2025.09.15 SBSO beleid Startnotitie 1.0.pdf
Tekst van het document
Startnotitie Spelen, Bewegen, Sporten en Ontmoeten (SBSO) in de openbare ruimte. Inhoud Aanleiding................................................................................................................ 1 Inleiding................................................................................................................... 1 Huidige situatie en uitdagingen.................................................................................. 2 Nieuw onderhoudsbudget als uitgangspunt ............................................................... 5 Ambities uit de Omgevingsvisie ................................................................................. 6 Mogelijke uitgangspunten ......................................................................................... 9 Doelstellingen van nieuw SBSO beleid .................................................................... 15 Afbakening en samenhang met andere projecten ..................................................... 16 Bijlage 1. Definities ................................................................................................. 19 Bijlage 2. Scenario's voorgelegd in Perspectiefnota 2026 ........................................... 22
Aanleiding In 2013 heeft de gemeenteraad de beleidsnotitie speelruimtebeleid Dordrecht 20132022 vastgesteld. Dit beleid is verouderd. Vanuit het politiek akkoord 2022-2026 is de ambitie om meer spelen, bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte te stimuleren. Dit vraagt om een nieuwe koers en integraal beleid. De werktitel van dit beleid is Spelen, Bewegen, Sporten en Ontmoeten (SBSO). Deze startnotitie is opgesteld n.a.v. de motie ‘Behoud van Speelplekken-in-onze-wijken’, aangenomen op 15 juli 2025.
Inleiding In deze startnotitie doen we een voorzet hoe het SBSO-beleid eruit kan komen te zien. We beginnen met het schetsen van de huidige situatie met de daarbij horende uitdagingen. Vervolgens gaan we in op de uitspraken die gedaan worden in de Omgevingsvisie en op de uitgangspunten die meegenomen kunnen worden in het nieuwe beleid. Deze startnotitie heeft relatie met drie onderzoeken die op dit moment uitgevoerd worden. Dit betreft een wijkscan om de stand van zaken van de speelplekken te onderzoeken, een adviesopdracht over speel- en ontmoetingsplekken in de wijk en een onderzoek naar financiering van speel-en ontmoetingsplekken. Voordat we het SBSObeleid kunnen opstellen wachten we de resultaten van deze onderzoeken af. Daarom is
deze startnotitie technisch van aard. Met als doel de huidige raad mee te nemen in de huidige situatie, mogelijke uitgangspunten en de keuzes die gemaakt kunnen worden. Met het SBSO-beleid verbreden we de scope van de speel- en sportplekken. Dit zorgt voor een brede blik op deze plekken in de buurt en wijk. Hierdoor kan er meer gericht worden op de behoefte van de buurt of wijk en ontstaan er meer mogelijkheden tot participatie. Ook biedt integraal beleid kansen om onze integrale werkwijze verder vorm te geven. Deze lijn werken we uit in het SBSO-beleid. In deze startnotitie starten we met een schets van de huidige situatie en uitdagingen. In de daaropvolgende hoofdstukken sorteren we voor op het integrale SBSO-beleid.
Huidige situatie en uitdagingen Er zijn over de hele stad verspreid 361 speel- en sportplekken in de openbare ruimte. In kwartaal 4 van 2025 doen we een wijkscan om onder andere het huidige gebruik van deze plekken te onderzoeken.
Kaart met alle speel-en sportplekken in de openbare ruimte en de speeltuinverenigingen
Speelbudget onder druk De financiële druk op het beheer van speelplekken is de afgelopen jaren toegenomen. Verschillende factoren hebben geleid tot een structureel tekort, waardoor het huidige
niveau van speelvoorzieningen niet langer houdbaar is zonder aanvullende middelen of beleidskeuzes. De belangrijkste oorzaken zijn: •
Kostenstijgingen: De algemene prijsstijgingen hebben geleid tot hogere kosten voor materialen, transport en arbeid. Dit raakt het onderhoudsbudget. De kosten voor speeltoestellen zijn de afgelopen 10 jaar gemiddeld met 7% per jaar gestegen. Een toestel dat in 2015 €10.000,- heeft gekost, kost in 2025 €19.671,51. De indexering op onze reguliere onderhoudsbudgetten waren ontoereikend om deze prijsstijgingen te compenseren.
•
Eenmalige middelen zonder structureel beheergeld: In het verleden (±15 jaar geleden) zijn speelvoorzieningen gerealiseerd met eenmalige investeringen. Bij de aanleg van deze speelvoorzieningen is geen structureel beheergeld toegekend omdat ze veelal gefinancierd werden uit incidentele middelen zoals subsidies of Vogelaarswijken. Dit is voornamelijk het geval bij speelplekken in Dordt West. Deze speelvoorzieningen worden beheerd en onderhouden vanuit het onderhoudsbudget van team spelen. Dit betekent dat het onderhoud van deze locaties ten koste gaat van het beschikbare budget voor andere speelplekken waar wel onderhoudsgeld voor beschikbaar is. Op termijn kunnen de speelvoorzieningen niet worden vervangen, wat gevolgen heeft voor de continuïteit, veiligheid en kwaliteit van alle speel-en sportplekken.
•
Geen areaaluitbreiding binnen projecten: Enkel bij stadsuitbreiding wordt areaaluitbreiding toegekend, niet binnen andere gemeentelijke projecten. Financiële regelgeving van onze organisatie bepaalt dat als er nieuwe speelplekken of speelplekken met een hogere waarde worden aangelegd, hier geen extra areaaluitbreiding voor wordt toegekend. Deze plekken met hogere waarde moeten dus door het huidige budget gedekt worden. In het verleden is hier onvoldoende rekening mee gehouden terwijl er wel plekken met hogere waarde zijn aangelegd. Hierdoor zijn tekorten zijn ontstaan.
•
Toenemend vandalisme: In Dordrecht is sprake van een toename in vandalisme op speelplekken. In 2025 heeft vuurwerkschade € 37.350,- gekost. Dit gaat ten laste van het regulier onderhoudsbudget, waardoor er minder geld beschikbaar is voor regulier beheer. Tevens kost dit ook tijd en capaciteit.
•
Speeltoestellen van organisch materiaal: Er is steeds meer vraag naar speeltoestellen van materiaal zoals hout. Hoewel deze toestellen meerwaarde bieden op het gebied van beleving, biodiversiteit, klimaatadaptatie en gezondheid zijn de kosten van deze toestellen vele malen hoger. Deze toestellen vragen intensiever onderhoud, slijten sneller, hebben een kortere levensduur, zijn
gevoeliger voor vandalisme, en zijn niet herbruikbaar. Het huidige onderhoudsbudget voorziet niet in de mogelijkheid om in deze toestellen te investeren.
Omgaan met beschikbaar budget (€ 900.000,- + 250.000,- + 50.000,-) Bij de behandeling van de perspectiefnota 2026 zijn een viertal onderhoudsscenario’s beschreven inclusief financiële afwegingen. Deze vier scenario’s zijn terug te vinden in bijlage 2. De huidige situatie (2025) is getypeerd als scenario D. De totale jaarlijkse begroting Spelen (exploitatie) bedraagt voor dit scenario ongeveer €900.000,-. In dit scenario kunnen we niet voldoen aan de ambities op gebied van inclusiviteit en aan de doelstellingen uit o.a. de Omgevingsvisie, Sportbeleid en participatie. Het fysieke speelareaal zal verder afnemen, totdat het fysieke speelareaal weer in balans is met ons onderhoudsbudget. Bij een gelijkblijvend budget, duurder onderhoud en aanschaf zullen speelplekken steeds meer versoberd moeten worden of zelfs moeten verdwijnen. De grote centrale openbare plekken, zoals de stadsparken, zijn uitgezonderd en kunnen we blijven onderhouden. In de afgelopen jaren hebben we bij onderhoud of nieuwe speelplekken duurzame RVS toestellen en ondergronden geplaatst. Dit heeft als gevolg dat we de technische afschrijving oprekken en de kosten voor beheer en onderhoud beperken. Ook zetten we toestellen flexibel in. Met kleine opwaarderingen kunnen we toestellen op andere plekken plaatsen. We bezuinigen daarmee al aanzienlijk op de aanschaf van nieuwe toestellen.
Waar kansen zich voordoen koppelen we mee met andere projecten. Bij projecten binnen bestaande bouw worden speelplekken, waar mogelijk, met de huidige ambitiegelden klimaat adaptief ingericht. Hiervoor is incidenteel geld beschikbaar tot en met 2027. Bij nieuwbouwprojecten nemen we ambities mee bij de aanleg van speelvoorzieningen. Voor deze projecten kunnen we extra beheergeld aanvragen door middel van de areaaluitbreiding. Bij groot onderhoud in bestaande bebouwing kunnen we toestellen alleen 1-op-1 vervangen of kiezen voor toestellen met gelijke waarde, zodat het beheergeld gelijk blijft. Er is hier, vanuit het onderhoudsbudget, geen geld voor ambities zoals toegankelijkheid, inclusie, klimaatadaptatie of anderszins. Verzoeken van bewoners om speelplekken aan te passen aan veranderende demografie (ouder wordende jeugd in de buurt) of om nieuwe speelplekken te realiseren kunnen eveneens niet worden opgepakt. Voor het vervangen van de speelplekken die ongeveer 15 jaar geleden vanuit (eenmalige) investeringen aangelegd zijn is geen financiële ruimte voor vervanging. Zodra deze niet
meer veilig zijn zullen ze worden afgesloten en verwijderd. Het opheffen van kleine speelplekken leidt tot weerstand bij bewoners. Deze plekken kunnen een belangrijke sociale functie als laagdrempelige ontmoetingsplek in de buurt vervullen. Aangezien sportplekken in de openbare ruimte onder hetzelfde beheer en budget vallen als speelplekken, leidt het huidige onderhoudsbudget ook tot een afname van sportvoorzieningen. Dit staat haaks op de ambities uit de gemeentelijke sportvisie, waarin wordt ingezet op laagdrempelige beweegmogelijkheden in de openbare ruimte. Indien de raad structureel € 250.000,- toekend uit het gemeentefonds, en € 50.000,- uit de bezuiniging op de raad, zoals in Motie M19 behandeld bij de perspectiefnota 2026 op 15 juli 2025, werken we toe naar scenario C en kunnen een aantal plekken die op de nominatie stonden om geruimd te worden, behouden blijven. Om volledig te kunnen behouden wat er is, is echter structureel € 500.000,- extra nodig. In nieuw SBSO-beleid willen we het onderhoudsscenario op basis van de beschikbare budgetten verbreden.
Andere uitdagingen Wet- en regelgeving: De eisen voor veiligheid van speeltoestellen nemen toe. Dit leidt tot duurdere toestellen en ondergronden, hogere certificeringskosten en een toename in documentatie- en inspectielasten. Ook vraagt dit om meer specialistische kennis en extra inzet van personeel. Een actueel voorbeeld is het wettelijke vereiste van een valdempende ondergrond bij veerelementen (bijvoorbeeld wipkippen). Het voorzien van deze ondergrond vraagt een extra investering van circa € 170,- per m2. Bij 27 veerelementen is er geen valdempende ondergrond. Het aanbrengen hiervan kost € 41.310, - (excl. de vervanging van het toestel). Omdat dit geld er niet is, verwijderen we deze toestellen. Ook is er een trend naar natuurlijk spelen. Dit staat op gespannen voet met wet- en regelgeving. Een speelaanleiding zoals een boomstam, bijvoorbeeld, moet gecertificeerd worden volgens WAS2023 en als ze hoger zijn dan 60 centimeter moeten deze ook een valdempende ondergrond hebben.
Nieuw onderhoudsbudget als uitgangspunt Verderop in deze startnotitie worden ambities en uitgangspunten met betrekking tot het SBSO-beleid ontwikkeld. In de tabel is een schets gemaakt hoe de ambities en uitgangspunten verwerkt zouden kunnen worden in diverse scenario's. Overeenkomstig de motie stellen we het nieuwe SBSO-beleid op met het nieuwe onderhoudsbudget (1,2 milj.) als uitgangspunt. We werken toe naar dit nieuwe beleid overeenkomstig een ingroeimodel.
Haalbaar: Ambitie kan volledig worden gerealiseerd binnen het scenario. Grotendeels haalbaar: Ambitie kan grotendeels worden gerealiseerd binnen het scenario. Deels haalbaar: Ambitie kan deels worden ingevuld, afhankelijk van projectkoppeling, beschikbare middelen of schaal. Niet haalbaar: Ambitie is niet uitvoerbaar binnen het scenario vanwege financiële of organisatorische beperkingen.
Ambities uit de Omgevingsvisie In omgevingsvisie 2.0 worden bewegen en spelen (speelplekken en sportvoorzieningen) als basisvoorziening benoemd. Het voorzieningenniveau is belangrijk voor de leefbaarheid, gezondheid en economie van Dordrecht. Voor de basisvoorzieningen geldt bij uitstek dat de fysieke leefomgeving een directe link heeft met het sociale domein. De basisvoorzieningen moeten goed en makkelijk toegankelijk zijn. Het SBSO-beleid zal aan moeten gaan sluiten bij de handreiking ‘voorzieningenniveau voor een gezonde leefomgeving’, conform omgevingsvisie 2.0. In de omgevingsvisie worden voor een aantal locaties, bijvoorbeeld de Grote Markt, ambities op spelen geformuleerd. In deze startnotitie gaan we globaal in op de doelen van de omgevingsvisie en hoe SBSO-beleid hier aan kan bijdragen. Onder het huidige onderhoudsbudget spelen is er zeer weinig tot geen ruimte om deze ambities waar te maken. De mate waarin we kunnen acteren op deze ambities hangt af van het beschikbare budget en werken we in 2026 verder uit in het SBSO-beleid.
Biodiverse stad Speelruimte en biodiversiteit kunnen elkaar versterken. Door SBSO-plekken groener en natuurlijker in te richten ontstaat ruimte voor planten, insecten en dieren, wat bijdraagt aan de ecologische kwaliteit van de wijk. Denk aan het toepassen van inheemse
beplanting, bloemrijke randen, wadi’s en natuurlijke speelelementen. Een biodiverse speelomgeving nodigt uit tot spel, ontdekking en educatie, en vergroot de natuurervaring van kinderen. Tegelijk draagt het bij aan klimaatadaptatie en een gezondere leefomgeving. Biodiversiteit is daarmee een waardevolle pijler in het toekomstbestendig SBSO-beleid.
Duurzame en Klimaatneutrale stad Het versterken en stimuleren van circulair denken en handelen in Dordrecht is een belangrijk speerpunt binnen onze gemeente. We zetten steeds meer stappen richting een circulaire economie in 2050. Het gebruik van grondstoffen en materialen draagt significant bij aan onze impact op het klimaat. Grondstoffen worden steeds schaarser en de winning ervan heeft een enorme negatieve impact op de fysieke leefomgeving. Het Rijk heeft als doel gesteld om in 2050 volledig circulair te zijn als Nederland. Hier sluit Dordrecht zich bij aan. Voor spelen betekent dit dat we inzetten op duurzame materiaalkeuzes en circulair beheer. Zo maken we bewust gebruik van materialen met lange levensduur, zoals RVS speeltoestellen en kunstgras ondergronden. Deze zijn vandalismebestendig, weersbestendig, onderhoudsarm, modulair opgebouwd en circulair. Dit verlaagt de onderhoudskosten en het aantal benodigde manuren, verlengt de levensduur van speeltoestellen en draagt bij aan een lagere milieubelasting (MKI) en een gunstige levenscyclusanalyse (LCA). Een actueel voorbeeld is bijvoorbeeld het hergebruiken van veerelementen (wipkippen) door de oude veren retour te sturen naar de leverancier en nieuwe veren te monteren.
Door deze werkwijze dragen we actief bij aan de transitie naar een klimaatneutrale en circulaire stad, waarbij speelvoorzieningen niet alleen duurzaam zijn in gebruik, maar ook toekomstbestendig in beheer. Op dit moment is dit de enige ambitie waar we vanuit het huidige onderhoudsbudget aan kunnen bijdragen. De keuze voor RVS toestellen levert financieel voordeel op omdat deze een zeer lange levensduur hebben, circulair zijn, over de hele levenscyclus milieutechnisch voordelig zijn, en door de robuustheid flexibel ingezet kunnen worden.
Klimaatbestendige stad In het kader van de omgevingsvisie streeft Dordrecht ernaar om in 2040 een klimaatbestendige stad te zijn. SBSO-plekken vormen een belangrijk onderdeel van de openbare ruimte en bieden unieke kansen om klimaat adaptieve maatregelen te integreren. Door deze plekken slim en groen in te richten, kunnen ze bijdragen aan het beperken van hittestress, wateroverlast en verdroging. Ook andersom is het van belang om klimaatadaptatie toe te passen op en rond SBSO-plekken, om deze gezond, veilig en toekomstbestendig te houden.
Hittebestendige SBSO-plekken Door de stijgende temperaturen en toenemende hittestress is het essentieel om voldoende koele verblijfsplekken te creëren in de stad. SBSO-plekken zijn vaak centrale en geliefde plekken in de wijk en kunnen een belangrijke rol spelen als schaduwrijke, aangename verblijfsruimte. Tegelijkertijd moeten we zorgen dat de SBSO-plekken ook tijdens hete dagen prettig zijn en gebruikt kunnen worden. Waterrobuuste SBSO-plekken De stad krijgt steeds vaker te maken met extreme neerslag en langdurige droogte. Lokale wateropslag en infiltratie zijn cruciaal om deze uitdagingen het hoofd te bieden. Ook moet er voorkomen worden dat speel- en ontmoetplekken te maken krijgen met wateroverlast. Door klimaatadaptatie te koppelen aan spel, ontmoeting en verblijf, ontstaat een toekomstbestendige openbare ruimte die uitnodigt tot gebruik en bijdraagt aan een gezonde leefomgeving.
Gezonde stad SBSO-plekken dragen bij aan een gezonde en vitale stad. Door ruimte te bieden voor spelen, bewegen en sporten in de directe leefomgeving, stimuleren we een actieve leefstijl bij alle leeftijden. Regelmatig buitenspelen en bewegen heeft een positief effect op de fysieke en mentale gezondheid, en verlaagt de kans op gezondheidsproblemen. Toegankelijke en aantrekkelijke buitenruimte is daarmee een belangrijke preventieve voorziening in het sociaal en gezondheidsbeleid van de stad. Regelmatig buitenspelen en bewegen is cruciaal voor de fysieke en mentale gezondheid van kinderen en jongeren. Het draagt niet alleen bij aan hun motorische ontwikkeling, maar versterkt ook sociale vaardigheden, vergroot het gevoel van veiligheid in de wijk en bevordert sociale cohesie. Kinderen maken vriendjes, spelen samen en ouderen kunnen elkaar ontmoeten en daarmee eenzaamheid bestrijden. Openbare SBSO-plekken spelen hierin een belangrijke rol. Ze bieden laagdrempelige mogelijkheden voor ontmoeting, ontspanning en gezonde leefstijl in de eigen leefomgeving. Tegelijkertijd blijkt uit meerdere recente onderzoeken dat kinderen en jongeren steeds minder buitenspelen en bewegen. Zo blijkt uit onderzoek van Jantje Beton (2024) dat slechts 13% van de kinderen dagelijks zonder toezicht buiten speelt, een forse daling ten opzichte van eerdere jaren waarin dit nog rond de 25% lag.
Vooral in stedelijke omgevingen zoals Dordrecht zijn de mogelijkheden tot vrij buitenspel beperkt door factoren als verstedelijking, drukte, verkeer en een gebrek aan toegankelijke speelplekken. Daarnaast blijkt uit cijfers van het Nederlands Jeugdinstituut (2024) dat een aanzienlijk deel van de jeugd de beweegrichtlijn van de Gezondheidsraad niet haalt: • 61,5% van de kinderen tussen 4 en 12 jaar voldoet aan de norm;
• Bij jongeren van 12–16 jaar is dat nog maar 43,1%; • En bij 16–20-jarigen slechts 48%. Ook UNICEF Nederland constateert dat slechts één op de drie kinderen en jongeren dagelijks buiten komt om te spelen of te ontspannen. Hierbij spelen sociale factoren, drukke agenda’s, schermtijd en een beperkte beschikbaarheid van aantrekkelijke buitenruimte een rol. De huidige situatie onderstreept de noodzaak om in Dordrecht actief in te zetten op voldoende, toegankelijke en kwalitatief goede SBSO-plekken. Deze plekken moeten uitnodigend zijn voor een brede doelgroep (zowel kinderen, jongeren als ouderen), veilig en multifunctioneel ingericht, en goed ingebed in de sociale structuur van de wijk. Alleen dan kunnen we de dalende trend in bewegen en buitenspelen keren, met positieve effecten voor gezondheid, ontmoeting en leefbaarheid in de stad.
Bereikbare stad De ambities van de bereikbare stad, waaronder het mobiliteitsplan 2040, kunnen bijdragen aan het SBSO-beleid. Door inwoners te stimuleren te fietsen en te wandelen draagt het mobiliteitsplan bij aan gezondheid en bereikbaarheid.
Aantrekkelijke stad SBSO-plekken dragen bij aan leefbare en aantrekkelijke wijken. Een goed ingerichte, groene en veilige openbare ruimte nodigt uit tot gebruik, ontmoeting en verblijf. Dit versterkt de sociale kwaliteit van de buurt en verhoogt het gevoel van veiligheid, eigenaarschap en trots onder bewoners. Speel- en ontmoetingsplekken verbeteren niet alleen de uitstraling van de wijk, maar dragen ook bij aan een positieve leefsituatie voor jong en oud. We streven naar spel- en sportaanleidingen die bewegen stimuleert. Dordrecht streeft naar een stad waarin iedereen zich welkom, erkend en verbonden voelt, ongeacht achtergrond, beperking, gender of sociaaleconomische positie. De openbare ruimte speelt hierin een centrale rol als plek voor ontmoeting, beweging, spel en ontspanning. Toch voelt niet iedereen zich hier even vrij of welkom. Daarom is inclusiviteit, zowel fysiek als sociaal, een belangrijk uitgangspunt in het toekomstbestendig SBSO-beleid. Een inclusief ingerichte leefomgeving bevordert sociale rechtvaardigheid, voorkomt uitsluiting en draagt bij aan een gezonde, toegankelijke en veilige stad voor iedereen.
Mogelijke uitgangspunten In aanvulling op de bovengenoemd ambities kunnen de onderstaande uitgangspunten deel uitmaken van het nieuwe SBSO-beleid.
Van speelruimtebeleid naar integraal SBSO-beleid. SBSO-beleid gaat over: • Spelen (voor alle leeftijdsgroepen) • Bewegen (zoals rennen, klimmen, fietsen) • Sporten (zoals voetbal, basketbal, tafeltennis) • Ontmoeten (zitplekken, sociale interactie) Het SBSO-beleid biedt kansen om integraal te kijken naar grote en kleine SBSO-plekken. Tevens zijn we aan de slag met een adviesopdracht naar speel en ontmoetingsplekken in de buurt. Dit zijn grotere plekken waarbij alle facetten van SBSO een plaats krijgen. De resultaten zullen parallel aan deze startnotitie beschikbaar zijn en kunnen meegenomen worden in het SBSO-beleid. Ook financieel biedt SBSO-beleid kansen. Op deze manier kunnen we op zoek naar koppelkansen vanuit, bijvoorbeeld, sport, sociaal of gezondheid. Met deze koppelkansen kunnen mogelijkheden gecreëerd worden om extra te investeren op thema’s zoals biodiversiteit, klimaatadaptatie, sociaal en gezondheid. Een aandachtspunt blijft dat structureel onderhoudsbudget ook aangepast moet worden aan deze investeringen. De transitie van speelruimte naar integraal SBSO beleid biedt kansen om onze integralere werkwijze te versterken. In het SBSO-beleid leggen we vast hoe we dit gaan organiseren.
SBSO – plekken van diverse grootte Het aantal speel- en ontmoetingsplekken dat als voldoende wordt ervaren, hangt sterk af van hoe de behoefte in de wijk wordt ingevuld. Gaat het om meerdere kleinschalige speelplekken op loopafstand, zodat kinderen dicht bij huis kunnen spelen? Of is er juist vraag naar enkele grotere, centrale voorzieningen die meer uitdaging en variatie bieden, ook al liggen die wat verder weg? Gebleken is dat kleine speelplekken in de directe woonomgeving voor onschatbare waarde zijn voor de ontwikkeling van (met name kleine) kinderen. Daarnaast speelt bereikbaarheid een belangrijke rol: zijn de plekken veilig en gemakkelijk te voet of per fiets bereikbaar, ook voor jonge kinderen en mensen met een beperking? En sluiten de routes ernaartoe aan bij de dagelijkse routes van bewoners, zoals naar school, sport of winkel? Ook de aanwezigheid van openbaar vervoer, sociale veiligheid onderweg beïnvloeden hoe toegankelijk en bruikbaar de voorzieningen in de praktijk zijn. In het nieuw te ontwikkelen SBSO-beleid zetten we in op kleine plekjes in de buurt die voor diverse doeleinden ingericht kunnen worden. Naar behoefte in de buurt en
afhankelijk van de beschikbare financiën kan er dan gekozen worden voor speel, sport, beweeg óf ontmoetingsfaciliteiten. Zo behouden we de kleine plekken, ook met een lager budget. Daarnaast zetten we mogelijk in op grote SBSO plekken in de wijk. Dit is afhankelijk van de uitkomsten naar het adviesopdracht voor grotere SBSO-plekken. Op deze plekken zouden we aandacht kunnen geven aan meer ambities.
Schoon, Heel en Veilig Wet- en regelgeving bepaalt dat de gemeente verantwoordelijk is voor speelvoorzieningen in de openbare ruimte. Dit betekent dat het niet mogelijk is dat bewoners op eigen initiatief speelvoorzieningen in de openbare ruimte te plaatsen. De gemeente is verantwoordelijk om de SBSO-plekken schoon, heel en veilig te houden. Dit uitgangspunt vraagt, op dit moment, een groot gedeelte van het huidige onderhoudsbudget van spelen.
SBSO centraal bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen De woningbouwopgave en andere ambities in de openbare ruimte zorgt voor verschraling van de informele speelruimte en voegt behoefte aan bespeelbare ruimte toe. Door de toegenomen druk op de woningbouw neemt de beschikbare ruimte af. In Dordrecht is het streven dat 5% van het netto woongebied beschikbaar is voor spelen, bewegen en ontmoeten. De 5%-regel verwijst vaak naar het principe dat minimaal 5% van een gebied of wijk moet worden ingericht als speel- en beweegruimte. Hierbij geldt dat 3% van het gebied specifiek ingericht wordt als “intensieve speelruimte of sportvoorziening”. Dit kan bijvoorbeeld gaan om speelplekken, sportvelden of beweegtoestellen in parken. Deze regels zijn er om ervoor te zorgen dat er voldoende ruimte is om veilig buiten te kunnen spelen en bewegen. Het helpt gemeenten en ontwikkelaars om speelvoorzieningen en groen niet te vergeten bij nieuwe ruimtelijke plannen. Voorbeeld: Een projectgebied is 10.000 m2. De eis is dat minimaal 5% = 500 m2 wordt ingericht voor spelen, bewegen, sporten en ontmoeten. 3% (= 300 m2) dient voor spelen en bewegen voor kinderen en jeugd te zijn. De overige 2% mag anders worden ingevuld, bijvoorbeeld met routes of plekken voor alle leeftijden.
Dit kan bijvoorbeeld met een formele beweegplek van 100 m2 (33% van 3%) + een informele speelplek van 200 m2 (66% van 3%) + 200 m2 aan groenblauwe routes (2%). In de stad zijn de afgelopen jaren verschillende nieuwe woonwijken en herontwikkelingsprojecten gerealiseerd. Hierbij is niet altijd voldoende rekening gehouden met het belang van speel- en beweegruimte in de openbare ruimte. De richtlijnen van de zogenoemde 5 en 3%-regel zijn niet overal structureel toegepast. Door in nieuwe ontwikkelingen ruimte te reserveren voor spelen, bewegen, sporten en ontmoeten, kan de stad bijdragen aan de gezondheid, leefbaarheid en sociale samenhang van haar inwoners.
Er wordt gewerkt aan groenblauwe regels voor nieuwbouw ontwikkelingen. Hierin staan de regels voor biodiversiteit, klimaatadaptatie en gezonde leefomgeving. Deze worden eind 2025 aan de raad voorgelegd.
Toegankelijkheid & Inclusie Dordrecht streeft naar speelplekken waar iedereen welkom is. Toegankelijkheid en inclusie zijn daarom belangrijke ambities binnen het speel- en ontmoetingsbeleid. Dit vraagt om een inrichting die rekening houdt met diverse gebruikers: van rolstoeltoegankelijke paden en toestellen tot prikkelarme zones, duidelijke bewegwijzering en speel- en beweegaanleidingen voor verschillende leeftijden en niveaus. Ook sociale inclusie speelt een rol; plekken moeten uitnodigen tot samenspel, ontmoeting en verbinding tussen mensen met uiteenlopende achtergronden. Door inclusie structureel mee te nemen in ontwerp, beheer en participatie, bouwen we aan een stad waarin iedereen mee kan doen, ongeacht fysieke (on)mogelijkheden of sociale omstandigheden. Bij het opstellen van nieuw SBSO-beleid is het van belang om verder te kijken dan enkel fysieke voorzieningen. Een toekomstbestendig beleid vraagt om een brede benadering, waarin thema’s als veiligheid, toegankelijkheid, inclusie en sociale samenhang nadrukkelijk worden meegenomen. Veiligheid in het ontwerp is een essentieel uitgangspunt. Het is belangrijk om bij het ontwerpen en herinrichten van speelplekken en de omliggende openbare ruimte nadrukkelijk te kijken naar hoe veiligheid geborgd wordt, zowel fysiek als sociaal. Denk hierbij aan zichtlijnen, sociale controle, verlichting en bereikbaarheid.
Tegelijkertijd komt er steeds meer aandacht voor gendersensitief beleid en ontwerp. SBSO-plekken willen we uitnodigend maken voor álle doelgroepen, ongeacht leeftijd, geslacht, culturele achtergrond of fysieke beperking. Het SBSO-beleid raakt aan de kwaliteit van leven in buurten en wijken, en biedt kansen om ongelijkheid in leefomgeving tegen te gaan. Een speelplek kan, mits goed ingericht, bijdragen aan ontmoeting, participatie en sociale cohesie. Hierbij is het zaak om ook bewoners met een fysieke of mentale beperking, en mensen met minder toegang tot informele netwerken, actief mee te nemen in ontwerp en besluitvorming. Deze brede benadering vraagt mogelijk om extra investeringen, bijvoorbeeld in participatieprocessen, toegankelijke inrichting of sociaal beheer. Het is wenselijk om binnen dit beleid expliciet stil te staan bij de maatschappelijke meerwaarde van deze meerkosten: investeren in inclusieve speelruimte betekent investeren in gezondheid, veiligheid en verbondenheid binnen wijken.
Ontmoeten centraal SBSO-plekken in de openbare ruimte bieden waardevolle kansen om sociale samenhang in wijken en buurten te versterken. Het zijn laagdrempelige en openbare plekken waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten. Samen activiteiten kunnen ondernemen en zich verbonden kunnen voelen met hun omgeving. Deze plekken dragen bij aan het bevorderen van onderlinge betrokkenheid, het versterken van buurtgevoel en het tegengaan van eenzaamheid. Belangrijk is dat deze plekken écht uitnodigen tot ontmoeting. Dat vraagt om een inrichting die toegankelijk, uitnodigend en multifunctioneel is, voor jong en oud, en voor mensen met verschillende achtergronden en behoeften. Het gaat dan niet alleen om spelen of sporten, maar juist ook om verblijven, ontmoeten en bewegen in een prettige, sociale buitenruimte. Samenwerking met bewoners en lokale partners zoals ook de speeltuinverenigingen is essentieel om deze plekken goed te laten aansluiten op de wensen en het dagelijks leven van de gebruikers. Op dit moment voldoen veel bestaande speelplekken in de stad niet aan deze uitgangspunten. Ze zijn vaak kleinschalig van opzet, eenzijdig ingericht en gericht op een beperkte doelgroep, zoals alleen kinderen in een bepaalde leeftijdscategorie. Door hun beperkte omvang en aanbod bieden ze onvoldoende ruimte voor samenspel tussen generaties of spontane ontmoeting tussen buurtbewoners.
Er ontbreekt vaak een zitgelegenheid, schaduw, sportvoorziening of ruimte voor informele ontmoeting. Bovendien ontwikkelen de plekken niet mee met de leeftijd van de jongeren waarvoor ze ooit zijn neergezet. De kinderen groeien als het ware uit de speelplek. Daarmee missen ze het potentieel om uit te groeien tot echte SBSO-plekken die bijdragen aan een gezonde, inclusieve en sociale leefomgeving.
Samenwerking, participatie en eigenaarschap Een maatschappelijke trend is dat bewoners niet langer alleen geraadpleegd willen worden, maar actief zeggenschap en eigenaarschap hebben over de inrichting en het beheer van hun leefomgeving. Dit geldt nadrukkelijk ook voor SBSO-plekken. Het zijn ontmoetingsruimtes die bijdragen aan gezondheid, sociale cohesie en de identiteit van de wijk. Bewoners verwachten dat hun kennis, ervaring en waarden leidend zijn bij de keuzes die worden gemaakt. Deze ontwikkeling vraagt om SBSO-beleid dat bewonersparticipatie centraal zet. Een belangrijk gegeven dat de gemeente eindverantwoordelijk is voor de openbare ruimte en de veiligheid van speeltoestellen. Deze verantwoordelijkheid is niet overdraagbaar aan inwoners of derden. De uitdaging is om tegelijkertijd ruimte bieden aan bewoners om
daadwerkelijk invloed uit te oefenen en mede vorm te geven aan ontwerp, gebruik en beheer. Toekomstig SBSO-beleid dat hierop inzet, versterkt het eigenaarschap in de wijk, vergroot de kwaliteit en duurzaamheid van speelvoorzieningen en draagt bij aan een rechtvaardige stad waarin bewoners hun recht op de publieke ruimte daadwerkelijk kunnen uitoefenen. Daarom is het noodzakelijk om samenwerkingsvormen en participatievormen structureel te verankeren binnen het speelruimtebeleid, waarbij de gemeente de regie en eindverantwoordelijkheid behoudt. Ook willen we jongeren betrekken bij het SBSO beleid. De openbare ruimte speelt een sleutelrol in de leefkwaliteit van jongeren. Jongeren kampen steeds vaker met gezondheidsproblemen, psychische klachten en een gebrek aan verbondenheid met hun omgeving. Tegelijkertijd ontbreekt het in veel wijken aan passende ontmoetingsplekken, wat kan leiden tot overlast en spanningen. Door jongeren actief te betrekken bij ruimtelijke keuzes ontstaan plekken die gezondheid, sociale ontwikkeling en positief gedrag stimuleren. Een goed ingerichte en toegankelijke openbare ruimte fungeert zoals middel voor preventie én verbinding. Dit draagt bij aan een leefbare wijk én aan het welzijn van jongeren zelf.
Ongelijk investeren voor gelijke kansen In het SBSO-beleid kunnen ook keuzes gemaakt worden m.b.t. verschillen in buurt- of wijkniveau. Om hier vorm aan te geven kiezen we ervoor om gezondheid en preventie voorop te stellen. Waarbij we ongelijk investeren voor gelijke kansen. Besluitvorming zal hierbij data-gedreven zijn. Wanneer de buurten geselecteerd/ geprioriteerd zijn, is het van belang gebiedsgericht te werken en bewoners te betrekken bij het ontwerp, beheer en programmering van hun leefomgeving. Om hier vorm aan te geven is nadrukkelijk behoefte aan samenwerking tussen het fysiek en sociaal domein (groen, spelen, ruimtelijke ordening, gezondheid, milieu, mobiliteit en wijkprofessionals).
Natuurlijke speelplekken verkennen Natuurlijke speelplekken bieden meerwaarde op het gebied van beleving, biodiversiteit, klimaatadaptatie en gezondheid. Om deze potentie duurzaam en circulair te benutten, is het belangrijk om vooraf goede afwegingen te maken over de inrichting, financiering, materiaalkeuze, levensduur, uitstraling, beheer en gebruik over de langere termijn. De vraag naar natuurlijkere speelplekken met organische materialen groeit. Speeltoestellen met organische materialen vragen intensiever onderhoud, slijten sneller, zijn gevoeliger voor vandalisme en zijn niet herbruikbaar. Natuurlijke speelplekken kunnen ook een rol spelen in het duurzame gedachtegoed. Door natuurervaringen in de basisschoolleeftijd zullen kinderen als ze later volwassen eerder geneigd zijn duurzame keuzes te maken.
Bij het opstellen van het nieuwe SBSO-beleid verkennen we de mate waarin er gebruik gemaakt kan worden van natuurlijke materialen.
Speeltuinverenigingen in Dordrecht als onderdeel van SBSO-beleid In Dordrecht zijn momenteel vier speeltuinverenigingen actief: Oosterkwartier (OudKrispijn), Zeehavenkwartier (Wielwijk), Stadspolders en Victorie (Land van Valk). Deze verenigingen vervullen een waardevolle functie binnen hun wijken als sociale ontmoetingsplekken, waar kinderen kunnen spelen en buurtbewoners samenkomen. De speeltuinverenigingen organiseren regelmatig activiteiten en bieden toezicht wat bijdraagt aan een veilige en betrokken omgeving. Gezien het aantal wijken en buurten in Dordrecht is het aantal speeltuinverenigingen beperkt. Er zijn praktische beperkingen die maken dat de speeltuinverenigingen niet als structurele voorziening kunnen worden meegenomen in het gemeentelijk beleid voor speelruimte. Zo zijn de speeltuinverenigingen vaak seizoensgebonden en in de wintermaanden gesloten, hebben ze beperkte openingstijden (vaak slechts enkele middagen per week), en is toegang meestal gekoppeld aan lidmaatschap of een entreekaartje. Dit beperkt de laagdrempeligheid en de toegankelijkheid, waardoor ze niet voor alle kinderen en gezinnen een vanzelfsprekende speelplek vormen. Om deze redenen kunnen speeltuinverenigingen (nog) niet worden gezien als vervanging voor openbare, vrij toegankelijke SBSO-plekken.
Desondanks vervullen zij een waardevolle rol in het versterken van sociale cohesie en participatie in de wijk. In het nieuwe SBSO-beleid zoeken we de samenwerking met speeltuinverenigingen om te kijken naar mogelijkheden om de drempels van het gebruik hiervan weg te nemen.
Alternatieve vormen van financiering van SBSO plekken In het nieuw op te stellen beleid is er ook mogelijkheid om te kijken naar alternatieve vormen van financiering van SBSO-plekken. Denk aan een ondernemersfonds of cofinanciering. Daarbij blijft de gemeente altijd verantwoordelijk voor de veiligheid van de speeltoestellen en valdempende ondergrond.
Doelstellingen van nieuw SBSO beleid In het nieuw te ontwikkelen beleid hebben we een aantal doelen: De sociale cohesie in de wijken bevorderen, meer kinderen buiten laten spelen en jongeren en ouderen laten bewegen, sporten en elkaar ontmoeten in de openbare ruimte op een zo inclusief mogelijke manier. En daarvoor is nodig: •
Verbinding te maken tussen Sport, Bewegen, Spelen en Ontmoeten
• • • •
•
Integrale samenwerking tussen de domeinen fysiek en sociaal; Inzicht in het gebruik van de speel en ontmoetingsplekken; Aansluiting zoeken op de omgevingsvisie 2.0; Aandacht voor de eerdergenoemde uitgangspunten; o Van speelruimtebeleid naar integraal SBSO-beleid o SBSO-plekken van diverse grootte o Schoon, heel en veilig o SBSO centraal bij nieuwe ruimtelijk ontwikkelingen o Toegankelijkheid en inclusie o Ontmoeten centraal o Samenwerking, participatie en eigenaarschap o Ongelijk investeren voor gelijke kansen o Natuurlijke speelplekken verkennen o Speeltuinvereniging in Dordrecht koppelen o Alternatieve vormen van financiering Implementatie binnen de gehele breedte van de organisatie.
Het SBSO-beleid moet in evenwicht gebracht worden met de financiële mogelijkheden. We kijken breed naar integrale financiering waarbij het nieuwe onderhoudsbudget doorslaggevend is in de afwegingen. In het SBSO-beleid kijken we niet alleen naar geld, maar ook naar een passend evenwicht met andere factoren zoals capaciteit en tijd. Het SBSO-beleid wordt uitgewerkt naar verschillende scenario’s, die weliswaar gebaseerd zijn op de scenario’s zoals die in het kader van de Perspectiefnota 2026 zijn beschreven (bijlage 2.), maar daarnaast invulling geven aan de (verbrede) doelstellingen van die SBSO-beleid.
Afbakening en samenhang met andere projecten Het te ontwikkelen SBSO-beleid hangt samen met een aantal projecten die parallel lopen aan het opstellen van deze startnotitie. Hieronder staan deze benoemt, ook omdat deze onderzoeken nog een ander beeld kunnen geven van de uitgangspunten.
Onderzoek & onderbouwing: wijkscan In het vierde kwartaal van 2025 laat de gemeente Dordrecht een onafhankelijke wijkscan uitvoeren, specifiek gericht op speel-, beweeg-, sport- en ontmoetingsplekken (SBSO). Deze scan vormt een belangrijke basis voor het opstellen én uitvoeren van toekomstbestendig beleid. De scan brengt zowel de kwaliteit van bestaande speelplekken als de ruimtelijke en sociale behoeften en kansen per wijk in kaart. Daarbij wordt gekeken naar criteria zoals toegankelijkheid, inclusiviteit, speelaanleiding en duurzaamheid.
De resultaten worden visueel en data-gestuurd gepresenteerd en deels geïntegreerd in het beheersysteem ABS, zodat ze direct toepasbaar zijn bij beleidskeuzes, beheer en projectontwikkeling. Ook onderzoeken we kansen voor het realiseren van centrale SBSO-buurtplekken, het samenvoegen van kleinere speelplekken, en het inspelen op speelarmoede, jeugdvoorzieningen en natuurlijke speelplekken. De wijkscan levert o.a.: • Onderbouwde keuzes voor behoud, opheffing of uitbreiding van speelplekken/SBSO’s. • Scores per locatie op relevante criteria, deels bruikbaar in ABS. • Koppelkansen met andere domeinen zoals gezondheid, participatie, klimaat en recreatie. • Input voor scenario’s met financiële implicaties. De uitkomsten worden afgestemd met inhoudelijke experts, wijkprofessionals en andere betrokken afdelingen, en vormen een cruciale schakel in het integreren van spelen binnen bredere gebiedsprogramma’s en beleidsontwikkelingen.
Adviesopdracht grote SBSO-plekken Momenteel loopt er een adviesopdracht vanuit Adviesgroep Gezonde Leefomgeving om inzicht te geven in wat nodig is om – ondanks de beperkte middelen – gezonde en sociale (centrale) buitenruimtes te realiseren en duurzaam te beheren. Dit zijn plekken waar spelen, bewegen, sporten en ontmoeten in het groen samenkomen met uitdagingen zoals klimaatadaptatie (zoals hittestress en waterberging). Het advies heeft oog voor verschillen in sociaal- economische status tussen buurten en biedt handvatten voor prioritering en financiering van deze plekken, met inachtneming van mogelijke bezuinigingen en efficiënt beheer. Uiteindelijk draagt het advies bij aan het versterken van gezondheid, het verkleinen van gezondheidsverschillen tussen buurten en het vergroten van sociale samenhang, eigenaarschap en leefbaarheid in de stad. De uitkomsten van deze opdracht nemen wij mee in ons beleid.
TNO onderzoek TNO is voor gemeente Dordrecht en Provincie Zuid-Holland bezig met een onderzoek naar de financiële stromen rond gezonde leefomgeving. Daarbij worden met de door TNO ontwikkelde methode Urban Financial Metabolism (UFM) de (niet-)monetaire effecten voor verschillende onderdelen van de (toekomstige) gemeentebegroting in beeld gebracht. Zo krijgen we een beter inzicht in de (monetaire) kansen voor verschillende gemeentelijke afdelingen die het investeren in een groene en gezonde leefomgeving biedt. Het Mauveplein in Dordt West zal hierbij dienen als case waarvoor 3 verschillende scenario's zullen worden doorgerekend.
Relatie met Sportvisie Het beleid Spelen, Bewegen, Sporten en Ontmoeten gaat over alle toegankelijke speel-, beweeg-, sport- en ontmoetingsplekken in de openbare ruimte, op grond en in beheer bij
gemeente Dordrecht. Denk hierbij aan de skatebaan, Cruijff en Krajicek Courts. Overige sportvoorzieningen (voornamelijk georganiseerde sport) vallen onder de Sportvisie 2030. De Sportvisie heeft integraal ook de openbare ruimte opgenomen in ambitie 2 “De openbare ruimte wordt meer sportief gebruikt”. Hierdoor is er deels SBSO-beleid opgesteld, echter is financiering, capaciteit en uitvoering niet geborgd. Na indiening van het initiatiefvoorstel 3X3 Basketbal Art court op het Energieplein is door het Raadsvoorstel Besteding Middelen incidenteel geld vanuit de sportvisie 2030 vrijgemaakt voor enkele projecten in de openbare ruimte. Doordat het incidenteel geld is, is ook hier beheer en onderhoud niet geborgd. De gemeente Dordrecht wil de openbare ruimte beweegvriendelijker inrichten en verbinden met andere beleidsdomeinen zoals mobiliteit en gebiedsontwikkeling. De Sportvisie 2030 benadrukt dat sport en bewegen in de buitenruimte laagdrempelig en voor iedereen toegankelijk moet zijn. Initiatieven zoals Stadspark tonen hoe wandelen, hardlopen, bootcamp en spelen in een groene, veilige omgeving gefaciliteerd worden. Er geldt een beleidsregel waarbij 5% van het woongebied bestemd moet zijn voor spelen, bewegen en ontmoeten, met binnen 300 meter van elke woning een toegankelijke SBSO-plek.
Vanuit sport wordt daarnaast gepleit voor invoering van de 330-300-regel, uitgebreid met een extra norm: een sportieve route van 3000 meter in een veilige, groene omgeving voor hardlopen, fietsen en buitenfitness. Het uitgangspunt is dat elke gebiedsontwikkeling uitnodigt tot sport, bewegen en ontmoeting, waarbij ook sportparken een opener karakter krijgen. Enige uitgelichte punten uit de Sportvisie: • Bij de (her)inrichting van een gebied moeten ingrepen gedaan worden om een aantrekkelijke plek te zijn voor ontmoetingen, bewegen en sport. • De openbare leefruimte wordt meer sportief gebruikt. • De jeugd is de sportiefste van Nederland. • Meer aandacht geven aan beweging bij de jongste jeugd. • Meer inzetten op motorische ontwikkeling en veelzijdig bewegen bij kinderen. • De toegankelijkheid van het sporten en bewegen in de openbare ruimte voor mensen met een beperking en ouderen verbeteren • Voor de jongeren die niet in verenigingsverband willen sporten moet in de wijk een sport- en ontmoetingsplek zijn. Een (sportieve) locatie waar jongeren zich persoonlijk kunnen ontwikkelen en waar zij samen kunnen komen en bewegen, waarbij persoonlijke ontwikkeling centraal staat. • We behouden de komende 10 jaar minimaal de huidige capaciteit van het buitensport areaal in de stad.
Andere ontwikkelingen Op de inhoud is er verder samenhang met de gebiedsprogramma’s, het bomenprogramma, de doelstellingen gezonde leefomgeving, het project stadspark, het groen/blauw programma en het programma recreatie en toerisme in de buitengebieden. Daarnaast raken doelstellingen aan doelstellingen op het gebied van gezondheid van de GGD. Qua wet- en regelgeving moeten we voldoen aan eisen van de VNG, NVWA en WAS. Het vastgestelde beleid zal t.z.t. opgenomen moeten worden in het Kwaliteitshandboek Openbare Ruimte.
Bijlage 1. Definities Spelen in de openbare ruimte is het vrijwillige en actieve gedrag van kinderen, gericht op plezier, verkenning en ontwikkeling, veelal in een fysieke of sociale context. • Gericht op: kinderen en jongeren • Voorbeelden: Glijden, stoepkrijten, knikkeren, verstoppertje spelen, schommelen • Locatie: formele speelplekken (speeltuinen), informele speelruimte (groenstroken, stoepen) Bewegen in de openbare ruimte omvat alle vormen van fysieke activiteit die bijdragen aan de gezondheid, motorische ontwikkeling of het dagelijks functioneren van mensen van alle leeftijden. • Gericht op: iedereen (alle leeftijden) • Voorbeelden: wandelen, fietsen, skeeleren, springen, hardlopen • Locatie: stoepen, wandelroutes, beweegpaden, schoolpleinen, trappen, groen Sport in de openbare ruimte is het laagdrempelig en vrij toegankelijk beoefenen van lichamelijke activiteit buiten georganiseerde sportverbanden. Het draagt bij aan gezondheid, ontmoeting en recreatie en is verweven met de leefomgeving, van de voordeur tot het natuurgebied. Sport in de openbare ruimte speelt een groeiende rol in het dagelijks leven en is essentieel voor een vitale, inclusieve en beweegvriendelijke samenleving.
• Gericht op: jeugd, volwassenen en ouderen • Voorbeelden: voetbal, schaken, basketbal, Jeu de Boules, bootcamp, hardlopen • Locatie: sportvelden, fitnesspleinen, parken, speelplekken Ontmoeten in de openbare ruimte is het samenkomen van mensen in de openbare ruimte met als doel sociaal contact, ontspanning of gezamenlijk gebruik van voorzieningen. • Gericht op: iedereen (alle leeftijden) • Voorbeelden: straatontmoeting, pleinontmoeting, bankgesprek, spelen, sporten.
•
Locatie: parken, ontmoetingspleinen, speelplekken, beweegplekken, schoolomgevingen
Formele speelruimte is openbare ruimte waar fysieke speelelementen staan. Zoals bijvoorbeeld glijbanen en schommels. Informele speelruimte is openbare ruimte geschikt voor kinderen om hun eigen spel te maken zonder fysieke speel- of sportelementen. Zoals bijvoorbeeld; stoepen, straten en plantsoenen. Een inclusieve speelplek in de openbare ruimte is een speelplek waar alle kinderen welkom zijn en kunnen meespelen. Ook kinderen met een beperking, zoals een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking, kunnen er veilig en prettig spelen. De speelplek is toegankelijk, uitnodigend en zorgt ervoor dat kinderen samen kunnen spelen en elkaar kunnen ontmoeten. Een SBSO-plek in de openbare ruimte is een centrale plek in de buurt/wijk waar mensen kunnen spelen, bewegen, sporten en ontmoeten. Het is een openbare ruimte waar kinderen, jongeren en volwassenen samen actief kunnen zijn en plezier kunnen maken. Een natuurlijke speelplek is een zorgvuldig ontworpen speelomgeving waarin formele speeltoestellen (zoals schommels, glijbanen en klimstructuren) worden geïntegreerd met natuurlijke elementen zoals bomen, struiken, gras, zand, waterpartijen, boomstammen en hoogteverschillen. De inrichting is landschappelijk vormgegeven en sluit aan bij de bestaande groene structuur, waarbij de natuurlijke materialen en vormen uitnodigen tot spel en ontdekking.
De speelplek is visueel verweven met de omgeving, biedt variatie in speelmogelijkheden en houdt rekening met duurzaamheid, toegankelijkheid en veiligheid. Natuurlijk spelen is een vorm van spel dat plaatsvindt in een natuurlijke omgeving, waarbij eventuele gebruikte materialen door de spelers zelf verkozen worden en afkomstig zijn uit deze omgeving. Om de speelwaarde te vergroten/het gebruiksgemak te vergroten/het gebied aantrekkelijker te maken/het gebied af te perken, kan voor inrichting van het gebied gekozen worden. Wanneer een gebied speciaal wordt ingericht voor het natuurspelen wordt daarbij gebruikgemaakt van natuurlijke materialen. Natuurspelen is niet spelen ín natuurlijk groen, maar spelen mét natuurlijk groen. Speelnatuur is een omgeving die natuurlijke materialen en vormen van inheemse beplanting combineert met creatief vormgegeven reliëf. Het doel is om een samenspel te creëren van natuurlijke en inrichtingselementen die kinderen uitdagen en fascineren en laten leren over de wonderen en subtiliteiten van de natuurlijke wereld. Objecten op
een natuurlijke speelplek zijn bijvoorbeeld: sculpturen, landschapskunst, inheemse beplanting, keien of andere steenstructuren, zand en andere bodemsoorten, natuurlijke afscheidingen, onverharde paadjes en natuurlijke watervormen. Een gebonden valdempende onderlaag is een aaneengesloten, vaste (gebonden) ondergrond, afgestemd op de valhoogte van het speeltoestel, die speciaal is ontworpen om valletsel te beperken bij speeltoestellen, vergt weinig onderhoud en voldoet aan de NEN-EN 1177 (impactabsorptie/valhoogte) en hierdoor goed geschikt voor intensief gebruik en hoge toestellen. Deze onderlagen bestaan uit materialen die met een bindmiddel of lijm aan elkaar verbonden zijn, en daardoor stabiel, vlak en duurzaam zijn. Deze onderlaag is duurder in aanleg, maar vaak goedkoper in onderhoud. Bijvoorbeeld kunstgras, tigermulch, gegoten rubber. Een ongebonden valdempende onderlaag bestaat uit los gestort materiaal dat door zijn structuur schokken opvangt bij een val. Deze materialen zijn niet aan elkaar gebonden en kunnen verplaatsen of verdichten. Het losse materiaal, moet voldoende dik worden aangebracht (vaak 20–40 cm), is onderhoudsintensief: aanvullen, egaliseren, controleren op verontreiniging en minder geschikt bij intensief gebruik of voor toestellen met grote valhoogte. Deze onderlaag is veelal goedkoper in aanleg, maar vaak duurder in onderhoud.
Bijvoorbeeld zand, houtsnippers, boomschors. Sociaal-Economische Status (SES) van een buurt is een onderdeel van een gemeente dat, qua bebouwing of sociaaleconomische structuur, homogeen is afgebakend. De sociaal-economische status (SES‑WOA) van zo’n buurt wordt bepaald via een numerieke totaalscore gebaseerd op drie elementen van huishoudens per 1 januari van het verslagjaar: welvaart (inkomen), opleidingsniveau en recent arbeidsverleden.
Bijlage 2. Scenario's voorgelegd in Perspectiefnota 2026 Scenario A - Ambitieus In dit scenario geven we invulling aan alle ambities en de doelstellingen uit de Omgevingsvisie, Sportbeleid en de delstellingen van het Nationaal Programma Leefbaarheid. Dit scenario komt overeen met wat eerder in de perspectiefnota 20242028 opgenomen is. Er zullen extra inclusieve en toegankelijk speelplekken aangelegd worden. Het speelareaal zal met de jaren met ongeveer de helft toenemen (naar ca. 600 speelplekken ). We zijn daarmee minder afhankelijk van projecten en stadsuitleg. Er is meer ruimte om qua materiaalkeuze af te wijken van de standaard (RVS). Er is ruimte om te vergroenen. Het speelareaal neemt aanzienlijk toe. Dit scenario vraagt eveneens een ingroeimodel en om afspraken met als doel om fysieke ruimte in de stad te reserveren/bestemmen voor speel-, beweeg en ontmoetingsplekken. De totale begroting Spelen (exploitatie) bedraagt voor dit scenario ongeveer € 2,4 miljoen. Daarnaast is een meerjarig impulskrediet nodig van in totaal € 5 miljoen. Scenario B – Ambities mogelijk In dit scenario is er financiële ruimte om de kwaliteit van bestaande speelplekken autonoom te verbeteren en waar mogelijk meerdere extra speelplekken aan te leggen. Er is daarnaast ook ruimte om bestaande plekken meer inclusief, groen en toegankelijk te maken.
Dat geldt ook voor het incidenteel afwijken van materiaalkeuze (natuurlijke materialen i.p.v. RVS) . De speelplekken die 15 jaar geleden zonder dekking voor groot onderhoud aangelegd zijn renoveren we. Hierbij geven we deels invulling aan de ambities en de doelstellingen uit de Omgevingsvisie, Sportbeleid en de doelstellingen van het Nationaal Programma Leefbaarheid. Door de ruime keuze in ook participeren mogelijk. Het speelareaal neem toe en wordt meer divers. Dit scenario vraagt qua organisatie en realisatie een ingroeimodel en integrale afweging om fysieke ruimte in de stad te reserveren/bestemmen voor speel-, beweeg en ontmoetingsplekken. De totale jaarlijkse begroting Spelen (exploitatie) bedraagt voor dit scenario ongeveer € 2 miljoen. Daarnaast is een meerjarig impulskrediet nodig van in totaal € 2,5 miljoen. Scenario C – Behouden wat er is In dit scenario behouden we de huidige fysieke speelruimte en zetten we het onderhoudsprogramma uit scenario D voort. Daar waar kansen voordoen, is aandacht voor meer inclusieve speelplekken, denk daarbij aan het verbeteren van de toegankelijkheid. Dat is mede mogelijk door de keuze van duurzame materialen zoals beschreven in scenario D. Het totale speelareaal groeit niet, maar neemt ook niet af. Hiermee voldoen we in zeer beperkte mate aan de doelstellingen uit de Omgevingsvisie en sportbeleid.
Van participatie is alleen sprake als we een keuze voor te leggen hebben. Vaak is dat alleen mogelijk bij projecten waarbij Spelen mee kan koppelen met andere projecten en de financiering uit deze projecten komt. De totale jaarlijkse begroting
Spelen (exploitatie) bedraagt voor dit scenario ongeveer € 1,4 miljoen (na een ingroei van 2 jaar). Een eenmalige financiële impuls is nog niet aan de orde. Scenario D – Verschralen (huidige situatie) Op basis van de budgetten die op dit moment beschikbaar zijn is dit het huidige scenario. In dit scenario kunnen we niet voldoen aan de ambities op gebied van inclusiviteit en aan de doelstellingen uit o.a. de Omgevingsvisie, Sportbeleid en participatie. Het fysieke speelareaal zal op termijn afnemen. De grote centrale openbare plekken, zoals de stadsparken, zijn uitgezonderd en kunnen we blijven onderhouden. In de afgelopen jaren hebben we bij onderhoud of nieuwe speelplekken duurzame toestellen en ondergronden geplaatst. Dit heeft als gevolg dat we de technische afschrijving oprekken en de kosten voor beheer en onderhoud beperken. Ook zetten we toestellen flexibel in. Met kleine opwaarderingen kunnen we toestellen op andere plekken plaatsen. We bezuinigen op de aanschaf van nieuwe (dure) toestellen. Waar kansen zich voordoen koppelen we mee met andere projecten. Dat wil zeggen dat we vanuit de projecten speelvoorzieningen, waaronder inclusieve speelplekken, financieren of kijken naar de vergroening van speelplekken. Vanuit het reguliere budget is er geen dekking voor extra speelplekken en/of participatie.
Voor het vervangen van de speelplekken die ongeveer 15 jaar geleden vanuit (externe eenmalige) budgetten aangelegd zijn, zoals de toenmalig vogelaarswijken, is geen financiële ruimte. Dat betekent dat in dit scenario in totaal ongeveer 75 speelvoorzieningen (van de 375) zullen gaan verdwijnen. Zodra deze niet meer veilig zijn zullen ze worden afgesloten en verwijderd. De totale jaarlijkse begroting Spelen (exploitatie) bedraagt voor dit scenario ongeveer €900k (huidig niveau). Scenario E – Alleen spelen in de parken (conform Ombuigingsformat “Speelvoorzieningen alleen in parken”) Bij dit scenario besparen we op het dagelijks en klein onderhoud. Ook worden er in de bestaande wijken geen investeringen meer gedaan. Er worden geen nieuwe speelplekken aangelegd of gerenoveerd. Alleen de speelplekken in de parken en de grote stedelijke speelplekken (zoals de skatebaan onder de Zwijndrechtse brug) worden actief onderhouden. Alle overige speelplekken worden niet onderhouden. Op deze speelplekken zullen binnen enkele jaren (maar soms al binnen een jaar) veiligheidsissues ontstaan. Bij constatering dat de veiligheid in het geding komt gaan we het toestel en de valdempende ondergrond afsluiten (met hekken bijvoorbeeld). Het speelaanbod in de stad zal op termijn met 80% afnemen. Dit scenario heeft met name effect op de speelplekken voor jonge kinderen.
Dat gaat ten koste van spelvreugde, fysieke en mentale gezondheid en weerbaarheid. De doelstellingen uit de recent vastgestelde Sportvisie worden daarmee onhaalbaar. Dit gaat in tegen de ambities uit het politiek akkoord en landelijke doelstellingen op het gebied van bewegen en sporten. Dit is een ongewenst scenario.
Samengevat (X 1.000 in €)
1
Scenario
Structurele Eenmalig krediet (over 1 exploitatiebudget meerdere jaren)
E
800 (-100)
n.v.t.
D (huidig) C B A
900 1.400 (+500) 2.000 (+1.100) 2.400 (+ 1.500)
n.v.t. n.v.t. 2.500 5.000
Onderhoud en afschrijving, excl. P-kosten
Ambities zoals speelaanbod, toegankelijkheid en inclusiviteit Nemen op termijn met 80% af Nemen af met 20% Blijven gelijk Nemen iets toe Nemen toe