20240118 - Beantwoording technische vragen binnenstadsnota's.pdf
Tekst van het document
MEMO
Contactpersoon R. Naaktgeboren T 078-770 4889
Van
Het college van B&W – wethouder M. Burggraaf
E
Aan
Gemeenteraad
r.naaktgeboren@dordrecht.nl
Datum
19 januari 2024
Betreft
Beantwoording technische vragen Horecanota, Aanpak Vergroening Binnenstad, Marktvisie en -verordening en Visienota Evenementen
Bij de integrale behandeling van bovenstaande nota's in de raadscommissie van 16 januari jl. is afgesproken dat er technische vragen ingediend konden worden. Er zijn vragen ontvangen van CDA, VVD, Beter voor Dordrecht en Forum voor Democratie. In deze memo ontvangt u alle antwoorden op alle vragen. Horecanota Het is terecht dat de vigerende horecanota uit 2007 geactualiseerd wordt. In het visiedocument Slijpen aan een diamant dat ten grondslag ligt aan de huidige horecanota lezen we dat er vier horecaconcentratiegebieden zijn. In de nieuwe Horeca-nota blijken dit er acht te zijn. 1.
Wat is volgens u de definitie van een horecaconcentratiegebied?
Antwoord: De voorliggende horecanota bouwt voort op de ruimtelijke indeling met "horecaconcentratiegebieden" zoals die in de binnenstad zijn geïntroduceerd met het bestemmingsplan Historische Binnenstad (2011) en ook daarvoor werd er in voorgaande horecanota's dit begrip al gehanteerd. De horecanota bevat op pagina 24, paragraaf 6.2, een omschrijving van dit begrip: "Zo’n concentratiegebied is gericht op het uitgaansleven en het gebruik van terrassen en onderwerpen als sfeer, gezelligheid, aantrekkingskracht, zijn van belang. Voor zover de horecagelegenheid in of directe nabijheid van het kernwinkelgebied ligt, is het van belang dat deze ook overdag is geopend." Dit begrip past de horecanota toe op locaties waar meerdere horecagelegenheden naast elkaar of in elkaars directe nabijheid zitten. (Om die reden hebben de solitair gelegen horeca in de Dolhuisstraat, de Kalkhaven en de Voorstraat-West een aparte vermelding gekregen op pagina 28.) Naast de horecaconcentratiegebieden zijn er nog enkele horecaschakelpunten, voor entreelocaties met vooral een aanbod voor daghoreca. 2. 3.
Welke gebieden zijn er ten opzichte van het oorspronkelijke visiedocument aan toegevoegd en Op basis waarvan zijn de toevoegingen te gedaan?
Antwoord: De nieuwe horecanota benoemt acht horecaconcentratiegebieden. Dit bouwt voort op de indeling uit de horecanota van 2007, waarbij er drie gebieden nu nieuw als concentratiegebied zijn benoemd. Dit betreffen de waterkant van de Spuiboulevard tussen de Johan de Wittbrug en het Achterom (gebied 10, was eerder een schakelpunt), het gedeelte Voorstraat-Noord tot aan de Nieuwbrug (gebied 11) en de locatie Lijnbaan-Energiehuis (gebied 13).
Pagina 1/27
Kenmerk Datum
19 januari 2024
In het Toekomstbeeld Binnenstad "Slijpen aan een diamant" is er geen gedetailleerde opsomming van horecaconcentratiegebieden opgenomen, wel wordt daarin verwezen naar bestaande "horecaconcentraties" waar nieuwe horeca vooral kansen zou moeten krijgen, te weten het Scheffersplein/Wijnstraat, Groothoofd, Houttuinen en Spuiboulevard. Figuur 2 op pagina 7 van het Toekomstbeeld laat evenwel zien dat bijv. ook het Statenplein een horecaconcentratiegebied is en dat de invulling bij de Spuiboulevard (in de horecanota nu gebied 10) nog niet als zodanig is ingetekend. De nu voorliggende horecanota werkt dit dus verder uit. Per locatie zijn de redenen tot aanwijzing als concentratiegebied als volgt: ● Johan de Wittbrug/Achterom (gebied 10): uit het Toekomstbeeld volgt dat deze locatie als entree binnen het kernwinkelgebied ligt en als zodanig ook inmiddels functioneert als concentratiegebied. Een aanduiding als één of twee schakelpunten (zoals hiervoor het geval was) volstond dus niet meer en past niet bij het aanbod dat zich ook uitstrekt naar de avondhoreca. ● Voorstraat-Noord (gebied 11): dit is een bestaande horecaconcentratie die als enige locatie in de binnenstad nog geen aanduiding had. Dit hiaat vult de nu voorliggende horecanota in, zodat helder is voor alle partijen welk beleid hier vanuit deze nota geldt (zie raadsvoorstel argument 3).
Een aanduiding als schakelpunt is hier niet aan de orde, want een schakelpunt ziet primair op daghoreca op een entreelocatie. Evenwel is de aanduiding als concentratiegebied bedoeld om de bestaande situatie op Voorstraat-Noord te verhelderen – we voorzien geen groei van het aanbod in dit gebied, in de horecanota heeft dit gebied dan ook het ontwikkelperspectief "consolideren" gekregen. ● Lijnbaan-Energiehuis (gebied 13): deze toevoeging sluit aan op de beleidsvoornemens voor het gebied Wantij-West en de reeds bestaande horecaontwikkeling in dit gebied. Deze toevoegingen zijn in het participatietraject gedeeld en besproken met de klankbordgroep met vertegenwoordiging vanuit o.a. horeca en bewoners (onder wie vanuit de Voorstraat-Noord). De horecanota gaat het over de gehele stad. Toch wordt de horecanota vooral gekoppeld aan de ontwikkelingen voor de binnenstad. 4. Welke gevolgen zijn er te verwachten voor de andere wijken als de horecanota wordt vastgesteld? Antwoord: In de horecanota ziet paragraaf 6.2 op de binnenstad en 6.3 op de andere gebieden.
Belangrijkste beleidslijnen zijn hier: de algemene beleidslijn voor horeca in de wijk- en buurtcentra is consolidatie (6.3.1); nieuwe solitaire horeca in de wijken, op de bedrijventerreinen of in het buitengebied wordt in principe niet ondersteund, tenzij het bijdraagt aan een dominante beleidsdoelstelling op die plek, zoals recreatie in het buitengebied (6.3.2); kleinschalige horeca in ontwikkelingsgebieden zoals het Maasterras moet de behoefte ter plaatse bedienen en mag niet concurreren met de binnenstad (6.3.3); onder voorwaarden is maatwerk mogelijk buiten de concentratiegebieden in de binnenstad (6.3.4). 5.
Is er onderzoek gedaan naar de gevolgen voor de andere wijken? Zo ja, hoe heeft het participatieproces in de overige wijken er uitgezien?
Pagina 2/27
Kenmerk Datum
19 januari 2024
Antwoord: Vanuit de algemene beleidsdoelstellingen hebben we de keuze gemaakt om de groei van de horecaontwikkeling te concentreren in de binnenstad, met maatwerk daarbuiten. Voor de andere wijken is geen onderzoek gedaan naar de gevolgen van de voorgestelde consolidatie van het horeca-aanbod aldaar. Bij het participatieproces zijn ook partijen betrokken die niet uitsluitend de focus hebben op de binnenstad. Bijvoorbeeld Koninklijke Horeca Nederland, die de belangen behartigt van alle (aangesloten) horeca in de stad. Ook hebben we de brede participatieavond in april 2023 benut om het perspectief van bewoners van buiten de binnenstad mee te nemen. Er wordt in de horecanota gesproken over gebiedsprofielen. Wij veronderstellen dat bij verschillende profielen dan verschillende regelingen passend zijn. 6. Is het mogelijk om per gebiedsprofiel te differentiëren in openingstijden en in toegestane decibellen? Antwoord: De gebiedsprofielen zijn een instrument dat we als werkdocument in de uitvoering gebruiken, samen met ondernemers en vastgoedeigenaren, voor de invulling van de gebieden met passende winkels en horeca. De gebiedsprofielen zijn dus geen beleidskaders waaraan regels voor openingstijden of geluid kunnen worden gekoppeld; die rol heeft de door de raad vast te stellen horecanota zelf met daarin de horecaconcentratiegebieden.
In theorie is het wellicht mogelijk om nog te differentiëren tussen de horecaconcentratiegebieden, maar in de praktijk zal dit lastig werkbaar zijn, zowel in de vastlegging, de uitvoering en de duidelijkheid richting ondernemers en bewoners. 7.
Wordt er gedacht aan de mogelijkheid om boven de horeca huisvesting voor jongeren of andere groepen inwoners te realiseren?
Antwoord: Dat zou wellicht wenselijk zijn, maar wij hebben niet de juridische middelen om dit af te dwingen. Door het vaststellen van de horecaconcentratiegebieden is er meer duidelijkheid voor zowel bewoners als ondernemers. Op die manier kunnen eigenaren/ontwikkelaars beter inzetten op bepaalde doelgroepen voor bewoning. De gebiedsprofielen richten zich meer op de invulling van de commerciële functies. 8.
Wordt per profiel duidelijk geformuleerd welke functie daar gewenst is? Bijvoorbeeld: feesten en partijen die soms overlast kunnen geven, rustige horeca, cultureel profiel, historische woonfunctie, bestemming voor oudere dagjesmensen.
Antwoord: Wat de horeca betreft is in de horecanota in paragraaf 6.2 per horecagebied (concentratiegebieden en schakelpunten) geformuleerd welk soort horeca daar gewenst is, welke ontwikkelingen er al spelen of nog nodig zijn en welk "ontwikkelperspectief" het gebied dus heeft. Zie hiervoor ook de samenvattende tabel op pagina 29-30 van de horecanota. De horecanota geeft alleen het ontwikkelperspectief aan. Het is daarna aan marktpartijen zelf (eigenaren en gebruikers) om deze ruimte in te vullen, uiteraard binnen de geldende kaders en regelgeving. Als gemeente sturen we hierop in de samenwerking met ondernemers en vastgoedeigenaren aan de hand van de hiervoor genoemde gebiedsprofielen.
Pagina 3/27
Kenmerk Datum
9.
19 januari 2024
Wordt per profiel beschreven hoe de leefbaarheid wordt geborgd? Zie ook de zorgen van het Bewonersplatform Binnenstad hieromtrent.
Antwoord: Het borgen van de leefbaarheid is een algemene doelstelling die door alle profielen en gebieden heen verweven is. We hebben dit niet apart nog per gebied uitgewerkt, maar dit komt steeds in algemene zin terug in de horecanota. De aandacht voor leefbaarheid heeft bijvoorbeeld wel per gebied de keuzes bepaald voor het ontwikkelperspectief (consolideren daar waar de leefbaarheid geen ruimte biedt voor groei) en de ruimte voor nachthoreca. 10. Volgens de nieuwe horecanota wordt het mogelijk om per jaar 12 ‘geluidjes’ en ‘verlaatjes’ toe te staan. Deze mogelijkheden om incidenteel de openingstijden te verlengen worden daarmee uitgebreid van 5 naar 12. Dit is nog uitgezonderd de evenementen waarbij ook verlaatjes en geluidjes worden toegestaan, zoals Koningsdag, Oudejaarsnacht, Big Rivers, etc. Hoe is onderzocht of inwoners, winkeleigenaren en personeel hieraan behoefte hebben? Antwoord: De incidentele verruimingen voor openingstijden en geluid hebben betrekking op de horeca en hebben we dus getoetst bij de horecaondernemers en in de brede klankbordgroep waar ook bewoners in vertegenwoordigd zijn.
Bij de betrokken horecaondernemers was er geen behoefte voor een algehele verruiming in tijden en locaties Om de gewenste groei van levendigheid en horeca in de binnenstad te faciliteren, zeker ook voor doelgroepen als jongeren, hebben we gekozen voor deze mogelijkheid tot incidentele verruiming. Deze incidentele verruiming beantwoordt zeker aan een behoefte van horecaondernemers. Omwille van de leefbaarheid is deze incidentele verruiming alleen van toepassing op de acht horecaconcentratiegebieden; voor alle andere horeca blijft de situatie ongewijzigd. Ook zullen we in de uitwerking en uitvoering een werkwijze ontwikkelen die moet voorkomen dat er een ongewenste optelling gaat plaatsvinden van incidentele verruimingen voor verschillende horeca in één gebied. 11. Welke zorgen hieromtrent zijn door de drie bij vraag 10 genoemde groepen hierover met u gedeeld? Antwoord: Tijdens het participatietraject hebben bewoners hun zorgen geuit dat dit in horecaconcentratiegebieden tot meer overlast zal leiden. KHN heeft aangegeven de uitbreiding van 5 naar 12 verruimingen breder te willen dan alleen voor de horecaconcentratiegebieden, maar dus voor de gehele (binnen)stad. Het gaat dus zoals altijd om het afwegen van belangen en een balans tussen levendigheid en leefbaarheid, met daarin een onderscheid tussen de horecaconcentratiegebieden en de rest van de (binnen)stad.
Waar het voorstel nu te ver gaat voor sommige bewoners binnen horecaconcentratiegebieden, stellen we horecaondernemers buiten de concentratiegebieden teleur doordat daar geen verruiming wordt voorgesteld.
Marktvisie Het CDA Dordrecht maakt zich zorgen over de toekomst van de markt. De verplaatsing van de markt is een logisch gevolg van de wens om meer evenementen plaats te kunnen laten vinden op het Statenplein. Het verraste ons dat we uit de pers
Pagina 4/27
Kenmerk Datum
19 januari 2024
moesten vernemen dat de ondernemers aan het Statenplein niet zijn meegenomen in de plannen. 12. Hoe ziet de participatie met de betrokken ondernemers – zowel Statenplein als ook de ondernemers aan de nieuwe marktlocatie – er tot op heden uit? Antwoord: In 2022 zijn er diverse brainstormsessies geweest over de mogelijke herinrichting van het Statenplein. Hierbij waren vertegenwoordigers vanuit vele stakeholders zoals ondernemers, bewoners, marktkooplieden, evenementenorganisatoren, de bomenridders en vastgoedeigenaren aanwezig. De optie van het mogelijk verplaatsen van de markt is hier ter sprake gekomen. In november 2023 zijn de ondernemers van het Statenplein uitgenodigd voor een toelichting op de plannen voor een mogelijke verplaatsing van de markt. De POBD, de ondernemersvereniging voor de binnenstad, is vanaf het eerste moment op de hoogte gehouden. Het Bagijnhof (de mogelijke nieuwe marktlocatie) is in 2022 al in het toekomstbeeld Binnenstad aangemerkt als uit te breiden autoluw gebied. De ondernemers aan deze mogelijk nieuwe marktlocatie zullen intensiever worden betrokken zodra de marktvisie is vastgesteld en het traject voor het maken van een ontwerp tot herinrichting wordt gestart. 13. Op welke manier gaat u de komende tijd de ondernemers nog betrekken in de plannen? Antwoord: Ondernemers van de markt worden via verschillende wegen meegenomen.
Zo is in het eerste weekend van januari nog een nieuwsbrief verspreid. Ook blijven we zaken kortsluiten met de marktadviescommissie. Bij de inrichting van het project 'Herinrichting Statenplein' zal participatie en pro actieve communicatie met stakeholders, waaronder ondernemers een belangrijke uitgangspunt zijn. 14. Is met de marktkooplui besproken of het mogelijk is om af en toe het Statenplein vanwege evenementen leeg te maken? De ervaringen met Big Rivers waren positief, is nagegaan in hoeverre dit voor herhaling vatbaar is? Antwoord: Dit is besproken met de marktadviescommissie die heeft aangegeven dat zij alleen bij hoge uitzondering plaats willen maken voor evenementen omdat zij zich zorgen maken over inkomstenverlies. De waardering van de eerdere inpassing van Big Rivers op het Statenplein loopt uiteen. Artikel 24 van de verordening probeert hier een betere balans in te brengen, maar de analyse is dat een goede balans hierin alleen te vinden is met een verschuiving van Statenplein naar het Bagijnhof en dat het ook andere voordelen oplevert die resulteren in een hogere meerwaarde voor de binnenstad en de weekmarkt. 15. Er zijn bezoekers die aangeven dat het echte marktgevoel vooral ontstaat als je van beide kanten de marktgeluiden hoort en alle geuren en kleuren van beide kanten op je afkomen.
Is onderzocht of bezoekers het marktgevoel missen als ze niet meer tussen de kraampjes kunnen lopen als ze naar de markt gaan?
Pagina 5/27
Kenmerk Datum
19 januari 2024
Antwoord: Een hoge belevingswaarde voor bezoekers aan de binnenstad is een van de uitgangspunten van het binnenstadsbeleid. Een inrichting die recht doet aan een goed marktgevoel zal dus ook het uitgangspunt zijn bij een herinrichting van de markt en gedeeltelijke verplaatsing naar het Bagijnhof. Diverse marktondernemers hebben ingesproken bij eerdere commissievergaderingen met de raad. Daarbij bent u aangeschreven over diverse zorgen die zij hebben over de nieuwe ontwikkelingen. U heeft enkele briefschrijvers ook al voortvarend beantwoord. U wilt de vergunningsduur beperken tot 15 jaar omdat u (net zoals de Europese richtlijn) de vrije mededinging niet wil belemmeren. Wij zijn het met u eens dat ook nieuwe ondernemers met soms ander aanbod voldoende kans moeten krijgen een plekje te veroveren op de markt. In andere plaatsen is met echter al teruggekomen van de regeling om maximaal een vergunning voor 15 jaar af te geven, omdat men inziet dat dit uiteindelijk tot een verarming van de bestaande markt leidt. Ondernemers haken af, omdat er geen zekerheid op voortbestaan meer is. Wij vragen ons af of de markt binnenkort nog de kwaliteit en de diversiteit kan bieden die er nu wel is. 16. Bent u bereid om in andere steden navraag te doen naar de regelingen rondom de vergunningsduur? We denken hierbij aan steden als Hilversum, Utrecht, Amstelveen, Maastricht, Amersfoort, Enschede.
Antwoord: Wij hebben navraag gedaan bij verschillende steden. Ook hebben we de vergunningsduur van de G4 en G40 steden vergeleken. Het juridische kader voor de verdeling van schaarse vergunningen voor ambulante handel vormt de Europese Dienstenrichtlijn (2006/123/EG). Op grond van deze richtlijn mogen schaarse vergunningen niet voor onbepaalde tijd worden verleend. (https://open.overheid.nl/documenten/ronl-0ca8492e-a557-43fd-807a4625cab10c87/pdf) Volgens dit rapport van SEO Economisch Onderzoek in opdracht van het ministerie van EZK bedraagt de terugverdientijd van investeringen in de ambulante handel minimaal negen en maximaal twaalf jaar. Op basis van deze terugverdientijd kunnen gemeentebesturen de looptijd van vergunningen voor deze branche bepalen. Met 15 jaar zitten wij dus aan de ruime kant. 17. Is het mogelijk om geregeld (bv. 2 jaar) de brancheringslijst een update te geven, zodat bij het natuurlijke verloop al vooraf duidelijk is welk nieuw of vervangend marktaanbod gewenst is? Antwoord: Dit wordt opgenomen in het brancheringsreglement. Deze vindt u terug in de inrichtingsplannen. Ons streven is om elke 3 jaar de brancheringslijst een update te geven, in samenspraak met de marktondernemers. 18. In hoeverre bent u het met ons eens dat ‘tijdens het spel de spelregels worden veranderd’? Antwoord: Wij snappen dit perspectief, maar moeten recht doen aan alle betrokkenen.
Zie ook het antwoord op vraag 17 en 19. Wij moeten voldoen aan de Europese dienstenrichtlijn. 19. Wie worden er benadeeld als de vergunningsduur langer, bv. 20 jaar, wordt?
Pagina 6/27
Kenmerk Datum
19 januari 2024
Antwoord: Bij een onevenredig lange vergunningsduur worden potentiële nieuwe ondernemers benadeeld omdat die dan onvoldoende kans krijgen om ook toe te kunnen treden. Wij zijn gebonden aan de Europese Dienstenrichtlijn. De vergunningsduur moet gerelateerd zijn aan een redelijke termijn om de investeringskosten terug te verdienen. Wij hebben geen onderbouwing gezien waaruit volgt dat een vergunningsduur van 20 jaar nodig zou zijn. Uit een CVAH rapport uit 2019 blijkt dat 88% van de ondernemers een afschrijvingstermijn van 10 jaar of minder heeft. (blg903556.pdf (officielebekendmakingen.nl)) De vergunningsduur van 15 jaar die nu wordt voorgesteld voor de nieuwe verordening van Dordrecht is dus relatief lang. Gemiddeld hebben de G4 en G40 gemeenten, die voldoen aan de eisen van de Europese Dienstenrichtlijn, een vergunningsduur van 9,5 jaar. Over de mogelijkheid voor marktkooplui om zich te laten vervangen middels een vervangvergunning bent u duidelijk: u vindt dat er mogelijkheden genoeg zijn om af en toe een middag vervanging te kunnen regelen. Aan een bredere vergunning wilt u niet beginnen om twee redenen. U geeft aan dat er dan sprake zal zijn van doorverkoop van vergunningen (katvangers) en van dumping van spullen. U geeft voorts aan dat u de marktkooplieden juist beschermt tegen deze frauduleuze praktijken.
Verder haalt u nog een Europese richtlijn aan die uw mening versterkt. 20. Wilt u ons uitleggen waarom marktkooplui anders behandeld worden dan de winkeleigenaren in onze stad, die zich wel (onbeperkt) mogen laten vervangen? Antwoord: De ambulante handel is niet te vergelijken met de reguliere detailhandel. Marktkooplieden zullen zelf ook beamen dat een markt juist een hele andere dynamiek kent dan een winkeleigenaar of winkelcentrum. De kernkwaliteiten van de ambulante handel zijn vakmanschap, sociaal contact en persoonlijk advies. Daarnaast zijn winkeleigenaren niet vergunningsplichtig. Dit betekent dat er een hele andere werkrelatie bestaat tussen de Gemeente en de detailhandel, en tussen de Gemeente en de markt. Marktkooplieden verkopen hun goederen op openbare grond. Daarmee hebben zij zich aan andere regels te houden dan een huurder van een commercieel winkelpand. 21. Kunt u toelichten waarom u bevreesd bent voor dumping van goederen? Is dit in de recente geschiedenis dan wel eens voorgekomen? Wie zijn er dan verantwoordelijk voor het dumpen van goederen? Antwoord: De Europese Commissie doet doorlopend onderzoek naar de dumping van goederen onder de nominale waarde, dan wel naar de dumping van goederen die niet voldoen aan de Nederlandse c.q. Europese maatstaven. U vindt (een deel van) deze onderzoeksrapporten via een link naar de Europese commissie. 1
Trade defence investigations (europa.eu) ; https://tron.trade.ec.europa.eu/investigations/ongoing 1
Pagina 7/27
Kenmerk Datum
19 januari 2024
Daarnaast hebben wij deze signalen ontvangen van onder andere de markt van Den Haag en de markt van Rotterdam. Wie er verantwoordelijk zijn voor deze dumpingen is een brede vraag. Op een grotere schaal kunnen dit andere landen zijn, maar vaak gaat het om ondernemingen uit andere landen. Zowel Europees, als buiten Europa. Overigens is bevreesd zijn voor de dumping van goederen een te zware term. Wij weten dit al jaren te voorkomen op de Dordtse markt via gedegen beleid en zijn van plan om dit voort te zetten. We moeten uitkijken hier niet in de ‘preventie-paradox’ te belanden. Het feit dat het niet gebeurt, betekent niet dat ons beleid niet werkt, maar dat het juist wel werkt. 22. In onze ogen zal een marktkoopman die kwaliteit te allen tijde willen borgen en dus tijdig ingrijpen als de omzet achterblijft. Is het mogelijk dat de gedachte dat de kwaliteit van de goederen daalt als de eigenaar niet aanwezig is niet meer bij 2024 past? Antwoord: De kwaliteit van goederen hoeft niet perse te dalen, het gaat hier om verschillende aspecten van het marktwezen. Persoonlijke aanwezigheid is bijvoorbeeld belangrijk voor de status van onze markt als immaterieel of cultureel erfgoed. Het betreft marktkooplieden die vaak al generaties op de markt staan en daarmee een belangrijke functie vervullen in de sociale structuur van de stad.
Uiteindelijk is de conclusie hier overigens dat het niet gaat om de individuele kwaliteiten die wij zien, maar om de som der delen. Medewerkers weten vaak net zoveel van een product als een vergunninghouder, dit wordt ook niet ontkend. Net zoals een werknemer ook een goede band op kan bouwen met klanten. Echter, de overtuiging is dat in de som der delen, de vergunninghouder een andere functie vervuld omdat hij of zij een constante factor is op de markt en de eindverantwoordelijkheid draagt over de kwaliteit van het aanbod en de dienstverlening aan de klant en de verbinding met onze stad. Dit, in combinatie met het belang van persoonlijke aanwezigheid voor de onderbouwing van onze branchering, maakt dat het College van mening is dat persoonlijke aanwezigheid van essentieel belang is. 23. Heeft u nagevraagd hoe andere steden het doorverkopen van vergunningen tegengaan, terwijl het daar is toegestaan om met vervangers te werken? Zie ook vraag 16 Antwoord: Ja, andere steden erkennen dat dit een reëel probleem is en hebben daar geen instrument voor om dat te voorkomen. De werking van de branchering heeft u serieus besproken met de marktadviescommissie. De brancheringslijst zorgt in Dordrecht voor een mooi
Pagina 8/27
Kenmerk Datum
19 januari 2024
divers samengesteld marktaanbod. We mogen best trots zijn op deze gezellige markt die wekelijks van heide en verre mensen aantrekt om inkopen te komen doen. 24. Hoe is de marktadviescommissie samengesteld en hoe vertegenwoordigt deze commissie alle marktkooplui? Antwoord: De marktadviescommissie bestaat uit de volgende personen: 1. De voorzitter 2. Vier gekozen marktkooplieden 3. De (senior) marktmeester 4. Een vertegenwoordiger van de omliggende detailhandel 5. De kramenzetter. Bij vergaderingen zijn de kramenzetter en een vertegenwoordiger van de detailhandel doorgaans niet aanwezig. Mede omdat de agendapunten eigenlijk zelden tot nooit betrekking hebben op onderwerpen die hen aangaat. Daarnaast kunnen één of meerdere adviseurs worden aangedragen of aangevraagd om op (specifieke) agendapunten input te leveren. Teamleider Markten is officieel de voorzitter van het overleg. Bij aanwezigheid van de verantwoordelijk Wethouder, vervult de Teamleider Markten de rol van adviseur. De vier gekozen marktkooplieden zijn verantwoordelijk voor de vertegenwoordiging van alle marktkooplieden. 25.
Hoezo komt de branchering in gevaar als er sprake is van vervangingsvergunningen? Vervanging van de eigenaar betekent toch niet dat er ineens andere goederen te koop zijn of moeten we dat anders lezen en begrijpen? Antwoord: De branchering komt in gevaar omdat deze is gestoeld op persoonlijke aanwezigheid. Zonder persoonlijke aanwezigheid vervalt onze onderbouwing voor de branchering en is deze, wettelijk gezien, niet langer mogelijk. Branchering mag niet volgens de Europese Dienstenrichtlijn, tenzij… De branchering moet daarom goed onderbouwd worden. Dit is iets wat, bij navraag, veel gemeentes achterwege laten omdat zij geen juridische procedures verwachten hieromtrent. Het college is van mening dat dit een onjuiste redenatie is. De marktkooplieden zitten al jaren in veel onzekerheid en wij willen dat onze lokale wetgeving correct onderbouwd is. Branchering mag worden onderbouwd via 19 “redenen van algemeen belang”. Deze zijn als volgt; 1. openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid, als bedoeld in de artikelen 46 en 55 van het Verdrag 2. handhaving van de maatschappelijke orde; 3. doelstellingen van het sociaal beleid; 4. bescherming van afnemers van diensten; 5. consumentenbescherming; 6. bescherming van werknemers, met inbegrip van de sociale
Pagina 9/27
Kenmerk Datum
19 januari 2024
bescherming van werknemers; dierenwelzijn; handhaving van het financieel evenwicht van het socialezekerheidsstelsel; 9. voorkoming van fraude; 10. voorkoming van oneerlijke concurrentie; 11. bescherming van het milieu en het stedelijk milieu, met inbegrip van stedelijke en rurale ruimtelijke ordening; 12. bescherming van schuldeisers; 13. waarborging van een deugdelijke rechtsbedeling; 14. verkeersveiligheid; 15. bescherming van intellectuele eigendom; 16. culturele beleidsdoelen, met inbegrip van het waarborgen van de vrijheid van meningsuiting, in het bijzonder ten aanzien van de sociale, culturele, religieuze en filosofische waarden van de maatschappij; 17. de noodzaak om een hoog niveau van onderwijs te waarborgen, behoud van de diversiteit van de pers en bevordering van de nationale taal; 18. behoud van het nationaal historisch en artistiek erfgoed; 19. veterinair beleid. 7. 8.
In deze lijst met redenen heeft het college de grondslag voor de onderbouwing van branchering gevonden op basis van de redenen onder nummer 5, 10 en 18. Elk van die redenen geeft op zichzelf een zwakke onderbouwing, maar de combinatie van deze dwingende redenen van algemeen belang, is naar het oordeel van het college sterk genoeg om de branchering te kunnen blijven handhaven. Specifiek nummer 18 is gestaafd op persoonlijke aanwezigheid. De markt is immaterieel erfgoed, doordat generaties aan marktkooplieden al persoonlijk op de markt staan om hun klanten goed te helpen. Door persoonlijke aanwezigheid te vragen, voorkomen wij ook de doorverkoop van goederen, wat helpt bij het voorkomen van oneerlijke concurrentie, nummer 10, omdat er geen dumping van goederen plaats kan vinden en omdat het zorgt dat niet véle mensen zich in kunnen schrijven voor een vergunning, om die vervolgens door te verkopen aan een groot bedrijf. Daarnaast beschermt dit weer de consument, nummer 5, voor de koop van kwalitatief slechte goederen. Ook handhaaft het hiermee een redelijk en breed aanbod voor de consument. 26. U stelt in een van de antwoordbrieven dat persoonlijke aanwezigheid van levensbelang is voor de onderbouwing van de regelgeving rondom branchering. Die redenering wordt echter niet uitgelegd. Kunt u ons die uitleg geven? Antwoord: Zie antwoord op vraag 25.
Marktvisie Dordrecht: Technische vragen van Fractie Forum voor Democratie Dordrecht 1.
Met de centrale vraag in de inleiding lijkt de gemeente meer de rol te (willen) pakken van marktondernemer door te sturen op hoe de markt kan
Pagina 10/27
Kenmerk Datum
19 januari 2024
functioneren: “Hoe kan de centrummarkt van Dordrecht op de middellange en lange termijn optimaal blijven functioneren, rekening houdend met landelijke en lokale ontwikkelingen?”. Is de rol van de gemeente niet juist om de ondernemers te faciliteren zodat zij optimaal functioneren en winstgevend zijn als onderneming? Wanneer u kunt beamen dat de rol van de gemeente inderdaad faciliterend is en niet ondernemend, zou de centrale vraag dan niet beter anders geformuleerd kunnen worden? Antwoord: De gemeente heeft een sturende en bepalende rol in de werking van de markt, anders dan bij een particulier georganiseerde markt. Zo leveren wij de marktmeester en wordt het beleid vastgesteld door de gemeente. Dit gebeurt in overleg met de marktkooplieden dan wel de marktadviescommissie, maar uiteindelijk blijft de gemeente hoofdverantwoordelijk. Vandaar dat dit ook een centrale vraag is in de gemeentelijke visie op de weekmarkt. 2.
Voldoet de doelstelling die is omschreven volgens u aan het SMART principe waar volgens alle bedrijfskundige richtlijnen een doelstelling aan dient te voldoen?
Antwoord: Ja, dat doet het. Specifiek: "Het doel is de centrummarkt te positioneren als een centrale ontmoetingsplaats voor inwoners en bezoekers in een context die bijdraagt aan vergroting van de aantrekkingskracht van de stad op marktdagen en andere voor een vitale binnenstad belangrijke dagen." Meetbaar: Dit is meetbaar via bezoekersaantallen en verblijfsduur in de binnenstad. Acceptabel: Dit doel is acceptabel bevonden door de Gemeente en de Marktadviescommisie. Realistisch: Wij achten dit realistisch. Tijdsgebonden: Het betreft hier een visie van 10 jaar. 3.
De marktvisie spreekt over flexibiliteit versus zekerheid en dat “zekerheid kan worden geboden door duidelijke regels en afspraken". Is dat echt waar zekerheid vandaan komt voor een ondernemer? En welke duidelijke regels en afspraken worden in dit geval bedoeld?
Antwoord: Dit is wat wij terugkrijgen van de marktondernemers. Duidelijke regels en afspraken gaan bijvoorbeeld over hoe lang duurt de vergunning, kan de markt worden verplaatst en hoevaak? De vergunningen voor bepaalde tijd hangen al jaren als een zwaard van Damocles boven het hoofd van de marktondernemers. Dit maakte dat zij in onzekerheid zaten over hoe de nieuwe regels vorm gingen krijgen. Zij hebben zelf aangegeven dit als erg storend te ervaren. Wij geven ze nu duidelijkheid. 4.
In de tekst staat: “In het geval van de centrummarkt van Dordrecht, is het belangrijk om te benadrukken dat de gemeente haar marktondernemers veel kansen en zekerheid wil bieden, maar hier ook zaken voor terug vraagt.” Wat betekent deze ‘voor wat hoort wat’ principe precies? Welke zaken vraagt de gemeente terug voor het faciliteren van kansen en zekerheid?
Antwoord: Hier wordt gerefereerd aan onze selectiecriteria, waarin we onder andere kijken naar duurzaamheid en sociaal ondernemerschap en naar persoonlijke aanwezigheid.
Pagina 11/27
Kenmerk Datum
5.
19 januari 2024
In de tekst op pagina 6 lezen we: “Hier ligt een grote uitdaging voor de gemeente om hier met goede oplossingen te komen, die de marktondernemer de kansen en zekerheid biedt die zij verdienen. Tegelijkertijd wil Dordrecht ook een grote evenementenstad blijven, wat betekent dat we scherpe keuzes moeten maken.” Wat zijn precies de scherpe keuzes die de gemeente moet maken die zich tegelijkertijd afspelen met het bieden van kansen en zekerheid?
Antwoord: De scherpe keuzes die we moeten maken betreffen een eventuele permanente verplaatsing van de markt, maar ook of de marktondernemers tijdelijk kunnen worden verplaatst voor evenementen. Daarnaast kent de markt een infrastructuur die investeringen vergt van de gemeente. Bij verplaatsingen moet dit ook worden bekostigd. 6.
Op pagina 7 lezen we: “Daarnaast biedt het mogelijkheden om samen met de Marktadviescommissie weer te gaan sturen op kwaliteit en toegevoegde waarde. Een en ander wordt uitgewerkt in de marktverordening.” We lezen hier dat de gemeente gaat sturen op kwaliteit en toegevoegde waarde. Is dat niet juist wat marktwerking is; als de kwaliteit slecht is en het vervult geen behoefte van de afnemer, dan komt dat vanzelf tot uiting en dient de aanbieder het product beter af te stemmen op de behoefte van de afnemer?
Antwoord: Wij zien en benaderen kwaliteit in een groter geheel. Het geheel is groter dan de som der delen. Niet alleen de producten van één marktkoopman of -vrouw, maar juist samen als één markt zorgen dat zoveel mogelijk mensen mee kunnen. Marktondernemers kunnen elkaar namelijk versterken. Als de één meer publiek trekt, heeft een andere ondernemer daar vaak ook profijt van. 7.
In de conclusie staat: “Al met al kan worden gesteld dat de centrummarkt van de gemeente Dordrecht meer en meer geïntegreerd moet worden in één grote samenwerking van alle verschillende spelers in de binnenstad. Alleen zo kunnen we de markt en de binnenstad levendig houden.” Is dat een eigen conclusie? Of is dat een invulling die mooi past als rechtvaardiging van de “scherpe keuzes en beslissingen” die door de gemeente gemaakt worden?
Antwoord: Dat is de conclusie die voortkomt uit de (landelijke) analyse dat binnensteden door veranderend consumentengedrag zich meer moeten gaan richten op kernkwaliteiten van beleving en ontmoeting, naast plek om aankopen te kunnen doen, om toekomstbestendig te zijn. Hier is de richting van het toekomstbeeld binnenstad en deze marktvisie op gebaseerd. Raadsvoorstel Vaststellen Marktverordening & Marktvisie: 8. De gemeente geeft voor de verdeling van de schaarse vergunning het advies om over te gaan op het selectiestelsel. Tijdens de commissie werd daarover gezegd dat men punten ontvangt als men een bijdrage levert aan de ambities van het college. Is de gemeente dan niet juist aan het voortrekken of positief discrimineren? Antwoord: Het gaat specifiek om het bijdragen aan agenda 2030 van de Gemeente. We zijn er van overtuigd dat we voor een aantal grote uitdagingen staan in onze stad.
Pagina 12/27
Kenmerk Datum
19 januari 2024
Daarom hechten we waarde aan zaken als duurzaamheid en sociaal ondernemerschap. De meeste punten zijn te halen door een bijdrage te leveren aan deze stedelijke doelstellingen. Dit is vrij in te vullen door de intekenaar op de vergunning. Wij geloven niet dat we hiermee mensen discrimineren of voortrekken. Dit is bevestigd door onze juristen, zolang het zorgvuldig is geformuleerd. 9.
Bij b. Branchering wordt gesteld: “Als de gemeente wil sturen op de verkoopgroepen op de markt…” Moeten we als gemeente wel willen sturen op verkoopgroepen? Vraag en aanbod zijn bepalend voor de markt. Niet goed lopende verkoopgroepen zullen dan toch vanzelf verdwijnen?
Antwoord: Niet lopende verkoopgroepen verdwijnen niet vanzelf, omdat wij die zelf instellen. Daarom willen we juist 'sturen' door verkoopgroepen waar geen ondernemers voor zijn op te heffen en samen te voegen met andere verkoopgroepen. Het marktkantoor krijgt bijvoorbeeld met regelmaat de vraag of er nog stoffen op de markt worden verkocht. Er is dus wel vraag naar, maar wellicht niet genoeg om op zichzelf een stoffenkraam te rechtvaardigen. Als een stoffenverkoper echter meer aanverwante spullen kan verkopen, desnoods met een beperkte assortiment aan stoffen, dan heeft deze ondernemer wellicht wel een overlevingskans. Zo wordt er gedacht aan de ondernemer én aan de klant. 10. Bij b. Branchering I wordt genoemd: “Ter bescherming van de bezoeker… willen wij verkoopgroepen houden.” De markt wordt mede bepaald door de afnemer en goed marktonderzoek kan bijdragen aan een behoeftebepaling. Heeft de bezoeker dus echt bescherming nodig? Antwoord: In sommige gevallen wel. Op het oog is niet altijd goed te zien wat wel en niet van goede kwaliteit is. Daarnaast geloven wij in een breed aanbod. Door middel van verkoopgroepen kan voorkomen worden dat we teveel van één type onderneming krijgen.
Als een ondernemer waar wel vraag naar is niet de selectieprocedure wint, omdat een onderneming waar weinig vraag naar is maar met meer investeringsmogelijkheden heeft op bepaalde gebieden, dan wordt met die keuze niet de consument gediend. 11. Bij b. Branchering II wordt genoemd: “Met de komst van schaarse vergunningen bestaat er een (groter) risico dat grote(re) ondernemingen vergunningen opkopen, of bijvoorbeeld familieleden of vrienden in laten schrijven…” Dit impliceert op voorhand dat de ondernemers van de markt vergunningsfraude zullen gaan plegen. Een dergelijke opmerking werd tijdens de commissievergadering van 16 januari ook gemaakt door de ambtelijke ondersteuning. Het is nogal een sterke aantijging om de ondernemers daar op voorhand van te beschuldigen. Is de wethouder het met ons eens dat dit zeer ongepast is en zelfs onacceptabel om dit als gemeente uit te spreken en op papier te zetten? Antwoord: Het betreft hier geen beschuldiging van de huidige ondernemers, of van welke specifieke ondernemer ook. Tegelijkertijd weten we dat het wel gebeurt. Wij vertrouwen erop dat onze huidige ondernemers geen vergunningen (door)verkopen, maar kunnen niet garant staan voor een ieder die zich in de toekomst inschrijft. Het heeft ook geen zin om je in te schrijven op onze markt als je de vergunning door wilt
Pagina 13/27
Kenmerk Datum
19 januari 2024
verkopen, omdat je persoonlijk aanwezig moet zijn. Daarom vertrouwen wij er ook op dat het niet gebeurt. Het zou inderdaad ongepast zijn om specifieke ondernemers te beschuldigen van iets, maar daar is geen sprake van geweest. Als er snelheidscamera's boven de snelweg hangen en die worden weggehaald, is er ook een groter risico dat mensen te hard gaan rijden. Daarmee beschuldigen wij niet heel Nederland van een snelheidsovertreding. 12. Bij b. Branchering III wordt genoemd: “...het aantal verschillende verkoopgroepen geleidelijk af te bouwen…” Voor wie is dit een voordeel en wat is het voordeel? Antwoord: Dit is een voordeel voor de huidige marktondernemers, omdat op deze wijze de verkoopgroepen wel in stand blijven. Daarnaast is het een voordeel voor toekomstige marktondernemers en wellicht sommige huidige marktondernemers, die bij een verkleining van het aantal verkoopgroepen meer soorten producten kunnen verkopen. 13. Bij d. Flexibel en optimaal ruimtegebruik wordt er gekozen om in de marktverordening op te nemen: "Markt verplaatsen of annuleren".
Dit kan bij bovenregionale evenementen, denk bijvoorbeeld aan de "Tour de Femmes", of bij regionale evenementen met een zeer groot belang voor de stad, zoals de "Decemberdagen”." Wat is de reden dat deze evenementen niet op de Bagijnhof kunnen worden gehouden? Deze zijn incidenteel en mogen ook plaatsvinden op een centrale en makkelijk bereikbare plek in het centrum vanaf het station gezien. Antwoord: Dat is een optie, maar deze locatie heeft meer beperkingen als evenementenlocatie dan het Statenplein. Artikel 24 geeft als uitgangspunt dat moet worden gekeken naar verschillende opties voor een eventuele tijdelijke verplaatsing van de markt, dus dat verschillende belangen goed tegen elkaar worden afgewogen. 14. Bij e. Vergunningsduur staat: “De Europese Dienstenrichtlijn stelt dat vergunningen voor onbepaalde tijd niet langer uitgegeven mogen worden.” Hoe wordt dit precies omschreven in de richtlijn en in welke context mag dit geplaatst worden? Antwoord: Artikel 11 van de Dienstenrichtlijn stelt het volgende: Artikel 11 1.
Een aan een dienstverrichter verleende vergunning heeft geen beperkte geldigheidsduur, tenzij in gevallen waar: a)de vergunning automatisch wordt verlengd of alleen afhankelijk is van de voortdurende vervulling van de voorwaarden; b)het aantal beschikbare vergunningen beperkt is door een dwingende reden van algemeen belang; of c)een beperkte duur gerechtvaardigd is om een dwingende reden van algemeen belang. Het aantal vergunningen op onze markt is beperkt door de schaarse ruimte, dus er is sprake van schaarse vergunningen.
Pagina 14/27
Kenmerk Datum
19 januari 2024
15. Zou het college kunnen toelichten op welke manier de markt valt onder het leveren van een dienst, rekening houdend met het feit dat de markt de puurste vorm is van het verkopen van producten? Antwoord: Allereerst is de volgende uitspraak van belang: https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@102657/201309296-4-r4/. Met als één van de conclusies: "Voor het overige wordt in overweging 33 van richtlijn 2006/123 beklemtoond dat de diensten waarop deze richtlijn betrekking heeft, zeer diverse, voortdurend veranderende activiteiten betreffen, met de uitdrukkelijke vermelding dat tot die activiteiten diensten behoren die zowel aan bedrijven als aan particulieren worden verleend, zoals de distributiehandel." En ook: "artikel 4, punt 1, van richtlijn 2006/123 moet aldus worden uitgelegd dat de activiteit bestaande in detailhandel in goederen, voor de toepassing van die richtlijn een „dienst” vormt." En verder: "Aangezien in het hoofdgeding de handel in goederen aan de orde is, moet er nog op worden gewezen dat overweging 76 van richtlijn 2006/123, onder verwijzing naar de verhouding tussen deze richtlijn en de artikelen 34 tot en met 36 VWEU, betreffende het vrije verkeer van goederen, enkel preciseert dat de beperkingen waarop zij betrekking heeft eisen met betrekking tot de toegang tot of de uitoefening van dienstenactiviteiten en niet eisen ten aanzien van de goederen zelf
betreffen. Zoals de Commissie heeft opgemerkt, betreffen de voorschriften van het bestemmingsplan in het hoofdgeding niet de goederen zelf, maar de voorwaarden voor de geografische ligging van activiteiten in verband met de verkoop van bepaalde goederen, dus de voorwaarden voor toegang tot die activiteiten." Het Europese hof heeft verder gedefinieerd dat: "De diensten waarop deze richtlijn betrekking heeft, betreffen zeer diverse, voortdurend veranderende activiteiten, waaronder zakelijke diensten zoals de diensten van management-consultants, certificering en tests, faciliteitenbeheer, waaronder het onderhoud van kantoren, reclamediensten, de werving van personeel en diensten van handelsagenten. Het gaat bij deze diensten ook om diensten die zowel aan bedrijven als aan particulieren worden verleend, zoals juridische of fiscale bijstand, diensten in de vastgoedsector, zoals makelaarsdiensten, of de bouwsector, met inbegrip van de diensten van architecten, de distributiehandel, de organisatie van beurzen, autoverhuur en reisbureaus. Voorts vallen hieronder consumentendiensten, bijvoorbeeld op het gebied van toerisme, zoals reisleiders, vrijetijdsdiensten, sportcentra en pretparken, en, voor zover zij niet van het werkingssfeer van de richtlijn zijn uitgesloten, thuiszorg, zoals hulp aan ouderen.
Het kan zowel gaan om diensten waarvoor de dienstverrichter en de afnemer zich in elkaars nabijheid dienen te bevinden als om diensten waarvoor de dienstverrichter of de afnemer zich moet verplaatsen of die op afstand kunnen worden verricht, waaronder via internet." Een uitspraak van de Raad van State inzake standplaatsen in Nijmegen maakte definitief dat de schaarse vergunningen ook voor de ambulante handel gelden.
Pagina 15/27
Kenmerk Datum
19 januari 2024
https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@126159/202001963-1-a3/ Conclusie Waar het hier om gaat is niet zozeer dat men goederen verkoopt. De dienst slaat op de toegang tot de verkoop, omdat die beperkt is tot het marktterrein. 16. Wanneer er geen sprake is van het leveren van een dienst, maar het leveren van producten, vallen de ondernemers van de markt die producten verkopen dan wel onder de Europese Dienstenrichtlijn? Antwoord: Zie hiervoor het antwoord op de vorige vraag, er is sprake van een dienst. 17. Bij e. Vergunningsduur staat: “...andere factoren…” Wat zijn de andere factoren? Antwoord: Andere factoren zijn in deze de regels die een gemeente oplegt aan een ondernemer. Zoals de persoonlijke aanwezigheid die wordt gevraagd van de ondernemers. 18. Bij e. Vergunningsduur wordt gesteld dat een gemiddelde terugverdientijd voor een marktondernemer 9-12 jaar is, wat een vergunning van 15 jaar zou rechtvaardigen. Stel dat de terugverdientijd van een investering in kapitaalgoederen (bijvoorbeeld de vitrines en bakapparatuur van de viskraam) 12 jaar is. Hier wordt dan vaak gesproken over afschrijvingen of vervangingsinvesteringen.
Als na 12 jaar apparatuur aan vervanging toe is, blijft de ondernemer dan doorwerken met oude, versleten of kapotte apparatuur? Wanneer apparatuur na bijvoorbeeld 12 jaar aan vervanging toe is, adviseert u dan de ondernemer om te investeren in apparatuur met een terugverdientijd van 9-12 jaar terwijl hij niet weet of hij over 3 jaar “geselecteerd” wordt voor een nieuwe vergunning? Antwoord: De terugverdientijd is gebaseerd op 5 werkdagen. Marktondernemers werken vaak op verschillende markten en hebben daardoor te maken met een soort overlappend omslagsysteem van vergunningen. Dat is in sommige gevallen onhandig voor de ondernemer, want dat betekent dat het aanbod van plaatsen in verschillende gemeentes beperkter is. Het zorgt echter wel dat indien de vergunning in Dordrecht afloopt binnen 3 jaar, een andere vergunning wellicht nog langer doorloopt. Doordat deze terugverdientijd verdeeld is over meerdere markten, wordt het risico van één markt kwijtraken ook gemitigeerd. Of de marktkooplieden dan nog moeten investeren of niet, is uiteindelijk een bedrijfsmatige overweging waar wij als college geen antwoord op kunnen geven. Ook met oude bakapparatuur kan de vergunning verkregen worden, maar dat is een risico. 19. Bij de risico’s van dit voorstel staat bij 1.
Persoonlijke Aanwezigheid: “Ook zien wij juridische zwaktes in ons beleid als persoonlijke aanwezigheid niet wordt behouden.” Wat zijn die juridische zwaktes?
Pagina 16/27
Kenmerk Datum
19 januari 2024
Antwoord: De branchering komt in gevaar omdat deze is gestoeld op persoonlijke aanwezigheid. Zonder persoonlijke aanwezigheid vervalt onze onderbouwing voor de branchering en is deze, wettelijk gezien, niet langer mogelijk. Branchering mag niet volgens de Europese Dienstenrichtlijn, tenzij… De branchering moet daarom goed onderbouwd worden. Dit is iets wat, bij navraag, veel gemeentes achterwege laten omdat zij geen juridische procedures verwachten hieromtrent. Het college is van mening dat dit een onjuiste redenatie is. De marktkooplieden zitten al jaren in veel onzekerheid en wij willen dat onze lokale wetgeving correct onderbouwd is. Branchering mag worden onderbouwd via 19 “redenen van algemeen belang”. Deze zijn als volgt; 1. openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid, als bedoeld in de artikelen 46 en 55 van het Verdrag 2. handhaving van de maatschappelijke orde; 3. doelstellingen van het sociaal beleid; 4. bescherming van afnemers van diensten; 5. consumentenbescherming; 6. bescherming van werknemers, met inbegrip van de sociale bescherming van werknemers; 7. dierenwelzijn; 8. handhaving van het financieel evenwicht van het socialezekerheidsstelsel; 9. voorkoming van fraude; 10. voorkoming van oneerlijke concurrentie; 11. bescherming van het milieu en het stedelijk milieu, met inbegrip van stedelijke en rurale ruimtelijke ordening; 12.
bescherming van schuldeisers; 13. waarborging van een deugdelijke rechtsbedeling; 14. verkeersveiligheid; 15. bescherming van intellectuele eigendom; 16. culturele beleidsdoelen, met inbegrip van het waarborgen van de vrijheid van meningsuiting, in het bijzonder ten aanzien van de sociale, culturele, religieuze en filosofische waarden van de maatschappij; 17. de noodzaak om een hoog niveau van onderwijs te waarborgen, behoud van de diversiteit van de pers en bevordering van de nationale taal; 18. behoud van het nationaal historisch en artistiek erfgoed; 19. veterinair beleid. In deze lijst met redenen heeft het college de grondslag voor de onderbouwing van branchering gevonden op basis van de redenen onder nummer 5, 10 en 18. Elk van die redenen geeft op zichzelf een zwakke onderbouwing, maar de combinatie van deze dwingende redenen van algemeen belang, is naar het oordeel van het college sterk genoeg om de branchering te kunnen blijven handhaven. Specifiek nummer 18 is gestaafd op persoonlijke aanwezigheid. De markt is immaterieel erfgoed, doordat generaties aan marktkooplieden al persoonlijk op de markt staan
Pagina 17/27
Kenmerk Datum
19 januari 2024
om hun klanten goed te helpen. Door persoonlijke aanwezigheid te vragen, voorkomen wij ook de doorverkoop van vergunningen, wat helpt bij het voorkomen van oneerlijke concurrentie, nummer 10, omdat er geen dumping van goederen plaats kan vinden en omdat het zorgt dat niet véle mensen zich in kunnen schrijven voor een vergunning, om die vervolgens door te verkopen aan een groot bedrijf. Daarnaast beschermt dit weer de consument, nummer 5, voor de koop van kwalitatief slechte goederen. Ook handhaaft het hiermee een redelijk en breed aanbod voor de consument. 20. Bij 2. Branchering / Verkoopgroepen staat: “Ons voorstel om de verkoopgroepen geleidelijk te bekijken is wel een juridisch risico.” Wat is het juridisch risico? Antwoord: Het risico bestaat dat een rechterlijke macht ons opdraagt om sneller de verkoopgroepen af te bouwen. Dit omdat ook als je verkoopgroepen/branchering weet te onderbouwen, je deze niet onnodig mag handhaven. De gemeente wil niet onnodig verkoopgroepen in stand houden. Tegelijkertijd vinden wij het beter om de verkoopgroepen geleidelijk af te bouwen, zodat marktondernemers tijd hebben om zich aan te passen aan de nieuwe realiteit. Technische vragen fractie Beter voor Dordt Deze vragen zijn bedoeld om een dieper inzicht te krijgen in de motieven, gevolgen en risico's van de voorgestelde marktvisie, marktverordening en beleidsveranderingen.
Marktvisie Dordrecht: 1. Wat zijn de specifieke uitdagingen die de markt in Dordrecht ervaart in termen van ruimteverdeling en consumentengedrag? Antwoord: De markt heeft zowel eigen uitdagingen en uitdagingen die voor meerdere partijen in de stad gelden. Ruimteverdeling De markt verandert continu. Het is een grote uitdaging om alle marktkooplieden in de juiste volgorde het terrein op te krijgen. Het is een logistiek proces, wat gelukkig goed wordt gestroomlijnd door de marktmeesters en de marktkooplieden. Als we het breder bekijken zien we dat de stad in grote ontwikkeling is. Het is moeilijk om recht te doen aan alle vragen en verzoeken voor evenementen, horeca en vergroening. Tegelijkertijd zien we dat de markt ook ruimte nodig heeft. Het Statenplein, waar nu een aanzienlijk deel van de markt staat, is een terrein wat al multifunctioneel wordt gebruikt, maar in de weekenden vooral in gebruik is door de markt. Het Bagijnhof kan ook functioneel worden gemaakt voor de weekmarkt. Het Bagijnhof is minder bruikbaar voor veel (grote) evenementen. Daarom zien we de oplossing, op termijn en als aan de juiste randvoorwaarden zijn voldaan, in het verplaatsen van de markt naar het Bagijnhof. We willen voorkomen dat er steeds meer een beroep wordt gedaan op een tijdelijke verplaatsing van de markt, of bijvoorbeeld het eerder beëindigen van de markt, voor evenementen en horeca.
Dat zou geen recht doen aan de kracht van de markt. Daarom zien wij in verplaatsing de beste oplossing. Consumentengedrag
Pagina 18/27
Kenmerk Datum
19 januari 2024
De consumenten die op de markt komen verouderen, net zoals de rest van de samenleving. Uit eigen rapporten van de Centrale Handel voor Ambulante Handel (CVAH) blijkt dat jongere consumenten nog niet zo vaak als gewenst de markt weten te vinden. Dit betekent dat we samen met de markt eraan moeten werken om de markt aantrekkelijk te houden, ook voor nieuwe generaties. In de gehele stad en in het land zien we steeds meer een vraag naar beleving in de binnenstad. Mensen willen een mooi totaalpakket en niet alleen maar spullen kopen. Ook voor de markt is dit relevant. Dat betekent dat we evenementen, horeca, vergroening en de markt samen moeten brengen om in het belang van hun allen, de binnenstad aantrekkelijk te houden. 2.
Hoe zullen de voorgestelde veranderingen in de marktvisie bijdragen aan het behoud van een vitale binnenstad in lijn met het Toekomstbeeld voor de Binnenstad?
Antwoord: In onze visie dragen de veranderingen in de marktvisie bij aan de belevingswaarde van de binnenstad. Dat is goed voor alle partijen, ook voor de markt. Vooral op de zaterdagen zien we dat de markt ook veel wordt bezocht door toeristen en consumenten uit een zeer grote regio. Zelfs uit België komen er mensen naar de Dordtse weekmarkt. Een aantrekkelijkere binnenstad, waar de markt ook meegaat in de ontwikkelingen rondom vergroening, duurzaamheid en beleving, is daarom voor iedereen bevorderlijk. 3.
Op welke manier zal de verplaatsing van de markt van het Statenplein naar het Bagijnhof het centrumgebied versterken?
Antwoord: Een verplaatsing van de markt naar het Bagijnhof speelt het Statenplein vrij voor groen, horeca en evenementen. Dit zorgt voor meer belevingswaarde in de binnenstad. Nu al zien we dat mensen vanaf de markt ook een plekje zoeken in de horeca. Meer horecamogelijkheden, vergroening en evenementen houdt mensen langer in het centrumgebied en vergroot de aantrekkingskracht van de stad. Hier heeft ook de markt baat bij. Nu is het Statenplein op vrijdag en zaterdag een levendig geheel, maar van zondag tot en met donderdag niet. Nieuwe Marktverordening Dordrecht: 4. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen en bespreekpunten in de nieuwe Marktverordening en hoe dragen ze bij aan duurzaamheid, mobiliteit, en ruimtelijke vraagstukken? Antwoord: De belangrijkste wijzigingen in de marktverordening zijn: 1. Het vergunningstelsel, wat overgaat op tijdelijke vergunningen en met een selectiestelsel gaat werken 2. Een beter uitgewerkt plan hoe, waarom en wanneer de markt verplaatst of geannuleerd kan worden. 3. Het terugbrengen van de branchering c.q. verkoopgroepen (officieel staat dit in de inrichtingsplannen). 4. Een ingezette versoepeling van de aanwezigheidsplicht, specifiek het vervallen van de verplichting om de reden van afwezigheid te melden. Per wijziging verschilt wat deze wijzigingen bijdragen aan duurzaamheid, mobiliteit en ruimtelijke vraagstukken.
Wat belangrijk is, is dat de marktverordening slechts het
Pagina 19/27
Kenmerk Datum
19 januari 2024
juridisch kader is waar binnen we samen met de marktondernemers werken. Het selectiestelsel voor ondernemers selecteert echter wel op waarden zoals duurzaamheid. Voor andere vraagstukken willen we na de marktvisie een uitvoeringsplan opstellen samen met de marktkooplieden, om te bekijken hoe we dit soort vraagstukken verder kunnen brengen. 5. Waarom wordt het selectiestelsel voorgesteld boven loting of op basis van binnenkomst bij het verdelen van schaarse vergunningen? Antwoord: Zowel de marktkooplieden, middels de Marktadviescommissie, als de Gemeente hebben deze voorkeur uitgesproken. We willen graag een sterke markt met goede ondernemers. Vergunningen op basis van binnenkomst of loting geven de gemeente geen keuzemogelijkheden in wie er op de markt komt. De marktkooplieden beamen dat een selectiestelsel voor hen het eerlijkst voelt, omdat de beste ondernemer dan de vergunning krijgt. 6.
Hoe gaat de voorgestelde afbouw van verkoopgroepen de diversiteit op de markt beïnvloeden?
Antwoord: Er is een positieve invloed. We hebben nu verkoopgroepen waar officieel open plekken zijn, maar waar geen marktkooplieden zich voor aanmelden. Een bekend voorbeeld is stoffen. In ons plan voegen wij verkoopgroepen waar geen ondernemers voor zijn samen met andere verkoopgroepen die daar logisch bij horen. Dat biedt ondernemers een breder aanbod aan te verkopen goederen, waardoor zij hopelijk geneigd zijn om een kraam te beginnen op de markt van Dordrecht. Als dat niet werkt, dan veranderd er alleen een papieren werkelijkheid. Als het wel werkt, dan hebben we meer diversiteit op de markt. Het samenvoegen kan betekenen dat er in twee groepen geen ondernemers zijn, maar het kan ook zo zijn een verkoopgroep zonder bestaande ondernemers wordt samengevoegd met een verkoopgroep waar wel bestaande ondernemers in actief zijn. In dat geval krijgen de bestaande ondernemers de mogelijkheid om meer goederen aan te bieden. Beleid voor 2024 (Standplaatsenverordening, Kioskenbeleidsregel, Snuffelmarkten, Kermisbeleid): 7. Hoe zal de herziening van de Standplaatsenverordening bijdragen aan eerlijke en transparante toewijzing van vergunningen? Antwoord: Op dit moment melden standplaatshouders zich aan voor een standplaats, maar worden de standplaatsen niet breed opengesteld. Tegelijkertijd zijn de vergunningen nu voor een jaar.
De gemeente wilt een goede balans creëren tussen het waarborgen van de rechten van standplaatshouders, maar tegelijkertijd wel voldoen aan de Europese regels en het proces transparanter maken voor eventuele geïnteresseerden. 8.
Waarom is apart beleid nodig voor kiosken en welke overwegingen spelen een rol bij het mogelijk indelen op basis van verkoopgroepen?
Antwoord:
Pagina 20/27
Kenmerk Datum
19 januari 2024
Standplaatsen staan voor een bepaalde tijd, terwijl kiosken permanent staan. Kiosken waren van origine standplaatsen die je moet kunnen verrijden. In de realiteit is dat niet meer mogelijk is. Het verschilt daarom wezenlijk van standplaatsen. Het indelen in verkoopgroepen is om na te gaan of er een evenwicht kan worden gevonden tussen wat de wijk nodig heeft en wat de verkoper te bieden heeft. We moeten wel nagaan hoe dit goed in banen te leiden, want we willen niet dat bestaande ondernemers hier last van ondervinden. 9.
Welke stappen worden ondernomen om het kermisbeleid openbaar en duidelijk genoeg te maken voor geïnteresseerden?
Antwoord: We willen het huidige beleid, wat voldoet aan de regelgeving, vooral uitschrijven en op duidelijke plaatsen en tijden kenbaar maken. Ons systeem van gesloten verpachting werkt goed, hoofdzakelijk omdat de gemeente de kermis zelf organiseert. Tegelijkertijd helpt het uitschrijven ons ook om na te gaan of we alles volledig scherp hebben en of wij geen zaken over het hoofd zien. Persoonlijke Aanwezigheid: 10. Hoe wordt persoonlijke aanwezigheid gezien als een belangrijk middel om de doorverkoop van vergunningen te voorkomen? Antwoord: Vergunninghouders hebben een vergunning op naam, die niet doorverkocht mag worden. Vergunningen zijn echter een hoop geld waard, waardoor dit risico wel bestaat. Als een vergunninghouder niet zelf aanwezig hoeft te zijn, is het zeer moeilijk om toezicht te houden op de doorverkoop van vergunningen. In een situatie waar geen persoonlijke aanwezigheid bestaat, kan een vergunninghouder vrij simpel iemand bijschrijven op zijn of haar bedrijf. Vervolgens gaat hij naar een geïnteresseerde koper en geeft aan wat de verwachtte weekomzet is en hoeveel hij vraagt voor het gebruik van zijn vergunning en plaats. Omdat een vergunninghouder niet persoonlijk aanwezig hoeft te zijn, kan hij of zij dit op veel markten doen. We weten dat op de markt van Rotterdam soms tot wel vijf verschillende plaatsen op één vergunninghouder staan.
Het doorverkopen van het gebruik van de openbare ruimte, die in beheer staat van de Gemeente en van iedereen is, mag niet en moeten wij tegenstaan. Persoonlijke aanwezigheid zorgt dat zélfs als een vergunninghouder toch zijn vergunning zou verkopen, hij of zij zelf op de marktplaats aanwezig moet zijn. Dat haalt de prikkel voor verkoop weg, omdat de vergunninghouder dan net zo goed zijn eigen bedrijf kan runnen. Daarom wordt persoonlijke aanwezigheid gezien als een zeer belangrijk middel, zelfs de enige die werkt, om de doorverkoop van vergunningen tegen te gaan. 11. Wat zijn de argumenten van voor- en tegenstanders van persoonlijke aanwezigheid, en hoe wordt een balans gevonden tussen ondernemersvrijheid en het behoud van een persoonlijk karakter op de markt? Antwoord: