2023-02-21 Notulen Dordtse Dinsdag Vergaderkamer 3 - Vastgesteld.pdf
Tekst van het document
Ik zou daar ook nog wel graag een reactie van de wethouder op willen. Ik denk dat variant drie, ondanks dat de betrokkenheid heel breed is, maar ontzettend vertragend gaat werken. Je kan wel meters maken met een kleinere groep van vijf a zes nnensen die daarvoor een stukje mandaat krijgen, wat overigens niet wil zeggen dat elk besluit gewoon, zoals elk besluit, niet aan de raad moet worden voorgelegd, want dat versta ik er dan wel onder. Ik bespreek heel veel niet, dat is een beetje onduidelijk. Ik wil wel dat elk besluit wat genomen wordt aan de raad wordt voorgesteld. De heer Van Ballegooijen: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Ik zou graag aan mevrouw Van Vugt willen voorleggen, die variant twee wat doet dat met de infornnatiepositie voor de partijen die niet in zo'n commissie zitten? Bent u niet bang dat die heel veel achtergrond missen die in die gesprekken gevoerd worden? Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik denk dat een commissie die hiermee aan de slag gaat een informatieplicht heeft. Er wordt van elke vergadering ook gewoon een verslagje gennaakt. Wat al eerder werd aangegeven, iedereen die misschien niet in de commissie zit kan wel aanwezig zijn bij dat overleg. Zo zie ik het.
21
De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Als ik daarop mag aanvullen, op dit stukje. Vanuit Beter voor Dordt zouden we het heel jammer vinden wanneer je met een klein werkgroepje gaat werken. Dan krijg je heel gauw de mensen die er toch wel wat mee hebben, terwijI wij het vanuit Beter voor Dordt heel belangrijk vinden dat niet alleen de mensen die wat met het onderwerp hebben zich ermee bemoeien, maar dat het wel ook een onderwerp is wat bredere betrokkenheid heeft. Mevrouw Van Vugt-Roose: Maar ik zie niet in dat dit een minder brede betrokkenheid oplevert, want iedereen wordt gewoon voorzien van de informatie die eruit loskonnt. Ik denk dat het nog minder uitnodigend is naar doelgroepen uit de stad die willen deelnennen en er zitten misschien een vijftal minder geInteresseerde raadsleden tussen. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, als ik daar nog op mag reageren. Kijk, wat Beter voor Dordt betreft is het dan niet zo dat de hele raad aan tafel moet zitten, maar in een commissiesetting, zoals we hier zitten, waarbij iedere fractie zich kan laten afvaardigen. Dan laat je richting de stad ook zien dat iedereen het serieus neennt vanuit de raad en niet alleen dat kleine groepje. Er staat in het voorstel volgens mu j ook nog dat het dan buiten de Dordtse Dinsdagen is.
Ik zie het nu al voor me hoe dat met de agenda's allemaal gaat werken. Dan creeer je toch wat meer afstand op het onderwerp, wat we allemaal zo belangrijk vinden, zoals we hier met elkaar om tafel zitten. Wat ons betreft was het daarom vooral ook belangrijk om dan voor die variant drie te kiezen. Mevrouw Van Vugt-Roose: Die snap ik, maar u overtuigt mu j op dit moment niet. Maar dat geeft. De voorzitter: Helder. Ik bedoel, maar het is wel Kijk, dit is leuk. Even kijken, ik had mijnheer Burakcin eigenlijk nog wel. Maar u wil nog reageren? Ja, helemaal goed. Mevrouw Schnabel, gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik wilde in aanvulling op wat u net zei, over een Adviesraad die gevraagd en ongevraagd advies geeft ... Er is in 2008 een Dordtse integratie, even kijken hoe heet dat ook alweer, Adviesraad geweest die inderdaad op dezelfde manier deze problematiek aanpakte en die los van de raad stond. Wellicht is dat ook lets om mee te nemen in het vormen van zo'n Adviesraad. De voorzitter: Iemand nog een opmerking richting mevrouw Van Vugt, want anders ga ik over naar mijnheer Burakcin. Als u daar zin in heeft hoor. De heer Burakcin: Ik zat geduldig te kijken wie er nog meer opnnerkingen had. Nee hoor. Voorzitter, goed, we zijn in ieder geval blij dat we nu een beginnetje kunnen maken met het begin van een aankomend diversiteitsbeleid, waar we al jaren om vragen.
Daar zijn we in ieder geval blij mee. Wat ik nog kwijt wil, is dat ook wij ons zorgen maakten dat we een doelgroep zouden missen uit de samenleving waar toch de
22
nodige zorgen over waren. Goed, ook wij zijn blij in ieder geval met de toezegging van de wethouder dat er een extra lijn konnt over antidiscriminatiebeleid, hetgeen ... Die groep toch daarin meegenomen kan worden en serieus genomen wordt. Daar zijn we in ieder geval blij mee. Als het gaat over het voorstel van de keuze van een variant, dan kiezen wij ook variant twee, met een begeleidingscommissie, vertegenwoordiging vanuit de raad. Dat was hem. De voorzitter: Mijnheer Kolkilig. De heer Kolkilic: Voorzitter, ik word eigenlijk wel nieuwsgierig, want GroenLinks, Partij voor de Dieren en het CDA hadden het de vorig connmissie erover dat ze al een werkgroep hebben. Ze kiezen nu ook alle drie eigenlijk voor variant twee. Zijn jullie ook van plan om met zijn vieren te werk te gaan? De voorzitter: De werkgroep is opgeheven. De heer Burakgin: Voorzitter, volgens mu j was die vraag voor mu. De voorzitter: Mijnheer Burakgin. De heer Burakgin: Voorzitter, ik kan natuurlijk over mezelf spreken. Hoe heet het, als het variant twee wordt, houd ik mu j in ieder geval aanbevolen om in die begeleidingsconnnnissie te zitten. Wat de anderen ervan vinden, moeten anderen maar antwoorden. Mevrouw Vol -van der Hoist: Voorzitter. De voorzitter: Zover waren we dan nog net niet, mijnheer Burakgin. Mevrouw Vol. Mevrouw Vol -van der Hoist: Daar sluit ik me eigenlijk bij aan.
De werkgroep is opgeheven, maar ik voel mij wel heel erg aangetrokken met dit onderwerp op de agenda te zetten en met heel veel haast. Ik wil mu j hierbij ook graag aannnelden voor deze groep, deze begeleidingsconnmissie. De voorzitter: Dan integreren we gewoon de aanmeldronde. Laten we dat even niet doen. Laten we eerst eventjes verdergaan en een rondje maken. Ik weet niet of mijnheer Kolkilig nog zelfstandig iets wil zeggen. Ik weet niet of ... De heer Kolkilig: Voorzitter, ik had net ook nnijn hand ... De voorzitter: Goed, maar ik kan iedereen tegelijk het woord geven. De heer Kolkilig: Klopt. De voorzitter: Gaat uw gang.
23
De heer Kolkilic: Dank, voorzitter, in ieder geval. Ook dank aan de wethouder, onndat ze gehoor heeft gegeven aan de commissie. Wij kiezen in leder geval als fractie voor ... Of onze voorkeur gaat uit naar variant drie. Het zou natuurlijk heel nnooi zijn dat er raadsbreed ... Er zijn heel veel verschillende partijen. Dat iedereen een inbreng kan doen en dat we het ook raadsbreed zullen ondersteunen met zijn alien. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Vol -van der Hoist: Mag ik nog iets zeggen? De voorzitter: Zeker. Ik bedoel, dat Mevrouw Vol -van der Hoist: Het gaat over dat De voorzitter: Heel goed, maar zolang u via de voorzitter spreekt, vind ik het best. Mevrouw Vol -van der Hoist: Via u. Ik snap een beetje de tendens, maar mijn angst is dat als je iedereen verplicht om nnee te doen dat het dan inderdaad vertragend kan werken. Mijn voorstel zou zijn om inderdaad gewoon met de raadsleden die willen en comnnissieleden proberen om een goed gesprek te krijgen. Als het in een setting is zoals hier, is dat wat mu j betreft helemaal prima. Ik denk niet dat het zo heel veel hoeft te verschillen. Maar dat is mijn angst. De voorzitter: Angst is nooit goed. Mijnheer aindogdu. De heer Gundogdu: Voorzitter, dank u wel. Een korte woordvoering vanuit Op Ons Eiland. In ieder geval ook mijn dank richting de wethouder, portefeuillehouder. Blijkbaar kan dat ook zo.
Goed luisteren naar de commissie en toch op een nieuwe weg inslaan of een verfijnde weg inslaan, want de twee lijnen, zoals u dat nu heeft toegezegd, dat lijkt ons zeker heel belangrijk. De voorzitter: Ik heb u niks toegezegd. De heer Gundocidu: Sorry? De voorzitter: Ik heb u niks toegezegd. De heer Gundogdu: De wethouder heeft dat toegezegd en de griffier heeft dat beaamd, toch? Voorzitter, in ieder geval, kijk in zijn algemeenheid, we hebben in ons verkiezingsprogrannma van Op Ons Eiland duidelijk aangeven van, iedere Dordtenaar telt mee. Dat we in 2023 nog steeds over inclusie, discriminatie moeten gaan spreken. Het is zo. Het is feitelijk een situatie. Maar de Startnotitie die nu voorligt, dat is een hele goede, vinden wij. Het is in ieder geval lets waar we echt op kunnen bouwen. Wat daarnaast ook nog speelt, is dat wij hebben het gehad over de varianten. Wij hebben in ieder geval variant drie als keuze, want wij zijn van mening, om toch even die slag te maken wat mijnheer Den Hartog ook al heeft aangegeven, dit is een onderwerp wat de hele stad aangaat. Je kan natuurlijk dit zo groot nnogelijk optuigen of zo klein mogelijk. Het is waar de keuze ligt. Maar dit geeft ook de gelegenheid aan ons als
24
volksvertegenwoordiger van at die 120.000 mensen om ook met hen het gesprek aan te gaan en ook een stukje gevoel naar voren te brengen of op te halen. Vandaar dat onze overtuiging is dat variant drie op dit moment ... Soms is niet zozeer de snelheid misschien het belangrijkste, maar wel de zorgvuldigheid. We zijn wat dat betreft Oberhaupt het college dankbaar dat we na al die jaren dat we dit beleid niet hadden er een initiatief komt. Dat mag u uiteraard naar u toerekenen, wethouder. Dan wil ik het even hierbij laten, eerste termijn.
De voorzitter: Er konnt geen tweede termijn. De heer Gundogdu: Voorzitter, dat weet ik niet. De voorzitter: Misschien ook wel, maar niet per se. We gaan in ieder geval, als jullie allemaal je inbreng hebben gedaan en ik denk dat dat het geval is, luisteren naar de wethouder. Die gaat beginnen met vertellen dat het nu nog geen Startnotitie is, maar dat dit een opmaat is daarnaartoe. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. Zoals we geluisterd hebben naar de toevoeging die we hebben gedaan met antidiscriminatie, heb ik ook heel goed gehoord dat we niet meer met een uitgangspuntennotitie voorafgaand aan de Startnotitie moeten komen. Dat zal ook niet nneer gebeuren. Dit was eigenlijk een nieuwe vorm om gewoon eens te kijken van, hoe kunnen we de raad zoveel mogelijk invloed geven op dat wat we uiteindelijk gaan uitwerken? Dat heeft een beetje Ik mag geen Engelse woorden gebruiken van de voorzitter. Dat heeft een beetje een terugslag veroorzaakt. Dat zullen we de volgende keer anders doen. Dat is ook een toezegging. Dan heel even over de VVD en de PvdA, noemden allebei de Grondwet en artikel 1. Dit college is ook gewoon verplicht zich te houden aan de Grondwet. Het is niet zo dat omdat het niet in dit voorstel staat dat wij ons niet gaan verhouden en houden aan artikel 1 van de Grondwet. Uiteraard is dat een leidend principe. We hebben daar alleen doelgroepen aan toegevoegd.
Tenminste, niet aan toegevoegd, maar uitgelicht op basis van punt een signalen die we krijgen van de verschillende organisaties die erbij betrokken zijn. Zoals bijvoorbeeld de Wnno Adviesraad als het gaat over mensen met een beperking, als het gaat over mensen met een nnigratieachtergrond via Radar en als het gaat over de LHBTIQ+-genneenschap via Movisie. Daarnaast is er natuurlijk at heel veel onderzoek gedaan, werd ook al terecht genoennd. We weten dat de problemen bij deze doelgroepen, of in ieder geval dat er veel problennen zijn als het gaat over inclusie en discriminatie. Dat is de reden waaronn we deze drie doelgroepen er nu uitlichten. Maar waar ik wel weer aan toe wil voegen dat we uiteraard, als het beleid er dadelijk ligt, het uitvoeringsprogramma gewoon gaan evalueren, hoe staan we ervoor, doen we de goede dingen? Dat dat natuurlijk een moment is om ook weer te zijn zeggen, kunnen we daar nog doelgroepen aan toevoegen? Is ook nodig? Willen we dat? Dan doen we dat. Wat dan geldt voor de emancipatielijn, want over de antidiscriminatielijnen hebben we at nou een gedeelde conclusie dat dat stadsbreed zou moeten zijn. Dan over de ... De voorzitter: Mevrouw Schnabel.
25
Mevrouw Schnabel: Voorzitter, dank u wel. Ik wilde heel even kort lets zeggen over de Grondwet. Want inderdaad wat u zegt dat is een wettelijke verplichting en dat is ook niet zozeer wat ik bedoelde. Maar onndat in de Startnotitie staat dat we op de beeldvorming en de gevoelens die spelen in de stad willen ingaan. Er !even natuurlijk allerlei sentimenten en gevoelens. Die sentimenten kunnen ook zijn dat daar bijvoorbeeld haatgevoelens of in ieder geval gevoelens die voor verdeeldheid zorgen. Als je dat als uitgangspunt neennt, wat eigenlijk de Startnotitie dan zou zeggen, we nemen gewoon alles mee, dan begin je natuurlijk niet bij het uitgangspunt van de Grondwet. Dat is nneer waar het om ons in zat. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, de Grondwet gaat uiteraard boven wat wij hier in een uitgangspuntennotitie beschrijven van wat wij leidend vinden. Als wij het hebben over we gaan in op gevoelens die !even in de stad, dan komt dat in verhouding tot wat de Grondwet ons gewoon voorschrijft. Het is niet zo dat als de gevoelens haaks staan op de Grondwet dat we dan de Grondwet overboord gooien. Daar kunt u gewoon van op aan dat we de Grondwet leidend laten zijn. Waar waren we? Even kijken. De VVD zei, wij hopen dat het niet gaat richting positieve discriminatie. Die toezegging kan ik niet doen.
Dat heeft gewoon te maken met dat op het moment dat je zegt, binnen onze organisatie bijvoorbeeld, we willen een meer evenwichtige verdeling als het gaat over verschillende typen mensen die hier werken, dan raak je al gauw aan dat je maatregelen zou kunnen nemen die ook uitgelegd zouden kunnen worden als positieve discriminatie. Ik ga hier geen toezegging doen dat er nooit op die manier gekeken wordt om de balans terug te brengen, maar goed, dan zijn we daar maar helder over aan de voorkant. Als het dan gaat over, even kijken hoor, de voorstellen. Voorstel twee of voorstel drie, dat is eigenlijk ook een hele praktische. Wat de bedoeling is, wat ons betreft, aangaande dit beleid en de vorming van dit beleid, is dat de stad, de mensen die geconfronteerd worden met deze zaken leidend zijn in de gesprekken die we voeren. Wat we wilden voorkomen, is dat we in een setting als deze, want die werd net genoennd, dat kan in een setting als deze, dat we de drempel hoog nnaken voor mensen om hier langs te komen, in te spreken, dat willen we echt voorkomen. Het moet een gesprek zijn van de stad en waar we graag de raad bij willen betrekken, zodat de raad weet wat er speelt en dat ook mee kan nemen in de besluitvornning. Maar het gesprek zou geen politiek gesprek moeten zijn, als het aan ons ligt.
Zou je dan voor variant twee of drie moeten gaan? Je zou ook voor variant twee kunnen gaan waarbij je zegt, we nnaken een begeleidingscomnnissie van iedereen, van iedere fractie die daar in zou willen zitten. Dat zouden er dan vijftien kunnen zijn, bijvoorbeeld, die in wisselende samenstellingen of, goed, hoe dat dan ook ingevuld wordt, deelnemen aan die gesprekken. Hier staat nog dat het extra inzet vraagt van raadsleden buiten de Dordtse Dinsdag. Het voorstel is om dat gewoon op de Dordtse Dinsdag te organiseren. Daar hebben we nannelijk de Dordtse Dinsdag voor. Dat vind ik een geheel terechte opmerking dat dat dan desnoods in het middagdeel plaatsvindt of in het avonddeel als dat beter uitkomt voor de groepen die aansluiten in het gesprek. Maar we willen dat liever niet in een setting als deze doen en ook niet per se op deze locatie. Dat is eigenlijk de reden dat wij voorstellen om voor variant twee te gaan. Dan was het nog een vraag over de Adviesraad. Gevraagd en ongevraagd advies dat ze dan kunnen geven. Is volgens mu j al een goed punt wat we mee kunnen nemen in de startnotitie om vervolgens uit te werken, hoe zou zoiets dan
26
vorm nnoeten krijgen en welke rol zou zo'n dergelijke adviesconnmissie krijgen? Dan tot slot nog een vraag over de tijdsplanning. We zitten natuurlijk niet stil. Het is niet dat we nu bezig zijn met het vormen van het beleid, maar we zijn natuurlijk wel bezig met al die dingen die al liepen en dat verder brengen. De verwachting is dat dit in april, mei weer bij de raad terug ligt. Dat heeft even wat tijd nodig, maar dat heeft ook wel te maken met alle mensen die we graag willen spreken voordat we daadwerkelijk met een voorstel komen.
De voorzitter: Mijnheer Schalken De heer Schalken-den Hartog: Even een praktische vraag. In april, mei ligt de Startnotitie dan klaar, is de bedoeling? Mevrouw Van Benschop: Ja, ik kreeg net te horen april. Ik neenn ietsje meer ruimte om zeker weten dan aan de toezegging te kunnen voldoen, maar in principe ligt het in april sowieso in het college en vervolgens bij de raad. Het gaat over de Startnotitie. De heer Schalken- den Hartog: Dat gaat dan over de formele Startnotitie. Dan gelijk even een praktisch vraagje naar aanleiding van de antwoorden van de wethouder. Door weer wat dingetjes aan te passen en te zeggen van, we kunnen het ook zo doen. Dit is het stuk wat naar de commissie en naar de raad gaat. Konnt er lets van een aangepast stuk of nnoet dat weer heel ingewikkeld met amendementen, aanpassingen vanuit de raad om die opzet van die Startnotitie goed vast te stellen? Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, wat mu j betreft kan het gewoon met een toezegging die ik nu doe, zoals ik ook de lijn antidiscriminatie toezeg. Het is duidelijk dat buiten de Dordtse Dinsdag het niet haalbaar is. Het wordt gewoon op de Dordtse Dinsdag. De raad wijst een groep raadsleden aan die actief gaan meedraaien. Er staat niks over aantallen. Als de raad zegt, we vaardigen allennaal een iemand van de fractie af voor die begeleidingscommissie, dan kan dat. De voorzitter: Mijnheer De Heer.
De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Korte vraag ter verduidelijking over de voorkeur van variant twee over variant drie. Dat is ook wel onze voorkeur, maar tegelijkertijd hoor ik de wethouder zeggen dat variant drie mogelijk wat intimiderend zou kunnen zijn voor mensen om in te spreken. Ik was nneer benieuwd hoe we tot de conclusie komen? Is dat dat we dat hebben terug gehoord van organisaties dat ze zelf aangeven van, onze voorkeur zou uitgaan naar de setting als die op een andere locatie ... Hoe komen we tot die inzichten? Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, dat komt ook een beetje door de ervaring dat insprekers, als het gaat over bepaalde thema's, vaak dezelfde mensen zijn die komen inspreken. Je wil nu juist heel graag ook die mensen spreken die je anders niet hoort. Het gaat ook niet alleen om organisaties, het gaat ook gewoon om mensen die er graag over mee willen praten. Daaronn willen we het liever niet in een setting als deze doen, omdat, weet je, we weten gewoon dat dat de drempel verhoogt als mensen komen
27
inspreken. Misschien moet je wel gewoon met een club de stad in om op locaties waar deze doelgroep zich bevindt of in de bieb, ik weet het niet, daar moeten we dan over nadenken, maar op andere mogelijke locaties waar het een wat lagere drempel heeft het gesprek aan te gaan.
De voorzitter: Mijnheer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Dank u wel, voorzitter. Ik dacht, ik wacht tot ik het woord krijg. Ik dacht, een bilk is vast niet voldoende voor u. Wat ik in ieder geval even wilde vragen nu vast is, gebaseerd op de discussie, ging over de toezeggingen, maar dat is meer misschien een punt van orde, maar ik zou willen vragen of de toezeggingen wel in een soort memo kunnen worden bijgevoegd bij het voorstel. Want zijn er nu inmiddels drie a vier geworden. Is misschien wel relevant om dan goed te kunnen zien waar nu eigenlijk voor gestemd wordt met welke toezeggingen die daarbij horen. Even een puntje om misschien nnee te nennen, hopelijk. De voorzitter: Ik zie nnevrouw Van Poppel knikken. Dat is de belangrijkste op dit punt, want die moet daar dan voor zorgen. Maar dat is even ... Want ik heb zitten turven en ik heb net zoveel twee als drie. Voor de begeleidingscomnnissie of de gesprekken tussen raad, college en doelgroepen. Dat is lets ... Maar dat is een punt wat ik even nu bij de commissie neerleg. Want ik snap dat het ook zo kan zijn dat u de informatie die nu gedeeld is mee wil nemen naar uw fractie en dat u pas een definitieve uitspraak wil doen op 14 nnaart als dit dan in de raad gaat. Mijnheer Schalken wil aandacht. De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel voor het woord, voorzitter.
Volgens mu j willen we hier allennaal af en toe wel even de aandacht, toch? De voorzitter: Alles wat aandacht krijgt groeit. De heer Schalken-den Hartoq: Dat is waar. Ik hoef niet zo nodig te groeien. Maar even terugkomend op wat net was aangegeven. Als we het hebben over die variant twee en die variant drie. Vanuit Beter voor Dordt vinden we het vooral belangrijk dat iedereen moet kunnen aansluiten. Met de uitleg zoals die net werd gegeven dat het bijvoorbeeld ook op een dinsdagmiddag kan, maar dan op een locatie, waarbij een aantal mensen erbij kunnen zijn. Dan kan die betrokkenheid meer vergroot worden dan wanneer je alleen maar een vast clubje hebt van een of ander werkgroepje. Als dat inderdaad dan op die dinsdagmiddag of een keer op die dinsdagavond is wanneer dat zo uitkomt met de mensen die we uitnodigen of die graag willen komen inspreken, als dat zo wordt verwerkt en het niet meer vastzit op puur sec zoals die variant twee werd genoemd, dan hoeft dat wat Beter voor Dordt betreft niet meer een speciaal aandachtspunt te zijn. Dan is die toezegging daarmee voldoende. De voorzitter: Helder. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Misschien heb ik dat gemist, dan excuses, maar is het dan ook echt zo dat alle partijen vertegenwoordigd zijn in die commissie?
28
De voorzitter: Daar gaat u als commissie over. Dat kan. Het is een optie. Mevrouw Schnabel: Excuus. Wat is dan het advies van de wethouder als in, past dat bij twee? De voorzitter: Ik heb de wethouder horen zeggen dat dat in variant twee nnogelijk is. Verder nog iemand? De heer Gundogdu: Voorzitter, als ik even nnag. Zoals de wethouder dat zojuist heel goed heeft verwoord, kan ik me ook heel goed voorstellen dat we voor variant twee gaan. De voorzitter: Kijk, dan helt hij over. Dan is het niet meer een gelijkspel. Dan heb ik nu zeven, drie. Dat is volgens mij helder. Met de uitleg erbij dat alle fracties iemand zouden moeten kunnen afvaardigen en dat het een wisselende sannenstelling kan zijn. Dat het niet uitmaakt wie er van een partij is en dat er ook geen verplichting is om er te zijn, want volgens mu j is dat ook Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, met de aanvulling ook dat het zich concentreert op die dinsdagnniddag of die dinsdagavond en niet voor aparte momenten, extra monnenten zorgt. De voorzitter: Zeker, want daar hebben we de Dordtse Dinsdag inderdaad voor gemaakt. Dan is nu ... Ik weet niet of iemand nog verder Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank je wel, voorzitter. Nog een korte vraag.
Ik ben wel benieuwd naar wat de mederaadsleden vinden van eventueel helemaal zonder focusgroepen starten? De voorzitter: Bedoelt u daarmee die fase overslaan? Mevrouw Van Vugt- Roose: Nee, ik bedoel daarmee dat dat niet als uitgangspunt nu al wordt nneegenomen, om wat ik daarnet aangaf dat je daarmee eigenlijk al begint met bepaalde groepen al in een hokje te plaatsen. Dat je al vanuit hokjes denken vertrekt. Ik wil even gewoon voelen hoe dat hier ligt. De voorzitter: Mijnheer Van Ballegooijen wil daarop reageren. De heer Van Ballegooijen: Voorzitter, zoals wij ook in onze woordvoering al aangaven, is dat wat ons betreft een goed idee, ook zoals het CDA het voorlegt. De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, wat ons betreft zijn wij gerustgesteld en kunnen ons vinden in het plan dat voorligt, juist ook om nu meters te kunnen nnaken met toch heel graag binnenkort een Startnotitie. De voorzitter: Mijnheer Burakcin.
29
De heer Burakgin: Wij kunnen ons daarbij aansluiten. Voor de rest, we vinden het gewoon goed dat we in ieder geval een focuspunt hebben zeg waar we naartoe kunnen werken. Volgens mu j biedt de lijnen, zoals die nu voorligt, al de ruimte om daar ons ding te kunnen doen. Wat ons betreft is dat niet nodig wat het CDA voorstelt. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Wij vinden het, want we hebben natuurlijk die antidiscriminatielijn, voor die emancipatielijn dan wel een interessante gedachte om inderdaad vanaf een nulpunt te beginnen en te kijken, wat komt er uit de stad naar voren? De voorzitter: U heeft een medestander tot nu toe. Twee. Ik denk dat dat te weinig is, maar het was een leuke vraag. Zeker. Goed. Dit gaat naar de raad van 14 maart. De griffie zorgt ervoor dat de toezegging van de wethouder en andere relevante informatie van vanavond daarin een soort van Addendum aan toegevoegd wordt. Dan weet u ook waar u een besluit over neemt. Op het moment dat het besluit genomen is, dan kan het pad verder behandeld worden om te komen tot een Startnotitie. Daarvan is de toezegging dat die er dan in april in het college ligt. Het college is heel snel. Wie weet dat hij dan ook nog gewoon in april naar de raad afdaalt. Is dat op deze manier iets om zo met elkaar af te ronden? Dat we het verder niet hoeven te bespreken in de raad? Mijnheer Van Ballegooijen.
De heer Van Ballegooijen: Ik wil wel vast noemen, ik zal het nog even mee naar de fractie nennen wat ons oordeel precies zal worden over wat betreft de doelgroepen. Dat durf ik even niet te zeggen, gezien ook discussies eerder met de fractie gevoerd. Maar ik kan wel vast aankondigen dat wij op het punt positieve discrinninatie met een annendement zullen konnen. Dat is wat ons betreft een essentieel uitgangspunt. De voorzitter: Dat kan in dit stuk. Dan gaat het als een bespreekstuk, maar dan wel met ons uitgangspunt dat dat op basis van een eventueel in te dienen amendement is. Mocht bij vaststelling van de agenda van de raad blijken dat dit alsnog niet gebeurt, dan kan het alsnog gehamerd worden. Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Dan beperkt de bespreking zich alleen tot het aangekondigde amendementen of motie, wat het wordt? De voorzitter: Ja, lijkt me wel zo fair. Yes? Zo doen? Oke. Dan gaat nnijnheer Van Ballegooijen met zijn fractie aan de slag en wij gaan het merken op 14 aart. Dank u wel. Fijne avond nog.
30
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 14 maart 2023.
De griffier
De voorzitter,
if