CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

3.4 Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving 8 september 2021 - vastgesteld.pdf

Commissie Sociale Leefomgeving Dordrecht 8 september 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 13: Vastgestelde Besluitenlijst en Notulen19.394 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Maar nu hoar ik alleen maar enkel dat de wethouder aangeeft: ja, er warden dus trainingen gegeven aan jongerenwerkers, Wijkteamleden of wat dan oak over het herkennen van schuldenproblematiek. Maar hoe denkt de wethouder erover am die SDD-consulenten een vaste plek te geven bij het Wijkteam? De voorzitter: De heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Voorzitter, terecht dat de heer Burakgin hier nog op terugkonnt, want deze vraag heb ik niet goed beantwoord. Ja, hier hebben we echt wel een enorme slag in gemaakt de afgelopen jaren. Waar het tot een jaar of vijf geleden was de Sociale Dienst toch nog een beetje een bolwerk, en dan had je oak wat er nog in de gemeente en in de wijken gebeurde. Nu is dat echt, echt in hele belangrijke mate in elkaar versmolten. Sociale Dienstmedewerkers zijn oak actief in de Wijkteanns, daar wordt heel goed samengewerkt. Daar kunnen we nog wel een slag maken met het oog op de toekomst en dat gesprek ga ik ook heel graag met u aan binnen die nieuwe GR Sociaal, want ik denk dat er dan weer nieuwe mogelijkheden zijn am die aansluiting nog meer in te richten op de behoeften vanuit Dordrecht.

Maar ik kan u geruststellen dat de samenwerking tussen de Sociale Dienst en de Wijkteanns heeft een enornne vlucht genomen en zeker oak door het armoedeprogramma, waardoor die - ja, dat is weer zo'n beleidsterm - maar de ketenaanpak, maar dat komt eigenlijk gewoon neer de samenwerking tussen de verschillende partijen, een enorme innpuls gekregen heeft, tot ieders tevredenheid. De heer Burakgin: Nog een aanvullende vraag. Maar ik hoar dat er inderdaad een goede samenwerking is, dat er inderdaad verbeteringen zijn doorgemaakt. Maar ziet de wethouder oak bijvoorbeeld mogelijkheden am bijvoorbeeld later dus die SDDconsulenten een vaste plek te geven in het Wijkteam? De voorzitter: Ik hoar de wethouder zeggen dat dat inderdaad het geval is.

19

De heer Burakgin: 0, nou goed, zo had ik het niet begrepen. Maar oke, dat is ... De heer Heijkoop: Ja, dat klopt, dat zit echt bij elkaar. Het blijft wel vanuit de Sociale Dienst, dat is ook om daar de kennis en expertise te bundelen, maar vandaaruit wel in de wijken de ondersteuning bieden, in samenwerking met het Wijkteam. Dus dat klopt, ja. De heer Burakgin: Dank. De voorzitter: Dan de vraag om te hameren is innniddels ook beantwoord en het voorstel is om dit als hamerstuk door te sturen naar de raad van 21 september. Aldus besloten. Het is nu, ik moet even zoeken naar het klokje, tien over negen. Ik wilde tien minuutjes, kwartiertje pauzeren tot vijf voor half tien en dan met het volgende onderwerp verder gaan. Tot over vijftien minuten, veertien minuten. Schorsing

5. Taakstelling beschut werken De voorzitter: Ik stel voor dat wij verdergaan met het volgende punt en dat is de 'Taakstelling beschut werken'. Daarvan heeft de BVD bij de bespreking van de kadernota de vraag gesteld: wat is de taakstelling beschut werken voor Dordrecht voor 2021, en hoeveel plekken zijn er heden daadwerkelijk ingevuld door de Dordtse inwoners? Deze vraag is op 7 juli door de connnnissie ter bespreking geagendeerd, maar door het college nog niet voorafgaand schriftelijk beantwoord. Inmiddels is er een memo verschenen van het college waarin zij duiden wat de stand van zaken is. De vraag is gesteld door de toenmalige BVD-fractie, mevrouw Van Eck. Wilt u nog nadere toelichting geven op uw vraag, of zegt u: laten we maar gelijk naar de wethouder gaan. Mevrouw Van Eck: Voorzitter, ik denk dat u het antwoord wel kunt raden. In ieder geval dank voor de ambtelijke organisatie dat de gegevens toch nog boven zijn gekomen, want dat bleek wat ingewikkeld te zijn. Ik weet het ook niet, maar goed. In ieder geval, eventjes nog kort schetsen waarom ik die vraag heb gesteld, want het is natuurlijk een beetje bijzonder nnisschien dat we nu in een keer een stuk op de agenda hebben staan waar geen politieke vraag aan ten grondslag ligt, maar ik probeer die eigenlijk met jullie te gaan zoeken bij dit punt.

In 2015 is de toegang tot de Wet sociale werkvoorziening afgesloten, omdat de Participatiewet in werking trad. In de sociale werkvoorziening zaten Nou moet ik even, laat ik me niet aan getallen wagen, maar in ieder geval de bedoeling was dat met beschut werk de instroom eigenlijk tot een derde zou verminderen. Oftewel, dat wat eerst een Wsw-indicatie zou krijgen, die aantallen, dat die teruggebracht zouden worden tot een derde op basis van de beschutte indicaties die vanaf dan zouden worden afgegeven. Dat was dus ook een bezuinigingsmaatregel. Want ik hoor uzelf al afvragen, beste leden van de commissie: hoe kan het nou zijn dat in een keer die mensen niet meer bestaan? Want worden mensen nou in een keer fantastisch, intelligent en ongehandicapt en nou ja, zonder gebreken geboren? TerwijI de nnaatschappij juist steeds meer vraagt van medewerkers, van mensen. Nou, daar hebben we het eigenlijk in het vorige ook al een beetje over gehad, dat mensen gewoon

20

steeds vaker vastlopen op allerlei gebieden. Dus de kloof wordt steeds groter tussen mensen die het wel kunnen, snappen, weten en de mensen die dat niet nneer redden. Maar goed, in ieder geval terug naar beschut werk. Daar zijn taakstellingen voor afgegeven door de overheid, daar is een potje met geld mee gemoeid. Dat stond ook al in het stuk, he, dat er financiering was voor die taakstelling. Het blijkt dat op dit moment 44 procent van de taakstelling die Dordrecht heeft gekregen is vervuld. 44 procent. Uitgaande van dat die 100 procent van de taakstelling eigenlijk al een derde is van de mensen die voorheen hiervoor in aannnerking zouden kunnen komen. Dus dat is een enornne vermindering van de mensen die nu deze kans nog krijgen op dit moment vanuit Dordrecht.

De voorzitter: 0, u loopt vast. Mevrouw Van Eck: Sorry? De voorzitter: Ja, u bent weer terug, zo te zien. Mevrouw Van Eck: 0, was ik weg? 0 jeetje. Nou, ik hoop dat ik in ieder geval tot nu toe duidelijk ben geweest. Als je dan kijkt naar het geheel, zeg maar. Want er bestaat een Dashboard Beschut Werk, dat is hartstikke mooi inzichtelijk gemaakt door het UWV wat alle arbeidsmarktregio's scoren, hoeveel indicaties er zijn afgegeven en hoeveel mensen met die indicatie ook daadwerkelijk zijn geplaatst op een beschut dienstverband. Want de indicatie beschut betekent dat de gemeente eigenlijk een beschut dienstverband, dus een betaald dienstverband aan deze mensen kan aanbieden, waar ze dus ook dat geld voor krijgen, want dat is een gefinancierd dienstverband. Dat betekent dat ... Nog los van die mensen dus die dat dienstverband niet hebben gekregen, want dat zijn er dus 56 procent van die taakstelling, die hebben dat dus niet gekregen. Maar dat betekent ook dat de mensen die die indicatie hebben, dat zouden er 120 zijn op Drechtstedengebied en daar zouden er 86 van ingevuld zijn.

Even een berekening op losgelaten wat dat effectief berekend is, dat op dit moment, in maart 2021 - al een tijdje terug, maar het UWV is altijd een beetje traag met cijfers - dat in maart '21 er 24 mensen een indicatie hebben gekregen beschut vanuit Dordrecht, maar die hebben op dat moment geen plek gekregen in een beschut werk dienstverband. Dus mijns inziens, en dat wil ik ook even aan de wethouder vragen: hoe ziet hij dat? Weet hij welke mensen een indicatie hebben en krijgen zij ook een dienstverband aangeboden? Want er is dus een discrepantie tussen het aantal aangeboden dienstverbanden en het aantal afgegeven indicaties. Dat is een. Twee is, wat vindt de commissie hier eigenlijk van? Vindt de commissie, net als ik, dat we eigenlijk eens zouden nnoeten vragen aan de portefeuillehouder om ervoor te zorgen dat we niet 44 procent van die taakstelling waarvoor we financiering krijgen - in gaan vullen, maar bijvoorbeeld 75 procent, dat dat gewoon het streven gaat zijn voor 2022? Dat zou ik graag willen vragen aan nnijn collega's van de commissie hoe zij daarin staan. En ten derde is, en staat ook heel goed in het stuk beschreven dat Dordrecht voldoet aan het opvullen van de indicaties, zeg maar, die komen, maar er staat niet bij dat wij actief gaan zoeken naar die mensen die er wel dus zijn, dat kan gewoon niet anders.

Dat kun je doen bij dagbestedingsorganisaties, denk aan de bovenkant van de dagbestedingsorganisaties, kijk naar welzijnsorganisaties, kijk bij de Wmo, kijk bij de Sociale Werkvoorziening, kijk

21

bij de participatieplekken, mensen. Daar zullen vast echt nog een hoop mensen zijn die hiervoor in aannnerking komen, maar die je wel actief nnoet gaan benaderen. Want het is geen doelgroep die bedenkt: he, hier heb ik recht op, ik ga eens aan de bel trekken. Dus dat is eigenlijk ook een vraag aan de wethouder: hoe zijn wij nu bezig met het actief ontsluiten van dit instrument van die doelgroep?

De voorzitter: Helder. Voor een deel wel technische vragen naar mijn gevoel, maar laten we de wethouder nu eerst het een en ander laten vertellen over dit onderdeel. Ik zie dat de heer Boersma in ieder geval een reactie wil geven. De heer Boersma. De heer Boersma: Voorzitter, dank u. Ik heb de eerste paar zinnen van mevrouw Van Eck gemist, want ik had mijn koffie nog niet op. Dus ik weet niet hoe zij begonnen is, maar de rest van het verhaal, en als ik kijk naar de informatie van de wethouder, dan ben ik het wel met u eens dat dit wel heel veel technische vragen zijn. Had dit zich niet dan meer geleend voor gewoon artikel 40-vragen om eens dan aan de wethouder te vragen hoe dit nou precies zit? Want als ik het verhaal van de wethouder lees, dan indiceert het UWV, worden alle mensen die geindiceerd worden, worden keurig geplaatst in beschut werken en vervolgens houden we ook nog geld over. Dus even gewoon gebaseerd op de informatie die de wethouder ons verschaft, zou ik zeggen: nou, alle mensen die beschut werken nodig hebben, daarvoor geindiceerd worden, die konnen daarvoor in aanmerking en die krijgen een beschutte plek. Interessante vraag van mevrouw Van Eck natuurlijk is: hebben we alle mensen in beeld die geindiceerd zouden moeten worden? Ik denk dat dat de kernvraag is van het hele verhaal, want degenen die geindiceerd worden, worden keurig netjes geplaatst allemaal.

Dat is wat we met zijn alien willen. Maar dat zou dan denk ik meer iets zijn om gewoon eens even aan de wethouder te vragen: nou, ga Misschien heeft hij daar meteen een wethouder op ... Of, wethouder Misschien heeft onze wethouder daar meteen een antwoord op, dat zou me ook niet verbazen, maar ik denk: ik vind het wat lastig, en zeker nu even terugkijkend dat we deze vraag geagendeerd hebben voordat Oberhaupt er een beantwoording van de wethouder lag, dan denk ik, dan zou het misschien goed zijn als we dit soort vragen eerst van een antwoord laten voorzien en dan vervolgens met elkaar erover hebben: gaan we dit bespreken in de commissie, of zijn er nog zoveel vragen dat we de wethouder nog een keer vragen om wat verder op de antwoorden of de nadere vragen in te gaan? Tot zover even. De voorzitter: Mevrouw Van Eck. Mevrouw Van Eck: Ik wil heel even terugkomen op de veronderstelling van de heer Boersma dat iedereen met een indicatie dus ook geplaatst is, want dat blijkt dus uit het Dashboard Beschut Werk dat dat niet het geval is. Dat er een discrepantie is tussen het afgegeven aantal indicaties en de plaatsingen, dus dat dat ook nog een onderdeel is van de vraag, zeg maar. De voorzitter: Goed. Eigenlijk twee vragen, als het goed begrijp. De vraag naar de discrepantie van mevrouw Van Eck en de kernvraag zoals de heer Boersma die formuleerde.

Ik wilde naar de wethouder gaan om te kijken of hij die vragen op dit

22

moment kan beantwoorden, of dat hij zegt: nou, dit is toch wel even iets andere koek, hier nnoet ik nog even wat nawerk voor verrichten. De wethouder, de heer Heijkoop.

De heer Heijkoop: Voorzitter, dank u wel. Ja, ik heb goed naar mevrouw Van Eck geluisterd. Het is overigens geen beantwoording van het college, het is een beantwoording van een technische vraag - die overigens wel wat eerder uw kant op had kunnen konnen, dus dat trek ik mu j aan, want hij is wel laat aan u toegezonden, de beantwoording. Waar dat precies aan ligt, weet ik niet, hoor. De zomer zat ertussen. Maar ook denk ik, dit beschut werk en de indicering vanuit het UWV en de samenwerking met de Sociale Dienst, dat is echt, dat doen we per regio, dus op regionaal niveau. Het is wel een ingewikkeld verhaal. Uw inleiding, denk ik, ik sluit niet uit dat er enkele comnnissieleden misschien ook at waren die het ook niet helemaal van A tot Z konden volgen en dat zou ik ook heel goed begrijpen, want het is een heel complex werkveld. Het is nog complexer geworden inderdaad met de intrede van de Participatiewet, het sluiten van de sociale werkvoorzieningen. Er zijn destijds door het kabinet best wel veel heftige keuzes gemaakt die de basis van de arbeidsmarkt raakten. Nou, trouwens, ze speelden zelfs bij de laatste verkiezingen nog een rol, terwijI het toch echt wel een paar periodes geleden waren.

En er is ook wel heel veel met het badwater weggegooid, want u stelt wel terecht: er waren mensen met een arbeidshandicap, die kan van verschillende aard zijn en daar nnoeten we een plek voor vinden in onze samenleving. Die moeten mee kunnen doen, mee kunnen doen naar hun vernnogen, naar hun talenten en de Sociale Werkvoorziening was daar altijd heel goed instituut voor. Nou, die zijn uiteindelijk gesloten, in ieder geval, de instroom, de Wsw is gesloten. Wij hebben natuurlijk nog steeds wel Drechtwerk, dat hebben wij ook echt overeind gehouden. Sterker nog, we proberen Drechtwerk qua leerVontwikkelbedrijf alleen maar uit te bouwen, omdat we daar gewoon een hele mooie infrastructuur hebben am nnensen, ook die soms misschien wat moeilijkheden hebben richting een baan, am die te kunnen ondersteunen richting werk. Beschut werk is eigenlijk werk van iennand die niet volledig een baan kan vervullen, nnaar wel in een - nou ja, het woord zegt het al - een beschutte onngeving een waarde kan hebben. Een waarde voor zichzelf, waarde voor de onngeving, waarde voor de onderneming. Wij in de Drechtsteden, durf ik te stellen, nnaken we daar echt wel werk van beschut werk. Dat doen we samen met het UWV, we werken natuurlijk al intensief sannen met het UWV. Maar het is wel wat de heer Boersnna zegt, we zijn wel afhankelijk van de indicaties van het UWV.

Mijn informatie is altijd dat als het UWV indiceert, dan zorgen wij voor een beschutte werkplek. Er zitten wel allerlei perverse prikkels in heel de systennatiek. Ik wil u van harte uitnodigen am de rapporten van onder meer adviesbureau Berenschot tot u te nennen en ook op de website van Cedris, de brancheorganisatie van de sociale werkvoorzieningen staan best wel interessante, lezenswaardige rapporten hierover en ook de complexiteit die daarbij komt kijken. Ik ben van harte bereid, want u heeft inderdaad nog heel veel nieuwe, technische vragen gesteld, am dat nog eens op een rij te zetten, hoar. Als dat behulpzaam is, dan zal ik dat denk ik wel even langs de regionale tafel laten gaan, onndat daar ook veel expertise zit am deze vragen goed te kunnen beantwoorden. Dan belast ik het Dordtse annbtenarenapparaat daar even wat minder mee, want dit is echt

23

een regionale aangelegenheid. Maar ik zeg daar wel bij, er is een nieuwe regering op konnst - tennninste, nou ja, dat hopen we allemaal, dat blijkt toch allemaal weer wat langer te duren. Een ding weet ik wel: die nieuwe regering gaat echt werk maken ook van dit vraagstuk en ook van die basis van de arbeidsmarkt, en sowieso van de arbeidsmarkthervorming. Er ligt een uitstekend rapport van de comnnissie Borstlap, er liggen rapporten van de SER, u wel bekend, van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid, van de Raad voor Openbaar Bestuur. Allemaal rapporten die eigenlijk gaan over hetzelfde, nannelijk die arbeidsmarkt, zeker de basis van de arbeidsmarkt nou, we hebben het ook allemaal gezien in die coronacrisis - de flex, het mininnumloon, at dat soort zaken en zeker ook het punt dat u aanraakt, mensen met een arbeidshandicap, hoe kunnen die een plekje vinden. Dat gaat echt een plek krijgen in het nieuwe regeerakkoord, of het nou over links, of rechts, of door het midden gaat, het zal allemaal wel. Dit is namelijk zo'n groot, urgent maatschappelijk vraagstuk, dat dient daar beantwoord te worden. Dus wat ik daarmee eigenlijk wil zeggen, ik ben van harte bereid om dit nog eens voor u op een rijtje te zetten, maar een ding weet ik wel: dit hele systeem heeft zijn langste tijd gehad. Wij doen wat we kunnen. Als de mensen gelndiceerd worden, dan krijgen ze een plekje.

Iedereen valt nu onder de Participatiewet. Dordrecht, de Drechtsteden is koploper in Nederland waar het gaat over mensen met een arbeidshandicap aan het werk helpen. Dat doen wij met name ook door loonkostensubsidie, dus een deel van het loon over te nemen, en door heel veel begeleiding op de werkvloer. We hebben nu gelukkig ook kunnen afspreken dat we daar ook financieel in ieder geval niet de nadelen van ervaren, maar dat het ook financieel gewoon aantrekkelijk is voor een genneente om zich daarvoor in te zetten. Daar valt dit eigenlijk ook onder. Maar het felt dat dit een heel complex gesprek dreigt te worden, dat laat al zien dat die regelingen allemaal door elkaar heen lopen en dat het heel ingewikkeld is geworden. Tot slot, voorzitter, ik zou eigenlijk wel het voorstel van de heer Boersma willen omarmen. Als deze bespreking, die kunnen we nu echt niet denk ik een goed debat voeren in de commissie, want daar is zo'n technische beantwoording wat mu j betreft - maar goed, u bent de raad, u bent de baas - niet helemaal geschikt voor. Maar als mevrouw Van Eck naar aanleiding van deze uitwisseling en de beantwoording van de technische vragen nog andere technische vragen heeft, of andere politieke vragen, natuurlijk van harte bereid om die te beantwoorden en wellicht kunnen we dan alsnog eventueel ook nog een debat erover voeren of met elkaar daarover in gesprek gaan.

Ik ben ook van harte bereid om u even een keer uit te nodigen om eens u ook bij te praten bij de Sociale Dienst. Daar kan ik ook eventueel de regiodirecteur of een arbeidsmarktdeskundige van het UWV bij vragen om daar ook nog eens over door te praten. Tot zover.

De voorzitter: Mevrouw Van Eck. Mevrouw Van Eck: Dank u wel, voorzitter. En dank u wel, portefeuillehouder, voor het aanbod. Maar het is nnijn werk, dus ik weet er wel heel veel van en de regiodirecteur ken ik ook heel goed. Maar wat ik een beetje jammer vind is dat u toch de vraag ontwijkt, maar ik ga ervan uit dat die terugkomt in de beantwoording van de technische vragen: wat doet eigenlijk de SDD of Dordrecht eraan om wel mensen actief te gaan zoeken? Want ik werk zelf in de omgeving en ik weet ook meerdere gemeenten die dat doen die

24

wet op hun taakstelling of er zelfs overheen zitten, juist omdat zij gewoon het belangrijk vinden voor hun inwoners dat de inwoners die er recht op hebben ook dat kan worden aangeboden. Dus dan gaan we actief op zoek middels bijvoorbeeld trajecten, middels participatieplekken, middels alle instrunnenten die u zelf eigenlijk ook at opnoemt. Maar goed, ik denk dat het goed is als ik nog wat beter nnijn vragen fornnuleer, of in ieder geval, de onderwerpen binnen dit onderwerp waar ik wat meer aandacht of een betere duiding van wit hebben, zodat we daar eventueel mee verder kunnen, of niet, at naargelang wat de commissie vindt. Want ik weet dat dit een heel complex onderwerp is, bijna niemand snapt het namelijk heel goed, daar lopen we zelf ook wet eens tegenaan. Maar het is wet heel belangrijk en dat wit ik even benadrukken, voor de mensen die het nodig hebben. Dus dank u in ieder geval voor de toelichting, ik ga zorgen dat ik mijn vragen even wat beter formuleer, zodat u daar even goed antwoord op kunt geven kijken en dan kijken we even verder of we met elkaar in gesprek gaan.

De voorzitter: Goed, u neemt het aanbod van de wethouder aan, u gaat vragen formuleren, die gaan in de richting van de wethouder en aan de hand van de beantwoording zullen we wellicht kijken hoe we daar verder mee gaan. Dus dat is een procesafspraak, zelfs een vrij vage, vind ik zelf, nnaar we wachten de beantwoording af. U heeft at vragen gesteld nu mondeling, moeten dit - en ik vraag dat maar even aan de heer Heijkoop -formele artikel 40-vragen worden? Want ik kan me ook voorstellen dat er een lijstje met vragen komt van de leden van de commissie die u gewoon in een memo beantwoordt, eventueel in een presentatie met deskundigen, zodat we daar inderdaad ook deze ingewikkelde materie wat verder kunnen praten. Ik zie de heer Tiebosch. De heer Tiebosch: Ik zou het wet fijn vinden als mevrouw Van Eck gewoon haar vragen stelt aan wethouder Heijkoop. Eigenlijk zou ik at akkoord zijn gegaan met het genereuze aanbod wat hij heeft gedaan. Want het is natuurlijk gewoon van belang dat als wij er hier in de commissie over praten, dat er een politieke vraag is geformuleerd. Want anders dan gaat het alle kanten op. Dus wat mu j betreft stelt u, mevrouw Van Eck, omdat u het aanbod van de wethouder niet gelijk omarnnt, stelt u uw technische vragen.

U krijgt dan het antwoord en ik neem aan dat de commissie daar ook gewoon het antwoord van krijgt en dan kunnen we gewoon dat bij de agendering, op het moment dat die antwoorden er liggen, met elkaar een politieke vraag daarover formuleren en dan kijken we of dat vol doende steun heeft. De voorzitter: Ja, helder. Ik stel voor het zo verder af te spreken en dat als een besluit vast te stellen dat dit proces zo loopt zoals net door de heer Tiebosch uitstekend is verwoord en dan voor dit moment dit onderwerp voorlopig af te sluiten.

6. Overzicht Moties De voorzitter: Goed, dan gaan we naar het volgende onderwerp en dat is het overzicht van de nnoties van de commissie Sociale Leefomgeving per 2 december. Ik heb even snel zitten kijken naar alle moties. Het zijn drie bladen, vier bladen die allemaal nog in behandeling zijn. Is er iemand die behoefte heeft om hier nog iets van te vinden? Iedereen kan akkoord gaan met deze lijst? Dan wordt er, dat is de laatste motie, denk

25

ik. Dat is met betrekking tot het Energiehuis. Daar wordt nu van voorgesteld deze af te gaan voeren, omdat wij geinfornneerd zijn per raadsinformatiebrief die we op 28 april ter kennisgeving hebben aangenonnen in de raad. Dus deze motie is feitelijk uitgevoerd, dus het voorstel is om die niet meer op naam te stellen, maar af te voeren. De heer Boersma. De heer Boersma: Voorzitter, dank u. Ik dacht dat wij gezegd hadden in de commissie dat ondanks die raadsinformatiebrief, dat we de motie nog even aanhielden, omdat in verband met corona er gewoon weinig gebeurd is in het Energiehuis, dus het nu geen zin heeft om een evaluatie te doen en dat je dan misschien komend jaar een evaluatie zou kunnen doen. Maar ja, ik kan me ook voorstellen met alle onzekerheid, ja, dan kan je zo'n motie natuurlijk ook gewoon op het lijstje laten staan, he? De voorzitter: Ja, maar er staat hier feitelijk tot na de corona en dat weten we ... De heer Boersma: Ja, dus Nou ja, ja, dus misschien moeten we wel met elkaar in de gaten houden dat er een toezegging ook ligt om die evaluatie te plannen en laten we die dan doen op het moment dat het Energiehuis ook gewoon weer een beetje in bedrijf is. Dat kon nog wel eens na de gemeenteraadsverkiezingen zijn, denk ik zomaar. De voorzitter: Dat zou zomaar kunnen.

Ik stel voor dat we die motie dus wel afvoeren en dat we bij de lijst structurele toezeggingen als een soort reminder opnennen dat er na de coronaperiode - ruim na de coronaperiode, want het nnoet ook nog wel aan werken dan - daar nog eens op terugkomen. Dat is vast en zeker voor de volgende raad. De heer Tiebosch. De heer Tiebosch: Nou ja, voorzitter, de volgende raad. We hebben daar bij de kadernota met wethouder Burggraaf ook al over gesproken, omdat hij toen eigenlijk aangegeven heeft dat het meerjarig perspectief van het Energiehuis, dat hij in ieder geval de exploitatie in die begroting niet sluitend krijgt. Dus ik sluit niet uit dat we gewoon ook bij de begrotingsbehandeling daar met de wethouder gewoon over kunnen praten en op basis daarvan, of er nou corona is of geen corona, kunnen we daar in ieder geval een standpunt over innemen. De voorzitter: Ja, lijkt mij ook. We kunnen er altijd over praten en als inderdaad in het kader van de begroting blijkt dat er weer meer geld naartoe moet, kan dat reden zijn voor de raad om opnieuw een motie in te dienen waarin we een aantal zaken uit deze motie weer opdiepen en alsnog vragen. Ik zag mevrouw Van der Ham ook even in beeld verschijnen. Mevrouw Van der Ham: Voorzitter, dank u wel.

Ik ben het op zich eens met het voorstel om de evaluatie onder de toezeggingen te zetten, maar dan zou ik willen vragen om de exacte tekst van de laatste bullet van de motie over te nemen, omdat daarin staat wat we in de evaluatie willen terugzien. De voorzitter: Goed idee, doen we. Dan is de lijst met nnoties daarbij vastgesteld.

26

7. Overzicht Toezeggingen De voorzitter: Dan hebben we nog een lijst met toezeggingen. Daarvan staan er een aantal onn af te voeren, kunt u daarmee instemmen? Dat voorstel van afvoeren zijn een toezegging over het programma Samen tegen Armoede, dat hebben we volgens mij net behandeld als ik het goed begrijp. Ja. Een motie over de zorgzame stad, heel veel tekst bij: een inhoudelijke evaluatie in deze raadsperiode te verwachten in januari 2022 op te leveren. Dan snap ik niet waarom er staat afvoeren, want het is nog geen 2022. Ik stel voor dat we die nog maar in behandeling zetten. En de knelpunten Veilig Thuis, de wethouder zegt toe de notitie over knelpunten die zijn gesignaleerd in de themabijeenkomst rond Veilig Thuis van de Dienst Gezondheid & Jeugd te delen. Daar wordt ook voorgesteld onn af te voeren. Hebben wij die bijeenkomst gehad dan?

Mevrouw Nijhof: Volgens mij niet, hoor. Sorry, voorzitter, dat ik zomaar voor mijn beurt praat, maar ik denk niet dat wij die gehad hebben, voor zover ik dat kan bedenken. De voorzitter: Nee, ik kan me ook niet herinneren dat we die gehad hebben. Mevrouw Nijhof: Nee. Misschien wordt daarmee bedoeld de bijeenkomst die wij gehad hebben met betrekking tot de keten, dat dat daarmee bedoeld wordt? Nou, dat was die presentatie waarin dat hele zorgmeldingssysteem werd uitgelegd, van Veilig Thuis en triageren en de Wijkteams bla bla bla, zeg maar. Maar ja, ik bedoel, daar hebben we eigenlijk nooit ... We hebben daar een aantal conclusies volgens mij uit getrokken en daar is nooit nneer lets op teruggekomen, nee.

De voorzitter: Ik zie nnevrouw Stevens in de nnarge van haar beeld inderdaad ook schudden: nee, daar is nooit wat teruggekomen. Mevrouw Stevens, zet uw geluid even aan, dan kunnen we u ook horen.

Mevrouw Stevens: Dat klopt inderdaad. We hebben die bijeenkomst gehad, maar we hebben daar nooit de knelpunten verder in doorgesproken. Dus wat mij betreft moet dat ook blijven staan.

De voorzitter: Oke, zetten we ook in behandeling en gaan we wel praten Mevrouw Nijhof: Daar zou ik bij op willen merken

Mijnheer Van Verk? Voorzitter?

De voorzitter: Ja. Mevrouw Nijhof: Daar zou ik bij op willen nnerken, misschien kan dat er ook bij genoteerd worden op een of andere manier, dat ik kan me nog goed herinneren dat die avond, dat we dat thema dat dat georganiseerd is, dat de verantwoordelijke voor de Wijkteams niet aanwezig was. Mevrouw Theunissen was volgens mij aanwezig, maar degene die uiteindelijk de zorgmelding krijgt - want daar hebben we nog een discussietje over gehad - die was niet aanwezig. Het is wel handig om, nou ja, ook vanuit die hoek, omdat zij de zorgmeldingen namelijk in eerste instantie afvangen, toch

27

ook eens reactie te krijgen op de knelpunten die we die avond benoemd hebben en die zij zelf benoemd hebben daarin.

De voorzitter: Ja. Ik weet niet of de heer Van der Linden nog aanwezig is? Ik zie hem niet meer in het lijstje, maar Mevrouw Nijhof: Nee, ik ook niet. De voorzitter: Goed, we nemen hem alsnog in behandeling en zullen vragen met enige spoed met die notitie te komen. Ik weet ook dat we in de zienswijze richting Dienst Gezondheid & Jeugd van juni hebben wij ook gesignaleerd dat er knelpunten ontstaan en zelfs gevraagd om een nieuwe begroting. Daarvan is in de zienswijze de reactie van het bestuur geweest dat zij dat onderschrijven en eventueel met een nieuw onderdeel komen op die begroting. Dus alleszins reden om dat nog eens weer op de agenda te krijgen. Goed, blijft in behandeling staan met de dringende vraag aan de wethouder om daar nu toch snel eens met de knelpunten boven water te komen. Ja? Ik zie mevrouw Nijhof nog bedenkelijk kijken, nnaar Mevrouw Nijhof: Nou ja, gaat u de toezeggingen nu afsluiten, dat stuk, of niet? De voorzitter: Ik ga dan nu de toezeggingen afsluiten, want de rest is in behandeling. Mevrouw Nijhof: Ik mis een toezegging. Ik nnis een toezegging op de lijst, als ik die mag benoemen. De voorzitter: Natuurlijk. Mevrouw Nijhof: Volgens mij is het tijdens de kadernota zo geweest dat wethouder Stam toegezegd heeft dat er direct na het reces een stuk zou liggen met betrekking tot de Sportparkenvisie.

Die toezegging wil ik heel graag opgenomen zien in het lijstje. De voorzitter: In de lijst. Ik weet niet of die ... Mevrouw Nijhof: Hij staat er niet op. De voorzitter: Nee, ik zie hem ook inderdaad nergens terug. Die toezegging wordt even opgezocht, wordt even nagezocht in de notulen en alsnog opgenomen in de lijst. Akkoord? Dan hebben we nog een lijst van structurele onderwerpen, die blijven in behandeling en daar zal zo nu en dan rapportages van verschijnen. Dat waren de lijsten met moties en toezeggingen.

8. Voorbereiding themabijeenkomst afbakening Jeugdhulp en positie zorgvragende inwoners zorgdomein (Jeugdhulp, Wmo e.d.) - Raadsvoorstel De voorzitter: Dan ben ik bij de nieuwe behandelvoorstellen. Nummer 8, de Woorbereiding van een themabijeenkomst afbakening Jeugdhulp en positie zorgvragende inwoners zorgdomein voor de Jeugdhulp, Wmo en dergelijke'. Op 7 juli heeft de commissie Sociale Leefomgeving besloten de themabespreking over afbakening

28

Jeugdhulp en positie zorgvragende inwoners in het zorgdomein gecombineerd te bespreken. De raadswerkgroep bestaande uit mevrouw Nijhof, de heer Boersnna en ondergetekende heeft bijgaand voorstel daartoe voorbereid. De commissie wordt gevraagd het voorstel als hamerstuk te agenderen voor de gemeenteraad van 21 september. Let wel, wethouder Van der Linden wil de raad ook laten weten dat op korte termijn, Q3 of Q4 2021, de verordening Jeugdhulp kan worden geactualiseerd. De themabijeenkomst is gericht op het verrijken van besturings- en verantwoordingsinformatie van de raad op nniddellange termijn. De heer Van der Linden bereidt naar verwachting een wethoudersbrief hierover voor en die is inmiddels binnen. Deze, volgens mu. Ik zal hem u voorlezen. Hij is vandaag binnengekomen, dus we hebben hem niet meer verspreid onder u. "Geachte leden van de commissie, vanavond bespreekt u de voorbereiding van de themabijeenkomst op 28 september. Uit de stukken leid ik af dat de focus niet allereerst konnt te liggen op het gesprek over de afbakening van de Jeugdhulp, maar wat breder wordt getrokken. Dat is uiteraard aan u als commissie en het uitvoeren van de narratieve evaluatie lijkt mu j op zich waardevol. Wel vraag ik opnieuw aandacht voor het proces om tijdig te komen tot een nieuwe verordening Jeugdhulp.

Dit is het sluitstuk in de beweging die we ons in de periode hebben ingezet om de financiele en de beleidsmatige verantwoordelijkheid voor het jeugdbeleid weer nneer lokaal te maken. Om allerlei redenen verdient het aanbeveling om per 1 januari aanstaande met een nieuwe verordening te kunnen werken. Het gesprek over de afbakening Jeugdhulp is hiervoor een belangrijke stap. De afbakening van Jeugdhulp en een aangepaste verordening bieden kansen om eerder door de commissie genoemde aandachtspunten beleidsmatig en juridisch een plek te geven. Ook kunnen we een bewuste keuze maken over de thema's als afbakening tussen financiering vanuit domeinen voor wat betreft passend onderwijs, Wet langdurige zorg en de inzet van de pgb's. Het tot stand brengen van deze nieuwe verordening is geen SOJ-traject, maar een lokaal proces waarbij uiteraard geldt dat het de aanbeveling verdient de lokale verordening Jeugdhulp zoveel mogelijk met elkaar te laten overeenkomen. Bianca den Outer van de SOJ is ingehuurd om het totstandkomingsproces in alle gemeentes te begeleiden. Indien dit gesprek op 28 september aanstaande niet inpasbaar is, wil ik u vragen dit zo spoedig nnogelijk daarna te voeren. Het leek me goed dit opnieuw onder uw aandacht te brengen.

Vriendelijke groet, Rik van der Linden." Dat betekent volgens mu j dat we even stil moeten staan bij de agendering van allerlei zaken rondom de jeugdzorg, Jeugdhulp, hoe we dan ook maar willen noemen. Ik pak daar even de agenda bij, de termijnagenda om te kijken hoe we dat nu het beste in elkaar kunnen vlechten. 28 september hebben wij een themabespreking 'Afbakening Jeugdhulp en positie zorgvragende inwoners zorgdomein' in connbinatie met een aantal punten die er staan. We hebben daarvoor een extern deskundige uitgenodigd om ons nnee te nennen in een methode van evalueren, van duiden, van data en gegevens voor wat betreft het sociaal domein. Dat is de heer Van Halderen en die ...

Mevrouw Nijhof: Garderen. De voorzitter: ... die wil ons gaan helpen met niet alleen een cijfermatige - koude duiding, noennen ze dat - maar ook een narratieve, dus op basis van verhalen van

29

clienten onder andere en medewerkers en dat soort zaken, am een warme en een koude duiding te connbineren, zodat je niet alleen de cijfers hebt waarlangs je de zaken beoordeelt, maar oak hoort of de doelen die je je gesteld hebt oak daadwerkelijk zo warden gehaald bij de mensen die het betreft. Wij zouden willen voorstellen am die avond oak uitsluitend voor dat onderdeel te bestennnnen. Dat is een. Dan hebben wij verder een aantal punten op de lijst staan, waaronder de opvolging aanbeveling adviezen Meldpunt Jeugd, de wethoudersbrief met rapportage data en duiding. Die zou mooi passen bij het verhaal van mijnheer Van Halderen, die zou daar de aanbeveling kunnen doen am dat te combineren met warnne data. Dan is er nog de infornnatiebrief over de ontwikkeling Jeugdhulpuitgaven eerste Burap, waarvan we net hebben gezegd: daar gaan wij een zienswijze op dichten. Als we op 28 december uitsluitend de evaluatie doen, of de duiding doen, dan hebben wij volgens mu j een avondvullend progrannma. Dat is een. Dus dan hebben we dat op 28 september gearresteerd. Dan zou er voor die andere punten ruimte moeten warden ingeruimd op de agenda, die is er op zich nog wel, alsmede de vraag van de heer Van der Linden am de afbakening van de Jeugdhulp ter hand te nemen. Nou, tot zover even.

Ik zie dat de heer Tiebosch daarop wil reageren, of is dat nog een oude reactie? De heer Tiebosch: Dat is nog een oude reactie, voorzitter. De voorzitter: Oke. Ik stel voor dat we eerst de duiding doen, die hebben we nodig voor - maar dat is puur mijn inzicht - die hebben we volgens mij nnede nodig am goed te kunnen gaan afbakenen wat de jeugdhulpverlening nu eigenlijk precies inhoudt, waar die afbakening zou moeten plaatsvinden. Dus we zouden dat proces moeten doorlopen en vervolgens kunnen we zeggen: ja, als we dat nou allemaal lezen en horen en zien, dan zou je pas met goed fatsoen kunnen beoordelen wat wel of niet tot Jeugdhulp zou moeten behoren. Dan gaat dat dus volgordelijk achter elkaar, dat zijn volgens mu j een aantal processtappen. Hoe we dat precies in de agenda gaan vormgeven, dat is even een puzzel, maar wellicht dat we de werkgroep moeten vragen am zich daarover te buigen, waarbij de doelstelling is dat we voor 31 december het hele plaatje klaar hebben. Is dat een goed idee? Of zegt u: ja, maar dan gaan we te veel doen, of dan zijn we te laat. Wie mag ik daa rover het woord geven? Mevrouw Nijhof? Mevrouw Nijhof: Nou ja, anderen mogen natuurlijk oak het woord nemen, hoar, ik weet het niet. Maar ja, kijk, ik denk dat u het duidelijk stelt eigenlijk.

Daarnaast is het zo dat het toch wel echt twee verschillende zaken zijn, want in dit geval gaat het eronn dat wij natuurlijk eigenlijk bijna ruinn zeven jaar alleen maar inderdaad, zoals u dat zegt, koude cijfers, niet te duiden cijfers krijgen en dat eigenlijk de hele uitvoering van de Jeugdwet oak gaat over dat je moet weten wat je stad nodig heeft en dus oak je moet weten wat een burger voor drempels ervaart in het verkrijgen van de zorg. Nou, dat hebben we tot nu toe eigenlijk nooit duidelijk gekregen, dus dat is dat stukje van de duiding van de warnne cijfers. Daarnaast moeten de professionals natuurlijk oak weten hoe ze in samenspraak met de burger zo goed nnogelijk en efficient mogelijk tot uitvoering kunnen komen. Dat is natuurlijk wel een proces en daar bedoel ik mee dat die methode die hier gekozen wordt - door nnijnheer Van Garderen is het, overigens - ik weet niet goed hoe lang die met zich meebrengt. Maar daarnaast is het natuurlijk zo dat de verordening,

30

daar zijn allerlei standaardvoorbeelden voor. Waar wij natuurlijk nu heel erg mee zitten is dat er heel veel regels in die verordening staan die we, ja, wel dan niet, waar we eigenlijk een besluit over moeten nemen of we die er nog wel in willen houden of niet. Dat zijn Goed, dus wat dat betreft is het eigenlijk heel simpel, dat je zou ook zo kunnen stellen om in ieder geval dit goed uit te laten zoeken, omdat het echt noodzakelijk is om te weten wat jij nnoet inkopen namelijk om uiteindelijk in goede jeugdhulp te kunnen voorzien. Dat je ook een standaard verordening zonder nadere regels zou kunnen hanteren de eerste tijd en daarna die - want wij gaan als raad over die verordening - daarna in samenspraak met de professional en met, laten we zeggen, wat er uit die methode komt hem verder kunt vullen. Ik denk dat dat namelijk eigenlijk de beste manier zou zijn om uiteindelijk tot een goede lokale verordening te konnen. De voorzitter: Wat u eigenlijk zegt, mevrouw Nijhof, is dat het zijn twee processen die naast elkaar kunnen !open, zonder dat dat elkaar hoeft te bijten. Nou, dan stel ik voor dat we het ene proces van de duiding, dat gaan we in ieder geval starten. Daar ligt nu ook een voorstel voor, dat doen we naar de raad. Het proces rondom de verordening gaan we eveneens starten.

We laten de heer Van der Linden weten dat we daar tijd voor in gaan ruimen en dat we daar in afwachting zijn van zijn eerste gedachtes daarover. Ik zou bijna willen stellen dat de eerste stap is de huidige verordening op zijn wet- en regelgeving te toetsen aan de realiteit en de al bekende knelpunten die we daarin zien, en vervolgens kijken hoe we dat het beste kunnen oplossen. We moeten eerst het probleem weten, willen we de oplossing kunnen verschaffen. De heer Boersma. Mevrouw Nijhof: Ja, kijk, en dat De voorzitter: Even wachten, mevrouw Nijhof. De heer Boersma. Mevrouw Nijhof: Ja, sorry. De heer Boersma: Dank u, voorzitter. Nog als aanvulling daarop, dat narratief evalueren geeft ook veel nnogelijkheid om te kijken wat nou het effect van zo'n verordening is, he? Dus je kijkt ook even terug: heeft dat nou gebracht wat we willen, of belemmert dat juist, of werpt dat belemmeringen op voor nnensen? Of nnisschien werkt het als een trein, dat zou ook kunnen, we weten het niet. Dus dat is ook wel goed voor het proces richting een nieuwe verordening. We moeten misschien ook gewoon even de tijd nemen om eens even rustig te kijken waar we al jaren tegenaan lopen: we zijn nu al zo lang bezig en bereiken we nou met zijn alien wat we willen en doen we nou eigenlijk wat onze bewoner, die die zorg nodig hebben, ook echt nodig heeft? Dus ik denk, nou ja, terecht, hoor.

Dus gewoon gelijk op laten lopen en dan even de tijd nemen. De voorzitter: Ja. Nou, goed idee. Kunnen we dat zo in het proces gaan zetten? Ik kijk ook even naar de griffier. Ja, nee, dus dat wordt hier ook door de griffier gezegd: het is goed om die twee zaken naast elkaar en bij elkaar te doen. Nou, laten we het zo gaan oppakken en dan moeten we puzzelen met de agenda wanneer wat gaat gebeuren. De heer Van der Linden is er niet meer, begrijp ik. Ik neem aan dat er overleg wordt gepleegd met het ambtelijk apparaat hoe we dat nu het beste kunnen doen en daarmee een puzzel krijgen voorgelegd hoe we dat in de data gaan zetten. Waarbij het streven

31

wel blijft om in december, uiterlijk december de nieuwe verordening vast te stellen. Ik weet niet meer welke datum dat is, maar dat zien we dan wel. Dat is op zich een vrij korte termijn overigens, hoor. Het lijkt wel heel lang, maar in de praktijk zijn dat maar twee, tweeenhalve maand. Goed, dan wilde ik, dat gezegd hebbend, kunnen we dan dit voorstel van de commissie doorsturen naar de raad om te hameren, of wilt u dat volgende week nog inhoudelijk bespreken? Ik zie geen reacties, dan neem ik aan dat er gehamerd kan worden. De heer Boersma zegt: hameren. Nou, geen reactie is instemming. Ah, er komen er nu meer. Dat voorstel kan naar de raad om te hameren, neem ik aan.

9. Afschaffen blijverslening - Raadsvoorstel De voorzitter: Dan is er het raadsvoorstel 'Afschaffen van de blijverslening'. Het voorstel is om dat te hameren, of te bespreken, maar dan met een politieke vraag. Mevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: Voorzitter, dank u wel. Wij vragen ons af hoe het komt dat er maar zo weinig gebruik gemaakt is van de blijverslening. Is er wel voldoende aandacht besteed? En nnocht hij afgeschaft worden, dan zouden wij de blijverslening graag vervangen willen zien door de verzilverlening. De voorzitter: De wat? Mevrouw Striebeck: De verzilverlening. De voorzitter: En wat moeten we verstaan Mevrouw Striebeck: De blijverslening is een lening waarmee ouderen !anger in hun huis kunnen blijven met aanpassingen. De verzilverlening, dan kun je inderdaad het geld wat in stenen zit verzilveren. Dus het geld wat in je huis zit verzilveren om te verbouwen, ja. De voorzitter: Ja, nou, dat is ... Mevrouw Striebeck: Dus het is een ander soort lening met een lets andere insteek. De voorzitter: Oke. Eigenlijk zegt u, ik zou het willen bespreken, waarbij twee punten wij politieke vragen hebben: hoe komt het nu dat er zo weinig gebruik is gennaakt? Dat is een. En twee is: als we dat afschaffen, kan er dan een andere vorm van financiering, de verzilverlening, worden ingevoerd? Mevrouw Striebeck: Ja, precies. Dank u wel. De voorzitter: Oke.

Zijn er partijen die dit voorstel ondersteunen, of er nog partijen zijn die nog vragen willen toevoegen? De heer Boersma. De heer Boersma: Voorzitter, wij zijn altijd een van de aanjagers geweest van die blijverslening. Hij is vorig jaar ook nog verlengd, omdat er toen geen aanvragen waren en onder andere onze fractie toen gezegd heeft: laten we het nog een keer proberen. Ik

32

denk dat je ook realistisch moet zijn. Op het moment dat we nu drie jaar bezig zijn en er zijn acht aanvragen, waarvan er een gehonoreerd wordt - los van corona of geen corona, of wel of geen informatie. Dat is overigens een trend die uit het verhaal blijkt dat het ook landelijk is, he? Die blijverslening wordt eigenlijk ook in andere plaatsen waar die van toepassing is heel weinig gebruikt. Dus ik denk, nou, dan moet je ook realistisch zijn om te zeggen: dit is blijkbaar niet het nniddel wat werkt. Mevrouw Striebeck heeft het dan over de verzilverlening. Ik dacht dat de verzilverlening juist niet via de gemeente gaat, maar dat dat bij een bank mogelijk is en dat dat volgens mij ook genoemd wordt in het voorstel, dat dat voor veel mensen aantrekkelijker is dan de blijverslening. Want de blijverslening is beperkt tot een bepaald bedrag, dus die verzilverlening is al mogelijk en wordt volgens mij ook bij banken aangeboden. Daar wordt volgens mij ook gebruik van gemaakt. Dus dan zie ik eigenlijk niet de noodzaak om dit nog verder te bespreken, omdat die mogelijkheid is er. Ja, linksom of rechtsom, we kunnen nog een keer kijken: waarom wordt die nou niet gebruikt? Weet je, nnijn fractie denkt dan, nou ja, na drie jaar moeten we gewoon dan maar zeggen: het heeft niet gewerkt en helaas. Dus punt erachter en hameren, wat ons betreft.

De voorzitter: Oke, helder, mijnheer Boersma. Mevrouw Striebeck wil daarop reageren. Mevrouw Striebeck: Ik hoor wat u zegt, maar wij zouden toch graag zien dat er toch nog een keer naar gekeken wordt. Door corona inderdaad is het bekendnnaken daarvan misschien toch anders gegaan dan had gemoeten. Ik denk, als het breder naar buiten was gebracht dat dat toch wel meer aanvragen had opgeleverd, zeker weten. De voorzitter: U blijft bij uw vraag en u zegt: ik zou het toch graag willen bespreken. Mevrouw Nijhof. Mevrouw Striebeck: Precies. De voorzitter: Mevrouw Nijhof, had u aanvullingen? Mevrouw Nijhof: Wij willen mevrouw Striebeck ondersteunen hierin, wij willen de VSP ondersteunen in deze vraag. Wij vragen ons nannelijk af, als je kijkt dat er gewoon van die drie jaar anderhalf jaar corona is geweest, of de nnanier en de inspanning die er verricht is om het onder de aandacht bij nnensen te brengen, of die wel voldoende is geweest en of daar niet gewoon wat nneer inspanning eigenlijk in zou moeten zitten.

Wij denken dat het wellicht daaraan ligt waarom er dus uiteindelijk zo weinig op gereageerd wordt, dus we willen dat echt graag bespreken met de politieke vraag: heeft corona hier niet heel veel invloed op gehad en is er voldoende inspanning verricht om de lening ook onder de aandacht van de inwoners De voorzitter: Als u het zo formuleert is het antwoord vrij eenvoudig, dan is het of ja, of nee. Dan heeft u een antwoord, punt. Ik zou de vraag dan nneer willen onnbuigen in de richting die mevrouw Striebeck ook eigenlijk stelt: waarom is er zo weinig gebruik gemaakt van de blijverslening? Ik ken het stuk inhoudelijk niet, nnisschien staat het erin, maar dan kan je nog altijd de argumenten die daarvoor genoemd worden ter discussie stellen.

33

Mevrouw Striebeck: Ja, er worden wel argumenten genoemd. Maar ja, er zijn flyers gedrukt, maar als die niet bij de mensen terechtkomen waar dat voor is, dan werkt dat niet. Dus wij willen graag bespreking. De voorzitter: Oke, helder. Twee partijen zijn er nu die het willen bespreken. Is er nog een andere partij die zegt: nou, wij willen dat wel bespreken voordat het naar de raad gaat. De heer Van der Net ondersteunt de heer Boersma. Ja, dan spijt het me verschrikkelijk, maar er zijn slechts twee partijen die het willen bespreken. Dat is te weinig volgens het reglement van orde en dat betekent dat het voorstel onbesproken richting raad gaat. Daar heeft altijd iedereen nog de mogelijkheid om nniddels een stemverklaring te vertellen wat die ervan vindt, dan wel via motie of amendennent te proberen het voorstel te wijzigen. In dat laatste geval zou het wel fijn zijn dat dat op tijd bij iedereen is, zodat we daar onze gedachten over kunnen laten gaan. Mevrouw Striebeck: Dat is goed, dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Goed, dan is dat ook besloten.

10.Termijnagenda De voorzitter: Dan krijgen we de ternnijnagenda. Dat betekent dat we op 14 december ... September, ik ben al helemaal naar het eind van het jaar. 14 september hebben we op de agenda staan het 'Raadsvoorstel atelierbeleid Dordrecht', de 'Cumulatie van functies bij directeur SOJ ad interim en manager Veilig Thuis ad interim' en de 'Beantwoording door het college van de artikel 40-vragen van het reglement van orde van de fractie BVD over de inkomenstoets Jeugdwet, in combinatie met de brief van de Serviceorganisatie en de terugkoppeling van het advies Meldpunt en Jeugd en meldingen toepassing inkonnenstoets gemeente Dordrecht'. Daar kan iedereen mee instemmen, met deze agenda? De heer Boersma. De heer Boersma: Ik heb nog een vraag bij die cumulatie van die functies. Hebben we daar nog een stuk bij, of is daar informatie? Want die heb ik anders gemist, maar De voorzitter: Nee, daar zijn geen stukken bij. De heer Boersma: Oke. Dus dan gaan we ... Of een politieke vraag Ja, ik ben een beetle aan het zoeken. Ik snap de onderliggende problematiek en ik ben een beetje aan het zoeken hoe we dan daar het debat met elkaar over aangaan, hoe dat gaat !open. Volgens muj De voorzitter: Ja? De heer Boersma: Nee, volgens mu j had mevrouw Nijhof daar wel een voorstel over, toch? De voorzitter: Ja, die was (...)

34

Mevrouw Nijhof: Nou ja, wat nnij gewoon opvalt is dat de PvdA en wij hier voor het reces vragen over hebben gesteld in de comnnissie en ook op schrift overigens, en dat daar beloftes en toezeggingen zijn gedaan over dat daar beantwoording op zou komen en dat die beantwoording er dus gewoon nog niet is. Want wij gaan er eigenlijk ook van uit dat er natuurlijk gewoon eerst beantwoording komt en dat we dan uiteindelijk wellicht ergens over gaan praten. Dus eigenlijk ligt hier wel de vraag voor: waar blijft in hemelsnaann die beantwoording? En ja, Dus, goed, nnisschien kan hier door de griffier nog een keer naar gekeken worden, want anders wordt het ingewikkeld. De heer Boersma: Ja, dat is een terechte vraag, hoor. Want die, ja. De voorzitter: Ja. Dat betekent dus dat we voor donderdag, of voor vrijdag vijf uur een duiding moeten hebben vanuit het college hierover. Zo niet, dan gaat het van de agenda af. Dan laten we hem nu nog wel staan en dan zeggen we de volgende, dan kunnen we naar aanleiding daarvan in de vergadering in ieder geval vaststellen dat het college in deze in gebreke blijft. Mevrouw Niihof: Precies. De voorzitter: Ja? De andere stukken zijn wel aanwezig. Dan hebben we op 21 september gemeenteraad en dinsdag 28 september de thennabespreking over de duiding van de cijfers.

Woensdag 6 oktober de beantwoording vragen VSP inzake 'Toekomst openbaar primair onderwijs in Dordrecht'. Zijn die beantwoordingen al binnen? Die zijn er. la, ik ga tegenwoordig twijfelen bij elk stuk. Op die vergadering willen we ook de zienswijze op de Burap van de SOJ in ieder geval agenderen en misschien komen daar nog meer punten bij, maar dat zien we dan de volgende keer wel. Voor de rest staat op 12 oktober een genneenteraad en nnoet de agenda nog verder gevuld worden, maar dat gaat ongetwijfeld nog wel gebeuren. Kan iedereen instemmen met de ternnijnagenda zoals we die net hebben vastgesteld, met de nodige wijzigingen die we daarbij hebben aangegeven, of de aantekeningen? Ja, zo te horen. Eens. Goed, dan hebben we op diezelfde ternnijnagenda zes raadsinformatiebrieven staan waarover wij in de toekomst nog moeten praten. Een van die informatiebrieven is op dit moment voorhanden. Ik weet niet of er nog een wethouder aanwezig is, nneestal gaan ze weg op het moment dat er dit soort zaken aan de orde komen. Ik zou erop aan willen dringen dat de griffie nadrukkelijk deze punten nog eens onder de aandacht brengt en dat we die anders gewoon of niet meer kunnen behandelen, of dat we de zaken volgende keer maar eens wat nadrukkelijker aan het begin van de vergadering bij de heren onder de aandacht moeten brengen. Goed. Prima, zegt mevrouw Van Eck.

En daarvoor, er komen nog verdere punten wel bij.

11.Rondvraag De voorzitter: Dan zijn we volgens mu j aan het einde gekomen van de vergadering en bled ik iedereen de gelegenheid onn een rondvraag te stellen, als daar behoefte aan is. Die is er niet.

12.Sluiting

35

De voorzitter: Dan wil ik iedereen danken voor zijn aanwezigheid en inbreng bij deze avond en iedereen een goede avond wensen en de vergadering sluiten.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 12 °Kober/2021. orzitter,

olff

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/331/documents/13157