221121Beantwoording vragen n.a.v. beeldvormende commissie 221122 Entreegebouw Fietsenstalling v2.pdf
Tekst van het document
Vragen Groen Links d.d. 21 november 2022 naar aanleiding van Raadsvoorstel extra krediet Entreegebouw/Fietsenstalling De gestelde vragen zijn hieronder opgenomen en deze zijn aansluitend voorzien van een antwoord. Vraag 1: In het RV wordt aangegeven dat er bezuinigingen kunnen worden doorgevoerd waardoor het begrote tekort niet € 1,7 mln, maar 1,45 mln is. De scenariostudie suggereert echter dat met die € 1,45 mln toch het oorspronkelijke plan kan worden uitgevoerd. Waarop wordt er nu precies bezuinigd? En hoe kan desondanks het oorspronkelijke plan volledig worden uitgevoerd? Antwoord: Op hoofdlijnen wordt het oorspronkelijke plan uitgevoerd. Dit betekent onder andere dat het aantal fietsparkeerplaatsen, de vormgeving van het gebouw en het glazen dak met zonnepanelen ongewijzigd blijft. Er wordt bezuinigd op materiaalkeuze (met beperkt effect op verschijningsvorm en onderhoudskosten) en aantal andere ondergeschikte aanpassingen met betrekking tot uiterlijk.
Vraag 2: Is overwogen om het ontwerp op andere manieren aan te passen dan het weglaten van het dak? Zo nee, waarom niet? Zo ja, met welke uitkomst? Antwoord: Het uitgangspunt was de handhaving van het aantal fietsparkeerplaatsen. Dit heeft gevolgen voor oppervlakte van het gebouw en het aantal bouwlagen. Het dak is het enige onderdeel van de ontworpen constructie die daarmee eventueel zou kunnen vervallen.. Er was geen andere aanpassing mogelijk in het ontwerp die een grote bezuiniging tot gevolg heeft zonder gevolgen voor aantal fietsparkeerplaatsen. Vraag 3: Is bijvoorbeeld gekeken naar de aanpassingen die Natuurlijk Weizigt heeft gesuggereerd waardoor tevens de huidige calamiteitenroute zou kunnen worden gehandhaafd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat zouden in totaal de meer- of minderkosten daarvan kunnen zijn? Antwoord: De door Natuurlijk Weizigt voorgestelde aanpassing gaat uit van verkleining van het aantal fietsparkeerplaatsen of een extra verdieping. Dit is ongewenst vanwege het te overbruggen hoogteverschil voor fietsers. Daarmee is dit voor onze samenwerkingspartners ProRail en NS geen gewenste ontwikkeling. Het kost ook extra tijd omdat opnieuw ontworpen moet worden. Dit is niet verder uitgezocht.
Vraag 4: In het RV wordt aangegeven dat het denkbaar is dat door de verdere ontwikkelingen m.b.t. het station de gebruiksduur van de fietsenstalling op de nu beoogde locatie korter zal zijn dan gepland en dat Prorail dan verantwoordelijk is voor verplaatsing. Welke voorwaarden gelden daarbij? Anders gezegd: welke garanties zijn er dat de aantrekkelijkheid van fietsend naar en van het station gaan daardoor niet kleiner wordt? Antwoord: Onderdeel van het programma voor het nieuwe station is dat er ook voldoende fietsstallingsvoorzieningen van goede kwaliteit, lees overdekte stallingsplaatsen, moeten komen en blijven. De aantrekkelijkheid van de stallingsplaatsen voor fietsers zoals afstand tot station en kwaliteit van de voorziening, zullen in dit kader niet achteruitgaan. Aantrekkelijkheid voor fietsers moet minimaal gelijk blijven bij uitwerking nieuwe station.