2a Toelichting - Bijlage 26 Huismussen NWC.pdf
Tekst van het document
Aanvullend onderzoek naar huismussen aan het Maasterras te Dordrecht
Juni 2023 P23-021/W2308 Auteur: E.W.H. den Dekker Natuur-Wetenschappelijk Centrum 078-6213921 info@nwcadvies.nl www.nwcadvies.nl
Aanvullend onderzoek naar huismussen aan het Maasterras te Dordrecht
Natuur-Wetenschappelijk Centrum, Noorderelsweg 4A, 3329 KH Dordrecht
Aanvullend onderzoek naar huismussen aan het Maasterras te Dordrecht
Opdrachtgever:
Gemeente Dordrecht
Uitvoering:
Natuur-Wetenschappelijk Centrum
Veldwerk:
A. Balfoort & J. Klute
Samenstelling:
E.W.H den Dekker
Foto’s:
NWC
Aanvullend onderzoek naar huismussen aan het Maasterras te Dordrecht [Samenst.: den Dekker, E.W.H] [Foto’s:NWC]. Met lit. opg., Dordrecht: Strix/ NWC.
Trefw.: Wet natuurbescherming, vleermuizen, Gierzwaluw, Huismus, Brouwersdijk, Dordrecht
P23-021/W2308
Niets uit deze uitgave mag openbaar worden gemaakt of verveelvoudigd, door middel van; druk, fotokopie, microfilm of op enige andere wijze, zonder toestemming van de uitgever of de opdrachtgever.
Dordrecht, juni 2023
Inhoud
1
Inleiding
7
2
Gebiedsbeschrijving
9
3
Wettelijk kader
11
4
Methode
15
5
Resultaten
17
6
Effecten, verplichtingen en aanbevelingen
19
Referenties
Samenvatting Onderstaande tabel geeft de conclusies uit voorliggend rapport weer. Voor de volledigheid en om een verkeerde interpretatie te voorkomen, dient ook hoofdstuk 6 (effecten, verplichtingen en aanbevelingen) gelezen te worden. Soort(groep)
Effecten beschermde soorten
Verplichtingen
Huismus
Geen.
Zorgplicht.
Aanvullend onderzoek naar huismussen aan het Maasterras te Dordrecht
1.
Inleiding De gemeente Dordrecht is van plan het Maasterras in Dordrecht te herontwikkelen tot een nieuwe wijk met gemengde functies en activiteiten. Een onderdeel van deze ontwikkelingen heeft betrekking op het Indofin terrein aan de Weeskinderendijk. De geplande werkzaamheden kunnen van invloed zijn op de aanwezige beschermde flora en fauna in het plangebied. Bij dergelijke ruimtelijke ingrepen en bestemmingsplanwijzigingen dient, in het kader van de Wet natuurbescherming, onderzoek gedaan te worden naar de aanwezige natuurwaarden en dient een beoordeling gemaakt te worden van eventuele negatieve effecten van de plannen op deze waarden. De te slopen bebouwing kan mogelijk geschikt zijn als verblijfplaats voor huismussen. Deze soorten en hun verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd onder de Wet natuurbescherming. Dit geldt ook voor alle onderdelen van hun (essentiële) functionele leefomgeving. Om te bepalen of er bij de voorgenomen werkzaamheden sprake is van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming, diende aanvullend onderzoek plaats te vinden. Hiermee kon achterhaald worden in welke mate het plangebied een functie vervult als verblijfplaats en (essentiële) functionele leefomgeving voor huismussen. De gemeente Dordrecht heeft het NWC opdracht gegeven voor het aanvullende onderzoek naar de Huismus en om te adviseren in het kader van de natuurwetgeving.
7
Aanvullend onderzoek naar huismussen aan het Maasterras te Dordrecht
8
Aanvullend onderzoek naar huismussen aan het Maasterras te Dordrecht
2.
Gebiedsbeschrijving Het plangebied bevindt zich ten noorden van de Weeskinderendijk te Dordrecht. Het betreft het Indofin terrein waarop verschillende opstallen aanwezig zijn (voornamelijk loodsen en een woonhuis). Aan de noord- en de oostkant van het terrein is een groenstrook aanwezig welke dienst kan doet als functionele leefomgeving van de Huismus. In deze groenstroken zijn veel klimplanten aanwezig die dekking bieden voor verschillende soorten fauna. In de groenstrook langs de oostzijde van het terrein zijn braamstruwelen en enkele opkomende bomen aanwezig.
Figuur 1: Ligging van het plangebied (rood omlijnd) in de omgeving.
Bron:PDOK Viewer
Beschermde gebieden Het plangebied bevindt zich op ongeveer 6 kilometer afstand van Natura 2000-gebied ‘De Biesbosch’ en op 7 à 8 kilometer afstand van de Natura 2000-gebieden ‘Oudeland van Strijen’ en ‘Oude Maas’. Vanwege deze afstand en de aard van de werkzaamheden worden geen significant nadelige effecten verwacht op de habitattypen en instandhoudingsdoelstellingen van deze Natura 2000-gebieden als gevolg van verstoring door geluid, verstoring door licht en andere storingsfactoren. Het plangebied bevindt zich niet in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Hierdoor is een toetsing aan de wet- en regelgeving omtrent het NNN niet nodig.
9
Aanvullend onderzoek naar huismussen aan het Maasterras te Dordrecht
Figuur 1 Ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van Natura 2000-gebieden ‘de Biesbosch’, ‘Oudeland en Strijen’ en de ‘Oude Maas’. Bron: PDOK Viewer
10
Aanvullend onderzoek naar huismussen aan het Maasterras te Dordrecht
3.
Wettelijk kader In Nederland is de bescherming van belangrijke natuurwaarden vanaf 2017 wettelijk vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb). Het gaat hierbij zowel om bescherming van soorten als bescherming van gebieden. In dit geval is alleen soortbescherming aan de orde. Soortbescherming Voor dier- en plantensoorten zijn in de Wnb een aantal verbodsbepalingen opgenomen, waarvan vooral de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 belangrijk zijn in het kader van flora- en faunaonderzoek bij onder andere ruimtelijke ontwikkelingen (tekstvak 1 op de volgende pagina). De verbodsbepalingen uit de artikelen gelden overal in Nederland, ongeacht het type of de omvang van de werkzaamheden of activiteiten die uitgevoerd worden. De bepalingen uit de Wnb kunnen daarom van invloed zijn op ruimtelijke ingrepen, zoals het aanleggen van infrastructuur, het slopen en realiseren van bebouwing, het uitbreiden van industriegebieden en het kappen van bomen. Ook bij het opstellen of herzien van bestemmingsplannen zijn de bepalingen uit de Wnb van belang. In het kader van het zorgvuldigheidsbeginsel en het voorzorgsbeginsel (Algemene Wet Bestuursrecht) dient bij het opstellen en herzien van bestemmingsplannen en bij (ruimtelijke) activiteiten een toetsing aan de Wnb plaats te vinden.
Deze toetsing moet de volgende onderdelen bevatten: - Een inventarisatie van het voorkomen van wettelijk beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied en binnen de invloedssfeer van de activiteit; - Een inventarisatie en beoordeling van (significant) nadelige effecten als gevolg van de activiteit, op beschermde soorten die binnen het plangebied en/of binnen de invloedssfeer van de activiteit aanwezig zijn; - Indien nodig een opname van maatregelen die de negatieve effecten op de beschermde soorten en hun leefgebieden mitigeren en/of compenseren. De Wnb kent drie categorieën van beschermde soorten die ook terug te vinden zijn in de artikelen met verbodsbepalingen: alle vogels uit de Europese Vogelrichtlijn (artikel 3.1), alle soorten die in de Europese Habitatrichtlijn vermeld worden (artikel 3.5) en “overige soorten” (artikel 3.10) die alleen op nationaal niveau beschermd worden. Provincies mogen afwijken van de lijst met “overige soorten” door vrijstelling te verlenen voor bepaalde soorten. Hierdoor kan deze lijst per provincie verschillen. Een overzicht van alle beschermde soorten is te vinden in bijlage 1.
11
Aanvullend onderzoek naar huismussen aan het Maasterras te Dordrecht
Tekstvak 1: Verbodsbepalingen Wet Natuurbescherming Artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 Wet natuurbescherming: Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van de dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5.
Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn of bijdrage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen of af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.10 1. Het is verboden: a) In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten genoemd in de bijlage, onderdeel A bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b) De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel A opzettelijk te beschadigen of te vernielen; c) Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Soorten Europese Vogelrichtlijn en Europese Habitatrichtlijn Wanneer één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 3.1 en/of artikel 3.5 Wnb overtreden worden door de voorgenomen activiteit, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffing voor het overtreden van verbodsbepalingen wordt voor soorten uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn alleen verleend wanneer voldaan wordt aan elk van de volgende voorwaarden: - Er bestaat geen andere bevredigende oplossing;
12
Aanvullend onderzoek naar huismussen aan het Maasterras te Dordrecht
- Zij is nodig: a) In het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; of b) In het belang van een dwingende reden van groot openbaar belang; of c) In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; - Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Voor vogels kan echter geen beroep gedaan worden op belang b “dwingende reden van groot openbaar belang”. Wanneer overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden door het treffen van mitigerende maatregelen, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Wel kan in dergelijke gevallen toch ontheffing aangevraagd worden om de te treffen maatregelen goed te laten keuren. Indien het bevoegd gezag de maatregelen goedkeurt, wordt door hen een “positieve afwijzing” afgegeven. Bij de aanvraag van een ontheffing in het kader van de Wnb zijn een activiteitenplan en, in sommige gevallen, een compensatieplan noodzakelijk. Hierin staan de bevindingen uit de flora- en faunatoets vermeld en worden maatregelen beschreven die uitgevoerd zullen worden om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten op beschermde plant- en diersoorten in en binnen de invloedssfeer van de activiteit zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel te beperken.
Overige soorten Voor de soorten uit deze categorie geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 mits een door het ministerie van LNV goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit. Indien aantoonbaar gewerkt kan worden volgens een dergelijke gedragscode, hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden voor het overtreden van één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 3.10 van de Wnb. Indien er geen goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit of het niet mogelijk is om volgens een dergelijke gedragscode te werken, dient bij overtreding van verbodsbepalingen wel een ontheffing aangevraagd te worden. De ontheffing kan voor deze soorten echter op grond van meer belangen verleend worden dan het geval is voor de Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten. Zorgplicht Tenslotte geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) de zorgplicht uit artikel 1.11 van de Wet Natuurbescherming. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden.
13
Aanvullend onderzoek naar huismussen aan het Maasterras te Dordrecht
14
Aanvullend onderzoek naar huismussen aan het Maasterras te Dordrecht
4.
Methode Uit de eerder uitgevoerde quickscan blijkt dat de bebouwing geschikt is als verblijfplaats voor huismussen. Nader onderzoek naar de functie van de bebouwing in het plangebied voor deze soort was daarom nodig. Huismus Er is door middel van twee inventarisaties gekeken of de Huismus (Passer domesticus) het plangebied gebruikt en welke functies het gebied heeft voor deze soort. Hiervoor zijn er drie inventarisatiemomenten geweest op 12, 25 april en op 10 mei 2023. De weersomstandigheden (gemiddelde temperatuur, bewolking en gemiddelde windsnelheid) op deze dagen van de inventarisaties, worden vermeld in onderstaande tabel. Tabel 3: Weersomstandigheden voor inventarisatie van de Huismus.
Datum
Temp. (ºC)
Wind (Bft)
Bewolking
Neerslag
12-04-2023
11
2
7/8
Droog
25-04-2023
8
3
6/8
Droog
10-05-2023
11
2
7/8
Droog
De gegevens over de weersomstandigheden zijn ter plaatse gemeten of ingeschat door de waarnemers.
15
Aanvullend onderzoek naar huismussen aan het Maasterras te Dordrecht
16
Aanvullend onderzoek naar huismussen aan het Maasterras te Dordrecht
5.
Resultaten
In totaal zijn er meerdere huismussen waargenomen in het plangebied. Ondanks de waargenomen huismussen in het plangebied, zijn geen nesten waargenomen of indicaties vastgesteld dat er verblijfplaatsen in het plangebied aanwezig zijn. Er is niet geconctateerd dat er nestmateriaal aangevoerd is en andere nest-territorium indicerend gedrag is niet vastgesteld. De verwachtingen zijn dat de woningen om het plangebied heen inclusief de tuinen, geschikt kunnen zijn als verblijfplaatsen voor huismussen. Tabel 4 en figuur 3 geven de waargenomen huismussen weer op de desbetreffende veldbezoeken. Uit de resultaten blijkt dat het plangebied geen essentiële functie vervult voor huismussen. De huismussen waren vooral aanwezig vlak bij de tuinen die grenzen aan de huizen te Weeskinderendijk. Tabel 4: Huismuswaarnemingen plangebied Maasterras in Dordrecht. Datum
Waargenomen soorten
HuismussHuismussen 12-04-2023 Huismussen
HuismusseHuismussen 25-04-2023 Huismussen
10-05-2023 Huismussen
Aantallen en gedrag -1 huismus man en 3 huismus vrouw in struiken -2 huismus man en 1 huismus vrouw in bramenstruweel -3 huismus man en 10 huismus vrouw in struweel en op de dakrand -3 huismus zingend en roepend (geslacht onbekend) -5 huismus overvliegend (geslacht onbekend) -1 huismus man en 1 huismus vrouw in struweel -4 huismus man roepend in struweel -2 huismus man en 1 huismus vrouw in struweel -2 huismus man en 1 huismus vrouw dakrand -3 huismus man en 1 huismus vrouw foeragerend
17
Aanvullend onderzoek naar huismussen aan het Maasterras te Dordrecht
Figuur 3: Huismuswaarnemingen binnen en in de nabije omgeving van het plangebied.
18
Aanvullend onderzoek naar huismussen aan het Maasterras te Dordrecht
6.
Effecten, verplichtingen en aanbevelingen Huismussen Uit de inventarisaties blijkt dat er meerdere huismussen in en in de nabije omgeving van het plangebied voorkomen. Er zijn geen verblijfplaatsen van huismussen aangetroffen in het plangebied. Rondom de bebouwing binnen het plangebied is nauwelijks activiteit waargenomen die duidt op de aanwezigheid van vogels met vaste verblijfplaatsen in het plangebied waar de werkzaamheden plaats zullen vinden. Er hoeven vanuit de Wet natuurbescherming geen extra maatregelen getroffen worden met betrekking tot de huismussen, zolang de staat van instandhouding van de huismussen gelijkwaardig blijft. Wel dient er zoveel mogelijk bomen en vegetatie behouden te blijven en dienen de werkzaamheden bij voorkeur in de winterperiode uitgevoerd te worden. Ook is het raadzaam om tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie zo min mogelijk verlichting te gebruiken en om maatregelen te nemen waardoor (licht)verstoring van de dieren zoveel mogelijk voorkomen wordt.
19
Referenties BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017. Geraadpleegd via https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-004-Kennisdocument-Gewonedwergvleermuis-1.0.pdf BIJ12, 2017. Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus. Versie 1.0, juli 2017. Geraadpleegd via
https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-006-Kennisdocument-Gierzwaluw-1.0.pdf BIJ12, 2017. Kennisdocument Huismus Passer domesticus. Versie 1.0, juli 2017. Geraadpleegd via https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-009-Kennisdocument-Huismus-1.0.pdf Jansen, M. 2022. Quickscan flora en fauna aan de Brouwersdijk 4 te Dordrecht. NWCAdvies. P21-174/W2065 Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2021). Vleermuisprotocol 2021, januari 2021, www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl