CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2b Regels - Bijlage 3 Handboek NIBO deel 2.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 23 januari 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 5: Raadsinformatiebrief over Ontwerpbestemmingsplan Maasterras 2023 - Raadsinformatiebrief1.153 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De huismus (Passer domesticus) is algemene en bekende broedvogel in de stad. Het mannetje heeft een grijs petje met roodbruine zijden, grijze wangen, grijs onderlichaam en brede witte vleugelstrepen. Het vrouwtje kenmerkt zich door tamelijk eenvormig lichtbruin kleed, heeft een opvallende wenkbrauwstreep achter het oog. Ook hebben ze een typerende roep. De huismus is een beschermde inheemse diersoort en dus beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn in de Wet natuurbescherming. Alle nesten en rustplaatsen van de vogels zijn jaarrond beschermd, omdat ze elk jaar op dezelfde plaats broeden en afhankelijk zijn van bebouwing.

De gierzwaluw (Apus apus) is een donkere zwaluw met een lichte keelvlek. Zijn vleugels zijn sikkelvormig en ze zijn vaak te zien in groepjes. Ook hebben ze een typerende roep. Door het aanpakken van de isolatie in woningen en de veranderende bouwmethodes zijn er minder plekken voor de vogel om te verblijven. Door het inbouwen van geschikte gierzwaluwplekken in nieuwbouw en renovaties, wordt de achteruitgang van verblijfplaatsen geremd. De gierzwaluw is een beschermde inheemse diersoort en dus beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn in de Wet natuurbescherming. Alle nesten en rustplaatsen van de vogels zijn jaarrond beschermd, omdat ze elk jaar op dezelfde plaats broeden en afhankelijk zijn van bebouwing.

De gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) is de meest algemeen voorkomende vleermuis in. Het is één van de kleinste vleermuissoorten van Nederland. Ze wegen tussen 3,5 en 8 gram en hebben een spanwijdte van 18 tot 24 centimeter. Deze vleermuis is hoofdzakelijk een standvleermuis. Dit betekent dat ze overwinteren op een afstand van maximaal 25 kilometer van hun zomergebied. Ze zijn in Nederland beschermd onder de Wet natuurbescherming. Ook in Europa zijn ze beschermd (via de Habitatrichtlijn).

De laatvlieger (Eptesicus serotinus) is een van de grootste vleermuizen van Nederland. De vleermuis heeft een tweekleurige vacht en is te herkennen aan zijn grote formaat. Het dier weegt 15 tot 35 gram en heeft een spanwijdte van 32 tot 38 centimeter. De laatvlieger heeft zijn naam te danken aan het feit dat hij later uitvliegt dan de rosse vleermuis, de andere grote vleermuis van Nederland waar de laatvlieger veel op lijkt. De standvleermuis verplaatst zich over enkele kilometers, tot maximaal 45 kilometer van hun omgeving. Overal in Nederland is hij wel te vinden. De laatvlieger is beschermd onder de Wet natuurbescherming.

Zoals de naam al initieert, heeft de zwarte roodstaart (Phoenicurus ochruros) in al zijn kleden een roestrode staart. Mannetjes hebben een zwart en grijs verenkleed met een witte vleugelvlek. Vrouwtjes hebben een minder zwart kleed, maar hebben een roetkleurig bruingrijs verenkleed. De nesten van zwarte roodstaart zijn beschermd in het broedseizoen.

De egel (Erinaceus europaeus) is een schemer- en nachtdier. Ze hebben niet veel natuurlijke overlijden van de dieren. Ze zijn gemakkelijk te herkennen aan hun stekelige vacht. Hierdoor zijn de goed beschermd tegen roofdieren. Egels zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming.

De atalanta (Vanessa atalanta) is een dagvlinder die veel voorkomt in urbane gebieden. Het is een algemene trekvlinder die door het hele land te vinden is. Hij heeft een spanwijdte van 5 tot 6 centimeter en is dus een relatief grote vlinder. De vlinder is zwart met een brede oranje band op elke vleugel. Er zitten witte vlekken op de toppen van de voorvleugels.

De aardhommel (Bombus terrestris) is één van de meest voorkomende hommels in Nederland. Met zijn geel-zwart gestreept lichaam zijn ze snel te herkennen.

De Rosse metselbij (Osmia bicornis) is de meest algemene metselbij in Nederland. In het stedelijke gebied komt hij vaak voor. Hij is te herkennen aan hun relatief dikke kop en hun dichte, lange buikbeharing waar ze stuifmeel tussen transporteren. Ze danken hun naam aan het feit dat ze hun nestcellen metselen van klei of modder.

Nederland. Het is een middelgrote kikker met een stompe snuit. In tegenstelling tot de naam, kan de kikker in variabele kleuren voorkomen. Hij kan bruin, groenbruin, roodbruin, geelbruin en grijsbruin zijn. De soort is beschermd volgens de Wet natuurbescherming. De populaties zijn op dit moment stabiel.

De kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris) is een algemeen voorkomende watersalamander in Nederland. In de voortplantingstijd ontwikkelen de mannetjes een kam op de rug. Ze zijn grijs tot leem en olijfkleurig, echter is hun buik geel tot oranje met donkere vlekken. Ze zijn 11 centimeter groot. De kleine watersalamander is beschermd volgens de Wet natuurbescherming. De populatie is op dit moment stabiel.

De steenbreekvaren is een varen met blijvend groene blaadjes. Het groeit vaakt tussen slecht onderhouden kademuren of onder bruggen op plekken waar het vocht aanwezig is in de stad. het is van natura een rotsbewoner.

De tongvaren (Asplenium scolopendrium) is een zeldzame varen die groeit op vochtige plaatsen op muren in de stedelijke omgeving. Ze komen veel voor op muren langs beken, kanalen en grachten. Het is een meerjarige soort met groenblijvende glanzende bladeren tot soms meer dan 50 centimeter lang.

Behoud van leefgebieden in Dordthuis door sloop en nieuwbouw niet mogelijk. Bij de herinrichting van de Spuiboulevard blijven waardevolle bomen aanwezig. De Wet natuurbescherming borgt dat sloop en nieuwbouw en herinrichting op verantwoorde wijze plaats vindt. Ambitie: natuurinclusief bouwen en ontwikkelen is onderdeel van de plannen. Gemeente realiseert drie biotopen voor drie projecten zijn, valt de keus bij elk bouwproject op dezelfde soortgroepen. Door de samenhang te zoeken, worden sterkere biotopen ontwikkeld.

De locatie van het Dordthuis (binnen de rode grenzen), gelegen langs het Spuiboulevard (witte lijn). In de directe omgeving ligt het stadscentrum en Schil-West.

Uit onderzoek blijkt dat de volgende Dordtse soorten dwergvleermuis, gierzwaluw, aardhommel, atalanta en rosse

In de toets natuurinclusief wordt onderzocht welke basisbehoeftes de Dordtse soorten nodig hebben. Dit is af te leiden uit de zes v’s (voedsel, vocht, variatie, veiligheid, voortplanting en verbindingen.

aanwezig te zijn voor de Dordtse soorten (bloembakken, blijkt dat veel v’s al aanwezig te zijn langs het Spuiboulevard onderstaande tabel:

nieuwe situatie kun je dus alleen aan gebouwen voorzieningen aanbrengen. Dit zijn voortplantingsmogelijkheden voor

de Spuiboulevard kunnen drie biotopen ontwikkeld worden. De al aanwezige v’s langs de Spuiboulevard worden verder versterkt.

te ontwikkelen. De meeste v’s zijn al aanwezig in deze gebieden of in de directe omgeving. Door de ontbrekende v’s te ontwikkelen en de aanwezige v’s te versterken komen vitale biotopen beschikbaar.

In een onderhoudsplan staat beschreven op welke wijze de bouwlocatie in de gebruiksfase moet worden onderhouden en beheerd, zodat de biodiversiteit op de lange termijn uitvoerbaar te zijn.

worden getoetst. Monitoring is nodig om te bepalen of de voorzieningen goed zijn aangebracht en of ze worden op basis van de monitoring, aanpassingen aan te brengen, zoals het herstel of het verplaatsen van een voorziening. De uitvoering van het onderhoudsplan is geborgd voor minimaal 6 jaar. In het plan staat minimaal omschreven:

* wat het budget is voor de maatregelen die door de erkend ecoloog worden voorgesteld; * welke middelen beschikbaar zijn voor de uitvoering van de

groene gevel en het sedum over naar team wijkonderhoud van gemeente Dordrecht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/743/documents/29565