CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20231002 Memo JKC over de uitspraak v2.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 7 november 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 20: Raadsinformatiebrief over Informatie over de uitspraak van de rechter en het vervolgproces en afhandelen motie 'Samen Sterk tegen Chemours' - Raadsinformatiebrief1.014 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Aan Van Datum Onderwerp

: : : :

Karin van den Akker, regisseur Chemours en Du Pont Annelies van der Lugt, advocaat/juridisch adviseur JKC 2 oktober 2023 hoe verder na tussenvonnis Rechtbank

Aansprakelijkstelling en dagvaarding De gemeenten Papendrecht, Sliedrecht, Molenlanden en Dordrecht hebben Du Pont/Chemours in 2018 aansprakelijk gesteld en in 2021 gedagvaard wegens de schade die zij hebben geleden door de uitstoot naar de lucht van PFOA en GenXstoffen vanuit de fabriek van Chemours in Dordrecht. Tussenvonnis 21 september 2022 In een tussenvonnis van 21 september 2022 heeft de Rechtbank beslist dat de vorderingen van de gemeenten niet zijn verjaard en dat de gemeenten de juiste rechtspersonen hebben gedagvaard. Tussenvonnis 27 september 2023 Op 27 september 2023 heeft de Rechtbank in een tussenvonnis in ieder geval in het voordeel van de gemeenten uitgesproken dat: - de uitstoot van PFOA naar de lucht in de periode van 1 juli 1984 tot en met 1 maart 1998 een onrechtmatige daad is ten opzichte van de gemeenten. In deze periode heeft Du Pont Gedeputeerde Staten (vergunningverlener) en de gemeenten onvoldoende ingelicht over de mogelijke risico's van de uitstoot; - los van de vraag of Chemours door hun emissies naar de lucht een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zij aansprakelijk zijn voor de kosten van het verwijderen van door hen uitgestoten deeltjes PFOA en GenX die op de percelen van de gemeenten zijn neergeslagen. Of als verwijdering niet mogelijk is voor de waardevermindering van de percelen.

Dat geldt alleen als de hoeveelheid zo groot is dat dat naar objectieve maatstaven door de gemeenten niet getolereerd hoeft te worden. Huiswerk op twee punten opgegeven door de Rechtbank Punt 1 Over de periode vanaf 2 maart 1998 zegt de Rechtbank dat zij voorlopig van oordeel is dat Du Pont in haar vergunningsaanvraag van 2 maart 1998 wel voldoende heeft gewezen op de mogelijke risico's van de uitstoot.

2 De gemeenten mogen proberen dit voorlopige oordeel van de Rechtbank bij te laten stellen. In rechtsoverweging 6.23.1 van het tussenvonnis legt de Rechtbank uit wat de gemeenten daarvoor moeten doen: De rechtbank ziet daarom aanleiding om de Gemeenten in de gelegenheid te stellen om hierover bij akte meer duidelijkheid te geven. Dat kunnen de Gemeenten doen door nader toe te lichten en behoorlijk (zoveel mogelijk met stukken) te onderbouwen waarom de op 2 maart 1998 en daarna verstrekte informatie over de (mogelijke) gevolgen van de uitstoot van PFOA volgens hen (toch) onvoldoende is, mede in het licht van het feit dat er tot eind 2013 géén minimalisatieverplichting voor PFOA gold en het RIVM rapporteerde dat door Chemours/Du Pont (oud) vanaf 2002 de later, in 2016, vastgestelde grenswaarde voor omwonenden niet meer is overschreden. Daarbij is mede van belang dat De Pont (oud) de uitstoot van PFOA vanaf een bepaald moment (wel) duidelijk is gaan beperken. Volgens Chemours c.s. volgt uit het door de Gemeenten overgelegde RIVM-rapport dat de uitstoot in 2012 nog 134 kg bedroeg.

Als de Gemeenten zich op het standpunt stellen dat op 2 maart 1998 en daarna onvoldoende informatie is verstrekt, ligt het op hun weg om toe te lichten waarom het voorlopig oordeel van de rechtbank daarover bijstelling verdient en om het hypothetische scenario dat Du Pont (oud) en Chemours zich aan hun verplichtingen hadden gehouden voor de periode vanaf 2 maart 1998 te schetsen. De Gemeenten dienen dan, zo concreet mogelijk, toe te lichten wat gedeputeerde staten volgens hen hadden gedaan en wat zij zelf hadden gedaan als was voldaan aan de informatieplicht en of dat gevolgen zou hebben gehad voor de vergunningen en zo ja, welke. De zaak zal daartoe naar de rol worden verwezen. Chemours c.s. zullen in de gelegenheid worden gesteld om bij antwoordakte te reageren. Na de aktewisseling kan, zo nodig, ook worden beoordeeld of is voldaan aan de vereisten van causaal verband en eventueel worden ingegaan op het beroep op artikel 6:101 BW.

Samengevat: 1. Leg uit en onderbouw waarom de informatie die op 2 maart 1998 bij de vergunningaanvraag en ook daarna is verstrekt over de schadelijke gevolgen van de uitstoot van PFOA onvoldoende is geweest. 2. Leg uit wat er gebeurd zou zijn als De Pont/Chemours wel voldoende informatie over die schadelijke gevolgen hadden verstrekt. Wat had Gedeputeerde Staten dan gedaan en wat hadden de gemeenten dan gedaan en zou dat gevolgen hebben gehad voor de vergunningen en zo ja welke. Punt 2 De gemeenten moeten daarnaast uitleggen hoe het zit met de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 16 maart 2023 over de huidige vergunning van Chemours die door Gedeputeerde Staten is afgegeven. Het lijkt er volgens de Rechtbank op dat Chemours toch weer PFOA uit mag gaan stoten, terwijl steeds is gezegd dat die uitstoot in 2012 definitief is beëindigd. De gemeenten moeten uitleggen hoe dit zit. Voor beide punten is in ieder geval contact met Gedeputeerde Staten (DCMR) nodig.

3 Huiswerk uiterlijk 22 november 2023 inleveren De gemeenten moeten bovengenoemd huiswerk uiterlijk 22 november 2023 inleveren (dat heet een akte nemen). En daarna? Chemours zal nog schriftelijk mogen reageren op het huiswerk dat de gemeenten inleveren. Het kan ook zijn dat de Rechtbank daarna nog een zitting organiseert. Het eindvonnis kan pas daarna gewezen worden. Wanneer dit zal zijn is nog niet duidelijk, maar in ieder geval niet meer in 2023. Half 2024 ligt meer voor de hand. Als er eenmaal een eindvonnis van de Rechtbank ligt kunnen de gemeenten en Chemours nog in hoger beroep als ze het (deels) niet eens zijn met het eindvonnis. Dat betekent dat de zaak opnieuw behandeld wordt door een hogere rechter. Zo'n procedure duurt waarschijnlijk weer jaren. Hoogte van de schade Over de hoogte van de schade zal in een vervolgprocedure (schadestaatprocedure) verder geprocedeerd moeten worden, tenzij de gemeenten en Chemours daar eerder zelf al onderling uitkomen. De Rechtbank heeft wel alvast een oordeel gegeven over sommige door de gemeenten opgevoerde schadeposten, of die wel of niet voor vergoeding in aanmerking komen. Kosten van bodem-, water- en luchtonderzoeken komen voor vergoeding in aanmerking. Ambtenarenkosten, kosten van bloedonderzoek, advisering en communicatie niet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/592/documents/27334