CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2b Regels - Bijlage 2 Nadere regels hogere waarden.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 6 februari 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 9: Raadsinformatiebrief over Ontwerpbestemmingsplan Maasterras 2023 - Raadsinformatiebrief6.417 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeentebestuur

College aanbiedingsformuliei |~1 Beleidsvoorstel

AfHANDELlNG: 13"ltaT5frteT

IXl Hamerstuk

Datum 28 november Aan het college van burgemeester en wethouders Portefeuillehouder: Afif^=- \AJ1r CHO

Sector - Bedrijf - Pro^/mma SO

Titel: Beleid Hogere Grenswaarden gemeente Dordrecht

Afdeling Beleid Redacteur L.Trijbetz

Specificatie bijlagen: Beleid Hogere Grenswaarden Telefoonnummer 6069 Korte beschrijving van het voorstel Op 10 juli 2007 heeft uw college besloten in te stemmen met het concept beleid hogere grenswaarden gemeente Dordrecht en de beleidsnotie vrij te geven voor inspraak. Daarop heeft de notiftie zes weken ter inzage gelegen. De inspraakreacties gaven geen aanleiding het stuk inhoudelijk aan te passen. De bijgevoegde notitie is dan ook de definitieve .

Korte beschrijving ontwerp B&W besluit: In te stemmen met de definitieve tekst Beleid Hogere Grenswaarden gemeente Dordrecht

Agendering B& W: paraaf Portefeuillehouder 5 ™ 11 ~ Secretaris/

/

. .

Burgemeester e-mail versie aan eg.imthorn@dordrecht.nl Datum

en c.van.es@dordrecht.nl

¥•'1. Vergadering datum 11 / '/1-december 2007

C-

B&W-besluit

r\—<z>Y\ Iro (L

C] Raadsvoorstel (e-mail versie aan eg.imthorn@dordrecht.nl en c.van.es@dordrecht.nl) l~l Raadsinformatie (e-mail versie aan eg.imthorn@dordrecht.nl en c.van.es@dordrecht.nl)

Uitvoering besluit door: SO Kopie besluit aan: SO, PM opmerkingen:

Paging 1

Vervolg pagina 2

Alleen een compleet ingevulde lijst (ja/nee) geeft toegang tot de B&W-agenda Niet alle vragen hoeven metja te worden beantwoord! ja

Leeswijzer

nee

Afstemming bestuurders

m n n m m n

Control + administratieve organisatie

ja

Geformuleerde opdracht/probleemstelling Samenvatting

nee

Fatale - wettelijke termijn

m n n m n m n m

Inspraak

[3

Product - beoogd resultaat Prestatie indicatoren Risico - analyse

[U

Toelichting

Toelichting

de notitie heeft zes weken ter inzage gelegen

Financiele consequenties Totale kosten

l~l eenmalig f~l jaarlijks

€ €

Dekking investeringen

l~l t.l.v. exploitatie n t.l.v. reserve n bijdrage derden

€ € €

Dekking exploitatiekosten

l~l binnen sector/ product l~l concernmiddelen D onvoorzien D bijdrage derden

€ € € €

Begrotingswijziging (bijvoegen)

n

D verzamelvoorstel raad

Integraal intern ambtelijk proces, afstemming met: [x] sector SO

D concern - control C3 Juridisch adviseur CI JAR (verordeningen) D afdeling Communicatie D OR - GO D anders

D bedrijf D programme CH directieraad

Integraal extern proces, afstemming met: D drechtsteden DregioZuid-Holland Zuid

On

D anders

voor instemming: Directeur

paging 2 Toelichting op de invulling van dit formulier is te vinden in de handleiding Aldus besloten (par. 2. II

Stadscontroller S.B.C. (voor concernmiddelen)

Gemeentebestuur

BESLUIT

Mr. SO/2007/7752

Het COLLEGE van BURGEMEESTER en WETHOUDERS van de gemeente DORDRECHT; gezien het voorstel d.d. 28 november 2007 inzake beleid Hogere Grenswaarden gemeente Dordrecht; overwegende, - dat overeenkomstig de inspraakverordening inspraak is gevraagd over de concept-beleidsnotitie hogere grenswaarden Wet geluidhinder; - dat het ontwerp-besluit met de beleidsnotitie met ingang van 6 September 2007 gedurende zes weken ter inzage heeft gelegen; - dat van de mogelijkheid in te spreken geen gebruik is gemaakt; - dat er geen reacties zijn binnengekomen die tot een inhoudelijke wijziging van het voorgenomen beleid hebben geleid; gelet op de artikelen 110a Wet geluidhinder, 1:3 en 4:81 tot en met 4.84 van de Algemene wet bestuursrecht;

BESLUIT:

1. vast te stellen de beleidsregels "BELEID HOGERE GRENSWAARDEN Wet geluidhinder gemeente DORDRECHT"; 2. de beleidsregels overeenkomstig artikel 4:83 van de Algemene wet bestuursrecht bekend te maken.

\dus vastgesteld in de vergadering van 11 december 2007. secretarip \

de burgemeester

R.J.G. Bandell

Stadsontwikkeling

Dordrecht

Aan:

Het College van Burgemeester en Wethouders

Dordrecht, 28 november 2007

Onderwerp: Beleid hogere grenswaarden Wet geluidhinder

Geacht college,

1.

Inleiding

De gewijzigde Wet geluidhinder is op 1 januari 2007 in werking getreden. Na deze wijziging is in de meeste gevallen niet meer de provincie Zuid-Holland maar het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Dordrecht het bevoegde gezag voor het vaststellen van hogere grenswaarden. Een belangrijke wijziging is daarnaast dat de nieuwe Wet geluidhinder en het bijbehorende Besluit geluidhinder geen concrete criteria meer geven voor het vaststellen van hogere grenswaarden. Dit betekent enerzijds een grotere beleidsvrijheid, maar anderzijds ook dat extra eisen worden gesteld aan de onderbouwing van besluiten voor hogere grenswaarden. De gemeente moet nu zelf gemotiveerd aangeven wanneermj hogere grenswaarden aanvaardbaar vindt en wanneer niet. Dit is geformuleerd in de bijgevoegde beleidsnotitie, waarbij een goed akoestisch klimaat en goede ruimtelijke ordening belangrijke uitgangspunten zijn. De beleidsnotitie is op 10 juli 2007 in uw college behandeld. Het voorstel is toen door u geaccordeerd en vrijgegeven voor inspraak. Daarop heeft de notitie zes weken ter inzage gelegen. Naar aanleiding daarvan zijn er een tweetal reacties binnengekomen. De ene was een verzoek om extra inforrnatie en de andere was een verduidelijking in procedurele zin. Deze verduidelijking is in het stuk verwerkt. 2.

Inhoud in het kort

De beleidsnotitie richt zich op de vraag hoe in het kader van ruimtelijke plannen moet worden omgegaan met hogere grenswaarden voor wegverkeers-, spoorweg en industrielawaai. Daarbij worden de volgende situaties onderscheiden: • het projecteren van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen (woningen, scholen e.d.); • het projecteren van nieuwe geluidsbronnen (wegen, spoorwegen, industrieterreinen); • reconstructie van wegen of spoorwegen; • het bijstellen of wijzigen van bestaande zones rond industrieterreinen.

,.

Het gemeentelijk beleid voor het vaststellen van hogere grenswaarden steunt op twee pijlers: Pijler 1.

Eisen uit Wet geluidhinder

De Wgh stelt dat een hogere grenswaarde alleen mag worden verleend indien maatregelen om wel aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeersRundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiele aard. Het wettelijk kader schrijft daarbij voor dat ten behoeve van het terugdringen van de geluidsbelasting achtereenvolgens de volgende soorten maatregelen dienen te worden bezien: Pagina 1 van 3

Stadsontwikkeling

•

maatregelen aan de bron (geluidsreducerende wegdekverharding, verminderen verkeer, verlagen snelheid, maatregelen bij bedrijven); • maatregelen in het overdrachtsgebied tussen bron en ontvanger (geluidsafscherming, vergroten afstand tussen bron en ontvanger); • maatregelen bij de ontvanger (dove gevels/vliesgevels, gevelisolatie maatregelen). De maatregelen zijn verder uitgewerkt in de notitie. Doel van het onderzoek hiervan is het aantal woningen waarvoor een hogere grenswaarde wordt vastgesteld en de hoogte van de geluidbelasting zo beperkt mogelijk te houden. Verder mag het geluidsniveau binnen geluidsgevoelige bestemmingen niet hoger worden dan de wettelijk vereiste binnenwaarde. Pijler 2.

Gemeentelijke eisen aan een aanvaardbaar akoestisch klimaat.

Hogere grenswaarden zullen worden toegekend indien, ondanks de hogere geluidsbelasting, een aanvaardbaar akoestisch klimaat wordt gerealiseerd. Om dit doel te bereiken zijn gemeentelijke eisen geformuleerd. De eisen gelden voor alle geluidssoorten (weg/spoor/industrie). De gemeentelijke eisen hebben betrekking op de volgende aspecten: - geluidsluwe zijde; - geluidsluwe buitenruimte; - woningindeling en gebruik van de woningen; - afschermende werking. 3.

Consequenties

In de beleidsnotitie wordt tevens ingegaan op de organisatorische consequenties: • Burgemeester en wethouders kennen een hogere grenswaarde toe; • ruimtelijke procedures worden gebruikelijk begeleid vanuit de sector, Stadsontwikkeling, afdeling Inrichting Stadsdelen, bureau Coordinate en Planjuridische Zaken. Omdat de procedures tot het vaststellen van hogere grenswaarden zijn gekoppeld aan de ruimtelijke procedures ligt het voor de hand deze procedure bij dezelfde afdeling te leggen; • ook bij reconstructies worden procedures hogere grenswaarden gevoerd door afdeling Inrichting Stadsdelen, bureau Coordinate en Planjuridische Zaken, een en ander inhoudelijk ondersteund door de verkeersdisciplines binnen Stadsontwikkeling; • de akoestische rapportage (s) die tegelijkertijd bij de aanvraag hogere grenswaarde wordt ingediend zal worden getoetst door de afdeling Milieu en Ruimte van de Milieudienst ZuidHolland Zuid. • Conform artikel 110i van de Wgh dient de gemeente de toegekende hogere grenswaarde in te schrijven in het Kadaster. Het ligt voor de hand voor de registratie van besluiten hogere grenswaarde aan te sluiten bij de werkwijze die is ontwikkeld voor de registratie van besluiten op grond van de Wet Kenbaarheid Publiekrechtelijke Beperkingen (WKPB).

Dit ^ betekent dat het onherroepelijk geworden besluit hogere grenswaarde wordt aangeleverd aan de afdeling Geo-informatie van de dienst Stadsbeheer, die vervolgens de informatie in bruikbare vorm aanbiedt aan het Kadaster.

4.

Afstemming

De beleidsnotitie is integraal tot stand gekomen. Naast diverse disciplines van Stadsontwikkeling, zoals verkeer, stedenbouw en milieu, zijn de Milieudienst Zuid-Holland Zuid en de afdeling Bouw en Woningtoezicht (vanaf 1 juli samengevoegd) betrokken in het proces. Verder heeft afstemming plaatsgevonden met de afdeling Geo-informatie van de dienst Stadsbeheer. Pagina 2 van 3

Stadsontwikkeling

Communicatie

5.

Communicatie is beperkt gebleven tot bekendmaking van de concept-beleidsnotitie in de Stem van Dordt en belanghebbenden de mogelijkheid te bieden inhoudelijk te reageren. Daarop zijn er twee reacties binnengekomen. De een was een verzoek om extra informatie en de andere was een opmerking over het tijdstip van in werking treding van een besluit tot het verlenen van hogere waarden. De laatste is in het definitieve stuk verwerkt.

6.

Vervolg

Het beleid hogere waarden zal na een jaar worden geevalueerd.

6.

Voorstel

Ik stel voor: • instemmen met de concept-beleidsnotitie hogere grenswaarden Wet geluidhinder; Hoogac

Pagina 3 van 3

BELEIDSREGELS 'BELEID HOGERE GRENSWAARDEN

Wet geluidhinder gemeente DORDRECHT'

Stadsontwikkeling, 28-6-2007

- pagina 0 -

1.

Inleiding

Aanleiding De gewijzigde Wet geluidhinder is op 1 januari 2007 in werking getreden. Na deze wijziging is in de meeste gevallen niet meer de provincie Zuid-Holland maar - op grond van artikel 110a Wet geluidhinder - het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Dordrecht het bevoegde gezag voor het vaststellen van hogere grenswaarden. Een belangrijke wijziging is daarnaast dat de nieuwe Wet geluidhinder en het bijbehorende Besluit geluidhinder geen concrete criteria meer geven voor het vaststellen van hogere grenswaarden. Dit betekent enerzijds een grotere beleidsvrijheid, maar anderzijds ook dat extra eisen worden gesteld aan de onderbouwing van besluiten voor hogere grenswaarden. De gemeente moet nu zelf gemotiveerd aangeven wanneer zij hogere grenswaarden aanvaardbaar vindt en wanneer niet. Het beleid ten aanzien van hogere grenswaarden Wet geluidhinder moet een bijdrage leveren aan een goed akoestisch klimaat in Dordrecht en geluidhinder door verkeer, Industrie en spoor zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Geluid vormt een belangrijke bron van hinder in Dordrecht en bepaalt daarmee in grote mate de leefbaarheid van de stad. Het Milieubeleidsplan Dordrecht 2005-2010 vormt mede het kader voor het in deze notitie geformuleerde beleid.

In deze periode wordt gebiedsgericht geluidbeleid ontwikkeld, waarbij een bijdrage geleverd wordt aan de juiste milieukwaliteit op de juiste plek. Het beleid hogere grenswaarden zal deel uitmaken van het gebiedsgerichte geluidbeleid.

Doelstelling In deze beleidsnotitie is het beleid voor het vaststellen van hogere grenswaarden vastgelegd. Het beleid heeft een dubbele doelstelling: • enerzijds wordt, geheel in de geest van de wet, gestreefd naar het zo veel mogelijk voorkomen van geluidhinder; • anderzijds is geluid in het stedelijk gebied en langs infrastructuur onvermijdelijk; ondanks de hoge geluidsbelasting moeten ruimtelijke ontwikkelingen soms mogelijk blijven. Daarvoor dient een juiste afweging plaats te hebben. De notitie biedt de basis en het gereedschap voor een evenwichtige afweging van deze belangen, die moet leiden tot verantwoorde besluitvorming omtrent hogere waarden. Deze besluitvorming is doorgaans - samen met de RO-procedures en de verlening van vergunningen - het sluitstuk van een langdurige planvorming. Deze notitie wil echter meer zijn dan alleen een toetsingskader voor uitontwikkelde plannen. Wil dit beleid optimaal tot zijn recht komen dan is het belangrijk om in projecten de akoestische omstandigheden al in een vroeg stadium van de planvorming te onderkennen. Juist dan zijn de mogelijkheden om een zo goed mogelijk akoestische situatie tot stand te brengen, bijvoorbeeld met stedenbouwkundige maatregelen, vaak nog aanwezig. In die zin kan deze beleidsnota bijdragen aan akoestisch verantwoorde planvorming.

Huidige akoestische situatie Het beleid ten aanzien van hogere grenswaarden Wet geluidhinder moet een bijdrage leveren aan een goed akoestisch klimaat in Dordrecht en geluidhinder zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Naast het voorkomen van geluidhinder richt de gemeente zich op het saneren van woningen met een gevelbelasting van meer dan 65 dB(A) (rail- en wegverkeerslawaai). In totaal gaat het om 236 woningen (rail en A-lijst).

- pagina 1 -

De huidige (situatie 2006 ) akoestische situatie is beschreven in de Geluidbelastingkaarten die 26 juni jl. 2007 door het college zijn vastgesteld. Deze kaarten zijn opgesteld in het kader van een verplichting vanuit EU richtlijn omgevingslawaai welke op 18 juli 2004 geimplementeerd is in hoofdstuk IX Geluidsbelastingkaarten en actieplannen van de Wet geluidhinder. De kaarten geven weer hoeveel woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen een bepaalde geluidsklasse vallen. Per geluidklasse is een vast percentage opgegeven van personen die zich ernstig gehinderd voelen door het aanwezige geluid. Dit percentage is door middel van landelijk onderzoek vastgesteld. Wordt het aantal woningen (en dus het aantal bewoners) per geluidsklasse gecombineerd met het gegeven percentage geluidgehinderden per geluidsklasse dan volgt dat in Dordrecht in totaal 5600 geluidgehinderden zijn als gevolg van weg-, verkeer-, en railverkeerslawaai. Hiervan zijn 2100 personen ernstig geluidgehinderd. Bovengenoemde cijfers geven een slechtere situatie weer dan daadwerkelijk het geval is. Bij het bepalen van het aantal woningen en dus het aantal gehinderden is nog geen rekening gehouden met woningen die al voorzien zijn van gevelisolatie, bijvoorbeeld de woningen aan de Merwedestraat. Hier wordt wel rekening mee gehouden bij het opstellen van het actieplan.

Reikwijdte De beleidsnotitie richt zich op de vraag hoe in het kader van ruimtelijke plannen moet worden omgegaan met hogere grenswaarden voor wegverkeers-, spoorweg en industrielawaai. Daarbij worden de volgende situaties onderscheiden: • het projecteren van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen (woningen, scholen e.d.); • het projecteren van nieuwe geluidsbronnen (wegen, spoorwegen, industrieterreinen); • reconstructie van wegen of spoorwegen; • het bijstellen of wijzigen van bestaande zones rond industrieterreinen.

Status beleidsnotitie Deze notitie bevat het afwegingskader dat bij het nemen van een hogere grenswaardenbesluit wordt gehanteerd. Voor de motivering van het hogere grenswaardenbesluit kan verwezen worden naar dit vastgestelde beleid. Deze notitie is daarmee een beleidsregel in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (artikel 1:3 Awb en artikelen 4:81 tot en met 4:84 Awb). De beleidsregel is een invulling van de bevoegdheid van het college om hogere grenswaarden te stellen op grond van artikel 110a Wet geluidhinder. Afwijking is in individuele gevallen mogelijk, indien het hanteren van de beleidsregel voor een of meer belanghebbenden gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen (art.4:84 Awb).

2.

Wet geiuidhinder

Inleiding De Wet geluidhinder (Wgh) is een complexe wet waarin normen voor toelaatbare geluidsbelastingen op woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terrein zijn opgenomen. Voor ruimtelijke plannen is vooral dat deel van de Wgh van belang dat de beheersing regelt van de geluidsbelasting door wegverkeer, spoorwegverkeer en industrieterreinen waar grote lawaaimakers toegelaten zijn.

- pagina 2 -

Toetsing geluidhinder in ruimtelijke plannen en bij reconstructies Wanneer een nieuw bestemmingsplan of een projectbesluit (hierna: ruimtelijk besluit) nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen (o.a. wonen en scholen) mogelijk maakt in de geluidszone van een weg, spoorbaan of industrieterrein, dan is toetsing aan de wettelijke geluidnormen verplicht. Ook ruimtelijke besluiten voor nieuwe wegen, spoorbanen of industrieterreinen en voor uitbreiding of wijziging van dergelijke geluidsbronnen moeten aan die normen worden getoetst. De Wgh is wat dat betreft dus gekoppeld aan de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO/Wro1). Voor reconstructies van wegen en spoorlijnen is bovendien ook toetsing vereist indien de reconstructie zonder een ruimtelijke besluit kan worden uitgevoerd. Toetsing vindt in de regel plaats aan de gevel van de geluidsgevoelige gebouwen of de grens van geluidsgevoelige terreinen die binnen de geluidszones rond genoemde geluidsbronnen liggen. Geluidsgevoelig op grond van de Wgh zijn: woningen, onderwijsvoorzieningen, medische voorzieningen en woonwagenstandplaatsen.

Goede ruimtelijke ordening Bepaalde geluidsbronnen, maar ook bepaalde geluidsgevoelige functies vallen buiten de werking van de Wgh. Het gaat onder meer om 30 km/h-wegen, woonboten en recreatiewoningen. Strikt genomen kan in die gevallen de toetsing aan de normering van de Wgh bij ruimtelijke besluiten op grond van de WRO/Wro achterwege blijven. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft echter in diverse uitspraken gewezen op de geluidhinder die desondanks kan optreden. De Afdeling acht het noodzakelijk dat ook in die gevallen de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting wordt onderbouwd. De wettelijke grondslag hiervoor is tweeledig. Allereerst stelt de WRO/Wro dat sprake dient te zijn van 'een goede ruimtelijke ordening'. Daarnaast moeten op grond van de Algemene wet bestuursrecht besluiten berusten op een zorgvuldige voorbereiding, belangenafweging en onderbouwing. Op basis van deze Afdelingsjurisprudentie en het gemeentelijk beleid dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening de aanvaardbaarheid van het akoestisch klimaat ook in de volgende situaties te worden onderbouwd: 30 km/h-wegen en woonerven woonboten, kinderdagverblijven, gebouwen voor buitenschoolse opvang, recreatiewoningen. In deze gevallen geldt deze beleidsregel als leidraad voor de beoordeling of wordt voldaan aan het criterium "goede ruimtelijke ordening".

Normstelling In de Wgh wordt onderscheid gemaakt tussen de voorkeursgrenswaarde en een maximaal toelaatbare waarde (uiterste grenswaarde). Blijft de geluidsbelasting beneden de voorkeursgrenswaarde, dan kan een ontwikkeling zondermeer doorgang vinden. Wanneer de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en geluidsbeperkende maatregelen redelijkerwijs niet doelmatig of mogelijk zijn, dan kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld, ook wel ontheffing genoemd. Ontheffing is mogelijk tot de wettelijk vastgelegde maximaal toelaatbare waarde (uiterste grenswaarde). Deze waarden verschillen per geluidbron.

1 De Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) wordt omstreeks 1-1-2008 vervangen door een nieuwe wet, die wordt aangeduid als Wro

- pagina 3 -

Ter illustratie zijn in label 1 de grenswaarden voor woningen opgenomen. De normstelling voor onderwijsvoorzieningen, medische voorzieningen en woonwagenstandplaatsen wijkt hiervan soms af. Voor een volledig overzicht wordt verwezen naar de Wgh.

Tabel 1. Overzicht grenswaarden Wet geluidhinder2 VoorkeursGrenswaarde Verkeerslawaai nieuwe situaties: auto(snel)wegen en buitenstedelijke wegen binnenstedelij'ke wegen: nieuwe weg 6n nieuwe woning binnenstedelijke wegen: nieuwe weg of nieuwe woning reconstructies: Spoorweglawaai aile gevallen Industrielawaai nieuwe situaties bestaande woningen met > 50 dB(A) binnen zone

Uiterste grenswaarde

48 dB 48 dB

53 dB 58 dB

48 dB

63 dB

Huidige belasting1 of 48dB

Idem + 5 dB2

55 dB

68 dB

50 dB(A) 55 dB(A)

55 dB(A) 60 dB(A)

1) Belasting 1 jaar voor de reconstructie. 2) In heel specifieke gevallen is een hogere belasting mogelijk, waarbij de uiterste grenswaarde nooit mag worden overschreden.

Voorwaarden voor het verlenen van hogere grenswaarden • Toepassing van maatregelen De Wgh stelt dat een hogere grenswaarde alleen mag worden verleend indien maatregelen om wel aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiele aard3. Het wettelijk kader schrijft daarbij voor dat ten behoeve van het terugdringen van de geluidsbelasting achtereenvolgens de volgende soorten maatregelen dienen te worden bezien: • maatregelen aan de bron (geluidsreducerende wegdekverharding, verminderen verkeer, verlagen snelheid, maatregelen bij bedrijven); • maatregelen in het overdrachtsgebied tussen bron en ontvanger (geluidsafscherming, vergroten af stand tussen bron en ontvanger); • maatregelen bij de ontvanger (dove gevels/vliesgevels, gevelisolatie maatregelen). * Binnenwaarde Het geluidsniveau binnen geluidsgevoelige bestemmingen mag niet hoger worden dan de wettelijk vereiste binnenwaarde. Voor weg- en spoorweglawaai bedraagt deze waarde

De wettelijke grenswaarden worden uitgedrukt in decibellen. De Wgh maakt onderscheid tussen een dag-, avond- en nachtperiode. Voor de geluidsbelasting ten gevolge van wegen en spoorwegen wordt uitgegaan van de gemiddelde geluidsbelasting over deze drie periodes samen (Uen, uitgedrukt in dB). Voor industrielawaai wordt (vooralsnog) uitgegaan van de hoogste gemiddelde geluidsbelasting tijdens de dag-, avond- of de nachtperiode (l_Aeq, uitgedrukt in dB(A)). artikel 110a lid 5 Wgh.

- pagina 4 -

33 dB voor woningen; voor industrielawaai is dit 35 dB(A). Voor onderwijsvoorzieningen, medische voorzieningen en woonwagenstandplaatsen gelden soms andere normen dan voor woningen. • Cumulatie In de Wgh is aangegeven dat bij het vaststellen van hogere grenswaarden moet worden afgewogen of de eventuele cumulatie van geluid mogelijk leidt tot een onaanvaardbaar akoestisch klimaat. Het gaat hierbij zowel om bronnen van dezelfde soort (bijvoorbeeld verschillende wegen) als om bronnen van verschillende soorten (bijv. weg- en spoorweglawaai). In bijlage I van het Besluit Geluidhinder 2006 is een methodiek opgenomen om de geluidhinder van de verschillende bronsoorten te cumuleren.

3.

Hoofdlijnen van het gemeentelijk beleid

De doelstelling en de hoofdlijnen van het geluidbeleid zijn vastgelegd in het Milieubeleidsplan Dordrecht 2005-2010. De gemeente Dordrecht zet in op het verbeteren van het akoestisch woon- en leefklimaat in Dordrecht door het oplossen van bestaande situaties, het voorkomen dat nieuwe hinder ontstaat en het verbeteren van de kwaliteit van de buitenruimte. Om hieraan een bijdrage te leveren wordt gewerkt aan de volgende opgaven: • het inzichtelijk maken van de akoestische situatie conform Besluit Omgevingslawaai; • ontwikkeling gebiedsgericht geluidbeleid, waarbij de akoestische kwaliteit afhankelijk wordt gesteld van de typologie van het betreffende gebied; • beleid ten aanzien van hogere waarden: uitgangspunt bij het aanvragen van hogere grenswaarden wordt het verlenen van een bij de typologie van een gebied passende waarde, waarbij geen hogere waarden dan 68 dB (was 70 dB(A) oude wet Geluidhinder) worden gevraagd. Verder geldt dat een hogere waarde pas aangevraagd mag worden nadat alle mogelijke bronmaatregelen, o.a het toepassen van 'stille' wegdekken, zijn onderzocht en afgewogen. • beleid ten aanzien van geluidsgevoelige bestemmingen. Inzet hierbij is met een goede ruimtelijk vormgeving ten minste een gevel van een nieuw te bouwen geluidsgevoelige bestemming te laten voldoen aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder.

Pijlers van het beleid Het gemeentelijk beleid voor het vaststellen van hogere grenswaarden steunt op twee pijlers: • wettelijk vereiste afweging van mogelijke maatregelen. In de eerste plaats moet worden voldaan aan de wettelijke eisen voor onderzoek naar en afweging van mogelijke maatregelen zoals in hoofdstuk 2 genoemd. Doel hiervan is het aantal woningen waarvoor een hogere grenswaarde wordt vastgesteld en de hoogte van de geluidbelasting zo beperkt mogelijk te houden. De eisen die hieruit voortvloeien zijn nader uitgewerkt in hoofdstuk 4. • gemeentelijke eisen aan een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Erkend wordt dat, met name langs vele (spoor)wegen niet altijd aan de voorkeursgrenswaarden kan worden voldaan. Op deze locaties wordt een aanvaardbaar akoestisch klimaat nagestreefd. De betreffende eisen zijn uitgewerkt in hoofdstuk 5.

- pagina 5 -

Onderscheid naar mate van overschrijding voorkeursgrenswaarde Het spreekt voor zich dat het beleid mede wordt afgestemd op de hoogte van de optredende geluidsbelasting. Voor het hogere grenswaardenbeleid is gekozen voor een indeling in drie geluidsklassen: • een Onrustig geluidsklimaat: beperkte overschrijding voorkeursgrenswaarde « 5 dB door weg- en spoorweglawaai, < 2 dB(A) door industrielawaai); • een Zeer Onrustig geluidsklimaat: gemiddelde overschrijding voorkeursgrenswaarde, maar er ontstaan geen nieuwe saneringssituaties; • een Lawaaiig geluidsklimaat: grote overschrijding voorkeursgrenswaarde, de geluidsbelasting overstijgt de drempelwaarde voor saneringssituaties. Het hanteren van geluidsklassen maakt het mogelijk de hinder van de drie verschillende bronsoorten weg, spoorweg en Industrie onder een vergelijkbare noemer te brengen4 .In tabel 2 zijn de geluidsklassen en hun grenzen weergegeven. Tabel 2. Geluidsklassen op basis van geluidsbelasting geluidsklasse

verkeerslawaai [dB]

spoorweglawaai [dB]

industrielawaai [dB(A)]

HO

oo

50

OJ

Oo

KO oo

OJ

-1 onrustig «?«

-2 MW onrustig ,"',

"s i "^ % I * > V " ',

55

68

Naar mate de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde groter is of er meerdere mogelijkheden voor de ruimtelijke inrichting van de betreffende locatie mogelijk zijn, wordt een beter onderbouwde afweging vereist van: • mogelijke maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevels van de geluidsgevoelige bestemmingen terug te dringen (zie hoofdstuk 4); • de wijze waarop een aanvaardbaar akoestisch klimaat kan worden gegarandeerd (zie hoofdstuk 5). Zonodig kan daarbij in het kader van een verzoek hogere grenswaarde (aanvullend) onderzoek naar de effectiviteit van maatregelen worden verlangd. Twee concrete voorbeelden kunnen het bovenstaande toelichten. Bij kleinschalige inpassingen in de bestaande stedelijke structuur, zoa/s de herontwikkeling van het postkantoor aan de Johan de Wittstraat met woningen op de verdiepingen, worden de ontwikkelingsmogelijkheden voor een belangrijk deel gedicteerd door de bestaande stedenbouwkundige omgeving en/of kunnen de kosten van maatregelen niet door het beperkte aantal woningen worden gedragen. Aan kleinschalige inpassingen in de bestaande stedelijke structuur waarbij de voorkeursgrenswaarde beperkt wordt overschreden zullen daarom geen zware eisen worden gesteld aan de onderbouwing van de mogelijkheid van maatregelen en aan het garanderen van een aanvaardbaar klimaat. De geluidhinder van de verschillende bronsoorten wordt verschillend ervaren.

In de Wgh is de normstelling daarop afgestemd. Daarom komen de voorkeursgrenswaarde en uiterste grenswaarde van de verschillende bronsoorten niet overeen.

- pagina 6 -

Bij grootschalige herstructureringsgebieden/stedelijke vernieuwing, zoals herstructurering Dordt West en Maasterras, en nieuwe stedelijke uitleglocaties, zoals de locaties Smitsweg en Zuidpolder worden geheel nieuwe situaties gecreeerd, waarbij de opzet van de stedenbouwkundige structuur in principe open ligt en dus beter kan worden ingespeeld op de optredende geluidproblematiek. Bovendien gaat het om een groter aantal (geluidsgevoelige) functies, waardoor de kosten van maatregelen eenvoudiger financieel gedragen kunnen worden. In dergelijke situaties wordt daarom strikter met bovenstaande regels omgegaan.

Processchema In bijlage 1 is een beslis- en procedureschema opgenomen dat de ruimtelijke ontwikkeling als uitgangspunt neemt en toelicht wanneer hogere grenswaarden nodig dan wel mogelijk zijn.

4.

Afweging van maatregelen

Inleiding In de Wgh is een onderzoeksplicht opgenomen naar maatregelen die kunnen leiden tot een geluidsniveau dat onder de voorkeursgrenswaarde blijft. Bij het treffen van maatregelen wordt daarnaast een voorkeursvolgorde genoemd voor het beheersen van geluidhinder: eerst bronmaatregelen, dan maatregelen in het overdrachtsgebied tussen bron en ontvanger en dan pas maatregelen bij het object dat de geluidsbelasting ondervindt. Hieronder is het gemeentelijk beleid met betrekking tot de verschillende maatregelen verwoord.

Bronmaatregelen • Het toepassen van geluidsreducerend asfalt Het toepassen van geluidsreducerend asfalt levert globaal 3 a 4 dB reductie op ten opzichte van normaal asfalt en is daardoor de belangrijkste maatregel om te voldoen aan de uitgangspunten uit het Milieubeleidsplan en het Mobiliteitsplan. In de historische binnenstad is toepassing echter niet reeel. De wegdekverharding bestaat hier hoofdzakelijk uit klinkerverharding. Naast aanlegkosten moet ook rekening worden gehouden met de kosten voor onderhoud.

• Beperken rijsnelheid of beperken omvang verkeer Het Mobiliteitsplan Dordrecht gaat uit van het bundelen van het verkeer op het hoofdwegennet. Beperking van de rijsnelheid op deze hoofdwegen is niet aan de orde. Op overige wegen en straten is een lagere rijsnelheid (bijv. 30 km-zone) een optie, die steeds per geval moet worden bezien. Deze afweging vindt plaats in de verschillende wijkverkeersplannen. De gemeente heeft geen zeggenschap over de rijsnelheid en de vervoersintensiteiten op de A16, de N3 en de spoorlijn. « Bronmaatregelen bij industrielawaai Indien de aanwezige, voor de geluidsbelasting bepalende bedrijven over recente milieuvergunningen en daarmee over een vastliggende geluidsruimte beschikken is afwijking van deze afspraken niet mogelijk. Wel kan worden onderzocht of aanvullende bronmaatregelen mogelijk zijn.

Maatregelen in het overdrachtsgebied • Alternatief stedenbouwkundig programma Onderzocht kan worden of:

- pagina 7 -

o

(gedeeltelijke) invulling van de locatie met niet-geluidsgevoelige functies mogelijk is; o uit akoestisch oogpunt een betere locatie beschikbaar is. Gemotiveerd dient te worden dat de geluidsgevoelige bestemmingen ter plaatse noodzakelijk zijn en dat de bebouwing niet elders of anders ten opzichte van de bron(nen) kan worden gesitueerd. • Alternatief stedenbouwkundig plan De stedenbouwkundige setting is een belangrijk instrument voor een beter akoestisch klimaat of voor minder dan wel lagere overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarden. Zie hiervoor hoofdstuk 5. Bouwstenen zijn: o invulling van de zwaarst geluidsbelaste delen van de locatie met nietgeluidsgevoelige bestemmingen en realisatie van de geluidsgevoelige bestemmingen op een minder geluidsbelaste plaats; o realisatie (niet-geluidsgevoelige) afschermende bebouwing; o vergroten van de afstand tussen bron en ontvanger. Gemotiveerd dient te worden dat de geluidsgevoelige bestemmingen ter plaatse noodzakelijk zijn en dat de bebouwing niet elders of anders ten opzichte van de bron(nen) kan worden gesitueerd. • Geluidsschermen of -wallen: niet langs wegen waarop percelen ontsluiten. Onderzoek naar de effecten van geluidsschermen is alleen zinvol langs wegen waarop percelen niet direct worden ontsloten.

Op wegen met perceelaansluitingen zijn geluidsafschermende voorzieningen in de vorm van schermen of wallen (stedenbouwkundig) niet inpasbaar, dan wel wordt ten gevolge van onderbrekingen in de afscherming voor de noodzakelijke perceelaansluitingen het geluidsreducerende effect voor een belangrijk deel teniet gedaan.

Maatregelen bij de ontvanger Indien bronmaatregelen en maatregelen in het overdrachtsgebied niet mogelijk zijn, zijn maatregelen vereist bij het object dat de geluidsbelasting ondervindt. Dergelijke maatregelen betreffen dove gevels/vliesgevels en gevelisolatie. In alle gevallen is vereist dat de wettelijke binnenwaarde wordt gegarandeerd.

5.

Aanvaardbaar akoestisch klimaat

Hogere grenswaarden zullen worden toegekend indien, ondanks de hogere geluidsbelasting, een aanvaardbaar akoestisch klimaat wordt gerealiseerd. Om dit doel te bereiken zijn gemeentelijke eisen geformuleerd. De eisen gelden voor alle geluidssoorten (weg/spoor/industrie). De gemeentelijke eisen hebben betrekking op de volgende aspecten: - geluidsluwe zijde; - geluidsluwe buitenruimte; woningindeling en gebruik van de woningen; - afschermende werking.

Geluidsluwe zijde • « *

woningen dienen in principe een geluidsluwe zijde te krijgen (zie hierna) ook andere geluidsgevoelige gebouwen krijgen in principe een geluidsluwe zijde. woningen met een dove gevel of vliesgevel dienen altijd over een geluidsluwe zijde te beschikken.

- pagina 8 -

Onder een geluidsluwe zijde wordt het volgende verstaan: o de geluidsbelasting op de gevel van de geluidsluwe zijde bedraagt minder dan de voorkeursgrenswaarde: 48 dB voor wegverkeer, 55 dB voor spoorwegen, 50 dB(A) voor industrie; o indien sprake is van meerdere soorten geluidsbronnen (weg, spoor en/of industrie), ligt de geluidsbelasting voor elke bron onder de betreffende voorkeursgrenswaarde (op cumulatie van verschillende bronnen wordt hieronder apart ingegaan); o op sterk geluidsbelaste locaties waarbij sprake is van een 'lawaaiige' geluidsbelasting (zie tabel 2) ten gevolge van meer dan een geluidsbron op meer dan een gevel is de bovenstaande doelstelling moeilijk te realiseren; in dat geval is de geluidsbelasting aan de geluidsluwe zijde ten minste 10 dB/dB(A) lager dan de geluidsbelasting van de hoogst geluidsbelaste zijde; de geluidsluwe zijde valt dan in de geluidsklasse 'onrustig' of lager (zie tabel 2); o een geluidsluwe zijde kan ook bestaan uit een bouwkundige maatregel zoals een loggia of een serre.

Geluidsluwe buitenruimte • •

• •

een buitenruimte bij een woning is in beginsel niet gelegen aan de hoogst belaste zijde. het geluidsniveau in de buitenruimte van de woning mag (indien gelegen aan de bronzijde) niet meer dan 5 dB hoger zijn dan de geluidsbelasting op de als geluidsluw aangemerkte gevel. Deze eis geldt voor maximaal een buitenruimte per woning. ook bij andere geluidsgevoelige gebouwen wordt naar een geluidsluwe buitenruimte gestreefd, dit is echter geen eis. indien geen geluidsluwe buitenruimte mogelijk is kunnen serres of afsluitbare balkons (loggia's) worden toegepast.

Woningindeling en gebruik van de woningen5 •

•

elke woning bevat in beginsel 1 slaapkamer die niet aan de hoogst geluidsbelaste zijde is gesitueerd. Bij voorkeur wordt de helft van de geluidsgevoelige ruimtes of de helft van het oppervlak van alle geluidsgevoelige ruimtes samen niet aan de hoogst geluidsbelaste zijde gesitueerd. voor zover relevant, geldt dat op eenzelfde wijze voor andere geluidsgevoelige bebouwing: in scholen het merendeel van de leslokalen aan de luwe zijde etc.

Cumulatie bij berekening geluidsluwe zijde De Wgh stelt dat alleen hogere grenswaarden kunnen worden toegekend indien de gecumuleerde geluidsbelasting niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. • indien de geluidsbelasting van ten minste een geluidsbron in de hoogste geluidsklasse valt (de klasse 'Lawaaiig' uit tabel 2 in hoofdstuk 3), dan worden de geluidsbelastingen van alle bronnen en bronsoorten gecumuleerd; • indien geen van de geluidsbelastingen in de hoogste geluidsklasse vallen, maar ten minste een geluidsbelasting in de op-een-na-hoogste klasse (de klasse 'Zeer Onrustig' uit tabel 2 in hoofdstuk 3), dan worden de geluidsbelastingen alleen per bronsoort gecumuleerd. « indien alle geluidsbelastingen in de laagste geluidsklasse vallen (de klasse 'Onrustig' uit tabel 2 in hoofdstuk 3), dan is geen inzicht in de gecumuleerde geluidsbelasting vereist.

Deze eis geldt alleen indien het betreffende plan hierin reeds inzicht kan bieden.

- pagina 9 -

Afschermende werking •

•

•

indien sprake is van de hoogste of op-een-na-hoogste geluidsklasse CLawaaiig' of 'Zeer Onrustig' uit tabel 2 in hoofdstuk 3), dan wordt de eerstelijns bebouwing ten opzichte van de bron zodanig gesitueerd dat zij bijdraagt aan de afscherming van het erachter gelegen gebied. de afschermende werking voor de achterliggende bebouwing moet worden aangetoond. De geluidsbelasting in de '2e rij' woningen ligt waar mogelijk onder de voorkeursgrenswaarde. deze eisen gelden ook voor andere geluidsgevoelige gebouwen.

Uitzonderingen • Algemene uitzonderingen Voor de gemeentelijke eisen geldt: indien er fundamentele en gemotiveerde bezwaren van stedenbouwkundige, volkshuisvestelijke of milieuhygienische aard zijn, dan kunnen B&W bij hoge uitzondering besluiten dat de eisen niet gelden. In dat geval nemen burgemeester en wethouders een nadere motivering op bij het besluit tot het verlenen van hogere grenswaarden. • Specifieke uitzonderingen Bij niet zelfstandige woonruimten (bejaardenwoningen, studentenwoningen) zijn de richtlijnen voor de woningindeling niet van toepassing. Wel dient op gebouwniveau ten minste 50% van de woningen te zijn gesitueerd aan een gevel met een geluidsbelasting van maximaal 5 dB boven de voorkeursgrenswaarde.

6.

Organisatie en procedure

Nieuwe ontwikkelingen in het kader van ruimtelijke procedures Als ruimtelijke plannen nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen of nieuwe geluidsbronnen of wijzigingen aan geluidsbronnen mogelijk maken waarbij niet aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan, dan kunnen burgemeester en wethouders een hogere grenswaarde toekennen. De betreffende ruimtelijke procedures worden gebruikelijk begeleid vanuit de sector, Stadsontwikkeling, afdeling Inrichting Stadsdelen, bureau Coordinatie en Planjuridische Zaken. Omdat de procedures tot het vaststellen van hogere grenswaarden zijn gekoppeld aan de ruimtelijke procedures ligt het voor de hand deze procedure bij dezelfde afdeling te leggen. Wijzingen aan (spoor)wegen buiten ruimtelijke procedures om Wijzigingen aan wegen en spoorwegen zijn ook mogelijk buiten ruimtelijke procedures om indien geen bestemmingswijzigingen noodzakelijk zijn. Ook in die gevallen (aangeduid als reconstructies) kan het voorkomen dat hogere grenswaarden moeten worden vastgesteld, zij het dat dit sporadisch voor komt. Om de kennis zo veel mogelijk in een hand te houden zullen de procedures hogere grenswaarden ook in deze gevallen worden gevoerd door afdeling Inrichting Stadsdelen, bureau Coordinatie en Planjuridische Zaken, een en ander inhoudelijk ondersteund door de verkeersdisciplines binnen Stadsontwikkeling.

Procedurele voorwaarden verzoek hogere grenswaarden Voor de aanvraag van een hogere grenswaarde dient gebruik te worden gemaakt van het gemeentelijk formulier "Verzoek hogere grenswaarde".

-pagina 10-

Bij dit formulier wordt een overzicht verschaft van de indieningsvereisten. Een verzoek hogere grenswaarden moet worden vergezeld door een rapportage over het akoestisch onderzoek waarin de in deze beleidsnotitie genoemde aspecten worden behandeld. Om een goede en snelle behandeling van een verzoek mogelijk te maken is het nodig om voorafgaand aan de indiening ambtelijk vooroverleg te plegen. Om dit vooroverleg zeker te stellen wordt als indieningsvereiste opgenomen een rapportage waarin verslag wordt gedaan van het ambtelijk vooroverleg en van de wijze hoe de opmerkingen uit dit vooroverleg zijn verwerkt. Doel hiervan is tijdig sturing te kunnen geven aan de totstandkoming van een goed akoestisch klimaat.

Toetsinq akoestische rapportage De akoestische rapportage (s) die tegelijkertijd bij de aanvraag hogere grenswaarde wordt ingediend zal worden getoetst door de afdeling Milieu en Ruimte van de Milieudienst ZuidHolland Zuid.

Kadastrale registratie Conform artikel 110i van de Wgh dient de gemeente de toegekende hogere grenswaarde in te schrijven in het Kadaster. Deze registratieplicht komt overeen met de registratieplicht die voorvloeit uit de Wet Kenbaarheid Publiekrechtelijke Beperkingen (WKPB), op grond waarvan uiteindelijk van alle beperkingen die voortvloeien uit publiekrechtelijke besluiten kan worden kennisgenomen door raadpleging van het kadaster. Deze wet wordt gefaseerd ingevoerd. Het ligt voor de hand voor de registratie van besluiten hogere grenswaarde aan te sluiten bij de werkwijze die is ontwikkeld voor de registratie van besluiten op grond van de WKPB. Dit betekent dat het onherroepelijk geworden besluit hogere grenswaarde wordt aangeleverd aan de afdeling Geo-informatie van de dienst Stadsbeheer, die vervolgens de informatie in bruikbare vorm aanbiedt aan het Kadaster.

Procedure Na indiening van het Verzoek hogere grenswaarde wordt de aanvraag eerst op volledigheid getoetst. Indien de aanvraag niet volledig is, zal het verzoek met een opsomming van de ontbrekende informatie worden teruggezonden. Op basis daarvan kan de verzoeker de stukken aanvullen. Als de aanvraag volledig is, wordt het verzoek in behandeling genomen. In bijlage 2 is in een schema de procedure hogere grenswaarden opgenomen.

- pagina 11 -

Bijlage 1. Stappenplan

Stappenplan Hogere grenswaarden Stappen

Toelichting

Nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen, nieuwe geluidsbronnen of wijzigingen aan geluidsbronnen

Mogelijk gemaakt door: Bestemmingsplan PlanArtikel 19WRO (spoor)wegreconstructie buiten ruimtelijk plan om

De geluidsbelasting aan de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen voldoet aan de in de Wgh genoemde voorkeursgrenswaarden. Bij wijzigingen aan (spoor)wegen is geen sprake van reconstructie in de zin van de Wgh.

Uitvoering plan zonder maatregelen

voorkeursgrenswaarde - wegverkeer = 48 dB spoorweglawaai = 55 dB industrielawaai = 50 dB(A) bij reconstructie: wegen: toename < 2 dB spoorwegen: toename < 3 dB en geluidsbelasting < 63 dB

nee Maatregelen aan de bron of in het overdrachtsgebied mogelijk om de geluidsbelasting terug te dringen tot onder de voorkeursgrenswaarde of om het reconstructie-effect te niet te doen

ja Uitvoering plan inclusief maatregelen

Naar mate de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde grater is en/of meer geluidsgevoelige bestemmingen zijn betrokken, zijn eerder maatregelen vereist

nee Onderbouwd kan worden waarom maatregelen niet doelmatig zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, landschappelijke, verkeerskundige, vervoerskundige of financiele aard

Of Uitvoering plan inclusief maatregelen Of plan bijstellen Of onderbouwing onmogelijkheid maatregelen bijstellen

nee

ja Voldaan wordt aan de gemeentelijke eisen van een aanvaardbaar akoestisch klimaat

nee Plan bijstellen

ja Vaststelling hogere grenswaarde

-pagina 12-

Naar mate de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde groter is of makkelijker een ingreep op de inrichting van de betreffende locatie mogelijk is, wordt een beter onderbouwde afweging vereist evenals uitgebreider onderzoek naar maatregelen

Gemeentelijke eisen aanvaardbaar akoestisch klimaat: o Geluidsluwe zijde o Geluidsluwe buitenruimte o Woningindeling o Afschermende werking Naar mate de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde groter is en/of meer geluidsgevoelige bestemmingen zijn betrokken, wordt stronger met de eisen aan een aanvaardbaar akoestisch klimaat omgegaan

Bijlage 1. Schema procedure hogere grenswaarde Procedure hogere grenswaarde (burgemeester en wethouders bevoegd) termijn

actie ambtelijk vooroverleg

grondslag

voorafgaand aan indienen verzoek hogere grenswaarde

indienen ontheffingsverzoek art. 4:3a en 4:14 Awb

-

sturen ontvangstbevestiging en aankondigen beslissingstermijn

-

opstellen ontwerp-besluit hogere grenswaarden

redelijke termijn

kennisgeving ter inzage legging ontwerp-besluit hogere grenswaarden in dag-, nieuws- en huisaan-huisbladen

start Uniforme openbare voorbereidingsprocedure o.g.v. Awb

toesturen ontwerp-besluit hogere grenswaarden aan aanvrager ontwerp-besluit hogere grenswaarden ter inzage (met relevante stukken)

art. 3:12 Awb

art. 3:13 Awb

6 weken, gelijktijdig met ontwerpbestemmingsplan minimaal 2 weken, gelijktijdig met ontwerp vrijstellingsbesluit ex art. 1 9 WRO

art. 3:11 en 3:16 Awb jo art 1 1 0c Wgh

mondelinge of schriftelijke zienswijzen belanghebbenden (let op: in kader van procedures WRO -Wro kan een ieder zienswijzen indienen)

art. 3:15 Awb

verwerken zienswijzen, daarbij aanvrager gelegenheid geven te reageren op ingebrachte zienswijzen

art. 3:15 Awb

vaststellen besluit hogere grenswaarden, v66r vaststelling van het bestemmingsplan of het projectbesluit

6 maanden na ontvangst verzoek of binnen door burgemeester en wethouders aan te geven redelijke termijn indien geen zienswijzen: binnen 4 weken na afloop termijn indiening zienswijzen

bekendmaken besluit hogere grenswaarden: toezenden aan aanvrager en belanghebbenden publiceren in dag-, nieuws- en huis-aanhuisbladen beroep

Noot:

art. 110a Wgh, jo art. 3:18 Awb

art. 3:40 t/m 3:45 Awb

ingeval van hogere grenswaarde t.b.v. bestemmingsplan: binnen 6 weken gelijk met beroep bestemmingsplan bij Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State ingeval van hogere grenswaarde in verband met art. 19 vrijstelling: beroep bij rechtbank binnen 6 weken

art. 145 Wgh

|, '

art. 6:7 jo art. 7:1 Awb

Voor hogere grenswaarden geldt dat de provincie hogere grenswaarden vaststelt indien deze hogere grenswaarden noodzakelijk zijn als gevolg van een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan in afwijking van het ontwerpplan (art. 57 lid 2 onder b, art. 76 lid 2 onder b Wgh).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/734/documents/29703