CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2a Toelichting - Bijlage 24 Vleermuizen onderzoek Tauw.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 23 januari 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 5: Raadsinformatiebrief over Ontwerpbestemmingsplan Maasterras 2023 - Raadsinformatiebrief1.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie Contactpersoon

Vincent Sanders

Datum

31 januari 2023

Kenmerk

N001-1285173VSX-V02-pws-NL

Globaal vleermuisonderzoek Maasterras Dordrecht 1 Inleiding Gemeente Dordrecht is van plan om het Maasterras in Dordrecht te herontwikkelen tot een nieuwe wijk met gemengde functies en activiteiten. TAUW heeft in opdracht van gemeente Dordrecht een globale inventarisatie uitgevoerd naar vleermuizen in het plangebied. Achterliggende gedachte van het globale vleermuisonderzoek is om meer inzicht te krijgen of belangrijke verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden aanwezig zijn in het plangebied. Met het verkregen inzicht kan men een inschatting maken welke maatregelen (ontheffing aanvragen, mitigerende en compenserende maatregelen) mogelijk in de toekomst getroffen moeten worden. Ook kan op basis van deze gegevens een vervolgonderzoek beter afgebakend worden. De beoogde ontwikkeling vindt deels op de korte termijn, deels op de lange termijn plaats. Het globale vleermuisonderzoek is gericht op de gebieden die op de lange termijn ontwikkeld worden. Voor deelgebieden die op de korte termijn ontwikkeld worden vindt onderzoek plaats volgens het Vleermuisprotocol 2021, wat separaat wordt gerapporteerd. Figuur 1.1 geeft het plangebied en de beoogde ontwikkeling weer. Figuur 2.3 geeft een verdeling van verschillende deelgebieden in het noordelijk deel van het plangebied weer.

Kenmerk

N001-1285173VSX-V02-pws-NL

Figuur 1.1 De beoogde ontwikkeling

Figuur 1.2 Deelgebieden van het noordelijk deel van het plangebied. Voor het zuidelijk deel van het plangebied zijn nog geen deelgebieden gedefinieerd

2/7

Kenmerk

N001-1285173VSX-V02-pws-NL

2 Methode Om een redelijk beeld te krijgen van de vleermuisfuncties die het plangebied heeft is in het begin van de zomer één veldbezoek en in de nazomer één veldbezoek per onderzoeksgebied uitgevoerd. Voor dit onderzoek is het plangebied opgedeeld in zeven onderzoeksgebieden. In ieder onderzoeksgebied heeft één ecoloog onderzoek heeft gedaan om activiteit van vleermuizen vast te stellen. In de natuurtoets is beschreven in welke gebieden beschermde functies van vleermuizen worden verwacht (TAUW, 2022). De onderzoeksgebieden zijn bepaald op deze verwachting. Het gebied in het noordoosten van het plangebied (deelgebied M4, zie figuur 1.2) is niet meegenomen in het globale onderzoek, omdat hier al reeds vleermuisonderzoek conform het Vleermuisprotocol 2021 is opgestart. Deelgebied zes is in het begin van de zomer op een andere datum onderzocht dan de overige deelgebieden. Dit heeft geen invloed gehad op de onderzoeksresultaten. In verband met de veiligheid van de ecoloog is dit bezoek met twee ecologen uitgevoerd, in plaats van de beoogde inzet van één ecoloog. In figuur 2.1 is op kaart weergegeven wat de verdeling is van de onderzoeksgebieden. In elk gebied is rondgelopen met een batdetector (type D240x of gelijkwaardig).

Tijdens het rondlopen is gelet op activiteit van vleermuizen, waarbij specifiek aandacht is geweest op plekken waar verblijfplaatsen, vliegroutes en/of foerageergebied worden verwacht. Op plekken waar gebouwen niet bereikbaar waren door hekwerk (zoals op het terrein van Rijkswaterstaat, rood in figuur 2.1) is ook gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera. Op die manier kon van afstand bekeken worden of er vleermuizen rond de bebouwing aanwezig waren. In tabel 2.1 zijn de bezoekgegevens van het vleermuisonderzoek uitgewerkt. Het onderzoek is niet conform het Vleermuisprotocol 2021 uitgevoerd omdat het puur is uitgevoerd om een algemene indruk te krijgen. Wel is het onderzoek zo veel mogelijk afgestemd op de verwachte functies en het Vleermuisprotocol 2021. Indien naderhand ontwikkelingen op deze locaties gaan plaatsvinden is het noodzakelijk om tijdig (één á twee jaar) voor de start van de werkzaamheden vleermuisonderzoek volgens het Vleermuisprotocol 2021 uit te voeren. Het onderzoek is wel representatief om een globale indruk te krijgen van beschermde functies in het plangebied. Zo zijn de bezoeken in het actieve seizoen van vleermuizen uitgevoerd. Ook zijn de bezoeken bij gunstige weersomstandigheden uitgevoerd, het moment wanneer vleermuizen actief zijn.

3/7

Kenmerk

N001-1285173VSX-V02-pws-NL

Figuur 2.1 Verdeling van de zeven onderzoeksgebieden in het plangebied Tabel 2.1 Bezoekgegevens van het globale vleermuisonderzoek Datum en tijd

Onderzoeksgebied

Ecologen

Weersomstandigheden

18/19 juli 2022,

1, 2, 3, 4, 5 en 7

6

Droog, 26 °C, O2 Beaufort, half bewolkt (10-80 %)

6

2

Droog, 16 °C, NO3 Beaufort, half bewolkt (10-

1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7

7

21:45 – 00:15 27/28 juli 2022, 21:40 – 00:10 20 september 2022,

80 %) Droog, 11 °C, N2 Beaufort, half bewolkt (10-80 %)

00:00 – 02:00

4/7

Kenmerk

N001-1285173VSX-V02-pws-NL

3 Resultaten 3.1

Onderzoeksgebied 1

Tijdens het eerste veldbezoek was het zeer rustig. Er waren maximaal vier foeragerende gewone dwergvleermuizen aanwezig. Tijdens het tweede veldbezoek is alleen twee keer een passerende ruige dwergvleermuis aangetroffen. Er zijn vooralsnog geen essentiële functies voor vleermuizen vastgesteld in dit onderzoeksgebied.

3.2

Onderzoeksgebied 2

Tijdens het eerste veldbezoek was het zeer rustig. Er is slechts één passerende gewone dwergvleermuis waargenomen. Tijdens het tweede veldbezoek is slechts één passerende ruige dwergvleermuis waargenomen. Er zijn vooralsnog geen essentiële functies voor vleermuizen vastgesteld in dit onderzoeksgebied.

3.3

Onderzoeksgebied 3

Tijdens het eerste veldbezoek was het zeer rustig. Er zijn maximaal vier gewone dwergvleermuizen waargenomen die aan het foerageren waren of voorbijvlogen. Tijdens het tweede bezoek regelmatig een gewone dwergvleermuis aan het foerageren in het noordelijk deel van het onderzoeksgebied. Incidenteel is een foeragerende gewone dwergvleermuis waargenomen aan de zuidkant van het onderzoeksgebied. Er zijn vooralsnog geen essentiële functies voor vleermuizen vastgesteld in dit onderzoeksgebied.

3.4

Onderzoeksgebied 4

Tijdens het eerste veldbezoek is één foeragerende gewone dwergvleermuis en vijf passerende gewone dwergvleermuizen richting noord waargenomen. Tijdens het tweede veldbezoek is er geen activiteit van vleermuizen vastgesteld. Er zijn vooralsnog geen essentiële functies voor vleermuizen vastgesteld in dit onderzoeksgebied.

3.5

Onderzoeksgebied 5

Tijdens het eerste veldbezoek zijn maximaal vier foeragerende of passerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Tijdens het tweede bezoek is er slechts één gewone dwergvleermuis waargenomen die circa vijftien minuten aan het foerageren was. Er zijn vooralsnog geen essentiële functies voor vleermuizen vastgesteld in dit onderzoeksgebied.

3.6

Onderzoeksgebied 6

Tijdens het eerste bezoek is er geen activiteit van vleermuizen via de warmtebeeldcamera bij de gebouwen van Rijkswaterstaat vastgesteld. Wel is veel activiteit in de omliggende bosschage waargenomen. Gedurende het eerste uur liep het aantal foeragerende gewone dwergvleermuizen op tot meer dan tien individuen. Deze kwamen aanvliegen vanuit de woonwijk die ten oosten van het plangebied ligt, daarbij staken ze de weg ‘Laan der Verenigde Naties’ over. Tijdens het foerageren werd vooral de luwe zijde van de bomen gebruikt. In de uiterste noordelijke en zuidelijke punt van het onderzoeksgebied is geen foerageeractiviteit waargenomen.

5/7

Kenmerk

N001-1285173VSX-V02-pws-NL

Tijdens het tweede bezoek is er wederom foerageeractiviteit van gewone dwergvleermuizen vastgesteld rond de groenstructuur in dit deelgebied. De aantallen waren echter een stuk lager, namelijk maximaal twee individuen. Bij de gebouwen van Rijkswaterstaat is geen activiteit vastgesteld.

3.7

Onderzoeksgebied 7

Tijdens het eerste veldbezoek is bij het gebouw aan de Sportlaan 17 een mogelijke uitvliegende gewone dwergvleermuis gezien. Later was deze vleermuis ook territoriaal aanwezig, wat ook duidt op een mogelijke verblijfplaats in dit gebouw. Vanuit de woonwijk in het zuiden zijn circa tien tot vijftien gewone dwergvleermuizen gekomen die vervolgens gingen foerageren rond de groenstructuur aan de noordkant van het onderzoeksgebied. Bij deze groenstructuur is ook een ruige dwergvleermuis en laatvlieger foeragerend waargenomen. Tijdens het tweede veldbezoek is alleen gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis passerend waargenomen. Van gewone dwergvleermuis zijn slechts twee individuen waargenomen, van ruige dwergvleermuis betrof het één individu. Beide soorten maakten gebruik van de bomenrij aan de noordkant van het onderzoeksgebied.

3.8

Functiekaart

In figuur 3.1 is op kaart weergegeven waar belangrijke functies van vleermuizen (mogelijk) aanwezig zijn. Waarnemingen van losse individuen zijn niet op kaart weergegeven.

Figuur 3.1 Locaties waar (mogelijk) belangrijke functies van vleermuizen aanwezig zijn

6/7

Kenmerk

N001-1285173VSX-V02-pws-NL

4 Conclusie Het globale vleermuisonderzoek heeft uitgewezen dat in veel onderzoeksgebieden weinig activiteit van vleermuizen is vastgesteld. De functie die deelgebied 1, 2, 3, 4 en 5 heeft voor vleermuizen lijkt dan ook klein. Er zijn geen verblijfplaatsen, belangrijk foerageergebied en belangrijke vliegroutes aangetroffen. In deelgebied 6 en 7 is er wel belangrijk foerageergebied aangetroffen. Gelet op de weinige alternatieven in de omgeving kan dit gebied mogelijk als essentieel foerageergebied voor vleermuizen aangemerkt worden. Daarnaast is in het pand bij de Sportlaan 17 een mogelijke verblijfplaats van gewone dwergvleermuis aangetroffen. Dit onderzoek is niet uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het Vleermuisprotocol 2021. Dit globale onderzoek dient dan ook alleen om meer inzicht te krijgen in een vroeg stadium van planvorming. Wanneer ontwikkelingen plaatsvinden is altijd onderzoek nodig conform het Vleermuisprotocol 2021. Daaruit kan blijken dat meer functies aanwezig zijn dan nu gedacht wordt. Het volledige onderzoek conform het Vleermuisprotocol 2021 moet dan ook uitwijzen of werkzaamheden ontheffingsplichtig zijn en of maatregelen nodig zijn. Mogelijk dat beschermde functies van vleermuizen (belangrijk foerageergebied en de verblijfplaats) ingepast kunnen worden tijdens de planvorming.

Wanneer dit niet mogelijk is én de beschermde functies worden ook tijdens het vervolgonderzoek aangetoond is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig.

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/743/documents/29554