CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

220923 473236 leefomgevingsfoto maasterras college.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 29 november 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 8: Raadsinformatiebrief over Startdocument Omgevingseffectrapportage Maasterras - Raadsinformatiebrief16.538 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Blad 29 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

Kijkend naar PM10 is in de referentiesituatie te zien dat de scores in het plangebied net boven de WHO-advieswaarde (15 μg/m3) zitten: tussen 15 en 18 μg/m3 (figuur 4.7). De concentratie ligt daarbij wel ruim onder de grenswaarde van 40 μg/m3. Fijn stof (PM2,5) De concentratie PM2,5 ligt in de referentiesituatie ook onder de wettelijke grenswaarde, maar boven de WHO-advieswaarde: 8 tot 9 μg/m3 (figuur 4.8).

Figuur 4.5 Jaargemiddelde concentratie PM10 (Bron: Atlas Leefomgeving)

Referentiesituatie Stikstofdioxide (NO2) Op verschillende punten in en om het plangebied is de concentratie van luchtverontreinigende stoffen in de referentiesituatie (2030 in dit geval) berekend. Kijkend naar de waarden van NO2 is te zien dat er overal aan de wettelijke grenswaarde voldaan wordt (figuur 4.6). De scores in het plangebied liggen tussen 19 en 30 μg/m3. Dat is overal hoger dan de WHO-advieswaarde van 10 μg/m3.

Figuur 4.6: Concentratie NO2 (referentiesituatie 2030)

Fijn stof (PM10)

Blad 30 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

4.4

Externe veiligheid en zelfredzaamheid

Algemeen Externe veiligheid gaat in op de kans en de bijbehorende effecten van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Hierbij kan het gaan om opgeslagen stoffen bij o.a. bedrijven en LPG-tankstations, maar ook stoffen die worden getransporteerd over de weg, het water, per spoor of door buisleidingen en luchthavens. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en voor transport het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).

Figuur 4.7: Concentratie PM10 (referentiesituatie 2030)

Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen de risicobronnen (zoals een weg waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd of een hogedruk aardgastransportleiding) en (beperkt) kwetsbare objecten, waar veel mensen gedurende enige tijd verblijven. Kwetsbare objecten zijn in ieder geval ziekenhuizen, verzorgingstehuizen, scholen en burgerwoningen (meer dan twee woningen/hectare). Ook kantoren groter dan 1.500 m2 en gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn vallen onder kwetsbare objecten. Beperkt kwetsbare objecten zijn nagenoeg alle niet kwetsbare objecten die bedoeld zijn voor menselijk verblijf, zoals kantoren kleiner dan 1.500 m2, gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn en woning (maximaal twee woning/hectare). Drie begrippen zijn relevant: het plaatsgebonden risico, het groepsrisico en zelfredzaamheid. Plaatsgebonden risico Het ‘Plaatsgebonden Risico’ (PR) wordt weergeven met een contour, die aangeeft tot waar het risico groter is dan 1 op een miljoen (10-6) per jaar om te komen te overlijden als een fictief persoon het hele jaar zich binnen deze contour bevindt. Binnen deze contour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn of mogelijk gemaakt worden.

Figuur 4.8: Concentratie PM2,5 (referentiesituatie 2030)

Groepsrisico Het ‘Groepsrisico’ (GR) wordt weergeven in een grafiek waarin de kans op een ongeval wordt afgezet tegen het potentieel aantal dodelijke slachtoffers. Voor het

Blad 31 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

berekenen van de hoogte van het groepsrisico wordt gekeken hoeveel mensen en op welke afstand tot de risicobron er aanwezig zijn binnen het invloedgebied van de risicobron. Het invloedgebied is een contour vanaf de risicobron, die aangeeft tot waar nog 1% van de mensen komt te overlijden bij een calamiteit. Voor het groepsrisico geldt geen harde normering, maar wel een oriëntatiewaarde.

Transportassen

Als bij externe veiligheid het groepsrisico verandert, is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan wanneer het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht, bijvoorbeeld door maatregelen die de zelfredzaamheid bij ongevallen met gevaarlijke stoffen kunnen bevorderen. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Het gewenste handelingsperspectief in geval van een calamiteit (schuilen en/of vluchten) is afhankelijk van het scenario. Huidige situatie Hieronder zijn de relevante risicobronnen benoemd en toegelicht. Eerst zijn de transportassen bekeken, vervolgens de risicovolle inrichtingen.

Figuur 4.9: Risicobronnen transportassen (bron: Signaleringskaart)

Spoorlijn 35 (Kijfhoek-zuid Dordrecht) De spoorlijn ligt ten noorden tegen het plangebied. Tabel 4.4 geeft de vervoersaantallen zoals deze opgenomen zijn in de Regeling basisnet. Tabel 4.4 Transportintensiteit over spoorlijn Kijfhoek aansl. Zuid – Dordrecht Stofcategorie A B2

Soort stof brandbaar gas Toxisch gas

B3 C3 D3 D4

Toxisch gas Zeer brandbare vloeistof Toxische vloeistof Zeer toxische vloeistof

Blad 32 van 56

Transportintensiteit (per jaar) 16.560 4.760 50 22.220 6.810 1.990

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

Plaatsgebonden risico en plasbrandaandachtsgebied Het risicoplafond van het vervoer van gevaarlijke stoffen over spoorlijnen is vastgelegd in de Regeling basisnet. De hierin vermelde maximale PR 10-6-contour (de basisnetafstand) voor de spoorlijn Kijfhoek aansluiting Zuid – Dordrecht ter hoogte van het plangebied bedraagt 18 meter, voor een deel van Maasterras geldt een contour van 31 meter. Het plaatsgebonden risico wordt gemeten vanaf het midden van de sporenbundel. Binnen de afstand zijn geen kwetsbare objecten toegestaan en beperkt kwetsbare objecten slechts na afweging van alle veiligheidsaspecten. Langs het spoor ligt een plasbrandaandachtsgebied (PAG) van 30 meter breed. Deze afstand wordt gemeten vanaf het buitenste spoor. Voor het bouwen van (beperkt) kwetsbare objecten in een PAG gelden aanvullende brandwerende bouwkundige maatregelen. Het groepsrisico De hoogte van het groepsrisico ten gevolge van het spoorvervoer door Dordrecht is een van de hoogste in Nederland, en bedraagt circa 11 maal de oriëntatiewaarde3. Spoorlijn naar het industrieterrein Van het doorgaande spoor takt een industriespoorlijn (Raccordement) af richting het industrieterrein ten zuiden van het plangebied. Deze spoorlijn loopt vervolgens onder het autoviaduct door, direct langs de oever van de Oude Maas naar het industrieterrein.

Over deze spoorlijn worden jaarlijks circa 400 wagons zeer brandbare vloeistoffen vervoerd. De spoorlijn heeft geen plaatsgebonden risicocontour en het groepsrisico is nihil. Er is geen plasbrandaandachtsgebied. Corridor Rotterdam-Duitsland Ten westen van het plangebied ligt een waterweg die deel uitmaakt van de Regeling basisnet (corridor Westerschelde-Rijn): de Oude Maas. Het plangebied 3

Het betreft hier een groepsrisicoberekening ter hoogte van het emplacement (vlak M1), uitgaande van de bestemmingsplancapaciteit.

valt binnen het invloedsgebied van de waterweg. Over de waterweg worden verschillende gevaarlijke stoffen getransporteerd. In tabel 4.5 zijn de vervoerseenheden van deze waterweg weergegeven. Tabel 4.5: Vervoerseenheden binnenvaartschepen corridor Rotterdam- Duitsland (bron: Regeling basisnet) Corridor Rotterdam-Duitsland (Oude Maas) Stofcategorie LF1 LF2 Binnenvaartschepen 9.882 13.958

LT1 146

LT2 0

GF2 0

GF3 2.135

GT3 196

Plaatsgebonden risico en vrijwaringszone Het risicoplafond van het vervoer van gevaarlijke stoffen over spoorlijnen is vastgelegd in de Regeling basisnet. De hierin vermelde maximale PR 10-6-contour (de basisnetafstand) voor de Oude Maas bedraagt nul meter. Bij waterwegen wordt een vrijwaringszone gehanteerd van 25 meter vanaf de oever waarin bouwwerken niet zondermeer zijn toegestaan. Het groepsrisico De hoogte van het groepsrisico in de bestaande situatie is niet berekend, maar uit de vuistregels van de Hart4 volgt dat dit onder de 10% van de oriëntatiewaarde ligt. A16 Het plangebied wordt deels doorsneden door de A16. Deze rijksweg is opgenomen in de Regeling basisnet. De doorsnijding van het plangebied vindt grotendeels verdiept plaats richting de Drechttunnel onder de Oude Maas. Plaatsgebonden risico en plasbrandaandachtsgebied De maximale PR 10-6-contour (de basisnetafstand) bedraagt 26 meter. De Regeling basisnet geeft voor de A16 een PAG van 30 meter breed5.

4

Handleiding risicoanalyse transport.

5

Ingevolge het gestelde in de Hart heeft de Drechttunnel zelf geen PAG.

Blad 33 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

Het groepsrisico Het groepsrisico wordt berekend op basis van het vervoerde aantal eenheden brandbaar gas. Echter, omdat sprake is van een C3-tunnel mag dit gas niet door de tunnel worden vervoerd, en is er een omleidingsroute via de N3 en A15 van toepassing. Dit betekent automatisch dat voor het plangebied geen groepsrisico berekend kan worden. Risicovolle inrichtingen In het plangebied zijn geen risicobedrijven aanwezig, rondom het plangebied wel. Het betreft: 1. Koninklijke Van der Wees Groep, direct ten zuiden van het plangebied; 2. Brenntag Nederland B.V., aan de westelijke oever van de Oude Maas; 3. Unimills, aan de westelijke oever van de Oude Maas; 4. Ashland Industries in Zwijndrecht.

Spoorlijn 30 meter 200 meter 300 meter De Oude 30 meter 200 meter 300 meter Maas De A16 30 meter 200 meter 300 meter * In de geconsolideerde versie van het Bkl van okt 2021 is nog geen gifwolkaandachtsgebied opgenomen, maar wordt waarschijnlijk wel aangepast. **Het betreft hier plasbrand én fakkelbrand. De oude wetgeving beschouwde alleen plasbrand. In de tunnel is ingevolge de Hart geen plasbrandgebied van toepassing. ***wetgeving wordt aangepast dat in tunnels geen explosieaandachtsgebied van toepassing is.

Het LPG-tankstation aan de Laan der Verenigde Naties is geamoveerd. Bij de bedrijven nummer 2, 3 en 4 speelt enkel het gifwolkscenario. Bedrijf 1, de Koninklijke Van der Wees Groep heeft opslagactiviteiten waarvan de plaatsgebonden risicocontour binnen de terreingrenzen blijft. Er is geen invloedsgebied bekend of berekend. De Omgevingswet Onder de Omgevingswet blijft het plaatsgebonden risico bestaan. Dit betekent dat de plaatsgebonden risicocontouren van spoorlijn 35 (18 meter) en de A16 (26 meter) van toepassing blijven. Aandachtsgebieden transportassen In de Omgevingswet worden er van rechtswege langs de rijksweg aandachtsgebieden opgesteld voor de drie scenario’s (brand, explosie, gifwolk) Tabel 4.6 De risicobronnen en hun aandachtsgebieden

Figuur 4.10 Aandachtsgebieden vanuit de Omgevingswet

Risicobron

Buiten de PR-contour geldt binnen een aandachtsgebied geen verbod voor het realiseren van zeer kwetsbare gebouwen of kwetsbare gebouwen. Wél moet een gemeente binnen een brand- en explosieaandachtsgebieden een

Aandachtsgebied Brandaandachtsgebied**

Explosieaandachtsgebied* Gifwolkaandachts** gebied*

Blad 34 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

voorschriftengebied vaststellen als het omgevingsplan geen zeer kwetsbare functies uitsluit. Voor de overige situaties kan een gemeente kiezen om dit te doen. Als een voorschriftengebied is aangewezen gelden verplicht aanvullende bouwkundige maatregen om te beschermen tegen de gevolgen van een incident. Aandachtsgebieden inrichtingen Vanuit de Omgevingswet krijgen bedrijven van rechtswege een aandachtsgebied. Uit de bekende informatie is te herleiden dat, in relatie tot het plangebied, enkel sprake kan zijn van een gifwolkaandachtsgebied.

4.5

Geluid

Beleid Wet geluidhinder Bij geluid wordt in de wetgeving (Wet geluidhinder en Activiteitenbesluit) onderscheid gemaakt in typen geluidbronnen: wegverkeerslawaai, spoorweglawaai, industrielawaai of geluid van inrichtingen. De wettelijke normen en grenswaarden verschillen per bron (zie tabel 4.7). Dit is ook logisch, geluidbeleving van passerende treinen of schepen is wezenlijk anders dan continu geluid van bijvoorbeeld koelinstallaties. De geluidbelasting in het plangebied is daarom per bron inzichtelijk gemaakt. Daarnaast is het ook van belang hoe deze bronnen cumulatief leiden tot een hogere geluidbelasting. Tabel 4.7 Geluidsnormen Bron

Voorkeursgrenswaarde

Spoorweg Industrie Wegverkeer (50 km/uur)6 Wegverkeer (snelweg)

55 dB 50 dB 48 dB 48 dB

Maximale ontheffingswaarde 68 dB 55 dB 63 dB 53 dB

Huidige situatie Hieronder is de huidige situatie als gevolg van de verschillende geluidbronnen weergegeven. Het deelgebied rond op- en afrit 21 van de A16 is niet meegenomen in het geluidonderzoek, hier zijn geen woningen voorzien.

Figuur 4.11: Risicobronnen inrichtingen (bron: Signaleringskaart)

Referentiesituatie Voor dit aspect is de referentiesituatie gelijk aan de huidige situatie.

Spoorweglawaai In figuur 4.12 is de huidige situatie met betrekking tot het spoorweglawaai te zien. Rondom het spoor ligt de geluidbelasting hoger dan de maximale ontheffingswaarde (rood). Dat is ook het geval op enkele plekken rondom de Weeskinderendijk en de Laan der VN. In het grootste deel van het gebied ligt de geluidbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale

6

De getoonde grenswaarden betreffen de geluidbelasting na aftrek conform artikel 110g van de Wet geluidhinder. De gepresenteerde resultaten houden geen rekening met deze aftrek.

Blad 35 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

ontheffingswaarde (geel). Slechts een klein deel van het gebied voldoet aan de voorkeursgrenswaarde (groen). De exacte kleurbepaling voor de verschillende geluidswaarden kan per kaart verschillen. Daarom is overal een legenda bijgevoegd.

Geluidbelasting gezoneerde industrieterrein Het plangebied is gelegen binnen de geluidzone van de industrieterreinen Groote Lindt en Zeehavens. Figuur 4.13 toont de geluidbelasting van deze industrieterreinen.

Figuur 4.12 Spoorweglawaai huidige situatie

Figuur 4.13 Geluidbelasting van het geluidgezoneerde industrieterrein Groote Lindt en Zeehavens

Blad 36 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

Bedrijvenlawaai van emplacement De geluidbelasting van het rangeerterrein ligt binnen een groot deel van het gebied onder de voorkeursgrenswaarde van 50 dB. Alleen in het noordoosten van het plangebied ligt de geluidbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde van 55 dB. Dit is op figuur 4.14 weergegeven. Alleen de geluidbelasting van het rangeerterrein is hier te zien – niet de geluidbelasting van de gezoneerde industrieterreinen aan de zuid- en westkant van het plangebied.

Figuur 4.14: Bedrijvenlawaai van emplacement huidige situatie

Wegverkeerslawaai De maximale ontheffingswaarde voor wegverkeerslawaai (63 dB bij wegen van 50 km/uur en 53 dB bij snelwegen) wordt in de huidige situatie op veel plekken overschreden. Er wordt op weinig plekken aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voldaan. Dat is te zien in figuur 4.15. Alleen in de donkergroene gebieden wordt aan de voorkeursgrenswaarde voldaan.

Figuur 4.15: Wegverkeerslawaai huidige situatie

Blad 37 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

Scheepvaartlawaai Vanuit de Wet geluidhinder en het Bouwbesluit 2012 zijn voor scheepvaartlawaai geen normen voorgeschreven. Vanuit provinciaal beleid worden hier dezelfde normen als voor industrie (55 dB) gehanteerd. De geluidbelasting door scheepvaartlawaai is in figuur 4.16 te zien. Het scheepvaartlawaai blijft in het grootste deel van het gebied onder 55 dB(A).

Cumulatieve geluidbelasting De cumulatieve geluidbelasting is alleen voor de referentiesituatie in beeld gebracht. Hierbij is rekening gehouden met de autonome groei van autoverkeer en scheepvaart. Referentiesituatie In deze Leefomgevingsfoto is voor wat betreft de referentiesituatie naar het wegverkeerslawaai (2032), het scheepvaartlawaai (2030) en de cumulatie van bronnen gekeken. Er is niet specifiek op het spoorweg- en het industrielawaai ingegaan, hiervoor is de referentiesituatie naar verwachting gelijk aan de huidige situatie. Wegverkeerslawaai Kijkend naar de referentiesituatie, verandert het wegverkeerslawaai niet in grote mate van de huidige situatie. Ook in de referentiesituatie is de geluidbelasting vooral rondom de A16 erg groot. Dit is in figuur 4.17 te zien.

Figuur 4.16: Scheepvaartlawaai huidige situatie

Blad 38 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

Figuur 4.17: Wegverkeerslawaai referentiesituatie (2032)

Scheepvaartlawaai In figuur 4.18 is het scheepvaartlawaai weergegeven. Ook hier treden weinig veranderingen op in de referentiesituatie.

Figuur 4.18: Scheepvaartlawaai referentiesituatie (2030)

Cumulatieve geluidbelasting De cumulatieve referentiesituatie is de referentiesituatie waarin de totale geluidhinder, van alle bronnen bij elkaar opgeteld, opgenomen is. Deze situatie is in figuur 4.19 te zien. Op enkele wegen komt het totale geluidsniveau op meer dan 75 dB uit. De cumulatieve geluidbelasting ligt het laagst rond de Weeskinderendijk. Hier komt het geluid niet boven 60 dB.

Blad 39 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

4.6

Bodem en explosieven

Algemeen Voor bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb). Hieruit geldt dat bij functiewijzigingen er bekeken moet worden of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie. Ook moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. Wet bodembescherming (Wbb) Het nationale bodembeleid is geregeld in de Wet bodembescherming. Het doel van de Wbb is om te voorkomen dat nieuwe gevallen van bodemverontreinigingen ontstaan. Voor bestaande bodemverontreinigingen is aangegeven in welke situaties (omvang en ernst van verontreiniging) en op welke termijn sanering moet plaatsvinden. Hierbij dient de bodemkwaliteit tenminste geschikt te worden gemaakt voor de functie die erop voorzien is, waarbij verspreiding van verontreiniging zoveel mogelijk wordt voorkomen. Het beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. Huidige situatie Bodemverontreiniging Omdat er een wijziging van het gebruik van het Maasterras voorzien is, is het van belang om na te gaan hoe het met de kwaliteit van de bodem is gesteld. De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid heeft een globale inschatting van de verontreinigingssituatie van de bodem gemaakt. Deze inschatting is gebaseerd op eerder uitgevoerde onderzoeken binnen het plangebied.

Figuur 4.19: Cumulatieve referentiesituatie

Samenvattend blijkt hieruit dat er binnen het plangebied verontreiniging aanwezig is. In de ontwikkelfase is dus bodemsanering nodig. In het westelijk deel van deelgebied M1 (huidig parkeerterrein) is mogelijk bodemverontreiniging aanwezig, waarvan sanering technisch en/of financieel niet uitvoerbaar is. In tabel 4.8 zijn conclusies op het niveau van de deelgebieden weergegeven. Vanwege de grote verschillen tussen en binnen de plots kan dit niet op een lager detailniveau.

Blad 40 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

Tabel 4.8: Deelconclusies bodeminventarisatie per ontwikkelveld Maasterras (in figuur 3.2 van de NRD zijn de ligging van de ontwikkelvelden weergegeven) Plot M1 M2 M3 M4

M5 M6 M7

M8

Conclusie Geheel gebied: 0 tot 2 m-mv en wellicht dieper sterk verontreinigd door zware metalen en PAK (immobiel). Plaatselijk wordt tot op relatief grote diepte verontreiniging verwacht. Deels licht, deels sterker verontreinigd. Het centrale deel (voormalig tankstation) hoeft waarschijnlijk niet gesaneerd te worden. Het noordelijk en zuidelijk deel waarschijnlijk wel. Verdeeld over dit deelgebied is er sprake van een licht tot zwaar verontreinigde bodem. Bodemsanering lijkt overal nodig. Het westelijk deel van dit deelgebied is sterk verontreinigd en moet gesaneerd worden bij ontwikkelingen. Het oostelijk deel kent maximaal lichte verontreinigingen. Bodemsanering is waarschijnlijk niet noodzakelijk. In dit gebied worden maximaal lichte verontreinigingen verwacht. Bodemsanering is hier waarschijnlijk niet noodzakelijk. De verontreinigingssituatie van de groenzones langs de A16 is onbekend. Bodemsanering is daar bij herontwikkeling dus mogelijk noodzakelijk. Op bedrijventerrein De Put is sprake van lichte verontreiniging, met plaatselijk een sterke, maar beperkte olieverontreiniging. Bodemsanering is bij herontwikkeling beperkt noodzakelijk. Bij de groenzone is bodemsanering waarschijnlijk niet nodig. In het noordelijk deel is sprake van maximaal lichte verontreinigingen. Bodemsanering is hier waarschijnlijk niet nodig.

Het centrale en zuidelijke gedeelte is sterker verontreinigd. Bodemsanering is hier nodig. In het zuidelijk gedeelte is aanvullend onderzoek nodig in de ontwikkelingsfase.

Ondergrondse infrastructuur De ruimte in de ondergrond wordt steeds meer benut voor diverse functies. Onder de grond liggen er belangen die niet moeten worden vergeten, zoals de 1400 mm leiding van het waterschap en twee kokers van 2 x 3 meter van de gemeente. Bij de verdere uitwerking van de plannen moet er aandacht zijn voor de ondergrondse infrastructuur om deze belangen in te passen. Dit aspect speelt geen rol in de beoordeling van de stedenbouwkundige opzet van Maasterras.

Niet-gesprongen explosieven Binnen het plangebied bevinden zich twee risicogebieden voor explosieven: Laan der Verenigde Naties 55-67, omdat daar een loopgraaf aanwezig is geweest en Laan der Verenigde Naties 1, vanwege de aanwezigheid van een stelling. Referentiesituatie Voor dit aspect zijn geen relevante ontwikkelingen in de toekomst te verwachten. De referentiesituatie is gelijk aan de huidige situatie.

4.7

Trillingen

Algemeen Trillingen kunnen op veel verschillende manieren ontstaan. Dit kan door activiteiten van mensen maar ook door natuur (storm of aardbeving). Ook door bepaalde industrie, of door beweging over het spoor of de weg kunnen trillingen ontstaan. Trillingen kunnen als hinderlijk worden ervaren door het veroorzaken van laagfrequente trillingen in de bodem. In Nederland bestaat echter geen wetgeving voor het voorkomen van hinder of zelfs schade door trillingen. Wel zijn er richtlijnen vanuit Stichting Bouwresearch (SBR) (tabel 4.9). De streefwaarden worden uitgedrukt als A1, A2 en A3. Trillingen in gevoelige bestemmingen zijn acceptabel als is voldaan aan één van deze voorwaarden:  De waarde van de maximale trillingsterkte in een ruimte (Vmax) is kleiner dan A1.  De waarde van de maximale trillingsterkte in een ruimte (Vmax) is kleiner dan A2, waarbij de trillingsterkte over de beoordelingsperiode voor deze ruimte (Vper) kleiner is dan A3.

Blad 41 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

Tabel 4.9: Gehanteerde streefwaarden trillingen (bron: SBR)

In tabel 4.10 zijn de waarderingen van de trillingen volgens de SBR uiteengezet. Hieraan worden geen harde conclusies verbonden. Tabel 4.10: Hinderkwalificatie trillingen (bron: SBR) Figuur 4.20 Buffer van 100 meter langs het spoor (inclusief spooremplacement)

Referentiesituatie Voor dit aspect zijn geen relevante ontwikkelingen in de toekomst te verwachten. De referentiesituatie is gelijk aan de huidige situatie.

Huidige situatie De voornaamste bronnen voor trillinghinder zijn spoor, wegen met veel (zwaar) vrachtverkeer en industrie. Voor het plangebied is het spoor de enige relevante bron. Deze trillingen bewegen zich door de bodem. Trillingen nemen af als de afstand tot de bron groter wordt. Voor spoor wordt doorgaans een zone van 100 meter aangehouden. Binnen deze zone is trillinghinder niet uit te sluiten.

Blad 42 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

5

Vestigingsklimaat

5.1

Bedrijvigheid en kantoren

Huidige situatie Om een beeld van de huidige bedrijvigheid te vormen, is het aantal banen in het plangebied per sector uiteengezet. Hierbij is naar drie buurten gekeken: Weeskinderendijk/Dokweg, Handelskade / ’s Gravendeelsedijk) en Voltastraat e.o.- de Put. In tabel 5.1 zijn deze gegevens getoond.

Te zien is dat het aantal financiële banen en banen in de zakelijke dienstverlening in de buurt van de Handelskade hoog is. Dat komt door de huidige kantoorfunctie van het gebied. Ook werken er veel mensen in de sector groothandel, detailhandel en reparatie – vooral aan de Handelskade/’s Gravendeelsedijk. In het gebied bevinden zich namelijk verschillende autodealers en in de Put is een bouwmarkt gelegen. In de buurt van de Weeskinderendijk/Dokweg zijn een casino en een evenementencentrum gevestigd. Referentiesituatie Voor dit aspect is de huidige situatie gelijk aan de referentiesituatie.

Tabel 5.1: Aantal banen (bron: Bedrijven en Instellingen Register, 2021)

Blad 43 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

6

Klimaatbestendigheid

6.1

Waterveiligheid

Huidige situatie Maaiveld De maaiveldhoogte is bepaald op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3). De hoogtekaart is weergegeven in figuur 6.1. In het zuidelijk deel van het plangebied ligt het maaiveld tussen 1 m -NAP en 1,5 m +NAP. Het noordelijk deel van het plangebied ligt tussen 2 m +NAP en 5 m +NAP.

Waterkering Een groot deel van Nederland ligt onder de zeespiegel en is daardoor kwetsbaar voor overstromingen. Waterkeringen, zoals dijken, duinen en dammen, beschermen circa 60% van het land tegen overstromingen vanuit zee en rivieren. Een primaire waterkering beschermt tegen het buitenwater, afkomstig van de zee en de grote meren en rivieren. Door het plangebied van het Maasterras loopt de primaire waterkering over de Weeskinderendijk en ten zuiden van de A16 over de kade. Figuur 6.2 toont de ligging van de kering en de bijbehorende beschermingszone. In de beschermingszone gelden bepaalde voorschriften of beperkingen ter bescherming van de kering. De primaire waterkering ligt tussen de binnen- en de buitenkant van beschermingszone A ingeklemd. Aan de zijde van de Oude Maas is de bredere beschermingszone B gelegen.

Figuur 6.1 Maaiveldhoogte (bron: AHN3)

Figuur 6.2 Kering in en rond het plangebied en de bijbehorende beschermingszones

Blad 44 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

Overstromingsrisico De waterkeringen en ingrepen om rivieren de ruimte te geven, zorgen ervoor dat de kans op een overstroming klein is. Maar het kán een keer misgaan. In dat geval overstroomt er een gebied, ontstaat schade en vallen mogelijk slachtoffers. De waterschappen en Rijkswaterstaat zijn verantwoordelijk voor de staat van de dijken; de problematiek ten tijde van een overstroming wordt in principe opgepakt vanuit de Veiligheidsregio. Overstromingsrisico’s zijn in het Maasterras niet uit te sluiten. Figuur 6.3 toont de overstromingsdiepte bij een kleine kans (1:1.000 jaar).

De gemeente Dordrecht heeft op basis van simulaties geconcludeerd dat een snelle evacuatie uit het gebied in het geval van overstromingsgevaar niet haalbaar is. In geval van crisis streeft de gemeente naar een ‘verticale evacuatie’. Dit betekent dat er voldoende mogelijkheid moet zijn om naar een hogere, droogblijvende verdieping te evacueren. Vanuit het beleid van de provincie Zuid-Holland geldt dat 60% tot 80% van nieuwe bebouwing (binnendijks) een droge verdieping beschikbaar moet hebben7. Referentiesituatie Klimaatverandering leidt tot zeespiegelstijging en hevige neerslag. Beide fenomenen leiden tot toename van het overstromingsrisico. In de figuren bij de huidige situatie zijn toekomstscenario’s geschetst die eens in de zoveel jaar op kunnen treden. Dit vormt daarmee de referentiesituatie voor Maasterras.

6.2

Wateroverlast

Huidige situatie Bodemopbouw Figuur 6.5 toont de bodemopbouw in het plangebied. De bovenste 15 meter van de bodem bestaat uit een Holocene deklaag (HLc). Voor de Holocene deklaag zijn in REGIS geen parameterwaarden (weerstand, doorlatendheid en doorlatend vermogen) aanwezig.

Figuur 6.3 Overstromingsdiepte bij een kleine kans van 1:1.000 jaar (bron: Klimaateffectatlas.nl)

7

Klimaateffectatlas Zuid-Holland: pzh.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=64c6ea0ab8944935afe44ea93d9739de

Het eerste watervoerende pakket (WVP18) bestaat uit midden- en grove zand van de formatie van Kreftenheye (KRz) en heeft een dikte van ca. 8 meter. Daaronder bevindt zich een slecht doorlatende kleilaag. Volgens het REGIS II-model wordt de horizontale doorlatendheid (kh) geschat tussen 50 en 100 m/d. De kleiafzettingen van de formatie van Waalre (WAk) met een weerstand van 100 - 500 dagen in het projectgebied vormen de onderbegrenzing van WVP1.

8

Een bodemlaag die water doorvoert en die aan boven- en onderzijde wordt begrensd door een ondoorlatende laag of vrije waterspiegel.

Blad 45 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

Het peilgebied D25.004 ‘19e Eeuwse Schil / Beverwijcksplein’ ligt ten noorden van het spoor. Het vaste peil binnen het plangebied is vastgesteld op 0,2 m-NAP (binnendijks).

Figuur 6.4 Doorsnede van de bodemopbouw in het plangebied van Maasterras van noord naar zuid (bron: DINOloket)

Grondwater Uit peilbuisgegevens van het DINOloket en de gemeente blijkt dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand in het plangebied grofweg rond 1 meter onder maaiveld ligt. In het zuidelijk deel van het plangebied ligt het grondwater op sommige plekken nog iets hoger. Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied of (beschermingsgebied van) een waterwingebied. Oppervlaktewater Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. In en om het plangebied zijn op een aantal plaatsen primaire watergangen aanwezig (figuur 6.6). De gele en de blauwe lijnen zijn watergangen, op basis van de legger van het Waterschap Hollandse Delta. Bij veel watergangen is er voor delen sprake van verduikering. Daarom zijn niet alle watergangen die op figuur 6.6 zichtbaar. Voor het binnendijks gebied is door het waterschap een peilbesluit vastgesteld. Het binnendijkse peilgebied valt onder twee peilgebieden:  D25.001 ‘Wielwijk en Crabbehof’, vast peilbeheer 1,5 m-NAP;  D25.002 ‘Oud- en Nieuw Krispijn’, vast peilbeheer 1,3 m-NAP.

Figuur 6.5 Primaire watergangen in en rond het plangebied

Wateroverlast Figuur 6.6 geeft inzicht in de waterdiepte bij extreme neerslag. Het is een indicatieve kaart gemaakt met Tygron computersimulaties op basis van een hoeveelheid neerslag van 70 mm in twee uur. De donkerblauwe plekken geven aan waar water op straat kan blijven staan en wateroverlast op kan treden. Dat is vooral het geval rond bebouwing.

Blad 46 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

Figuur 6.6 Maximale waterdiepte bij extreme neerslag (bij neerslag 70 mm in twee uur) (bron: Klimaateffectatlas).

Kwel en infiltratie In figuur 6.7 is te zien dat kwel optreedt in de omgeving van het plangebied. Binnen het plangebied vindt vooral infiltratie plaats. Echter, gezien de relatief hoge grondwaterstanden en de aanwezigheid van een slecht doorlatende kleilaag leent het binnendijkse deel van het plangebied zich niet voor grote hoeveelheden infiltratie.

Figuur 6.7 Kwel en infiltratie (bron: Klimaateffectatlas)

Waterkwaliteit Voor de waterkwaliteit in het gebied is geen gebiedsdekkend beeld beschikbaar. Uit onderzoeken naar verontreinigingen rond het spooremplacement blijkt dat op die locatie en richting had zuiden lichte verontreinigingen aanwezig kunnen zijn. Referentiesituatie Door klimaatverandering neemt de frequentie en intensiteit van hevige regenval toe. In figuur 6.6 wordt reeds gewerkt met toekomstscenario’s voor hevige regenval. De verwachting is dat deze gebeurtenissen in de toekomst vaker optreden.

Blad 47 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

6.3

Hittestress

Algemeen Bij hittestress, ook wel warmtestress genoemd, kan je lichaam de warmte moeilijk kwijt. Hittestress kan verschillende gezondheidsproblemen veroorzaken, zoals overmatig zweten, uitdroging, vermoeidheid, concentratieproblemen en hoofdpijn. Het verschijnsel treedt op wanneer er in toenemende mate warme nachten zijn (hittegolven) waardoor de hitte niet verdreven wordt. In Nederland stijgt tijdens hittegolven de sterfte met 12% (ongeveer 40 doden per dag extra) (bron: Factsheet Climate Proof Cites, TNO). Hittestress ontstaat wanneer warmte niet kan ontsnappen. In steden met veel verhard oppervlakte, in combinatie met weinig bomen en open water, kan de warmte niet goed ontsnappen en kan de temperatuur dus enkele graden hoger zijn dan buiten de stad. Dit wordt het hitte-eiland effect genoemd. Het stedelijk hitte-eiland effect is het sterkst 's nachts. Het zorgt ervoor dat de luchttemperatuur 's nachts minder daalt waardoor bijvoorbeeld gevoelige bevolkingsgroepen (baby's, kinderen, ouderen) gezondheidseffecten ondervinden. Huidige situatie Het gebied van het Maasterras is sterk versteend, maar bevat ook enkele groene clusters. Figuur 6.8 geeft inzicht in het stedelijk hitte-eiland effect in en om het gebied. De versteende gebieden hebben te maken met een stedelijk hitteeilandeffect (hittestress) tot ongeveer 1,8 graden Celsius.

In de groene clusters blijft de mate van hittestress beperkt tot een verhoging van ongeveer 1 graad Celsius.

Figuur 6.8: Stedelijk hitte-eiland effect (bron: Klimaateffectatlas)

Referentiesituatie De temperatuur op aarde stijgt. Dat betekent ook dat het gemiddeld aantal tropische dagen in Nederland de afgelopen jaren fors is toegenomen. Het is de verwachting dat deze stijging de komende decennia doorzet. Autonoom stijgt de temperatuur in Dordrecht, en binnen het Maasterras dus ook. Met name binnen sterk stedelijke en versteende gebieden is dit effect groot. De kans op hittestress neemt hierdoor toe.

Blad 48 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

7

Duurzaamheid

7.1

Duurzame energie

Beleid Europese Green Deal De Europese Green Deal richt zich op het terugbrengen van de CO2-uitstoot met 55% in 2030 ten opzichte van 1990. In 2050 moet Europa het eerste klimaatneutrale continent worden. Deze doelstelling is vastgelegd in de EUklimaatwet. Landelijke klimaatwet en klimaatakkoord De klimaatwet biedt het wettelijk kader voor het nationale Klimaatakkoord, een overeenkomst tussen overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties (2019). In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% zijn gereduceerd ten opzichte van 1990. In het Klimaatakkoord heeft Nederland zich gecommitteerd aan een reductie van de CO2-uitstoot van 49% in 2030 in vergelijking met 1990. In 2030 moeten er vanuit het Klimaatakkoord 1,5 miljoen huizen aardgasvrij zijn. In 2050 zullen dat er bijna 7 miljoen moeten zijn. BENG-norm Alle nieuwbouw moet voldoen aan de landelijke eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). De BENG-eisen verschillen per gebouwtypen. Regionale Energiestrategie Drechtsteden In de Regionale Energiestrategie Drechtsteden (RES) is een voorzet gegeven voor de potentiële bronnen en locaties om in 2030 0,37 TWh aan duurzame elektriciteit binnen de regio op te wekken.

Ten zuiden van Dordrecht aan de westkant van de A16, op circa 4 km afstand van Maasterras, is een uitwerkingsgebied aangeduid dat geschikt kan zijn voor grootschalig opwekking van zonne- of windenergie. De regio wil minstens 12.000, maar liever nog 25.000 woningequivalenten (bestaande woningen en bedrijven) in de Drechtsteden aardgasvrij maken en op duurzame warmtebronnen aansluiten. Dit is bovenop de 7.500 woningequivalenten die nu al aardgasvrij zijn en aangesloten zijn op een warmtenet.

Transitievisie Warmte Dordrecht (2021) De Transitievisie Warmte 2021 beschrijft per buurt de route naar aardgasvrije woningen en gebouwen. Voor Maasterras is de aanbevolen warmteoptie allelectric of aansluiting op het warmtenet. Hierbij zal de transitie naar duurzame warmtelevering de fasering van de gebiedsontwikkeling volgen. Integrale Laadvisie Gemeente Dordrecht (2021) Hierin is de strategie van de gemeente Dordrecht opgenomen om tijdig een toegankelijke, betaalbare, betrouwbare en veilige laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen te realiseren. Er is een sterke groei in het aantal publieke laadpunten nodig, om aan de behoefte van 2030 te voldoen. Stroom hiervoor moet groen opgewekt zijn. Huidige situatie Energiegebruik In de huidige situatie wordt het energiegebruik (elektriciteit en aardgas) binnen het Maasterras bepaald door bedrijven, kantoren en voorzieningen, alsmede de woningen in het gebied. De huidige bebouwing is aangesloten op het aardgasnet. Een groot deel van het auto- en vrachtverkeer rijdt op fossiele brandstoffen. Verspreid door het gebied zijn laadpalen voor elektrische auto’s beschikbaar. In de hoek van de Weeskinderendijk Boven en Hugo de Grootlaan is een busstation voor het opladen van elektrische bussen gevestigd. Duurzame energiebronnen In de huidige situatie wordt lokaal via zonnepanelen op gebouwen elektriciteit opgewekt binnen het plangebied.

Slechts een zeer klein deel van het dakoppervlak is nu benut voor zonnepanelen (circa vijf gebouwen). In elk geval zijn op het dak van de Regionale Verkeerscentrale aan de Nieuwe Maas zonnepanelen zichtbaar. Referentiesituatie Voor dit aspect is de referentiesituatie gelijk aan de huidige situatie.

Blad 49 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

7.2

Circulariteit

Circulariteit of een kringloop/circulaire economie is een economisch en industrieel systeem waarin geen eindige grondstofvoorraden worden uitgeput en waarin reststoffen volledig opnieuw worden ingezet in het systeem. Beleid Circulair Nederland en Grondstoffenakkoord In het Circulair Nederland en Grondstoffenakkoord is vastgesteld dat de Nederlandse economie in 2030 voor 50% op hergebruikt materiaal draait, in 2050 moet dit 100% zijn.

Huidige situatie Hergebruik materialen In de huidige bebouwing is nog geen rekening gehouden met circulair bouwen. Wel kunnen gebruikte materialen in de toekomst mogelijk hergebruikt worden. Afval Figuur 7.1 laat zien dat de Dordtenaar iets meer kg per jaar aan huishoudelijk afval produceert dan de gemiddelde Nederlander. Het aantal kg afval is in 2019-2020 gestegen. Dit komt waarschijnlijk door de Coronacrisis waarbij veel mensen thuis verbleven.

Milieuprestatie Gebouw (MPG) Voor nieuwbouwwoningen en kantoren (groter dan 100 m2) geldt sinds 2018 een maximale Milieu Prestatie Gebouwen (MPG). Hiermee wordt een score gegeven aan de milieudruk van het toegepaste materiaal in een gebouw. Project Dordrecht Circulair Het project Dordrecht Circulair biedt richting en handvatten om de circulaire economie te stimuleren. Een factsheet, met daarin weergegeven de energie- en bouwvolumes voor het bouwen van woningen en utiliteitsbouw per jaar, laat zien dat er naast beton grote andere volumes grondstoffen in Dordrecht vrijkomen. Denk aan steen, hout- en metaalstromen. De gemeente daagt het bedrijfsleven en andere organisaties uit om na te denken over circulaire verdienmodellen en ketens voor deze en andere grondstoffenstromen. De gemeente denkt hier graag aan mee en faciliteert deze transitie naar een circulaire economie. De gemeente zet zich in voor een regionale aanpak voor de transitie naar een circulaire economie. Bij bouwprojecten zet Dordrecht in op de volgende principes: reduceren van milieu-impact (door hergebruik, biobased oplossingen etc.); flexibel en losmaakbaar bouwen (eenvoudige aanpassing functie en indeling en uit elkaar te halen zonder materiaalverlies); registratie van materialen/grondstoffen via een materialenpaspoort.

Figuur 7.1: Huishoudelijk afval Dordrecht vs. Nederland (aantal kg per jaar per inwoner)

Binnen Dordrecht wordt huishoudelijk afval gescheiden ingezameld. Het grove afval kunnen huishoudens naar het afvalbrengstation brengen of door HVC betaald aan huis laten ophalen. Referentiesituatie Voor dit aspect zijn geen relevante ontwikkelingen in de toekomst te verwachten. De referentiesituatie is gelijk aan de huidige situatie.

Blad 50 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

8

Biodiversiteit

gevolgen heeft en er daardoor geen sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken van enig Natura 2000-gebied, kan het project doorgaan.

8.1

Beschermde natuurgebieden

Natuurnetwerk Nederland Naast bescherming vanuit de Wnb zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, Provinciaal ruimtelijke verordening, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. Binnen de NNN kan uitwisseling van soorten plaatsvinden en wordt de instandhouding van de biodiversiteit ondersteund. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als deze ontwikkelingen de wezenlijke kenmerken of waarden van het NNN aantasten. Voor wat betreft NNN is er alleen bij directe aantasting sprake van vervolgstappen, waaronder compensatie (er is dus geen sprake van externe werking).

Beleid Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. In de Wnb zijn bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt. Met betrekking tot het aspect stikstof in relatie tot de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden heeft de laatste jaren een aantal ontwikkelingen plaatsgevonden zoals:  vernietiging van de PAS;  in werking treden van de Spoedwet Aanpak Stikstof;  het Verkeersbesluit (december 2019) omtrent snelheidsbeperkende maatregelen;  opstarten van een stikstofregistratiesysteem (SRSS). Momenteel wordt beleid uitgedacht om de stikstofdepositie van de landbouw en andere sectoren te verminderen. Natura 2000-gebieden Natura 2000-gebieden zijn Europees beschermde gebieden. Per gebied zijn hiervoor specifieke instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd. De begrenzing van de Natura 2000-gebieden en de instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden zijn vastgelegd in de (ontwerp-) aanwijzingsbesluiten voor de betreffende gebieden. Bij plannen of projecten dient te worden onderzocht of de ontwikkeling significante gevolge kan hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van het betreffende Natura 2000-gebied. Indien dit het geval is dient een passende beoordeling opgesteld te worden.

Wanneer uit de passende beoordeling alsnog de zekerheid wordt verkregen dat de activiteit geen significante

Belangrijke weidevogelgebieden De belangrijke weidevogelgebieden zijn verspreid over de provincie Zuid-Holland gelegen. Weidevogelgebieden, gelegen buiten de NNN, zijn aangewezen vanwege de specifieke maatschappelijke verantwoordelijkheid voor deze karakteristieke en kwetsbare vogels, die mede de kwaliteit van het Zuid-Hollandse (veen)weidelandschap bepalen (Omgevingsverordening Zuid-Holland 2019). Beschermde houtopstanden In hoofdstuk 4 van de Wnb is de bescherming van houtopstanden opgenomen. In het bestemmingsplan is opgenomen dat het zonder vergunning verboden is om houtopstanden te rooien waarbij stobben worden verwijderd. Ook zijn er algemene regels opgenomen omtrent het vellen van houtopstanden. Huidige situatie Natura 2000-gebieden Het Maasterras is enkele kilometers verwijderd van verschillende Natura 2000gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Biesbosch, op ongeveer 5,5 kilometer van het Maasterras. De Biesbosch is aangeduid als nationaal park. Alle Natura 2000-gebieden binnen tien kilometer van het Maasterras zijn weergegeven op figuur 8.1.

Blad 51 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

gerekend. De Oude Maas wordt namelijk aangeduid als ‘NNN Grote Wateren en Noordzee’. Weidevogelgebieden Figuur 8.2 toont ook een belangrijk weidevogelgebied: het gebied tussen Papendrecht en Oud-Alblas. Dit weidevogelgebied bevindt zich op ongeveer vijf kilometer van het Maasterras.

Figuur 8.1: Natura 2000-gebieden om het Maasterras

Natuurnetwerk Nederland Op figuur 8.2 is te zien dat er verschillende gebieden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) rond het Maasterras gelegen zijn. Het dichtstbijzijnde NNNgebied is de groene omgeving rondom de Amstelwijckweg. Dat gebied bevindt zich op ruim één kilometer afstand van het zuiden van het plangebied van het Maasterras. Op ongeveer twee kilometer afstand zijn verschillende NNN-gebieden gelegen. De Oude Maas, waar het gebied aan grenst, wordt ook tot het NNN

Figuur 8.2: Natuurnetwerk Nederland en belangrijk weidevogelgebied

Blad 52 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

Referentiesituatie Voor dit aspect is de referentiesituatie gelijk aan de huidige situatie.

8.2

Tabel 8.1: Beschermde soorten die op basis van verspreidingsgegevens en habitat mogelijk in (de omgeving van) het plangebied voorkomen (bron: Quickscan Maasterras Dordrecht, Toetsing aan Wnb. TAUW, 2022)

Soorten

Onder de Wnb zijn diverse planten- en diersoorten specifiek beschermd en voor alle soorten geldt dat negatieve effecten zoveel mogelijk voorkomen moeten worden. Vanwege het mogelijk voorkomen van (beschermde) flora en fauna in en nabij het plangebied is een toetsing van eventuele effecten op beschermde soorten noodzakelijk. Huidige situatie Beschermde soorten In de Quickscan Maasterras Dordrecht toetst TAUW de beoogde ontwikkeling van het Maasterras aan de Wnb. De beschermde soorten die mogelijk voorkomen zijn in tabel 8.1 uiteengezet.

In de quickscan zijn diverse kaarten opgenomen waar mogelijk de beschermde soorten kunnen voorkomen. Tabel 8.2 geeft een overzicht van de benodigde vervolgonderzoeken per ontwikkelveld voor deze beschermde soorten.

Blad 53 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

Tabel 8.2 Overzicht welk vervolgonderzoek nodig is per bouwfase en ontwikkelveld. Deze aanname kan nog wijzigen. (bron: Quickscan Maasterras Dordrecht, Toetsing aan Wnb. TAUW, 2022)

hand van leefgebieden is een eerste belangrijke stap om biodiversiteit goed te monitoren. Voor het OER voor Maasterras wordt hiervoor een nulmeting van de huidige situatie opgesteld. Handboek Natuurinclusief Bouwen Met het Handboek Natuurinclusief Bouwen legt Dordrecht de fundering voor een gezonde en duurzame omgeving voor de biodiversiteit in de stad. Dit Handboek borduurt voort op het Handboek KOR. Hierin is voor biodiversiteit het volgende opgenomen: Gebouwde voorzieningen/constructies in de openbare ruimte dragen daar waar mogelijk bij aan het vergroten van biodiversiteit. Referentiesituatie Voor dit aspect zijn geen relevante ontwikkelingen in de toekomst te verwachten. De referentiesituatie is gelijk aan de huidige situatie.

8.3

Groenblauwe structuur

Beleid Dordrecht heeft een Boomstructuurplan en een Bomenlijst voor het behoud van waardevolle en monumentale bomen. Daarnaast werkt de gemeente aan een Dordts Bomenprogramma, waarin het onderhoud van bomen wordt beschreven. Dordrecht is in 2019, als eerste stad in Nederland, erkend als ‘Wereldbomenstad’ (Tree Cities of the World). De boomstructuur langs de Dokweg en de Laan der Verenigde Naties wordt tot de hoofdgroenstructuur van Dordrecht gerekend. In het Groenblauwprogramma uit 2021 is gesteld dat het doel is om te voorzien in: een aantrekkelijke, klimaatbestendige, biodiverse stad, die jong en oud stimuleert om naar buiten te gaan en hier in een gezonde omgeving te spelen, bewegen en genieten, waarbij Dordtenaren betrokken zijn. Overige soorten Naast de beschermde soorten is er in de gemeente Dordrecht ook aandacht voor overige soorten. De gemeente heeft de ambitie om biodiversiteit in de stad te versterken. Het in beeld brengen van de huidige situatie voor biodiversiteit aan de

Huidige situatie Figuur 8.3 geeft een beeld van het groengehalte in en om het gebied. In het plangebied zijn op diverse plekken opgaande begroeiingen aanwezig. Dwars door het plangebied loopt de snelweg A16. Deze weg ligt deels ondergronds en grotendeels bovengronds. De westgrens wordt gedeeltelijk gevormd door de oever

Blad 54 van 56

Leefomgevingsfoto Maasterras Dordrecht Omgevingseffectrapportage projectnummer 0473236.100 23 september 2022 Gemeente Dordrecht

en kade van de Oude Maas. Tussen de bedrijvigheid in De Put en de infrastructuur van de A16 en de Laan der Verenigde Naties is een grote poel aanwezig, die omgeven is met enige rietvegetatie. Tussen de bebouwing van het plangebied zijn, vergeleken met de omgeving, relatief groene clusters aanwezig. Op de visiekaart van het Groenblauwprogramma zijn de Weeskinderendijk en de Laan der VN opgenomen als groenblauwe structuur. Deze wegen zijn nog niet (her)ingericht conform de ambities van het groenblauwplan.

en waterpartijen een waarde hebben voor de biodiversiteit in Dordrecht, omdat het voornamelijk plekken betreft met inheemse beplanting en de structuren al enigszins ontwikkeld zijn. In Figuur 8.4 is globaal aangegeven om welke waardevolle elementen het gaat.

Figuur 8.4: Waardevolle elementen voor biodiversiteit (bron: Quickscan Maasterras Dordrecht, Toetsing aan Wnb. TAUW, 2022)

Figuur 8.3: Groenkaart (bron: Atlas Leefomgeving)

In het kader van het OER wordt een nulmeting van de groenblauwe elementen in het plangebied uitgevoerd en de waarde van deze groenblauwe elementen nader ingeschat. Groenblauwe elementen hebben te maken met natuur en water en zijn waardevol voor de biodiversiteit.

Het plangebied bevat op delen natuurlijke waardes. Die natuurlijke waardes betreffen voornamelijk opgaande begroeiingen met een wat groter oppervlak en plekken waar water aanwezig is. Aangenomen mag worden dat deze begroeiingen

Referentiesituatie Voor dit aspect zijn geen relevante ontwikkelingen in de toekomst te verwachten. De referentiesituatie is gelijk aan de huidige situatie.

Blad 55 van 56

De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct melding te maken bij security@anteagroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens

Copyright © 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT T. +316 55 49 48 90 E. marien.kornet@anteagroup.nl

www.anteagroup.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/482/documents/20642