2022-09-27 Notulen Gemeente Dordrecht Dordtse Dinsdag - vastgesteld.pdf
Tekst van het document
82
De heer Katif: Voorzitter? De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Mag ik iets Ik denk, als je kaders wil stellen, dan wil je ook ideeen meegeven. Het is allebei eigenlijk. Dan zou je eigenlijk eerder betrokken zijn in zeg maar de zogenaamde beleidsvornning, heet dat dan, in de jargontaal, dan dat je achteraf zegt: dit is het, dit is een notitie, vindt u het goed, of vindt u het niet goed? En dan gaan wij het aanpassen. Terwijl, als je tegelijkertijd meeloopt, dan word je ook eigenlijk als het ware gennasseerd, noem ik het dan. De heer Van Bennekom: Dat is eigenlijk de vraag, dus waar wilt u in het proces zitten? Dus meer in dat voeden, of achteraf horen? Ik zie in ieder geval dat ook het ergens in het midden ligt. Dat is natuurlijk een beetje lastig duiden, als je dat in een tijdslijn moet plaatsen waar je dan zit. Maar laten we zeggen dat daar wat verschillende nneningen op zijn. Dit is wel eventjes heel kort even proeven aan enerzijds wat thema's, met die stellingen hebben we een paar thema's willen voorleggen die wellicht interessant zijn om als raad om je daartoe te verhouden, onndat het ideeen geeft over de waardes, waar sta je voor als genneente in je dienstverlening. Daar kun je het met elkaar over hebben als je dit soort dingen voorlegt.
Hier hebben we eigenlijk gevraagd: waarop wil je betrokkenheid hebben? Nou, daar hebben jullie wel gemiddeld gesproken iets meer aangegeven dat je toch wel prettig vindt om in die visievorming en in die strategie at betrokkenheid te hebben. Ik constateer in ieder geval dat er een aantal mensen zijn die hier zeggen: ik wil graag daar wat meer aan de voorkant zitten in plaats van daar aan de achterkant te zitten. Dat is even de gemiddelde afdronk, zeg maar, maar ik constateer ook wel dat daar de meningen enigszins verdeeld in zijn. De voorzitter: Dat klopt en ik vind dit een mooie samenvatting, hoef ik hem niet meer te doen. Dus dank daarvoor. Toch nog even de vraag: hebben wij nu voldoende informatie over de digitale dienstverlening, wilt u nog meer informatie hebben, of, zoals we constateren, dat toch ongeveer de helft van ons panel hier aanwezig, zoals ik het misschien mag noemen, graag bij de voorkant betrokken wil worden, want dan kan men zich misschien melden bij jullie om in een soort werkgroep, klankbordgroep, of wat dan ook zitting te gaan nemen. Dat is het resultaat als je aan de voorkant aanwezig wil zijn. De heer Kleinpaste: Nou, volgens mij is het resultaat van aan de voorkant aanwezig zijn dat je je met kaderstelling wil bezighouden als raad en niet in een werkgroep.
De voorzitter: Dat zou kunnen, mijnheer Kleinpaste, maar het kan ook nog, daarom zit ik een beetle te vissen, het kan ook zijn dat je wel, dat gebeurt wel bij meerdere thema's, dat er toch raadsleden of commissieleden zijn die het heel fijn vinden om mee te denken aan hoe je iets vorm kan geven, die iets opgehaald hebben of wat dan ook. Dus mijn vraag is: hoe willen we hiermee verder? De heer Van Bennekom: Het gaat nnij wel om kaderstellende onderwerpen, he? We gaan het niet hebben over details dan, dan gaan we het hebben over de strategie.
83
De voorzitter: Nee, uiteraard, ja. Ik denk dat we dit gewoon eventjes laten rusten en mocht er toch nog wat uitkomen, dan boort u dat. Ik denk dat wel iedereen graag meegenomen wil worden in het proces naar de ontwikkelingen zodra er dus zich lets nieuws voordoet, dat we dat of per raadsinformatiebrief krijgen, of misschien weer met een presentatie waar we op kunnen reageren. De heer Safranti: Ik denk dat presentatie altijd wel makkelijker en efficienter is. De voorzitter: Zou zomaar kunnen, maar het kan ook zijn dat een raadsinformatiebrief gewoon op volgorde zo duidelijk is dat dat niet nodig is. Ik wil u beiden allebei hartelijk danken voor ons meenennen in deze ontwikkeling, de digitale dienstverlening. Ik wil u alien aan tafel hartelijk danken en uiteraard de mensen thuis die dit op de stream gevolgd heeft. We hebben nu nog tien minuten pauze, elf om precies te zijn, voor de volgende sessie.
84
VERSLAG VAN DE DORDTSE DINSDAG GEMEENTE DORDRECHT D.D. 27 SEPTEMBER 2022, vergaderzaal 3
4. Sociaal domein: Maatwerk huisvesting - Raadsvoorstel Vergaderzaal 3 20:30-22:00 Voorzitter: nnevr. Pichel Raadsgriffier: mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz
De voorzitter: Welkom iedereen. Sorry hoor, we hadden even een vergadering die net inderdaad ook even wat langer doorging. Dus we gaan in een keer door. Welkom. We hebben twee personen aanwezig via het schernn en de wethouder sluit net aan, heel mooi. Derek de Jong en Bart Korteweg hebben we daar. Zijn wij hoorbaar en zijn jullie hoorbaar? Ja, zijn jullie hoorbaar, zijn wij hoorbaar? We hebben ... We hebben Derek de Jong en Bart Korteweg. Kunnen jullie mij horen?
De heer De Jong: Ja. JuHie zijn hoorbaar. De voorzitter: Oh, mooi. Heel goed. Kunnen jullie je even heel kort voorstellen aan de mensen aan deze ruimte alstublieft?
De heer De Jona: Zeker. Ik ben Derek de Jong, adviseur wonen, voornnalig eigenlijk, maar dus te ma ken gehad met de opkoopbescherming. En sinds kort adviseur ruinntelijke ordening bij de gemeente Dordrecht.
De voorzitter: Dank u wel. De heer Korteweq: En ik ben Bart Korteweg, beleidsadviseur wonen hier in deze prachtige stad.
De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we ook even een rondje doen in de zaal. Ik ga zelf even een rondje doen, want dat vind ik wel even een uitdaging voor mezelf om te kijken of ik alle achternamen gewoon ook echt weet. Dat, dan weet ik de voornannen wel en de achternaann niet. Ga ik links, voor mu j links achteraan beginnen, nnevrouw Stolk van de VSP. Mevrouw Vol, ja, Partij voor de Dieren. De heer De Heer van SGP-ChristenUnie. De heer De Vries van VSP. Mevrouw Striebeck van VSP. De heer De Boer van Op ons Eiland. Mevrouw Simon -van Waardhuizen van Beter Voor Dordt. De heer Boone van Beter Voor Dordt. Onze wethouder, de heer Heijkoop, die weet ik dan wel. Mevrouw Van Poppel van de griffie. Mevrouw Koene van Gewoon Dordt. Mevrouw Van Engelen van GroenLinks. De heer Uysal van GroenLinks. De heer Kolkilig van DENK. De heer Van Leeuwen van de PVV. De heer Damen van PvdA, ja. Mevrouw Van Vugt van het CDA. De heer Hartmeijer van SP. De heer Noldus de VVD. En de heer Van Ballegooijen van de VVD. En dan heb ik nog een paar mensen achter mu j zitten, kijk ik even of die voorgesteld kunnen of nnoeten worden. Nee, bezoekers. Dank u wel. Nou, dan zijn we hier voor het maatwerk huisvesting. Op 1 februari 2022 heeft de genneenteraad ingestemd met de invoering regeling opkoopbescherming. In voorliggend raadsvoorstel wordt de raad gevraagd
85
toestemming te verlenen om zo nodig af te wijken van de regeling opkoopbescherming vanwege het maatschappelijk belang. De juridische doorwerking en mogelijke impact van dit besluit worden technisch toegelicht in deze beeldvornnende commissievergadering. Aan wie mag ik nu het woord geven? Misschien De heer De Jong: Kijkt u nu onze kant op of niet? Want wij kunnen jullie niet zien. De voorzitter: Oh, ja, dat wist ik niet, dat jullie ons niet konden zien. Dat is inderdaad Ja, ik weet niet of er een presentatie door u is voorbereid of is er nnisschien een vragen... zijn er vragen vanuit de commissie op dit moment die gesteld willen worden aan deze heren? Ja, nnijnheer Damen. De heer Damen: Ja, voordat ik vragen stel wil ik wel aangeven dat ik het fantastisch vind dat de wethouder zo'n eigenwijs initiatief heeft genomen om woningen te kopen. Maar ik vind het wel vreennd dat de corporaties urgent woningzoekenden niet helpen. Nu wordt er in de stukken gezegd: de PUF maakt mensen niet urgent, beslist dat mensen niet urgent zijn. Als ik de huisvestingsverordening lees, dan staat er dat het college voorrang toekent en dat mandateert aan de voorzitter van de PUF, maar je kunt zo'n mandaat ten alle tijden terugnemen en dan zelf zeggen: deze mensen moeten wel urgent zijn.
En als dan blijkt dat er systematisch mensen niet urgent worden volgens de voorrangsregeling, waarom, maar wel zo urgent zijn dat we daar, dat het initiatief genomen wordt om daar huizen voor te kopen, waarom wordt de voorrangsregeling daarop niet aangepast? Dan zijn er toch mensen die dringend een huis nodig hebben maar we hebben de verkeerde criteria vastgelegd in de huisvestingsverordening. Dus graag een reactie daarop. De voorzitter: En is uw vraag voor de heer Heijkoop? Of llever De heer Heijkoop: Hij is voor mu, is een politieke vraag. De heer Damen: Ik weet nooit wanneer een vraag nou politiek is. De heer Heijkoop: Ik ben van harte bereid om het te beantwoorden, maar dat is aan de voorzitter. De voorzitter: Laten we even de technische vragen want dit is een beeldvormende sessie. Dus dan als u een verduidelijkende vraag heeft voor de beeldvornnende sessie dan kunt u die stellen. De heer Damen: Dan is de simpele vraag: kan de wethouder namens het college gewoon zelf iemand urgent maken? De voorzitter: Is dit, ja, dit is weer een vraag voor de wethouder. Zal hem opschrijven? Is er iemand anders met een vraag? Mevrouw Stolk: Nou voorzitter De voorzitter: Mevrouw Stolk.
86
Ik zal
Kunt u
Mevrouw Stolk: Misschien even een ordevoorstel. Is nu de bedoeling dat we allemaal vragen gaan stellen eerst en dat we dat inventariseren en dat dan de wethouder gaat reageren? Dat is de bedoeling? Of de ambtenaren, sorry. De voorzitter: Ja, de ambtenaren, klopt. Mevrouw Stolk: Ik vergeet jullie niet hoor. De voorzitter: Ze zien je toch niet, hoor ik net. Nee, jullie kunnen inderdaad vragen stellen aan deze ambtenaren om een beeld te kunnen vormen, ja. Mijnheer De Boer. Ik zie niennand anders met een vinger. De heer De Boer: Voorzitter, dank u wel. Mijn vraag zou zijn: hebben wij voldoende kennis, allereerst, om zo'n mooie constructie uit te gaan werken straks als we die tien woningen gaan bouwen? En kijken we ook in andere plaatsen? Bijvoorbeeld in Ridderkerk heb je een mooi initiatief van een soort van tiny houses met twee voordeuren, een aan de voorkant en een aan de achterkant. En daar kan je dus zeg maar twee keer een eenpersoonshuishouden inzetten of een tweepersoonshuishouden of een klein gezin. Kijken wij dus ook in andere steden? Dat is nnijn vraag. Mevrouw Stolk: Voorzitter? Ja, ik heb misschien wel heel veel vragen, maar ik ga het een beetje proberen in te damnnen. Er staat in dit voorstel dat een berekening dat als je je eigen hui...
Nee, dat als je zelf die woningen gaat kopen, dat het dan voor het college goedkoper is of voor de gemeente, hoe je het ook zeggen wil, dan in een hotel. Nou, ten eerste, volgens mu j als ik het stuk goed gelezen heb, dan dreigen die mensen dakloos te worden of geen huis te hebben. Dan is mijn vraag: waarvan ga je die nnensen dan niet helpen in de situatie in hun eigen huis? Want dan gaan ze dat huis uit en vervolgens komen ze dan in een woning van de gemeente, een koopwoning van de gemeente en vanuit die situatie gaan we dan verder kijken. Dat is een vraag, daar zou ik graag een antwoord op willen. En hoeveel dat dat dan kost. En u geeft ook aan in het voorstel, we hebben het over de Wmo en we hebben het over de Wlz. Nou, de Wlz is volgens muj voor nnensen die volgens mu j nooit meer naar huis gaan, als je daar een indicatie van krijgt. En de Wmo, ik weet niet of u nog van de Wmo bent, het college spreekt met een mond zegt u altijd, dus dat geloof ik ook. Maar hoe verhoudt zich dat met de Wmo en wat zegt de Wmo adviesraad hierover, over dit voorstel? En hoe verhoudt het zich met de rest van het sociaal donnein? Dus vanuit welke portefeuille en ik snap dat het college vanuit een mond praat, maar of dit nou echt vanuit beschermd wonen is of vanuit de Wmo. Ook met dien verstande dat er op de Wmo altijd tekorten zijn. Dan de integrale verordening.
U zegt: het kan niet geregeld worden vanuit de integrale vordering, maar volgens mu j kan dat wel. De voorzitter: Even een klein momentje hoor, mevrouw Stolk. Maar wilt u alvast even antwoorden op die eerste vragen? Ik geef u zo dan nog het woord. Maar nnisschien is het handig om alvast wat vragen te beantwoorden, voordat dat Of wilt u deze nog ... Mevrouw Stolk: Nee ja nee, ik heb veel vragen, dus ja, ik probeer maar wat eruit te pikken op dit moment. Maar ...
87
De voorzitter: We hebben genoeg tijd. Oh. We hebben genoeg tijd maar laten we deze vraag beantwoorden en u kunt gewoon uw vragen verder stellen. Misschien konnt er wel een antwoord. Mevrouw Stolk: Ja nee, ik geef ook even anderen de gelegenheid, ik konn er zo nog wel even op terug. De voorzitter: Ja. De heer Heijkoop? U zei u kunt een antwoord geven? De heer Heijkoop: Ja voorzitter, ja, een klein punt van orde. De betrokken ambtenaren, de aanwezige ambtenaren digitaal, die waren volgens nnij uitgenodigd om opkoopbescherming, ik zie de griffier knikken, toe te lichten. Dus dat kunnen zij eventueel doen. Alle vragen die zijn gesteld die zitten op het grensvlak van politiek technisch, ook wel technisch. Ik kan ze allemaal beantwoorden, dus als u commissie, als u als voorzitter zegt: nou, we willen deze avond daar toch voor benutten, dan kan ik ze beantwoorden. Maar deze ambtenaren kunnen eventueel een toelichting geven op de opkoopbescherming. En niet zozeer op deze vragen, dus dat is voor de rest aan u. Ik kan ingaan op de vragen die wel zijn gesteld of u kunt zeggen: ja, de behoefte leek er ook te zijn om die opkoopbescherming nog wel van wat technische duiding te voorzien. Dat kan eventueel door ... Ja? De heer Van Leeuwen: Voorzitter? De voorzitter: Ja, ik zag inderdaad eerst een vinger bij de heer De Heer.
Klopt dat? Ja? De heer De Heer: Nou, ik wilde in ieder geval noemen dat ik dat een goed idee vind, dat we inderdaad eerst gewoon ons laten informeren over de opkoopbescherming en dat we vervolgens misschien de vragen die dan nog liggen mogelijk aan de wethouder voorleggen. De voorzitter: la, dank u wel. De heer Van Leeuwen, u hebt een vraag. De heer Van Leeuwen: Ja, ik heb toch nog een paar vragen zelfs. Nou, op zich vinden wij natuurlijk volkonnen terecht dat we geen kinderen met gezinnen op straat laten staan nadat bijvoorbeeld een huis is afgebrand. Overigens vindt de PVV dat je niemand op straat moet laten staan. In het voorstel wordt beschreven dat er veel te weinig beschikbare woningen zijn, dat is compl... dat is absoluut waar. We hopen dan ook dat het college ook de komende jaren meer gaat bouwen dan de veertig woningen netto die ze nu hebben gepland. Dat zou heel mooi zijn, dan staat misschien niemand nneer op straat, in ieder geval worden de wachtlijsten wat korter. Maar even buiten dat. Er is een, laat ik het zo zeggen, in het stuk wordt een opmerking gemaakt dat veel van de huidige huizen worden weggetrokken, laat ik het even zo zeggen, door mensen met urgentie. Daar kan ik me iets bij voorstellen, maar ook door statushouders. Nou, iedereen weet hoe wij erover denken, hoe de PVV erover denkt. De heer
Voorzitter.
88
De voorzitter: Een kleine, sorry. De heer Van Leeuwen: Mijn vraag is, mijn, ik wil toch, ik wil even mijn vraag afmaken. Dat is de inleiding, nu komt mijn vraag. En mijn vraag is: hoe groot is de kans, dat is eigenlijk mijn vraag, van dat er statushouders in die woningen komen die wellicht door het college worden opgekocht? En verder vinden wij het, lijkt het een heel sympathiek voorstel waar we goed zullen luisteren naar de antwoorden van de wethouder. De voorzitter: Dank u voor uw vraag, maar dit lijkt inderdaad weer een vraag naar de wethouder. Heeft u nog een vraag met betrekking tot de opkoopbescherming voor deze ambtenaren? De heer Van Leeuwen: Nou ja, ik zeg, nou nee, want dat is niet specifiek, maar het gaat erom dat het ... Het zou een politieke vraag kunnen zijn, dat verwacht ik ook, maar het zou ook een technische vraag kunnen zijn. Dat kan ik even nnoeilijk inschatten, vandaar dat ik hem hier gewoon in de groep gooi. De voorzitter: Oke, dank u wel. Had u nog een vraag of toch niet? Ja mijnheer, de heer Uysal, ik dacht dat u, ja. De heer Uysal: Ja, ik had wel een vraag aan de ambtenaren, want ik weet nu niet precies wat we hier doen en er zijn heel veel mensen die vragen stellen aan de wethouder, een aantal mensen dus die vragen stellen aan de ambtenaren.
Maar in het raadsvoorstel wordt, ja, staat er lets over, bij de kanttekeningen staat lets over: bij het leveren van maatwerk speelt altijd precedentwerking. Dus ik vroeg me ook af: stel we nennen het besluit, kunnen dan andere Dordtse gezinnen waar we het dus in dit geval over hebben, kunnen zij dan rechten ontlenen aan dit besluit? Die er dan niet in aanmerking voor komen, want het gaat hier om nnaxinnaal tien gezinnen. Ik vroeg me dus ook af of er dus inderdaad ook sprake is van precedentwerking voor andere Dordtse gezinnen die dus niet in aanmerking komen voor de maximaal tien koopwoningen. De voorzitter: Ik, ja, kijk even naast me. Volgens mu j is dit niet per se voor deze ambtenaren. Dat zou toch weer een vraag aan de wethouder zijn. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter, ik heb een vraag aan de ambtenaren. De voorzitter: Nou, nnevrouw Van Vugt, gaat uw gang. Mevrouw Van Vugt-Roose: Oke. la, we wijken nu af van een regeling die er is, dus ik ben wel heel benieuwd naar de uitgangspunten om de verkopende partij te beschermen, zeg maar in de rechten die de verkoper heeft en hoe dat geborgd wordt. Dus. De voorzitter: Dank u wel voor uw vraag. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: Ja. De heer Noldus.
89
De heer Noldus: Wij hebben ook de nodige vragen. Daarnet al even snel een schifting gemaakt tussen de politieke en de technischere vragen en ik denk dat ik gelijk de vragen die betrekking hebben op de opkoopbeschernning voor nu onn te stellen. We zijn ook best benieuwd, ja, wat ook de impact is van het onttrekken van tien woningen uit de markt. De impact op de starters en de andere doelgroepen die daarvoor mogelijk achter het net vissen. En ook welke externe adviezen zijn ingewonnen op deze impact. Dat zijn twee vragen. En de derde gaat eigenlijk over welk beleid of visie hebben we nu vanuit Dordrecht waar dit eigenlijk uit ontstaan is am ons op te werpen als lokaal pandjesbaas. Zijn eigenlijk drie vragen die we hier nu als, ja, voor dit onderwerp nu hebben. De voorzitter: Dan ga ik even naar de heren. Wie van jullie, de heer De Jong of Korteweg kan een antwoord geven? De heer De Jong: Ik kan denk ik wel een en at toelichten. Over de opkoopbeschernning in het algemeen en ook misschien lets specifieker over dit voorstel. Voor de duidelijkheid: dit voorstel komt niet van onze kant, dus vandaar inderdaad dat veel vragen denk ik ook door de wethouder warden beantwoord. Of kunnen warden beantwoord. Wat we in ieder geval kunnen aangeven is dat blijkt uit het voorstel dat het zo zou zijn dat we een uitzondering moeten maken am Liberhaupt als gemeente dit te kunnen doen.
Als we de huisvestingsverordening erbij pakken, het hoofdstuk 3a over de opkoopbescherming, dan zien we daar in artikel 3.4 lid 2e dat we helennaal geen uitzondering hiervoor nodig hebben. Daar staat letterlijk: als beschermde woonruimte wordt aangewezen iedere woonruimte die niet in eigendom is van de gemeente of van een woningcorporatie. Ofwel: het gaat dus am beschermde woonruimte van particulieren. Maar woningcorporaties in Dordrecht en de gemeente zelf zijn hiervan uitgezonderd. Dus de gemeente mag dit gewoon doen, dat is even in ieder geval een technisch antwoord denk ik alvast op in ieder geval de vraag vanuit het voorstel. Er hoeft dus in die zin niet per se een uitzondering gemaakt te warden. Ik weet niet of daar al gelijk een reactie '...'. Anders kan ik nog wel de eerste vraag van de drie vragen van net beantwoorden. Ik zie u helaas niet. De voorzitter: Ik ga heel even kijken of dit antwoord bevredigend was, hoar, want, even kijken. Ik kijk even naar, ja. De heer Noldus: Ja voorzitter, ik twijfel of we het antwoord wel goed begrijpen. We horen dat het geen uitzondering nodig is op de opkoopbescherming terwijI volgens mij als we het voorstel lezen, het voorstel is am af te wijken van de opkoopbeschernning. Ik weet niet zeker of ik het dan ook juist begrijp, dat dit inderdaad anders is dan in het voorstel is opgenomen. De voorzitter: Dank u wel voor uw vraag.
Kunt u daar een antwoord op geven, mijnheer De Jong? De heer De Jong: Ja, zoals ik het voorstel dus lees, het is niet door mij gemaakt, zou daaruit blijken dat we dus inderdaad een uitzondering moeten maken op onze eigen verordening die we gemaakt hebben, nnaar wat mij betreft hoeven we die uitzondering
90
dus niet te maken. Want de verordening voorziet al in het felt dat we dit zouden mogen doen. De voorzitter: Oke. Mevrouw Van Vugt, uw vraag, kunt u even helpen wat die ook alweer was? Mevrouw Van Vugt-Roose: ik heb gevraagd naar de kaders die, waarmee gewerkt wordt om de verkopende partij te beschernnen nu er, ja, zoals ik het gelezen heb toch wel wordt afgeweken van de bescherming van de, hoe zeg je dat precies, de opkoopbescherming, ja. De voorzitter: Ja, is de vraag duidelijk? De heer De Jong of de heer Korteweg, ik weet niet wie van jullie daar antwoord op kan geven. De heer Korteweq: Ja, ik denk dat dat hetzelfde antwoord is wat mijnheer De Jong net gaf. Het leest, wanneer je de huisvestingsverordening leest, we wijken dus niet af van die kaders of rechten van een verkopende partij, juist onndat we dus in die huisvestingsverordening hebben vastgelegd onder het kopje opkoopbescherming dat de gemeente hier niet onder valt en ook corporaties niet. Ik snap dat het verwarring oplevert omdat het in het voorstel wel staat opgeschreven, maar pakken we de huisvestingsverordening erbij, het juridisch bindende stuk, dan staat het er niet in. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Heijkoop, mag ik u even het woord geven om misschien wat opheldering te geven over wat er in het voorstel staat en wat hier wordt gezegd? De heer Heijkoop: Ja voorzitter, er zijn heel veel vragen gesteld.
Ik moet zeggen nu waar het nu aan het einde naartoe ging, dat vind ik ook wel heel bijzonder. Dit voorstel komt natuurlijk, is goed voorbereid vanuit de ambtelijke organisatie op basis van de ambtelijke expertise. En als dan ambtenaren zeggen: ja, dit is niet mijn voorstel en ik herken dit niet, dan vind ik daar wat van als wethouder. Ik ga uit van goede advisering. Maar wat hier wel belangrijk is, is dat je rolneming pakt als gemeente, nog los van de, ja, nneer het formele aspect van die opkoopbescherming, die je niet helennaal eigen is. En dat de heer Damen benoemde dat al en ook enkele anderen. De heer Damen in positieve bewoordingen, de VVD had daar wat kanttekeningen bij geplaatst, die noemde het een gemeente als pandjesbaas. Mag ik even kijken? Oke, dus vanuit bouwende stad opgesteld. Ja, nee, dank je wel. En nou ja, dat is wel een hele principiele keuze die je met elkaar moet maken. We hebben daar in het college, dat kan ik gerust zeggen, ook best wel uitgebreid over gesproken: wit je deze rol pakken als gemeente of zeg je van nee, we hebben woningcorporaties, die willen we goed in positie brengen en daar zou in principe de oplossing vandaan moeten komen. Kijk, richting de heer van Damen, als het gaat over die voorrangsregeling, wat kan je als college doen, als wethouder doen? Je kan heel veel doen.
Je kan inderdaad een hardheidsclausule toepassen, je kan die voorrang verstrekken. Die huisvestingsverordening gaan we wel aanpassen, daar moeten dingen anders in. We moeten een aantal criteria anders stellen, ik denk dat die niet goed recht doet aan wat er nodig is in deze stad waar het gaat over het afgeven van urgentieverklaringen en ook niet waar het gaat om het, nou ja, het toewijzen van
91
woningen waarbij je ook in de toekomst best andere keuzes zou kunnen nnaken. Denk bijvoorbeeld aan bepaalde beroepsgroepen of bepaalde, nou, mensen met een bepaalde achtergrond die je toch net wat extra wil ondersteunen. Daar kan je gewoon keuzes in maken. Recent heeft minister De Jonge daar ook nog allerlei nieuwe initiatieven aan toegevoegd. Nou, die moeten allemaal nog uitgewerkt worden. Maar ook binnen de huidige wet- en regelgeving kun je daar meer doen als gemeente. En op dit moment ben ik ook intern wel in gesprek om te kijken hoe we die voorrangsregeling, hoe we die huisvestingsverordening, op welke wijze we die zouden kunnen bijstellen en dat zullen we tegen die tijd natuurlijk ook aan u als raad voorleggen. Wat wel hier heel belangrijk is om met u te delen, we hebben natuurlijk in het afgelopen jaar een aantal keer gesproken over de heikele woningmarkt die gewoon ongelofelijk ingewikkeld is. En de afgelopen tijd is dat alleen maar ingewikkelder geworden. Vorige week heeft u gesproken over flex-woningen en toen heeft Trivire ook een presentatie gegeven. En ik weet niet of u dat zich kunt herinneren, het aantal mutaties. Het aantal mutaties was minder dan de helft van voorheen. Oftewel: er komen maar heel erg weinig woningen beschikbaar, echt heel weinig. Tegelijkertijd zien we grote problemen waar het gaat over kwetsbare groepen.
De heer Van Leeuwen noemde al het aantal statushouders. We krijgen gewoon wettelijke taakstellingen van mensen die we moeten huisvesten die een status hebben gekregen. We zien dat heel veel mensen economisch dakloos raken door de ellende ook nu met de energieprijzen maar ook mensen die voorheen ook al worstelden met hun bestaanszekerheid. We zien jonge daklozen, we zien natuurlijk mensen die vanuit de beschermde woonvoorzieningen willen doorstromen. En het is, het gaat gewoon niet. Het loopt gewoon vast. En we zien op dit moment in onze nnaatschappelijke crisisopvang heel veel mensen die daar helemaal niet horen. Er is gewoon een woonprobleem en omdat we dat niet kunnen oplossen blijven mensen in een crisisopvang. Wat zie je dan gebeuren? Dat er ook gezinnen zijn die dakloos dreigen te ra ken.
De voorzitter: Interruptie van de heer Noldus. De heer Noldus: Ja voorzitter, een vraag. Ik denk dat de wethouder op zich aan een bredere toelichting bezig is dan alleen de opkoopbeschernning. Dat maakt dat ik een andere vraag daar nog bij heb. Het gaat dan over de doorstroming en het effect daarvan, onder andere het vrijkomen van sociale huurwoningen wordt aangehaald. Wat we niet zien in het stuk is wat de maximumtermijn is voor het bewonen van een dergelijke woning door mensen die deze zouden worden toegewezen. En hoe dit ook qua proces loopt na afloop van deze periode. Kan de wethouder daar iets over, of misschien de ambtenaar, kan u daar lets over toelichten? De heer Heijkoop: Ja voorzitter, daar kan ik nog, daar kan ik zeker op ingaan. Wat in ieder geval goed is om ons hierbij te realiseren is dat deze voorziening, het is een tijdelijke voorziening. Op dit moment zijn wij genoodzaakt om met enige regelmaat gezinnen onder te brengen in een hotel. Dat is zeer onwenselijk. Dat is zeer onwenselijk voor de kinderen, want die worden uit hun vertrouwde omgeving gehaald en uit hun vaste woon- en verblijfsonngeving om in een onzekere situatie van een hotelkamer te verkeren. Nou, bedenk maar hoe dat dan gaat als ze naar school willen. Dat is gewoon
92
echt niet goed voor die kinderen. En ook niet voor het gezin, want dat kan ook heel nnoeilijk verder, want het heeft geen vaste basis. Maar het heeft ook nog eens financiele gevolgen, dat heeft u ook kunnen lezen. Een aantal hotelkamers afhuren, dat gaat al snel richting de vijf zesduizend euro soms per maand en een woning is veel betaalbaarder. We denken aan een termijn van twee jaar, nnaximaal twee jaar. En de opkoopbescherming, de ambtenaren gaven aan: ja, het is niet nodig. Nou goed, dat is wel nodig, want wij gaan uitwerken hoe wij dit willen vornngeven. En u ziet ook in het voorstel staan dat we dat wellicht ook in een publiek-private sannenwerking willen doen. Oftewel: het zou zo ook maar kunnen dat wij een andere partij vragen om die woningen te gaan verwerven. Dan gaan wij wel de middelen beschikbaar stellen of we gaan daar de businesscase samen mee bouwen. Dus dan wil je in ieder geval niet klenn zitten met je eigen verordening waar het gaat over die opkoopbescherming en wil je dat op die nnanier kunnen doen. Dus dan hebben we in ieder geval de ruimte om te doen. De heer De Boer: Een hele kleine interruptie even op de vraag van mijnheer Noldus. U zegt dat de mensen beter niet in een hotel kunnen zitten omdat ze dan uit hun vertrouwde onngeving worden gehaald.
Maar ze gaan toch sowieso naar een andere omgeving als ze naar een tijdelijke woning gaan? De heer Heijkoop: Ja voorzitter, richting uw commissie wil ik wel aangeven dat het echt een groot verschil is voor een gezin of ze in een woning wonen, gewoon hier in de stad in een van de wijken, of dat ze op de achtste verdieping van het Bastion hotel verblijven, waar ze niet zelf samen kunnen eten, waar ze niet samen huiswerk kunnen maken, waar ze geen aparte ruimte hebben, waar ze niet Dat is echt fundamenteel anders. Ik ben het met u eens dat het zeer onwenselijk is en dat is misschien ook een bruggetje naar de vraag: kun je dit niet beter voorkomen? Dat was de vraag volgens mij vanuit de VSP. Mevrouw Stolk. De voorzitter: Sorry, ik ga eerst even hier naar nnevrouw Van Engelen, die had eerder een vraag. En daarna zal ik mevrouw Stolk even het woord geven. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel voorzitter. Ja, het begint nu toch wel iets meer op beeldvormende vragen te lijken, wat fijn is. Maar ik kwam hier wel met het idee, zo staat het ook onnschreven bij het agendapunt, dat de juridische doorwerking en mogelijke impact van het besluit wordt technisch toegelicht in deze beeldvormende commissievergadering.
Ik wil toch nog een keer vragen: was het de bedoeling dat de annbtenaren eerst een toelichting zouden geven en daarop kunnen we onze beeldvormende vragen baseren? Of is dit de structuur van de vergadering, gaan we gewoon vragen stellen die we van tevoren al hadden verzonnen? Want ik vind dat het heel erg door elkaar loopt. De voorzitter: Ja, dank u wel voor uw vraag. Ik was net even aan het bespreken met de griffie want het wijkt nu wel heel erg af van het onderwerp wat hier voor ons ligt. Dus ik denk dat we even met elkaar nnoeten kijken: is dit handig? Want er is blijkbaar wel behoefte aan vragen aan de wethouder. Hij is, er is ook bereidheid om de antwoorden te geven. Maar het onderwerp van de vergadering, ja, was eigenlijk een wat kleinere
93
scope. Dus ik, ja, ik kijk inderdaad even naar wat jullie graag zouden willen en inderdaad Ja, gaat uw gang. Mevrouw Van Engelen: Ja, het onderwerp zoals we nu bespreken is natuurlijk ook belangrijk, maar ik vond juist even die doorwerking en mogelijke impact van het besluit, eventjes dat inzoonnen voor vanavond wel belangrijk om voor de volgende beeldvormende vergadering en oordeelsvormende vergadering op dit onderwerp een goed besluit te kunnen maken en debat te kunnen voeren. Dus ik hou me liever vanavond bij dit stukje van het onderwerp en niet het weer helemaal breed trekken. Dat kunnen we later altijd nog een keer doen. De voorzitter: Dank u wel. En ik ben het inderdaad voor de structuur van de vergadering ben ik het er nnee eens. En als blijkt dat er geen vragen meer zijn en we toch nog lets kunnen uitwijken kunnen we daarvoor kiezen, maar laten we ons eerst hiertoe beperken. En de heer Noldus had nog een vinger. De heer Noldus: Ja voorzitter, we hebben nog wel de nodige vragen sowieso, die ik dus wat ons betreft kunnen we daarop doorgaan. Maar als er een technische toelichting is om mee te starten, dan kunnen we daarnnee beginnen, dat is voor ons betreft prima. De voorzitter: Ik kijk nog heel even, mevrouw Stolk had ook nog wat.
Klopt dat? Mevrouw Stolk: Nou nee, maar dit, laat ik het dan zo zeggen, ik wil me best beperken tot dit gedeelte, maar dit stuk roept bij ons zoveel vragen op die verder gaan dan alleen die verordening. En het is zo moeilijk om je alleen tot dit stukje te beperken, want je zit met zoveel vragen die onbeantwoord blijven. En natuurlijk, dit is een beeldvormende sessie, maar je wil je een beeld vormen om vervolgens dadelijk een oordeel of een besluit te nemen. En dat vind ik belangrijk, want we hebben het hier wel ergens over. En om dit, ja, ik snap dat de ambtenaren hier zitten en alleen voor dit stuk aanwezig zijn. De voorzitter: Nee, uw punt is duidelijk. En ik denk waar we misschien met elkaar naar moeten kijken, dat als er inderdaad nog wat technische vragen te beantwoorden zijn, dan is dat goed. En als de discussie ergens anders naar toe nnoet gaan of dat de rest van deze tijd is of een ander moment, dan hoeven deze heren daar natuurlijk ook niet bij aanwezig te zijn als het over hele andere dingen gaat. Dus zullen wij voor nu even naar de heer Noldus gaan en een aantal technische vragen die van daaruit komen die nog aan deze heren kunnen worden gesteld en een toelichting daarop krijgen. En dan even kijken of er verder inhoudelijke vragen zijn. Bent u het daarmee eens? Kijk even rond. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik kom toch even terug op de vraag die net ook gesteld werd.
Krijgen we nog een soort presentatie of uitleg over de juridische doorwerking? Nee, oke. Dank. De voorzitter: Structuur is vragen stellen. Ja. De heer Heijkoop: Voorzitter, mag ik een klein, even om de verwarring hopelijk wat minder te laten zijn. Ik kreeg gisteren het bericht dat er behoefte was aan een
94
technische toelichting op die opkoopbescherming. Dat was redelijk kort dag. Toch? Zo was die ingestoken. Eigenlijk is de technische reactie daarop: een opkoopbescherming, dat hebben we in het leven geroepen om speculaties en particuliere onwenselijke verhuur tegen te gaan. Huisjesmelkerij. In dit geval kan het zijn dat we met een private partij dit plan willen gaan uitwerken en dan is het nodig dat u uitspreekt dat we dat mogen doen. Dat is eigenlijk het hele verhaal al. Ik heb net naar u geluisterd en ik heb zo'n tien twaalf vragen genoteerd die eigenlijk zonder uitzondering zeer relevant zijn, zeer relevant, nnaar die echt bij mij liggen. Die ik graag wil beantwoorden. En u kunt zeggen, inderdaad, het is helemaal aan u. Fornneel kunt u in principe het afsluiten van, nou, oke, dit was de techniek. U kunt uw eigen agenda denk ik ook juist een klein beetje ontlasten door gewoon te zeggen: joh, deze vragen !even, laten we dat gesprek gewoon met elkaar voeren en dan kunt u altijd daarna nog het vervolg bepalen. Maar dit is in ieder geval even hoe de aanleiding was. Dus de ambtelijke organisatie die wilde iets toelichten op de opkoopbescherming, nou goed, volgens mij is dat gebeurd en kunnen zij in principe, ja, voor de rest kan ik de vragen pakken.
De voorzitter: Ja, dank u wel voor die toelichting. Ga ik toch nog even terug naar de heer Noldus. U had nog wel een vraag aan deze heren? De heer Noldus: Nou, niet per se denk ik aan de heren. Ik wilde doorvragen op het antwoord van de wethouder, die had het over de termijn van twee jaar. De voorzitter: Ja, moment, moment, want dan gaan we dit eerst even afronden. Heren, mag ik u danken voor uw aanwezigheid of in ieder geval inbellen en op die nnanier digitaal aanwezig zijn. Want er zijn op dit moment geen vragen meer aan u. Is er nog een kleine toelichting ... Oh, ik zie wel een vraag. Moment, er is een vraag. De heer Damen. De heer Damen: Ja, ik ben nu nieuwsgierig of er voor de ver... de partij die een woning wil verkopen en die woning die konnt onder de opkoopbescherming, maakt het dan wat uit als die woning in het kader van het voorstel gekocht zou worden voor de gemeente? Is dat dan anders, levert dat andere consequenties op dan dat er gewoon sprake is van de zeg maar reguliere opkoopbescherming en een particulier die woning vervolgens kan verwerven? De voorzitter: Dank u wel voor uw vraag. Wie van de heren mag ik het woord geven? De heer De Jong of Korteweg? De heer De Jong: Ik denk dat dat weinig verschil maakt. Het gaat erom dat de gemeente woningen zal kopen en die zal hem ook gewoon moeten kopen tegen een bepaalde nnarktwaarde.
Dus ja, of de gemeente zal hem kopen en de gemeente kan natuurlijk ook overboden worden. De voorzitter: Dank u wel. Ik heb hier nog een vraag van de heer Boone van Beter voor Dordt.
95
De heer Boone: 3a, misschien in het verlengde van wat net genoemd werd, dank voorzitter. U zegt: dan sturen we eigenlijk de overheid, die sturen een aantal mensen de woningmarkt op onn een tiental woningen te kopen. Om mee te beginnen, of nog gennaximaliseerd, maar ik denk zelf dat dat te weinig is. En dat tegen een nnarktconforme prijs. Wat is dan precies marktconforme prijs? Want als we kijken naar hoe de huizenmarkt zich beweegt kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat dat ook heel erg discutabel is welke prijs betaald gaat worden voor een vierkante meter in zo'n huis. De voorzitter: Dank u wel voor uw vraag. De heer De Jong of Korteweg. Oh. De heer Korteweg: 3a, ik denk dat dit echt buiten ons terrein valt, wij gaan niet over het opkopen van woningen en wat de prijs daarvan is. De voorzitter: Ik hoor hier al dat de heer Heijkoop deze vraag zou kunnen beantwoorden, dus de bewaren hem even voor Zag ik ergens anders nog een vinger? Aan deze kant, de heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Ja, toch nog even een vraag over die twee jaar. Prima inzet dat het college zegt: nou, ze mogen nnaximaal twee jaar in die woningen blijven. Alleen mijn vraag is dan wel: hoe maken we dat praktisch? Dus is er een, hoe moet ik het noemen, een soort exit strategie voor de mensen die ...
De voorzitter: Moment, dit is weer een vraag aan de wethouder? De heer Van Leeuwen: Dat is nu een vraag aan de wethouder. Ik dacht dat
Oh.
De voorzitter: Ja. Ik wil nog heel even controleren, ja, want als er nu allennaal vragen zijn voor de wethouder dan kunnen deze heren gewoon gaan. En anders, ja, de heer De Heer heeft een vraag voor De heer De Heer: Ja, misschien een technische controlevraag. Maar klopt het inderdaad dat we dit op dit moment dus nog niet doen of ook niet hebben gedaan in het verleden voor deze doelgroep? De voorzitter: De heer Heijkoop kan daar ook antwoord op geven. Dus dat komt goed. Mag ik aan de heren De Jong of Korteweg vragen: hebben jullie nog een laatste toelichting of iets wat jullie eigenlijk heel graag kwijt zouden willen aan deze connnnissieleden? Dan heeft u daar nog een mogelijkheid toe. Waar moeten we rekening mee houden? Nergens mee? De heer De Jong: Nee hoor. De heer Korteweg: Nee. De voorzitter: Oke, dan dank ik u in ieder geval voor uw aanwezigheid en dan wil ik ook graag de commissieleden nu de gelegenheid geven onn wat vragen te stellen als daar
96
behoefte aan is, zodat de wethouder deze kan beantwoorden. Want we hebben een behoorlijke tijd nog. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, mag ik nog even mijn vraag afmaken, u onderbrak mij daarnet. De voorzitter: Ja. De heer Van Leeuwen: Wel met goede reden trouwens, maar het gebeurde wel. Nee maar, ik denk dat het heel belangrijk is dat het college van tevoren een koers kan aangeven: nou, die mensen konnen erin, in die tien huizen, tien verschillende gezinnen. Ze gaan er binnen twee of maximaal twee gaan ze eruit. Op zich een prima idee. Maar hoe gaat het dan gebeuren, waar gaan die mensen naartoe en hoe zeker kunt u ervan zijn dat die mensen er ook na tien jaar uit zijn? Want dit project gaat alleen maar lukken op het moment dat het gaat om tijdelijke huisvesting. De voorzitter: Dank u wel voor uw vraag. Dan geef ik nu het woord aan de wethouder om even een aantal vragen te beantwoorden. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, dat ga ik doen. Dank voor de vragen. Ik heb een aantal vragen heb ik al beantwoord. En als mijn beantwoording voor het vervolg nog onduidelijk is dan bent u natuurlijk prima in staat om verduidelijkende vragen te stellen. Want het zijn hele relevante vragen, ook de laatste vraag van de heer Van Leeuwen: joh, wat werkt dat, hoe gaat dat dan in de praktijk werken met die twee jaar? En een soort exit strategie noemt u het.
Nou, ik ga gewoon even een aantal punten met u doornennen. De voorrangsregeling heb ik net al iets over gezegd. De huisvestingsverordening en ik heb ook even geschetst hoe ongelooflijk vastgelopen onze woningmarkt is. Het is echt enornn ellendig. Mensen konnen er eigenlijk ook niet nneer tussen en het is een enorme concurrentie tussen kwetsbare doelgroepen. Wat je eigenlijk hiernnee doet onderaan de streep is de taart ietsje groter maken en onorthodoxe maatregelen inzetten. En ben je dan een pandje... De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Ja, ik hoorde dat we de taart groter gaan maken en dat is natuurlijk zo want we gaan heel veel woningen bouwen. Maar als we dan kijken naar de doelgroepen die in aanmerking komen voor deze woningen, dan gaat het toch ook ten koste weer van een andere doelgroep die precair zit. En we lezen ook terug in het stuk, he, er worden toch starters die achter het net gaan vissen op het moment dat de overheid deze woningen voor ze wegkoopt. Of zien we dat dan verkeerd? Worden deze woningen nieuw gebouwd om ze voor doelgroepen ter beschikking te stellen? De voorzitter: Wethouder. De heer Heijkoop: Ja voorzitter, ik hoop echt dat ik even een paar zinnen achter elkaar mag zeggen, want anders, want dit heb ik natuurlijk wel in mijn beantwoording meegenonnen. Kijk, waar het gaat over impact op starters en het van de markt halen
97
van woningen, wat u net al aangaf, ja, die impact is in Dordrecht in die zin relatief beperkt. Er staan honderden woningen te koop in dit segment. Dordrecht heeft een relatief betaalbare voorraad. Het is ook niet voor niets dat ook dit college van mening is dat we ook relatief wat meer dure voorraad willen toevoegen, de woningen die we willen bouwen. Maar we willen ook betaalbaar bouwen. Wat we hiermee doen is inderdaad een aantal woningen van de markt halen. En ja, dan gaat de gemeente een lets andere rol innemen als wat we in het verleden misschien deden, maar u heeft mij ook wel eerder gevraagd in de gesprekken over gezinnen die op straat dreigen te belanden: wethouder, college, toon lef. Kom eens met voorstellen die misschien wat verder gaan, die misschien niet allemaal in hetzelfde vierhoekje passen als wat we altijd al doen. En probeer nou eens ook out of the box te denken. En dat doen we hiermee. En ik heb nu dus ook gewoon van jullie nodig dat jullie zeggen: nou oke, dit is een forse ingreep maar we staan hier wel achter omdat wij niet willen dat die gezinnen op straat belanden. En ik vind ook niet dat je het moet overdrijven. Het is echt niet zo heel lang geleden, een aantal van u weet het nog wel, dat we gewoon gemeentelijke woningbedrijven hadden waar vele duizenden woningen onderdeel van uitmaakten.
Wat we eigenlijk hier doen is, we hebben de hele vrije woningnnarkt, nou, daar vinden de meesten van ons hun weg. We hebben de sociale woningvoorraad, dat functioneert over het algenneen redelijk goed, behalve dat er nu forse tekorten zijn. Aileen wat we nu ook zien en dat komt ook door de externalisering van de GGZ en dergelijke, dat er heel veel mensen zijn die gewoon heel kwetsbaar zijn en die vaak tussen wal en schip belanden. Ook doordat de woningnnarkt nu is vastgelopen door keuzes vanuit eerdere kabinetten, bijvoorbeeld waar het gaat over, nou ja, de verhuurdersheffing en dergelijke. En wat we hier nu doen is dat we nu al een poosje hele schrijnende gevallen zien en we willen daar eigenlijk gewoon wat meer ruimte voor hebben, wat meer ruinnte om de goede dingen te doen voor die gezinnen en hen een tijdelijk onderkomen bieden, niet zijnde een hotel. En zodra mensen Mevrouw
Voorzitter?
De heer Heijkoop: Zo'n tijdelijke woning krijgen, wat doen we dan? Dan gaan we gelijk nadenken over het vervolg. Dat deden we namelijk ook als ze in een hotelkamer verbleven. Dus je gaat gelijk nadenken: oke, wat wordt de volgende stap? Wordt dat misschien wel een voorrangsverklaring, wordt dat misschien wel gewoon een woning in een hele andere gemeente, want het zijn vaak ook mensen die helennaal geen binding hebben met onze stad of regio. Dat kan. Want als je die niet hebt, dan krijg je ook geen voorrang. Maar dan kan je, heb je in ieder geval even rust, dan heb je even gerust onn die '...' gezinnen structureel, duurzaam vooruit te helpen. En de vraag van de heer De Heer, hebben we dit wel eens eerder gedaan? Ja, we hebben het wel eens eerder gedaan. Kijk, als gemeente hebben wij ook een aantal woningen in bezit. Soms kopen we ook wat woningen op in het kader van een bredere gebiedsontwikkeling. Denk nu bijvoorbeeld aan het Maasterras. En dan gebeurt het, heb ik wel eens met collega vastgoed of de collega grondbedrijven besproken: joh, als je toch wat van die woningen leeg hebt staan, kunnen we daar misschien dan even een gezin in helpen, in huisvesten, even heel tijdelijk. Dus dat doen we wel eens maar dat hangen we niet aan de grote klok. Maar op het moment dat een gezin daar heel erg mee geholpen is en we hebben
98
een woning beschikbaar, dan zou dat kunnen. En die woningen zouden ook onderdeel kunnen zijn van deze oplossing. Dus op het moment dat wij al woningen gaan opkopen, bijvoorbeeld, op het gebied van het Maasterras en die woningen kunnen niet gebruikt worden, die, nou ja, die gaan op termijn tegen de vlakte. Nou, wat is er dan nnis nnee om die woningen dan al dan niet even tijdelijk of voor een gezin beschikbaar te stellen? Waarbij wij ons ook wel bewust zijn, dat hebben wij ook gezien met alle toestanden aan de Noordendijk, dat tijdelijke woningen, ja, dat is niet altijd een oplossing voor iedereen. Maar voor mensen die anders gebruik moeten maken van een hotel is dat het vaak wel.
Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk, gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Ja, ik heb toch een vraag. En de wethouder geeft het gelukkig ook zelf aan: we hebben in het verleden hebben we natuurlijk de woningcorporaties die vielen natuurlijk ook onder de gemeente. En dat was allemaal zo slecht nog niet. Dat klopt. Maar we leven nu in een andere tijd en ik vind het altijd wel fijn dat de wethouder out of the box durft te denken en lef probeert te tonen, nnaar volgens mu j hebben wij ook nog niet zo heel lang geleden vijf nniljoen beschikbaar gesteld voor de sociaal pontonnier. Die is betaald uit investeringsgeld. En wat heeft dit tot nu toe nou opgeleverd? En die pontonnier, die moest doorbraak en die nnoest komen voor ingewikkelde zaken. Kan u aangeven wat dat tot nu toe heeft opgeleverd? En er staat in het voorstel: mensen die dreigen hun huis uit te moeten. Wat maakt dan het verschil om die mensen in hun eigen huis te laten wonen en ze daar met bijvoorbeeld die sociaal pontonnier te ondersteunen dan woningen op te kopen als genneente? Ik, voor mu j of voor ons is het heel moeilijk om dat te weerleggen. En als je dan tien gezinnen daar kan of tien woningen daar kan kopen, dan zijn het misschien, ja, weet ik veel, twintig gezinnen die je kan huisvesten of dertig. Maar wat gebeurt er dan met die andere mensen die ...
We hebben hele wijken die bij wijze van spreken, nou, dat hoef ik u niet te vertellen, u heeft het volgens mu j pas nog bij Opl gezegd: we hebben in Dordrecht wijken die onder het sociaal minimum leven. Hoe gaan we daar dan mee om? Ik probeer echt een, ja, een balans daarin te zoeken. De voorzitter: Ik ga het woord geven aan de wethouder. De heer Heijkoop: la voorzitter, ik had deze vraag ook at zojuist genoteerd, u ligt hem nu nog wat meer toe. Ja, wij willen mensen vooral helpen als ze nog niet in de problemen zitten. En ik durf te stellen dat in negentig naar 95 procent van de gevallen gebeurt dat ook. Dit gaat over mensen die er toch uit zijn gevallen en dat komt omdat ze een malafide verhuurder hadden die hen op straat gesodennieterd heeft met kind en at. En dan kun je zeggen: ja, je wit iennand thuis helpen. Maar als u opeens geconfronteerd wordt met zo'n huisuitzetting, ik krijg wel eens berichtjes van mensen die krijgen uit huis gezet te worden. Dan ondernemen we gelijk actie. Nemen we desnoods even een maandje huur over, zorgen dat de boel stabiel wordt. En godzijdank hebben wij heel weinig huisuitzettingen in deze stad. Maar we hebben ze sonns wel. Zeker als het gaat over verhuurders die totaal geen boodschap hebben aan het welzijn van hun huurders. En dan willen we op deze manier kunnen schakelen. Uw andere vraag
99
was, ja, de sociaal pontonnier. Dat is wel aardig. De sociaal pontonnier, ik sprak haar gisteren nog even, zij krijgt heel veel voor elkaar. Zij is echt een soort olievrouwtje, olie, ja, olie, nou ja goed. Zij is in ieder geval iemand die heel goed in staat is om ellende af te wenden. Maar zij straalde echt bij dit voorstel, zij zegt: negentig procent van al de ellende die ik moet oplossen stuit op huisvesting. Huisvesting, huisvesting, huisvesting. En ja, je kan soms ook doorbraak doen via een corporatie, je kan het sonns op een andere nnanier doen. Ze zegt maar dit geeft mu j zo'n waardevol instrument in handen als ik dit ook kan inzetten. En zij is heel erg effectief maar dit gaat haar effectiviteit nog verder verhogen. En dan nog even ook ingaand op uw vraag waar het gaat over de Wmo. Ja, de Wmo, we hebben de Wmo bestaat uit meerdere onderdelen. Dit gaat over het Wmo-onderdeel beschermd wonen en maatschappelijke opvang. We hebben in het verleden inderdaad tekorten gehad, trouwens ook wel overschotten, op huishoudelijke hulp, dagbesteding, individuele begeleiding, de maatwerkvoorzieningen. We hebben ook nog een aantal algemene voorzieningen in de stad, maar dit gaat echt over heel specifiek beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Op maatschappelijke opvang hebben we al langere tijd best wel wat tekorten. Daar krijgen we eigenlijk onvoldoende middelen voor.
Maar op beschermd wonen hebben we enorme overschotten. En daar heb ik wel eens eerder met u over gesproken, dat is heeft eigenlijk vooral een technische reden. Enerzijds de inhoudelijke reden is dat wij er goed in slagen om mensen in de thuissituatie beschermd thuis ondersteuning te bieden, wat veel minder duur is dan in intramurale voorzieningen. Die zijn gewoon heel duur, beschermd woonvoorzieningen. Maar ook omdat we gewoon nnazzel hebben dat we heel goed in het verdeelmodel zitten. En even voor uw beeld, mevrouw Stolk, dat gaat over vele miljoenen, al jarenlang, die we overhouden op specifiek dit product. Maar een groot deel van het geld besteden we nu dus wel aan hotels en dergelijke en vakantieparken en we hebben nu eigenlijk gezegd: ja, gaan we weer een half miljoen konnend jaar besteden aan vakantieparken en hotels, want daar heb je het bijna wel over. Of zeggen we: joh, laten we er gewoon eens voor verkiezen om een iets andere oplossing, nou ja, een andere oplossing te verkiezen en dat is eigenlijk dit voorstel. Dus zo moet u dat zien. Dus ja, het is Wmo maar het is niet zozeer het Wmo, nou, waar we ook wel eens over gesproken hebben en wat nu op dit moment trouwens de portefeuille is van collega Chris van Benschop, die gaat over Wmo maatwerkvoorzieningen. Ik doe beschermd wonen omdat dat heel dicht bij de woonportefeuille zit.
Ik zit nog even te kijken, hebben we innniddels gedaan, exit strategie, starters ... De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: De heer De Heer. Ja, de heer Noldus, ik kom zo bij u. De heer De Heer: Ja, voorzitter dank u wel. Ik was even benieuwd naar het aantal tien, want dat staat in het voorstel. Ik ben even benieuwd hoeveel zoden dat nou precies aan de dijk zet als we er tien hebben. Is dat omdat we vinden dat nneer geen draagvlak kent? Zou de wethouder er eigenlijk twintig of dertig willen maar is tien redelijk voor nu om dat zo neer te leggen? Onndat ik vooral ook via de wethouder de sociaal pontonnier met heel veel passie hoor spreken over deze oplossing. Hoeveel zoden aan de dijk zet dan die tien?
100