CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20230306 Ecologische Maatregelen Stadspark Dordrecht (002).pdf

Gemeenteraad Dordrecht 20 juni 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 5: Vaststellen ecologische maatregelen en beschikbaar stellen van uitvoeringskrediet Dordwijkzone Stadspark Dordrecht - Raadsvoorstel1.577 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

DORDWIJKZONE NO-REGRET MAATREGELEN

INLEIDING De Dordwijkzone in Dordrecht moet een centraal park worden waar mensen, dieren en planten volop de ruimte hebben. Hier kunnen bezoekers ontspannen, wandelen, sporten en recreëren, terwijl ze tegelijkertijd rust en natuur kunnen ervaren. Dit park bevindt zich midden in de stad, op korte afstand van wijken en woningen. Op dit moment bestaat de Dordwijkzone uit verschillende gebieden door infrastructurele onderbrekingen en de aanwezigheid van sportparken, spoorweg en de N3. Toch heeft het al veel kwaliteiten, zoals het parkachtige karakter en belangrijke ecologische waarden. Het vormt de belangrijkste ecologische structuur in het verstedelijkte gebied op het Eiland van Dordrecht en verbindt het nationaal park de Biesbosch met de Wantijzone (rivier/getijdenpark) in het noorden.

Het potentieel van de Dordwijkzone wordt op dit moment nog niet volledig benut. De ambitie is om de natuur verder te ontwikkelen en de biodiversiteit te stimuleren door herstel en aanleg van faunapassages en stapstenen. Hierdoor ontstaat een veilige verbinding tussen de deelgebieden en een groter aaneengesloten leefgebied. De focus ligt op doelsoorten zoals de spindotter, egel, weidehommel, meervleermuis en blauwborst.

MAATREGELEN ALGEMEEN Voor de Dordwijkzone in zijn geheel geldt de ambitie meer ruimte voor natuur, klimaat en recreatie. We zullen in dit document ons vooral op de natuurwaarde richten. Maatregelen die in zijn geheel van de Dordwijkzone kunnen worden toegepast zijn: • • •

Waterkwaliteit verbeteren; Meer groen maar ook meer divers groen (meer biodiversiteit); Verbindingen maken voor fauna, de faunapassages (zie verderop bij de egel);

WATERKWALITEIT VERBETEREN De waterkwaliteit verbeteren door baggeren, uitdiepen of doorstroming creëren. Dit via het regulier meerjarig bagger programma uitvoeren. Twintighoevenweg/Molenvliet.

MEER GROEN MAAR OOK MEER DIVERS GROEN (VERRIJKEN BIODIVERSITEIT) Door groenstroken aan te vullen met meer diverse beplanting; lettend op bloeiperiode, nectar aanbod, schuil en nestel plaatsen en voeding in de vorm van bessen en noten. Deze maatregel zal de ecologische waarde van deze groenstroken vergroten, waar veel dieren gebruik van zullen maken. En de recreanten zullen genieten van de kleur, geur en schaduwwerking van deze beplanting.

Te nemen maatregelen: Ontsnippering Krommedijk; Randzone N3; Randzone Dubbelmonde park; Randzone Landgoed Dordwijck; Dubbelmonde park; Ingang Dubbelmonde park.

Door het beheer van het groen aan te passen, kan er worden gezorgd voor meer biodiversiteit. Denk hierbij bijvoorbeeld aan taluds, bermen en slootkanten waar je door een ander beheer toe te passen een groot verschil kan maken. Door gefaseerd of sinus maaien ontstaat er een heel ander beeld. Meer bloemen en schuilgelegenheid voor bijvoorbeeld insecten. En indirect ruimte voor vissers. Te nemen maatregelen: Wantij ter hoogte van Jeugddorp; West-oostzijde Wantijdijk.

Door bosschage op een andere frequentie, doelstelling of eindbeeld te onderhouden ontstaat hier vanzelf een andere invulling qua soorten en gelaagdheid. Voor grasstroken en bermen geldt hetzelfde. Te nemen maatregelen: Wantijoevers; West-/oostzijde Wantijdijk; Twintighoevenweg/Molenvliet; Zuidrand Wantijpark.

Dan zijn er maatregelen die specifieker en meer maatwerk zullen zijn. FLOATLANDS Een faunaplank op drijvende pontons met planten (Floatlands). Geeft een natuurlijke uitstraling langs een anders stalen damwand. Ontsnippering Twintighoevenweg.

Op de Floatlands groeien planten die met hun wortels in het water komen, zoals riet, wilgenroosje, dotterbloem en gele lis. Dit zijn enkele van de vijfentwintig soorten die op de floatlands zijn te vinden. De planten bieden niet alleen een fraai gezicht, maar hebben ook nog een andere functies. Via de wortels worden deeltje uit het water opgenomen en gebruiken die onder meer als voedsel, waardoor het water schoner wordt. Bloeiende planten hebben een aantrekkingskracht op insecten zoals bijen en vlinders en op vogels zoals

fuut, meerkoet en eend. De wortels van de planten bieden een prima schuil- en broedplaats aan vissen, driehoeksmosselen, watervlooien, libellenlarven en slakken.

DOELSOORTEN EN DE BIJBEHORENDE DE SPINDOTTER In Nederland is de soort zeldzaam, maar plaatselijk algemeen in het zoetwatergetijdengebied de Biesbosch en langs de Oude Maas. De spindotterbloem komt voornamelijk voor op zeer voedselrijke grond, en is afhankelijk van getijdenwerking en kunnen bij hoog water worden overstroomd. Op deze plaatsen komt de plant zowel in de volle zon als in de halfschaduw voor. Maatregelen: Door de oevers in het getijdengebied op te schonen. Verwijderen van voedselrijke strooisellaag en storende kruidenlaag om de ontwikkeling van jong riet en spindotters mogelijk te maken. Te nemen maatregelen: Wantijoevers Zuidrand Wantijpark

DE EGEL De situatie van egels in Nederland is slecht. Dit komt door veranderingen in het landschap en het toenemende verkeer. Egels vinden een thuis in een verscheidenheid aan landschappen, zolang er voldoende bescherming is en de bodem niet te vochtig is. Ze zijn talrijk in loofbossen met ondergroei, vochtige weiden en grasvelden. Egels houden van gebieden aan de rand van deze landschappen waar ze samenkomen. In versnipperd gebied maken ze gebruik van bermen en kleine paden als verbindingswegen. Het verkeer is een groot probleem voor egels. Veel egels worden elk jaar doodgereden, vooral tijdens het voortplantingsseizoen, dat loopt van mei tot september en piekt in juli. Mannetjesegels zoeken tijdens dit seizoen een vrouwtje en breiden hun leefgebied sterk uit, wat hen dwingt meer te reizen en over wegen te steken, wat hun kans op verkeersongelukken verhoogt.

Egels en het verkeer Jaarlijks worden er veel egels doodgereden, vooral in de zomerperiode. Waarschijnlijk heeft het te maken met het voortplantingsseizoen van egels. Die loopt van mei tot september, met de piek in juli. Mannetjesegels gaan op zoek naar een vrouwtje en breiden hun home range (het gebied dat ze regelmatig doorkruisen op zoek naar voedsel) sterk uit. Per nacht leggen ze enkele kilometers af. Daardoor neemt de kans dat ze een weg over moeten steken toe. Maatregelen: Door faunapassages worden de leefgebieden van de egel zo met elkaar verbonden, dat de egel niet meer de weg hoeft over te steken. Dit doen we door het aanpassen van de geleiding naar bestaande faunapassages en het optimaliseren van de faunapassages zelf. Als geleiding wordt er bosschages aangebracht waar de egel beschut kan lopen. Maar ook een laag hekwerk langs de weg, zorgt ervoor dat de egel naar de passage wordt geleid en niet de weg op loopt. Ook worden er nieuwe faunaverbindingen aangelegd voor een veilige overtocht naar het naastgelegen gebied, waar dit nog niet mogelijk is. Te nemen maatregelen: Faunapassage Noordendijk Faunapassage Halmaheiraplein Randzone N3 Faunapassage Overkampweg

DE WEIDEHOMMEL De weidehommel is een kleine hommel soort, die veel in Nederland voorkomt. De habitat bestaat uit weidegebieden, lichte bossen, tuinen en parken. De volgroeide kolonie van de weidehommel bestaat uit 50 tot 200 werksters. Het nest zit bovengronds in composthopen en vogelnesten, maar ook onder stenen. De jonge koninginnen zoeken al in augustus hun winterverblijfplaats op. Deze soort komt op vele planten voor, maar zit vroeg in het jaar op wilgen, bolgewassen, longkruid en later in het jaar op kruisbessen, braam, framboos en wilgenroosje. Maatregelen: Door te zorgen voor een andere beheersmaatregel in het groen zie het kopje Meer groen maar ook meer divers groen aan het begin van het document, zal er meer biodiversiteit ontstaan en er genoeg voedsel en schuilgelegenheid ontstaan voor deze hommelsoort.

DE MEERVLEERMUIS Het is een van de zeldzaamste vleermuissoorten van Europa, waarvan 5 tot 10% van de totale populatie ten minste een deel van het jaar in Nederland verblijft. De dieren trekken wel 200 à 300 km tussen zomer- en winterverblijf. Vanaf eind oktober betrekken de vleermuizen hun winterverblijf in koele grotten, forten, kelders bunkers of mijnen in onder andere Limburg, België en Duitsland. Midden-maart, april verlaten ze hun winterverblijf weer. De meervleermuis is een echt nachtdier, die in de late avond en vroege ochtend tevoorschijn komt om te jagen. Ze jagen op vliegende insecten in de vlucht vlak boven open water. Ook vochtige weilanden en bosranden worden regelmatig bezocht, vooral in het voorjaar en tijdens winderig weer. Met een snelheid van 30 tot 35 km per uur vliegt hij laag (5 tot 10 centimeter) over het water, waar hij soms ook insecten vanaf pikt. Met name vedermuggen staan bij hem op het menu, maar ook gewone muggen en motten. Het foerageergebied kan 10 tot 20 km van verblijfplaats liggen. De meervleermuis kan 20 jaar oud worden. Maatregelen: Door te zorgen voor meer aan een gesloten bomenrijen en beplanting kunnen deze vleermuizen zich beter oriënteren. Zie tekening 5 Faunapassage Halmaheiraplein. Het zorgen voor natuurvriendelijke oevers, waardoor er meer insecten om en rond het water voorkomen, zal deze vleermuis voorzien van voedsel.

Te nemen maatregelen: Wantij ter hoogte van Jeugddorp; Wantijoevers; West-/oostzijde Wantijdijk; Faunapassage Halmaheiraplein; Twintighoevenweg/Molenvliet; Ontsnippering Twintighoevenweg; Zuidrand Wantijpark.

DE BLAUWBORST De blauwborst is een stuk minder bekend dan de roodborst die tot dezelfde onderfamilie behoort. De soort broedt in moeilijk toegankelijk gebied en trekt 's winters weg. De blauwborst was tussen ca. 1900 en 1970 in Nederland en Vlaanderen een geleidelijk in aantal afnemende vogelsoort die broedde in kleine veenmoerassen, in broekbossen langs beken en in grienden. Deze biotopen werden steeds zeldzamer door drooglegging en herverkaveling. Na 1970 kwam er een kentering. Door afsluiting van het Haringvliet ontstonden verruigde, natte wilgenbossen in de Biesbosch. In het rivierengebied werd de situatie voor de vogel gunstiger als gevolg van de ideeën van Plan Ooievaar die vorm kregen bij het uitvoeren van projecten in het kader van Ruimte voor de rivier. Zijn voedsel bestaat hoofdzakelijk uit insecten, in de nazomer eet hij ook wel bessen. Het is een snelle vlieger, die meestal verborgen leeft in de vegetatie. Maatregelen: Door te zorgen bosschages langs de rivier heeft deze vogel een plek om te broeden. En net als de meervleermuis zal zijn voedselaanbod worden vergroot door het aanleggen van natuurvriendelijke oevers. Te nemen maatregelen: Wantij ter hoogte van Jeugddorp; Wantijoevers; Zuidrand Wantijpark.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/570/documents/24318