CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

240918 Reglement van Orde gemeenteraad en commissies Dordrecht.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 24 september 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 17: Vaststellen gewijzigd Reglement van Orde gemeenteraad en commissies Dordrecht - Raadsvoorstel10.809 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Paragraaf 4 Verslaglegging commissievergadering Artikel 58 Besluitenlijst en verslag 1. 2.

3.

Een commissiegriffier draagt zorg voor verslagen en besluitenlijsten van commissievergaderingen. Een besluitenlijst bevat in ieder geval: a. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; b. een beknopte samenvatting van het besprokene waaruit de essentie van het besprokene blijkt; c. het advies aan de raad met –indien de adviescommissie bespreking in de raad adviseert– vermelding van waar de bespreking zich op zal richten; d. de namen van de fracties voor zover zij mededeling hebben gedaan van hun goed- of afkeuring; Een verslag bevat in ieder geval: a. de namen van de commissievoorzitter, de commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders en de raadsleden en de commissieleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;

b. c.

4. 5.

een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; een woordelijke weergave van het gesprokene onder vermelding van de namen van de sprekers; Een verslag wordt, zodra deze gereed is, ter vaststelling aan de raad voorgelegd. Elektronisch beschikbare besluitenlijsten en verslagen worden op de website van de gemeenteraad geplaatst.

Artikel 59 Toepassing verordening op besloten commissievergaderingen Op besloten commissievergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 60 Verslag besloten commissievergadering Van besloten commissievergaderingen wordt een woordelijk verslag gemaakt. Nadere afspraken over de verslaglegging worden vastgelegd in het Protocol geheimhouding gemeenteraad Dordrecht.

Hoofdstuk 5 Toehoorders en pers Artikel 61 Toehoorders en pers 1. 2. 3.

4.

Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raads- en commissievergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. De voorzitter cq. commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.

Artikel 62 Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare raads- of commissievergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter cq. commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen Artikel 63 Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad cq. commissie op voorstel van de voorzitter cq. commissievoorzitter.

Artikel 64 Intrekken oude reglement en verordening Het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en commissies gemeente Dordrecht, zoals vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 30 maart 2022, wordt ingetrokken.

Artikel 65 Inwerkingtreding en citeertitel 1. 2.

Dit reglement treedt met onmiddellijke ingang in werking nadat deze is gepubliceerd op www.officielebekendmakingen.nl. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en commissies gemeente Dordrecht.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 24 september 2024.

De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

P.A.C.M. van der Velden

Bijlage 1 Wetsartikelen benoembaarheidsvereisten raadsleden Artikel 10 (Gemeentewet) 1. 2.

Voor het lidmaatschap van de raad is vereist dat men ingezetene van de gemeente is, de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en niet is uitgesloten van het kiesrecht. Zij die geen onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie zijn, dienen tevens te voldoen aan de vereisten dat: a. zij rechtmatig in Nederland verblijven op grond van artikel 8, onder a, b, c, d, e of l, van de Vreemdelingenwet 2000 of op grond van een verdrag tussen een internationale organisatie en de Staat der Nederlanden inzake de zetel van deze organisatie in Nederland, en b. zij onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop de gemeenteraad beslist over de toelating als lid tot de gemeenteraad gedurende een onafgebroken periode van ten minste vijf jaren ingezetene van Nederland waren en beschikten over een verblijfsrecht als bedoeld onder a, dan wel rechtmatig in Nederland verbleven op grond van artikel 3 of artikel 6 van de Wet toelating en uitzetting BES.

Artikel 11 (Gemeentewet) Ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats is niet benoembaar tot lid van de raad hij die na de laatstgehouden periodieke verkiezing van de leden van de raad wegens handelen in strijd met artikel 15 van het lidmaatschap van de raad is vervallen verklaard. Artikel 12 (Gemeentewet) 1. 2.

De leden van de raad maken openbaar welke andere functies dan het lidmaatschap van de raad zij vervullen. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging van een opgave van de in het eerste lid bedoelde functies op het gemeentehuis.

Artikel 13 (Gemeentewet) 1.

2.

Een lid van de raad is niet tevens: a. minister; b. staatssecretaris; c. lid van de Raad van State; d. lid van de Algemene Rekenkamer; e. Nationale ombudsman; f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman; g. commissaris van de Koning; h. gedeputeerde; i. secretaris van de provincie; j. griffier van de provincie; k. burgemeester; l. wethouder; m. lid van de rekenkamer; n. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid; o. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder l, kan een lid van de raad tevens wethouder zijn van de gemeente waar hij lid van de raad is gedurende het tijdvak dat:

a.

3.

aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de raad en eindigt op het tijdstip waarop de wethouders ingevolge artikel 42, eerste lid, aftreden, of b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de raad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de raad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot wethouder aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder o, kan een lid van de raad tevens zijn: a. ambtenaar van de burgerlijke stand; b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht; c. ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar onderwijs.

Artikel 15 (Gemeentewet) 1.

Een lid van de raad mag niet: a. als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur; b. als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur; c. als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van: i. 1e. overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d; ii. 2e. overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de gemeente; d.

rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende: i. 1e. het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente; ii. 2e. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente; iii. 3e. het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de gemeente; iv. 4e. het verhuren van roerende zaken aan de gemeente; v. 5e. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente; vi. 6e. het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; vii. 7e. het onderhands huren of pachten van de gemeente.

Bijlage 2 Wetsartikelen benoembaarheidsvereisten wethouders Artikel 36a (Gemeentewet) 1.

2.

3.

4.

Voor het wethouderschap gelden de vereisten voor het lidmaatschap van de raad, bedoeld in artikel 10, met dien verstande dat in artikel 10, tweede lid, onder b, voor «de dag waarop de gemeenteraad beslist over de toelating als lid tot de gemeenteraad» gelezen wordt: de dag waarop zij tot wethouder worden benoemd. Bij de benoeming is de beoogde wethouder in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet ouder is dan drie maanden. De raad kan voor de duur van een jaar ontheffing verlenen van het vereiste van ingezetenschap. De ontheffing kan in bijzondere gevallen, telkens met een periode van maximaal een jaar, worden verlengd. Dezelfde persoon kan niet in meer dan één gemeente wethouder zijn.

Artikel 36b (Gemeentewet) 1.

2.

Een wethouder is niet tevens: a. minister; b. staatssecretaris; c. lid van de Raad van State; d. lid van de Algemene Rekenkamer; e. Nationale ombudsman; f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman; g. commissaris van de Koning; h. gedeputeerde; i. secretaris van de provincie; j. griffier van de provincie; k. lid van de rekenkamer van de provincie waarin de gemeente waar hij wethouder is, is gelegen; l. lid van de raad van een gemeente; m. burgemeester; n. lid van de rekenkamer; o. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid; p. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt; q. ambtenaar, door of vanwege het Rijk of de provincie aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente; r. functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies dient. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder l, kan een wethouder tevens lid zijn van de raad van de gemeente waar hij wethouder is gedurende het tijdvak dat: a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de raad en eindigt op het tijdstip waarop de wethouders ingevolge artikel 42, eerste lid, aftreden, of b.

aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de raad

3.

onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de raad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot wethouder aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder p, kan een wethouder tevens zijn: a. ambtenaar van de burgerlijke stand; b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht; c. ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar onderwijs.

Artikel 41b (Gemeentewet) 1. 2. 3. 4.

Een wethouder vervult geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn wethouderschap. Een wethouder meldt zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan de raad. Een wethouder maakt zijn nevenfuncties openbaar. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op het gemeentehuis. Een wethouder die zijn ambt niet in deeltijd vervult, maakt tevens de inkomsten uit nevenfuncties openbaar. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op het gemeentehuis uiterlijk op 1 april na het kalenderjaar waarin de inkomsten zijn genoten.

Artikel 41c (Gemeentewet) 1. Artikel 15, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de wethouders.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/764/documents/34728