CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-09-06 Notulen Gemeente Dordrecht Dordtse Dinsdag - vastgesteld.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 6 september 2022, gemeente Dordrecht52.715 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

De heer Steeg: Ik vrees dat u zichzelf rijk rekent inderdaad. Ik heb alleen de zichtlijnen genoemd, maar het betreft inderdaad ook bomen die nog in redelijke staat verkeren. Maar heel belangrijk voor ons is dat vooral bomen de ruimte krijgen om groter te worden. Het kroonvolunne is bij een aantal bomen die veel te dicht op elkaar staan nu problematisch, en dat geeft ook de verdichting van het park aan van de afgelopen tijd. Maar vooral als je dus solitaire bomen beter kunt laten staan dan groeien ze uit tot de grote bomen zoals de plataan die vlak bij het sportveldje staat. Dat is een fantastische boom. Dat is een van die 30 bomen die wat ons betreft blijft staan.

De heer Groenewege: Dus die 30 bomen dat zijn bomen die vanwege zichtlijnen gekapt zouden moeten worden en bomen die vanwege hun onderhoudsstaat gekapt zouden moeten worden samengenomen?

De heer Steeq: Vooral de eerste groep. De heer Groenewege: Oke. Nee, ik ga nog aan het college wat duidelijkheid vragen daarover, want die cijfers krijg ik niet helder. Dan had ik nog een vraag aan de heer Fraterman, als ik dat goed zeg, van de Fietsersbond. Wat nnij altijd aan dit plan heeft bevreemd is dat aan de ene kant, zoals al is gezegd door de heer Struijk van de ChristenUnie, wordt het Weizigtpark door mensen gebruikt als een doorstroompark waarbij je wilt doortrappen om op tijd op je werk te zijn via het station, en aan de andere kant worden deze paden nu ingericht als een Shared Space. En volgens mij is een Shared Space niet bedoeld om door te trappen. En ook, als ik de bewoners hoor dan gruwen ze ervan, dat het Weizigtpark als een soort verkeersader wordt gezien en zien ze het liever als een park waar je ook rustig kan wandelen. En dit is ook gerelateerd aan bomenkap omdat het college zegt dat bochten niet te snnal gennaakt kunnen worden omdat je moet kunnen doortrappen. Dus nnijn vraag is hoe staat de Fietsersbond ertegenover, hoe staat u tegen die smalle bochten en hoe kijkt u aan tegen doortrappen versus Shared Space?

41

De heer Kuhlmann: Shared Space kan wel degelijk in een omgeving waar je ook gaat doortrappen, dus je kan een apart voetpad, apart fietspad. Nou, dat heeft ook voor muj het antwoord van het college aangegeven het lijkt veilig, maar op een gegeven moment gaan ook de voetgangers op het fietspad lopen en andersom. Als je gewoon een brede laan hebt wordt het gedeelte voetgangers en fietsers, en dat kan voor een route naar het station ook goed functioneren. In andere steden wordt het ook gebruikt. Allebei kan. Het is niet een heel sterke voorkeur het een of het ander. Alleen voor wat betreft het ruimtebeslag maakt het heel weinig uit. Zoals ik straks at uitlegde men denkt: goh, zes meter. Maar als je een voetpad van twee meter en fietspad van drieenhalf, vier meter heb je ook zes meter, dus vierkante meter asfalt maakt het niet veel uit. En je kan ook als je nu vijfenhalf meter aanlegt kan je later ik trek er nog een streep op dan kan je het weer indelen als je denkt: het voldoet niet. Dus achteraf kan je het ook nog corrigeren als je zou willen. Wat betreft de bochten. Ja, ik denk dat daar nog wel Ik zeg het is heel erg een tekentafelontwerp. Ik denk dat je daar nog wel Dit zijn die rode lijnen die je ziet. Ik denk dat daar nog wel wat met wat creativiteit om bomen heen gewerkt kan worden.

Een bochtstraal die ietsje of meer of minder is, daar vindt u de Fietsersbond niet tegen, hoor. Nee, dus ik denk daar nog wel mogelijkheden zijn om wat bomen te sparen, maar dan moet je niet in grote aantallen denken. Dan praat je echt over misschien 2 of 4 bomen. Zo is het is ook weer niet dat er ineens tientallen bomen, zou ik wel zeggen. Vanwege het verbreden van de paden praat je over 12 bomen. De voorzitter: Oke, mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ja dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag voor de heer Kuhlmann van de Reizigersbond en voor mijnheer Fraterman van de Fietsersbond. Eerst wat betreft de Reizigersorganisatie. Heel fijn dat u er bent. We kennen uw reizigersorganisatie als een organisatie die zich vaker laat horen en heel goed dat u denk ik ook breed infornnatie inwint bij reizigers. Dan zult u vast ook wel wat horen over de veiligheidsbeleving op die route door het park en heen. En ik ben benieuwd of u het ook een goede - ik denk dat ik al een idee bij hebt maar - gedachte dat je als voetganger niet straks alleen loopt maar juist over een pad wat je deelt met het liefst zoveel mogelijk, dus ook met de fietsers zodat het wat veiliger is. De heer Kuhlmann: Ja, en dat soort specifieke vragen hebben wij natuurlijk niet gesteld, want het ging eigenlijk over het Qbuzz-gebeuren. Daar hebben wij vragen over gesteld en Blue Amigo, dus niet zozeer over dat fietspad.

Maar ik denk als ik zelf na ga dat dat natuurlijk wel belangrijk is dat daar aandacht voor is. Dat is ook zo. Maar ook vooral de sociale veiligheid van dat hele pad, want ik nnaak er ook wel eens keer gebruik van dat ik daar 's morgens vroeg ... Of nee, 's avonds laat langs of door moet door dat park en dan heb ik toch een beetje een unheimisch gevoel, zal ik maar even duidelijk zeggen. Dus dat kun je eigenlijk tegenhouden door dat opener te laten zijn en door betere verlichting enzovoorts, dus dat vind ik wel belangrijk. Dus dat is het eigenlijk. De heer Kuhlmann: Dank u, helder. Dan heb ik heb nog een vraag voor de heer Fraterman van de Fietsersbond. We hoorden eerder vanuit Natuurlijk Weizigt het idee als je nu die fietsenstalling anders maakt, kleiner met minder begane grondplekken en meer op de bovenverdieping dat je je fiets omhoogtilt, dat zou, hoorde ik, wat dat

42

betreft een verbetering zijn. Daar is natuurlijk niet iedereen even fysiek handig, hoe kijkt u daar tegenaan? Zou dat een verbetering zijn als je minder begane grondplekken in de fietsenstalling De heer Fraterman: Nee, eigenlijk is het sowieso nu al die aantal stallingen worden voor een deel bereikt door een dubbeldeksrek waarbij je moet tillen. Nou, met bijvoorbeeld de huidige e -bikes is het al bijna onmogelijk voor een wat minder krachtig persoon om dat te doen, dus daarnnee zie je al dat een deel van de plaatsen eigenlijk niet bereikbaar is. Dus hoe meer je van die dubbeldeksrekken neerzet hoe minder stalling je eigenlijk overhoudt die in de praktijk gebruikt kunnen worden. Dus dat betekent toch dat helaas wij de voorkeur hebben voor de huidige stalling ondanks het feit dat dat consequenties heeft voor de inrichting van het park. De heer Kuhlmann: Helder. En dan nog een laatste vraag aan u. U noemde ook de fietspaden met het idee van leg er nnisschien een bocht in. U liet ook die tekening zien. Wat ik zie als ik mensen die de trein willen halen door het park heen fietsen, dat mensen doorgaans ook wel voor de meeste rechte route kiezen, en dat dat sonns zelfs ook betekent Niet iedereen is denk ik zo'n Ik ben denk ik een hele nette fietser. Misschien zijn er ook mensen die het wat minder net doen, die gaan dan van het pad af.

Is het om die reden juist niet handig om toch te kiezen voor paden die rechtstreeks of een beetje zonder al te veel kronkels naar de plek gaan waar mensen nnoeten zijn? De heer Fraterman: Jawel, maar kijk, het is een hele flauwe bocht. Dit zijn de rode lijnen, die fietspaden, die zijn niet helemaal recht, dus dat betekent eigenlijk een hele lichte slingering om dus al rond een boom te komen. Dus dat betekent het pad verplaats je misschien een halve meter of een meter. Dus in die zin blijft dat nog vrijwel recht, het pad, en zie ik niet dat het nu echt problennen oplevert voor een fietser die naar het station is. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste, graag zonder al te veel inleiding. De heer Kleinpaste: Ik ga het proberen zonder al te veel inleiding. Het is overigens voor het eerst dat ik het microfoontje indruk he, laten we wel wezen. Ik heb een vraag aan de heer Fraterman en een vraag aan de heer Steeg. En ik zal de vragen maar in een keer stellen dan kan dat zo kort mogelijk. De vraag aan de heer Fraterman is een beetle aanhakend op het doortrappen waar nnijn collega van de Partij voor de Dieren het over had. Kunt u lets zeggen over het gezamenlijk gebruik van die Shared Space? Dat doortrappen naar het station lijken mu j vooral forensen, en wandelaars zitten er op andere momenten van de dag.

Zit dat spanningsveld er wel zo heftig? Dat is een concrete vraag om dat Shared Space duidelijk te krijgen. En mijn vraag aan de heer Steeg is: heeft u ook contact gehad met de jongedannes zoals u ze noennde van Weizigt Natuurlijk, en heeft dat tot een zeker vergelijk tussen de Bomenridders en de actievoerders rondonn het Weizigtpark geleid? De heer Fraterman: Nee, ik denk dat u gelijk heeft. De fietsers zullen over het algemeen de forenzen zijn die 's nnorgens naar het station fietsen. Dat betekent ook vaak redelijk eenrichtingsverkeer, beperkt verkeer de andere kant uit. En de wandelaars zullen op

43

andere tijdstippen daar lopen, dus daar zal het Shared Space ook denk ik goed mogelijk zijn. Het aantal auto's wat op de ene weg rijdt heb ik niet echt veel zicht op. Dat zou mogelijk nog een ... Maar ik denk dat dat een aparte discussie is hoeveel auto's er mogen en kunnen rijden, maar dan zou je ook een soort misschien nog venstertijden kunnen instellen dat die het alle tijden van de dag die auto's maar neer kunnen scheuren overheen, onndat ik zie meer zorgen over auto's plus fiets plus wandelaars dan fietsen plus wandelaars. Daar is op heel veel plekken al ervaring nnee. En in Dordrecht bijvoorbeeld de Wantijdijk, die is nog veel smaller, dat is ook een Shared Space eigenlijk. Daar wordt bijvoorbeeld op het weekend ook flink wat wandelaars en fietsers gaan er tegelijk overheen. De heer Steeq: Ja, mijnheer Kleinpaste. Wij hebben een keer met een aantal van de dames die hier net hebben ingesproken sannen door het park gelopen en bij die gelegenheid is het door ons wel duidelijk geworden dat Weizigt Natuurlijk eigenlijk het hele plan en alle beeldstukjes van het plan afwijst. Dat was van ons vanuit de Bomenridders nooit het geval. Wij geven de voorkeur aan om zoveel mogelijk vanuit de inhoud van de bomen, de afzonderlijke bomen te kijken wat is er nog aan te doen, in het gegeven dat wat ons betreft de raad al besloten had.

Dus daarna hebben we inderdaad geen contact meer met elkaar gehad. De voorzitter: Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Misschien gelijk ter aanvulling hierop dan, want uw voorgangers hebben dus aangegeven dat ze in beginsel helemaal geen betrokkenheid hebben gehad of niet gehoord zijn geweest. Mijn vraag is aan jullie, in dit geval jullie alle drie, in hoeverre bent u betrokken geweest in het hele proces? Want ik hoor toch wel positieve verhalen vanuit jullie als ik dat vergelijk met de verhalen van uw voorgangers. De heer Steeq: Zal ik eens beginnen? Wij zijn inderdaad enigszins betrokken geweest, dus ik heb al aangegeven dat we in februari voor het eerst met de organisatie erover hebben gesproken. Ik geloof dat we twee of drie keer in het park zijn geweest met de organisatie. En ja, we hebben vooral onze energie gestoken in het identificeren van de bomen die wat ons betreft kunnen blijven staan. De heer Fraternnan: Ja, de Fietsersbond is betrokken geweest. Ik denk 2018, '19 als we spreken over het hele inrichtingsplan, maar dat is wel op een hoog niveau. Toentertijd was er nog niet welke bomen verdwijnen er dan. Dit is echt hoog niveau, een soort in schetsnnatig is er toen gesproken over de inrichting rond het station.

Maar niet in detail van wat heeft dat voor consequenties voor bomen, en moet je nu de breedte, is dat zes meter of vijfenhalf meter? Dat detail zijn wij niet bij betrokken geweest. Ikzelf trouwens niet, hoor, er was een voorganger, maar die is helaas niet meer aanwezig. De voorzitter: Oke, dank u wel. Aan deze kant. 0, sorry. Dank u wel, nnijnheer Struijk. De heer Kuhlmann: Sorry. Ja, ik denk vanuit ons, wij kijken natuurlijk naar alle belangen van de reizigers, die staan bij ons voorop. Dus dit is ook in het belang van reizigers

44

omdat natuurlijk gekeken wordt naar de ingang van het station, hoe kan je dat beter maken. Dus dat is eigenlijk onze insteek voor wat betreft onze inzet hier. Is dat een goed De heer Safranti: Alle antwoord is goed, alleen nnijn vraag was natuurlijk in hoeverre bent u in het verleden betrokken geweest net als uw andere partners? De heer Kuhlmann: Nee, wij zijn er verder niet echt bij betrokken geweest, omdat onze aandacht ging meer naar de Qbuzz eigenlijk als dit eigenlijk. Maar wij vinden ook dat natuurlijk het spoor hebben ook reizigers, dus in dat opzicht is het zo. De voorzitter: Oke, aan deze kant nog iennand? Nee? Oke, mijnheer Damen. De heer Damen: Ik heb een vraag voor de heer Fraterman. Is er in het overleg wel eens overwogen om de fietsenstalling op de plaats te situeren van de Park and Ride? Doordat de Park and Ride enigszins wordt ingekort maar waardoor voor de fietsenstalling geen bomen zouden hoeven sneuvelen, en evenmin voor de route voor de fietsenstalling langs naar de dierenboerderij ook geen bar-nen zouden hoeven sneuvelen. En wat zijn daarbij de afwegingen geweest? De heer Fraterman: Nee, ik kan niet zeggen of die optie al eens bekeken is. Ik weet niet hoe het zit ook met die eigenaars van die grond. Dus nee, daar kan ik u geen infornnatie over geven.

Ik denk dat de gemeente meer weet wat de actualiteit Dat ben ik in ieder geval niet bij betrokken geweest toentertijd, en dus daar kan ik u geen infornnatie over geven. De heer Damen: En zou een dergelijke locatie voor het gebruik van de fiets nadelig zijn of zou dat niet echt uitnnaken? De heer Fraterman: Nou, dat zou ik wat verder moeten uitwerken. Ik denk nog steeds als je dan een route door het park zou hebben, dus ik denk wat betreft de fietspaden door het park zie ik niet hele grote verschillen dan. Aileen je zou dan het autoverkeer door het park niet hebben. Dat zou natuurlijk een optie kunnen zijn, maar dan nnoet je het echt verder in detail uitwerken. Ik weet niet of dat kan qua vierkante meters. Het is ook ietsjes verder van het station verwijderd. Nou ja, dan moet je een heel nieuw ontwerp maken, maar dat zou je opnieuw moeten bekijken voor je daar echt kan kijken wat daar aan mogelijkheden zijn. Maar nogmaals, ik kan u geen informatie geven of die optie wel of niet bekeken is, nee. De voorzitter: U heeft ze at een aantal vragen gesteld mijnheer Groenewege, dus, en we hebben bijna geen tijd meer over om nog het andere stukje van deze commissievergadering te doen. Dat is prima natuurlijk, want de insprekers geeft altijd een waarde, dus dat is verder geen probleem. Maar ik wil dit gedeelte nu wel afronden.

Ik stel voor dat we even twee minuten pauzeren zodat iedereen even wat te drinken kan pakken enzovoorts en dan hebben we zo nog 25 minuten voor het overige gedeelte. SCHORSING

45

EINDE SCHORSING De voorzitter: Oke. Nou ja, goed. Ik bedoel we zitten niet bij de breiclub, mijnheer Kuhlmann. En ik heb u net at gezegd dames en heren wilt u alstublieft weer gaan zitten. En dat was twee nninuten, dat werden er al zes, dus meer zelfs, geloof ik. Ik wil, voordat ik u het woord geef mijnheer Damen, even zelf. Ik heb even overlegd met de wethouders, met de ambtelijke ondersteuning en met de comnnissiegriffier. Wij hebben het idee dat er nog wet wat vragen zullen zijn bij u. We hebben niet meer zo vreselijk veel tijd, maar we hebben vooral ook het idee dat u iets ervan wilt vinden. En gezien dat gegeven, en we dat nu niet op deze manier kunnen doen, wil ik u een voorstel doen om vragen die u heeft zowel technisch als politiek die uiterlijk donderdag om twaalf uur bij de griffie aan te leveren. Deze vragen zullen dan zo spoedig mogelijk beantwoord worden door het college, en dat kan allemaal op basis van wat u vanavond gehoord heeft, want u heeft ook heel veel infornnatie gekregen uit de insprekers. En dat advies is dan vervolgens om, als u er iets mee wilt, ervoor te zorgen dat u een motie vreemd aan de orde van de dag indient bij de raadsvergadering volgende week. Een andere optie is er eigenlijk niet om hier een vervolg aan te geven. Dus dit is mijn voorstel, en mijnheer Kleinpaste die wil daar aandacht op.

De heer Kleinpaste: Nou ja, ik heb daar wel een vraag over. In die zin, u geeft als enige optie aan dat dat dan met een motie vreemd aan de orde van de dag kan. Daar kan ik me wet iets bij voorstellen, nnaar ik zou me ook de opvatting kunnen voorstellen dat je dan besluit het nog een keer te bespreken, oordeelsvormend, in deze sessie. De voorzitter: Oke, ik ga het eerst allemaal even inventariseren. Mijnheer Damen, want u wilde net ook al even het woord. De heer Damen: Nou, u geeft een gedeelte antwoord. Ik zit met dezelfde wens als mijnheer Kleinpaste, het zal niet zo vaak gebeuren. De heer Kleingaste: Het is ook niet zozeer mijn wens. De heer Damen: Dat is nnooi. Nu zijn we het weer eens. Ook ik heb het idee dat het goed zou zijn als we ook nneningsvormend met elkaar zouden kunnen praten. Oordeelsvormend, sorry. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Ik denk dat het voorstel zoals u dat zojuist deed beter is. Er is at een besluit over genomen en als partijen daar dan iets mee willen, de route van vragen stellen en dan eventueel in de raad met een motie vreemd. De voorzitter: Dat is ook inderdaad de reden waarom ik het op deze manier heb voorgesteld omdat er al een besluit ligt. Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Ja, twee vragen.

De eerste vraag kunnen wij de vragen die wij aan het college stellen voor het weekend beantwoord worden? De tweede vraag, kunnen

46

wij niet als connmissie nu besluiten om deze onderwerpen door te schuiven naar besluitvormend op de agenda van de raad van volgende week?

De voorzitter: Nee, mijnheer Groenewege, want zoals ik net zei er is al een besluit, dat is van september 2021. Het enige wat u kunt doen om lets aan te passen of een andere koers te laten kiezen is door een motie vreemd in te dienen, en dat moet u dan in dat geval doen voor zondag twee uur 's middags. Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter, ik ben het er sowieso mee eens om volgende week in de raad hierover te spreken en te besluiten, want volgens mu j is het oak urgent want er is een besluit genomen en er moet een start gemaakt warden met de plannen of niet. En dat nnoet niet nog een maand gaan duren, want de volgende raad is pas in oktober, dus zoveel tijd is er volgens mu j helennaal niet. Een tussenoptie zou wel kunnen zijn dat je in de artikel 40 vragen als bespreekpunt agendeert, en dan kun je daarbij een motie indienen. Maar dat komt voor mu j technisch niet zo nauw want of je nu een motie vreemd of een motie bij de artikel 40 vragen indient, leidt feitelijk tot hetzelfde. Dus is er oak een optie om gewoon de artikel 40 vragen als bespreekpunt te agenderen voor de volgende raad met als bespreekpunt de eventueel in te dienen nnoties. De voorzitter: Ik denk dat er een voorkeur kan zijn voor een motie vreemd, want dit is in feite een herhaling van zetten. Mijnheer Van der Kruijff.

De heer Van der Kruijff: Het zit in het principiele, maar het zou kunnen dat meerdere fracties moties vreemd gaan indienen, dan zou ik ze op z'n minst wel in een integrale bespreking willen behandelen. Want nnoties vreemd warden voor je het weet ook drie agenda punten . De voorzitter: Nee, dan zullen we in dat geval ervoor zorgen dat de moties vreemd die ingediend warden dat die tegelijkertijd warden besproken. Vreemd, ja. Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Nou, ik ben het met uw voorstel eens, hoar. Ik denk dat we dat nnoeten gaan doen. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik naar deze kant. Knik, duim. Zo. Mijnheer Groenewege, we gaan gewoon nog even speciaal met u contacten. U heeft nog gevraagd namelijk of het voor het weekend het antwoord kan zijn. Die garantie ga ik u niet geven. Ik weet wel dat daarop ingezet wordt. De heer Van der Kruijff: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, toch een punt, want ik kan me voorstellen dat het voor een aantal fractie moeilijk is om het 48 uur van tevoren in te dienen als de antwoorden dan pas komen met je motie vreemd. En wellicht dat we daar niet zo strak aan moeten zitten en dit karakteriseert als lets urgents, en daar geldt die eis niet.

47

De voorzitter: Nee, prima mijnheer Van der Kruijff. Maar kijk, ik denk dat partijen een redelijk idee hebben van wat ze graag zouden willen zien. Wellicht daar een vraag over stellen, maar dat al wel eventueel in een motie vreemd kunnen fornnuleren. En op het moment dat het antwoord aanleiding geeft het eventueel gewoon niet indienen, want het officiele indienen wacht toch tot de raadsvergadering. Het is alleen een kwestie van aankondigen, en daar is die twee keer 24 uur voor. Maar ik begrijp wat u bedoelt en ik denk dat niemand het erg zal vinden als daar enige coulance wordt betracht. Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Ik weet niet of ik het zeker hebt, maar een motie indienen 24 uur of 48 uur van tevoren, maar een motie vreemd aan de orde die kan je volgens nnij elk moment indienen. De voorzitter: In principe kan dat altijd. We hebben alleen als mores hier dat er twee keer 24 uur wordt aangehouden omdat het vaak gaat om zaken die niet op dat moment echt heel urgent zijn, maar dit is op zich wel urgent. We weten wat er speelt. Ik denk dat iedereen op dit moment het met elkaar eens is dat we dit wel even ruimte moeten geven en niet zomaar even nu moeten parkeren. Oke. Zo maar doen dan, zou ik h la Brok zeggen. Ja, oke. Dan even voor de zekerheid. Ik dank u alien sowieso voor de tijd die u heeft genonnen vandaag en heeft geluisterd naar alles wat er ingebracht is.

De vragen die u nog heeft kunt u stellen voor donderdag twaalf uur. Die kunnen naar de griffie, mogen gewoon naar raadsgriffie@dordrecht.nl, dat is het handigste, en dan wordt ervoor gezorgd dat daar zo snel mogelijk antwoorden op komen. Ik zie mijnheer Merx heel moeilijk kijken nu, maar die gaat het absoluut redden met de ondersteuning. En mijnheer Van der Linden die lacht ook heel lief, dus die gaat hem daar vast bij helpen. Heeft de ambtelijke ondersteuning nog een aanvulling? Nee, prima zo? Oke, dan dank ik u hartelijk. En voor degene die niks meer hebben, wel thuis. 5. Inzet gereserveerde middelen Dordts Leerprogramma — Raadsvoorstel Voorzitter: mevr. Stolk Raadsgriffier: mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz De voorzitter: Goedenavond dames en heren. We zijn toe volgens mij aan de laatste commissievergadering van deze avond. Mijn naam is Margret Stolk. Ik mag vanavond uw voorzitter zijn. We hebben vanavond het onderwerp een raadsvoorstel inzet gereserveerde middelen voor het Dordtse Leerprogramma. En we hebben vanavond een oordeelsvormende cornmissie.

Deze commissie heeft op 30 augustus besloten het raadsvoorstel ter bespreking te agenderen met de politieke vraag: bent u van mening dat deze uitwerking van een meerjaren investering in een kansarme generatie in de stad een stap verder kan helpen? Verder wil ik natuurlijk iedereen op de publieke tribune, pers, commissieleden en de mensen die thuis meekijken van harte welkom heten. Nee, ik ga eerst een voorstelrondje doen. la, ik ga beginnen aan mijn linkerzijde. Even u voorstellen. Welkonn allemaal. Ik stel voor dat we gaan beginnen met het debat, en ik ga even rondkijken. Wie mag ik als eerste het woord geven? Zeg het maar. Ja hoor, gaat uw gang mevrouw Vol.

48

Mevrouw Vol -van der Hoist: Dank u wel, voorzitter. Gezien het felt dat het Leerprogramma zo doordacht is en startklaar voor uitvoering, en gezien dat het mooie plan ook zorgdraagt voor de zwakkeren in de samenleving, wat een pijler is voor de Partij voor de Dieren, staan wij positief tegenover dit voorstel. We zijn echter wel bang dat het gezien in dit programma alle aandacht uitgaat naar scholen met achterstanden, dat leerlingen met achterstanden op niet deelnemende scholen vergeten kunnen worden. En daarnaast zou dit progrannnna wellicht ook voor scheve verhoudingen kunnen zorgen tussen wel en niet deelnemende scholen. Kan de wethouder daarop ingaan? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, nnevrouw Vol. Ik ga maar een beetje zo het rondje af, hoor. Mijnheer De Heer, gaat uw gang. De heer De Heer: Ja, dank u wel, voorzitter. Er is met betrekking tot een betere toekomst weinig zinvollers dan te investeren in de jeugd. Zeker de jeugd die het met minder kansen moet doen in het leven. We zijn ook enthousiast over investeringen in deze groep jeugd middels het Dordts Leerprogramma. Wet bleef na de beeldvormende sessie vorige keer een tweetal dingen voor ons nog onduidelijk. Ten eerste zouden we meer duidelijkheid willen of een verhoogd uitstroomniveau nu wel of geen doel is van het programnna.

In het voorstel staat van niet, maar de sprekers gaven tijdens de beeldvormende sessie toch aan hier wel oog voor te hebben. Wat ons betreft is uitstroomniveau een heel passend doel voor dit leerprogramma. Het tweede punt is dat scholen de komende tijd na een zware coronaperiode uiteraard hogere onderwijsresultaten boeken, en in de huidige nulmeting lijkt daar onvoldoende rekening mee te worden gehouden. We willen het programnna zelf echt op waarde kunnen schatten. We vragen aan de wethouder een toezegging dat we straks bij de meting van de resultaten duidelijk kunnen zien wat nu echt het resultaat van het programnna zelf is en dat we het niet laten vermengen met het post-coronaherstel. Dank u wel. De voorzitter: Dan de heer Van Ballegooijen. Gaat uw gang. De heer Van Ballegooijen: Dank u wel, voorzitter. Wij zijn ook positief over het voorstel. We kunnen daarvoor ook mee instemmen. We willen wel twee dingen ook nog eventjes noemen. Allereerst, eigenlijk at genoemd door mevrouw Vol, we vinden het belangrijk dat er oog is ook voor de opleiding van kinderen die niet gebruik kunnen maken van de programma's. Daar willen we graag aan de wethouder vragen om daar ook rekening mee te houden. En ten tweede eigenlijk ook al genoemd door de heer De Heer. We vinden het heel belangrijk dat er goede monitoring komt.

Ik zal niet al zijn punten herhalen, dus als er gedegen monitoring met de juiste KPI's, als daar op gelet wordt dan zijn wij tevreden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Dank u wel, voorzitter. Nou, de PVV heeft een iets andere insteek. De Eneco-aandelen zijn verkocht en de raad heeft in juli 2021 besloten om een deel van dit bedrag, 27,4 nniljoen euro, te reserveren voor het Dordtse Leerprogramma. Wij staan achter de doelstellingen op zich van deze reservering. Het is belangrijk om de

49

leer- en ontwikkelpotentie van kinderen op de basisscholen beter te benutten zodat deze leerlingen een betere toekomst voor zich hebben. Elf basisscholen doen nnee. Je kan je nu wel afvragen waarom elf en waarom niet meer? De discussie is vorig jaar ook in de raad gevoerd voor een deel. Ik vind het op zich een zwak punt van het voorstel, maar goed, elf scholen worden geholpen. Maar de econonnie is sinds juli 2021 behoorlijk veranderd. De energiecrisis zorgt ervoor dat veel mensen hun energierekening niet kunnen betalen. Mensen betalen vele honderden euro's meer per maand aan hun energielasten. Als we nu opnieuw de keuze zouden moeten maken zoals het voorstel nu echt voor zou liggen gaan we 27,4 miljoen reserveren dan zou ik nnezelf achter de oren gekrabd hebben, alhoewel ik het ontzettend belangrijk vind dat er wel geld naartoe gaat, maar ik vind dat een heel groot bedrag. Het mag dus wat ons betreft ook voor een meer bescheiden bedrag. Dan konn ik zo op een vraag van de wethouder. Hoewel de PVV dus het onderwijs zeer belangrijk vindt en vindt dat kinderen uit verschillende sociaaleconomische milieus dezelfde kansen moeten hebben uiteindelijk vinden wij ook dat de gemeentelijke overheid een plicht heeft om te kijken hoe we de nnensen thuis ook kunnen helpen in deze energiecrisis. Dat vinden we eigenlijk een afweging die we vooralsnog allereerst moeten maken.

Daarom willen we het college vragen om op korte termijn te onderzoeken hoe met een beperkt budget toch goed resultaten kunnen worden geboekt wat betreft dit Dordtse Leerprogramnna. En we zouden het college willen vragen om de periode te onderzoeken van het schooljaar 2023 tot 2024 en verder. De PVV is wel akkoord uiteraard met de uitgave tot en met schooljaar 20222023. Hoe staat de wethouder hier tegenover? Nood breekt wet, zo is het spreekwoord. Er is veel nood tegenwoordig. Dit vraagt ook een andere prioriteitsafweging. Dus wij zeggen eigenlijk niet van doe het nu niet, maar in principe zouden wij naar een lager bedrag gaan. En kan de wethouder aangeven kunnen wij met een beperkt bedrag, gegeven wat aan de hand is nu in de nnaatschappij, ook veel doen voor de Dordtse leerlingen? Dank u wel.

De voorzitter: De heer Van der Kruijff? Ja, gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, het CDA is ontzettend blij dat dit raadsvoorstel voorligt, want het is nogal een uniek besluit wat we gaan nemen om als gemeentelijke overheid zoveel miljoenen te gaan besteden aan onderwijs, aan kansarmere kinderen in kansarmere wijken met het doel hen een kansrijkere toekomst te geven. We zijn er ook van overtuigd dat het goed is om daarin te focussen op die kansarmere wijken waar vaak ook de scholen zitten met kansarmere kinderen. De vraag die kwam net ook al voorbij: moet je dat ook niet aan andere kinderen bieden? Wat je natuurlijk ziet in buurten waar het genniddeld wat beter gaat dat die kinderen op school al meer aandacht krijgen omdat daar minder kansarmere kinderen met problemen zitten en je natuurlijk ook ziet dat een leerkracht daar dus meer tijd voor ze heeft, maar ze zich ook meer kunnen optrekken aan de kinderen om hen heen in de klas. En dat is in die kansarmere wijken niet zo, en ook de thuissituatie is niet altijd zo. Dus wij vinden dit een hele goede verantwoorde keus waar je het hoogste rendement van mag verwachten. We hebben nog wel een opnnerking en dat gaat over de monitoring. Wat we bij de monitoring hebben gezien is dat het wel erg is gefocust op onderwijs KPI's, uitstelniveaus en dergelijke.

Waar het natuurlijk uiteindelijk om gaat, dit doel is niet

50

alleen onderwijs. Onderwijs is een nniddel, het doel is dat de kinderen een kansrijkere toekomst krijgen. Dan nnoet je ze langer volgen dan alleen op school en op onderwijs. Dit programma gaat 10 jaar lopen. Zeg voor de kinderen die in groep 1 zitten die zijn 4, die zijn over 10 jaar 14. Dat is nog te vroeg, je moet ze langer gaan volgen. Uiteindelijk wil je weten als ze straks 16, 18, 20, 25 zijn is dat dan zo dat deze kinderen maatschappelijk beter terechtkomen, hebben ze een baan, komen ze in de bijstand terecht of anderen in schuldproblennatiek, of gaat het beter? Oftewel, overstijgen ze het niveau, het milieu waarin ze zijn opgegroeid? Dus ons voorstel zou zijn aan het college om de monitoring daar ook op in te richten en langer voort te zetten.

De voorzitter: Dank, heer Van der Kruijff. Dan ga ik door naar de heer Gundogdu. Gaat uw gang. De heer Gundogdu: Voorzitter, dank u wel. Om te beginnen, voorzitter, wat zojuist ook door mijn buurman hiernaast is gezegd, mijnheer Van der Kruijff, iedere cent wat we uitgeven aan het onderwijs dat verdient zich weer terug, maatschappelijk gezien. Ik zal eens even ook een voorbeeld geven van mezelf. In mijn eigen situatie in de jaren 80 zat ik op een zwarte school, en er werden zoveel activiteiten ontwikkeld buiten de school om, fotografie tot tekenen tot dansen, noem maar op. Dat heeft mij in ieder geval enorm veel meegegeven dat het onderwijs breder is dan alleen maar wat je op school leert. Nou, dit gaat over het onderwijsprogramma waarbij potentie benutten van ieder kind centraal staat. Nou, dat spreekt ons zeer aan, waarbij we dus juist ook willen meegeven dat het potentie benutten dat heeft zoveel maatschappelijke impact, niet zozeer alleen voor dat kind maar ook voor het gezin en de omgeving waar hij of zij in groeit. Niet te vergeten, voorzitter, en ik herhaal maar ook even wat de voorgangers hebben gezegd, wij herkennen natuurlijk buiten deze elf scholen om ook scholen waar individuele kinderen zitten die misschien onder de radar vallen maar die ook nodige ondersteuning behoeven.

De vraag concreet in dat kader is: hoe zorgen we ervoor dat ook deze kinderen gebruikmaken van de mogelijkheid die wij nu als gemeente creeren? Dank u wel. De voorzitter: Dank. De heer Portier, gaat uw gang. De heer Portier: Ja, een paar opmerkingen. Ook de SP is natuurlijk blij met extra aandacht voor kansarme kinderen in het onderwijs. Ik wil wel een aantal van de woorden van mevrouw Vol onderstrepen. Ja, op alle scholen kunnen kinderen zijn met een achterstand of met een nnoeilijke situatie, dus worden die kinderen niet vergeten? Waar ik wel een beetje zorgen om heb is, we weten ook dat er heel veel problemen op scholen zijn door de bezuinigingen op het speciaal onderwijs waardoor in bijna iedere klas wel twee of drie kinderen zijn die buitensporig veel aandacht vragen van de onderwijskrachten. Is dat niet een probleem waar veel nneer aandacht voor zou moeten zijn? En ik wil een paar dingen zeggen over monitoring. Scholen worden at gevraagd ontiegelijk veel cijfers, KPI's, indicaties, testen et cetera voortdurend aan te leveren. De roep hier om nog veel nneer monitoring, KPI's, cijfers, resultaten et cetera, kan dat niet nog veel nneer druk leggen op de scholen, ze nog veel meer administratieve lasten opleggen die alleen maar ten koste gaan van de aandacht voor de kinderen en voor het onderwijs? Dus ik wil daar wel een aantal vraagtekens bij zetten. Moeten we niet

51

gewoon blij zijn met de intrinsieke waarde dat kinderen meer in contact komen met kunst, met groen, met sporten et cetera? Dank u wel. De voorzitter: U krijgt volgens mu j een interruptie van de heer Van der Kruijff. Gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Nou ja, eigenlijk gaat het meer om mijn vraag om extra ... Of andere is het trouwens. Ik heb niet gezegd extra. Om andere monitoring. Daarmee bedoel ik niet om die plicht naar de scholen te leggen. Mijn indruk is dat er vanuit de rijksoverheid al heel veel geinvesteerd wordt in de kansarnnere wijken en dat het CBS ook allerlei kerngetallen bijhoudt van ontwikkelingen. De vraag is hoe we daarop aan kunnen sluiten en dat hierop in kunnen zetten? Hoeven we zelf niks te doen, maar wellicht kunnen we al gegevens en data gebruiken die er al is. De heer Portier: Ja, maar als blijkt dat De voorzitter: Heel even. De heer Portier, gaat uw gang. De heer Portier: Ja, als blijkt dat over 20 jaar de meer of minder kinderen, of dan tegen die tijd jongvolwassen, in de bijstand zitten - ik noenn maar even een voorbeeld - hoe relateer je dat al dan niet aan het succes van dit programma? Ik denk dat dat een hele lastige klus wordt. De voorzitter: Dank. Dan geef ik het woord aan mijnheer Den Hartog. Gaat uw gang. De heer Den Hartog: Dank u wel, voorzitter. GroenLinks staat positief tegenover het voorstel maar toch wel met een opmerking.

Wij vinden het heel fijn natuurlijk dat er aandacht is voor die kansarme jongeren, dat past ook bij onze idealen die we hebben, maar we zien wel het voorstel is schoolgericht, en wij zouden dat graag willen zien als kindgericht. Een kansarme leerling of een leerling met een leerachterstand op de ene school heeft net zoveel aandacht nodig als diezelfde leerling met achterstand op een andere school. Het zou niet nnoeten uitmaken of hij in een klas zit waarbij zijn mede klasgenootjes ook kansarnn zijn waardoor het een hoog percentage is en dat ze daardoor die ondersteuning krijgen, of dat hij toevallig kansarnn is maar zijn klasgenoten hebben het wel voor elkaar. Dus toch pleiten om dat kindgericht voor alle kansarme jongeren te doen. Een tweede punt is, een van de doelen is dat de leerlingen zich daardoor beter kunnen bewegen in maatschappij en arbeidsmarkt. Er zit nogal een verschil tussen een basisschool, waar dit opgericht is, en de arbeidsmarkt, daar zit iets tussen, ik noem maar even iets, de puberteit, een middelbare school.

Ik denk dat wil je echt effect hebben dat je inderdaad een doorlopende lijn moet hebben, dat werd zo even ook al gezegd, en nnijn vraag aan de wethouder is dan ook: in hoeverre is er een programma voor middelbare scholen en eventueel zelfs studies zodat er meer wordt gedaan aan ondersteuning dan alleen die basisschoolleeftijd? De voorzitter: Dank, de heer Den Hartog. En dan kijk nog even die connmissie rond. Zijn er nog mensen die ... Ja, en dan zie ik ineens allemaal handjes. Mevrouw Pichel, gaat uw gang.

52

Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ja, Forum voor Democratie is er blij mee dat er aandacht is voor de kinderen, dus dat is heel nnooi. Met betrekking tot dit plan zien we dat het programnna gericht is op kinderen die starten met een taalachterstand. De vraag is: zou er een groter effect bereikt kunnen worden voordat deze kinderen naar de basisschool toe gaan, dus in de leeftijdscategorie van 21/2 tot 4 jaar wanneer hun vocabulaire volop in ontwikkeling is? Denk aan de samenwerking met een consultatiebureau zodat die kinderen al eerder begeleid kunnen worden. En dan zou ik dit meer zien als een soort aanvullend progrannnna. Of is het iets dat de basisscholen signaleren en dus die verantwoordelijkheid voelen om het op te pakken? Dat idee krijg ik erbij. Wat natuurlijk heel nnooi is, nnaar dan is de vraag: zijn er ook andere mogelijkheden? En waar ik ook nog naar zat te kijken. Wacht even. Even twee naar beneden. Met betrekking tot dit plan zijn er een aantal kanttekeningen of risico's genoteerd. En de vraag daarbij is dat voor de uitvoering van dit Dordtse Leerprogramma het voorwaardelijk is dat de scholen geopend blijven. Eventuele opleving van coronavirus staat hier, dus ja, wat is dan het gevolg als de scholen niet openblijven, wat betekent dat dan voor dit plan? En een ander punt is hier dat het grate personeelstekort een mogelijk risico zou zijn.

En nou, dat hebben we ook al vaker gehoord dat dat er natuurlijk is, dat is een bekend probleem. En dan is ook de vraag, voor mij is dat punt onduidelijk, want betekent dat dan dat het budget ingecalculeerd is voor het lerarentekort? Dat lees ik er ook niet uit, dus ik begrijp die zin niet helemaal in het stuk wat hier geschreven is. Dus wellicht een kleine opheldering. Dat was nnijn vraag. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Pichel. Dames gaan voor. Mevrouw Schnabel, gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Wij steunen het voorstel van harte. We vinden het een prachtig programma. En daaraan toevoegend, afgelopen week verscheen in een NOS-nieuwsbericht dat het Jeugdfonds voor Sport en Cultuur ook waarschuwt dat door de inflatie kinderen minder naar sport-, spel en muziekles kunnen, dus in dat opzicht vinden we het Dordtse Leerprogramma ook van enorm toegevoegde waarde voor kansarme kinderen in de wijken waar dan het nu zich afspeelt. Waar we nog benieuwd naar zijn is hoe de wijk een rol kan spelen in het Dordtse Leerprogramma, onndat ook zorgprofessionals en ouders betrokken worden? En daarnaast zijn we ook benieuwd wat de criteria voor de cultuurpartners is geweest. Dus nu zijn een aantal cultuurpartners aangetrokken, en wat de reden is dat het juist die partners zijn en geen andere? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer De Vries, gaat uw gang.

De heer De Vries: Dank u wel, voorzitter. Ja, we hikken toch een beetje tegen die kansengelijkheid bevorderen. Dat is heel duidelijk, maar dat is nu voor elf scholen en wij vragen ons eigen af hoe je de kinderen gaat benaderen op die andere scholen, op school twaalf, school dertien, school veertien? Kunt u ons vertellen hoe u die gaat bereiken? De voorzitter: Dank u wel, de heer De Vries. Dan kijk ik even naar rechts, de heer Kolkilig. Gaat uw gang.

53

De heer Kolkilic: Dank, voorzitter. Voorzitter, mijn fractie is voor het voorstel, maar wij hebben wel een aantal vragen richting de wethouder. In de DLP-tijdlijn die destijds is opgesteld staat aangegeven dat er nnedio september 2022 een nulmeting bekend zou worden gemaakt. Die is er nog niet. Nou, had het voorstel niet kunnen wachten op de nulmeting onn de effecten van de DLP te zien? Oak zijn er plannen am de uren te verruimen van twee naar vijf, terwijI we de effecten van zelfs twee uur niet weten. Een nnooi programma waarvan de effecten niet bekend zijn. Er wordt gekeken naar de cijfers van CBS waardoor een aantal scholen in bepaalde weken buiten de DLP vallen. Is er een mogelijkheid am af te wijken van de CBS-cijfers am ook die andere scholen die extra steun nodig hebben te selecteren? De voorzitter: Dank, en dan ga ik naar nnevrouw Koene op de tweede ring. Gaat uw gang. Mevrouw Koene: Ja, ik had het een beetje claustrofobisch daar. Dank, voorzitter. Nou ja, goed mijnheer Van Leeuwen die noemde net al dat we het vorig jaar over hebben gehad over de leergelden. Er is al verschrikkelijk veel geld vanuit het rijk naar scholen, en wij blijven daarom moeite mee houden dat die 27,4 miljoen beperkt naar elf scholen gaat.

We vinden echt wel dat het in het onderwijs gestoken mag warden, maar ik hoar mijnheer Portier volgens nnij lets zeggen over dat er leerlingen in een klas zijn die zouden eigenlijk veel meer opgepakt moeten warden met passend onderwijs. Er zou veel meer op een andere manier aandacht aan besteed moeten warden dan dat ze centraal staan in een klas waardoor andere leerlingen weer verdwijnen uit beeld. Ik denk dat er veel realistischere dingen zijn am je daarop te focussen, en dat gaat niet alleen over die elf scholen, dat gaat gewoon over alle scholen in de stad. En dat hebben we toen ook benadrukt. Ik heb hier net zitten krabbelen even op papier zo van als je nu even - noem eens even een zijstraat - autistisch bent in Dubbeldann dan heb je nog steeds een probleem en dan kan je nog steeds kansarm zijn. En ook al woon je in Dubbeldam betekent het niet dat je daardoor dusdanig betere kansen hebt al hebben je ouders meer geld. Tenminste dat zijn allemaal aannames die dan gedaan warden. Dat vinden wij dus gewoon echt wel jammer, dus er mag wat ons betreft veel meer gekeken warden am met dat geld gewoon een breder inzet te doen op kinderen die maatwerk nodig hebben. Ik hoar mevrouw Pichel iets zeggen over kinderen tussen 2 en 4 jaar met betrekking tot de taalontwikkeling.

Dat is zeker belangrijk, maar de wethouder is het direct met mu j eens dat het bij 0 jaar start, en ook daar zou een gedeelte van het geld naartoe kunnen. En dan heb je het in de zin van voorlezen en noem allemaal maar op zodat dat in ieder geval al getackeld is voordat ze Oberhaupt op de basisschool terechtkomen. Dus ja, zoals het voorligt, voorzitter, ja, nogmaals, wij vinden het prima dat er geld geInvesteerd wordt in onderwijs, superbelangrijk, maar dit is te beperkt en dit kunnen we niet steunen. De voorzitter: Dank, mevrouw Koene. Nou, volgens mu j is iedereen aan het woord geweest in deze comnnissie. Dan geef ik nu het woord aan wethouder Heijkoop, want volgens mu j zijn het allemaal zeer betrokken partijen hier en heel veel vragen zijn er gesteld. Dus ik heb u ijverig zien schrijven, dus het woord is aan u.

54

Wethouder Heijkoop: Ja voorzitter, dank u wel. Ja, u heeft mu j ijverig zien schrijven. Ik hoop dat ik er zelf een beetje wijs uit word, en dat ligt absoluut aan mijn handschrift, en nnijn vermogen om structuur aan te brengen en zeker niet aan uw vragen, want die waren stuk voor stuk zeer relevant. En op onderdelen ook vragen die in een nieuwe raad ook terecht terugkomen nadat ze ook in een vorige raad aan de orde zijn gesteld. En richting mevrouw Koene, uw pleidooi is ook herkenbaar en ook uw tegenstenn destijds heeft u ook op deze manier onderbouwd. Tegelijkertijd heeft gelukkig, in ieder geval als portefeuillehouder, als college, vinden wij dat Ik moet even iemand wegdrukken. Vinden wij het belangrijk dat er steun is voor dit programnna en brede steun is voor dit programnna en ook structurele steun op de langere termijn, omdat dit gaat wel over een programnna wat betekenis gaat hebben, niet alleen deze raadsperiode maar zeker ook de raadsperiodes die voor ons liggen, en dat is maar goed ook. Want als we even nadenken over hoe dit gestart is, dit gaat over een fors bedrag om aan, maar het gaat ook over het investeren in de nnensen in je stad.

En destijds bij de verkoop van het aandelenpakket Eneco kregen we een investeringspot van zo'n 300 nniljoen tot onze beschikking, nog wel iets meer, en toen heeft de raad nadrukkelijk uitgesproken wij willen niet alleen investeren in stenen we willen ook investeren in mensen. En welke investeringen lonen dan het beste? Een aantal van u heeft het ook aangegeven, dat is investeren in het jonge kind. De kinderen met potentie van wie het leven nog begint waar nog heel veel muziek in zit als je daar fors in durft te investeren. En dat is niet vanzelfsprekend, zeker niet als gemeente. Daar lopen we ook echt niet voor weg. Dit Dordtse Leerprogramma is uniek in Nederland. Dit heeft geen enkele gemeente in Nederland, zo'n mooi programnna. Dat laat onverlet dat ongelofelijk veel gemeenten dit heel graag zouden willen doen. Maar je moet het ook maar kunnen doen. Je moet ook maar een gemeenteraad hebben die lef heeft om op deze nnanier langjarig te investeren en je moet uiteindelijk ook een aanpak weten te formuleren die recht doet aan de vraag in je samenleving. En als je kijkt naar onze samenleving, onze Dordtse samenleving, onze stad waarin we leven dan is het een stad met meerdere gezichten. En u kent deze stad heel goed. U kent de wijken in deze stad, de ene wijk kent u beter dan de andere.

En we kennen natuurlijk allemaal de plaatjes zoals die ook wel eens op televisie langskomen, de volle terrassen, de prachtige plaatjes van onze binnenstad, alle mooie shows waarin Dordrecht heeft gefigureerd, sonns ook films, en dan zie je dat deze stad heel veel moo's te bieden heeft. En ook de prachtig verzorgde buurt in Dubbeldam, Sterrenburg, en dan denk je: nou, het gaat heel goed met deze stad. En dat is ook zo, het gaat heel goed met deze stad. Maar u kent ook de wijken in Crabbehof, onderdelen van Wielwijk, Nieuw-Krispijn. En dan zie je toch wel dat deze stad ook een heel ander gezicht heeft. Een gezicht van armoede, gezicht van kinderen die naar school gaan en daar in slaap vallen omdat ze geen ontbijt hebben meegekregen. Kinderen die op hun vieren, soms al op een overbrugbare achterstanden zijn gezet omdat zij niet de kans hebben gekregen om in een taalrijke omgeving op te groeien, niet de kans hebben gekregen om een eigen slaapkannertje te krijgen waarin ze gewoon zichzelf kunnen ontwikkelen en ook inderdaad al sonns met een achterstand ter wereld zijn gekomen, omdat, zoals terecht wordt aangegeven, ook in de fase van 0 jaar al heel veel dingen mis kunnen gaan. En daar investeren we dan ook volop in. 0 tot 2 jaar is een aandachtspunt ook vanuit de jeugdgezondheidszorg, vanuit de consultatiebureaus.

In het verlengde daarvan ook de VVE-aanpak, de voor- en vroegschoolse aanpak, vanuit de

55

onderwijsachterstandsmiddelen. Dordrecht investeert daar ongelooflijk veel in, en dat is ook succesvol. Dat is allennaal objectiveerbaar, dat is meetbaar. Je ziet dat die programma's effect sorteren. Alleen je ziet ook gebeuren dat op het moment dat die programma's aflopen en kinderen gaan naar de basisschool dat heel veel kinderen dan toch weer terugzakken, dat kinderen toch nnoeite hebben om die mooie lijn door te kunnen trekken. Het is gewoon te kort. En daar is het Dordtse Leerprogramma uiteindelijk uit ontstaan om te zeggen: 0 tot 2 jaar willen we in kinderen investeren. Kan het niet voor een vroegschoolse periode? Nou, denk maar gewoon aan de peuterleeftijd dan op de basisschool? En terecht ook de vraag: en dan? En het is ook niet voor niets dat in dit coalitieakkoord ook is afgesproken dat we die doorlopende lijn nadrukkelijk ook willen vangen in een bredere visie. Vanuit de schoolbesturen is die wens ook geuit, die zijn ongelooflijk enthousiast over de Onderwijsvisie 0 tot 12 jaar of 4 tot 12 jaar. Maar dit college, collega Chris Van Benschop zal daar zich voor in gaan zetten, gaat ook aan de slag met de Onderwijsvisie voor het voortgezet onderwijs. En dat is echt belangrijk, omdat op het moment dat je ze op twaalfjarige leeftijd loslaat, dat is ook een kwetsbare leeftijd, de puberteit wordt al genoemd.

En sowieso is dat ook onderdeel van het landelijk debat, de brede brugklas. Kinderen moeten soms vroeg kiezen, en zeker deze kinderen hebben vaak een beperktere sociale structuur, een beperkter netwerk en dan moet je daar ook als school je goed toe verhouden. En dat willen we ook doen, dus daarom gaan we daar ook mee aan de slag met het voortgezet onderwijs. Die elf scholen. Een aantal van u heeft daar vragen over gesteld. Het ging ook over scheve verhoudingen, het ging ook over hoe zit het dan met die twaalfde school, hoe zit het dan met een kind in Dubbeldam dat ook misschien nnoeilijkheden heeft? Dat is waar. Tegelijkertijd, als je alles kiest kies je niet. We hebben er wel met elkaar over gesproken dat je je nu echt wilt richten op de scholen waar die kwetsbaarheid het allergrootste is, en deze elf scholen daarvan weten we dat daar de kinderen het grootste risico hebben om een achterstand op te lopen, omdat hun ouders in de schulden zitten, met een migratieachtergrond de taal niet goed spreken, om allerlei redenen in ieder geval niet die kansen krijgen. En dit hebben we nadrukkelijk sannen met de schoolbesturen en de directeuren besproken, want deze scholen die vallen onder koepels, en bijvoorbeeld OPOD - Nestas heet het tegenwoordig - en SKOBA die hebben een paar prachtige scholen in Sterrenburg, Dubbeldam, Obs Dubbeldam.

Maar die hebben ook scholen een Krispijn, Wielwijk en Crabbehof. We kennen die, De Albatros. En ik ben in de afgelopen zes jaar op alle scholen in Dordrecht geweest, en ik nodig u ook van harte uit Volgens mu j zijn er al wat afspraken gemaakt vorige week met Heleen Bonninga van de Prinses Julianaschool om deze school ook te bezoeken, want dan begrijp je waarom je, als je aan kansengelijkheid wil werken, dat je niet alle scholen gelijk moet gaan behandelen en ook niet alle kinderen gelijk moet gaan behandelen. Dan moet je heel erg kijken naar kinderen die in ongelijke situaties verkeren die moet je ook extra hulp bieden. En waarom deze scholen ook nog eens extra hulp verdienen is omdat deze scholen extra kwetsbaar zijn in deze moeilijke tijden van arbeidsmarkttekorten. Deze leerkrachten hebben echt een enorme opgave om deze kinderen nnee te krijgen, en er zijn ook leerkrachten voor wie dat te veel is. En die nnaken ook een pas op de plaats, en die gaan op een andere school werken. En wij willen juist deze leerkrachten ook extra ondersteunen. En ik heb ook echt wel van docenten gehoord dat die zeggen: ja, het feit dat ik meer kan doen op deze school, dat ik meer mogelijkheden krijg om deze kinderen

56

te ontwikkelen met taal, rekenen met die verlengde leertijd maakt ook dat ik bewust kiest voor deze school. En er zijn ook al signalen dat wij leerkrachten hebben weggetrokken vanuit andere steden, dat is ook een gevolg. En dat is wet een vraagstuk dat heel de Nederlandse samenleving bezighoudt, tegelijkertijd hebben wij hier het echt over Dordrecht en willen wij de Dordtse kinderen vooruithelpen. Maar ik zou het van harte toejuichen dat er een landelijke aanpak komt om het lerarentekort aan te pakken, want het is echt een groot probleem. Daar heeft u ook recent at met elkaar over gesproken. Als het gaat over de wijken waar dit in plaatsvindt, de wijken waarin scholen staan dan willen we ook nadrukkelijk niet alleen maar kijken naar het onderwijs, zeg ik richting mevrouw Schnabel. Het is ook om die reden mede dat het kabinet hier naartoe is gekonnen, bij monde van de hoogste ambtenaar wonen op het nninisterie van VRO, om ons uit te nodigen om ook onderdeel te worden van het Nationaal Programma Leefbaarheid. Dat is omdat Dordrecht er goed op staat vanwege de aanpak die wij hebben in onze wijken, en toen viel ook de naam het Dordtse Leerprogrannnna.

Dat werd toen ook gezegd als zijnde dit vinden wij ongelooflijk interessant, want je investeert in die wijken door nieuwbouw te plegen, je investeert in die wijken door de handhaving en de leefbaarheid te versterken, door het afval tegen te gaan, maar vooral ook door te investeren in de mensen die wonen in die wijken en ook in die kinderen. En dat allemaal moet in elkaar ingrepen en dan kan je een wijk op de langere termijn vooruithelpen. En daar geloven wij in, daar gelooft u in. In ieder geval ook in uw eerdere beraadslagingen. En ook het kabinet, de betrokken ministeries hebben gezegd: wij geloven hier ook in. En dat is echt heel goed nieuws, want het is mooi dat die erkenning er is dat Dordrecht dit ook nodig heeft, maar dat gaat in de toekonnst ook tot enorm veel cofinanciering leiden. Dit gaat er ook toe leiden dat er echt extra geInvesteerd gaat worden in deze wijken, en dat onze mogelijkheden ook gaat vergroten. En dat is ook een bruggetje naar de coronaperiode. Er werd ook gesteld: ja, corona, ingewikkeld. Hoe ga je ook om met die KPI's en dergelijke, en hoe ga je om met die middelen? Aanvankelijk besloeg het programma 30 miljoen. We hebben dat bedrag iets neerwaarts bijgesteld omdat de NPO-middelen beschikbaar werden gesteld voor twee jaar.

Dat was tegelijkertijd ook de reden waarom wij het Dordtse Leerprogrannnna hebben, want vanuit de school werd gelijk at aangegeven: ja, twee jaar, wat kan je daarmee? Je kan een paar mensen op een tijdelijk contract zetten, even ad hoc wat extra bijlessen invliegen, je kannibaliseert elkaar ook nog eens. Wij willen juist op de langere termijn gaan werken. Maar ze hebben toen wet gezegd wij krijgen die nniddelen nu allemaal dus dat kan wet de eerste jaren een prima cofinanciering zijn. Het staat ook in het raadsvoorstel, en daarmee versterkt het progrannnna. En dat is alleen maar goed. En de KPI's, die gaan we proberen goed in beeld te krijgen. Dat doen we ook nnonitoren. Dat heeft u ook in het voorstel kunnen lezen. En er zijn ook KPI's beschikbaar van corona, en die kunnen we ook hiernaast leggen. De heer Van Leeuwen: Mag ik u even onderbreken, zeg maar? Ik ga even 20 seconden terug, zeg maar... De voorzitter: Ja, heel even, ja. De heer Van Leeuwen, gaat uw gang. De heer Van Leeuwen, even via de voorzitter.

57

De heer Van Leeuwen: Dank u wel, voorzitter. Nee, het gaat om het volgende, ik hoor u het woord cofinanciering gebruiken. Even om alle misverstanden uit de weg te ruimen betekent het binnen afzienbare tijd ook dat er gelden vanuit Den Haag voor dit project naar Dordrecht komen? Hoor ik u dat zeggen of heb ik mij vergist? Nee, maar nog extra. De voorzitter: Wethouder Heijkoop, gaat uw gang. Wethouder Heijkoop: Ja, voorzitter. Het Nationaal Programma Leefbaarheid dat gehad over de brede aanpak in de wijken en dan gaan binnen afzienbare tijd, in deze kabinetsperiode, gaan de nniddelen deze kant op komen. Binnenkort is daar ook overleg over. Dat gaat niet specifiek over dit programma, dat gaat over de bredere versterking van deze wijken. OCW is ook al zijdelings betrokken bij dit programma, die wil ook zien of dit werkt, dus die betrokkenheid is er zeker. Maar het gaat op het moment - dat heb ik ook met uw raad afgesproken, het staat ook in het voorstel - dat er echt extra middelen komen om juist ook deze doelstellingen na te streven dan gaan we ook met u in een gesprek: oke, wat betekent dat voor de financiering vanuit de genneente? En dan zou u die keuze kunnen maken. De heer Van Leeuwen wil ik wel aangeven dat u maakt ook de koppeling met de energiecrisis.

Ja, we hebben daar een groot vraagstuk, veel mensen worstelen met hun bestaanszekerheid, een aantal raadsleden heeft er eerder deze avond ook al vragen over gesteld, en ik kan me voorstellen dat dat ook tot herprioritering zou kunnen leiden op ternnijn. Tegelijkertijd zou ik dan wel willen aangeven dat dit over dezelfde mensen gaat, over dezelfde huishoudens gaat en over dezelfde gezinnen gaat. Dus mocht je tot herprioritering over willen gaan dan zouden deze 10 procent van die grote reserves in Dordrecht, de Dordtse Agenda 2030, zou ik dan het minst logisch vinden. Dan zou ik toch eerder stellen van stel dat je als raad als politiek uiteindelijk door enorme ontwikkelingen moet herprioriteren dan zou ik daar wel met elkaar echt integraal naar willen kijken en niet kortzichtig zeggen: joh, dit programma kunnen we wel wat naar beneden bijstellen. De heer Van Leeuwen: 3a, dat is zeker niet kortzichtig bedoeld. De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen nog een keer via de voorzitter. De heer Van Leeuwen: Dank u wel, voorzitter. Nee, u geeft terecht aan het gaat om dezelfde mensen. Dat is precies ook nnijn motivatie om dit naar voren te brengen, want het zou natuurlijk heel vervelend zijn als mensen thuis in de kou zitten maar wel in een school komen waar de kinderen goed opgevangen worden.

Dat zou ik heel erg jammer vinden, dus ik denk dat je het toch in een wat breder perspectief moet zien. En ik heb ook de vraag gesteld: zou dit programma, of een bepaald deel van dit programma, kunnen worden uitgevoerd tegen lagere kosten? Want ja, je kan elke euro maar een keer uitgeven en uiteindelijk staat Dordrecht voor heel veel uitdagingen. Ik wil zien te voorkomen dat als we over een of twee maanden discussie voeren over hoe gaan we de Dordtse inwoners helpen met hun energieproblemen, wat we ook maar beperkt kunnen doen natuurlijk, dat we dan van u of van een andere wethouder horen: ja, er is geen geld meer. Dat is even de andere kant van het verhaal. De voorzitter: Wethouder Heijkoop.

58

Wethouder Heijkoop: Ja voorzitter, nog even richting de heer Van Leeuwen. Ik zou het wel mooi vinden als kinderen in een warme school terechtkomen. En ik begrijp heel goed wat u zegt. Als kinderen het thuis moeilijk hebben in school vaak ook een veilige plek. En ik sluit ook helemaal niet uit dat op termijn we zelfs onze betrokkenheid bij deze scholen nog verder gaan uitbreiden. Denk aan nnisschien ook wel gezonde voeding en dergelijke. Dus ik denk dat we het best wel met elkaar eens zijn, alleen ik denk niet dat je deze twee ontwikkelingen zo een op een aan elkaar moet verbinden. We hebben een brede Dordtse begroting, die gaan we binnenkort aan u voorleggen. Dan gaan wij als college aan u voorleggen wat wij vinden wat verstandig is in deze tijd. Tegelijkertijd zijn er nu ook vanuit de landelijke overheid ook nog wel ontwikkelingen dat er extra nniddelen komen om juist ook aan die bestaanszekerheid te werken, met korteternnijnoplossingen en lange termijnoplossingen. Die gaan we ook proberen zo goed mogelijk in te zetten. Maar ik zou er niet voor zijn om nu aan dit programme te gaan beknibbelen in het kader van deze actualiteit, want ik snap heel goed de urgentie, die voel ik ook, maar niet in relatie tot dit programnna. De voorzitter: Volgens mij heeft de heer Van Leeuwen nog een vraag. Gaat uw gang.

De heer Van Leeuwen: Ik heb nog een vraag voorzitter, als het nnag? Natuurlijk vindt de PVV het belangrijk dat leerlingen in een warme school kunnen komen. Aileen, wij vinden het ook belangrijk dat het thuis waarom is, en daar gaat eigenlijk nnijn opmerking over. Niet of de school warm is, want ik heb al gezegd in het begin we zijn het hartstikke eens met het Dordtse Leerprogramma. Er is geen enkel nnisverstand over, geen enkele discussie over, dus je moet het ook niet naar die kant toe trekken, want dan neemt u mijn standpunt niet serieus. Het gaat mu j echt om het felt dat heel veel van die kinderen nnisschien wel letterlijk in een koud huis komen, en ik wil dat zien te voorkomen. Ik wil ook zien te voorkomen dat over enkele maanden als er een debat komt over hoe gaan we de Dordtse inwoners helpen, k heb net al gezegd, dat dan van ditzelfde college wordt gemeld, en nnisschien met dezelfde bevlogenheid: ja, er is gewoon te weinig geld. En dat wil ik echt zien te voorkomen. Dus ik zou bijna willen zeggen: wacht met het echte besluit tot de begrotingsbehandeling in november. Dat zou ik wat eerlijker vinden - laat ik het woord nnaar even gebruiken - naar de Dordtse inwoners. Mevrouw Koene: Voorzitter? De voorzitter: Aanvullend daarop nnevrouw Koene? Mevrouw Koene: Nee, ik heb even een De voorzitter: Ja, dat mag ook een interruptie? Ja hoor, gaat uw gang.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/523/documents/19744