CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20240118 - Beantwoording technische vragen binnenstadsnota's.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 2 april 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen Marktverordening en Marktvisie - Raadsvoorstel11.400 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Pagina 21/27

Kenmerk Datum

19 januari 2024

Voorstanders van persoonlijke aanwezigheid vinden dat persoonlijke aanwezigheid bijdraagt aan: 1. Het tegengaan van de (door)verkoop van vergunningen. 2. Het persoonlijk karakter op de markt. 3. De samenwerking tussen de marktondernemer en de Gemeente. 4. Het in standhouden van de markt als erfgoed. Tegenstanders van persoonlijke aanwezigheid vinden dat: 1. Persoonlijke aanwezigheid hun belemmerd in hun vrijheid. 2. Persoonlijke aanwezigheid achterhaald/niet meer van deze tijd is. 3. Persoonlijke aanwezigheid belet de doorgroei van hun bedrijf. De gemeente is een voorstander van volledige persoonlijke aanwezigheid. Dit past het beste bij het persoonlijk karakter en de erfgoed status van de markt. Ook is het bevorderlijk voor de samenwerking. Tegelijkertijd ziet de gemeente ook in dat persoonlijke aanwezigheid ook wat vraagt van marktondernemers. Daarom is zo'n 20 jaar geleden al gekozen voor de 'halve dag regeling'. De Gemeente wil dit beleid ook nu weer graag voortzetten. Deze halve dag regeling is ooit ontstaan toen de vrijdagmarkt van een 'ochtend-markt' werd uitgebreid tot een 'dag-markt' en later uitgebreid naar ook de zaterdag. Met de halve dag regeling hebben ondernemers meer vrijheid om hun tijd ook aan andere zaken te besteden. In de huidige regelgeving mag de halve dag officieel niet gebruikt worden voor bedrijfsvoering, zoals het doen van de administratie of inkoop.

Echter, de gemeente heeft het standpunt ingenomen dat het niet onze zaak is waar de marktkooplieden deze halve dag aan besteden. Daarom staat de beperking van bedrijfsmatige werkzaamheden niet opgenomen in de nieuwe regelgeving. Branchering/Verkoopgroepen: 12. Op welke manier zal het voorstel om het aantal verkoopgroepen geleidelijk af te bouwen de markt in Dordrecht beïnvloeden? Antwoord: Het afbouwen van het aantal verkoopgroepen zal zorgen dat er, hopelijk, meer aanbod komt in verkoopgroepen waar nu geen aanbod voor is. Ook kan het bestaande ondernemers meer vrijheid geven in welke goederen zij verkopen. Zie ook het antwoord op vraag 6. 13. Wat zijn de juridische risico's van het voorstel, gezien het ontbreken van jurisprudentie op het gebied van het hebben van verkoopgroepen? Antwoord: Het risico bestaat dat een rechterlijke macht ons opdraagt om sneller de verkoopgroepen af te bouwen. Dit omdat ook als je verkoopgroepen/branchering weet te onderbouwen, je deze niet onnodig mag handhaven. De gemeente wil ook zeker niet onnodig verkoopgroepen in stand houden. Tegelijkertijd vinden wij het beter om het afbouwen geleidelijk plaats te laten vinden, zodat marktondernemers tijd hebben om zich aan te passen aan de nieuwe realiteit. Flexibel en Optimaal Ruimtegebruik:

Pagina 22/27

Kenmerk Datum

19 januari 2024

14. Hoe zal de flexibiliteit in het ruimtegebruik, met name op het Statenplein, bijdragen aan het verhogen van de beleving en stadspromotie? Antwoord: Flexibiliteit in het ruimtegebruik zorgt dat, bijvoorbeeld het Statenplein, hopelijk meerdere dagen in de week een belangrijke functie kan vervullen. Nu is het Statenplein op vrijdag en zaterdag een levendig geheel, maar van zondag tot en met donderdag niet. Door meer groen, horeca en evenementen draagt het bij aan de beleving van de stad en zal helpen in de stadspromotie. 15. Op welke manier is de afweging tussen de noodzaak voor marktkooplieden van een vaste herkenbare plek en de behoefte aan flexibel ruimtegebruik gemaakt? Antwoord: Voordat de verplaatsing naar het Bagijnhof op tafel lag in het huidige plan, werd er gekeken naar hoe er om de markt heen gebouwd kon worden. Daar zijn wel wat mogelijkheden voor gevonden, maar de functie bleef daarmee zeer beperkt. Ook voor evenementen werd het dan lastig op het Statenplein. We kwamen tot het inzicht dat we vaker aan de marktkooplieden zouden vragen om hun kraam te verplaatsen, of het zelfs dat marktkooplieden helemaal hun plaats niet in zouden kunnen nemen. Een verplaatsing naar het Bagijnhof neemt dit weg. Omdat Bagijnhof minder geschikt is voor het organiseren van diverse soorten evenementen, is de kans op tijdelijke verplaatsing vele malen kleiner.

Dat betekent dat we daarmee de marktkooplieden juist de vaste en herkenbare plek kunnen bieden, die zij nodig hebben om hun bedrijf succesvol te runnen. Vergunningsduur: 16. Waarom wordt voorgesteld om langlopende vergunningen van vijftien jaar uit te geven, en hoe is deze termijn gebaseerd op investeringstoetsen en andere factoren? Antwoord: Voor de vergunningsduur hebben we onder andere gekeken naar een onderzoek van de CVAH, die werd geduid door de rechterlijke macht als een gedegen onderzoek dat als voorbeeld dient, en een onderzoek uitgevoerd door SEO in opdracht van het Ministerie van Economische zaken. Deze onderzoeken maken onder andere gebruik van een investeringstoets. Uit deze onderzoeken komen verschillende gegevens naar voren. Wat we in deze twee onderzoeken zien is dat 88% van de ondernemers een terugverdientijd heeft van 10 jaar of korter en dat de gemiddelde terugverdientijd tussen de 9 en 12 jaar ligt. Natuurlijk zijn er uitschieters naar de bovenkant en onderkant. De gemeente heeft vervolgens gekeken naar wat eerlijk is. De ondernemers vroegen ons aan de start van het traject een vergunning van 15 jaar, met eventueel een overgangsperiode van 5 jaar. De rechtspraak heeft uitgewezen dat, indien een redelijke vergunningstermijn wordt geboden, een overgangsperiode om te kunnen wennen aan het nieuwe beleid niet nodig is.

Daarop heeft de gemeente besloten dat, omdat wij persoonlijke aanwezigheid willen blijven vragen van de marktkooplieden, wij dit wel mee dienen te nemen in de vergunningsperiode. We hebben ook de

Pagina 23/27

Kenmerk Datum

19 januari 2024

vergunningsperiode vergeleken met andere G40 gemeenten en G4 gemeenten die voldoen aan de wettelijke eis voor een vergunning van bepaalde duur. Wij kwamen hier uit op een gemiddelde vergunningsduur van 9,5 jaar. Zie ook vraag 17. Daarop is de gemeente tot de conclusie gekomen dat een vergunningsduur van 15 jaar eerlijk is. Wij zien dit als een ruime terugverdientijd, waarbij de ondernemer de kans heeft om te investeren in zijn of haar kraam of wagen en daarmee een bepaald kwaliteitsniveau in stand te houden. Dit kwaliteitsniveau is weer van belang bij een nieuwe vergunningsaanvraag. 17. Welke vergelijkingsgegevens met andere G40 gemeentes ondersteunen het voorstel voor de vergunningsduur? Antwoord: Wij hebben bij andere gemeenten gekeken naar: 1. Voldoet de Gemeente al aan de wettelijke eis voor vergunning voor een bepaalde tijd en zo ja, hoe lang is deze vergunningsduur? 2. Heeft de Gemeente persoonlijke aanwezigheid als eis? 3. Hoe vaak moet de vergunninghouder aanwezig zijn? 4. Heeft de Gemeente een vervangvergunning? Wij kwamen tot de volgende gegevens: 1. Gemeenten met vergunningen voor een bepaalde tijd komen uit op een gemiddelde vergunningsduur van 9,5 jaar. (NB: Er is één gemeente waarbij wij twijfelen of hun vergunningensysteem rechtsgeldig is. Zij hebben een 2jarige vergunning. Als deze buiten beschouwing wordt gelaten komen we uit op gemiddeld 10 jaar.) 2.

Van de 44 onderzochte gemeenten zijn er 7 gemeenten zonder marktverordening. Hier wordt de markt particulier wordt geregeld. Van de 37 gemeenten met een marktverordening kennen 21 gemeenten de voorwaarde van perrsoonlijke aanwezigheid zonder vervangvergunning. Er zijn 13 gemeentes met persoonlijke aanwezigheid van óf de kraamhouder óf een vervanger. Per gemeente verschilt wie een vervangvergunning kan krijgen en hoeveel zij er kunnen krijgen. Soms is dit alleen eerstegraadsfamilie, met één vervangvergunning, soms gaat het ook om werknemers of bedrijfsleiders. Als laatst zijn er nog drie gemeenten die niet spreken over persoonlijke aanwezigheid. 3. Bij de gemeenten met persoonlijke aanwezigheid zien we kleine verschillen. Het meest soepel is de gemeente Hoorn, waar kraamhouders 13 van de 52 weken aanwezig moeten zijn. De meeste gemeenten hanteren 10 of 11 van de 13 weken aanwezigheid, wat uitkomt op 40 á 44 weken per jaar. 4. Zoals gezegd hebben 13 gemeenten een vervangvergunning. Per gemeente verschilt het wie de vervangvergunning krijgt. Alle gemeenten met een vervangvergunning staan toe dat eerstegraadsfamilie de vervangvergunning krijgt. Aanpak Vergroening Binnenstad Technische vragen Dordtse VVD bij ‘Voorstel Vaststellen Aanpak Vergroening Binnenstad – NIEUW’ en ‘PlanTerra Definitief rapport vergroening van de Binnenstad’

Pagina 24/27

Kenmerk Datum

1.

19 januari 2024

Van de 6 locaties worden er 2 aangewezen om te gaan vergroening, ergo: parkeerplaatsen eruit, hoe zorgen we ervoor dat de meedenkgroep een afspiegeling is van die locatie en dus ook die belangen, zoals de parkeerbehoefte, goed meegewogen worden?

Antwoord: bij de locaties van het Bewegend Bos is een uitgebreid participatietraject doorlopen met de bewoners in de betreffende straat. De bewoners hebben daarbij hun wensen aan kunnen geven over het aantal en de locaties van de op te heffen parkeerplaatsen, die daarna ingevuld worden met definitief groen. In de Grotekerksbuurt bijvoorbeeld hechten de bewoners sterker aan het historische beeld dan aan bomen in de straat. De meedenkgroep heeft hierbij geen rol gespeeld. 2.

Hoe wordt gewaarborgd dat het type vergroening, de specifieke groeninrichting aansluit bij de behoefte van de meerderheid van de bewoners van een straat? Het maakt immers uit wat voor groen je voor je deur krijgt: hoge bomen of juist lage beplanting, een bloemrijk plantsoen of een hondenuitlaatveldje, etc.

Antwoord: de wensen van de bewoners zijn en worden daarin nadrukkelijk meegenomen. 3.

Hoe wordt de afweging gemaakt of “parkeerruimte acceptabel blijft” en vooral, wie maakt die afweging en welke norm hanteert de gemeente daarbij?

Antwoord: Via de parkeerbalans toetsen we of de parkeerruimte acceptabel blijft en we monitoren de bezettingsgraden per gebied. Als maat voor de bezettingsgraad wordt in het algemeen een bezettingsgraad van 85% gehanteerd en voor de nachten 95%. 4.

Wordt er om ruimte voor vergroening vrij te spelen geïnvesteerd in verschillende parkeeralternatieven voor binnenstadsbewoners? Of gaan deze plannen voor vergroening ervan uit dat alleen kan worden volstaan met (extra) plekken voor binnenstadsbewoners op de Weeskinderendijk, ook voor bewoners van bijvoorbeeld de Nieuwe Haven en de Wolwevershaven op tweeënhalve kilometer afstand (30 min lopen)?

Antwoord: Het draagvlak voor parkeren en de mogelijk beschikbare ruimte in de betreffende zone is meegenomen in het participatietraject. Voorafgaand aan en tijdens het bewegend bos worden er parkeertellingen verricht om te weten te komen wat het opheffen van deze parkeerplekken doet met de parkeerdruk in de sector en in de omliggende straten. 5.

In hoeverre blijven we met deze werkwijze (toolbox /database/interventies etc.) afhankelijk van een externe partij en kosten die daarmee gemoeid zijn?

Antwoord: De toolbox is zeer geschikt om te integreren in de werkwijze van de gemeente en om de gewenste expertise bij onze eigen medewerkers op te bouwen. Het zal dus worden verankerd in de reguliere gemeentelijke organisatie. De inhuur van PlanTerra blijft beperkt

Pagina 25/27

Kenmerk Datum

6.

19 januari 2024

Wat zijn de uitgangspunten voor de herinrichting van de Kolfstraat, mede gelet op het smalle profiel van de straat?

Antwoord: de wens is om de Kolfstraat vanaf de Museumstraat tot aan het Statenplein meer autoluw te maken. In de straat komt veel meer ruimte voor fietsparkeren in aansluiting op het Statenplein en meer ruimte voor voetgangers. Woningen en het Statenplein blijven bereikbaar voor bestemmingsverkeer. De aansluiting van het kernwinkelgebied op het Hofkwartier wordt versterkt. 7.

We hebben de plekken in kaart gebracht waar met kleine aanpassingen groen gerealiseerd kan worden, verbinden we hier ook een doelstelling aan (met termijn) om die aanpassingen ook daadwerkelijk te doen, wanneer zijn we tevreden?

Antwoord: we streven ernaar om de projecten, die in het raadsvoorstel benoemd zijn, nog dit jaar te realiseren. We zijn tevreden als er op korte termijn projecten opgeleverd worden waarin zichtbaar wordt wat het vergroenen van de binnenstad kan betekenen. 8.

Wanneer in het traject van vergroeningsopgaves en aandachtspunten wordt ook de impact in kaart gebracht van de creatie van bijvoorbeeld biodiversiteit en de vigerende regels die daarbij komen kijken op beleidsdoelstellingen als levendige binnenstad en evenementen? Hoe voorkomen we dat we door de creatie van groen er minder evenementen toegestaan zijn vanwege bijvoorbeeld het broedseizoen of conflicterende regels o.i.d.?

Antwoord: Uiteraard wordt samen met de stadsecoloog en medewerkers van groen deze afweging in kaart gebracht, maar volgens de deskundigen hoeven we daarvoor in de binnenstad niet bang te zijn. 9.

Wordt er rekening gehouden met de behoefte van kinderen om buiten te kunnen sporten in de binnenstad? Zo staat het geasfalteerde voetbal- en basketbalplein aan het Weeshuisplein, op de kaart van de mogelijk te vergroenen gebieden. Een basketbal stuitert echter niet zo lekker in een plantsoen of op een natuurlijk bodembedekking.

Antwoord: Natuurlijk wordt hier rekening mee gehouden. De kaart is als richtlijn bedoeld, de concrete invulling bepalen we nader met onder andere de bewoners. 10. Wordt er rekening gehouden met de behoefte van kinderen aan goed toegankelijke speelgelegenheid? In het plan staat het voornemen om het kunstgras in de drukbezochte speeltuin bij de Tolbrugkamp te vervangen door natuurlijke bodembedekking (pagina 46 PlanTerra). Kunstgras is echter in deze schaduwrijke speeltuin na een flinke regenbui veel sneller toegankelijk (ook voor kinderen met een handicap) dan een zompig veld met natuurlijke bodembedekking. Antwoord: We herkennen ons in deze opmerking en dit is onderdeel van de afwegingen voor de nieuwe inrichting van een gebied. PlanTerra heeft diverse

Pagina 26/27

Kenmerk Datum

19 januari 2024

voorbeelden en wensen kenbaar gemaakt in hun nota, maar die zullen we in de praktijk met betrokkenen bespreken alvorens tot uitvoering over te gaan. Evenementen 1. Hoe wordt voor voldoende spreiding van evenementen gezorgd, zowel in locaties als voor wat betreft het aanbod? 2. Is het mogelijk om te duiden welke ruimtes, welke decibellen en welke andere voorwaarden er gesteld worden aan evenementen? Op welke manier worden inwoners uit de directe omgeving(en) hierover op de hoogte gebracht? Antwoord: Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1/1/2024 is het (juridisch) noodzakelijk te bezien welke bestaande en mogelijke nieuwe locaties geschikt (kunnen) zijn voor het organiseren van evenementen; wat kan, waar en onder welke voorwaarden plaatsvinden. Dit onderzoek moet met de hoogste prioriteit worden uitgevoerd. De uitkomsten zijn medebepalend voor zaken als voldoende spreiding voor wat betreft (soorten) aanbod, locaties en onder welke voorwaarden (o.a. geluidsniveau). Informatie en communicatie zal plaatsvinden door onder meer informatieavonden met omwonenden en inzet van traditionele en nieuwe social media.

Pagina 27/27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/745/documents/31440