2022-09-27 Notulen Dordtse Dinsdag - concept.pdf
Tekst van het document
19
ontwikkeling te doen en wat het je opbrengt in de verkoop van huizen et cetera. Dus daar is op afgerekend en dan kom ik er nog steeds op terug wat ik zeg: het heeft in al die stukken gestaan, dus daarmee is wel degelijk altijd de verwachting geweest van de buurt dat er twee brugverbindingen komen. Maar u vraagt ook aan mij: is de gemeente juridisch verplicht? Oftewel, als u besluit dat u om allerlei andere redenen, om toch niet de tweede brugverbinding te doen, dan is het niet zo dat er vervolgens een schadeverplichting zou kunnen ontstaan tussen bewoners en gemeente. Dat is de puur juridische vraag die u mij stelt. De andere vraag is: vindt u dat, gegeven dit traject, er wel verwachtingen zijn gewekt en dat bewoners daar zijn gaan wonen, dat ze er redelijkerwijs van uit mochten gaan dat die brugverbinding er zou komen? Ja, dat vind ik wel, dat de bewoners daar altijd op hebben kunnen rekenen en ook van de gemeente hebben mogen verwachten dat we ons uiterste best, ons uiterst zullen inspannen om die tweede brugverbinding te doen. Tegelijkertijd is er aan het einde van het traject ook zo dat er geld nodig is en u als raad gaat over het budget, u gaat over de besteding van gemeenschapsgeld en u doet de afweging of u een bedrag nog steeds in verhouding vindt staan tot het maatschappelijke nut of de maatschappelijke verwachtingen die er waren.
Dat is uiteindelijk uw afweging en uw oordeel. Mevrouw Stolk: Voorzitter? Ik herhaal hem nog één keer en dan stop … De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Dan stop ik ermee. De overeenkomst tussen de bewoners en de ontwikkelaar, daar staat geen brug ingetekend. Je kan ook zien in de oude stukken, er zouden ook vlonders of weet ik veel wat aan de Noordendijk neergelegd worden, ja, dan zou je daar ook over kunnen twisten, want die stonden ook allemaal ingetekend. Maar dit is met de bewoners niet afgesproken of staat niet in de overeenkomst, dus ja, wat je daar juridisch van vindt, volgens mij kan je daar helemaal niks van vinden. De heer Burggraaf: Voorzitter, om duidelijk te zijn, het heeft er gewoon altijd in gestaan in die stukken, maar er hebben ook disclaimers bij gestaan. Maar dan hebben we het gewoon over de juridische en het perspectief schetsen, zeg maar, dat is hoe het in de stukken terecht is gekomen. De voorzitter: De heer Noldus heeft hier ook een interruptie op. De heer Noldus: Voorzitter, een vraag over de financiële afwikkeling waar de wethouder net op doelde. Vanuit de ontwikkelaar is een vergoeding geweest richting de gemeente voor het niet realiseren van die brug.
Is dat geld nu nog ergens in een reserve of een budget voorhanden, of is dat nu aan andere dingen besteed ondertussen? De voorzitter: De wethouder, waar is het geld? De heer Burggraaf: Voorzitter, dat bedrag was gereserveerd bij het grondbedrijf, of was dat bij de grex nog? Ik denk bij de grex dat dat nog gereserveerd stond en dan op een gegeven moment doet de accountant, die bekijkt dan: hoe zeker is het dat iets wordt gerealiseerd, mag je het dan nog steeds aan het project koppelen? Dat heeft bijvoorbeeld te maken met: hoe snel verwacht je het te realiseren? Dat is uiteindelijk in een accountingtechnisch proces geweest wat ook bij u als raad heeft voorgelegen: we
20
kunnen het niet langer meer hiervoor reserveren, dus het is gewoon teruggevallen in de reserve Grondbedrijf. Maar het is ook niet aan iets anders uitgegeven, zeg maar, dus dat geld heeft de gemeente ontvangen van VolkerWessels en staat nog steeds op de balans, alleen niet meer geoormerkt als zijnde te besteden aan de aanleg van een tweede brugverbinding. De voorzitter: Dan hebben we volgens mij alleen de vraag van de heer Schalken-den Hartog nog over of er nog meer betrokkenen gepeild moeten worden. De heer Burggraaf: Nee, voorzitter, dit is echt een enquête geweest binnen de wijk, dus hij is niet breder uitgezet, maar dat was ook puur vanuit het perspectief dat je nogmaals de discussie hebt: wat zijn de verwachtingen die in de buurt zijn gewekt en wat verwacht de buurt zelf nog? Dat daar de discussie vandaan kwam, dus daar is niet een bredere uitvraag geweest. De voorzitter: Oké, dank voor de beantwoording. Ik weet niet of dit nog vervolgvragen oproept of niet. We hebben de heer Schalken-den Hartog nog. De heer Schalken-den Hartog: Een hele korte tweede termijn, denk ik. De voorzitter: Jazeker. Wel even een waarschuwing, we hebben nog tien minuten, dus we moeten inderdaad even ‘…’ (buiten microfoon). De heer Schalken-den Hartog: Wat mij betreft inderdaad een korte tweede termijn.
Volgens mij is duidelijk dat er niet voldoende draagvlak is voor dit voorbereidingskrediet en roepen we vanuit Beter Voor Dordt de wethouder op om in ieder geval met een raadsvoorstel te komen om het project wel netjes af te ronden, omdat daar iedereen bij gebaat is. De voorzitter: Dank u wel. We doen gewoon het rondje. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, wij sluiten ons daarbij aan. Volgens mij zijn wij heel duidelijk geweest in ons betoog. De voorzitter: Prima, dank u wel. De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, bedankt voor de beantwoording van deze vragen. Het neemt in ieder geval heel veel onduidelijkheid uit de lucht. Waar ik wel even mee zit, en dat is meer vanuit Op Ons Eiland waarvan we altijd hebben gezegd dat participatie, en of dat nou in de vorm van een enquête is of iets anders, wel heel belangrijk is. Nu hebben we dus in dit traject een instrument ingezet, de mening van de bewoners gehoord, nou ja, er was een bepaalde uitkomst. Nu is de raad aan zet, waarbij dus de raad eigenlijk een advies van de bewoners naast zich neerlegt – mocht het zover komen, hè, we zijn er nog niet uit – wat doet dat met u? Ik trek het me persoonlijk aan, in die zin, wij luisteren graag naar bewoners en handelen er ook naar en nu weet ik dat dit niet alleen maar, het is een bredere discussie, financieel, ecologisch, dat begrijp ik heel goed.
Maar ik ben ook benieuwd wat voor conclusies u trekt, want dit soort gevallen gaan natuurlijk ook in heel veel andere ontwikkeltrajecten naar voren komen waarbij de bewoners worden gevraagd.
21
De voorzitter: U krijgt een interruptie van de heer Groenewege. De heer Groenewege: Voorzitter, heel kort. De bewoners, alleen de bewoners van Plan Tij is iets gevraagd, niet de omliggende bewoners, terwijl die minder baat bij deze brug hebben en er ook aan mee moeten betalen, zoals de rest van Dordrecht. Waarom maakt de heer Gündogdu er zo’n drama van? De heer Gündogdu: Nee, voorzitter, ik maak er absoluut geen drama van. Maar de direct betrokkenen, dat zijn de bewoners van Plan Tij. Dat heeft de wethouder zojuist beantwoord, ik ga niet terug in de tijd, maar er is blijkbaar een bepaalde verwachting gewekt, hoe dan ook, waarbij nu dus concreet aan die bewoners, de direct belanghebbenden, iets wordt voorgelegd en daar komt iets uit. Vervolgens gaan we daarnaar handelen, of zegt de raad: nee, dat gaan we niet doen. Dat wekt bij mij, hoe zal ik het zeggen? Geen sympathie, laat ik het zo zeggen, omdat wij natuurlijk altijd hebben gezegd: we willen aan de voorkant onze bewoners, ondernemers, wie dan ook betrekken in gebiedsontwikkeling. Nu is dit gebeurd, maar ja, wij als raad mogelijk gaan dat naast ons neerleggen en ik denk dat het college in dat kader wel lering uit dit traject gaat trekken, dus ik ben even benieuwd naar de reactie. De voorzitter: Wellicht kan de wethouder daar straks toch nog op reageren.
Mevrouw Pichel, wilt u in de tweede termijn nog iets toevoegen? Mevrouw Pichel: Ja, u ziet, ik twijfel inderdaad of ik even wat ga zeggen, ja of nee. Ik wil toch inderdaad wel even, ondanks dat wij niet alle vergaderingen hebben bijgewoond, als ik gewoon toch even naar dit gesprek luister, dan vind ik het altijd wel bijzonder hoe de afwegingen worden gemaakt en alle reden en rechtvaardiging om iets wel of niet te doen, en natuurlijk speelt geld een grote rol. Wat we toch altijd gewoon weer even vergeten te vragen is: wat gaat het meeste creëren voor de stad, wat gaat het meeste creëren voor het gebied? In plaats van alle reden en afweging, en je kunt van alles naast elkaar leggen, maar uiteindelijk is gewoon de vraag: wat gaat er een grootsere toekomst creëren? Daar kunnen we best wel allemaal heel present mee zijn. Iedereen heeft iets nuttigs te zeggen, dat hoor ik ook. Uiteindelijk denk ik: er is een groter plaatje en ik denk dat we ons allemaal gewoon even de vraag kunnen stellen: wat gaat grootser creëren? Dank u wel. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Dan ben ik toch wel heel benieuwd hoe u dan tegen dit voorstel aankijkt. Want u vindt er wel wat van en u heeft er ook een mening over en we moeten ook naar onszelf kijken.
Maar hoe kijkt u dan naar dit voorstel op zich? Want natuurlijk is bewonersparticipatie van aller-, aller… Ik denk dat we dat volgens mij alle partijen hebben dat in hun verkiezingsprogramma staan. We willen een betrouwbare overheid zijn, maar we weten wat de uitkomst zal gaan zijn van dit voorstel. Hoe kijkt u daar dan tegenaan, moeten we dan dat risico nemen, in deze tijden, dat we weer bakzeil halen? De voorzitter: Mevrouw Pichel.
22
Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ik ga even kijken welke vraag ik ga beantwoorden, want er wordt gevraagd om mijn mening, er wordt gekeken: wat vind ik van het voorstel, is het een goed voorstel of een slecht voorstel? Wat ik hier dus uit opmerk is dat … Het is niet gezegd dat als deze keuze wordt gemaakt, als we hier ja op zouden stemmen, of als de meerderheid hier ja op stemt, dat dat een slechte keuze is. De andere kant is ook, als het niet meer gaat creëren voor de omgeving, dan is het wellicht een goede geuze om er niet mee verder te gaan. Men is ooit ergens ingestapt, tijden zijn veranderd, dat is een hele goede reden om gewoon andere keuzes te maken, een andere richting uit te gaan, absoluut. De vraag is: is dat nodig? Natuurlijk, dan maken we altijd afwegingen en dat is heel menselijk en dat is ook heel gebruikelijk. Dat is misschien een mooie toevoeging waarom ik dat zeg, ik werk voor een bedrijf wat werkzaam is in 178 landen wereldwijd en op een hele andere manier de groei heeft doorgemaakt. De groei is niet doorgemaakt door constant afwegingen te maken en allerlei reden en rechtvaardiging te zoeken, maar door gewoon te vragen wat meer gaat creëren voor de omgeving en voor de planeet. Ik denk dat we zo in het klein kunnen kijken naar Dordrecht. De voorzitter: Dank u wel.
Ik denk dat we gezien de tijd hierbij laten, maar volgens mij is uw boodschap: zet het in het bredere plaatje. En u bent er volgens mij nog niet helemaal uit wat u straks gaat stemmen, maar dat kan in de raadsvergadering, dan maken we uiteindelijk onze mind op met elkaar. De heer Noldus, wilt u nog iets toevoegen? De heer Noldus: Ja, voorzitter, niet extreem veel nieuws voor de tweede termijn. Even denken. Op basis van de toelichting van de wethouder, zeker over het mandelig gebied, ik denk dat dat toch wel een aanvulling is die we even zullen moeten bekijken, maar vooralsnog steunen we onze inbreng vanuit de eerste termijn. Verder horen we verschillende partijen, ik denk wel begrijpelijk, spreken over onzekere tijden en de kosten die het met zich meebrengt. Ik denk dat dat een op zich te begrijpen en terechte afweging is. Tegelijkertijd staan we wel toch aan een aantal grote programma’s meerjarig voor de stad – niet per se gezegd dat dit daar nou het voorbeeld van is – maar ik zou toch wel willen oproepen om daar toch in breder perspectief wat langer vooruit te willen kijken qua investeringen dan enkel de crisis waar we nu in zitten. Ik denk dat dat ook past bij de rol die we hier nu hebben. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, de twijfel bij het CDA is weg, we gaan tegen dit voorstel stemmen.
Het college is helder geweest dat dat ook gewoon kan, dat er geen juridische toezeggingen liggen. Het college zat in een rijdende trein en dat begrijp ik, en die is doorgereden. De raad maakt een nieuwe afweging in nieuwe tijden en dat kan. Ik ben uitermate nieuwsgierig hoe mevrouw Pichel op de ja- of de nee-knop gaat drukken als ze haar ei heeft gelegd, maar we gaan het allemaal zien in de raadsvergadering. Nog één laatste opmerking. Wat u zei over mandeligheid heeft nog extra bevestigd dat je hier niet aan moeten beginnen als 39 procent, waarvan een aantal bewoners heel hardnekkig tegenstander hiervan is, die moeten gaan meewerken om daar veranderingen aan te brengen. Ik verwacht ook niet dat ze dat gaan doen. De voorzitter: Oké, dank u wel. We maken het rondje even af. Als de rest iets korter wil zijn en iets minder toekomstgericht misschien.
23
De heer Groenewege: Ik ga heel kort zijn. Ik blijf bij mijn betoog uit de eerste termijn. Ik ben heel blij om te horen dat zoveel partijen zich hebben uitgesproken voor de ecologie, dat belooft wat voor de komende vier jaar. Ik hoop nog van de wethouder te horen voor het einde van deze vergadering wanneer mijn technische vragen kunnen worden beantwoord en of dat is voor de aanstaande raad. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel. De heer Struijk. De heer Struijk: Dank u, voorzitter. Mijn laatste bedenking is weggenomen, wij gaan ook tegenstemmen. Ik denk, het is spijtig voor die helft van die wijk ongeveer die graag die oeververbinding had gezien, maar een vage toezegging uit 2006 die in 2022 nog niet tot stand is gekomen, die moet je wel kunnen overleven, denk ik. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Voorzitter, Gewoon Dordt hecht naast juridische zekerheid ook wel aan gewekte verwachtingen, dus dat vinden we best een pijnlijk punt, dat kan ik wel met de heer Gündogdu meevoelen. Tegelijkertijd, ik sprak over beren op de weg. Die beren zijn groter geworden en gaan grommen. Ik neem het mee terug naar de fractie, maar we vinden het een moeilijk onderwerp worden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Den Hartog. De heer Den Hartog: Dank u, voorzitter. Ik heb nog zeven vragen. Nee, nee, ik zal het kort houden.
De wethouder heeft duidelijke antwoorden gegeven, dank daarvoor, maar daar zaten geen antwoorden bij die de noodzaak van het gevraagde krediet rechtvaardigen. GroenLinks Dordrecht zal dus niet instemmen met het raadsvoorstel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Maroof. De heer Maroof: DENK Dordrecht blijft tegen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Wij blijven ook tegenstemmen. De voorzitter: Dank u wel. Dan misschien nog heel kort voor de wethouder: wanneer zijn de technische vragen beantwoord? En u kan iets zeggen nog op de vraag van de heer Gündogdu wat dit met u persoonlijk doet, u kan het ook straks, misschien tijdens de borrel. De heer Burggraaf: Die wil ik graag beantwoorden, voorzitter. Allereerst nog even echt voor de scherpte, hè. Ik hoorde het CDA ook weer over die mandeligheid beginnen. We hebben het technisch uitgewerkt en geconstateerd dat op basis van de eerste schetsontwerpen we verwachten dat het gerealiseerd kan worden zonder dat je mandelig gebied nodig hebt. Daarnaast heb ik gezegd: als je in de verdere uitwerking gaat, sluit ik niet uit dat er een situatie zou kunnen ontstaan dat je het wel nodig zou kunnen hebben. Maar zoals het er nu naar uitziet is het niet nodig, dat wil ik wel even helder hebben. De andere vraag was wanneer die technische beantwoording binnen is.
24
Nou, dat zal zeker voor de raadsbehandeling uw kant op komen. Dan, wat doet het met mij? Nou ja, ik vond het heel pijnlijk om te moeten constateren hoeveel energie hierin heeft gezeten in de afgelopen jaren in de wijk en hoeveel tegenstellingen er zijn geweest en hoe het de verhoudingen heeft verziekt – tenminste, dat heb ik een aantal horen zeggen. En ja, dat vind ik erg vervelend en ik vind het ook niet prettig als overheid dat je … Nou hadden wij daar niet natuurlijk een directe eigen verantwoordelijkheid in, want dat was een ontwikkelaar, maar ik vind het wel heel pijnlijk dat je zo’n lange tijd zoiets kan voortslepen. Dat vind ik niet juist, zo zou het niet moeten zijn. Tegelijkertijd, nogmaals, was het ook een traject waar de gemeente niet als eerste aan zet was daarin. Dus nou ja, ik zie het niet direct als verwijtbaar naar onszelf, maar wel een hele vervelende situatie. Als je dan zegt: wat voor les zou je eruit kunnen trekken? Ik denk dat je gewoon bij een gebiedsontwikkeling, bij een ontwikkeling moet zorgen dat je de infralijnen die de verbinding met een wijk maken, dat je die gewoon echt meteen aan de beginfase ook meteen moet realiseren en niet afhankelijk moet laten zijn later in het traject. Dat is een tweede les. De voorzitter: Dank u wel. Dan sluiten we de bespreking af en dan is even de vraag wat we met dit raadsvoorstel gaan doen.
Ik proef … De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter? Ja, sorry. De voorzitter: Gaat uw gang, de heer Schalken-den Hartog. De heer Schalken-den Hartog: Het is denk ik wel van belang, nu we ook concluderen dat dit geen meerderheid in de raad gaat krijgen, dat er wel ook om iedereen tevreden te stellen wel een voorstel komt voor de afronding van het project met de projectontwikkelaar. Want dat was ook onderdeel van het voorbereidingskrediet, dus dat daar wel ook aan gewerkt wordt vanuit het college. De voorzitter: Oké, maar er ligt nu een raadsvoorstel. We kunnen twee dingen doen. We kunnen dat raadsvoorstel gewoon in stemming laten brengen en dan ziet het ernaar uit dat het geen meerderheid krijgt. Dat kan met of zonder bespreking nog. Vervolgens kan inderdaad, terecht wat u zegt, dan zal dit traject toch afgesloten moeten worden en dan, maar dat is een vervolgstap. Maar de heer Van der Kruijff wil hier ook nog iets over roepen. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, wellicht is het mogelijk, het besluit bestaat natuurlijk uit een paar punten. Er staat: vast te houden aan het uitgangspunt om die oeververbinding te realiseren. Volgens mij is het gewoon voor alle helderheid heel goed als we als raad dat amenderen in dat we dat niet gaan doen, want dan ligt het ook maar vast, anders blijft het open.
Er wordt gevraagd om 235.000 euro, ook voor een gedeelte voor afronding van overdracht Plan Tij. Als het college heel praktisch kan aangeven welk bedrag daarvoor nodig is – en dat lijkt me wel mogelijk – dan kunnen we dat ook bedrag amenderen volgens mij, want dan hebben we het ook maar afgerond. Ik ben gaarne bereid, het lijkt me niet zo’n moeilijk amendement, om dat te schrijven. De voorzitter: Maar dan wordt het een bespreekstuk inderdaad als u een amendement aankondigt. Dat kan heel kort.
25
De heer Van der Kruijff: Volgens mij hoeven we er dan alleen maar over te stemmen, met een stemverklaring. De voorzitter: Dan zal de bespreking … Oké, ja, dan wordt het dus een … Nou ja, hamerstuk niet, want we gaan niet hameren, maar dan wordt het een stemstuk met een amendement, en dan even voor de duidelijkheid, geen bespreking over het amendement, alleen de stemming. Ja? Oké. Hartelijk dank allemaal en een goede avond verder.
26
VERSLAG VAN VAN DE DORDTSE DINSDAG VAN GEMEENTE DORDRECHT D.D. 27 SEPTEMBER 2022, vergaderzaal 3 3. Vervolggesprek Blue Amigo over concept dienstregelingen 2023 Vergaderzaal 3 19:30-20:30 Voorzitter: dhr. Van der Spoel Commissiegriffier: mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz De voorzitter: Een goede avond allemaal. We zijn hier vanavond bij het vervolggesprek, een beeldvormende sessie met Blue Amigo. Maar voordat we daarmee beginnen wil ik even iedereen welkom heten, de kijkers thuis, de mensen op de publieke tribune, de pers en wethouder Van der Linden namens het college en de aanwezige raads- en commissieleden. En voor het verslag wil ik graag dat iedereen zich even kort voorstelt en daarna ga ik even onze gasten introduceren. Dus ik wil hier aan mijn rechterzijde beginnen. Oh, ja. De heer Stolk: De heer Stolk, VSP. De heer Van der Meer: Frans-Bauke Van der Meer, GroenLinks. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer Remijn: Mathijs Remijn, CDA Dordrecht. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer De Feijter: Bart de Feijter, ChristenUnie-SGP. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer Van den Hout: Jan van den Hout, reizigersoverleg regio Dordrecht.
De heer Kuhlmann: Paul Kuhlmann, van dezelfde organisatie. De heer Schutten: Gerbrand Schutten, Blue Amigo, de waterbus. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer De Vries: Andre de Vries, VSP. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP.
27
De heer De Boer: Robbert de Boer, Op Ons Eiland. Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Claudia Simon-van Waardhuizen, Beter voor Dordt. De heer Boone: Dave Boone, Beter voor Dordt. De heer Buitink: Juul Buitink, ambtelijke ondersteuning. De heer Van der Linden: Rik van der Linden, wethouder. De voorzitter: Dank jullie wel. De gasten hebben zich al geïntroduceerd, maar nogmaals: de heer Gerbrand Schutten van Blue Amigo. Dan hebben we de ambtelijke ondersteuning Juul Buitink. En, eens even kijken, de heer Van den Hout van het reizigersoverleg en dan ben ik de naam van de buurman vergeten, sorry. Dank je wel. De reden van deze vergadering is omdat wij op 6 juli jongstleden ook al een beeldvormend gesprek hebben gehad. Toen is er een opdracht meegegeven richting Blue Amigo en Qbuzz en provincie Zuid-Holland Zuid. Provincie Zuid-Holland Zuid en Qbuzz, die zijn vanavond niet aanwezig. Maar ik kan mij voorstellen, omdat dat ook op dit papiertje stond, dat er eventueel suggesties mee kunnen worden gegeven door de raad middels een brief of een e-mail. En daar kunnen we denk ik de laatste tien minuten eventjes aan besteden. Dan wil ik nu eigenlijk het woord geven aan de eerste inspreker van vanavond, de heer Van den Hout. U heeft vijf minuten en ik moest heel streng gaan klokken. Gaat uw gang. De heer Van den Hout: Uitstekend.
Geachte raadsleden, allereerst willen we aangeven verheugd te zijn dat de plannen rond de bouw van de nieuwe fietsenstalling aan de achterzijde van het station Dordrecht gewoon doorgaan en zeker met een veilige route ernaartoe. Rond de dienstregelingen voor 2023 willen we het volgende melden. Het is een heel slechte zaak voor het openbaar vervoer in onze regio dat beide vervoerders nog steeds geen vervoersplan hebben gepresenteerd. Reizigers gaan zich op deze manier al instellen op een verdere verslechtering van het openbaar vervoer. Nog meer reizigers gaan het openbaar vervoer mijden. Er is al een grote vraag naar goedkope zuinige auto’s, iedereen stapt daarop over. En geef ze eens ongelijk; al sinds de start van deze vervoerders is alles minder geworden. Ons openbaar vervoer wordt door hen gestaag afgebroken. Het is compleet onduidelijk of deze ondernemers stappen ondernemen om meer reizigers in het openbaar vervoer te krijgen. Men is momenteel aan het afwachten tot er weer een zak geld vanuit de overheden komt. Maar dat is ijdele hoop. Er komt alleen een vangnet. Van de vervoerders verwacht men dat zij vraag en aanbod beter op elkaar aansluiten. Werk aan de winkel dus. We zijn dan ook benieuwd of de vervoerders wat gedaan hebben met hetgeen in de vorige bijeenkomst door ons en raadsleden is aangegeven.
Wat hebben de vervoerders gedaan om reizigers weer in het openbaar vervoer te krijgen? Bij andere vervoerders zijn er deze zomer allerlei acties geweest en sommige vervoerders zijn daar nog steeds mee bezig. In Brabant, bijvoorbeeld, kan men met een dagkaart van 7,18 euro met alle bussen van Arriva en Hermes rondrijden. En verder: is er nu wel of niet een dienstregeling 2023? We hebben op 11 september een brief gestuurd aan Qbuzz, waarin we onder andere vroegen of er al een concept dienstregeling was. Als antwoord kregen we dat die er al was. Ze waren zelfs al voor 31 augustus naar RODAG gestuurd. Eind september zou de definitieve versie aangeboden worden. Deze reactie vonden wij heel opmerkelijk om twee redenen.
28
Allereerst hadden wij op 31 augustus bij de provincie ingesproken. Daar stelden de Statenleden de vraag of er al iets bekend was rond een dienstregeling voor 2023. Gedeputeerde Zevenbergen gaf toen aan dat er nog steeds niks bekend was. Zodra er wel wat was werd men ingelicht. De Statenleden willen er ook wat van vinden, namelijk. Ten tweede vinden wij het opmerkelijk omdat u als raad de vorige bijeenkomst had aangegeven dat u er ook iets van wou vinden. De wethouder heeft toen min of meer toegezegd dat als daar ruimte voor is dit geregeld kon worden. Uit de reactie van Qbuzz begrijpen wij dat een en ander al vorige maand aan de gemeente gegeven is. Wij zijn dan ook benieuwd of u de nieuwe dienstregeling al besproken heeft. U was immers voornemens invloed uit te oefenen op die nieuwe dienstregeling. Als laatste een eerste reactie op de brief van Qbuzz van 19 september aan de provincie, de gemeente en RODAG. Een volledige reactie, die volgt nog. De eerste indruk is dat het lijkt of het voor de directie en het management nog steeds niet duidelijk is dat zij zelf waarschijnlijk het grootste probleem zijn voor de huidige situatie. Uit de anonieme brief van het personeel aan de Statenleden van Zuid-Holland komt toch duidelijk de frustratie van het personeel richting de directie en het management naar voren.
Anoniem, omdat zoals de vergadering van de commissie bereikbaarheid en energie blijkt er gedreigd wordt met ontslag als men daarmee naar buiten treedt. Aan de gedeputeerde Zevenbergen is gevraagd om eens met de directie te gaan praten. Wellicht is dit een reactie, die brief, op dat gesprek. Voor de hand in eigen boezem steken is er nog geen tijd. Tot slot vragen wij u om zich met ons te blijven inzetten voor een goed openbaar vervoer in onze regio. Duidelijk is dat de vervoerders meer moeten gaan doen om reizigers weer terug in het openbaar vervoer te krijgen. Schrappen in de dienstregeling is geen optie meer. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van den Hout. Zijn er vanuit de commissie vragen? Dan ga ik naar de heer Kuhlmeijer. De heer Kuhlmann: Kuhlmann, dank u wel. Ja. Ik heb een vraag aan mijnheer Van den Hout. Laat ik eerst een antwoord geven, u vroeg, zeg maar: nou, weten we, hebben we die dienstregeling voor 2023 ontvangen als raad? Nee, althans, of ik heb helemaal zitten slapen, maar die hebben we niet gezien. U heeft mij en volgens mij alle andere partijen in deze raad op 12 september een e-mail gestuurd waarin u, waarin ook stond dat de buslijn 2, dat die gewijzigd ging worden, dat schreef u in uw e-mail. Ik weet daar verder nog niets vanaf, maar ik ben natuurlijk wel benieuwd.
Kunt u daar iets meer over zeggen? Wat heeft u gehoord, hoe heeft u dat gehoord? Want ik ben natuurlijk benieuwd. De heer Van den Hout: Nou, het merendeel staat op Twitter. Via mijn Twitteraccount werd ik daardoor aandacht op gegeven. En ja, vanuit intern bij Qbuzz krijgen we daar ook inderdaad signalen van. Dus het is wat breder, zeg maar. Het is niet zomaar dat iemand wat geroepen heeft, maar het is echt breder. De heer Kuhlmann: Dan ben ik benieuwd, kunt u, want wijziging, dat kan ook zijn: nou, ze gaan nu elke tien minuten rijden in 2023. Weet u iets van wat voor soort wijziging eraan zit te komen? Ja, ik kan me voorstellen dat u ook niet het nieuwe boekje, de dienstregeling heeft liggen. Maar wat weet u? Kunt u daar iets over zeggen?
29
De heer Van den Hout: Ja, ik wil altijd dingen zeggen waarvan ik zeker weet zeg maar dat het ook zo is, dus ja, ik heb alleen de signalen binnengekregen. En ja, verder eigenlijk niet. De heer Kuhlmann: Helder, dank u wel. De voorzitter: Mooi, Dan geef ik nu het woord aan de heer Van der Meer van GroenLinks. De heer Van der Meer: Ja, dank u wel. Ik had de vraag van de heer Van Hout: wat vinden jullie het belangrijkste wat de vervoerders zouden moeten doen om die reizigers terug te halen? Want dat is uw oproep. Wat zou de belangrijkste maatregel zijn in uw ogen? En heeft u ook vragen aan de gemeente of aan de provincie, wat die in concreto zouden kunnen doen? U roept op om tot een goed openbaar vervoer te komen, maar wat zou gemeente en provincie daar in uw ogen in concreto aan kunnen doen? De heer Van den Hout: Ja, met wat betreft de vervoerders heb ik eigenlijk een beetje gemist. Wat andere vervoerders weer wel hebben gedaan, dat is van de zomer allerlei acties ingesteld, goedkoper in het openbaar vervoer. Ik heb voorbij zien komen één euro voor een dag met de tram en met de bus. Goedkope kaartjes, dagkaarten, zeg maar. Dus er is heel veel gebeurd elders, hetzelfde als bij Qbuzz als je gaat kijken wat ze gedaan hebben zeg maar in Groningen en Drenthe, want daar rijden ze ook. Daar hebben ze wel allerlei acties gevoerd en hier zijn we eigenlijk weinig tegengekomen.
Misschien dat ze wel iets gedaan hebben, maar daar is dan heel weinig publiciteit aan uitgegeven. Wat ik, wat je van de provincie eigenlijk zou verwachten is dat ze wat, ja, ik zal het maar populair zeggen, wat meer achter de broek van de vervoerders gaan zitten om ze toch te gaan stimuleren om fatsoenlijke dienstregelingen neer te zetten. En dat ontbreekt gewoon. En ik krijg nu af en toe het idee en dat hebben we ook al eens een keertje geopperd: ja, de provincie die durft niks te doen, want ja, als die vervoerder zegt van, nou, doei, de groeten, dan hebben we geen openbaar vervoer. En de vervoerders die gaan achterover hangen van, nou, provincie en Rijk, kom maar op met de zak geld, dan gaan wij dingetjes doen. En daar moet gewoon een einde aan komen. Want je wordt, het openbaar vervoer wordt zo gegijzeld zeg maar door een stel vervoerders en dat is niet de bedoeling, denk ik. De heer Van der Meer: En de gemeente? De heer Van den Hout: Ja, de gemeente, volgens mij kan de gemeente ook meer doen, in ieder geval richting de provincie en ook de vervoerders. De gemeente, die zorgt voor de faciliteiten van de haltes, de bushaltes plaatsen ze, de infrastructuur. Daar mogen die vervoerders best wel wat voor terug doen. Dus ja, ook vanuit de gemeente kan je druk uitoefenen op de vervoerder en in ieder geval ook richting de provincie.
En ja, wat meer transparantie afdwingen als ik, als eigenlijk gewoon als leek via die mijnheer Steentjes van Qbuzz erachter kan komen zeg maar dat er inderdaad wel al plannen zijn, ja, dan vind ik dat vrij slordig. Als, en ja, waarvan hij zelf zegt: ze zijn ook naar de gemeente toegestuurd, dan vind ik het vrij slordig zeg maar van het gemeentebestuur dat, ja, hoe moet ik dat netjes zeggen? Dat jullie niet ingelicht zijn, zeg maar. Jullie wilden daarover praten en terecht. Ik denk dat het openbaar vervoer zeg maar zit nu bij de provincie en wij vinden nog steeds dat dat eigenlijk bij de gemeentes thuishoort, omdat die dichterbij
30
het, ja, bij het vuur zitten, zeg maar. Dus ja, ik vind dat raar. En wat meer transparantie, zeg maar, vanuit het gemeentebestuur zou dan wel in ieder geval fijn zijn. De voorzitter: Dan krijg ik net links ingefluisterd dat iemand heel graag wil reageren. Dus ik wil de heer Van der Linden even de mogelijkheid geven. De heer Van der Linden: Nou, het is misschien handig om even aan te geven wat we wel en wat we niet kunnen doen, maar misschien is het, dus daar kan ik zowat over zeggen, anders komen daar zeventien vragen over, natuurlijk. Die hebben allemaal één antwoord. Maar misschien is het netjes om dat te doen als het gesprek met de heer Kuhlmann en de heer Van den Hout afgerond is. Is dat een goed idee? De voorzitter: Dat is een heel goed idee. Zijn er verder nog vragen vanuit de commissie? De heer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Dank voorzitter. Nou, toevallig las ik net de krant en daarin staat dat ook toevallig vandaag dat de dienstregelingen zijn aangepast met betrekking tot Blue Amigo. En de dienstregeling, die is ook gepresenteerd op de website van Blue Amigo. En wat is dan de reden dat het niet naar de raad is verzonden? De voorzitter: En aan wie stelt u nu deze vraag? De heer Kolkiliç: Ja, eigenlijk richting Blue Amigo.
De voorzitter: Nu nog heel even bezig met de vragen aan de heer Van den Hout en dan wil ik straks even het woord geven aan de heer Schutten van Blue Amigo. Dus dan denk ik dat die vraag meer gepast is op dat moment. Is dat akkoord, de heer Kolkiliç? Dan de heer Damen van de PvdA. De heer Damen: Ja, ik kreeg allemaal signalen dat bij Qbuzz er nogal wat uitval is van treinen en bussen. Herkent u dat signaal? De heer Van den Hout: Jazeker, dat krijgen wij ook regelmatig te horen. Wij merken het zelf ook. Dus ja, die signalen, die zijn er zeker. De voorzitter: Via de voorzitter. De heer Damen. Dat mag u via de voorzitter doen. De heer Damen: Voorzitter. De voorzitter: Ja, dank u wel. De heer Damen: Dan is mijn volgende vraag: waar ligt dat aan? Ligt dat aan techniek of ligt dat aan personeelsgebrek? De heer Van den Hout: Ja, met personeelsgebrek zeg maar, daar hebben we toch wat meer moeite mee. Zoals we al eerder aan hebben gegeven: er speelt heel veel met het personeel van Qbuzz. En ja, wat ik niet zie is dat de directie van Qbuzz en het management zeg maar daar iets mee doet. En ik kan me zelf ook voorstellen: als je personeelsgebrek hebt maar nieuw personeel die leest elke keer in de krant dat er van
31
alles en nog wat loos is, zeg maar, bij Qbuzz, dan zou ik niet zo erg gauw naar Qbuzz toe gaan. De voorzitter: Ik wil voorstellen, omdat Qbuzz vandaag niet aan tafel zit, ze hebben een brief ingestuurd die we allemaal hebben kunnen lezen en dat we aan het afloop van de laatste tien minuten, vijftien minuten dan met elkaar bespreken wat we graag zouden willen meegeven middels de brief of de e-mail die we naar hen toesturen. Dan zie ik hier een vraag … Ja? De heer Kuhlmann: Even nog wat betreft dit ordevoorstel, Qbuzz en de provincie hebben er zelf voor gekozen om vandaag niet aan te schuiven. Wat mij betreft betekent dat niet dat we dan in deze vergadering niet over Qbuzz of de provincie kunnen spreken. De voorzitter: Dat ben ik met u eens, alleen ik stel voor om dat op het einde te doen, omdat we nu de ruimte geven aan de gasten die er zijn. En ik zag een vraag van de heer … Of een hand van de heer … Oké, helder. Zijn er nog andere vragen voor de heer Van den Hout? Want anders wil ik heel graag het woord geven aan de heer Schutten. Gaat uw gang, mijnheer Schutten. De heer Schutten: Pardon, pardon. Nou, Gerbrand Schutten. Ik heb hier net opgeschreven, ik zit in ieder geval niet achterover als vervoerder. Dan zou ik hier niet zitten.
En daarbij heb ik ook, heel fijn dat ik hier überhaupt mag zijn vanavond en jullie vragen, opmerkingen, kritiek of positiviteit mag aanhoren, dus daar ben ik vooral voor gekomen. Het is daarbij denk ik goed om te vermelden en daar ga ik een beetje in op een vraag die zojuist ook werd gesteld over een dienstregeling. Heel formeel gesproken is de opdrachtgever van het waterbuscontract is de provincie Zuid-Holland samen met de regio Drechtsteden. En dat is laten we maar zeggen dan ook het eerste gremium waarmee je dienstregelingen voorstellen ofwel het vaststellen daarvan bespreekt. Dus in dat opzicht is de communicatie als het over dat soort punten aankomt en dat geldt dus ook voor ons en dus ook met bijvoorbeeld de dienstregeling voor de winterperiode, dan is dat de afgelopen weken uitvoerig met de provincie en de Drechtsteden besproken, dus. En ik moet er dan vanuit gaan en ik geloof ook dat dat zo is, wethouder, dat de informatie die daaruit voorkomt ofwel de beslissingen die daar uiteindelijk worden genomen, dat die dan vervolgens weer met u worden gedeeld. Dus in die zin is de gemeenteraad van Dordrecht niet een direct aanspreekpunt of een verantwoordingsorgaan voor ons.
En niettemin kom ik heel graag, ja, een stuk toelichting geven of uitleg geven hoe het bij ons gaat, want ik realiseer me natuurlijk terdege dat ook wij met enige regelmaat in de hoek zitten waar de klappen vallen. En dat is niet zonder reden, dus ik kom daar graag ook van mijn kant eens een keer een toelichting op geven. Want ik merk natuurlijk in algemene zin dat, nou, dat initiatief hebben we misschien zelf ook niet genomen, maar dat er heel veel over ons wordt geschreven of gesproken of gedaan, maar … En dat gebeurt vaak niet met ons. En dat is af en toe best jammer. Of dat nou vanuit de media is of wat anders is. Daarom heb ik ook de uitnodiging heel graag willen aanvaarden. En daarbij geef ik dan ook nog maar eens aan dat hier niet alleen een directeur maar ook een eigenaar zit van het bedrijf. Dus ik voel ook dagelijks in mijn eigen portemonnee wat er aan de hand is. Dat wil ik er nog wel even bij vertellen. De voorzitter: Dank u wel.
32
De heer Schutten: Graag bereid voor vragen. De voorzitter: Ja. Zijn er vragen voor de heer Schutten? Ik begin bij de heer Hartmeijer van de SP. De heer Hartmeijer: Ja, dank voorzitter. Ik heb de dienstregeling gezien op uw site, de site van Blue Amigo. Wat is de inschatting van Blue Amigo voor het komende jaar? Is dat een dienstregeling die echt geborgd kan worden, dat … Als u zegt: nou, daar kunnen we echt vanuit gaan met personeel, et cetera, waterbussen, ja. De heer Schutten: Ja, nou, dat is een hele goede vraag. En om daar maar meteen op te reageren en ook maar even heel specifiek misschien even toch een stukje terug in de tijd. Want in 2019 is de waterbus opnieuw aanbesteed. Dat was niet alleen voor mezelf maar laat maar zeggen voor onze organisatie een interessante aanbesteding om de simpele reden dat ik hier zelf in de jaar of tien daarvoor de directie heb gevoerd over de waterbus, helemaal vanaf 2009 tot 2017. Ik ben daarna voor mezelf gestart met mijn zakenpartner Maurice Swets in Antwerpen met de waterbus. En zag dus op dat moment de gelegenheid om terug te keren, zeg maar, in het bedrijf waar ik tien jaar lang heel erg verliefd op ben geworden en waar ik ontzettend veel plezier aan heb beleefd. En wat we nota bene ook heel hard hebben kunnen laten groeien.
Dus we hebben de keus gemaakt om aan te besteden, toen nog niet in de wetenschap wat ons allemaal te wachten stond in termen van corona of de gevolgen daarvan. Tijdens die aanbesteding, ja, dan volg je natuurlijk de aanbesteding, zeg maar, documenten en de tender die daar op tafel ligt en dan probeer je daar zeg maar het maximale aantal punten in te halen. Nou, misschien kom ik daar later vandaag nog even op terug. Dus we hebben een hele ambitieuze aanbieding gedaan en de inkt was bij wijze van spreken nog niet droog van de overeenkomst met de provincie en de Drechtsteden en toen kwamen we per direct in de problemen door de pandemie en de gevolgen daarvan. Dan terug naar uw vraag, want in die aanbesteding hebben we natuurlijk een vervoerplan uitgewerkt, tot in detail. En die baseer je natuurlijk op heel veel uitgangspunten. En dat vervoerplan, dat is en zo heb ik dat ook de afgelopen periode richting de opdrachtgevers gecommuniceerd, dat is wat mij betreft nog steeds het uitgangspunt van vandaag en van morgen. En dat betekent als antwoord op uw vraag, dat ik onszelf zie in een tussenfase waarin we noodgedwongen door het gebrek ofwel aan personeel dat we genoodzaakt zijn om laat maar zeggen de onverwachte uitval, om dat zo minimaal mogelijk te maken en daar baseer je dan nu je dienstregeling op.
Maar we hebben laat maar zeggen één hoofdtaak intern en dat is dat we onze teams zo spoedig als mogelijk weer op orde willen krijgen waardoor we de dienstregeling zoals we hebben ingeschreven kunnen gaan uitvoeren. Dat verdient de reiziger van de waterbus en dat verdienen de stakeholders rondom de waterbus. En daar is ook overigens zeg maar even onze hele zeg maar businesscase op gebaseerd. En daarmee bedoel ik te zeggen dat wij onder andere voor de nieuwe concessie negen nieuwe schepen in aanbouw hebben, zes hybride waterbussen en drie elektrische waterbussen. En ik kan u vertellen dat twee van die hybride schepen inmiddels in Gorinchem zijn aangekomen. Sterker nog, met één hebben we vandaag al een testvaart op de route Dordrecht Rotterdam uitgevoerd. En ik kan die schepen niet per omgaande afbestellen. Dus mij is er alles maar dan ook alles aan gelegen om die schepen zo spoedig als mogelijk in ons volle vervoerplan weer aan het publiek te presenteren. Maar ik loop nu simpelweg zeg maar tegen het probleem aan dat ik de
33
diensten niet kan uitvoeren, omdat we de mensen daarvoor niet hebben. En ik dus zeg maar vervolgens niet in problemen wil komen door zeg maar veiligheidsrisico’s of iets dergelijks te lopen. Dus het is een noodgedwongen hopelijk zeer tijdelijke situatie waar we doorheen moeten en waar we alles aan doen om daar weer heel snel uit te komen. De voorzitter: Dank u wel. Voordat we naar u komen, de heer Van der Meer, gaan we naar mijnheer De Boer, dan mevrouw Striebeck en dan u, mijnheer Van der Meer. De heer De Boer: Dank u wel voorzitter. U heeft het over tekort aan personeel, nou, er wordt ook gesproken, hè, over de hogere energieprijzen. Maar ook over die BVOV, beschikbaarheidsvergoeding OV. Die gaat vervallen in 2023. De heer Schutten: 23. De heer De Boer: Ja, 2023. De heer Schutten: Oh sorry, ja. De heer De Boer: En die heeft u juist nodig om de exploitatiekosten te dekken. De heer Schutten: Die hebben we in 2022 zeker nodig om de exploitatiekosten te dekken. De heer De Boer: Ik ben even benieuwd: waar gaan we naartoe dan in 2023? Want dan heeft u een flink tekort. De heer Schutten: Ja, dat is speculeren natuurlijk. En wat ons betreft hebben we dan eigenlijk twee routes. Ik heb de eerste zojuist geschetst, dat we zo snel als mogelijk willen terugkeren op het niveau van zeg maar voldoende bemanningen zodat we zeg maar de aangeboden dienstregeling kunnen uitvoeren.
Naast de BVOV-regeling die inderdaad geldt tot en met 2022 vooralsnog is er dan nog het zogenaamde transitieplan openbaar vervoer en dat is een plan waar wij eigenlijk zeg maar pas zeg maar dit jaar mee zijn geconfronteerd ofwel aan zijn verbonden. En we hebben de afgelopen periode met de provincie en met de Drechtsteden als opdrachtgevers afgesproken dat we voor het eind van dit jaar gezamenlijk kijken wat er dan nog nodig is binnen die transitiemogelijkheid. Nou en we hebben gezegd, het is, hè, dat is een uitwerking die we de komende maanden met de opdrachtgevers zullen doorlopen. En ja, dat is dus een stukje parallelliteit want enerzijds zijn we natuurlijk bezig om die diensten weer op orde te krijgen en duidelijk moet zijn dat me dat niet morgen lukt. Maar het is onze ambitie om dat zo snel als mogelijk te doen. Lukt dat niet, dan hebben we de tweede route en dat is zeg maar het transitieplan en dat is dan ook een tijdelijke fase waar je op kunt terugvallen. De voorzitter: Mevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: Dank u voorzitter. Waar ik eigenlijk benieuwd naar ben: wat gaat u nu concreet doen om terug te gaan naar dat volle vervoersplan en met voldoende bemanning? Hoe gaat u daar naartoe?
34
De heer Schutten: Ja, dat is een hele moeili… dat is een hele goede vraag en het antwoord is tegelijkertijd ook heel erg moeilijk. We hebben daar zeg maar nationaal mee te maken en we hebben daar als organisatie ook mee te maken. En ik keer dan ook even terug op de opmerking van mijn linkerbuurman zojuist, die zei terecht: als je qua imago of identiteit maar even in dit geval qua imago in de media op de manier verschijnt zoals wij de afgelopen periode hebben ervaren, dan is het zeg maar een extra drempel om die mensen aan je te binden. Dat laat onverlet dat we, dat dat uiteindelijk toch de route is die we moeten volgen. Wat we inmiddels hebben gedaan is dat we met werving- en selectiebeleid zoals we dat intern hebben, dat we dat zeg maar eigenlijk, ja, dag in dag uit aan het aanpassen zijn zodat we zeg maar dichter bij die doelgroep zijn. Dat is de ene kant. We kijken daarnaast ook zeg maar met de wetgevende overheid naar laat maar zeggen de certificering van bemanningen. Het is simpelweg zo dat, ja, de vijver is nog niet zo heel erg groot maar het aantal vissen wat er in zit is nog veel minder. Dus de markt is simpelweg heel erg klein en wij moeten het in die zin denk ik heel erg hebben van het imago van de waterbus. Het is een hele stabiele werkomgeving, je weet ‘s ochtends waar je ‘s avonds bent en je weet in januari waar je in december bent.
Dat is voor heel veel binnenvaartmedewerkers een heel mooi perspectief als ze anders gewend zijn. Dat heb ik altijd zo ervaren bij de waterbus en dat gevoel dat overheerst nog steeds. Het werken bij de waterbus behoort heel erg plezierig te zijn en ik denk ook oprecht dat dat zo is. Zeker als we strakjes zeg maar naar de nieuwe generatie schepen gaan. Dus daarmee zullen we mensen ook over de streep moeten trekken. Ik denk ook dat dat nog steeds zo is dat het niet altijd een financiële zeg maar trigger moet zijn omdat er veel meer bij komt kijken. Ik voeg er wel aan toe dat wij, ja, wij hebben in die marktomstandigheden natuurlijk ook gewoon heel erg last van de vergoedingen die aan zeg maar bemanningen worden gegeven. En niet in de laatste plaats ben ik inmiddels een concurrent van de overheid op dat vlak geworden. En dat is natuurlijk af en toe best wel stuitend, dat ik moet concurreren met organisaties als Rijkswaterstaat, de havendienst, de zeehavenpolitie en noem het hele rijtje maar op. Maar significante verschillen zijn zeg maar met de cao-regelingen die wij hebben, kortom, ik zit links belasting te betalen en moet rechts met mijn eigen geld concurreren. En dat voelt af en toe heel erg ongemakkelijk, kan ik u verzekeren. Dus ook daar zullen we wel doorheen moeten, want het is een fact of life.
Het zijn wel mijn eigen centen en ik merk dan aan de andere kant dat het daar dus niet zo is en dan is het makkelijker om er zeg maar iets mee te doen. Ja, ik kan dat in veel mindere mate. Dus wij zullen het vooral moeten hebben van het omarmen van de mensen die graag bij ons willen werken. Dus daar is eigenlijk alles op gericht. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Striebeck: Kijk, alles staat of valt ook met een leuk salaris, natuurlijk. Nou zag ik bijvoorbeeld de steward die … De heer Schutten: Nou, lang niet alles, dus. Mevrouw Striebeck: Die verdient niet zoveel, ik dus ik kan me voorstellen dat het moeilijk is om aan personeel te komen. De heer Schutten: Ja, dat is arbitrair, wat veel is, hè.
35
Mevrouw Striebeck: Ja. Ik had, nou, wat ik zag was niet zoveel. Maar wat ik me ook nog afvroeg: hoe gaat u de reizigers terugwinnen? De heer Schutten: Ja, dat is een tweede vraag die kwam hier net ook al even aan mijn linkerkant aan de orde. Terechte vraag ook. En om daar een antwoord op te geven: wat hoort bij een organisatie als de onze en dat in algemene zin natuurlijk en bij ons ook is dat je werkt met een marketingcommunicatieplan door het jaar heen wat eigenlijk voortvloeit uit je vervoerplan. En we hebben nu onze marketingcommunicatieafdeling uitgebreid de afgelopen twee weken met twee extra personen om juist zeg maar die marketingfilosofie weer anders in te richten zodat we voor 2023 zeg maar actiematig, zeg maar maand in maand uit en kwartaal in kwartaal uit een heel uitvoerig zeg maar marketingplan kunnen uitrollen naar de potentiële reizigers. En dat is er. Ik kan nog wel iets meegeven over de visie die we daarin hebben aangelegd. En dat is echt een bestemmingsmarketing gerelateerde visie waarbij we en dat heb ik eigenlijk die ervaring heb ik al veel langer en daar heb ik ook hele goede ervaringen mee, is dat het niet zozeer gaat om zeg maar het gebruik van de waterbus an sich. Het gaat daarin echt heel erg om de bestemmingen waar de reiziger naartoe gaat.
Dat kan dan je werk zijn of je school of je opa en oma of een nieuwe spijkerboek of een ijsco of een fietsronde. Dus dat is één. Het gaat natuurlijk om de customer journey waarbij we zeg maar de reis splitsen in drie fases: voor de reis, tijdens de reis en na de reis. Dus ook daar zullen we heel sterk op inzetten. Ja en tenslotte heeft het dan natuurlijk alles te maken ook laat maar zeggen met de kwaliteit van de diensten, met de betrouwbaarheid van de diensten versus de prijs die we daarvoor vragen. Dus in dat palet maken we inmiddels zeg maar een uitgebreid marketingplan om daarmee de reizigers die we hebben te behouden en nieuwe reizigers te winnen. Is geen gemakkelijke opgave, dat zeg ik er ook meteen bij. De voorzitter: Mevrouw Striebeck, ik ga het woord geven aan de heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, dank u wel voorzitter. Ik zie wel iets van uw worsteling. De heer Schutten: Dank. De heer Van der Meer: Tegelijkertijd zijn we, geeft u in feite ook eigenlijk met zoveel woorden aan dat het openbaar vervoer op dit moment en dat gaat niet alleen over Blue Amigo maar ook over Qbuzz en ook over de NS enzovoort enzovoort, er niet goed voorstaat en een slecht imago heeft. Daar moet wat aan gebeuren. Daar zult u het mee eens zijn. Dat is een verantwoordelijkheid van de vervoerders om daar oplossingen voor te vinden.
Het is in mijn ogen ook een verantwoordelijkheid van de overheden. Dus de vraag is in feite ook aan de wethouder en in feite ook aan de provincie: wat kan daaraan gedaan worden? En wat kunnen jullie in gezamenlijkheid doen? Want we kunnen ons niet permitteren dat het openbaar vervoer er zo slecht voorstaat en nog slechter wordt. Integendeel, we willen juist dat er meer naar het openbaar vervoer gaat en minder naar andere vervoersvormen. Daar moeten we in dit land een oplossing voor vinden, linksom of rechtsom. En dat kan denk ik alleen samen. Ik zie u worstelen met, ja, wat kan ik? Maar inderdaad, die samenwerking, misschien wel, maar ja, ik zou eigenlijk wel interessant zijn om te vragen wat ervan vindt als de overheid een grotere verantwoordelijkheid zou gaan nemen in het openbaar vervoer en het runnen daarvan? Zou dat niet eigenlijk een veel betere oplossing zijn dan waar u nu mee aan het
36
worstelen bent? In elk geval is er grote behoefte aan perspectief, dat is één vraag. Dan een concrete vraag over de dienstregeling. De voorzitter: En iets korter dan de eerste vraag, alstublieft. De heer Van der Meer: Ja, dat is goed. Is die, is er nu wel een dienstregeling voor 2023 of niet? En zo ja, is dat dan in principe de dienstregeling zoals die vorig jaar en het jaar daarvoor, of nee, vorig jaar was? U weet dat er een hele discussie geweest is over met name de Hooikade, laat ik het maar even kort zo samenvatten. En het is mij volkomen onduidelijk hoe u uit de evaluatie de conclusie kunt trekken dat er geen verandering van die dienstregeling nodig is. Want ik zie dat het aantal reizigers tussen Dordrecht en Zwijndrecht in Q1 teruggelopen is van 38.000 tot nog geen 22.000. Dat lijkt mij meer dan het te verwachten corona-effect. Dus hoe komt u tot de conclusie, of om het anders te zeggen, wat had er uit die evaluatie moeten komen om wel tot de conclusie te komen dat u de dienstregeling zou moeten aanpassen? De heer Schutten: Ja, zal ik maar even gewoon in een chronologische volgorde? Ik begin maar even bij uw vraag wat de overheid in deze kan doen en of de overheid niet een grotere rol zou moeten spelen, als ik het goed vertaal. Nou, ik vind dat in ons geval de overheid al een hele goede en belangrijke rol speelt.
Ik vind daarbij ook dat je nog steeds een hele goede taakverdeling moet hebben tussen de vervoerder en de opdrachtgever. En ik ben nog steeds van mening dat in deze die laat maar zeggen scheiding der taken of die samenwerking der taken in dit geval heel goed is geborgd. Om even in te zoomen op uw vraag: waar kan de overheid ons dan en dan kijk ik, zeg maar, maar even ook in dit gezelschap wellicht, waar kan de overheid ons dan als het gaat om zeg maar de kwaliteit van het openbaar vervoer en dan meer specifiek de kwaliteit van de waterbus in ondersteunen ofwel beter in ondersteunen? Dan zoom ik even in op wat ik zojuist zei dat het niet altijd hoort te gaan over de waterbus als vaartuig of als netwerk, maar het gaat veel meer om de bestemmingen. En heel specifiek, kom ik een beetje terug op een stokpaardje wat ik al vaker heb benoemd, is dat het dus ook vooral heel erg gaat om de uitstraling en de faciliteiten van de haltes in relatie tot de achterliggende omgeving. En ik geloof dat we daar met elkaar nog best een hele uitdaging hebben en dan bedoel ik echt letterlijk de kwaliteit van de haltes. Of dat nou de kleinere haltes zijn of de grotere haltes, die liggen zal ik maar zeggen kwalitatief erg achter bij wat je als klant of als reiziger zou mogen verwachten.
En dan gaat het niet alleen om zeg maar de basisfaciliteiten van verf en prullenbakken en een vlaggenmast en een lamp die het doet. Maar dan gaat het misschien ook wel zelfs om wat meer de dienstverlenende faciliteiten op een halte. Dus ik … En ik weet dat zeg maar ook bij deze wethouder dat in goede handen is, omdat we zeg maar dat haltebeheer hoog op de agenda hebben staan. Maar heel concreet, laten we maar zeggen, een actualisatie of een revitalisatie van de haltevoorzieningen, dat zou een grote wens zijn om daarmee ook de reizigers beter te kunnen bedienen. Ik heb daarbij wel eens bijvoorbeeld Rotterdam als voorbeeld genoemd. Zolang we een prachtig centraal station bouwen, zolang we een prachtige luchthaven bouwen, zolang we een hele mooie internationale cruiseterminal bouwen waarmee je in feite zegt: welkom beste bezoeker aan mijn stad of mijn dorp, hier sta ik en wat fijn dat u er bent. Dat zou ook zo moeten zijn met de haltes van de waterbus. Daar zou een uitstraling vanuit moeten gaan die zegt: wat fijn dat je er bent en welkom in mijn stad of dorp. Kan ik je ergens meehelpen? Nou, dat ontbreekt misschien nog wel
37
voor een stuk en dat is misschien iets waar we elkaar nog in kunnen vinden. Dan ga ik naar de vraag over de aanpassing, volgens mij zei ik niet dat er geen aanpassing is gedaan, volgens mij zei ik juist: er is wel een aanpassing gedaan omwille van de situatie waarin we zitten. Ik streef ernaar om laten we maar zeggen die aanpassing die we nu hebben moeten doen, om die zo snel mogelijk weer achter ons te kunnen laten. Dus we zitten midden in de aanpassing en sterker nog, die hebben we ook vandaag gepubliceerd. Ik heb denk ik ook uitgelegd hoe we proberen om daar zo snel mogelijk weer uit te komen. Dus volgens mij is daarmee die vraag ook beantwoord. Dan nog kort over de Hooikade waar natuurlijk veel over te doen is en dat gaat … De heer Van der Meer: Mag ik even toelichten, want die vraag is daarmee nog niet beantwoord.
Mijn vraag was waarom u terug wil naar de oude regeling en waarom u niet uit de evaluatie de conclusie trekt dat er een betere verbinding met, of althans voor een deel van de reizigers, tussen Dordrecht en Zwijndrecht moet komen? De heer Schutten: Nou, in eerste instantie, waarom willen wij terug, volgens mij had ik dat antwoord hiervoor ook al een keer ge… waarom willen we terug naar de oorspronkelijke zeg maar aangeboden dienstregeling? Dat is heel simpel: omdat onze businesscase daarop is gebaseerd, dus de investeringen zijn daarop gebaseerd in nieuwe schepen en in allerlei systemen die we daarvoor hebben aangeschaft. Dus, en dat is één. En ten tweede hebben we zeg maar vanuit onze vervoervisie ook in die tijd en dat is weliswaar bijgesteld maar nog steeds het beeld dat we voor een belangrijk deel gewoon kunnen terugkeren naar zeg maar een vol gebruik van de waterbus zoals dat voor corona zo was. Dus dat is de reden dat we dat heel graag willen. Dat hoort overigens ook bij een ambitieuze vervoerder. Daar tel ik nog bij op overigens dat we naar een heel duurzame uitvoering gaan van het vaarnetwerk. Zoals net geschetst gaan we met een heel ander type schip varen.
En we denken dat we juist daardoor ook een hele grote reizigersgroep extra kunnen aanspreken die bereid is om daardoor of wellicht ook door zeg maar de druk op het hoofd en onderliggend wegennet achter zich te laten en op een groene manier naar hun bestemming kan reizen. Dus we denken dat we daar in potentie nog een flinke USP in handen krijgen strakjes als de nieuwe vaartuigen hier in het water komen. Specifiek daar aan de Hooikade, u schijnt zich wel … Als ik even uw vraag probeer goed te formuleren moet het dan beter dan het nu is. Nou, dan is het misschien goed om iets over de evaluatie van de Hooikade mee te geven. Ook daarvan ga ik dan toch even terug naar de aanbestedingsperiode. Op basis van de tenderdocumenten en de wensen c.q. eisen van de opdrachtgevers hebben wij er tijdens de aanbesteding voor gekozen om het netwerk in de Drechtsteden anders in te richten. Wij hebben ervoor gekozen om af te stappen van overzetverbindingen en meer toe te groeien naar zeg maar een netwerkfunctie waarbij je ook kunt blijven zitten als reiziger bijvoorbeeld als je reist tussen Papendrecht en Zwijndrecht. En dat kon voorheen niet, dan moest je overstappen met een wandeling daartussen. Dus we hebben al gezegd: we laten het overzetveren in die zin wat achter ons en we kijken veel meer naar het netwerk.
Daarbij hebben we en dat was voor een deel het gevolg van de aanbesteding zelf gekozen om binnen de Drechtsteden direct elektrisch te gaan varen. Dat brengt met zich mee dat we drie volledig elektrische schepen in aanbouw hebben. Sterker nog, zij komen eind van dit jaar op transport naar Nederland, via Damen Shipyards. Het laadpunt voor die drie elektrische schepen dat is op dit moment bijna klaar in Papendrecht langs de halte. En met die drie schepen kunnen we de dienstregeling onderhouden zoals we die hebben
38
aangeboden. Specifiek voor de Hooikade en ik heb dat al tegen de wethouder vorige week ook in dat kleine comité gezegd, zagen we al lange tijd dat het gebruik van zeg maar de verbinding Hooikade Zwijndrecht dalend was en eigenlijk was de conclusie al heel snel, ook uitlaat maar zeggen allerlei kwaliteitsonderzoeken, is dat het aantal reizigers wat niet meer gebruik maakte van die lijn juist gebruik maakte van het droge infranetwerk, namelijk fietspaden, autowegen en van de brug. U kunt zich met de ogen dicht voorstellen wat er, hoe die zeg maar, hoe het DNA of van die lijn eruitziet, namelijk op een paar honderd meter verder loopt de brug over de rivier. Dus we hebben dat heel sterk gemerkt. Dus dat ondersteunde onze keuze in combinatie met het elektrische varen om in de zomer de verbinding wel te onderhouden, met uitzondering van de zondag, en in de winter niet meer. Daarbij hebben we ook gezegd dat we de bestemming Dordrecht, net zoals dat op andere delen in het vervoerplan gold, wel degelijk in stand wilden houden. En dat betekent simpelweg dat je van Zwijndrecht wel degelijk in Dordrecht kunt komen waar je landt niet op de Hooikade maar op de Merwekade.
Reizigers uit Papendrecht doen dat iedere dag ook en dus en we hebben nu ook laat maar zeggen in de migratiecijfers en ik heb ze meegenomen gezien dat reizigers die in de winterperiode niet naar de Hooikade konden wel naar de Merwekade zijn gegaan. Dat is één. Nog een tweede element. Voor de evaluatie van de Hooikade zelf die we inmiddels ook hebben afgerond en dat is dat we een, we hebben, ongeveer, nou, ik denk een klein dertig zondagen, iets minder, gevaren op de Hooikade. Met financiële steun van de gemeente Zwijndrecht en Dordrecht. Ze hebben die dienst bij ons ingekocht simpelweg. En we hebben de reizigersaantallen gezien en, nou, die zaten onder de drie per afvaart. Als je daar dan op inzoomt en je kijkt even zeg maar naar de financiële kant van zeg maar die evaluatie, ja, dan kom je eigenlijk tot de conclusie zoals wij die voorheen ook tijdens de aanbesteding hadden getrokken, is dat heel veel mensen graag willen dat de verbinding er is maar het lijkt er in de praktijk niet op dat ze er ook gebruik van maken. De voorzitter: Gezien de tijd wil ik de wethouder nog even een kleine twee minuten geven om hier een reactie op te geven. Ja, het is echt heel kort. Want ik wil nog wel dat we aandacht geven aan het laatste deel wat we mee willen geven aan de provincie ZuidHolland en aan Qbuzz. De heer Kuhlmann: Ik heb een vraag aan de wethouder ‘…’.
Die kan hij misschien meteen even meenemen? De voorzitter: In twee minuten. Want, maar dan wil ik u vragen om de vraag echt concreet te houden … De heer Kuhlmann: Ja, heel concreet. De voorzitter: Want we zijn er erg goed in om hele lange vragen te stellen. De heer Kuhlmann: Ja nee, heel concreet. Namelijk naar aanleiding van wat we net hebben gehoord, dat er een dienstregeling zou liggen bij de gemeente. En ik ben benieuwd: is de wethouder bekend met die dienstregeling en wordt dat gedeeld? Misschien kan hij daar iets over zeggen. De voorzitter: Wethouder Van der Linden.