210105 Artikelsgewijze toelichting Reglement van Orde gemeenteraad en commissies Dordrecht.pdf
Tekst van het document
Als de initiatiefnemer daarom verzoekt wordt een initiatiefvoorstel te allen tijde als bespreekstuk voor de raad geagendeerd, ook als ten minste drie andere fracties het initiatiefvoorstel terug willen verwijzen naar het agendadeel. Daarmee wordt het individuele initiatiefrecht, dat een raadslid op basis van artikel 147a Gemeentewet heeft, gewaarborgd. Desnoods zou de initiatiefnemer een initiatiefvoorstel door moeten kunnen drukken naar de raad, ook al verwacht hij/zij geen meerderheid voor het voorstel in de raad. In dat geval zou er dus sprake kunnen zijn van een negatief advies van de commissie. Artikel 59. Deelname aan de beraadslaging door anderen Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 van de Gemeentewet geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. Het gaat in deze bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders. Deze hebben op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet de mogelijkheid om aan de beraadslagingen deel te nemen.
Op grond van dit artikel kan bijvoorbeeld de secretaris uitgenodigd worden. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel over de spreektijd of over de orde van de vergadering. Artikel 60. Spreekrecht burgers Het geven van spreekrecht aan burgers is een manier om burgers meer te betrekken bij de besluitvorming van de raad. Doordat de raadsvergadering het sluitstuk is van het besluitvormingsproces dat lang daarvoor is begonnen (ambtelijke organisatie, college, commissies) is er voor gekozen het spreekrecht op te nemen in de commissieverordening. Op dit moment zijn de fracties nog bezig hun mening te vormen. Een inspreekmogelijkheid tijdens de raadsvergadering is doorgaans minder effectief (‘schijnspreekrecht’). Het spreekrecht geldt voor zowel onderwerpen die op de agenda van de commissie staan als voor onderwerpen die niet op de agenda staan. Als zich voor deze laatste categorie insprekers melden is het aan de commissiegriffier deze in te plannen voor een van de eerstvolgende commissievergaderingen. De burgers die wensen in te spreken moeten zich binnen een ‘redelijke termijn’ – uiterlijk om 16:00 uur de dag vóór de betreffende vergadering - voor de vergadering melden bij de (commissie)griffier.
In het vierde lid is ervoor gekozen om een burger slechts één maal het woord te geven en geen discussie te laten plaatsvinden. Als richtlijn wordt 5 minuten spreektijd per burger aangehouden. Op voorstel van de voorzitter, die in eerste instantie voor een ordentelijk verloop van de vergadering moet zorgen en dus moet kunnen aanvoelen of een verkorting of verlenging van de spreektijd gewenst is, kan van deze richtlijn worden afgeweken. Artikel 61. Handhaving orde en schorsing
Pagina 15/17
Artikel 26 Gemeentewet geeft aan dat de voorzitter bij raadsvergadering bevoegd is om de orde te handhaven. Voor de commissievergaderingen ontbreekt een dergelijke bepaling, deze is daarom hier opgenomen. Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, de vergadering sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd. Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Artikel 62. Voorstellen van orde Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raadscommissie. Bij het staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen (artikel 32, vierde lid, van de Gemeentewet is hierop niet van toepassing).
Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg) pauze of een voorstel over de (beperking van de) spreektijden van de leden en overige deelnemers aan de commissievergadering. Paragraaf 3. Verslaglegging commissievergadering Artikel 63. Besluitenlijst en verslag Dit artikel regelt de verslagleggende taak van de commissiegriffier en de wijze waarop het verslag wordt vastgesteld. Het maken van een verslag is niet verplicht. In de Gemeentewet wordt alleen gesproken over de verplichting een besluitenlijst openbaar te maken (artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet waarmee artikel 23, vijfde lid, van de Gemeentewet ook op commissies van toepassing is). In Dordrecht wordt nog wel een woordelijk verslag van de commissievergaderingen gemaakt, gepubliceerd en door de raad vastgesteld. De besluitenlijst van commissievergaderingen wordt bij de stukken voor de eerstvolgende commissievergadering gepubliceerd en tijdens die vergadering door de betreffende commissie vastgesteld. Paragraaf 4. Besloten commissievergaderingen Artikel 65. Verslag besloten commissievergadering In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet.
Dit artikel geeft aan dat "De commissie in een besloten vergadering op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken de aan de commissie worden overlegd, geheimhouding kan opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd." In datzelfde lid staat ook dat de geheimhouding van kracht is totdat de adviescommissie haar opheft. In artikel 86, tweede lid, van de Gemeentewet staat dat tevens de commissievoorzitter, het college of de burgemeester geheimhouding kan opleggen op stukken die hij aan de commissie overlegt. Deze geheimhouding is van kracht totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd, dan wel de raad haar opheft. Ook een verslag van een besloten commissievergadering wordt door de raad vastgesteld. De geheimhouding op het verslag is van kracht tot de raad haar opheft. De raad kan dat besluit nemen nadat het verslag is vastgesteld, maar dat kan ook op een later moment. Het is evident dat een verslag van een besloten vergadering alleen in beslotenheid kan worden besproken als om bespreking van het verslag is gevraagd. Als het niet besproken hoeft te worden kan vaststelling in een openbare raadsvergadering plaatsvinden. Artikel 66.
Opheffing geheimhouding In artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet staat dat de commissie de geheimhouding die door haar zelf is opgelegd, kan opheffen. Als de commissie dat wenst wordt, voordat dit plaatsvindt, hierover in een besloten commissievergadering overleg gevoerd om tot een goed afgewogen standpunt in deze te komen. In andere gevallen gebeurt dit in een openbare commissievergadering.
Pagina 16/17
HOOFDSTUK 5. TOEHOORDERS EN PERS Artikel 67. Toehoorders en pers De hier aangegeven bepalingen worden wat betreft het handhaven van de orde aangevuld door artikel 26 van de Gemeentewet. De voorzitter heeft de bevoegdheid om toehoorders die de orde verstoren, te doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toegang te ontzeggen. Artikel 68. Geluid- en beeldregistraties Aangezien de vergaderingen van de raad en commissies in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit geldt ook voor individuele burgers. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. Wel dient rekening gehouden worden met de privacy van insprekers of publiek. Raadsleden daarentegen hebben een publieke functie. Het is mogelijk om een aanwijzing te geven dat publiek slechts van af een bepaalde afstand in beeld mag worden gebracht. Ook kan een aanwijzing zijn dat burgers die inspreken niet gefilmd mogen worden, uiteraard in overleg met de insprekers. Mogelijk hebben zij geen probleem met beeldregistraties.
Pagina 17/17