gezegd. Ik moet zeggen, toen had ik ze wel binnen twee weken aan tafel en toen waren ze heel boos dat ik suggereerde dat sommige bewindvoerders niet helemaal deugden. Het lastige was wel dat de bewindvoerders die wel deugden, die kwamen allemaal aan tafel en daar konden we goede afspraken mee maken, maar het blijft gewoon een kwetsbaar iets. Ik ben wel blij met de nieuwe wetgeving op dat terrein, ook vanuit het kabinet, dat wij als gemeente nu veel meer ook mee kunnen kijken met de kwaliteit van bewindvoerders en dat we ook bij de rechtbank aan mogen geven als het gewoon niet goed gaat met een bewindvoerder. Dat zal de kwaliteit van bewindvoering echt verbeteren. En nogmaals, het gaat maar over een paar rotte appels, maar we lezen we er wel eens over in de media en ja, dat wil je gewoon echt voorkomen. Want één zo’n bewindvoerder kan potentieel gewoon tweehonderd gezinnen ruïneren door zijn werk of haar werk heel slecht te doen. Wat we ook toen hebben gedaan – en daar was destijds ook wel wat ophef over - was wat wij in de Drechtsteden een aantal bewindvoerders zelf in dienst hebben genomen. Dat leek nog bijna op een rechtszaak uit te komen, omdat een aantal commerciële bewindvoerders

13

zeiden: hé, dat mag niet, jullie betreden de markt en dat is onze markt en de overheid mag dat niet. Daar is het helemaal niet van gekomen en die bewindvoerders doen heel goed werk, hebben inmiddels een forse caseload. En vanuit de Sociale Dienst proberen we ook vooral de mensen in die bewindvoering intern te houden waarvan wij denken: die zijn toch net wat complexer, net wat kwetsbaarder. Op die manier proberen we eigenlijk ook uw zorg, dat te voorkomen dat mensen echt in de problemen raken door ook gewoon zelf mensen vanuit de Sociale Dienst met onze eigen bewindvoerders te ondersteunen. Maar goed, het belangrijkste is dus dat we wel meer mogelijkheden hebben om die bewindvoerders ook aan te spreken op kwaliteit en dat we een adviesrol hebben richting de rechtbank. Dat is echt wel winst, dus ik hoop dat in de toekomst dit soort misstanden steeds minder zullen worden. De Partij van de Arbeid … De voorzitter: Ik zie een vraag. Mevrouw Nijhof, heeft u een vraag? U verschijnt weer in beeld. Mevrouw Nijhof: Ja, ik hoop dat jullie me nog horen dan. De voorzitter: Ja, nee, nu gaat het. Mevrouw Nijhof: Even over die bewindvoerders, want ik hoor wat u zegt. Het is dus in deze regio nog steeds zo dat er een aantal bewindvoerders zijn die dus, laten we zeggen, de hele caseload denk ik beheren, als ik het zo hoor.

Maar zitten daar dan op het moment dat iemand onder bewindvoering valt, of onder curatele, dat kan natuurlijk ook zelfs nog zo zijn, in hoeverre is er dan nog contact met de cliënt zelf, als het alleen maar gaat over die bewindvoering? Want ik kan – en ik zeg even voorzichtig – uit ervaring zeggen, ik werk zelf in een gemeente waar dit ook speelt, daar zijn een aantal kantoren aangenomen en die doen alleen maar op het moment dat mensen zich melden de bewindvoering en de curatele. Je ziet op dit moment heel erg dat, omdat zij enorme caseloads hebben, dat het werk wat zij leveren steeds, ja, toch wel minder kwalitatief wordt, dat de wachttijden langer worden, dat er fouten gemaakt worden in het storten van het leefgeld en dat soort zaken. Waar kunnen mensen dan, als dat gebeurt, terecht? Want we kunnen iets regelen, maar kan die cliënt dan gewoon weer terugvallen op de consulent, of hoe ziet dat eruit? Om te proberen om dat weer rechtgetrokken te krijgen, of om actief zelf te vragen om een andere bewindvoerder, hè? Want dat kan namelijk ook. Dat is eigenlijk mijn vraag. De voorzitter: De wethouder. De heer Heijkoop: Voorzitter, de formele rol van de gemeente ten opzichte van iemand die bewindvoering heeft is niet zo heel groot, want die bewindvoerder bepaalt uiteindelijk de handel en wandel en het betalen van rekeningen.

Als een bewindvoerder niet functioneert, dan kan iemand dat aanhangig maken bij de rechter, want die bepaalt uiteindelijk ook wie onder bewindvoering komt te staan. Ik zeg u wel dat als er problemen zijn met een bewindvoerder en mensen melden zich bij de Sociale Dienst of bij de gemeente, dat we dat wel oppakken en dat we daar wel mee aan de slag gaan, omdat wij zien dat het dan ook echt mis kan lopen. Wij proberen natuurlijk ook aan de voorkant, want veel mensen die komen uiteindelijk onder bewind te staan, wij betalen

14

dat ook als gemeente. Dat is een beetje een rare, want je gaat er niet over welke bewindvoerder, maar je mag wel de rekening oppakken en de rechter die spreekt het uiteindelijk uit. Maar kijk, en dan moet ik me zorgvuldig uitdrukken, maar we hebben bij de Sociale Dienst natuurlijk wel een beeld bij goede bewindvoerders en minder goede bewindvoerders en als iemand onder bewindvoering komt te staan proberen wij wel enigszins mee te denken van wat een goede bewindvoerder zou zijn. Op die manier probeer je toch die kwaliteit te borgen. Maar in zijn algemeenheid, als mensen echt in de problemen komen door een bewindvoerder, ja, dan wil ik ze vooral ook oproepen: meld je wel gewoon bij ons, dan kunnen wij in gesprek gaan met die bewindvoerder en kunnen wij eventueel ook ondersteunen richting de rechter om van zo’n bewindvoerder af te komen, want dat is echt nog niet zo makkelijk. Dat voor wat betreft de bewindvoering. Ja? De voorzitter: Goed. Ondertussen heeft de heer Tiebosch en de heer Kwaak en nu ook mevrouw Striebeck zich gemeld met vragen. Ik begin bij de heer Tiebosch. De heer Tiebosch: Voorzitter, mijn vraag was eigenlijk nog op het moment dat de wethouder uit aan het leggen was over de twee belangrijkste life events, echtscheiding en overlijden. Volgens mij heeft hij de vraag verder voldoende beantwoord, dus in het vervolg heb ik antwoord gekregen.

Ik heb verder geen vraag meer op dat punt. De voorzitter: Oké, dank u wel. De heer Kwaak. De heer Kwaak: Dank u wel, voorzitter. Een vraag aan de wethouder. Hoe is het gesteld met het traject na de bewindvoering? De nazorg, bedoel ik. De voorzitter: Dat is een vraag die inderdaad nog in de lijst staat. En mevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: Ik had ook nog een vraag over overlijden van … De voorzitter: En de wethouder zit klaar … Mevrouw Striebeck: Ja, geen vraag, maar een opmerking eigenlijk. Ik wilde nog aansluiten bij de opmerkingen van de wethouder. Over wat betreft de ouderen, vindt de VSP het belangrijk dat deze mensen niet in de schulden komen door het preventief inzetten hierop en wij zijn daar heel blij mee. De voorzitter: Dank u. Wethouder, u heeft zo’n beetje alle vragen van mevrouw Nijhof, die ook het merendeel heeft gesteld, inmiddels beantwoord. Ik zit even naar de lijst te kijken, want een aantal vragen zijn dubbel gesteld. U heeft aangegeven dat bij intakegesprekken van de Sociale Dienst en de Sociale Wijkteams er inderdaad ook wordt gevraagd naar de financiële positie van mensen. Dat was een vraag van mevrouw Stevens. Dus daar wordt meer preventief nog gewerkt aan de voorkant. Er zijn een aantal vragen gesteld door het CDA en de VVD over de cijfers. Zou u daar wat van kunnen zeggen?

15

De heer Heijkoop: Voorzitter, dank. En ook dank voor het enigszins ordenen inderdaad van de vragen. Ik heb een aantal vragen, die zijn door een aantal gesteld, soms met een net iets andere invalshoek, en die heb ik net geprobeerd in ieder geval goed te beantwoorden. De voorzitter: Zeker. De heer Heijkoop: Inderdaad, het punt van de Partij van de Arbeid ging over het meer naar de voorkant bewegen, bijvoorbeeld ook in die Wmo-gesprekken. Ja, herkenbaar, daar hebben we ook echt op ingezet en ook wel vanuit de Sociale Wijkteams dus. Maar ik zeg u ook heel eerlijk, ik loop ook wel eens mee met de Sociale Dienst en daar is nog steeds wel tot op zekere hoogte enige sprake van verkokering, zeg ik voorzichtig. Dus daar kunnen we echt nog wel een slag maken. Dat gaat niet zozeer alleen over Wmo en schuld bijvoorbeeld, maar ook soms waar het gaat over het aan het werk helpen van mensen en schulden. Dat gaat echt steeds veel beter, maar je merkt toch wel dat dat soms nog … Nou ja, je kan een gesprek met iemand benutten om ook meerdere vragen te stellen en dan aan de achterkant die ondersteuning goed te regelen. Die oproep die u deed, die onderschrijf ik dus van harte en het belang daarvan ook zeker. Waar het gaat over de cijfers. De heer Van der Net gaf terecht aan dat op het project SOS, daar kunnen we best een staatje op opleveren.

Maar dat is nog niet zo heel lang gestart, dat kwam ook door corona, toen moest dat uitgesteld worden. Er zijn al wel enkele tientallen gezinnen onder begeleiding, er zijn ook echt wel een paar mooie voorbeelden. Ik denk dat het goed is, ja, ik kan het eventueel … Volgens mij had ik net ook al een toezegging gedaan aan mevrouw Nijhof om nog iets uit te zoeken wat onder een ander beleidsterrein valt, maar dan kan ik wellicht ook even wat gegevens hier nog over meegeven. Maar dat is dus nog niet al een resultaat, want daarvoor zijn we nog te kort bezig, maar wel misschien nog iets meer … Ik geloof dat het om zo’n zestig gezinnen gaat waar we uiteindelijk naar streven om maar even een getal te noemen, maar dat ga ik even netjes voor u op een rijtje zetten en dan kunnen we dat met de commissie delen. Een andere vraag ging volgens mij over het percentage, waarom het percentage toch afweek van wat we ambiëren. Wel veel hoger dan het gemiddelde in Nederland, maar lager dan wat we onszelf gesteld hadden. Ja, daar is eigenlijk het eenvoudige antwoord: we wisten eigenlijk gewoon nog niet precies wat we konden verwachten. Dus we hadden niet echt een benchmark: waar kun je op uitkomen? En waarom is het nog niet het getal wat ik wel mooi zou vinden als we dat zouden halen? Dat heeft er toch wel mee te maken met, ja, toch het taboe dat er nog wel op ligt, op schulden en armoede.

En die nieuwe Wgs, die is een half jaartje nu van de kant en ik verwacht ook wel dat dat ertoe bij gaat dragen als we daar wat verder in zijn dat die percentages wellicht ook nog wat gaan stijgen. Maar het concrete antwoord is: we hadden gewoon nog niet echt een beeld bij wat een reële benchmark was, dus vandaar dat dat getal toch anders is dan wat we hadden voorzien. De voorzitter: Het was dus een slag in de lucht. De heer Heijkoop: Ja, een beetje wel, ja. Ja, eigenlijk wel, ja. Nazorg bewindvoering, daar wil ik ook nog even kort op ingaan. Kijk, als je met een bewindvoerder in principe klaar bent, dan ben je in principe, dan sta je weer gesteld om zelfstandig in ieder geval

16

je financiële huishouden goed te kunnen runnen. Tegelijkertijd zie je toch wel dat de terugval vaak best wel een fors is. Sowieso met schuldentrajecten, ook bij de Sociale Dienst proberen we ook altijd wel die nazorg in te richten ook lokaal, soms ook wel gewoon bij de hoge Sociale Dienst, dus een vorm van budgetbeheer blijven mensen dan in. Dat is een hele lichte vorm van ondersteuning, maar die wel heel effectief is om te voorkomen dat mensen weer in de problemen geraken. Daar hebben we ook de Adviseurs Geldzaken vanuit Dordrecht die daar goed werk in verrichten. Maar denk ook aan SchuldHulpMaatje, die kunnen daar ook echt goede dingen in doen door een beetje mee te kijken met iemand op het moment dat die weer op eigen financiële benen staat. Dus op die manier proberen we die nazorg goed in te richten. Dat gaat dus niet alleen over bewindvoering, maar ook wel over andere schuldentrajecten, curatieve trajecten in de schuldhulpverlening. De voorzitter: Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Even over die nazorg na bewindvoering. Volgens mij is het een verkeerde aanname dat een bewindvoerder iemand leert om zijn budget te beheren, want dat is namelijk niet zo. De bewindvoerder is er gewoon om de rekeningen te betalen en is verantwoordelijk voor het betalen van die rekeningen en voor, laten we zeggen, het structurele storten van het leefgeld en dat soort zaken.

Wat heel erg ontbreekt in bewindvoeringstrajecten is juist dat stuk, wat ook door mijnheer Kwaak wordt aangehaald, dat op het moment dat je dus dat afrondt, dan heb jij niet geleerd om je budget te beheren. Nee, dan ben jij van je schulden af. Is daar iets specifieks op geregeld? Want daarom zie je juist, omdat die bewindvoerder laten we zeggen geen lerende taak heeft, dus geen taak heeft om iemand te leren zijn budget te beheren, zijn er daar nog mogelijkheden die het gat dichten waardoor mensen weer terugvallen, omdat ze dan nog steeds niet geleerd hebben hoe hun budget te beheren? De voorzitter: Wethouder. De heer Heijkoop: Voorzitter, ja, en dat zijn dan toch de mogelijkheden die ik net noemde, dus bijvoorbeeld het budgetbeheer vanuit de Sociale Dienst, of andere vormen. Wat je wel ziet is dat, dat zie je trouwens ook bij de vroegsignalering, niet iedereen zit te wachten op hulp. In dit land is het ook nog wel zo dat als je in de ellende zit, je hebt er recht op om in de ellende te zitten. We zijn wel aan het kijken bijvoorbeeld op het moment dat iemand een uitkering krijgt van de Sociale Dienst, dat je dan wel als tegenprestatie, komt het al vaak voor dat je als tegenprestatie niet zozeer zegt, wat in sommige kringen populair is: je moet gaan schoffelen of iets.

Maar als tegenprestatie te vragen: joh, je krijgt een uitkering, maar je moet je dan wel laten helpen met je financiële huishouden, met je schulden en ook het goed omgaan met geld. Met mensen die uit bewind komen zou je dat ook wel willen doen, dus je probeert daar wel proactief een aanbod in te doen, je probeert daar met hen in contact over te komen. Maar er zijn ook wel veel mensen die op het moment dat ze van hun bewindvoerder af zijn ook heel blij zijn dat ze aan niemand meer verantwoording hoeven af te leggen. En ja, daar heb je ook wel mee te maken, dus dan zie je ook wel eens terugval. Maar ik ben het met u eens dat het mooi zou zijn als mensen ook wel aangereikt krijgen dat ze gewoon structureel hun uitgaven en inkomsten in balans houden.

17

De voorzitter: Goed. Mevrouw Nijhof: Want is er op een of andere manier een regeling dat op het moment dat het traject wordt afgesloten, dat dat ook weer teruggemeld wordt naar de gemeente? Zodat ook de gemeente weet: nou, het is afgesloten. Waardoor nog eens, net zoals dat ik dat net zei met dat overlijden, toch nog eens in ieder geval een handreiking wordt gedaan: mocht u toch nog verder iets willen, dan … Want dat doet de bewindvoerder over het algemeen zelf niet, die is alleen maar verantwoordelijk voor dat beheren van die schulden en dat regelen van die schulden. Is daar niet iets structureels op te regelen? Want ik weet dat natuurlijk heel veel mensen, er zijn ook heel veel mensen in de toeslagenaffaire die in bewindvoering terecht zijn gekomen, die niets meer willen daarmee, zeg maar. Natuurlijk is dat zo, maar het is ook andersom zo, dat mensen gewoon eigenlijk verwachten van een bewindvoerder dat ze uiteindelijk, nou ja, goed, … De voorzitter: Uw vraag is helder. Mevrouw Nijhof: … zelf hun schulden kunnen beheren. Dus goed, zou daar ook niet eens over nagedacht kunnen worden, over dat stuk? De heer Heijkoop: Nou kijk, het is niet zo dat een bewindvoerder alleen maar rekeningen betaalt. In de wet staat ook dat ze wel moeten coachen op financiële zelfredzaamheid, maar dat is niet uitgebreid.

Wat u aangeeft, dat is wel een frustratie van veel gemeenten geweest, dat soms als iemand onder bewindvoering komt, er is niet een soort terugmeldplicht en dergelijke. Tegelijkertijd hebben we ook wel, bijvoorbeeld door de toeslagenaffaire heel veel meer relaties en stevige relaties ook met bewindvoerders gekregen. Ook bewindvoerders zijn wel steeds zich maatschappelijker ook nog gaan inzetten om ook die samenwerking met de gemeente te versterken. Ze zien ook wel dat dat waardevol is om hun werk beter te kunnen doen en ook omdat bij wet geregeld is dat gemeenten ook adviesrecht hebben bij bewindvoering. Dus dat is veel beter dan in het verleden, maar of het formeel zo is dat op het moment dat het traject beëindigd wordt dat de gemeente daarover geïnformeerd moet worden, dat weet ik niet precies hoe dat gaat. Dat zou ik dan nog eens voor u na moeten zoeken. Voorzitter, ik had nog een vraag over, die raakte ook wel de vraag over jongeren. GroenLinks had het over mobiele spreekuren. Het klopt vanuit het project programma Impuls Bereik hebben we ook extra middelen beschikbaar gesteld, ook vanuit de coronamiddelen, om de Sociaal Raadslieden extra uren te kunnen laten ondersteunen. Denk aan avondopenstellingen en ook mobiele teams vindplaatsgericht – dat is ook weer zo’n mooi woord – te laten werken.

Het komt er eigenlijk op neer dat je probeert de ondersteuning te bieden waar de problemen zijn. We zijn ook aan het kijken of dat bijvoorbeeld bij scholen kan om in samenwerking met scholen te kijken: kunnen we daar wat ondersteuning bieden bij schulden? Nu zijn ze vaak te vinden bij buurthuizen, omdat je ziet dat daar ook wel vaak problemen zijn met financiën. Op die manier proberen we die teams daar zo efficiënt mogelijk op in te zetten, omdat je weet dat de drempel van de Sociale Dienst en in mindere mate ook van het Sociale Wijkteam is soms toch nog net iets te hoog. In die zin ook wel een vergelijking met de eerste vraag aan het begin van deze vergadering bij het vaccineren, dat het soms effectief is om je echt naar de

18

doelgroep toe te bewegen, dat je dan sneller in contact komt met mensen die ondersteuning nodig hebben. Een diepe zucht, ja, volgens mij … Even kijken, hoor. Ik heb volgens mij de vragen beantwoord. De voorzitter: Volgens mij bent u erdoor. Dank voor uw uitgebreide beantwoording van alle vragen. Dan komen we bij de hamvraag voor de commissie: kan dit stuk door als hamerstuk, of moet het een bespreekpunt worden? Gezien alle positieve reacties, verwacht ik eerlijk gezegd dat het een hamerstuk zal worden. Dus ik stel u voor om het door te sturen als hamerstuk. De heer Burakçin. De heer Burakçin: Voorzitter, ja, de wethouder heeft zijdelings een beetje mijn vraag proberen te antwoorden over die SDD-consulenten. Volgens mij heb ik heel gericht gevraagd: worden bijvoorbeeld die SDD-consulenten vaste medewerkers van het Wijkteam? Daar zien we toch heel veel voordelen in, daar hebben we het vaker over gehad. Maar nu hoor ik alleen maar enkel dat de wethouder aangeeft: ja, er worden dus trainingen gegeven aan jongerenwerkers, Wijkteamleden of wat dan ook over het herkennen van schuldenproblematiek. Maar hoe denkt de wethouder erover om die SDD-consulenten een vaste plek te geven bij het Wijkteam? De voorzitter: De heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Voorzitter, terecht dat de heer Burakçin hier nog op terugkomt, want deze vraag heb ik niet goed beantwoord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/347/documents/12956