CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20230301 Factsheet Wmo voor beeldvormende sessie 7 maart 2023.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 14 maart 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 18: Vaststellen integraal beleidsplan en verordening sociaal domein - Startnotitie1.532 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Factsheet Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) Ten behoeve van de beeldvormende sessie over de startnotitie integraal beleidsplan sociaal domein, 7 maart 2023 Inleiding Deze factsheet bevat een samenvatting van informatie over Wmo, de relevante cijfers en de knoppen waaraan de raad kan draaien. Deze samenvatting is gebaseerd op informatie die de raad eerder heeft ontvangen. De link naar deze informatie is opgenomen in het Raadsvoorstel. Wat het doel en het kader van de Wmo? De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) heeft als doel ondersteuning te bieden in het kader van de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen. Deze ondersteuning dient erop gericht te zijn mensen zo lang mogelijk in hun eigen leefomgeving te kunnen laten wonen. Dit door middel van passende ondersteuning afgestemd op de individuele behoefte. De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet. Overigens is de Wmo één van de drie zogenaamde zorgwetten in Nederland. Tweede is de Wet langdurige zorg (Wlz) voor inwoners waarvan verwacht wordt dat zij niet (meer) zelfredzaam kunnen worden. De derde is de Zorgverzekeringswet die, globaal beschreven, gaat over alle medische vormen van zorg. De gemeente heeft geen uitvoeringsverantwoordelijkheid in deze wetten.

Naast de Wmo, zijn er twee andere wetten die gaan over ondersteuning van inwoners binnen het sociaal domein. Dit zijn de Jeugdwet en de Participatiewet. Ook voor de uitvoering van deze wetten is de gemeente verantwoordelijk. Wat zijn de voorzieningen in de wet? Anders dan wetgeving voorafgaand aan de huidige Wmo, gaat deze wet niet uit van het recht op voorzieningen maar staat het doel centraal. Het is de taak van de gemeente de voorziening ter beschikking te stellen die zo goed mogelijk aansluit bij de ondersteuningsbehoefte van de inwoner. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten voorzieningen. Deze zijn:

Algemene voorziening

Maatwerkvoorziening

‘een aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers toegankelijk is en dat gericht is op maatschappelijke ondersteuning’

‘op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen te verstrekken als voorziening in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget’

Voorbeelden: • Ambulante hulpverlening • Onafhankelijke cliëntondersteuning • Ouderen informatie & advies • Mantelzorgondersteuning • Vrijwilligersondersteuning • Was- en strijkservice

Voorbeelden: • Huishoudelijke ondersteuning • Individuele begeleiding • Dagbesteding • Rolstoelen • Scootmobielen • Woningaanpassingen • Vervoer (Drechthopper)

1

De meest relevante cijfers In lijn met de landelijke trend, heeft Dordrecht te maken met een groeiend aantal inwoners dat gebruik maakt van maatwerkvoorzieningen.

Aantal unieke cliënten per voorziening 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0

2018

2019

2020

2021

2022

Op basis van een door de gemeente Den Haag ontwikkeld voorspellend model, is een verdere stijging te verwachten van het aantal cliënten dat in aanmerking komt voor maatwerkvoorzieningen.

Het rode vlak in de grafiek illustreert de bandbreedte voor de ontwikkeling van de aanspraak op maatwerkvoorzieningen.

2

Wat zijn de knoppen waaraan de gemeente raad kan draaien? De bevoegdheid van de Dordtse gemeenteraad verschilt voor algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. Algemene voorzieningen

Maatwerk voorzieningen

Gemeenteraad

Gemeenteraad

Uitvoeringsbeleid

College

SDD

Uitvoering

College

SDD

Beleids- en financiële kaders

De Dordtse gemeenteraad is verantwoordelijk voor de beleids- en financiële kaders voor de uitvoering van de Wmo. De verantwoordelijkheid voor het uitvoeringsbeleid en de uitvoering verschilt voor algemene voorzieningen en de maatwerkvoorzieningen: voor algemene voorzieningen is het college van Dordrecht verantwoordelijk, voor maatwerkvoorzieningen is dat de SDD. De knoppen waaraan de gemeenteraad kan draaien met beleid en financiële kaders zijn te verdelen over de volgende thema's: 1. De inzet op preventie, vroegsignalering en normalisering 2. De toegang tot maatschappelijke voorzieningen 3. De eigen bijdrage 4. Het persoonsgeboden budget (pgb) Ad 1. De inzet op preventie en vroegsignalering Effectieve preventie is erop gericht dat inwoners gezond en zelfredzaam kunnen blijven, eventueel met wat hulp uit hun directe omgeving. Vroegsignalering is erop gericht inwoners met beginnende problemen zo snel mogelijk in beeld te krijgen en hulp aan te bieden. Bestaande voorbeelden van preventie en vroegsignalering zijn de aanpak Kansrijke Start en de aanpak Vroeg Eropaf bij beginnende schulden. Bij preventie hoort ook normaliseren. Dit wil zeggen dat inwoners met problemen die horen bij het gewone leven, niet als vanzelf terecht komen bij professionele hulp en ondersteuning maar, als dat voldoende aansluit bij hun behoefte, terecht kunnen in hun directe omgeving.

Gemeentelijke inzet is er dan op gericht de directe omgeving te ondersteunen bij het bieden van hulp bijvoorbeeld met informatie, het stimuleren van vrijwillige inzet of de inzet van mantelzorgondersteuning. Ad 2. De toegang tot maatschappelijke voorzieningen De toegang tot maatschappelijke ondersteuning kan op verschillende manieren tot stand komen, afhankelijk van de ondersteuningsvraag en de geboden oplossing. In de toegang kunnen professionals, verwijzers, sociaal wijkteams en Wmo-consulenten een rol spelen. In Dordrecht is gestart met de inrichting van een integrale toegang waarbij Wmo-consulenten van de SDD en medewerkers van het sociaal wijkteam samen de inwoner spreken en de behoefte van de inwoner beoordelen op best passende hulp. De wet maakt voor de toegang tot maatschappelijke ondersteuning onderscheid tussen algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. Algemene voorzieningen moeten toegankelijk zijn zonder een onderzoek vooraf. Voor maatwerkvoorzieningen geldt een wettelijk beschreven toegangsproces via Melding, Onderzoek en Aanvraag. De Wmo-consulent onderzoekt de situatie van de inwoner en schrijft een verslag. Dit verslag is de basis voor de beoordeling van de aanvraag van een inwoner.

3

Ad 3. De eigen bijdrage Als een klant gebruik maakt van Wmo-ondersteuning mag de gemeente hiervoor een eigen bijdrage vragen van de klant. Hierbij maakt de wet een onderscheid tussen algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. Voor de meeste algemene voorzieningen geldt dat de gemeenteraad regels moet stellen voor een eigen bijdrage. Deze mag variëren per voorziening en er kan korting worden gegeven aan categorieën inwoners. De hoogte van de eigen bijdrage mag niet hoger zijn dan de kostprijs van de voorziening. De bevoegdheid voor het stellen van regels voor de eigen bijdrage ligt bij de gemeenteraad en kan niet worden gedelegeerd. De hoogte van de eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen is landelijk bepaald op maximaal €19 per maand per huishouden, geldend voor alle type maatwerkvoorzieningen, ongeacht gebruik. Uitzondering is (collectief) vervoer. In de verordening kan worden bepaald dat de eigen bijdrage lager wordt vastgesteld dan €19 per maand, of dat deze op nihil wordt gesteld voor cliënten onder een bepaald inkomen. De eigen bijdrage mag de kostprijs van de voorziening niet te boven gaan. In de verordening wordt bepaald op welke manier die kostprijs wordt berekend.

De volgende groepen inwoners zijn bij wet uitgezonderd van een eigen bijdrage: Inwoners die Wlz-ondersteuning ontvangen en daarvoor een eigen bijdrage betalen de groep meerpersoonshuishoudens (meer dan twee personen) onder AOW-leeftijd minderjarigen (met uitzondering van een eigen bijdrage voor woningaanpassing) De eigen bijdrage wordt geïnd door het CAK. Daarbij geldt een anticumulatie met de eigen bijdrage Wlz. Als een huishouden Wlz-ondersteuning ontvangt en daarvoor een eigen bijdrage betaalt, komt de eigen bijdrage voor Wmo ondersteuning voor dit huishouden te vervallen. Ten slotte zijn twee cliëntcategorieën landelijk (gedeeltelijk) vrijgesteld van eigen bijdrage, namelijk de groep meerpersoonshuishoudens onder AOW-leeftijd en minderjarigen. Meerpersoonshuishoudens <AOW-leeftijd betalen geen bijdrage voor het gebruik van Wmoondersteuning. Voor minderjarigen geldt landelijk alleen een eigen bijdrage voor woningaanpassingen. Deze is op dit moment in de Drechtsteden uitgezonderd. Het Rijk heeft in het nieuwe regeerakkoord opgenomen dat in deze regeerperiode een wetswijziging wordt voorbereid om te komen tot een 'eerlijkere eigen bijdrage' voor maatwerkvoorzieningen. Ad 4.

Persoonsgebonden budget Als een inwoner aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening Wmo, kan deze vervolgens een keuze maken in de leveringsvorm van de ondersteuning, namelijk Zorg in Natura (ZiN) of een persoonsgebonden budget (pgb). Wanneer een inwoner kiest voor zorg in natura, wordt de voorziening geleverd door één van de door de SDD ingekochte aanbieders. Overigens mag de inwoner vervolgens wel zelf kiezen uit het aanbod van gecontracteerde aanbieders. Een pgb is een "bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft betrokken" (artikel 1.1.1 Wmo 2015). De keuzevrijheid voor een pgb staat bij de wetgever hoog in het vaandel. In de wet is opgenomen wat gemeenten in hun verordening moeten regelen met betrekking tot het pgb. In de verordening moet in ieder geval worden bepaald op welke manier de hoogte van het pgb wordt vastgesteld. Als randvoorwaarde is opgenomen dat de hoogte toereikend moet zijn om de ondersteuning in te kopen.

4

Voor het berekenen van de hoogte van een pgb maken we onderscheid tussen voorzieningen en diensten. Voorzieningen Voor rolstoelen en scootmobielen geldt dat het pgb is opgebouwd uit twee componenten, namelijk de prijs voor de voorziening en de prijs voor het onderhoud. De prijs voor de voorziening is een eenmalig pgb, de kosten voor onderhoud worden jaarlijks vergoed. Diensten Voor huishoudelijke ondersteuning, individuele begeleiding en dagbesteding geldt dat het pgb wordt berekend op basis van een tarief per tijdseenheid (per uur of per dagdeel) en het aantal tijdseenheden dat de ondersteuning wordt geïndiceerd. De tarieven zijn vastgelegd in de verordening. De normtijden voor het aantal uren is geregeld in de beleidsregels en hiervoor wordt aangesloten bij landelijk erkende normsystemen. Gemeenten moeten voor de normering aansluiten bij geobjectiveerde normtijden.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/551/documents/22548